Verslag 23 en 28 juni 2021.
Tekst van het document
RAADSGRIFFIE
CONCEPT
COMMISSIE RUIMTEGEBRUIK EN LEEFOMGEVING Verslag van de openbare digitale vergadering van 23 juni 2021, voortgezet op 28 juni 2021 Aanwezig Leden (23/6)
:
Leden (28/6)
:
Tevens aanwezig Voorzitter Commissiegriffier Notulist College
: : : : :
Ambt. onderst. (28/6) Tevens aanwezig Insprekers (23/6) Publiek Pers
: : : : :
de heren A.M. Boer, G.J.L. Dokter, J.A. Dijkstra, E.D. Doorneweerd, D.E. Doornwaard, P.H. Graansma, A. Heddema, A.J. Hellendoorn, W. van der Horst, H.G.P. Kemp, N.T. Schouten en H. Wijnne. de heren A.M. Boer, G.J.L. Dokter, J.A. Dijkstra, D.E. Doornwaard, P.H. Graansma, A. Heddema, A.J. Hellendoorn, W. van der Horst, H.G.P. Kemp, G. Vlieger en H. Wijnne. de heer E.J. Ruitenberg. de heer J. Tabak. mevrouw R.H. Huisman-Geertsma. de heren B. Engberts en B. Bergkamp, en mevrouw E.G. Vos-van de Weg (wethouders). de heren F.P. Witteveen, A. Velthoen, J. Korte, W. Kamp, H. Kuipers en G. de Wild, en de dames K. Slijkhuis, G. Zielhuis, I. Bosdriez en M. Emming. de heren J. Eikenaar, W. van Rees, L. Visscher, F.P. Witteveen. de heer P. Lensselink (gemeentesecretaris). 5 - (livestream) -
Afwezig 23/6 Afwezig 28/6
: :
de heer G. Vlieger. de heren E.D. Doorneweerd en N.T. Schouten.
Ambt. onderst. (23/6) :
01. Opening. De voorzitter opent de vergadering. Er is op voorhand een uitloopavond gepland op maandag 28 juni. De heer Van der Horst, nieuwkomer bij het CDA, wordt in het bijzonder welkom geheten. De heer Vlieger is op 23 juni afwezig. Op 28 juni is de heer Doorneweerd afwezig. 02. Vaststelling van de agenda. Agendapunt 8 wordt naar voren gehaald in verband met insprekers, deze wordt na 5 behandeld. Bij punt 3, 4, 5 en 8 zijn insprekers. Er is een rondvraag van de VVD en er is een brief binnengekomen die bij de rondvraag behandeld wordt. 03. Vaststelling variant ontwikkeling de Brink (Wezep). Inspreker Mevrouw Faber spreekt in namens de initiatiefgroep De Brink (zie bijlage)
1
De heer Boer vraagt zich af, als het ondergronds parkeren niet kan, of de variant parkeren bij de Boptie, aan de kant van de Pauluskerk en rand van het park, een optie kan zijn? Mevrouw Faber: Dit is niet uitgebreid gevraagd, maar een optie aan de rand van het park zoals ingetekend bij B, zou een veel mooier alternatief zijn dan midden in het park. De heer Dokter vraagt wat de commissieleden nog kunnen leren van hoe dit traject verlopen is? Mevrouw Faber heeft het proces als positief ervaren, hoe zowel vanuit de gemeente en de wethouder is deelgenomen, door het organiseren van ontmoetingen met de buurt, het delen van zaken en het participeren in de werkateliers. Goed met elkaar in contact blijven is belangrijk. Ook positief is dat de buurt en initiatiefgroep echt serieus zijn genomen. Eerste termijn De heer Van der Horst valt het op dat het voorstel afwijkt van de eerste plannen van ruim een jaar geleden. Kan de wethouder toelichten of de andere opties nog in beeld zijn? De tweede vraag namens het CDA: Gaat de wethouder mee in de redenatie dat er eventueel twee appartementen gebouwd kunnen worden? Dat gaat ten koste van het groene karakter, maar leidt wel tot inbreiding, wat ook een financieel voordeel heeft. Wethouder Bergkamp: We zijn met een bijna blanco blad begonnen en hebben wat ideeën en mogelijkheden geschetst.
Dat heeft geleid tot een opdracht zoals u die geformuleerd heeft: ga actief met de buurt in gesprek en houd de opbrengstkant in de gaten. Het moest minimaal kostenneutraal zijn, uiteindelijk zijn we twee ton in de plus gekomen. De varianten die nu op tafel liggen, zijn resultaat van gesprekken met de buurt. Daarom ligt dit voorstel er. De bewoners hadden nadrukkelijk de wens van een park. Er is begrip dat dit alleen kan met woningbouw, maar als de raad beslist dat er twee appartementencomplexen komen, dan wordt er sterk afbreuk aan dat uitgangspunt gedaan. De uitkomst is deze variant: een appartementencomplex met ruimte voor een park en een plus voor de gemeente. Het tweede appartementencomplex staat haaks op wat met de buurt is afgesproken, dus dat steunt het college niet. De heer Doornwaard vindt de 2 ton positief, maar vraagt zich wel af hoe zeker die opbrengst is. Want er kan nog geen berekening gegeven worden. Over de enquête: 21 procent heeft gekozen voor scenario E met maximale opbrengst. Hoe heeft het college dat gewogen? Dat is toch een vijfde deel. Is het college van mening dat door deze werkwijze, we in de toekomst niet meer voor die maximale opbrengst kunnen gaan bij een inbreidingslocatie? Ook met het oog op bijvoorbeeld het plan van Oldebroek West 3. Wethouder Bergkamp antwoordt dat de 2 ton euro een harde doelstelling is.
Er wordt nog verder naar de verfijning toegewerkt. Zeker met bovengronds parkeren is er nog voorzichtig gerekend, de 2 ton euro is een ondergrens. Als het gaat om variant E, er zijn bij verschillende varianten verscheidene uitspraken gedaan. Maar vanuit de initiatiefgroep en bewoners is het duidelijk dat variant D de grootste voorkeur heeft in combinatie met spelen en wonen. Over de opbrengst merkt hij op dat er een opdracht is meegegeven dat er geen geld bij moet. Maar in een toekomstig plan zouden nog specifieker de randvoorwaarden geformuleerd kunnen worden voordat we het proces in gaan. Bij bijvoorbeeld het WHC-traject ligt een duidelijke randvoorwaarde: de kosten van een nieuwe sportlocatie moeten opgebracht worden uit de opbrengst van de woningbouw. In een toekomstig traject zou de raad de kaders scherper en sterker kunnen formuleren. De heer Kemp geeft aan dat de buurt niet de enige participant is, maar ook de samenleving. Rood-Wit moest verplaatsen en dat heeft de samenleving bijna twee miljoen euro gekost. De uitslag van de enquête was logisch, de voorkeur voor ondergronds parkeren ook.
2
Hij vindt dat de wethouder in zijn berekening wel goed rekenschap moet geven, zodat er geen tegenvallers komen en het plan toch richting kostenneutraal gaat. Twee ton is wel echt een harde minimumopbrengst, in het licht van de kosten van de verplaatsing van Rood-Wit. Variant D komt niet eens in beeld als je praat over herstel van het weerstandsvermogen van de gemeente. Er zou veel meer geld gegenereerd kunnen worden bij dit soort inbreidingsprojecten als in dit voorstel naar voren komt. Het is jammer dat pas bij toekomstige projecten hardere afspraken gesteld kunnen worden. Het college hoort ook inzicht te hebben in wat de financiële situatie van de gemeente is, moet zelf de afweging maken en het niet laten afhangen van de eis van de raad. Een vraag over het clubhuis: in de voorwaarden van de potentiële koper staat ‘variant park’. Maar dat past niet bij woningbouw. Is deze koper serieus, of is er eventueel nog een andere koper? Anders blijft dit voorstel lang op tafel. Wethouder Bergkamp antwoordt dat er wel degelijk kaders zijn gesteld. Naar aanleiding van de eerste schetsen werd zeer nadrukkelijk gezegd dat er heel goed en nauw overleg met de bewoners moest zijn. Dat is gebeurd. Het uitgangspunt was kostenneutraal, en nu wordt er zelfs gewerkt naar een opbrengst. Er was geen kader over hoe groot die moest zijn.
