CConstaterende datOldebroek
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag 19 mei 2021

Commissie Ruimtegebruik en Leefomgeving 19 mei 2021, gemeente Oldebroek13.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE OLDEBROEK RAADSGRIFFIE COMMISSIE RUIMTEGEBRUIK EN LEEFOMGEVING Verslag van de openbare online vergadering d.d. woensdag 19 mei 2021 Aanwezig Leden

:

Voorzitter Griffier : Notulist: College

: : : :

Ambt. onderst.

:

Verder aanwezig

:

Insprekers Publiek Pers

: : :

de heren A.M. Boer, J.A. Dijkstra, G.J.L. Dokter, E.D. Doorneweerd, D.E. Doornwaard, P.H. Graansma, A. Heddema, H.G.P. Kemp, N.T. Schouten, G. Vlieger en H. Wijnne. de heer E.J. Ruitenberg. de heer J. Tabak. de heer H. Geertsma. de heren B. Bergkamp en B. Engberts en mevrouw E.G. Vos-van de Weg (wethouders). de dames M. Emming, J. Kalter en A. Nijhof, en de heren N. van Genderen, J. Korte, H. Kuipers, A. Velthoen, B. bij ’t Werk en F.P. Witteveen. mevrouw T.H. Haseloop-Amsing (burgemeester) en de heer P. Lensselink (gemeentesecretaris). 1 n.v.t. (de vergadering is alleen te volgen via live stream) -

Afwezig

:

de heren A.J. Hellendoorn en K. van Ommen.

Tijd

:

20.00 – 23.09 uur

01. Opening. De voorzitter opent de digitale vergadering en heet iedereen welkom, ook de inwoners die thuis de vergadering volgen. De heren Hellendoorn en Van Ommen zijn met kennisgeving afwezig. Voorafgaande aan de vergadering is de commissie ambtelijk bijgepraat over het Meerjaren Programma Grondbedrijf 2021 (zie agendapunt 7). 02. Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. Voor de rondvraag zijn drie vragen aangekondigd, twee door ABO en één door het CDA. 03. Project verplaatsing WHC e.a.; stand van zaken en inwonersparticipatie. De voorzitter wijst op de brieven die over dit onderwerp zijn binnengekomen. Die maken deel uit van de bespreking. De heer Doornwaard heeft de volgende vragen: 1. Kan de wethouder vertellen hoe de participatie invulling heeft gekregen in de bijeenkomst van gisteravond? 2. Wat is voor het college de reden om op dit moment met deze informerende nota te komen? 3. Waarom is het nodig om op dit moment extra participatiemogelijkheden in te plannen? 4. In december werd als risico genoemd dat inwoners en andere belanghebbenden onvoldoende worden meegenomen, met als gevolg dat er reuring ontstaat, de raad vragen stelt en reactief wordt gehandeld. Wat heeft het college met de kennis van dat risico gedaan? Er zou een communicatieplan komen. Is dat er? 5.

Loopt het college op schema volgens de stukken die in december met de raad zijn gedeeld? Wethouder Bergkamp beantwoordt de vragen: 1. De bijeenkomst van gisteravond was een extra participatiemogelijkheid voor de bewoners van de Voskuilerdijk. Ongeveer zestig bewoners zijn er persoonlijk voor uitgenodigd. Het doel van de

-2-

bijeenkomst was om te inventariseren wat de bezwaren waren en te bezien hoe die bezwaren zo goed mogelijk gehonoreerd kunnen worden. Tijdens de eerste bijeenkomst waren er maar drie bewoners die iets inbrachten. Dat waren er nu twaalf. Beide keren was de inbreng waardevol en kreeg de gemeente de nodige aandachtspunten mee. 2. De informerende nota is het gevolg van een toezegging om de raad periodiek te informeren. Het college vond dit een goed moment voor die informatie, mede omdat er brieven waren binnengekomen. 3 en 4. Ondanks de beperkingen van deze coronatijd heeft de gemeente sterk ingezet op communicatie en participatie. In Huis aan Huis heeft de nodige informatie gestaan. Als de lokale omroep de gelegenheid biedt om iets toe te lichten, wordt daar gebruik van gemaakt. Er is een website ingericht waarop alle documenten beschikbaar zijn gesteld. Bewoners die moeite hadden met digitaal vergaderen of hun vragen en bezwaren niet in de groep wilden delen, kregen de gelegenheid om persoonlijk contact te hebben met de gemeente. Een aantal bewoners is thuis bezocht. Vooral in Hattemerbroek voelden mensen zich overvallen door het initiatief. De wethouder begreep dat en heeft er excuses voor aangeboden. Verder zijn de landschapsarchitecten die het proces begeleiden vooral gekozen vanwege hun ervaring met bewonersparticipatie.

Zij zijn beschikbaar voor bewoners die met hen van gedachten willen wisselen zonder dat er andere mensen bij zijn. De wethouder concludeert dat het college zijn best heeft gedaan om het genoemde risico zoveel mogelijk te beperken. 5. Het college loopt op schema, maar kwaliteit gaat voor snelheid. Er wordt nu veel extra tijd in bewonersparticipatie gestoken. Daarom is het niet uitgesloten dat het proces wat langer duurt dan gepland. De heer Heddema is blij met de nota. Bij een eerdere bespreking van dit onderwerp leefde de zorg dat er veel geld zou worden uitgegeven voor iets dat halverwege het proces nog wel eens spaak zou kunnen lopen. Daarom is ABO blij met de transparante informatie over het verloop van het proces. De fractie concludeert dat het budget tot nu toe zinvol wordt besteed. Ze is ook blij met de bijdrage van de provincie voor het participatietraject. Het is goed dat de gemeente het een en ander heeft rechtgezet met betrekking tot de participatie van de bewoners van Hattemerbroek. ABO hoopt dat de participatie in die lijn verder gaat. Gehoord het verslag van de bijeenkomst van gisteravond gebeurt dat ook. Hier en daar leeft de gedachte dat het hele verhaal al een gelopen race zou zijn. Hopelijk slaagt de gemeente erin duidelijk te maken dat er sprake is van een haalbaarheidsonderzoek met twee mogelijke uitkomsten: het gaat door of het gaat niet door.

ABO hoopt ook dat het proces zoveel mogelijk recht doet aan de belangen van alle betrokkenen. De fractie beseft dat niet iedereen in alle opzichten tevreden kan worden gesteld. College en raad zullen immers de belangen moeten wegen van de woningbouw en de vernieuwing van de sportterreinen. De heer Heddema vraagt of het college nog voor het zomerreces een tweede update kan geven. Wethouder Bergkamp zegt dat toe. De heer Doorneweerd is blij met de opmerking van de wethouder dat zorgvuldigheid boven snelheid gaat. Inwoners zeggen soms dat het de gemeente er alleen om gaat om geld te verdienen. Daarom is het goed om te benadrukken dat het verzoek van de verenigingen kwam en dat het voor veel partijen wat moois kan opleveren. De ChristenUnie begrijpt de overwegingen van het college om de bewoners geen eigen landschapsarchitect toe te kennen. Wel wil de fractie graag kunnen zien wat de bewoners bij de landschapsarchitect van de gemeente hebben ingebracht en wat met die inbreng is gedaan. Ze hoort graag hoe de wethouder daarover denkt. De fractie is blij te horen dat van de participatiemogelijkheden goed gebruik wordt gemaakt. Ze neemt aan dat hun inbreng wordt meegenomen in het haalbaarheidsonderzoek. Verder wil ze graag weten of de wethouder al iets inhoudelijks over dat onderzoek kan zeggen.

