Verslag 28 november 2024
Tekst van het document
CONCEPT
Notulen gecombineerde commissievergadering Financiën & Bedrijvingsvoering en Samenleving & Bestuur Datum vergadering: 28 november 2024, 19.30 uur
Aanwezig Commissieleden: G.J. André, A.M. Boer, J. Deij, D.E. Doornwaard, F. van ’t Ende, P.H. Graansma, A. Hardonk, J. Jansen-Hofman, H.G.P. Kemp, H.J. Klein, L.M. van Oene, W-H. Peggeman, D.J.P. Post, G. Scholten, B. van der Velde Voorzitter:
J.T. de Nooijer
Griffier:
J. Tabak
Notulist:
H. Geertsma
College:
B. Engberts, B. Flier en E.G. Vos-van de Weg (wethouders), T.H. Haseloop-Amsing (burgemeester)
Ambt. onderst.:
J. Boorsma, B. Disco, P. Grit, A. Klein, M. Rahms, J. Verstraten, G. Knol (gemeente Heerde)
Verder aanwezig: P. Lensselink (gemeentesecretaris) Insprekers:
-
Publiek:
1 (en 3 leden van de Rekenkamer)
Afwezig Commissieleden: M.P. Deen, A. Heddema, J. Hofmeijer, W. van der Horst, W.J. Sanders, M. Sloots-Kieviet, G. Vlieger
01. Opening De voorzitter opent de gecombineerde vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Met kennisgeving zijn de volgende commissieleden afwezig: de dames Deen en Sloots en de heren Heddema, Van der Horst en Sanders. De heer Draaijer heeft met ingang van 4 november zijn lidmaatschap van de commissie beëindigd.
02. Vaststelling van de agenda De agenda wordt zonder wijzigingen vastgesteld.
03. Voorstel: kennisnemen van het rekenkamerrapport Informatiebeveiliging en bescherming persoonsgegevens Toelichting De heer P. Niemeijer, voorzitter van de Rekenkamer, bedankt de commissie dat de Rekenkamer de vergadering mag bijwonen voor het geven van een toelichting en het beantwoorden van eventuele vragen. Hij geeft aan dat in twee opzichten sprake is van een primeur: het is de eerste keer dat de Rekenkamer in haar huidige samenstelling een rapport mag aanbieden en dit is de eerste gemeente waarin dit rapport wordt behandeld. De heer Tabak wordt bedankt voor de ondersteuning die hij bij het onderzoek heeft geboden en het college en de ambtenaren krijgen een dankwoord voor hun medewerking. Vervolgens legt de heer Niemeijer nog even uit wat de rol is van de Rekenkamer. Hij laat ook weten dat er alweer wordt gewerkt aan een nieuwe onderzoeksagenda. Het rapport dat nu voorligt, gaat over een ingewikkeld onderwerp. Bij de workshop en een tussentijds gesprek met de raad bleek dat het onderwerp niet bij iedereen leefde. Dat valt te begrijpen omdat de verantwoordelijkheid ervoor primair bij het college ligt. Toch is het voor de raad wel belangrijk om te weten wat de staat van de informatieveiligheid en privacy is. Er zijn genoeg voorbeelden die dat duidelijk maken, bijvoorbeeld bij de gemeenten Hof van Twente en Alkmaar. De heer Niemeijer 1
citeert een uitspraak van de CISO (Chief Information Security Officer) van zijn gemeente Almere: “Het is niet de vraag of het een keer misgaat, maar wanneer het misgaat.” Hij concludeert daaruit dat het belangrijk is om als gemeente een goed beleid te hebben. Daar heeft de Rekenkamer dan ook naar gekeken. Bij alle vijf gemeenten waarin de Rekenkamer haar onderzoek heeft gedaan, is de basis op orde. Het beleid is goed en de verplichte functies zijn ingevuld. Daarnaast zijn er verantwoordelijkheden belegd, al kunnen die misschien nog wat scherper worden omschreven. De gemeente voldoet aan haar wettelijke verplichtingen. Verder wordt jaarlijks keurig verantwoording afgelegd. Wat Oldebroek betreft is er sprake van een goede samenwerking in H2O-verband. Het is van belang om te leren van ervaringen die andere gemeenten opdoen. De gemeente werkt ook planmatig: ze heeft een strategisch kader en een uitvoeringsplan en ze hanteert tien mooie principes. Intussen heeft de Rekenkamer nog wel een paar aanbevelingen. De eerste twee zijn specifiek voor de raad: kijk naar de maatschappelijke effecten van het beleid. Als die bekend zijn, kan de raad daarop sturen. De huidige verantwoording van het beleid is redelijk technisch van aard en zegt heel weinig over de effecten voor ondernemers en inwoners. In het rapport valt te lezen dat er bij deze gemeente 22 incidenten zijn geweest.
De vraag is dan wat die incidenten betekenen voor een inwoner. Als er een incident is bij de balie waardoor bijvoorbeeld een paspoort niet is verstrekt, is dat een gebeuren waar de raad iets mee moet. Als autorisatietabellen in een systeem niet goed of niet bij de tijd zijn, leidt dat tot de vraag wat het betekent dat de betrokken persoon meer of andere rechten heeft gekregen. Als een brief aan een inwoner dubbelzijdig wordt uitgeprint, kan het gebeuren dat er gegevens van een andere inwoner in staan. Dan is de vraag aan de orde hoe de organisatie met zo’n datalek omgaat en hoe ze de inwoners informeert. De raad kan het college op dat soort dingen bevragen. Het is ook goed om de werking van de staat van informatieveiligheid en privacy veel gedetailleerder te toetsen. Tegenwoordig zijn daar goede mogelijkheden voor. De heer Niemeijer noemt er drie: 1. het doen van penetratietesten, waarbij ethische hackers in het systeem duiken om na te gaan hoever ze kunnen komen; 2. het inzetten van social hackers, die medewerkers bellen en hun slimme vragen stellen; 3. het inzetten van een mystery guest, die het gemeentehuis binnenloopt en kijkt naar openstaande computers en rondslingerende documenten. In Almere nodigt de raad de functionaris gegevensbescherming uit om over de stand van zaken met betrekking tot de privacy te vertellen.
Dat gaat dieper dan een verantwoording in een jaarrekening. Er komen dan ook ethische dilemma’s naar boven en het vergroot het begrip voor keuzes die worden gemaakt, bijvoorbeeld als het gaat om cameratoezicht. Verder praat de CISO van Almere de raad regelmatig in een besloten sessie bij over de staat van de informatieveiligheid. De heer Niemeijer noemt vervolgens de aanbevelingen voor het college. Gezien de voorbeelden die hij noemde, blijft het belangrijk om structureel geld te investeren in de kwaliteit van de uitvoering van het beleid. De komende jaren staan de gemeente dertien nieuwe wetten te wachten, waaronder de NIS, een wet over de verantwoording, vooral met betrekking tot het openbaar beheer. Daarnaast is het belangrijk om te blijven samenwerken. In het rapport wordt gepleit voor een integraal opgaveteam. Daarmee wordt bedoeld dat de diverse functionarissen op dit gebied met elkaar samenwerken en dat ze de organisatie efficiënt benaderen met een integraal plan. Een laatste punt betreft het versterken van de regie op samenwerkingsverbanden. Die regie is vrij beperkt. Het is belangrijk om a. te inventariseren in welke verbanden wordt samengewerkt; b. te analyseren waar geen verwerkersovereenkomsten zijn en waar grote risico’s zitten; c. na te gaan waar beter kan worden gemonitord.