Er is nooit een harde opdracht aan de voorkant geweest over de financiële kant. Luisteren naar de bewoners en draagvlak krijgen was het belangrijkste. De potentiële koper van het pand heeft positief gereageerd op het aangereikte kader, er is serieus gesprek gevoerd en uitgangspunt is dat er binnenkort definitieve afspraken worden gemaakt. De heer Kemp merkt op dat de raad volgens de wethouder heeft aangedrongen op maximale burgerparticipatie. De raad had dus eigenlijk ‘niet tot elke prijs’ daarbij aan moeten geven. Hij herhaalt dat het college zelf ook verantwoordelijkheid heeft. De heer Wijnne zegt dat de ChristenUnie positief is over participatie. Maar hij heeft ook vragen over hoe het in de toekomst moet gaan. Er wordt soms ook een bepaalde opbrengst verwacht. Daarnaast moeten we denken over welke type woningen we in de toekomst nodig hebben. Bij Oldebroek West 3 is een soortgelijk participatietraject aan de gang. Daar worden mooie varianten uitgewerkt, maar die leveren soms minder woningen op dan verwacht. Het is mooi, maar ook lastig om als raad achteraf nog voor een andere variant te kiezen als bewoners al van alles uitgewerkt hebben. De fractie wil dus deze manier van werken evalueren, en wil nadenken over wat er meegegeven wordt aan omwonenden tijdens de ontwikkeling.
Een vraag aan de wethouder is, hoe hij tegen het parkeren aankijkt in het midden van het park? Variant D heeft de voorkeur, met de opbrengst van twee ton. Maar zijn de onderhoudskosten van het park en het beheer van openbaar groen hier wel in meegenomen? Wethouder Bergkamp antwoordt: Als u akkoord gaat met D, en de twee varianten daarbinnen, gaan we door met zoeken met de bewoners naar de oplossing om het park zo groen mogelijk te houden. Met de 2 ton euro als uitgangspunt voor opbrengst. Misschien kunnen we nog iets verplaatsen, om het parkeren zoveel mogelijk uit het groen of uit het zicht te houden. De kosten van het onderhoud van het park zijn in de calculatie meegenomen. De heer Dokter geeft complimenten over de samenwerking tussen het ambtelijk apparaat en buurtbewoners. Vraag is of deze manier van werken normaal wordt. Er is een precedent gezet. Evaluatie moet daar ook over gaan. Dat de Brink geen park kan worden, is aan de begroting te zien. Kansen voor inbreidingsplannen kunnen niet eenvoudig weggewuifd worden gezien de huidige woningnood. De PvdA/Burgerpartij Oldebroek stemt in met optie D. Verder, als gemeente hebben we een laag weerstandsvermogen. We zullen moeten kijken wat onze status is en wat we willen halen. Hopelijk komen er nog meer plannen die meer opleveren. Een idee over het parkeren: Het parkeren van de Dorpskerk werd genoemd.
Er wordt dan geparkeerd in die wijk vooral op zondag. Is er overleg met Coelenhage geweest of de uitwijk naar de Mariënrade?
3
Kan er een samenwerking ontstaan, eventueel met kosten of parkeerkaarten, waardoor dat parkeren kan verschuiven naar bestaande parkeersituaties die op zondag normaal niet gebruikt worden? Van bouwvakkers hoorde hij dat het gewone riool nog wel eens droog wordt bevonden door scheiden van regenwater en afvalwater. Om riolen te beschermen moet dit misschien niet meer gebeuren? Herkent het college dit en is dit van toepassing in de gemeente? Woonwensresultaten en behoefte aan passende woningbouw ziet hij nog niet terug in dit plan. Komt dat in andere plannen terug, of wordt dat steeds weggedrukt wanneer er sprake is van goede participatie? De voorzitter geeft aan dat een aantal vragen technisch zijn en niet beantwoord hoeven te worden door het college. Wethouder Bergkamp vertelt dat de huidige techniek voldoet wat betreft riolering. De Heigraaf blijft een wandelgebied en gaat geen sluiproutes opleveren. Er komen geen achteruitgangen. De heer Boer: Het is mooi dat de buurt in vol enthousiasme meewerkte. Variant D is de meest mooie optie. De parkeervariant bij B is een goed alternatief als het geen ondergronds parkeren wordt. De locatie van dit plan was een mooi groen gedeelte van het dorp, hij vindt het positief dat half tot driekwart groen terugkomt.
Gaat de ontwikkelaar ook echt het hele park opnieuw indelen en wordt dit helemaal in de kosten verwerkt, zonder kosten achteraf? En wordt de verkoop van het gebouw een extra plus op het geheel? Wethouder Bergkamp zegt dat alle kosten in het plan zitten. Het is nog wel de vraag of het bij één ontwikkelaar blijft of dat er twee komen. Maar er komen geen kosten achteraf. De beoogde verkoopprijs van het gebouw is meegenomen in de exploitatie en leidt niet tot een plus. De heer Boer merkt nog op dat als er meerdere projectontwikkelaars zijn er wel een zeer sluitende overeenkomst gesloten moet worden zodat er geen onverwachte kosten achter weg komen. De heer Doornwaard vraagt waarom het college de financiële onderbouwing niet gedeeld heeft. Wethouder Bergkamp: de technische vraag van de SGP ging over de maximale opbrengst. Het was niet de vraag om een beeld te geven over de exploitatie, inclusief de € 2 ton. Hij doet de toezegging dat er nog een Grex komt met explicieter de financiële doorberekening. Reactie inspreker: Mevrouw Faber zegt in haar reactie dat ze vanuit de financiële insteek de vrees begrijpt voor precedentwerking. Maar niet alle locaties zijn vergelijkbaar. De verplaatsing van Rood-Wit en inrichting van De Brink waren twee gescheiden trajecten. De buurt vond verplaatsing niet nodig en er had dus voor lagere kosten gekozen kunnen worden.
De gemeenteraad gaf bij deze opdracht aan met de buurt in gesprek te gaan. Voor buurtparticipatie is budget vrijgemaakt en er werd aangegeven dat er rekening gehouden moest worden met dit bijzondere stukje Wezep. De opdracht was het uitwerken van een kostenneutraal plan. Tijden en wensen veranderen, maar tijdens het spel kunnen de spelregels niet veranderd worden. Er wordt nu alsnog een opbrengst gerealiseerd en dat is mooi meegenomen. Tweede termijn De heer Doornwaard geeft aan dat de SGP blij is met de toezegging van de Grex. Er zijn verder geen vragen. De heer Kemp wil dit onderwerp graag nog als agendapunt zien bij de raad. Meerdere partijen zijn daar voor. Het gaat als A stuk naar de raad van juli.
4
04. Principeverzoek realiseren zorgvoorziening Bovendwarsweg 93b (Oldebroek). Inspreker Inspreker is de heer J. van Werven, initiatiefnemer. Hij heeft het stukje land op 93B gekocht. Het was er een grote puinhoop en hij wilde daar wat mee. In de toekomstvisie van gemeente Oldebroek 2030 las hij over de omgevingsvisie van de provincie Gelderland van 9 juli 2014. Hierin staat dat de provincie zich wil inzetten voor de aanpak van leegstand en transformatie. Hij haalt verschillende punten uit het plan aan (punt 1.1.11, punt 1.2.3 en punt 1.2.4). Voor hem was dit aanleiding om in de toekomst te kijken wat hij kan met iets wat 8 jaar leeg stond en verwaarloosd was. Hij noemt het positieve effect van paarden op mensen en kwam op het idee om paardentherapie op te starten. De combinatie van zijn privé-ervaring, een plek waar niks mee gedaan wordt en de toekomstvisie van de gemeente heeft hem er toe gebracht dit plan te bedenken. Eerste termijn De heer Boer is verbaasd dat er nu ineens wel wat mogelijk is, omdat de vorige bewoner er niets mee mocht. Het is wel goed dat alles opgeruimd wordt. De vraag aan het college gaat over de afvalverwerker die ernaast ligt. Is er wel rekening gehouden met het lawaai dat daar vandaan komt? Is het voor een cliënt die daar komt voor behandeling, wel een geschikte plek? Ook de spoorlijn geeft geluidsoverlast.