Wethouder Bergkamp geeft aan dat de verschillende sessies met de bewoners beginnen met een overzicht van de ingebrachte punten. De landschapsarchitect voert meestal het woord en hij laat dan ook zien wat met de vragen en opmerkingen is gedaan. In de uiteindelijke rapportage en advisering zullen de belangrijkste op- en aanmerkingen terugkomen, inclusief de verwerking daarvan. Wat het haalbaarheidsonderzoek betreft: voor beide locaties (de locatie voor de woningbouw en die voor de sport) zijn inmiddels de eerste globale schetsen gepresenteerd. Dat is gedaan om de discussie met de bewoners wat concreter te kunnen maken. De wethouder merkt dat die aanpak goed werkt. Er komen nu meer concrete reacties, bijvoorbeeld met betrekking tot de hoogte van woningen en de positionering van wegen. Binnenkort zal worden begonnen met een financiële doorrekening van de verschillende scenario’s. De uitkomsten daarvan zullen mee bepalen of de plannen die er liggen al dan niet moeten worden aangepast. Als er aanpassingen moeten komen, wordt dat ook weer besproken met de omwonenden. De heer Doornwaard vraagt of de raad in de tweede update informatie kan krijgen over wat er op dat moment ligt. Wethouder Bergkamp antwoordt dat er nu al zoveel mogelijk informatie op de website wordt

-3-

geplaatst. Hij wil wel voorzichtig omgaan met het wekken van verwachtingen. Als iets nog maar een ruwe schets is, moet men niet de indruk kunnen krijgen dat het al gaat om het uiteindelijke plaatje. In de tweede update zal het college zoveel mogelijk meenemen wat op dat moment bekend is. De heer Dijkstra bedankt het college voor de informerende nota. Toen hij in de krant las dat bewoners het proces tien tot vijftien jaar dachten te kunnen rekken, schrok hij wel even. Hij denkt echter dat het wat mee zal vallen. Het gesprek dat hijzelf de vorige dag had met een aantal bewoners van Hattemerbroek viel hem ook niet tegen. Zij staan best positief tegenover de aanleg van sportvelden op die locatie. Het enige wat ze vragen is een fysiek overleg in een zaal waar alle betrokkenen bij kunnen zijn. De mogelijkheid daarvoor zal nog even op zich laten wachten, maar de wethouder zei terecht dat kwaliteit voor tempo gaat. Wethouder Bergkamp wijst erop dat binnen de coronaregels al fysiek overleg heeft plaatsgevonden, zowel persoonlijk als met de belangengroep. Verder geeft hij aan dat veel mensen liever in een persoonlijk contact vertellen wat ze op hun hart hebben dan in een groep. Als de gelegenheid zich echter voordoet om een keer een gesprek met alle bewoners samen te houden, zal dat zeker gebeuren. Intussen gaan de voorbereidende werkzaamheden wel door.

De heer Schouten vindt dit een goed moment om de raad te informeren, omdat de eerste gesprekken inmiddels zijn geweest. De raad kan nu een indruk krijgen van wat de bewoners vinden. Er blijken bij dit project veel spanningen los te komen, ook tussen burgers onderling. Daar is de VVD wel wat van geschrokken. Hattemerbroek kijkt met argusogen naar wat er in Wezep gebeurt. Het gaat veel inwoners van Hattemerbroek te ver dat nu al over dakhoogtes en dergelijke wordt gesproken. De VVD vraagt zich af of het niet verstandig is om eerst maar eens te bekijken of dit plan uitvoerbaar is en dan pas dat soort details aan de orde te stellen. Verder wil de fractie weten wat het college eraan gaat doen om de zorgen van de bewoners van Hattemerbroek zoveel mogelijk weg te nemen. In de brief van ‘Behoud het groen in Hattemerbroek’ worden zorgen uitgesproken over de financiële onderbouwing met betrekking tot de ruilgronden. De VVD vraagt of dat terugkomt in de kosten-batenanalyse die de raad te zijner tijd zal krijgen. Wethouder Bergkamp hoopt het vertrouwen van de bewoners te winnen door tijd voor hen te nemen en door serieus in te gaan op vragen en suggesties. Hij constateert dat ook bewoners die het project niet zien zitten bereid zijn om mee te denken. Naar aanleiding van de brief van de belangengroep ‘Behoud het groen in Hattemerbroek’ is een fysiek gesprek met die groep gevoerd.

Vragen die vanuit de groep werden gesteld, zijn schriftelijk beantwoord en er is een vervolggesprek toegezegd. Dat tweede gesprek zal volgende week worden gehouden. De vraag of niet eerst naar de haalbaarheid moet worden gekeken en dan pas naar de uitwerking is een beetje een kip-en-ei-discussie. Als niet enigszins een globale indeling wordt gemaakt, is het erg lastig om het project door te rekenen. Bovendien blijkt dat mensen concreter kunnen reageren naarmate het beeld duidelijker wordt. Met betrekking tot de grond werkt de gemeente met marktconforme prijzen. Ook wat dat betreft is er sprake van een transparant proces. Verder houdt het college vast aan het uitgangspunt dat het project voor de gemeente kostenneutraal moet zijn. De heer Dokter vindt het prima om op deze manier geïnformeerd te worden. Het geeft de commissie de gelegenheid om er even over te spreken en waar nodig ergens de vinger op te leggen. Daar is het proces alleen maar mee gediend. De wethouder stelde dat het na het haalbaarheidsonderzoek nog twee kanten op kan: ja of nee. Wat dat betreft blijft de PvdA/Burgerpartij Oldebroek erbij dat 250.000 euro veel geld is als het ‘nee’ wordt, Dat geldt zeker gezien de financiële toestand van de gemeente op dit moment. Participatie is van groot belang, maar er wordt gelukkig alles aan gedaan om iedereen bij het proces te betrekken.

Het is ook belangrijk dat bewoners kunnen zien of hun inbreng wel of niet wordt meegenomen en wat daar de argumentatie voor is. Mensen moeten veilig mee kunnen doen zonder achteraf het gevoel te krijgen dat ze rechten hebben ingeleverd. De eisen en verwachtingen van de betrokken verenigingen doen er ook toe. Als die heel hoog liggen, wordt dat uiteraard doorvertaald in de plannen voor en de kosten van de woningen. De PvdA/Burgerpartij Oldebroek benadrukt dat de gemeente moet bouwen voor de behoeften van haar eigen inwoners en niet om plannen van verenigingen te kunnen betalen. In dat verband vraagt de fractie zich af of de verenigingen laten zien wat zij maximaal willen inbrengen of betekenen. Het is heel vervelend als straks alles is uitgezocht en de verenigingen vervolgens zeggen: dat gaan we niet doen. Dat element mist de fractie in de nota, terwijl dat wel bepalend is voor hoe het straks verder gaat. Wethouder Bergkamp begrijpt en herkent wat de heer Dokter zegt. Hij benadrukt wel dat de verenigingen actief bij het proces betrokken zijn en dat ze er heel netjes in zitten. Er zit ook een adviseur voor sportzaken bij het project, die thuis is op het gebied van het ontwerpen van sportlocaties. Tot nu toe zijn de verenigingen niet met buitensporige wensen of eisen gekomen, waardoor de gemeente bijvoorbeeld 300 woningen zou moeten bouwen in

-4-

plaats van 200. VLS heeft wel aangegeven graag apart te willen zitten. Daar wordt op dit moment nog over gesproken. De kosten van die wens zouden gedekt moeten worden uit de opbrengst van de herontwikkeling van de achtergelaten locatie. Zodra er meer duidelijkheid is, zal het college de raad daarover informeren. Tweede termijn De heer Doornwaard laat weten dat zijn fractie ook blij is met de informerende nota. De SGP constateert wel dat de reuring die in de risicoanalyse was voorzien er ook gekomen is. Dat lag voor een deel aan de snelheid waarmee het proces van start is gegaan. De fractie is blij dat het college inziet dat snelheid niet zo belangrijk is en participatie wel. Ze vindt het voorstel van de ChristenUnie om te laten zien wat er met de inbreng van de bewoners gebeurt heel waardevol. Dat zal zeker helpen om het vertrouwen bij de inwoners te versterken. De fractie steunt de lijn die het college heeft ingezet en ziet de uitkomst met vertrouwen tegemoet. Afronding: De voorzitter constateert dat dit agendapunt voldoende is besproken. 04. Beschikbaarstelling € 240.000,- voor het project Noorderrot (recreatief kleinschalig haventje en vaargeul; Noordeinde). Inspreker De voorzitter laat weten dat de aangemelde inwoner niet zal inspreken maar dat haar brief als inbreng bij dit agendapunt mag worden beschouwd. De heer Van Ommen spreekt in namens de werkgroep Noorderrot.