De heer Van ’t Ende vraagt of er naast mogelijkheden als de mystery guest ook andere manieren zijn waarop de raad het beleid kan toetsen voordat het fout gaat. De heer Niemeijer noemt dat een ingewikkelde vraag over een ingewikkeld onderwerp. In eerste instantie is het college aan zet om iets met de suggesties van de Rekenkamer te doen. Voor de raad is het goed om in gesprek te gaan met een CISO of een functionaris gegevensbescherming. Dan kan de raad samen met die functionarissen bekijken wat voor mogelijkheden hij heeft om te sturen. De heer Doornwaard constateert dat het college in zijn reactie op de eerste aanbeveling aangeeft dat het lastig is om de maatschappelijke effecten te meten. Hij vraagt of dit punt volgens de Rekenkamer bij het college ligt of dat de raad er wat meer aan kan doen. De heer Niemeijer herhaalt wat hij tegen de heer Van ’t Ende zei. De heer Kemp vertrouwt erop dat het in de eigen organisatie goed gaat, maar hij heeft op dit punt wat meer zorgen over de samenwerkingsverbanden. Hij noemt als voorbeeld de samenwerking met betrekking tot het sociale domein in Meerinzicht. Daarbij zullen over en weer heel wat gegevens worden verstrekt. Het zou goed zijn om na te gaan of dat beveiligingstechnisch allemaal afdoende geregeld is.
Hij vraagt of Oldebroek daarin zelf een controlerende rol moet vervullen of dat dit ook in een samenwerkingsverband zou moeten gebeuren. Het lijkt hem lastig als van zeven samenwerkende gemeenten één gemeente de thermometer gaat hanteren. De heer Niemeijer antwoordt dat de 2
Rekenkamer zich heeft gericht op de vijf gemeenten die bij haar samenwerkingsverband horen. Als die vijf gemeenten samenwerken in Meerinzicht kan een van hen het initiatief nemen voor een gezamenlijk onderzoek naar afspraken en risico’s. Bespreking De heer Peggeman is het met de heer Niemeijer eens dat het goed is om als raad voortdurend aandacht te hebben voor dit onderwerp. Hij verwijst naar een aangenomen motie van de ChristenUnie om meer grip te krijgen op ICT en op informatiebeveiliging. Het college is met die motie aan de slag gegaan, onder andere door de raad via een raadsbijeenkomst in de ontwikkelingen mee te nemen. Dat laat zien dat het college serieus met dit onderwerp omgaat. Wat de aanbevelingen betreft: ook de ChristenUnie heeft zich beziggehouden met de vraag hoe de maatschappelijke effecten van het informatieveiligheidsbeleid kunnen worden gemeten. De heer Peggeman neemt aan dat het college mogelijkheden als een pentest en het inzetten van een mystery guest etc. al hanteert en vraagt of het college dat kan beamen. Het lijkt hem een goede suggestie om de raad in een raadsgesprek mee te nemen in incidenten zoals de heer Niemeijer die noemde en in de effecten daarvan. Structureel investeren in de kwaliteit van het beleid doet de gemeente volgens hem al.
In het raadsgesprek van mei is de raad daarover geïnformeerd, zowel waar het gaat om het samenwerkingsverband als waar het de eigen gemeente betreft. Het is ook te zien in de investeringen die worden gedaan in de ICT-organisatie. De aanbeveling om de regie op samenwerkingsverbanden te versterken is een belangrijk aandachtspunt. Uit de reactie van het college blijkt dat dit ook al wel gebeurt. Samenwerken is inderdaad belangrijk en ook daar is deze gemeente actief mee bezig. De ChristenUnie kan zich vinden in de reacties van het college op de aanbevelingen. Wethouder Engberts bevestigt dat het college mogelijkheden benut om te controleren hoe het intern toegaat met de informatieveiligheid en de privacybescherming. Incidenten worden vastgelegd en er zijn protocollen voor de manier waarop daarmee moet worden omgegaan. Het college moet de testen doen die voorgeschreven zijn, maar vindt die zelf niet helemaal goed genoeg. Er moet vaak met ‘ja’ of ‘nee’ worden geantwoord, terwijl het college graag wat dieper wil verkennen wat er gedaan wordt en of dat goed is. Het college zal de raad regelmatig in de uitkomsten van de testen meenemen, in een nota, een bestuursrapportage of een raadsgesprek. Daarbij zal ook worden aangegeven welke verbeterslagen kunnen worden gemaakt. De incidenten die er zijn geweest, zullen eveneens worden benoemd.
Het zal nooit mogelijk zijn om alle risico’s af te dichten. Dat zou ook te veel geld kosten. De aandacht voor dit onderwerp blijft echter onverminderd groot. De heer Peggeman heeft als raadslid niet de behoefte om incidenten langs te lopen. Het gaat hem meer om het algemene beeld: welke conclusies vallen er te trekken en moet daar wat mee gedaan worden? Wat hem betreft kan dat gebeuren binnen het afgesproken ritme van het houden van raadsgesprekken en hoeft het niet in de vorm van een extra rapportage. Wethouder Engberts stemt daarmee in. De heer Doornwaard vindt het een belangrijke conclusie dat de basis op orde is. Hij onderstreept dat in het rapport over een continu proces wordt gesproken dat dus ook continu aandacht nodig heeft. De SGP kan zich dan ook vinden in wat de ChristenUnie daarover zei. Een vraag blijft nog wel wat de raad meer kan doen als het gaat om het meten van maatschappelijke effecten. Het college gaf al aan dat het meer een zaak van bedrijfsvoering is. Misschien is het voor de raad vooral belangrijk om tijdig geïnformeerd te worden en om zo de vinger aan de pols te kunnen houden. Daar kwam zojuist al een goede suggestie over voorbij. Het raadsgesprek in mei gaf ook veel informatie over wat er op dit gebied gaande is.