Wethouder Engberts zegt dat er alleen nog maar een principeverzoek ligt, de regelgeving wordt in de toekomst meegenomen. Onderzoeken zijn nog niet gedaan. Ten aanzien van geluid moet het dan ook aan regelgeving voldoen. De heer Dokter zegt dat er spanningen liggen op de verwachtingen. Er is een vraag over de beheerderswoning. Woningen bij bedrijven mogen niet meer. Hoe kijkt het college hiernaar? Als er verkocht wordt, dan wordt er misschien ook gesplitst. Is dit plan dan wel een goed idee? Er moet ook nog een bestaande woning in het buitengebied gevonden worden die wordt afgebroken en een bestemming naar groen krijgt. Dat moet ook worden onderzocht. Kan het college hiernaar kijken, inclusief wat de precedentmogelijkheden hiervan zijn. Hij vindt het plan wat betreft de paarden wel een goed idee. Wethouder Engberts benoemt dat het niet om een woning bij een bedrijf gaat. De woning mag niet nadelig zijn voor het bedrijf dat er al zit (het afvalverwerkingsbedrijf). Het gaat hier om een beheerderswoning. En om het realiseren van een zorgvoorziening. Dat is een maatschappelijke bestemming. De beheerderswoning gaat niet uitbreiden, er wordt geen bedrijf opgericht. Het is geen precedent naar de toekomst omdat de bestemming niet zomaar in te ruilen is. Het mag niet als woning gebruikt worden, maar heeft een maatschappelijke bestemming ten behoeve van de zorginstelling.
De heer Wijnne vindt het initiatief een mooie zorgvoorziening die goed is in te passen op deze locatie. Het is ook een kans voor natuurcompensatie van de gemeente Oldebroek. Er zijn geen vragen. De heer Kemp heeft wel moeite met de locatie. De bewoner is er destijds uit gehaald omdat er geen permanente bewoning was toegestaan. Nu ligt er een voorstel om toch terug te keren naar een woonbestemming. De wethouder zegt dat het niet echt een woning is, maar dat verhaal gaat mank volgens de heer Kemp. Het hoofdstuk ‘zorg’ is geen gelopen koers, er is geen controle op in de praktijk. Het wordt dus gewoon een woning in een buitengebied. Daarnaast vraagt hij zich af of de locatie wel geschikt is als een maatschappelijke bestemming met zorg, omdat het ligt naast een recyclingbedrijf, de A28 en het schietkamp. De VVD denkt dat het hoofdstuk ‘zorg’ dan niet van de grond komt en dus wordt het waarschijnlijk een manege met een woning erbij. Daarnaast denkt hij dat
5
als dit plan wordt toegestaan op basis van ‘verrommeling tegengaan’, dat er precedenten worden geschept voor de toekomst. Wethouder Engberts geeft aan dat er een discrepantie was tussen wat bij de provincie lag en het gemeentelijk bestemmingsplan. Er kon geen goede beoordeling gemaakt worden. De initiatiefnemer heeft onderzoek gedaan en geeft aan dat er wel mogelijkheden liggen, omdat er al bebouwing aanwezig was en de provincie dit aangeeft als ‘groene ontwikkelingszone’. Dat heeft de opening gegeven om wel een woning toe te staan en daarnaast een contigent uit het buitengebied te halen en naar hier te verplaatsen. Daarnaast is er wel degelijk controle op de maatschappelijke bestemming. Een gebouw moet gebruikt worden conform de bestemming die erop ligt. De heer Kemp noemt nog dat in het stuk staat dat er de eerste drie jaar geen maatschappelijke bestemming is. En blijkbaar is er destijds dus mogelijk ten onrechte beslist ten opzichte van het provinciale beleid dat permanente bewoning niet was toegestaan. Dat kan leiden tot een schadeclaim van de vorige bewoner. Wethouder Engberts zegt dat iedereen vrij is om een schadeclaim in te dienen. Of het een haalbare kaart is, moet die persoon zelf onderzoeken. De drie jaar gaat over inschrijving Wmo. Er is nog geen zorgcontract met de gemeente mogelijk.
De initiatiefnemer moet mensen aantrekken die gebruik maken van de voorziening, maar die er zelf voor betalen. Daar weet de initiatiefnemer van. De heer Kemp merkt op dat deze zorg wetenschappelijk niet erkend is. De heer Engberts geeft aan dat dit punt met de definitieve aanvraag behandeld moet worden. De heer Doornwaard zegt dat de fractie van de SGP positief is over dit plan. De heer Dijkstra is niet positief. De vorige bewoner, de fractievoorzitter van het CDA, moest destijds de woning verlaten. Het CDA vindt het een vreemde constructie, met een compensatieregeling etc. De indruk is: als je geld hebt, kan het dus wel. Over de woonbestemming: de beheerderswoning is toch voor permanente bewoning? Wat als de woning te zijner tijd een keer overgaat in andere handen, hoe zit het dan met de woonbestemming, kan het dan een burgerwoning worden? De voorzitter wijst de heer Dijkstra op zijn woordkeus, en vraagt zijn opmerking over het geld te nuanceren. De heer Dijkstra bedoelt dat het erop lijkt dat door de compensatieregeling het nu ineens wél kan. Wethouder Engberts zegt dat op het perceel nu deze (maatschappelijke) bestemming komt. Bij eventuele verkoop blijven dezelfde eisen gelden ten aanzien van gebruik en bewoning. Een nieuwe persoon moet bekwaamheid hebben om deze maatschappelijke functie te vervullen. Daar moet hij invulling aan geven met certificaten etc.
Reactie inspreker De heer Van Werven: Soms zijn ideeën die nooit overwogen zijn passend bij een project. Ik ben tien jaar voorzitter van de stichting ‘Je Maintiendrai’ op het zorglandgoed Morren. Daar is ook een soortgelijke zorgbestemming en dat bevalt uitstekend. Daar is een andere doelgroep, die geen prikkels moet hebben. Dat is een rustig gebied. De beheerders zijn betrokken bij de zorg. Zo is mijn idee ontstaan. Ik heb het gebied netjes gemaakt een plan bedacht omdat het zonde was dat er niks mee gedaan werd. Ik heb een landschapsarchitect ingehuurd om er wat moois van te maken. Je krijgt niet zomaar een PGB, maar in Oosterwolde maken wij gebruik van verschillende doelgroepen. Mensen vanuit de GGZ, AWBZ, met PGB, wet Langdurige Zorg. Maar ook dagbesteding van mensen die het zelf betalen. De kans is groot dat mensen die het betalen kunnen hun kinderen naar ons toe sturen om die behandeling te krijgen. Het project is dus niet afhankelijk van de Wmo. Tweede termijn
6
De heer Dokter benoemt nog dat hij graag wil dat de buurt bij de plannen betrokken wordt. Er zijn geen vragen, opmerkingen of standpunten verder. 05. Participatie in kader van omgevingsvergunningaanvraag zonnepark A28 (Hattemerbroek). Inspreker De heer Wielink, initiatiefnemer: In het klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over de te reduceren CO2-uitstoot. Ook de gemeenten Hattem en Oldebroek hebben een opdracht gekregen. Als Wielinkgroep hebben wij het plan opgevat om vijf zonnevelden te organiseren, genaamd ‘Zon op ’t Zand.’ Dat slaat op buurtschap ’t Zand dat gelegen is aan de Oostersedijk. Het betreft vier grondgebonden opstellingen op onrendabele overhoeken langs de A28 en N50 nabij knooppunt Hattemerbroek, en een drijvend zonneveld op de voormalige zandwinningsplas aan de Oostersedijk. In totaal kunnen op deze manier circa 50.000 zonnepanelen worden geplaatst. Met een totaal opgesteld vermogen van ongeveer 20 Megawattpiek. Met de opbrengst daarvan kunnen we ongeveer 6000 huishoudens jaarlijks van groene energie voorzien. De gemeente Hattem zou met de realisatie van dit park een enorme stap voorwaarts zetten in de opdracht die ze vanuit het klimaatakkoord gekregen heeft. Dat geldt in kleinere mate ook voor de gemeente Oldebroek.