Zie bijlage, De heer Dokter vraagt hoe de inwoners van Noordeinde ertegenaan kijken dat het plan ook bedoeld is om mensen van buitenaf naar het dorp te trekken. De heer Van Ommen antwoordt dat er een maximum is aan het aantal mensen dat per dag het terrein kan bezoeken. De werkgroep zal moeten uitzoeken wat dat in de praktijk betekent. Samen met de bewoners wil de werkgroep bekijken wanneer er sprake is van verstoring en hoe dat gereguleerd kan worden. De werkgroep wil dat het haventje een gastvrij, open karakter krijgt, binnen de kaders van de bestemming ‘extensieve recreatieplek’. Men kan er kanovaren, wandelen en picknicken op de steigers. De heer Boer heeft een vraag in dezelfde richting. Hij wil weten of vakantiegangers en mensen die het dorp passeren welkom zijn in het haventje. De heer Van Ommen antwoordt dat de werkgroep het terrein wil beschermen tegen vernieling en verrommeling. Het toelaten van mensen van buiten zal dan ook niet direct aan de orde zijn. De heer Boer vraagt of het haventje dan alleen bestemd is voor de eigen inwoners. Kunnen mensen die bijvoorbeeld van Elburg naar Kampen varen er niet aanleggen? De heer Van Ommen antwoordt dat de praktijk dat zal moeten uitwijzen. Noordeinde is geen trekpleister: er zijn geen openbare gelegenheden waar men naartoe kan. De heer Wijnne vraagt of het wel klopt dat het plan door heel Noordeinde wordt gedragen.

Is het niet alleen iets voor de inwoners die een bootje hebben? De inspreker zei zelf in De Stentor dat er nog niet voldoende met de omwonenden is gesproken. Hetzelfde stond in een brief die de raad van een omwonende heeft gekregen. De heer Van Ommen antwoordt dat zo ongeveer alle families uit het dorp vertegenwoordigd zijn in de werkgroep. Op die manier wordt automatisch veel draagvlak gecreëerd. De werkgroep hoort eigenlijk alleen positieve geluiden. Wat de opmerking in De Stentor betreft: de werkgroep werd onder druk gezet om binnen een dag een interview te geven. Ze heeft toen gezegd dat ze eerst de tijd wilde nemen om het dorp te informeren. Dat is toen in de krant terechtgekomen. De heer Kemp wijst erop dat de werkgroep een onderdeel is van de Belangen Groep Noordeinde. Hij vraagt of de heer Van Ommen namens de werkgroep spreekt of namens de hele belangengroep. De heer Van Ommen antwoordt dat het laatste het geval is. De heer Kemp heeft ook inwoners gesproken die zeiden dat ze nog heel weinig van de plannen wisten. Volgens sommigen gaat het om de hobby van een klein aantal mensen. Hij wil daar graag een reactie van de heer Van Ommen op horen. De heer Van Ommen geeft aan dat een fysieke ontmoeting als gevolg van de coronacrisis al een hele tijd niet mogelijk is geweest. De informatie moest dus via de website worden verstrekt.

Daar staat een reageerbalk op, die men kan gebruiken om vragen te stellen, maar dat heeft tot nu toe niets opgeleverd. Er is geen enkele negatieve reactie binnengekomen. De heer Doornwaard hoorde de inspreker zeggen dat het plan is versoberd om kansrijk te zijn. Hij wil graag weten wat geschrapt moest worden en of het plan daarmee nog voldoet aan wat de werkgroep in het begin voor ogen stond. De heer Van Ommen bevestigt dat laatste. Met de versobering van het

-5-

plan is zoveel mogelijk ingespeeld op de ingebrachte kritiek. Dat heeft geen negatief resultaat opgeleverd. Vanaf het begin was het de bedoeling om het plan kleinschalig te houden en dat is het nog steeds. Eerste bestuurlijke termijn De heer Dijkstra vindt dat het plan er goed uitziet. Het gaat wel om een behoorlijk bedrag voor een relatief klein project. Desondanks heeft het CDA geen moeite met het plan. De inwoners van Noordeinde zijn niet veeleisend. In de reserve voor recreatie en toerisme zit op dit moment geld genoeg. Het CDA wil wel weten of er geen enkele mogelijkheid is om subsidie voor dit project te krijgen, bijvoorbeeld bij de provincie. Dit recreatieve project heeft tenslotte een breder bereik dan de inwoners van Noordeinde. Wethouder Bergkamp antwoordt dat voor de aanleg van het haventje nergens geld te halen valt. Hij wijst er wel op dat het plan tot stand is gekomen in samenwerking met het waterschap, dat op die locatie de dijken gaat versterken. Door die koppeling met de dijkversterking is de kans dat het plan gerealiseerd kan worden vergroot. Voor een deel komt dat terug in de financiën, waar het gaat om het hergebruik en de verkoop van de grond. Als het haventje is aangelegd en er worden kleinschalige activiteiten georganiseerd, kan zich misschien een gelegenheid voordoen om geld binnen te halen. Dat moet op dat moment worden beoordeeld.

De heer Wijnne geeft aan dat zijn fractie blij is met initiatieven uit de samenleving om de kwaliteit van de leefbaarheid te verbeteren. De raad heeft ter plekke een goede uitleg van de initiatiefgroep gekregen. Noordeinde vraagt inderdaad niet zoveel en de ChristenUnie wil graag geld steken in de leefbaarheid van deze kern. Het moet dan echter wel gaan om een plan van het hele dorp. De fractie vraagt of het voldoende duidelijk is dat alle inwoners bij het plan betrokken zijn. Hebben ze allemaal de kans gehad om te reageren? Verder heeft de fractie vragen over de toeristische meerwaarde van het project. Voor een groot deel van de kosten wordt een beroep gedaan op de reserve voor recreatie en toerisme. De fractie vraagt of dat wel terecht is: er zitten niet veel toeristische elementen in het plan. Zou het geld niet eerder uit – bijvoorbeeld – het budget voor Oldebroek voor Mekaar moeten komen? Een andere vraag is of deze uitgave wel in verhouding staat tot het doel: een haven voor de booteigenaren. Ten slotte wil de ChristenUnie weten hoe zeker het is dat de exploitatie rond te krijgen is zonder dat de gemeente in de toekomst moet bijspringen. Brengt de exploitatie voldoende op om groot onderhoud te kunnen bekostigen, bijvoorbeeld als de vaargeul gebaggerd moet worden? Wethouder Bergkamp ziet zeker een relatie met recreatie en toerisme.

Als portefeuillehouder voor die sector is hij daar ook blij mee. Het fietspad langs de Gelderse Gracht gaat er nog tijdens deze bestuursperiode komen. Voor fietsers en wandelaars wordt het haventje een leuk plekje. De sluis is ook benoemd als een stukje gemeentelijke historie. In de toekomst kunnen er misschien nog weer kleinschalige initiatieven komen voor een uitbreiding van het project. Al met al vindt het college het zeker verantwoord om de investering voor het project uit het fonds van Mulligen te halen. Er is inderdaad ook een relatie met Oldebroek voor Mekaar, omdat de gemeenschap van Noordeinde met dit plan bezig is geweest. Wat de participatie betreft: er is zeker genoeg gelegenheid geweest om op het plan te reageren. Het dorp telt maar een beperkt aantal inwoners en door omstandigheden heeft het project langer gelopen dan was voorzien. De heer Van Ommen wees al op de website en op de mogelijkheid om langs die weg een reactie te geven. Bij ontmoetingen is het plan regelmatig onderwerp van gesprek. Zelfs de inwoner die een brief heeft geschreven, heeft op een eerder moment al op het plan gereageerd. Exploitatie, onderhoud en toezicht worden door het dorp zelf opgepakt. Misschien moet de gemeente met kleine dingen helpen, maar er vallen voor haar geen hoge meerkosten te verwachten. Het uitbaggeren van de vaargeul hoort niet bij de exploitatie.

Als dat nodig is, zal daar op dat moment over gesproken moeten worden met het waterschap. Misschien kan daarbij ook sprake zijn van zelfwerkzaamheid. De grond die opgebaggerd wordt, levert dan ook weer wat op. Dat is echter iets voor de verre toekomst. De heer Wijnne merkt op dat de kritische geluiden van de briefschrijver niet in het plan te vinden zijn. Hij vraagt wat met die kritische geluiden is gedaan en of er meer bewoners zijn met kritiek. Wethouder Bergkamp constateert dat de reacties met name gaan over uitstraling en uitzicht. Het college heeft gekozen voor een zo groen mogelijke uitstraling. De parkeerplaatsen worden bijvoorbeeld niet alleen voorzien van asfalt of tegels. Verder wordt de visvijver zover mogelijk uit het zicht gelegd. In het haventje zullen ook geen grote motorkruisers kunnen aanleggen. Het gaat alleen om kano’s en lage sloepen. Op die manier is zoveel mogelijk rekening gehouden met de gemaakte opmerkingen.