Wat de tweede aanbeveling betreft: het sturen op het vergroten van de maatschappelijke effecten blijft een afweging waar de financiën ook een rol bij spelen. Het college zegt de landelijke richtlijnen als uitgangspunt te nemen, waarbij een balans moet worden gevonden tussen kosten en baten van het treffen van beveiligingsmaatregelen. Voor de SGP is dat een belangrijke zin. Er zullen altijd risico’s blijven bestaan, maar het is goed om op zoek te gaan naar de genoemde balans en de uitkomst daarvan met de raad te delen. Het versterken van de regie op de samenwerkingsverbanden lijkt de fractie belangrijk. De samenwerking waar verder over wordt gesproken, laat wel zien dat de gemeente Oldebroek het ook bij dit onderwerp niet alleen af kan. Wethouder Engberts neemt de aanvullende aanbeveling graag over. De heer Van Oene is ook blij met de conclusie dat de basis op orde is. Wat de aanbevelingen betreft vindt de VVD vooral belangrijk wat gezegd wordt over regie op het samenwerkingsfront. De gemeenten waar de Rekenkamer 3
onderzoek heeft gedaan, zitten vaak in dezelfde samenwerkingsverbanden. Met betrekking tot de Omgevingsdienst zou het bijvoorbeeld goed zijn als alle gemeenten op het gebied van informatieveiligheid dezelfde eisen stellen en op dezelfde manier handelen. Verder is het inderdaad goed om van elkaar te blijven leren. Op andere beleidsterreinen is dat ook gebruikelijk. Bij de Omgevingswet hebben gemeenten bijvoorbeeld bij elkaar gekeken hoe ze daarmee omgingen. In het al genoemde Meerinzicht worden vaak ervaringsverhalen met elkaar gedeeld. Volgens het rapport is die samenwerking er niet altijd als het gaat om zaken als continuiteitsstrategie en dataclassificatie. Naar aanleiding van deze beide termen merkt de heer Van Oene op, dat hij zich herkende in de woorden waar de heer Niemeijer zijn toelichting mee begon: het onderwerp is voor raadsleden vaak een beetje vaag en ze vinden het wel eens lastig om te zien waar het precies over gaat. Verder vond hij het wat bijzonder dat het college meteen een reactie gaf op de aanbevelingen die de Rekenkamer doet aan de gemeenteraad. Volgens hem had dat ook kunnen wachten tot de commissie erover had gesproken. Dan zou de commissie het college ongetwijfeld om een reactie hebben gevraagd, maar nu kon niet helemaal fris van de lever op de aanbevelingen worden gereageerd. Dat is misschien een verbeterpuntje voor een volgende keer.
Wethouder Engberts geeft aan dat er zeker aandacht is voor de wens om als samenwerkende gemeenten zoveel mogelijk gezamenlijk op te treden, maar dat het niet altijd eenvoudig is. In de Omgevingsdienst Noord-Veluwe bijvoorbeeld werken acht gemeenten samen, maar het merendeel daarvan zit er net weer iets anders in. De voorschriften zijn in de ene gemeente wat strakker dan in de andere. Dan is het de vraag hoe daarmee moet worden omgegaan. Verder geeft de wethouder aan dat het college gehouden is om op alle aanbevelingen te reageren. In de reacties op de aanbevelingen aan de gemeenteraad heeft het college willen toelichten hoe op dit moment de manier van werken is en hoe het college daartegenaan kijkt. De commissie kan dan aangeven wat zij daarvan vindt. De heer Van der Velde heeft niet het idee dat de materie voor de inwoners van deze gemeente een hot item is. Hij vindt dat de raad geen problemen moet gaan zoeken. Het beleid op dit gebied is gewoon in orde. Dan is het de vraag in hoeverre het nodig is om er – bijvoorbeeld – extra raadsgesprekken over te willen hebben. Overigens zal het CVO het zeker niet tegenhouden als het wel nodig is. De fractie hoort van diverse (ex-)medewerkers dat het zaakgericht werken goed functioneert. De fractie heeft ook alle vertrouwen in de ambtenaren die zich met informatieveiligheid en privacybescherming bezighouden.
Wethouder Engberts antwoordt dat het college in het raadsgesprek in mei heeft aangegeven hoe het zijn verantwoordelijkheid ziet. Daarbij was dan ook de vraag aan de orde of die verantwoordelijkheid voldoende wordt ingevuld. Ook voor het college is het de vraag of er meer geld voor moet worden uitgegeven of juist niet. En daar gaat de raad over. Omdat het een continu proces is waarin steeds weer wijzigingen optreden en nieuwe risico’s zich voordoen, wil het college daar regelmatig met de commissie over spreken. Het college wil zich verantwoorden over wat er gedaan wordt met het geld dat de raad voor dit doel beschikbaar stelt. De heer Peggeman onderstreept wat de wethouder zei over een continu proces. Het gaat niet om iets wat één keer goed wordt neergezet en daarmee klaar is. Als er geen voortdurende aandacht is voor verdergaande ontwikkelingen, is de kans op gehackt worden groot. Deze gemeente mag zich inderdaad gelukkig prijzen met een goede ambtelijke bezetting op dit gebied, maar in het rapport gaat het daar niet om. Het rapport beoogt dat de raad het onderwerp goed in het vizier blijft houden en bewaakt dat er goed mee wordt omgegaan. Misschien leeft het onderwerp inderdaad niet erg bij de inwoners, maar als het binnen de gemeente goed bewaakt wordt, hoeft dat ook niet.
De heer Van der Velde laat weten dat het CVO zich zeker bewust is van het voortdurende kat-en-muisspel van hackers en beveiligers. De fractie maakt echter uit het rapport en uit het raadsgesprek op dat deze gemeente beschikt over kundige ambtenaren die veel beter op de risico’s kunnen inspelen dan welk raadslid ook. Daar doelde hij op met zijn opmerking. De heer Boer bedankt de Rekenkamer voor de toelichting, al herkent hij de raad van Oldebroek daar niet helemaal in. Het is goed om te zien dat college en ambtenaren veel aandacht hebben voor de cybersecurity. In deze tijd van geopolitieke spanningen en steeds kwetsbaarder wordende persoonsgegevens is dit een onderwerp dat steeds belangrijker wordt. Bij het recente raadsgesprek bleek dat men goed in de materie zit. Dat verdient een compliment. Het is goed om te lezen dat er voldoende financiële middelen zijn, dat de beoogde resultaten haalbaar blijken te zijn en dat wordt voldaan aan kaders en richtlijnen. ABO concludeert dat de samenwerking met andere gemeenten vruchten afwerpt. 4
De heer Klein constateert ook dat de basis op orde is. Vergeleken met de andere gemeenten komt Oldebroek er ook bepaald niet slecht uit. Het CDA is ervoor dat de raad in een raadsgesprek door de CISO wordt bijgepraat. Dan kan de raad ook beter van gedachten wisselen over bestedingen die mogelijk moeten volgen. Dat hoort immers wel bij zijn verantwoordelijkheid. Afronding De voorzitter constateert dat er geen behoefte is aan een tweede ronde. Het voorstel gaat als B-onderwerp naar de komende raadsvergadering van 12 december. De voorzitter bedankt de leden van de Rekenkamer voor hun werk en de heer Niemeijer voor zijn toelichting.