Het project omvat het bouwen van een veldopstelling met zonnepanelen en drijvende panelen, inclusief bijhorende bouwwerken, hekwerken, trafo gebouwtjes. De zonnepanelen worden georiënteerd op het zuiden. Het plan is om inpassingsmaatregelen te nemen om zo het zonneveld adequaat in te passen in het landschap, denk aan aanplant van struikgewas en een eventuele wal of dergelijke. Op dit moment is de vergunning in de gemeente Hattem verleend en is ook SDE-subsidie toegekend voor dit deel van het project. Voor het deel zon op water worden op dit moment de benodigde natuurkundige onderzoeken afgerond en zal vergunningverlening in de gemeente Hattem volgen in de loop van dit jaar. Voor het gedeelte Oldebroek staat het hier vanavond op de agenda. In de opiniërende nota gaat het over de afwegingscriteria die er zouden gelden en waaraan niet is voldaan. Punt 1.1, argument: Er is te weinig aan participatie gedaan omdat er geen financiële bijdrage kon voor gebieds- of wijkfonds. Dat zou moeten corresponderen met de windmolens van onder andere Van Werven. Weerlegging: Achter windmolens zit een ander verdienmodel. Door de versnippering die we hebben, hebben we grote infrastructurele kosten, we moeten een paar keer onder de Rijksweg en onder water door. De velden voldoen wel volledig aan de Zonneladder. Daar is het beleid van de provincie Gelderland mee begonnen.
Er zijn maar beperkt huizen aanwezig, van mensen die er daadwerkelijk op uitkijken. 1.2: Argument: er is te weinig aan participatie gedaan omdat niet voldoende lokaal eigendom is gegarandeerd, 50% lokaal eigenaarschap. Weerlegging: Wat is de definitie van lokaal? Ik ben eigenaar van perceel- en landbouwgrond in dit gebied en ons akkerbouwbedrijf is hier actief op wisselende percelen. En de werkmaatschappij van de exploitatie van het zonnepark zal in dit gebied gevestigd worden. 1.3: Argument: Er is te weinig aan participatie gedaan vergeleken met andere initiatieven, zoals het zonnepark naast ons. Weerlegging: De buurman heeft maar één park en dat ziet er complex uit, maar qua infrastructuur en kabels aanleggen is het simplistisch. Dat is een heel ander uitgangspunt. Hij heeft daardoor in zijn economische berekening ruimte voor een andere dan alleen een procentuele afdracht. De heer Graansma vraagt: Er zijn verschillende manieren van participatie mogelijk, zoals zonnepanelen beschikbaar stellen op een gebouw in de buurt en het kunnen meefinancieren in een park. Zijn die hier ook van toepassing, of alleen op het Hattemse deel? De heer Wielink: De 5% stellen wij beschikbaar. Zonnepanelen delen etc., dat zijn belastingtechnische voordelen waar we medewerking aan verlenen. Als je deelneemt in het park, staan wij die 5% af. In
7
Hattem is dat overeengekomen met Powered by Hattem. In Oldebroek werd gevraagd om te praten met energiecoöperatie Noordwest-Veluwe, maar daar kwamen we niet uit. Powered by Hattem wilde zich uitbreiden naar Hattemerbroek. En deze organisatie wil dan ook voor dit deel van het project die 5% verzorgen. De heer Graansma: In het stuk staat dat de gebiedsbijdrage zoals die bij het windmolenpark plaatsvindt, niet mogelijk is. Het gaat om 0,001 cent per kWh. We hebben het dan over 1.700 euro. Is die doorslaggevend of het wel of niet doorgaat? De heer Wielink: Het is de som der getallen wat zegt of we het wel of niet te doen. Daarom houden wij aan de 5% vast, dat ging in Hattem ook zo en dan is het qua participatie overzichtelijk. Eerste termijn De heer Graansma: De ChristenUnie is positief over duurzaamheid, en zon op het land, op een goede plek die redelijk uit het zicht ligt. Hoe gaan we om met de participatie, is het bekend hoeveel belangstelling er is? Hoe hard is die eis van 50%? Die komt uit de RES, het is een landelijk verhaal. Als het gaat om de 0,001 cent, wat ongeveer 1.730 euro opbrengst betekent, dan heeft de ChristenUnie moeite om dat te laten varen. Kan het college hier wat meer uitleg over geven of dit een struikelblok zou kunnen zijn? De zonneparkdelen is wat anders dan die 5%. Er staan wat dingen genoemd in de ruimtelijke onderbouwing.
Ik mis wat zaken die wel bij Hattem liggen, die zijn hier erg beperkt. Wethouder Bergkamp: De energiecoöperatie was één optie. Die had geen belangstelling. Er zijn nog wel andere manieren om de participatie inhoud te geven. Geef bewoners kans om deel te nemen, dan kan er een hoger bedrag uit komen. De 5% is een richting, geen harde eis. Het gat tussen 5 en 50 procent is heel erg groot. Maar de 50% als streven staat ook landelijk steeds steviger. De tien toetsingscriteria zijn we aan het uitwerken. De wethouder heeft geen antwoord op de 0,001 cent. De heer Graansma vraagt zich af of dat kleine bedrag onoverkomelijk is, of we wel of niet met zo’n park meegaan. Wethouder Bergkamp zegt dat het risico van een precedent er is. Daarom is het college sowieso afhoudend ten aanzien van dit voorstel. De heer Doornwaard zegt dat de SGP het eens is met het college en niet wil afwijken van de afspraken. Dat schept namelijk precedentwerking naar andere projecten. Bij deze ontwikkelingen aangaande duurzaamheid is participatie van essentieel belang en moet het voldoen aan de afspraken. Zeker als straks de RES een feit is. De heer Dokter zegt ook dat college en commissie op één spoor zitten. Dit soort projecten moeten zo lokaal mogelijk. Dat moet ook geborgd zijn in de toekomst bij andere trajecten. Er is nu risico op precedentwerking.
Het is van belang dat er gedeeld blijft worden, dat de samenleving zo veel mogelijk kan participeren. De heer Heddema zegt dat ABO op twee gedachten hinkt. Enerzijds worden er zonnevelden gerealiseerd op vruchtbare grond, maar het is een overhoek en in die zin een ideale locatie. Aan de andere kant is er het vermoeden dat er meer aanvragen komen voor kleinschalige velden. Als men nu al gaat schuiven, hebben we geen been om op te staan bij kleinere initiatieven die minder rendabel zijn, om die ook ter wille te zijn. ABO wil niet stemmen voor precedentwerking. Wellicht is het mogelijk nog eens met de ondernemer om tafel te gaan, over een veel grotere bijdrage die in de buurt komt van de 50%. Dan kan Oldebroek ook meedoen. Maar dan hebben we de ondernemer nodig. De heer Kemp zegt dat Oldebroek een iets ander beleid heeft dan Hattem. Met name met betrekking tot de participatie, uitbetalend in een financiële bijdrage. 50% wordt tegenwoordig overal als richtlijn meegegeven. De VVD is blij dat het niet over agrarische grond gaat. Maar het is jammer dat de initiatiefnemer met een kleine vertaling van participatie werkt. Doe een poging om het gesprek aan te
8
gaan. Mocht dit percentage niet groter worden, dan is het jammer van het project, maar dan gaat het richting precedentwerking en zou de gemeente verliezer zijn. De heer Dijkstra: Het verschil tussen 5 en 50% is groot en gaat precedentwerking scheppen. Het CDA kan hier niet in mee gaan. Advies aan de heer Wielink is om meer participatie te creëren. De tien afwegingscriteria zijn niet voor niets opgesteld. Wethouder Bergkamp geeft aan dat de opinie uit de commissie helder is en dat het college daarmee aan de slag kan. Reactie inspreker De heer Wielink vindt het jammer dat het plan geschoren wordt. Het plan voldoet aan vele eisen. Er loopt ook een hoogspanningskabel door het perceel, dus een heel deel mag niet bezet worden. Het netto gebied wordt klein. Hij geeft aan nog wel met het college om tafel te willen gaan over wat wel de mogelijkheden zijn, maar als er richting de 50% gedacht moet worden, is het een no go. De voorzitter neemt aan dat het college deze handschoen oppakt. De raad ziet wel of college wel of niet terugkomt met een acceptabel voorstel. 06. Vaststelling Regionale Energiestrategie Noord-Veluwe (RES 1.0). Eerste termijn De heer Dokter: Er ligt een grote uitdaging om in 2050 de energie neutrale situatie te bereiken. We sturen nu eerst op 2030. Als Oldebroek kunnen we nog kijken naar uitbreiding bij de windmolens aan de N50.