-6-

De heer Kemp wijst erop dat de VVD in 2018 al aandacht heeft gevraagd voor Noordeinde, naar aanleiding van het project Reevediep. Er zijn toen toezeggingen gedaan, onder andere door de projectorganisatie, maar die bleken achteraf niets waard te zijn. Na de lange voorgeschiedenis moet het nu blijkbaar allemaal in een half jaar rond zijn, inclusief onderzoeken, contracten en vergunningen. Dat is een strak tijdpad. De VVD wil dat het college erbovenop zit om ervoor te zorgen dat het haalbaar is. Het plan heeft zeker de steun van de fractie. De VVD wil graag dat er wat voor de inwoners van dit dorp gebeurt. Het moet dan echter wel iets zijn voor de lokale bevolking en voor die van Kerkdorp. Dat was destijds ook de wens van de bewoners. Het project moet geen aantrekkingskracht hebben voor recreatie en toerisme en het moet dus ook niet commercieel inzetbaar zijn. Als er in de toekomst misschien meer bij komt, zoals de wethouder zegt, moeten er ook meer faciliteiten bij komen. Binnen de kortste keren moeten er dan vijftig parkeerplaatsen worden aangelegd. Aan een horecagelegenheid valt dan ook niet te ontkomen. Bovendien zal zo’n ruimere opzet veranderingen meebrengen voor de flora en fauna. Dat was allemaal destijds niet de bedoeling van de VVD en volgens deze fractie is het ook niet de bedoeling van de belangengroep.

Intussen heeft de fractie er geen moeite mee dat het project betaald wordt uit de reserve voor recreatie en toerisme. Dan is het in ieder geval duidelijk dat de gelden besteed worden aan inwoners van de gemeente. De heer Dokter herinnert zich dat de raadsleden op 25 mei 2005 in Noordeinde stonden, met de toenmalige wethouder en de gedeputeerde van Overijssel. Toen was er een conflict met de inwoners, omdat zij in de bibliotheek van Kampen moesten lezen wat hun te wachten stond met de bypass. Sindsdien heeft de raad meerdere keren gevraagd om de kansen van de bypass voor Noordeinde te benutten. Daar is niets van terechtgekomen. Toen kwam – twee raadsperioden geleden – het verzoek om te proberen de vaarroute naar het Drontermeer weer voor elkaar te maken. Ook dat is niet gelukt. Nu ligt de vraag bij de raad zelf op tafel. Het is goed dat het zover gekomen is. Voor de PvdA/Burgerpartij Oldebroek blijft het een belangrijk onderwerp. De insteek is altijd geweest om iets te realiseren wat historisch gezien past bij de inwoners. Die inwoners hebben altijd gebruik gemaakt van het water en zij willen de beleving van dat water graag weer terug. De natuur in die omgeving is uniek en dat moet vooral zo blijven. Het is er veel te mooi om er van alles op los te laten.

Als het geld voor het project uit de reserve voor recreatie en toerisme moet komen, wekt dat de indruk dat het een toeristische trekpleister gaat worden. Ook de PvdA/Burgerpartij Oldebroek ziet dat liever niet gebeuren. Noordeinde moet gewoon terugkrijgen wat honderden jaren bij dat dorp heeft gehoord. Gelukkig wordt het haventje niet diep genoeg voor grote boten. Horecagelegenheden en andere grote toeristische ontwikkelingen zullen er dan ook niet gauw komen. Daar hoeft dus niemand zorgen over te hebben. Wethouder Bergkamp wil – ook in de richting van de heer Kemp – graag zijn eigen opmerkingen nuanceren. Hij heeft absoluut niet bedoeld dat er in Noordeinde een grootschalige horecavoorziening of een groot feestterrein zal komen. Dat past ook niet in de omgevingsvisie. Wat hij wel bedoelde sluit aan bij wat er al is. Er wordt in die buurt al veel gefietst, mede door de ontwikkeling bij het Reevediep. Er wordt ook veel gewandeld. Verder is er in het dorp een initiatief voor een Bed and Breakfast. Misschien komt er ook nog een rustpunt bij. De heer Doornwaard vindt de inbreng van de heren Kemp en Dokter heel waardevol. De SGP had een aantal vragen gesteld die te maken hadden met recreatie en toerisme. Deze gemeente wil graag verdere ontwikkelingen op dat gebied, maar in dit plan is daar bijna niets over te vinden.

Tegelijk vroeg de fractie zich af hoe het kenmerkende karakter van de omgeving wordt meegewogen: de rust en de natuur die daar nu te vinden zijn. Als de deur opengaat naar recreatie en toerisme, wordt het beeld heel anders. Inmiddels heeft de historische schets van de heer Kemp het project in een ander daglicht geplaatst. Het algemene belang komt volgens de SGP in het plan ook niet duidelijk naar voren. De heer Van Ommen gaf aan dat het haventje wordt afgeschermd met een hekwerk. Je moet dus lid zijn om er gebruik van te kunnen maken. Dan is er geen sprake meer van een algemeen karakter. In hoeverre is er dan nog een opening naar recreatie en toerisme? De wethouder zei dat mensen erlangs kunnen fietsen, maar dat kunnen ze nu ook al. Wat is dan de meerwaarde van het project voor mensen van buiten? Boten die de aandacht van passanten zouden kunnen trekken, komen er niet. De ChristenUnie heeft een belangrijke vraag gesteld waar de wethouder nog geen bevredigend antwoord op heeft gegeven. Die vraag ging over de verhouding tussen de hoogte van het ingezette bedrag en het doel van het project. Daar wil de SGP graag meer over horen. Wethouder Bergkamp legt uit dat het hekwerk er komt om het haventje ’s avonds te kunnen afsluiten. Er liggen zo’n twintig bootjes die verzekerd zijn. Overdag is het terrein echter vrij toegankelijk. Er komt ook een visvijver, voor inwoners en passanten.

Wandelaars en fietsers komen nu inderdaad ook langs het dorp. Maar als iets van de historie zichtbaar wordt gemaakt, kan dat

-7-

hun aandacht trekken. In de nota over recreatie en toerisme is aangegeven dat hier en daar in de gemeente borden moeten komen waar mensen wat over die historie moeten kunnen lezen. Dat zou daar dus ook kunnen gebeuren. Verder is de levendigheid die de aanwezigheid van bootjes creëert altijd leuk om te zien. Tegelijk benadrukt de wethouder dat het allemaal kleinschalig zal blijven. Als het gaat om de verhouding tussen de financiële middelen en het doel van het project, verwijst hij naar wat al gezegd is: de inwoners van Noordeinde zijn terughoudend in het vragen om geld van de gemeente. Het project waar het nu om gaat, voorziet in een behoefte, wordt breed gedragen en past heel goed bij het dorp en zijn geschiedenis. In de ogen van het college is het ingezette bedrag dan ook een verantwoorde investering. Zoveel voorzieningen heeft het dorp verder niet gekregen. De verbinding met recreatie en toerisme maakt ook dat de middelen wat gemakkelijker beschikbaar zijn. De heer Boer bedankt het college voor de beantwoording van de kritische vragen van zijn fractie. ABO heeft begrepen dat er in Noordeinde een private verhuurder van kano’s is. De fractie wil weten of die kano’s ook een ligplaats in het haventje krijgen. Verder vraagt ze of er met het oog op hengelaars en passerende wandelaars en fietsers geen openbaar toilet zou moeten komen.