04. Voorstel: vaststellen belastingverordeningen 2025, 1ste begrotingswijziging 2025 (budget t.b.v. verlaging afvalstoffenheffing) en tarief toeristenbelasting 2026 De heer Kemp constateert dat er in het geheel een lichte lastenverzwaring zit voor de burger. Dat is vrijwel altijd zo en het is dus niet iets bijzonders. In de meeste gevallen is de stijging van de tarieven niet groter dan de indexatie. De VVD stemt in met het voorstel over de Verordening afvalstoffenheffing. In het verleden was een grote voorziening nodig, maar het is goed dat die voorziening nu wordt afgebouwd, ook om de tarieven een beetje te matigen. Tijdens de begrotingsvergadering heeft de VVD het gehad over de miscalculatie van het Rijk die de gemeente een voordeel van 200.000 euro oplevert. Hij wil graag weten waar dat voordeel gebleven is. Wethouder Engberts heeft daar nog geen verdere informatie over. Het bedrag is nog niet tot in de finesses berekend en geboekt; de officiële stukken moeten nog komen. De heer Kemp vraagt of de wethouder wel kan bevestigen dat het om structureel 200.000 euro gaat. Wethouder Engberts antwoordt dat de hoogte van het bedrag nog niet definitief is vastgesteld. (Aan het eind van de bespreking laat hij weten dat hij inmiddels de bevestiging heeft gekregen dat het om een structureel bedrag gaat.
Het bedrag wordt opgenomen in de decembercirculaire en zal daarna verantwoord worden. Tot zijn spijt geldt het voordeel voor de gemeente pas vanaf 2028.) De heer Doornwaard heeft bij de begroting al aandacht gevraagd voor de afvalstoffenheffing. Hij is blij dat het tarief kan blijven zoals het is. De beantwoording van de technische vragen van zijn fractie leverden wel nieuwe vragen op. Bij de milieustraat blijken de tarieven hoger te liggen dan bij Van Werven. In hoeverre beantwoordt dat aan wat de raad destijds met die milieustraat beoogde? Is het mogelijk om dit punt mee te nemen bij de evaluatie die destijds naar aanleiding van een motie is toegezegd? Wethouder Flier wijst erop dat bij Van Werven zowel het grof huishoudelijk afval als het bouw- en sloopafval terechtkomen. Vanaf januari zal het bouw- en sloopafval nog steeds naar Van Werven gaan en gaat het grof huishoudelijk afval naar de milieustraat. Voor de tarieven bij de milieustraat heeft het college een schatting gemaakt, omdat dit eerste jaar nog niet bekend is hoeveel afval zal worden aangevoerd. Omdat het bedrag wel kostendekkend moet zijn, is de schatting een beetje aan de hoge kant gehouden. Rond het zomerreces zal er een beter beeld zijn van de stromen die naar de milieustraat gaan. Op basis daarvan zal het college met een betere tariefberekening komen.
De heer Graansma loop een paar verordeningen bij langs waar hij vragen en opmerkingen bij heeft. Bij de voorziening voor de afvalstoffenheffing vraagt hij waarom het college niet heeft gekozen voor een meer geleidelijke afbouw: uitsmeren over vier jaar in plaats van over twee jaar. Hij vreest dat nu na twee jaar weer een forse stijging van de tarieven ontstaat. De vraag heeft ook te maken met het feit dat waarschijnlijk in die tijd het afval ingezameld zal gaan worden door Fryslân Milieu. Dat kan leiden tot de onjuiste gedachte dat die overname de oorzaak is van de tarievenstijging. Wat de toeristenbelasting betreft: de ChristenUnie is blij met de mededeling van het college dat er onderzoek wordt gedaan naar de tarieven in de regio. Vandaag stond er een bericht in de krant dat in Ermelo de tarieven ook zijn aangepast en dat het laagste tarief daar nu ongeveer 2 euro is. De ChristenUnie wil er graag op wijzen dat het mogelijk is om andere keuzes te maken. Er ligt een begroting die niet dekkend is. Als er niet meer geld uit Den Haag komt, zal de gemeente aan knoppen moeten draaien. Dat kunnen bezuinigingen zijn, maar het kan ook gaan om het genereren van extra inkomsten. Daarom is het goed dat het genoemde onderzoek in de regio nu plaatsvindt. Als de tarieven dan moeten worden aangepast, kan dat pas voor het jaar 2027 worden doorgevoerd.
De ChristenUnie hoopt het resultaat van dat onderzoek in de loop van volgend jaar tegemoet te kunnen zien. Bij de heffing voor riool en waterzorg is sprake van een flinke verhoging. Dat berust op een eerder genomen besluit in 5
verband met Wezep-Centrum. De ChristenUnie is erg benieuwd wat er gebeurt met de beheerplannen. Dat zal volgens de fractie gevolgen kunnen hebben voor de tarieven voor de volgende jaren. Wethouder Flier wijst erop dat de tarieven van de afvalstoffenheffing al voor het tweede achtereenvolgende jaar op hetzelfde niveau blijven. Het bedrag van 53 euro is dus een resultante van twee jaren. Vorig jaar is 250.000 euro uit de voorziening gehaald. Voorzieningen zijn bedoeld voor investeringen en die zijn op dit moment niet aan de orde. Daarom moet deze voorziening worden afgebouwd. Het gaat om geld van de inwoners dat weer naar die inwoners terug moet. Er is voor gekozen om in één keer deze stap te zetten en vervolgens een zachtere landing te maken, zodat er over drie jaar nog 250.000 euro in de voorziening zit. Dat zal inderdaad betekenen dat er op een gegeven moment weer een tariefverhoging komt, als de kosten blijven stijgen. De heer Boer sluit zich aan bij de inbreng van de ChristenUnie over de toeristenbelasting. In diverse gemeenten worden heel andere tarieven gehanteerd dan in Oldebroek. Als er aan knoppen moet worden gedraaid, is dit wel een knop waar meer volume uit kan komen. Hij sluit zich ook aan bij wat de SGP zei over de afvalstoffenheffing.
Hij heeft gezien dat het aanleveren van schoon puin bij het gemeentelijke afvalbrengstation dertig keer meer gaat kosten dan bij Van Werven. Dat lijkt hem niet normaal. Hij had nooit gedacht dat de gemeente een afvalbrengstation zou gaan realiseren waar dit soort tarieven moeten worden betaald. ABO had gehoopt dat inwoners meer spullen gratis naar de milieustraat zouden kunnen brengen. Niemand wil ook dat schoon puin in bossen of sloten wordt gestort. De fractie pleit ervoor de tarieven nog eens te herzien, vooral waar het om extreme verhogingen gaat. Wethouder Flier benadrukt nog een keer dat het hier gaat om de tarieven voor grof huishoudelijk afval. Wie een pand verbouwt, valt automatisch onder de tarieven voor bedrijfsafval en kan beter bij Van Werven terecht, waar de marktwerking van toepassing is. Met de kennis van nu denkt het college dat het eenvoudiger is om één tarief te hanteren voor alle betaalde afvalstromen. Anders moet bijvoorbeeld iemand die met een aanhangwagen komt alles uit elkaar halen en apart gaan wegen. De heer Boer kan zich niet voorstellen dat het de intentie was om een afvalbrengstation te hebben en inwoners met sloopafval alsnog naar een ander adres te verwijzen. Het stuit hem tegen de borst dat alle afval op één hoop wordt gegooid en dat voor alles een tarief van 15 cent per kilo wordt gehanteerd.