Als PvdA/Burgerpartij Oldebroek hebben we ingestemd om dat te onderzoeken. Maar het blijft een feit dat we ooit bestuurlijk hebben gezegd dat er niet meer dan vier molens zouden komen. Als we nu toch onderzoeken of er meer moeten komen, moeten we dat wel uitleggen aan de bewoners. Maar we hebben een taakstelling te halen dus we moeten het wel onderzoeken. De RES is een regionale strategie en daar zitten de nodige belangen bij. We moeten als lokaal bestuur wel zelf aan de knoppen blijven draaien over welke ontwikkelingen we wel of niet willen. De heer Graansma zegt dat de ChristenUnie tot op zekere hoogte tevreden is over het traject. Een motie die vorig jaar werd ingediend, werd goed verwerkt. Maar de fractie mist de participatie van de burger door corona. Digitaal gebeurde er wel veel, echter het blijft een aandachtspunt. Oosterwolde is ontzien in de RES. Zoekgebied Hattemerbroek is meer verplaatst richting de N50/A28/Spoorweg. Dat de kern van Hattemerbroek zo veel mogelijk ontzien moet worden, is ook opgenomen. Ook is opgenomen dat Oldebroek gesprekken gaat voeren met Kampen/Hattem en de spoorwegen en andere organisaties. Er is wel besloten dat er natuuronderzoeken gedaan gaan worden. Dat is positief. Die uitslagen zijn er dan als er een RES 2.0 komt en kan er sneller een slag gemaakt worden. Er is opgenomen dat we langs de A28 meer onderzoek willen hebben.
Inzet op zon op daken en bedrijfspanden is opgenomen. Daar is nog veel winst te halen, er moet ingezet blijven worden op het vervolg. Het betrekken van de samenleving bij het concretiseren van de energieprojecten is belangrijk. We hebben tien criteria opgesteld en daarmee moeten we aan de slag blijven gaan. We moeten het gesprek aan blijven gaan met de woonomgeving. De regionale structuur warmte zit er ook bij. We hebben besloten een aantal wijken van het gas af te halen. Daar hebben we dit hard bij nodig om te kijken hoe we die wijken wel gaan verwarmen. De heer Dijkstra vindt dat er nog een lange weg is e gaan. De RES is goed vastgelegd. Er is een sterke focus op daken. Knooppunt Hattemerbroek zit niet in zoekgebied. Dat waren harde eisen. De participatie is moeilijk verlopen. Mensen participeren pas als ze direct betrokken raken, als er bijvoorbeeld een windmolen in hun achtertuin komt. Het houdt in dat de gemeente bewoners goed op de hoogte moeten houden, wat de ontwikkelingen zijn van de RES en wat de consequenties zijn voor Oldebroek.
9
De heer Heddema: Dit is een voorlopig stuk met tussenbeslissingen. Er staan goede dingen in. Speciaal noemt hij de projectorganisatie onder leiding van de wethouder. Daarmee heeft Oldebroek een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van deze RES. Ook ABO maakt zich zorgen over de participatie. Dorpsbelang Oosterwolde spreekt zijn verontrusting uit als het gaat om de zoekgebieden, voor de vruchtbare gronden rond Oosterwolde, om daar zonnevelden te realiseren. Dat is bij ABO ook een achilleshiel. Tevens in het mooie buitengebied rondom onze landgoederen zijn zoekgebieden integraal weergegeven. Daar moet nog eens goed naar gekeken worden. Er lopen recreatieve gebieden met fiets- en wandelpaden. Het zou zonde zijn om daar kleinschalige zonnevelden te realiseren. Hij vindt ook dat er een inhaalslag gemaakt moet worden op participatie. Door corona is het niet onze schuld. Maar de gemeente moet wel steun krijgen, dus zullen we burgers moeten informeren. Draagvlak is belangrijk. De heer Kemp: gezien de omvang moet het een A-stuk worden in de raad. Hij wil nog wijzen op een onderzoek over de wespendief waar destijds veel over gesproken is. Dat blijkt nu een gigantisch probleem op te leveren. We zullen zien wat dat straks voor gevolgen heeft.
Over de participatie van de zonneparken, waar weinig tot geen samenwerking met de samenleving dreigt te ontstaan, dreigt de subsidie zelfs weg te vallen in de nabije toekomst. We zien gelukkig wel de zoektocht naar andere vormen van energiewinning dichterbij komen. Verdere opmerkingen wil de VVD graag bespreken in de raad. De heer Doornwaard: De SGP wil graag de mening van het college horen om die te gebruiken bij de afweging. Doet deze definitieve RES 1.0 recht aan de het amendement en de motie die door de raad zijn aangenomen? De technische vragen zijn goed beantwoord. Die gingen onder andere over de aanbevelingen van Liander. In maart 2020 heeft de SGP iets over de kostenefficiëntie van het elektriciteitsnetwerk geschreven. In hoeverre zetten die aanbevelingen van Liander de spelregels op bladzijde 29 onder druk? Spelregel 4: er moet een weging plaatsvinden tussen de lusten en lasten in relatie tot iets, bijdragen aan de RES. Spelregel 6: de bestuurders spreken elkaar aan op iets bijdragen aan de RES, waarin gezocht wordt naar weging tussen lasten en lusten die rechtdoet aan de kwaliteiten van de Noord-Veluwe. In de grafiek staat aangegeven hoe groot de bijdrage is van Oldebroek.
In hoeverre is die weging tussen lusten en lasten evenredig? Zijn de aanbevelingen van Liander, waardoor er nu gesproken wordt over een ‘energie hub’ bij Hattemerbroek, een verrassing voor windmolens op het grondgebied van de gemeente, dus nog meer naar het zuiden toe? Is die weging tussen lusten en lasten zo niet uit balans? Er zit een discrepantie in het proces van samenwerking en regie. Aan één kant gaat het om lokale regie, maar het is geen vrijblijvend proces. Welke inspanningen zijn er geleverd om die landbouwtransitie geen onderdeel uit te laten maken van de RES? Wat is de mening van het college of er voldoende rekening gehouden is met alternatieve opwekkingen en energiebesparing. Over de ambtelijke inzet en daardoor meer kosten: in hoeverre is dit al door het college meegenomen? De heer Bergkamp vindt dat de motie en het amendement evenwichtig zijn verwerkt. Met Liander is goed gesproken. Als het gaat om de verhouding tussen lusten en lasten, gaat het over zon versus wind. Onze RES-regio zit aan de goede kant. Wat Liander bedoelt gaat over de energie hub: als er 4 windmolens staan ligt het voor de hand in het kader van reduceren van maatschappelijke kosten om te kijken of je met zon nog iets kan. Dan maak je maximaal gebruik maken van de aanwezige capaciteit.
Maatschappelijke lasten zijn dan lager dan wanneer je ergens op een nieuwe plek grootschalige voorzieningen moet treffen. De heer Doornwaard vraagt: Het college gaf eerder aan dat investeringen in het elektriciteitsnetwerk ondergeschikt moet zijn aan het uiteindelijke doel? Hoe verhoudt deze reactie zich? Wethouder Bergkamp herkent deze uitspraak niet. Gevraagd wordt aan alle aandeelhouders om hun kapitaalpositie te versterken zodat er geïnvesteerd kan worden in uitbreiding van het netwerk. Het is
10
zonde om initiatieven te frustreren omdat men de energie nu juist soms niet kwijt kan. Juist de opslag wordt een groter aandachtspunt en staat ook benoemd in de RES. Lokale regie is er zeker. Netwerkcapaciteit is iets wat je bijvoorbeeld regionaal wilt bekijken. Lokaal wordt bepaald welke ontwikkeling wordt gefaciliteerd. De raad blijft aan zet als het gaat om initiatieven die nog langs gaan komen. De landbouwtransitie is benoemd in het kader van de motie van de raad. De ontkoppeling is in de RES aangebracht. In het kader van het buitengebied zal energie ongetwijfeld een thema zijn, maar dan wordt het wel besproken in die volgorde en niet andersom. De RES is daar dus niet bepalend in. Energiebesparing is een belangrijk thema, via ons energieloket wordt hierop volop aandacht gegeven middels een voorlichtingsactie. Er komt nog een actie aan om nog meer energie te stoppen in de energiebesparing door allerlei te treffen maatregelen. Alle energie die bespaard wordt, hoeft niet te worden opgewekt. Alternatieve opwekking van energie is ook benoemd. We hebben het over kernenergie gehad, daar is een brief over gestuurd naar de provincie. In de RES is opgenomen dat we nadrukkelijk kijken naar alternatieven in onze regio. De bio-vergister op Landal is een mooi voorbeeld, waar voedselresten worden omgezet in warmte-energie.