ABO heeft er geen moeite mee dat er geld uit de reserve recreatie en toerisme naar Noordeinde gaat. De fractie staat positief tegenover het plan. Wethouder Bergkamp geeft aan dat de kanoverhuurder niet naar het haventje gaat verhuizen, de kano’s zullen daar misschien wel eens aanleggen. Hij begrijpt de wens om een openbaar toilet op het terrein te realiseren, maar laat dat over aan de beheerstichting. Die kan bekijken in hoeverre er behoefte aan is en of het goed kan worden ingepast. De heer Boer constateert dat een van de initiatiefnemers die in de raad zit dit ook hoort. Gezien wat men allemaal op het terrein van plan is, zou hij een openbaar toilet daar zeker toejuichen. Reactie inspreker De heer Van Ommen heeft verder geen vragen of opmerkingen. Tweede termijn De heer Wijnne staat in principe positief tegenover een initiatief uit Noordeinde. Hij vraagt zich wel af of dit plan niet iets is waar alleen een kleine groep booteigenaren wat aan heeft. Die afweging moet zijn fractie nog maken. Verder heeft de ChristenUnie serieuze vragen over de koppeling met recreatie en toerisme. Voor het geld wordt een fors deel van de reserve voor die sector aangesproken, terwijl de initiatiefgroep niet op een toevloed van toeristen en recreanten zit te wachten. De heer Doornwaard ziet dezelfde knelpunten als de ChristenUnie en wil daar nog met zijn fractie over spreken.

Het verhaal van de VVD over het Reevediep en over de toezeggingen die in dat verband in het verleden zijn gedaan, is volgens hem belangrijk genoeg om in de overwegingen mee te nemen. Hij geeft de wethouder de suggestie mee om nog eens met de projectgroep voor het Reevediep in gesprek te gaan over een mogelijke bijdrage voor dit plan. Wat het algemene karakter van het project betreft: naast het openbare toilet dat de heer Boer noemde, dacht de SGP aan mogelijkheden als een picknickplaats en een trailerhelling. Met dat soort voorzieningen wordt het haventje voor meer mensen aantrekkelijk. Misschien kan dan via de beheerstichting ook een financiële bijdrage van leden worden gevraagd. De heer Dijkstra denkt dat het haventje wel aantrekkingskracht zal hebben op toeristen en recreanten. Ook hij wil het voorstel nog met zijn fractie bespreken. De heer Kemp bedankt de ChristenUnie en de SGP voor hun opmerkingen en vragen over de financiën en over recreatie en toerisme. In de raadsvergadering zou hij nog graag van deze fracties willen horen hoe zij tegen de financiering van het fietspad langs de Gelderse Gracht aankijken. Moet daarvoor wel de reserve recreatie en toerisme worden aangesproken? Het gebruikmaken van een fietspad heeft op zich niets met recreatie of toerisme te maken. De heer Doornwaard interrumpeert.

Hij wijst erop dat recreatie en toerisme niet alleen zaken zijn voor mensen van buiten de gemeente maar ook voor de eigen inwoners. Dat zou een reden kunnen zijn om het geld wel uit die reserve te halen. De heer Kemp had het niet over mensen van buiten. Dit plan is bestemd voor de inwoners van Noordeinde en Kerkdorp. Wat het fietspad betreft: de VVD heeft al vaker aangegeven dat daarmee geld wordt uitgegeven voor mensen die niets met deze gemeente hebben. Mensen die langs de Gelderse Gracht fietsen, passeren alleen maar: ze maken geen gebruik van voorzieningen of wat dan ook. De VVD is niet voor een openbaar toilet, picknickplaatsen of een trailerhelling. Dat soort dingen past niet bij de bedoeling en de doelgroep die de initiatiefnemers steeds voor ogen hebben gehad. Hij juicht het idee

-8-

toe om nog eens met de projectgroep voor het Reevediep te gaan spreken over een bijdrage, al vreest hij dat het niets zal uithalen. Veel mensen zijn met hem getuige geweest van de beloften die van die kant in openbare vergaderingen zijn gedaan. De heer Dokter vindt dat het zichtbaar maken van de cultuurhistorie meer voor het dorp bedoeld is dan voor mensen van buiten. Een koppeling met de reserve recreatie en toerisme valt dan moeilijk te maken. Het project moet wel iets zijn voor de hele gemeenschap. Alle inwoners betalen tenslotte belasting. Ook hij wil het onderwerp nog met zijn fractie bespreken. Hij zou het wel jammer vinden als het voorstel vanwege de ingebrachte bezwaren zou worden afgeschoten. Er zit immers geen mogelijkheid in om het project aan te passen. Hij wil graag horen hoe de wethouder daartegenaan kijkt. Wethouder Bergkamp merkt dat bij recreatie en toerisme al snel aan iets grootschaligs wordt gedacht. Hij wijst erop dat fietsen een belangrijk onderdeel vormt van de visie over dat onderwerp. De aanleg van het fietspad langs de Gelderse Gracht vergroot de kans dat mensen deze regio aandoen. Als er dan ook nog een rustpunt wordt gerealiseerd, gaan mensen wel degelijk gebruik maken van een voorziening. Het Zuiderzeefietspad doet eveneens een beroep op deze gemeente. Langs dat pad wordt ook nog een vogelkijkhut geplaatst.

Verder is de link naar recreatie en toerisme ook gelegd in verband met de beschikbare middelen. De reserve voor die sector is bedoeld voor investeringen. Daar past dit project dus goed in. Het gaat ook niet ten koste van andere uitgaven die op dit moment zijn voorzien. Als de meerderheid van de raad echter vindt dat het geld uit een ander potje moet komen, dan hoort de wethouder dat wel. Met betrekking tot de mogelijkheid van picknickplaatsen en dergelijke wijst hij erop dat het oorspronkelijke plan niet haalbaar was. Het botste met wet- en regelgeving, vooral ten aanzien van Natura 2000. Daarom is het tot een kleinere schaal teruggebracht. Voor de provincie was dat een belangrijk punt om ermee akkoord te kunnen gaan. Het project wordt primair een voorziening voor de inwoners van Noordeinde, zoals het van meet af aan bedoeld is. Een klein beetje uitstraling naar buiten is echter niet verkeerd. Vanuit het dorp is daar ook geen bezwaar tegen. Afronding: De voorzitter constateert dat het onderwerp voor dit moment voldoende besproken is. Het voorstel wordt als A-onderwerp geagendeerd voor de komende raadsvergadering. 05. Beschikbaarstelling € 90.000,- voor zonnepanelen dak zwembad de Veldkamp. De heer Dokter constateert dat er nog niet eens een aanbesteding is gestart en dat dus nog volstrekt niet duidelijk is of er iemand te vinden is die het zwembad wil gaan exploiteren.

Er wordt ook gesproken over een verplaatsing van het zwembad, maar met deze investering valt daar eigenlijk niet meer over te praten. De PvdA/Burgerpartij Oldebroek vraagt zich af hoe duurzaam het is om dit bedrag beschikbaar te stellen terwijl er zo’n groot risico aan vastzit. Bestaat de mogelijkheid om de investering nog een keer uit te stellen en in de toekomst weer subsidie aan te vragen? Wethouder Bergkamp antwoordt dat het college de investering verantwoord vindt, omdat de kans dat er geen exploitant wordt gevonden erg klein is. Hij heeft volgende week weer een gesprek met de initiatiefgroep. Dan zal hij aangeven dat de groep met een plan moet komen dat zich richt op het huidige bad. Het is niet uitgesloten dat men er in de toekomst wat anders mee wil, maar voorlopig is dat niet aan de orde. Mocht de exploitatie toch niet doorgaan, dan zal voor de zonnepanelen ongetwijfeld ergens anders in de gemeente een bestemming worden gevonden. Als dit voorstel niet doorgaat is de kans heel groot dat de subsidie wordt verspeeld. De kans dat een nieuwe aanvraag wordt toegekend, is heel klein. Bovendien lopen de normbedragen voor de SDE++-subsidie steeds verder terug. De heer Kemp sluit zich aan bij wat de heer Dokter zei over de onzekerheid met betrekking tot de exploitatie. Hij wijst er ook op dat er nog een onderzoek loopt onder de inwoners.