De wethouder zei zojuist dat het college het eerste jaar een pilot houdt omdat nog niet bekend is hoeveel afval er binnenkomt. Volgens de heer Boer had de wethouder ook bij andere gemeenten met een brengstation kunnen vragen hoe groot daar de stromen zijn en welke tarieven zij hanteren. Dat had hij beter gevonden dan wat nu voorligt. Wethouder Flier antwoordt dat die navraag bij andere gemeenten er ook geweest is. Daaruit is een conclusie getrokken over de afvalstromen waar de gemeente ongeveer op uit zal komen. Zekerheid daarover is er echter niet, ook omdat de stromen voor bedrijfsafval naar Van Werven blijven gaan. Daarom wil het college nu een schatting maken en dit eerste jaar gebruiken om te bekijken hoe hoog de tarieven uiteindelijk moeten worden. Vanaf het begin is echter duidelijk geweest dat de milieustraat alleen bestemd zou zijn voor grof huishoudelijk afval. De heer Boer hoopt dat er na een jaar een evaluatie komt en dat de wethouder dan ook terugkomt op de tarieven. Wethouder Flier antwoordt dat het college dat al heeft toegezegd. De heer Doornwaard vraagt waar het vandaan komt dat inwoners met meer dan een bepaald aantal kilo’s sloopafval naar Van Werven worden verwezen. Hij wil weten wat de criteria zijn voor bedrijfsafval. Ook vraagt hij of vooraf bij de milieustraat bekend was dat de gemeente op dit punt gradaties zou aanbrengen.
Wethouder Flier herhaalt dat vanaf het begin sprake is geweest van twee afvalstromen: particulier afval en bedrijfsafval. De situatie van de afgelopen jaren heeft echter meegebracht dat het één stroom leek te zijn. De heer Doornwaard concludeert dat het straks mogelijk is dat iemand met een aanhangwagen met sloopafval naar de milieustraat rijdt en dan doorgestuurd wordt naar Van Werven omdat hij bedrijfsafval bij zich heeft. Wethouder Flier geeft aan dat het college heel duidelijk over de tarieven en over de verschillende stromen zal communiceren. Daarom denkt hij niet dat de genoemde situatie zich vaak zal voordoen. De heer Deij wil graag een paar dingen naar voren brengen over de legesverordening. Dat roept een korte vergadertechnische discussie op: volgens de afspraken (commissieverordening) kan van elke fractie maar één lid het woord voeren bij hetzelfde agendapunt (behalve bij integrale documenten zoals begroting en jaarrekening). De voorzitter wijst erop dat de heer Deij zijn vragen vooraf met alle fracties had gedeeld. Het was dus bekend dat de heer Deij hierover het woord wilde voeren. De heer Kemp vindt het jammer dat ABO niet vooraf heeft bedacht dat de fractie één woordvoerder had moeten aanwijzen. Hij wijst erop dat de heer Deij zijn briefje ook aan de heer Boer had 6
kunnen geven. De heer Boer merkt op dat dit een gecombineerde vergadering is. Volgens hem kan er daarom een inbreng zijn vanuit twee commissies. De voorzitter geeft de heer Deij uiteindelijk toestemming om te zeggen wat hij op het hart heeft. De heer Deij heeft technische vragen gesteld over het aantal parkeerkaarten voor gehandicapten. Hij heeft ook gekeken wat de gemeenten Elburg, Hattem en Zwolle voor die kaarten in rekening brengen. ABO begrijpt dat er een afspraak ligt over kostenneutraliteit. De fractie constateert echter dat de gemeente Oldebroek het op een na hoogste bedrag berekent voor deze parkeerkaarten. Net als Hattem vraagt Oldebroek ook geld wanneer de aanvraag wordt afgewezen. Andere gemeenten doen dat niet. Elburg heeft voor minima een regeling voor een vergoeding van de kosten vanuit de bijzondere bijstand. De heer Deij stelt de volgende vragen: 1. Ziet het college mogelijkheden om de kosten van deze leges te verlagen? 2. Is het college het met ABO eens dat geen kosten in rekening moeten worden gebracht bij een afwijzing? 3. Is het college bereid om voor minima een bekostiging vanuit de bijzondere bijstand mogelijk te maken? Wethouder Engberts denkt dat de heer Deij het antwoord zelf al gegeven heeft: de gemeente Oldebroek hanteert het principe van kostendekkendheid.
De raad heeft aangegeven wat wel en niet kostendekkend moet zijn en de leges voor de gehandicaptenparkeerkaart vallen onder het eerste. Daarom kan de wethouder de gestelde vragen niet positief beantwoorden. Hij moet uitvoeren wat de raad hem heeft opgedragen. De heer Van der Velde waardeert en onderstreept de opmerking van wethouder Flier over geld van de inwoners dat naar die inwoners terug moet. Wat het afvalbrengstation betreft: ook het CVO vindt dat de inwoners alles wat vanuit hun huizen aan afval op de aanhangwagen gaat naar één plek moeten kunnen brengen. De fractie steunt op dat punt dan ook het pleidooi van ABO. Verder werd hij getriggerd door de kosten van de bouwvergunning na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met de omgevingsvergunning zijn de procedures minder complex geworden. De verwachting was dat de kosten daardoor lager kunnen zijn. Het CVO wil graag weten of die verwachting uitkomt. De heer Van der Velde vraagt of de wethouder inzichtelijk kan maken hoe de huidige vergunningskosten zich verhouden tot de kosten van voor 2024. Wethouder Engberts geeft aan dat deze vraag thuishoorde in de technische ronde. Technische vragen die nu gesteld worden, moeten naderhand schriftelijk worden beantwoord. Hij verzoekt om de vraagstelling te mailen. De heer Post is blij met een belastingverhoging die zo laag mogelijk is gehouden.