Over eerlijke verdeling gemeenten onderling: het uitgangspunt van de RES blijft dat elke gemeente zich inzet om het energieverbruik ook zelf op te wekken. Waar we kunnen combineren doen we dat. We gaan bijvoorbeeld in gesprek met Hattem en Kampen. Het is goed om met de drie raden verder te spreken in kader van de RES 2.0. Het onderzoek naar de wespendief gaat niet plaatsvinden zoals oorspronkelijk bedoeld, omdat deze heel gedifferentieerd door het hele jaar voorkomt. Maar waar de aandacht wel naar uitgaat zijn de mitigerende maatregelen die genomen kunnen worden. Maar ook daar moet nog onderzoek naar gedaan worden. Daar komt nog nadere info over, echter gaat dat geen invloed hebben op de RES 1.0. De heer Doornwaard neemt de mening van het college mee in de overweging van de SGP. Op bladzijde 11 staat dat energiebesparing geen onderdeel is van de RES. Zo zijn er meer dingen waar nu definitief ja tegen gezegd moet worden. De kosten van Liander zijn nu leidend waardoor energie hubs gecreëerd worden, waardoor bepaalde plekken in de regio de lasten dragen. Iedereen moet straks zijn eigen energiegebruik opwekken. Maar Oldebroek is er al bijna, dus dan zijn die verdere onderzoeken niet nodig. Nog meer zon op dak is dan bijvoorbeeld niet nodig. Tweede termijn De heer Graansma wil nog wat zeggen over zijn zorg over de energiecoöperaties.
De energiecoöperatie Noord-Veluwe onder andere stond niet te springen dat Hattem wat in zou vullen. Hij ziet daar de zwakheid van het participatiegebeuren bij de energiecoöperaties. De ChristenUnie heeft een motie voorbereid en wil die behandelen in de raadsvergadering om versterking te gaan zoeken bij de energiecoöperaties en meer participatie op gang te brengen. Wethouder Bergkamp merkt op dat de energiecoöperaties op de Noord-Veluwe zich hebben verenigd en gezamenlijk partner zijn in de RES. Ze hebben nadrukkelijk hun inbreng geleverd, en aangegeven dat ze met een apart voorstel komen om nog meer zon op daken van bedrijventerreinen te stimuleren. Deze energiecoöperatie is een actieve partner op alle terreinen. Bij participatie is prioriteit 1 de zes dorpsgesprekken die door corona niet mogelijk waren. De wethouder wil bewoners daarin bijpraten en luisteren naar wensen, verlangens en zorgen. Hopelijk kan dit na de vakantie. Over de energiebesparing: de RES heeft nadrukkelijk als opdracht de grootschalige energieopwekking. Maar energiebesparing is een nadrukkelijk onderdeel van het portefeuillehouder overleg Duurzaamheid en is nadrukkelijk ook meegegeven als actiepunt naar Veluwe Duurzaam. Het klopt dat het niet een opdracht is van de RES, maar de portefeuillehouders Duurzaamheid op de Noord-Veluwe hebben energiebesparing wel hoog staan op het actiepuntenlijstje van hen zelf.
11
De voorzitter sluit het punt af. Het gaat als A stuk naar de raadsvergadering van juli. 07. Vaststelling beleidsnotitie Flexibele Huisvesting Arbeidsmigranten 2021. Eerste termijn De heer Schouten vindt het de plicht van de gemeente om deze groep waardige huisvesting te geven. En steunt het dat er zwart op wit komt te staan dat recreatieterreinen geen gedegen locatie worden bevonden. Hij stemt in met voorstel. De heer Dijkstra waardeert de toelichting op het stuk wat betreft de oude regels versus de nieuwe. Deze zijn duidelijk onderschreven. Het CDA gaat akkoord. Een vraag is hoe het college de handhaving op bedrijventerreinen wat betreft woningen voor zich ziet? Wethouder Engberts zegt dat de nieuwe beleidsregels helderheid geven. En dat daar nadrukkelijk op gecontroleerd gaat worden. Er kunnen niet zomaar caravans geplaatst worden, want ook hier moet een intentieverklaring voor gegeven worden, net als bij grotere huisvesting. de heer Boer vraagt waarom de hoeveelheid van 300 arbeidsmigranten wordt losgelaten? De heer Engberts antwoordt: Er is intensief onderzoek gedaan en gesproken met alle betrokkenen. Er is getoetst om hoeveel werknemers het nu gaat binnen onze gemeente. Voor hen willen wij de huisvesting in orde hebben. Dan is het aantal van 300 niet meer maatgevend maar de vraag van de lokale werkgevers. Er kan dan een kleine groei in zitten.
Ze geven trouwens aan dat het nu goed in balans is. Er wordt geen forse groei verwacht. Werkgevers vragen zich wel af welk type woning er meer nodig is. Mensen die blijvend willen vestigen zijn vaak op zoek naar een echte woning. Daar moeten we verder over praten, hoe we dat gaan vormgeven. De heer Doornwaard heeft geen vragen en stemt in met het voorstel. De heer Doorneweerd: De sociale problematiek moet onderdeel uitmaken van de beleidsnotitie. Er is met werkgevers gesproken om deze beleidsnotitie op te stellen. Hebben zij hier nog op gereageerd? Komt hun mening hierin naar voren? Over sociale problematiek: er is gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente met bedrijven en uitzendbureaus etc. Hoe zorgen we er als gemeente voor dat andere partijen ook echt hun verantwoordelijkheid nemen? Denk aan faciliteren van andere partijen maar ook arbeidsmigranten om voldoende te integreren. Een vraag over regionale afspraken: Een waterbedeffect moet worden voorkomen, en afspraken moeten worden herzien en opnieuw opgesteld. Wanneer gebeurt dit? Verder vindt de ChristenUnie het een goede beleidsnotitie. Wethouder Engberts: Werkgevers zijn op de hoogte gesteld, er is geen zienswijze op ontvangen. Ze zijn welkom om dit door te spreken. Aan de afronding en opstelling van de intentieverklaring wordt gewerkt na deze vergadering. Mededelingen komen dan in de jaarlijkse rapportages.
Het faciliteren en integreren binnen de maatschappij is nadrukkelijk aan de orde bij de werkgevers. Zij hebben daar ook belang bij. Hoe zij daarmee omgaan, komt terecht in de convenanten. Die zijn beschikbaar en bekend bij instanties. Ze zijn opgesteld in samenwerking met de FNV en andere groepen die daarin meer expertise hebben dan de gemeente. We zijn hierover regelmatig met hen in gesprek. De heer Dokter: gelijkwaardigheid en menswaardigheid zijn uitgangspunten. Arbeidsmigranten en inwoners moeten niet tegen elkaar worden uitgespeeld. Iedereen die in Nederland werkt heeft en houdt dezelfde rechten. Ongelijkheid tussen mensen is de weg naar maatschappelijke tegenstellingen. De werkelijkheid geeft ons vaak slechte voorbeelden van de omgang met arbeidsmigranten. De overheid heeft een rol hierin als de markt niet ingrijpt. Het gaat ook om het beleggen in koopwoningen: daarvoor moeten heldere regels komen, dat dat bijvoorbeeld geen arbeidsmigrantenhotels worden. Mensen moeten menswaardig kunnen wonen. Wat kan de wethouder hier mee? Verder vindt hij de stukken erg goed.
12
Wethouder Engberts antwoordt: In het bestemmingsplan staat omschreven wat een huishouden is, daar valt zo’n voorbeeld van meerdere arbeidsmigranten in één huis niet onder en daarin hebben wij een handhavende taak. Tweede termijn Er zijn geen verdere vragen. Het voorstel wordt genoteerd als B punt voor de raad van juli. 08. Realisatie drie maatwerkwoningen Feithenhofsweg (Oldebroek). Insprekers Er zijn twee insprekers. Namens Omnia Wonen de heer Smink: Omnia ondersteunt de gemeente om deze woningen te realiseren. Belangrijk is dat het maatwerkwoningen zijn, want het gaat om mensen die niet goed gedijen in een normale woonwijk. Ze kunnen tot last zijn van medebewoners. Ervaringen in Denemarken o.a. leert dat dit een goede oplossing is. Omnia wil er graag aan meewerken om betaalbare woningen neer te zetten voor mensen met een laag inkomen. De huurprijs laag houden wordt wel een uitdaging, maar het is belangrijk dat er iets meer dan een containerwoning neer wordt gezet. Belangrijk is dat ze los van elkaar staan op een goed te bereiken locatie. Het is goed dat de gemeente dit initiatief heeft genomen. En het is belangrijk dat hier een zorginstelling bij betrokken is. Het is een doelgroep die extra toezicht nodig heeft. De heer Boer: Er is vorige week nog een presentatie geweest, waar ook Omnia bij vertegenwoordigd was. Er zijn toen drie presentaties geweest van Oldebroek West 3.