Wat zij willen en welke grenzen zij aangeven is nog niet helder. Het valt niet eens uit te sluiten dat er te weinig belangstelling is voor het zwembad. De stichting in oprichting is al tot de conclusie gekomen dat er geen kostenprobleem is maar een bezoekersprobleem. Deze stichting ziet geen enkele uitdaging in het huidige zwembad en pleit zelfs voor een sanering. De houdbaarheid van zonnepanelen ligt zeker op tien jaar, echter de VVD verwacht niet dat die termijn gehaald zal worden. Volgens de informatie die deze fractie heeft ingewonnen, is hergebruik financieel gezien niet interessant. De kosten zitten namelijk voor het grootste deel niet in de panelen zelf maar in het leggen ervan en alle zaken daaromheen. Het verwijderen van de panelen brengt alleen maar extra kosten mee. Bij de subsidie gaat het om een groot bedrag, maar het is wel een uitkering die per jaar wordt uitbetaald, over een periode van vijftien jaar. Als het zwembad over een paar jaar moet worden gesloopt, heeft de gemeente slechts weinig voordeel van dat bedrag, want de subsidie is niet overdraagbaar. De VVD vraagt zich in redelijkheid af waarom

-9-

het college op dit moment met zo’n verzoek komt waar zoveel geld mee gemoeid is. Wethouder Bergkamp geeft aan dat de voorbereiding van de aanbesteding op schema ligt. De documenten zijn zo goed als klaar en gaan binnenkort naar het college. Voorinformatie van de kant van het bureau dat het proces begeleidt, maakt duidelijk dat er absoluut belangstelling is vanuit de markt. Het onderzoek onder de inwoners heeft 1800 reacties opgeleverd. Op dit moment worden de belangrijkste punten daaruit geïnventariseerd. Nog voor de vakantie komt er een nota over de uitkomsten van de aanbesteding en de enquête en over het verdere proces. De heer Kemp wijst erop dat de commissie niet bekend is met de informatie die de wethouder nu geeft over de belangstelling vanuit de markt. De commissie weet ook nog niets over de resultaten van de enquête. Zonder die informatie wordt de commissie nu gevraagd om in te stemmen met deze bijdrage, terwijl de toekomst nog hoogst onzeker is. Wethouder Bergkamp vindt de toekomst van het zwembad niet onzeker. Wat het rendement van de zonnepanelen betreft: met de beschikbare subsidie betaalt deze investering zichzelf terug. Bovendien levert de gemeente hiermee weer een bijdrage aan de duurzaamheidsopgave die de raad heeft vastgesteld. Het zou een gemiste kans zijn om deze stap niet te zetten. De heer Boer kan zich wel in het voorstel vinden.

De raad heeft zelf uitgesproken zonnepanelen op daken te willen zien. Het gaat hier om het dak van een gemeentelijk gebouw. Op dit moment is er nog de mogelijkheid om een groot subsidiebedrag er in mee te nemen. De heer Dijkstra heeft er moeite mee om met dit bedrag in te stemmen, nu alles nog zo onzeker is. Hij is het wel met de wethouder eens dat het de vraag is in hoeverre het voorstel van de stichting in oprichting haalbaar is. Ook volgens het CDA is hergebruik van zonnepanelen niet interessant. De heer Vlieger sluit zich aan bij de bezwaren van de VVD. Hij constateert dat de gewone gang van zaken wordt omgedraaid: normaal gesproken zou de gemeente eerst een exploitant willen hebben en pas daarna een aanbesteding doen voor zonnepanelen. Volgens zijn fractie zouden beide trajecten op zijn minst gelijk op moeten gaan. Het risico op kapitaalsvernietiging is behoorlijk groot: het gaat om een fors bedrag. De antwoorden die de wethouder gaf, hebben de zorgen van de SGP niet weggenomen. De heer Boer interrumpeert. Hij begrijpt het niet helemaal. Heel de raad is ervoor om de gemeente in 2050 energieneutraal te laten zijn. De raad heeft steeds gezegd dat er zonnepanelen op daken moeten komen, te beginnen met de gebouwen van de gemeente. Toch klinkt er op dit moment alleen maar verzet.

Het zwembad is nog steeds van de gemeente, het is nog lang niet rijp voor de sloop en de investering verdient zichzelf terug. Bovendien geeft de gemeente een goed voorbeeld van zorg voor het milieu door hier zonnepanelen neer te leggen in plaats van in een weiland langs de A28. Hij wil graag weten hoe de heer Vlieger daarover denkt. De heer Vlieger is het helemaal eens met de voorkeur voor zonnepanelen op daken. Ook de SGP wil graag de doelstellingen voor 2050 halen. Dat moet echter wel op een verantwoorde manier gebeuren. Omdat er nog geen exploitant is, vindt de fractie in dit geval het risico te groot. De heer Kemp bestrijdt wat de heer Boer zei over het terugverdienen van de investering. Het gaat om een bedrag van 90.000 euro en via de jaarlijkse subsidie komt daarvan maar een fractie terug. Dat zou anders zijn als het zwembad nog vijftien jaar mee zou kunnen, maar dat is niet het geval. De heer Boer denkt dat het bad nog heel wat jaren mee kan. Het mislopen van de subsidie die er dit jaar nog is, zou hem als zakenman zeer aan het hart gaan. Wethouder Bergkamp reageert nog op de inbreng van de heer Vlieger. Het gelijk laten lopen van de beide trajecten – voor de exploitatie en de zonnepanelen – is lastig omdat de tijd daarvoor te kort is. De zonnepanelen zullen voor een bepaalde datum moeten worden aangelegd.

Wat de toekomst van het huidige zwembad betreft: in de enquête zijn wensen naar voren gebracht over een uitbreiding, bijvoorbeeld met een extra glijbaan. Daar kan later eventueel een besluit over worden genomen, maar de wensen zijn wel gekoppeld aan de huidige locatie. De enquête geeft geen enkele aanleiding om met een voorstel over een nieuwe locatie te komen. Verder wordt in de leidraad voor de aanbesteding de voorwaarde opgenomen dat de nieuwe exploitant rekening moet houden met de afname van de opgewekte energie. In die zin is er sprake van een sluitende aanpak. De heer Graansma vindt een subsidie van 213.000 euro een mooi bedrag. De zonnepanelen leveren een energievoordeel op van 10.000 euro per jaar. Daar staat inderdaad tegenover dat de exploitatie van het zwembad nog onzeker is. Dat is ook voor de ChristenUnie een punt van zorg. In de beantwoording van de technische vragen staat dat de subsidie ‘mogelijk niet’ een jaar kan worden uitgesteld. De fractie vraagt de wethouder dan toch nog eens goed naar die mogelijkheid te kijken. Ze wijst erop dat vorig jaar veel SDE-regelingen zijn uitgesteld in verband met de coronacrisis. Verder vraagt de ChristenUnie of voor de zonnepanelen een aanbesteding kan worden gedaan onder de ontbindende voorwaarde dat

- 10 -

de exploitatie van het zwembad doorgaat. Wethouder Bergkamp heeft even tijd nodig om dat na te gaan. Hij zal de vraag nog voor de raadsvergadering beantwoorden. De vraag over het uitstellen of opnieuw aanvragen van de subsidie is al uitgezet. Er is formeel nog geen antwoord op gekomen. Uit mondelinge reacties is al wel gebleken dat de gemeente op dit punt een risico loopt. Zodra het officiële antwoord er is, zal de wethouder dat toesturen. Tweede termijn De heer Kemp blijft het lastig vinden dat de wethouder schermt met gegevens die de commissie niet kent. De commissie weet alleen dat Sportfondsen niet uit luxe met de exploitatie is gestopt. Het was ook niet uit luxe dat de gemeente de exploitatie destijds overdroeg aan Sportfondsen. De VVD heeft dan ook sterke twijfels over de vraag of een toekomstige partij het zwembad zonder verlies kan exploiteren. Zonder verdere gegevens blijft het voor de fractie een gok. Ze hoopt dan ook dat er voor de raadsvergadering nog wat meer duidelijkheid komt. De voorzitter hoopt dat het college in de informatie die de wethouder zojuist heeft toegezegd hier ook nog wat woorden aan kan wijden. De heer Graansma is blij dat de wethouder gaat proberen om de toezegging van de RVO te verlengen. Als dat lukt, wordt de discussie een stuk gemakkelijker.