Dat voor de afvalstoffenheffing de tarieven gelijk blijven, voelt enigszins als een beloning voor de burgers die hun afval scheiden. Wat het riool betreft houdt Duurzaam Oldebroek wel een beetje haar hart vast voor de toekomst. Met één aanpassing is het niet klaar. Hij is benieuwd hoe het de komende jaren zal gaan. Verder schrikt hij altijd weer van de kosten voor begraven, maar hij beseft ook dat de verhoging van die kosten niet groter is dan de indexatie. Wethouder Engberts laat weten dat het klimaatplan voor Wezep is doorgerekend en dat de aannemer bezig is met een prijsberekening. Wat in de toekomst nodig zal zijn op het gebied van riolering wordt straks vastgelegd in het beleidsplan. Er wordt alles aan gedaan om een goed beeld te krijgen van de kwaliteit, de levensduur en de kosten van eventuele renovatie of vervanging. Met het nieuw vast te stellen beleid wordt dan bekeken wat de eerste paar jaar aan de beurt is en of daar geld genoeg voor is. Daar gaat het college niet op voorsorteren. Een verhoging van de tarieven zit er nu dus niet in; de tarieven volgen gewoon wat is vastgesteld bij de laatste voorstellen. De heer Post erkent het gelijk van de wethouder: dit stuk gaat over nu en niet over later. Dat neemt echter niet weg dat hij voor de toekomst zijn hart vasthoudt. De heer Scholten is het eens met het voorstel over de vaststelling van de tarieven.
De tarieven passen binnen de gehanteerde uitgangspunten. Het CDA vindt het een goede zaak om in 2025 een vergelijkend onderzoek te doen naar de tarieven van de toeristenbelasting in de buurgemeenten. De fractie stemt ook in met het voorstel om de voorziening voor de afvalstoffenheffing te verkleinen, zodat de tarieven niet verhoogd hoeven te worden. Afronding De voorzitter constateert dat het onderwerp voldoende besproken is. De heer Deij vraagt om er een A-stuk van te maken omdat hij misschien nog een amendement wil indienen. De heer Doornwaard steunt dat. Het voorstel komt als A-stuk op de agenda van de komende raadsvergadering van 12 december te staan. 7
05. Voorstel: wijzigen begroting n.a.v. de 2e Bestuursrapportage 2024 De heer André uit zijn waardering voor de goed leesbare rapportage en voor de vele groene vinkjes die hij ziet. Hij heeft wel een paar vragen. Oldebroek laat het leerlingenvervoer uitvoeren door de gemeente Elburg, maar dat heeft onverwacht nogal wat consequenties voor de ambtelijke organisatie (pagina 12). Dat roept de vraag op of die oplossing wel echt helpend is. Het primair onderwijs is nog niet vertegenwoordigd in het kernteam Opgroeien in een Kansrijke Omgeving. Hij wil graag weten hoe dat komt en wanneer het onderwijs wel gaat aansluiten. Verder komt hij een behoorlijk aantal gele vinkjes tegen die te maken hebben met capaciteitsproblemen. Er is nog geen start gemaakt met de ketenaanpak Kind naar Gezond Gewicht (pagina 18). Het opstellen van het strategisch communicatieplan heeft vertraging opgelopen (pagina 22). Bij de Wet open overheid is sprake van een beperkte voortgang door capaciteitsproblemen (pagina 23). De verdere invoering van serviceformules en de uitbreiding van de klantmonitoring op andere processen staat door capaciteitsproblemen stil (pagina 24). Vanwege ziekte loopt het opzetten van pilots voor het tegengaan van eenzaamheid vertraging op (pagina 43).
Door het vertrek van een medewerker is vertraging opgetreden met betrekking tot het plan van aanpak voor het tegengaan van verrommeling van de leefomgeving (pagina 50). De heer André begrijpt dat de genoemde incidenten vertraging kunnen opleveren. Maar als hij alles bij elkaar optelt, is er volgens hem sprake van een structureel probleem. Hij vraagt of het college nadenkt over structurele oplossingen en zo ja, aan welke oplossingen dan wordt gedacht. Wethouder Vos beantwoordt eerst de vraag over het leerlingenvervoer. Aanvankelijk was er sprake van een meer administratieve functie, die werd ingevuld door een medewerker van het KCC. Al doende werd het echter een inhoudelijke functie, waarin veel meer het gesprek moest worden aangegaan met ouders, leerlingen en school. De functie is nu als consulentfunctie bij de gemeente Elburg neergelegd. Harderwijk en Nunspeet hebben dat ook gedaan, zodat er sprake is van een brede aanpak. Voor alle betrokken gemeenten geldt ook een gezamenlijke verordening. Daarmee is wat kwaliteit betreft een stap vooruit gedaan en is de kwetsbaarheid behoorlijk verminderd: Oldebroek had maar één functionaris en nu is er een groep. Wat het kernteam OKO betreft: het primair onderwijs heeft gewacht met aansluiting tot de uitvoeringsagenda voor onderwijs en kinderopvang was vastgesteld. Daar stond namelijk de werkstructuur in.
Vanaf begin november is het primair onderwijs volledig aangesloten. Wat de ketenaanpak Kind naar Gezond Gewicht betreft: dat is een aanpak binnen de regio en daar zijn de gemeenten in de regio bij nodig. Zo heeft Oldebroek bijvoorbeeld op Elburg zitten wachten. Na de vakantie zijn wel de regionale coördinatoren van start gegaan. In de vierde kwartaalrapportage van het sociaal domein zal men kunnen lezen hoe de zaak is opgepakt. Voor de functie van opbouwwerker heeft deze gemeente maar twee medewerkers, met heel weinig fte. Als één van hen dan langdurig ziek is, is er inderdaad een probleem. Het college bekijkt of het mogelijk is om tijdelijk een welzijnsmedewerker voor deze taak in te zetten. Burgemeester Haseloop gaat in op de capaciteitsproblematiek in het algemeen. Zoals in de rapportage staat, heeft de gemeente een recruiter aangetrokken. Die is erg enthousiast bezig en doet er alles aan om vacatures vervuld te krijgen. Dat lukt ook steeds beter. Wat dat betreft is de burgemeester best positief over de ontwikkelingen. Het kan altijd beter, maar dan zou de personeelscapaciteit vergroot moeten worden en dat kost veel geld. De heer André begrijpt dat er alles aan gedaan wordt, maar heeft toch het gevoel dat het probleem steeds weer terug zal komen.
Dat concludeert hij ook uit de laatste opmerking van de burgemeester: voor een echte oplossing is meer personeel en dus veel meer geld nodig. Burgemeester Haseloop bevestigt dat. Er moeten keuzes worden gemaakt en dat is ook logisch. In relatie tot vergelijkbare gemeenten doet deze gemeente het echter heel goed. De beschikbare middelen worden goed ingezet om zoveel mogelijk kwaliteit te waarborgen. De heer Van der Velde stemt in met de waardering en de opmerkingen van de ChristenUnie. Hij heeft nog een vraag bij het groene vinkje over de ondersteuning van mantelzorgers (pagina 43). Hij heeft een artikel gezien over de stijging van het aantal zwaar belaste mantelzorgers in deze provincie. Bij Oldebroek gaat het om een stijging van 229 in 2012 naar 508 in 2022. Hij vraagt hoe de wethouder daartegen aankijkt, in relatie tot het groene vinkje in deze rapportage. Wethouder Vos denkt dat ze het artikel niet gezien heeft. Ze kan wel zeggen dat de gemeente steeds meer overbelaste mantelzorgers tegenkomt. Dat heeft alles te maken met het feit dat veel mensen mantelzorgtaken moeten uitvoeren naast hun werk, waarbij in deze maatschappij ook vaak sprake is van tweeverdieners.