Er is ook gesproken over de locatie naast het woonwagenkampje, tiny houses. Tot onze verbazing krijgen we nu ineens dit onder ogen. Omnia is bij beide projecten betrokken, hoe zit dit? De heer Smink was zelf niet bij de presentatie aanwezig, maar vermoedt dat met de tiny houses het project van de maatwerkwoningen werd bedoeld. De heer Wijnne is benieuwd of er veel behoefte is aan dit soort woningen in onze regio. De heer Smink verwacht dat ze goed te vullen zijn. In Harderwijk worden er 8 gebouwd, ook in Nunspeet en Elburg. De heer Doornwaard vraagt of Omnia bij het locatieonderzoek betrokken was. De heer Smink zegt dat Omnia geen inbreng heeft gehad, het is aangedragen door het gemeentelijk apparaat. Maar Omnia vond het wel een geschikte locatie. De heer Kemp: Het gaat om kleine woningen; zijn ze specifiek op de doelgroep ingericht en gaat het dan om individuen of gezinnen? De heer Smink: de woningen zijn geschikt voor 1 persoons huishoudens. De tweede inspreker is de heer Janse namens het EBC. Deze organisatie is al 48 jaar actief in Oldebroek, gestart vanuit de kerken. Hij vertelt bij wijze van voorbeeld over een man die kandidaat kan zijn voor zo’n voorziening: Een man van 53, getekend door het leven, hij woonde midden in het dorp. Getrouwd, twee kinderen. Hij ging steeds meer in zichzelf praten. Hij raakte de weg kwijt en zijn huwelijk liep steeds moeilijk.
Het leidde tot een escalatie en hij kwam op straat. Er kwam alcoholgebruik bij. In een woonwijk leven werd steeds lastiger. Hij creëerde veel spullen om zich heen en dat gaf hem een gevoel van veiligheid. De buurt vond het rotzooi, hij zag het als spullen. Alles bij elkaar nam het grote vormen aan. Zo’n man is een kandidaat voor een maatwerkwoning. Het doel is om een kleine rustige omgeving te hebben met weinig externe prikkels. Zo komen die mensen tot rust, blijkt uit onderzoeken. Meerwaarde van de locatie is, dat we er als EBC kort bij zitten. We kunnen zorg op afroep leveren. Mensen komen niet in een vrijstaat te leven waar ze alles maar kunnen doen.
13
Ze hebben een huurcontract. EBC doet het samen met Omnia wonen, bij overlast of strafbare feiten is er justitie. Het is een mooi initiatief voor deze hulpbehoevende medebewoners. De heer Boer: Past iemand die veel aan spullen hecht wel in zo’n huisje? Hoe wil je dit verzamelen tegengaan? De heer Janse: Dit voorbeeld gaat om hoarding problematiek. Extreme verzamelaars begeleidt het EBC in het terugdringen van spullen. Dit doen ze samen met Omnia wonen. Je kan niet je hele tuin volbouwen. Samen worden spullen bijvoorbeeld naar de Kringloop gebracht. Hij nodigt de commissieleden uit om eens langs te komen bij het EBC en te komen praten over hun werk. De heer Boer: Heeft u daar ook pressiemiddelen voor, voor mensen die hun hele hebben en houden buiten zetten? U kunt niet hun spullen weghalen. De buurt heeft in het voortraject er dan al vraagtekens bij. De heer Janse zegt dat het niet anders gaat als bij andere woonwijken. Bij de screening wordt daarnaar gekeken. Er komen bijvoorbeeld regels over tuinen, dat dit geen grote opslagplekken zijn. De heer Wijnne neemt de uitnodiging om te komen praten aan.
Een vraag over de doelgroep: hoe wordt de afweging gemaakt of iemand daar komt te wonen of opgenomen moet worden? Hoe ziet de begeleiding eruit? Heeft de heer Janse ervaring met dit soort woningen? De heer Janse zegt dat hij ervaring heeft opgedaan bij een maatwerkwoning in Putten, in samenwerking met Iris Zorg. Er is ervaring met zorg mijdende cliënten. Ook participeert het EBC in het team VIA van de GGD. Achter de voordeur komen is een vereiste. Mensen hebben een huur- en zorgcontract. Er zijn bemoeizorgers in het team die juiste snaren weten te vinden. Met Omina is er sociaal beheer, wekelijks bezoek. EBC is bereikbaar in de buurt met bereikbaarheidsdiensten en kan korte interventies doen. De screening gaat in samenhang met Omnia Wonen en ook de GGD. Ook zelf kijkt het EBC of het passend is. Aanjagers zijn woningcorporaties, maar dan is het EBC vaak al betrokken. De heer Doornwaard: Hoe beoordeelt de heer Janse de locatie omdat deze toch wel aan de rand van de kern ligt en niet buiten de kern? Is het EBC meegenomen in het locatieonderzoek? Deze locatie ligt nog aan de rand van de kern, er komt nog een project achter wellicht. De heer Janse: Het EBC was er zelf niet bij betrokken maar heeft wel meegedacht. Tot rust komen creëert stabilisatie.
Er kunnen nog dingen bedacht worden om geluidsoverlast te beperken, maar hij denkt dat mensen hier tot rust kunnen komen en verder hun bestaan voortzetten. De heer Dijkstra vraagt of locatieonderzoek over weinig externe prikkels misschien nog wel nodig is? De heer Janse denkt dat het bij externe prikkels meer om directe buren gaat. Eerste termijn De heer Doornwaard: In het voorstel staat dat er nauwelijks locaties geschikt zijn. Blijkt dan niet dat het toch moeilijk te realiseren is in Oldebroek? Had de expertise van de insprekers niet beter meegenomen kunnen worden bij het locatieonderzoek? Waarom moeten wij als gemeente voldoen aan de opgave van de regio? Kunnen we hier als regio niet naar geschikte locaties kijken? Hoe verhoudt dit zich met de nieuwe plannen van Oldebroek West 3? In hoeverre spelen dan bezwaren, zoals de looproute bij het Oldebroekse bos? We hebben ambtelijk de criteria overgenomen van Harderwijk, door de raad vastgesteld; waarom is het college niet in het voortraject betrokken? Wethouder Vos zegt dat de gemeente een taak heeft, ook al is het moeilijk te realiseren. We hebben de handschoen opgepakt voor minimaal twee woningen. Vanuit expertise in de regio is een lijst met voorwaarden opgesteld waaraan een locatie aan moet voldoen. Er is dus wel met expertise naar gekeken, alleen niet direct door deze insprekers.
Waarom Harderwijk en Ermelo het heeft laten vaststellen door de raad en wij niet, is omdat het een expertise verhaal is. De ambitie voor twee woningen is wel als opdracht richting het college gegaan.
14
De heer Engberts: De presentatie van Oldebroek West 3 was vorige week. De projecten lopen inderdaad naast elkaar. Het college kon alleen nog niemand meedelen dat dit liep, omdat we eerst de buurt wilden informeren. Dat hebben we afgelopen weken gedaan. Daarmee gaan we een vervolgtraject in. De klankbordgroep van Oldebroek West wordt nu ingelicht en plannen kunnen nu in elkaar geschoven gaan worden. Het gaat nu om onderzoek te starten naar de haalbaarheid. Alle aspecten moeten nu in kaart gebracht worden. Alle partijen moeten meegenomen worden en ook de kosten moeten verantwoord zijn. De heer Boer vindt dat dingen wel langs elkaar heen lopen. Er zijn wel mensen die al dingen ingetekend hebben en niks weten van deze initiatieven. Er zijn ook buren die problemen hebben met deze plannen. Als commissie moet er ook geluisterd worden naar mensen die daar wonen. Ze worden er wel mee opgezadeld. En waarom zat de raad niet in het voortraject voor misschien een betere locatie? Hij wil graag het stuk terugzien om mee te denken over de locaties. Als het gaat om Oldebroek West 3 krijgt dit toch een andere invulling, want het ligt er tegenaan. En dat is geen pluspunt. Hij wil dat het stuk teruggenomen wordt en opnieuw naar de raad komt. Wethouder Vos antwoordt dat juist eerst geluisterd is naar de bewoners aan de Feithenhofsweg voordat we naar de raad kwamen.