Het zou erg mooi zijn als de gemeente op deze manier iets kan bijdragen aan de doelstellingen op het gebied van duurzaamheid. De heer Dokter bedankt de wethouder voor de toezegging dat er nadere informatie komt. Die toezegging betekent echter niet dat de volgorde van de dingen verandert. Er moet een besluit worden genomen over de zonnepanelen terwijl er nog een aanbesteding moet komen. Dat blijft lastig. Een belangrijke vraag is of de gemeente het bad zelf weer wil gaan exploiteren als er geen andere exploitant te vinden is. De heer Graansma stelt terecht dat de raad met een afwijzing van dit voorstel wel een kans zou laten lopen. Het is goed om dat te beseffen, welke keus er ook gemaakt wordt. De stichting in oprichting gaat ervanuit dat het zwembad nog hoogstens drie jaar meegaat. Dat zal betekenen dat zij al niet meer mee wil doen aan investeringen die haar worden opgelegd. Wat dat betreft is extra informatie voor de PvdA/Burgerpartij Oldebroek van belang om positief over het voorstel te kunnen beslissen. Afronding: De voorzitter constateert dat dit agendapunt voor dit moment voldoende is besproken en dat het college nog met nadere informatie komt. Het voorstel wordt als A-onderwerp geagendeerd voor de komende raadsvergadering. 06. Vaststellen beleidsnotitie (kleinschalige) woningbouwinitiatieven.

De heer Wijnne ziet deze beleidsnotitie als een kans in een tijd van woningnood en als een mooie oplossing voor ouderen die graag zelfstandig willen blijven wonen. De ChristenUnie heeft een aantal vragen en een suggestie: 1. Wat is de samenhang van deze notitie met het woonprogramma, de visie Wonen, welzijn, zorg en de omgevingsvisie? De fractie mist in dit stuk een onderliggende visie op de doelstelling met betrekking tot wonen en zorg. Is die doelstelling voldoende duidelijk? 2. Hoe flexibel is dit beleid? Als iemand woningsplitsing als een mooie tijdelijke oplossing ziet, is het dan ook mogelijk om die splitsing later weer ongedaan te maken? 3. Als bijvoorbeeld bij woningsplitsing een inrichtingsplan of een programma van eisen moet worden opgesteld, is het goed om daarin ook iets op te nemen over duurzaamheid. 4. De ChristenUnie heeft moeite met de voorwaarde dat bij inwoning minimaal één essentiële gebruikersruimte moet worden gedeeld. Wordt het de aanvragers dan niet te moeilijk gemaakt om inwoning te realiseren? Veel woningen hebben al dubbele badkamers, toiletten etc. Wethouder Engberts beantwoordt de vragen: 1. Deze beleidsnotitie wordt parallel met het woonprogramma ontwikkeld en noemt een aantal mogelijkheden die ook in dat woonprogramma aan de orde zullen komen.

Met deze notitie kunnen de initiatieven alvast in gang worden gezet, zodat het woningbestand snel kan worden aangevuld. Er ligt nog geen vernieuwde visie Wonen, welzijn en zorg onder deze notitie. Intern is al vastgesteld dat die visie naar aanleiding van de huidige ontwikkelingen moet worden herzien. Ook dat gaat parallel lopen met het woonprogramma. Er is juist gisteren een besluit genomen over het proces. Zo gauw die herziene visie klaar is, wordt het woonprogramma daarop aangepast, voor zover dat nodig is. De visie Wonen, welzijn en zorg gaat over de vraag hoe de gemeente in haar woningbeleid wil omgaan met bewoners die zorg nodig hebben en welke keuzes daarin mogelijk zijn. In de visie die nu voorligt, gaat het over de ruimtelijke toets die daarbij aan de orde is. 2. Voor woningsplitsing moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. In die vergunning wordt aangegeven dat op het betreffende perceel voortaan sprake is van meerdere woningen. Als het om

- 11 -

twee woningen gaat en de hoofdbewoner wilt op een gegeven moment beide woningen in gebruik nemen, dan is dat geoorloofd. In de notitie staat wel dat een woningsplitsing die er in het verleden is geweest niet nog een keer kan worden gebruikt. Het is namelijk voorgekomen dat een splitsing werd opgeheven om naast het bestaande pand een vrijstaande woning te plaatsen. Dat was toen toegestaan, maar het is niet de bedoeling dat het hele verhaal dan nog een keer wordt herhaald. 3. Bij woningsplitsing moet de toegevoegde woning voldoen aan het bouwbesluit, inclusief de nieuwste vereisten op het gebied van duurzaamheid. Dat geldt in ieder geval voor de isolatie. Het betekent niet automatisch dat die woning van het gas af moet. De vraag is immers of dat reëel is als de oorspronkelijke woning nog niet van het gas af is. 4. Omdat voor inwoning wettelijk gezien geen wijziging nodig is, moet de woning zodanig zijn ingedeeld dat ze duidelijk door één huisgezin wordt bewoond. Het verschil met een gesplitste woning moet dus helder zijn, ook met het oog op de WOZ. Daarom moet er een deel zijn waar men gezamenlijk gebruik van maakt. De heer Heddema is blij met de flexibilisering van de woningvoorraad die in deze notitie aan de orde is. Op deze manier wordt ruimte geboden om iets te doen aan de lange wachtlijsten. Het gaat om oplossingen die te maken hebben met maatwerk.

ABO heeft alleen nog een vraag over de premantelzorgwoningen. Als pas na tien jaar mantelzorg nodig is, is er geen wettelijke grondslag om de gecreëerde woonsituatie te continueren. Er is immers sprake van een tijdelijke omgevingsvergunning die na tien jaar afloopt. Veroorzaakt de gemeente geen probleem als ze nu al kan voorzien dat ze in een aantal gevallen na tien jaar zal moeten gedogen of een oplossing zal moeten verzinnen die in strijd is met de wet? Wethouder Engberts erkent dat hier een lastig afweegpunt ligt. Het college probeert zo helder mogelijk aan te geven wat het verschil is tussen mantelzorg en pre-mantelzorg. Bij de eerste gesprekken wordt al benadrukt dat men op die termijn van tien jaar moet letten. Vanuit het sociale domein wordt ook getoetst of er uitzicht is op het ontstaan van een mantelzorgsituatie. Als dat uitzicht er niet is, wordt de aanvraag niet gehonoreerd. Als het er wel is, verwacht de gemeente ook dat binnen tien jaar mantelzorg wordt verleend. Zo niet, dan wordt de situatie opnieuw bekeken. Als die situatie dan dringend is, kan een hardheidsclausule worden toegepast. Er wordt dus met een sociale blik naar de situatie gekeken. De gemeente probeert met deze regeling zoveel mogelijk tegemoet te komen aan een behoefte, maar ze wil uiteraard geen probleem creëren voor de betreffende burgers.

Daarom zijn in deze beleidsnotitie ook alle mogelijkheden bij elkaar gebracht, zodat de burger kan kiezen wat voor hem of haar het meest wenselijk is. De gemeente vervult daarbij een adviserende rol. De heer Heddema vindt het belangrijk om te horen dat er een hardheidsclausule komt die voorziet in een mogelijke verlenging. Wethouder Engberts corrigeert dat. Verlenging is niet mogelijk, Een hardheidsclausule houdt in dat een situatie kan worden gedoogd vanwege zwaarwegende omstandigheden. Dat gedogen is dus gebonden aan die omstandigheden en aan de persoon om wie het gaat. De heer Dijkstra vindt het jammer dat het in het raadsgesprek alleen over inbreiding ging. Hij is blij dat er nu een beleidsnotitie ligt met alle mogelijkheden waaruit gekozen kan worden. Wat de gedeelde essentiële ruimte betreft: hij heeft van verschillende mensen gehoord dat dit in de praktijk niet werkt. Volgens deze mensen is zo’n gedeelde ruimte ook niet nodig als ze een gezamenlijke ingang hebben en een gezamenlijke aansluiting voor nutsvoorzieningen. Dan is het duidelijk dat er geen sprake is van twee woningen. Het CDA wil in dit verband graag weten of de gemeente mensen heeft benaderd die ervaring hebben met inwoning. De fractie vindt dat het vanwege de privacy geen optie is om een gezamenlijke badkamer te hebben of een gezamenlijk toilet.