De overheid doet een beroep op mensen om zoveel mogelijk uren in te zetten op de krappe arbeidsmarkt, maar neemt daarmee de mantelzorgtaken uiteraard niet weg, Dat levert wrijving op en daar gaat de wethouder over in gesprek, ook met 8
haar collega’s Economie in de arbeidsmarktregio Zwolle. In Oldebroek zelf probeert de gemeente mantelzorgers te ontlasten door samen met hen te bekijken wat ze nodig hebben. Er wordt steeds meer gekeken welke mogelijkheden er zijn op het gebied van respijtzorg, hoe die mogelijkheden ruimer kunnen worden ingezet en of de familie daarvoor openstaat. De gemeente blijft mantelzorgers hoog waarderen, en wil hen dan ook ondersteunen. De heer Post stemt in met het te nemen besluit. Ook hij had de mantelzorg als aandachtspunt genoteerd. Hij wijst erop dat vergrijzing tevens een oorzaak is van de toename van mantelzorg en van mantelzorgbelasting. Verder sluit hij zich aan bij de opmerkingen van de ChristenUnie: op allerlei gebied is er veel vertraging. Hij vraagt of het college kan inschatten wanneer de genoemde werkzaamheden wel worden uitgevoerd. Daarbij denkt hij bijvoorbeeld aan de pilot tegen eenzaamheid. Hoe gaat de wethouder om met de vertraging die daarin is opgetreden? Wethouder Vos wijst op wat ze daar net over gezegd heeft. De gemeente heeft tijdelijk een aantal welzijnsmedewerkers in dienst kunnen nemen. Die zijn voortvarend aan het werk gegaan. Het college probeert hen nu ook voor deze taak in te zetten. Op die manier kan de schaarste worden verdeeld en kan de energie die in de wijken aanwezig is behouden blijven.
Verder heeft de burgemeester iets gezegd over de strategische kant van de zaak. Tegelijk is bij langdurige ziekte niet zomaar vervanging te regelen. De heer Scholten noemt de documenten op orde, in balans en goed leesbaar. Er zijn veel successen benoemd en de tegenvallers zijn goed in beeld gebracht. Hij noemt twee zorgen en aandachtspunten. In een informerende nota en een raadsgesprek is er aandacht geweest voor de uitgaven voor jeugdzorg en de stijging van het aantal inwoners met een maatwerkvoorziening (pagina’s 15 en 16). Het CDA vindt dat iedereen de hulp moet krijgen waar hij of zij recht op heeft, maar het moet wel betaalbaar blijven. Veel inwoners schrikken van de hoge premies voor hun ziektekostenverzekering en kiezen ervoor om hun aanvullende verzekering te verlagen. Dat bespaart veel geld, terwijl men goed verzekerd blijft. Er valt dus te kiezen tussen diverse scenario’s. Dat geldt ook voor de gemeente. In het voorjaar komt er een opiniërende nota over het CJG, met betrekking tot het tekort van 700.000 euro. De heer Scholten vraagt of de wethouder daarin een aantal scenario’s gaat uitwerken, met mogelijke besparingen. Van het CDA mag best worden gekozen voor het thema ‘wat is goed genoeg?’. Wethouder Vos begrijpt de vergelijking met de premies voor de ziektekostenverzekering, maar wijst ook op een verschil.
Een zorgverzekeraar kan bijvoorbeeld in december zeggen dat er in dat jaar geen openhartoperaties meer mogelijk zijn en dat de verzekerde moet wachten tot januari. De Jeugdwet kent echter een openeinderegeling. Het college gaat zeker bekijken welke mogelijkheden er zijn, maar de wethouder wijst er wel op dat de professionals niet in het gemeentehuis zitten. Daar kan men dus niet zeggen wat een inwoner nodig heeft om zich beter te kunnen voelen. Afronding De voorzitter constateert dat er geen behoefte is aan een tweede ronde. Het voorstel gaat als B-onderwerp naar de komende raadsvergadering van 12 december, in overeenstemming met wat in de commissie Ruimtegebruik en Leefomgeving is vastgesteld.
06. Actualiteiten regionale samenwerking De heer Peggeman memoreert dat vandaag de Regiodag Zwolle is gehouden. Het was een mooie bijeenkomst, waarin werd teruggekeken op vijftien jaar regionale samenwerking. Bij de uitgang werd een boekje over die samenwerking meegegeven. Wie daar interesse voor heeft, kan zich bij de heer Peggeman melden.
07. Terugblik raadsgesprekken en informatiebijeenkomsten Mevrouw Jansen bedankt de wethouder voor het raadsgesprek over de kosten van de jeugdzorg. Ze maakt zich zorgen over de maatschappij, over de jeugd en over die zorgkosten. Iedereen heeft recht op zorg, ook elke jongere. De gemeente heeft terecht een zorgplicht. Het CVO vindt echter dat er grenzen aan die zorgplicht zitten, zowel praktisch als financieel; goed is goed genoeg. Het kan niet zo zijn dat de gemeente geld moet uitgeven dat ze niet heeft. De fractie wil weten wat het maximumbedrag is dat de gemeente per jaar voor de jeugdzorg wil uitgeven, afgezien van de inflatie en onvoorziene omstandigheden en ervan uitgaande dat de bijdrage van het Rijk zal afnemen. Wethouder Vos wil uitgeven wat nodig is voor het kind. Ze kan niet zeggen hoeveel dat is. Het afgelopen jaar is er een situatie geweest waarvoor in één keer 300.000 euro nodig was. In de besturen van Meerinzicht en het CJG zitten de 9
professionals en zij hanteren de norm ‘goed is goed genoeg’. De wethouder heeft met hen gesproken over de vraag wat er nog gedaan kan worden om de jeugdzorg beter betaalbaar te houden, zodat de gemeente geld beschikbaar houdt voor preventie. Die preventie vindt het college heel belangrijk. Tegelijk moet er geld beschikbaar blijven voor jongeren die echt professionele hulp nodig hebben. Voor andere jongeren kan niet-professionele hulp ook een goed instrument zijn. Ouders die bij het CJG komen, kunnen wel eens de kant op worden gewezen van goedkopere zorg of zorg door vrijwilligers. Daar wil de wethouder nog meer het gesprek over aangaan: is er goed gekeken of er niet een vorm van voorliggende hulp mogelijk is? Elk kind verdient de hulp die het nodig heeft, maar het is te triest voor woorden dat een op de zeven kinderen op dit moment jeugdzorg krijgt. Mevrouw Jansen geeft aan dat het CVO van mening is dat er een bepaald plafond in zicht moet zijn. Anders zouden de kosten bij wijze van spreken ook zomaar met 2 miljoen euro kunnen stijgen. Dat vindt de fractie zeer onwenselijk. Wethouder Vos vindt dat ook, maar wijst op de openeinderegeling in de Jeugdwet. Die wet legt de gemeenten gewoon op dat zij moeten betalen. Uiteraard moeten de gemeenten met het ministerie in gesprek blijven over het feit dat een regering die taken oplegt ook met geld over de brug moet komen.