We wilden hen vanaf het begin af aan meenemen. Zij geven dingen aan die we serieus meenemen. Wij denken dat deze locatie het verdient om verder onderzocht te worden. De heer Engberts: Er zijn veel onderzoeken geweest over de locatie en nu is de buurt ingelicht. In het kader staat dat het dicht tegen kernen aan moet liggen, maar niet in de wijk. Aspecten zoals bereikbaarheid zijn juist meegewogen bij deze locatie. De participatie is dus meegenomen door de buurt mee te nemen, dat liep tegelijk met het participatietraject van Oldebroek West 3. We wilden niet dat iedereen het dan gelijk wist, maar wilden eerst de buurt inlichten. En Oldebroek West 3 kan nog steeds participeren, er zijn alleen nog maar eerste schetsen gemaakt. De heer Boer hoopt dat de wethouder inderdaad luistert naar de buurt en de argumenten gelezen heeft. Misschien kan ze ook nog luisteren naar de commissie en het toch opnieuw inbrengen. De heer Dokter: De raad wordt meegenomen in de informerende nota. Maar ook de omgeving moet daarin staan. De bewoners van de Feithenhofsweg geven aan dat de ene week gepraat wordt over een wijkplan en een week later er ineens gepraat wordt over een andere, veel specifiekere invulling. We moeten daarmee geen wantrouwen kweken. Wat ons betreft hoeft niet het hele onderzoek teruggetrokken te worden. We moeten niet bang zijn voor de samenleving, dat soms mensen wat anders zijn.
EBC en Omnia zijn lokale partners en betrokken, dat is positief. Verhalen over toezicht zijn van belang, ook bij omwonenden. We steunen de insteek. Het EBC heeft een christelijke grondslag, maar we hopen dat geloofsovertuiging bij behandeling van cliënten geen invloed heeft. Wethouder Vos geeft aan dat het om zorg voor iedereen gaat. De heer Dijkstra: Het CDA is voorstander van maatwerkwoningen. Het advies aan Omnia en EBC is om toch locatieonderzoek te doen. Zo nodig moet er gekozen worden voor een andere locatie, maar het moet wel doorgaan. Communicatie naar vooral de mensen aan de Feithenhofsweg moet goed zijn, want die zijn ‘zeer verbaasd’. De plannen van Oldebroek West mogen er ook niet onder te lijden hebben. De heer Kemp: Het is fijn dat de zorg voor iedereen is. Maatwerkwoningen zijn positief, betrokkenheid van Omnia en EBC geeft vertrouwen. Wel heeft de VVD er moeite mee dat vorige week nog gesproken werd over de Hagen 3 (Oldebroek West) en dat dit niet ter sprake is gekomen. Terwijl er in maart al intentieverklaringen zijn getekend. En de raad wordt dan nu pas hiermee geconfronteerd. Heeft het college bewust gekozen voor deze volgorde? Want de VVD is hiervan geen voorstander. De heer Engberts: Er is goed nagedacht over de volgorde. De buurt moest de eerste zijn. We hebben de ruimte gezocht om die te nemen. Voor die tijd mocht niemand anders ingelicht worden, ook de
15
werkgroep van Oldebroek West 3 niet. Die wordt maandag bijgepraat. Het was niet te voorkomen dat het zo vlak na elkaar kwam. De heer Kemp: Op het moment dat buurtparticipatie voorgaat op informatie naar de raad, gaan wij daar toch wel moeite mee krijgen. De raad hoort dan pas achteraf wat er gebeurd is en is niet vrij meer te reageren. Wethouder Vos: De intentieovereenkomst was er pas in mei. We hebben niet iets heel lang achtergehouden. Met het haalbaarheidsonderzoek (verplaatsing WHC/WTC) hebben we wel eerst de raad geïnformeerd en toen pas de inwoners. Daar was toen commotie over. Dus nu dachten we het juist zorgvuldig te doen. Ze hoort graag of het toch de andere kant op moet. Ze wilde de bewoners niet via de krant informeren, maar uit eerste hand. Voor beide is iets te zeggen. De heer Wijnne: Het is goed dat het college verantwoordelijkheid neemt voor het bouwen van maatwerkwoningen. Ook is het belangrijk dat de buurt meegenomen wordt. Oldebroek West 3 is wel een punt. Ontwikkelingen die daar spelen mogen niet geremd worden door deze plannen. Wat de ChristenUnie betreft hoeft het locatieonderzoek niet over. Reactie insprekers: De heer Smink: De expertise ligt bij de gemeente om een goede locatie te vinden. Wij kunnen dan reagerend kijken of het een geschikte locatie is. De heer Janse: Wij helpen mensen ongeacht religie. Het gaat om kwetsbare mensen in de samenleving.
Hij nodigt nogmaals leden uit om over de zorg en dit soort zaken te praten. Tweede termijn De heer Doornwaard: Wij vragen ons af of de locatie geschikt is. Het onderzoek is uit 2018, er zijn nieuwe ontwikkelingen. En ligt de expertise bij ons als gemeente of niet? Locatieonderzoek zoals destijds bij de brandweer was handig geweest. We onderschrijven de ambitie van twee maatwerkwoningen, maar hebben twijfels over deze locatie. We kunnen daarin de gedachtegang van het college niet volgen. Als de expertise bij de gemeente ligt, moet het toch maar weer eens in kaart gebracht te worden. de heer Boer sluit zich bij de inbreng van het SGP aan. de heer Wijnne heeft een vraag aan de heer Doornwaard. Vindt hij als het locatieonderzoek over moet, de criteria ook anders gesteld moeten worden, anders krijgen we toch dezelfde uitkomst? De heer Doornwaard zegt dat hij niet heeft gezien op basis waarvan criteria gewogen zijn. Daarnaast zijn we in 2021 bezig met Oldebroek West 3 en dat was in 2018 nog niet zo. Misschien is er nu wel een andere locatie geschikt. De heer Boer: Het Hullenbos was nog niet eigendom van onze gemeente destijds. Dat is nu wel zo. Misschien kan dat nog meegenomen worden. De heer Engberts: Het Hullenbos is destijds meegenomen, maar ook Oldebroek West 3. Het was bekend dat dat project aanstaande was.
We vinden dit nog steeds de beste locatie en zullen dit te zijner tijd ook onder woorden brengen, waarom we hiervoor gekozen hebben. 09. Jaarverslag en jaarrekening 2020 gemeente Oldebroek. Hoofdstuk 1.2 Inleiding De heer Boer vraagt: We moeten als raad nog goedkeuring geven op een jaarrekening die nog niet is afgesloten door de accountant. Hoe denkt de wethouder over dit punt? Wethouder Engberts antwoordt dat er niks meer wijzigt in de jaarrekening. Bovendien is de akkoordverklaring zoals bekend ondertussen binnen.
16
Hoofdstuk 1.3 Financieel resultaat Geen vragen. Hoofdstuk 2.3 programma ruimtelijk beleid en handhaving De heer Kemp heeft een vraag over pagina 41, het project Zeven Heuvels. Dat is afgesloten met een groot tekort. Weet het college of er nog meer aan dreigt te komen? Wethouder Engberts antwoordt dat er nu geen geluiden zijn over nog een overschrijding. De heer Graansma heeft een vraag over pagina 49, milieubeheer/handhaving, over het afvoeren van mest. Deze post wordt opgenomen onder dubieuze debiteuren terwijl er juist weer nieuwe ontwikkelingen zijn op deze locatie. Hoe moet hij dat zien? Wethouder Engberts zegt dat het afvoeren naar dubieuze debiteuren iets is wat de accountant eist. De insteek is dat er betaald gaat worden en ondertussen is er ook betaald. De heer Graansma heeft nog een vraag over pagina 57, de verplichte indicatoren. Daar staat nog steeds bij huisvuil 218 kilo. Wanneer wordt dit aangepast, want zo wordt er nog steeds met verkeerde cijfers gewerkt bij het inzicht geven in hoever de afvalscheiding gaat. Wethouder Bergkamp zegt dat dit gewicht puur de inhoud van de grijze container is. Als de analyse er is over de samenstelling van de grijze container, kan er opnieuw over nagedacht worden. Als er nog steeds grondstoffen in zitten die er niet in horen, wil hij de druk hoog houden om nog harder te werken aan afvalscheiding.