De heer André begrijpt de zorgen van het CVO, maar hij was na het raadsgesprek juist bang dat er een plafond komt. Hij sluit aan bij de laatste woorden van de wethouder: de gemeente heeft een wettelijk geregelde zorgplicht. Uiteraard hoeft het niet allemaal op de duurste manier. Hij kreeg in het raadsgesprek ook niet de indruk dat dat gebeurt. Wat dat betreft vertrouwt hij op de professionaliteit van de mensen die moeten beoordelen wat er nodig is. Hij wil alleen graag de toezegging horen dat in deze gemeente geen jongeren zonder de nodig zorg komen te zitten. Wethouder Vos doet die toezegging graag, maar benadrukt dat het niet altijd de zorg hoeft te zijn waar ouders op staan. Ouders komen nogal eens bij het CJG met de mededeling dat ze hun kind naar de GGZ willen hebben. Uit een gesprek zal dan moeten blijken of er niet iets is wat beter bij de hulpvraag past. De heer André begrijpt volledig dat de professionals bepalen wat nodig is en dat het geen kwestie is van: u vraagt en wij draaien.
08. Mededelingen en inlichtingen college Wethouder Vos refereert aan de media-aandacht voor het onderzoek van journalistiek platform Follow the Money naar mogelijke fraude bij Karakter, een van de aanbieders van jeugdzorg voor deze gemeente. Verder wijst ze erop dat er regelmatig iets te lezen valt over jeugdzorgaanbieder Pactum. Zelf is ze druk bezig met de zaak rond Karakter en haar collega in Brummen is bezig met Pactum. De beide wethouders hebben samen een notitie gemaakt, die waarschijnlijk a.s. dinsdag in het college wordt besproken. Daarna krijgt de raad te horen wat voor invloed een en ander heeft op de zorg voor jongeren op de Noord-Veluwe. De wethouder hoopt daarmee de raad gerust te stellen over de acties die rond deze kwesties worden ondernomen.
09. Rondvraag De heer Doornwaard stelt nr. 2 van de Postlijst aan de orde: de informerende nota Dorpsoriëntatie Oosterwolde. Hij heeft de volgende vragen: 1. Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de aangenomen motie van 11 juli 2019 (verplaatsing VSCO)? 2. Hoe wordt uitvoering gegeven aan die motie door betrokkenheid bij dit initiatief? 3. Op welke wijze wordt de gemeenteraad gekend in de dorpendeal die in het eerste kwartaal van 2025 door de gemeente ingediend zal kunnen worden? Burgemeester Haseloop antwoordt dat een initiatiefgroep in Oosterwolde bezig is zich te oriënteren op onderwerpen die zij belangrijk vindt voor de ontwikkeling van de leefbaarheid. De groep wordt daarin ondersteund door de Leefbaarheidsalliantie van de provincie. Men was eerst van plan om de uitkomst van de oriëntatie aan te bieden via een ambtenaar of via het college. Het college heeft echter geadviseerd om dat te doen in een vergadering van de gemeenteraad, omdat het voor de initiatiefgroep mooier is om haar wensen en conclusies met de raad te delen. Tegelijk moest het college wel aangeven dat niet alles wat gewenst wordt ook gedaan kan worden. De burgemeester verwacht dat de initiatiefgroep in de raad van 12 december haar wensen naar voren zal brengen. Daar zal ook iets bij zitten over het verplaatsen van sportvelden.
In het vervolgtraject zal dan bekeken moeten worden wat haalbaar is.
10. Verslag vergadering 17 oktober 2024; update langetermijnagenda Het verslag van de vergadering van 17 oktober jl. wordt zonder wijzigingen vastgesteld, met dank aan de notulist. 10
De heer Van Oene legt de vinger bij punt 22 van de langetermijnagenda (Cultuurnota: omgang/beleid historische graven en begraafplaatsen). Dit punt stond er vorig jaar al op en wordt telkens vooruitgeschoven. De heer Van Oene begrijpt dat, gezien de capaciteitsproblemen waar het eerder deze avond over ging. Maar hij mist de toelichting; er staat alleen een rood kruis bij. Verder noemt hij punt 23 (Cultuurnota, kunst- en cultuurhistorische collectie, evaluatie van wat wel en niet bewaard gaat worden). Volgens hem voldoet de toelichting niet helemaal aan wat in 2023 aan de VVD is toegezegd. In de vorige langetermijnagenda stond dat het proces verder wordt afgerond wanneer de capaciteit op orde is en dat de gemeenteraad dan een terugkoppeling krijgt. Hij kan zich niet herinneren dat die terugkoppeling er is geweest. Wethouder Flier erkent dat bij punt 22 een toelichting had moeten staan. De oorzaak van het uitstel ligt inderdaad in capaciteitsproblemen. Er is nu iemand die de zaak waarschijnlijk kan oppakken, maar bij schaarste in de personele bezetting moeten er wel prioriteiten worden gesteld. Daarbij is dit punt helaas het kind van de rekening geworden. Het staat echter nog steeds op de langetermijnagenda en blijft dus in beeld. In het derde kwartaal van 2025 hoopt het college erop terug te komen.
De heer Van Oene heeft alle begrip voor de capaciteitsproblemen, maar wijst er wel op dat het punt dan straks al twee jaar op de agenda staat, terwijl de cultuurnota niet echt een heel uitgebreide nota is. Volgens hem hoeven er niet veel pagina’s aan gewijd te worden. De VVD wil het ook wel zelf oppakken, in overleg met de griffier. Wethouder Flier legt uit dat wordt voorgesteld om punt 23 af te voeren omdat het om een lopend proces gaat. Het college heeft de collectie laten uitzoeken. Daar zijn meer en minder waardevolle objecten uitgekomen. Vervolgens is er een proces gestart om de minder waardevolle objecten te presenteren aan de inwoners, met de mogelijkheid om ze over te nemen. Dat proces is uitbesteed aan een bedrijf, maar ook daar is langdurige ziekte opgetreden. Op dit moment heeft de gemeente nog niet een ander bedrijf kunnen vinden dat het kan oppakken. Zodra dat wel het geval is, gaat dat proces door. De punten 23, 39 en 40 worden van de langetermijnagenda afgevoerd.
11. Sluiting De voorzitter dankt alle deelnemers aan de vergadering voor hun inbreng. Hij wenst iedereen wel thuis en sluit de vergadering om 21.36 uur. Verslag ongewijzigd / gewijzigd (zie het verslag van
) vastgesteld op
, commissiegriffier.
11