Verder heeft het CDA moeite met de bepaling dat premantelzorgwoningen gebonden zijn aan een termijn van tien jaar en dat er daarna een gedoogsituatie kan ontstaan. De wethouder heeft echter duidelijk aangegeven dat er vooraf een goede deskundige toetsing plaatsvindt. In dat geval kan de fractie ermee akkoord gaan. Over inbreiding wordt in de notitie gezegd dat de ruimte zorgvuldig moet worden benut. Het CDA wil graag weten wat het college onder ‘zorgvuldig’ verstaat. De fractie hoopt dat er geen sprake zal zijn van het volbouwen van percelen. Er moet ruimte zijn voor groen en voor parkeergelegenheid. De inbreiding in de driehoek langs de Noordsingel is wat dat betreft een slecht voorbeeld: de huizen staan daar veel te dicht op elkaar. Wethouder Engberts begint met het laatste. Het zorgvuldig benutten van de ruimte betekent dat op de betreffende locaties maar een of twee woningen kunnen worden gerealiseerd. Verder is de grootte van de naastgelegen percelen ook van belang. De driehoek aan de Noordsingel was geen inbreidingssituatie maar een project van een ontwikkelaar, waarvoor een bestemmingswijziging is gemaakt. Zo’n project kan niet gerealiseerd worden binnen het beleid waar het in deze notitie over gaat. Voor een situatie van inwoning moet nu een principeverzoek worden gedaan, waarbij tekeningen worden aangeleverd die duidelijkheid bieden over de indeling van de woning.

Omdat niet met een bestemmingswijziging wordt

- 12 -

gewerkt, is het een vereiste dat er niet meer dan één huisgezin woont. De woning moet zo worden ingericht dat daar geen discussie over kan zijn. Zulke discussies zijn er in het verleden vaak geweest en in handhavingssituaties zijn ze er nog steeds. Er is dan inwoning aangevraagd, terwijl in de praktijk sprake blijkt te zijn van een splitsing. De heer Dokter is het eens met wat de heer Dijkstra zei over het raadsgesprek, maar vindt de voorliggende stukken wel duidelijk. Hij herkent wat de wethouder zei over de duidelijkheid van een situatie van inwoning. Misbruik moet zoveel mogelijk worden voorkomen en hetzelfde geldt voor vervelende handhavingstrajecten. Duidelijkheid vooraf betekent dat iedereen gelijk wordt behandeld en dat iedereen weet waar hij aan toe is. Wat dat betreft moet de gemeente ook lering trekken uit het verleden. De PvdA/Burgerpartij Oldebroek heeft nog wel een vraag over de pre-mantelzorgwoning. Als daar een echtpaar in komt wonen en de zorgbehoeftige overlijdt binnen tien jaar, kan die periode dan verlengd worden voor de partner die achterblijft? Wethouder Engberts antwoordt dat het dan van de gezondheidssituatie van die partner afhangt of de hardheidsclausule moet worden toegepast. Het kan ook om een jonger iemand gaan. De afweging kan in zo’n geval moeilijk zijn, maar moet wel worden gemaakt, zij het met een sociale blik.

Elke beslissing in zo’n situatie, positief of negatief, moet goed beargumenteerd worden. De heer Dokter vraagt of een positieve beslissing gebaseerd moet zijn op een zorgindicatie. Wethouder Engberts antwoordt dat er sowieso een indicatie nodig is als er sprake is van mantelzorg of als men de pre-mantelzorgsituatie wil voortzetten. De vraag is echter altijd wat op dat moment geconstateerd kan worden en wat binnen tien jaar kan worden verwacht. Nu het beleid duidelijk wordt geformuleerd, zal een aanvrager in voorkomende gevallen zelf ook wel met de vraag komen die de heer Dokter stelt. Dan kan daar een helder antwoord op worden gegeven. De heer Vlieger is blij met de notitie. Zowel voor de gemeente als voor initiatiefnemers geeft dit stuk de nodige duidelijkheid. De SGP had wel graag wat meer maatwerk gezien en vindt het jammer dat de andere fracties daar anders in staan. Volgens deze fractie is dat een gemiste kans. De heer Wijnne interrumpeert. Hij vraagt of de heer Vlieger die behoefte aan maatwerk wat meer concreet kan maken. De heer Vlieger wijst erop dat de raad al een aantal plannen voorbij heeft zien komen. Bij de bespreking van de opiniërende nota werd gevraagd of aan bepaalde projecten additionele eisen gesteld kunnen worden, zoals het inbrengen van extra sloopmeters of het saneren van asbest. De SGP zag daarin een goede gelegenheid om wat extra’s te doen.

Iemand die iets in een monumentale boerderij wil doen, moet extra geld in een fonds stoppen. Zoiets had bij dit beleid ook gekund. Dan had de gemeente meteen een slag kunnen maken in de richting van andere doelstellingen die zij heeft. De heer Schouten vindt de notitie een mooi liberaal stuk. De notitie geeft de inwoners de vrijheid om hun woning zo in te richten dat ze er duurzaam kunnen wonen. Duidelijkheid leidt in dit geval niet tot een restrictief beleid. In het toetsingskader heeft het college heel slim een duurzaamheidskader opgenomen (4.1.f). De VVD vreest dat dit tot onlogische situaties kan leiden. Moet een kangoeroewoning of een pre-mantelzorgwoning echt volledig energieneutraal worden gebouwd? Dat kan voor veel huishoudens betekenen dat zij nieuwe – en vaak dure – dingen moeten aanschaffen. Zal dat voor deze – financieel gezien vaak kwetsbare – mensen niet een verhindering vormen om hun wens te kunnen realiseren? Is het ook niet onlogisch dat op één perceel twee vormen van energievoorziening gaan ontstaan? Een ander punt betreft het aantal vierkante meters dat mag worden bijgebouwd. Komen er in het geval van woningsplitsing extra bouwmeters bij omdat er dan sprake is van twee woningen? Wethouder Engberts verwijst naar wat hij al gezegd heeft over de vereisten voor isolatie en gasloos bouwen bij woningsplitsing.

Wat de extra oppervlakte voor gesplitste woningen betreft: op een bouwblok ligt de mogelijkheid om voor een bestaande – vrijstaande – woning een aantal kubieke meters te realiseren. Als die oppervlakte nog niet helemaal is benut, mag dat alsnog gebeuren. Daarna kan dan de splitsing plaatsvinden. Met betrekking tot bijgebouwen is de situatie vaak lastig, zeker als het om een groter aantal gaat. In het verleden ging het bij woningsplitsing vaak zo dat de ene woning alle bijgebouwen kreeg, waarna men dacht voor de andere woning 100 m2 te mogen bijbouwen. Dat is dus niet de bedoeling. Als er veel bijgebouwen staan, moet vooraf in de overeenkomst worden vastgelegd wie wat krijgt. Bij weinig bijgebouwen mag elke woning er een maximaal aantal vierkante meters bij hebben, afhankelijk van wat in het bestemmingsplan staat. De heer Schouten wijst erop dat de algemene voorwaarden met betrekking tot duurzaamheid veel verder gaan dan het bouwbesluit. Hij vraagt of die voorwaarden dan niet enigszins moeten worden aangepast. Er staat nu toch echt dat de woning energieneutraal moet worden opgeleverd, terwijl de wethouder zei dat er geen verplichting is om van het gas af te gaan. Wethouder Engberts zegt toe dat op dit punt nog voor de raadsvergadering een

- 13 -

verheldering zal worden gegeven, als een aanvulling op deze notitie. Daarin zal duidelijk worden gemaakt wat er precies wettelijk voorgeschreven is. Tweede termijn De heer Dijkstra wil weten of op het punt van de gedeelde essentiële ruimte een evaluatie is gehouden onder burgers die eerder met inwoning te maken hebben gehad. Wethouder Engberts antwoordt dat er intern wel een evaluatie is geweest. Er hebben zich heel wat situaties voorgedaan waarbij de inwoning achteraf niet conform de regels bleek te zijn uitgevoerd. De betreffende burgers kwamen daardoor in de problemen en legden die problemen bij de gemeente op tafel. Ze constateerden dat ze tientallen jaren inwoning hadden gehad, maar vervolgens de helft van hun woning niet konden verkopen. De bank accepteerde geen hypotheek omdat er geen woningsplitsing was aangevraagd maar inwoning. Bij de evaluatie van dat soort ervaringen is bekeken hoe dergelijke situaties in de toekomst kunnen worden voorkomen. Daarbij ging het dus niet alleen om het belang van de gemeente, maar vooral ook om het belang van de burgers. De heer Wijnne onderstreept wat de wethouder zei over de sociale blik waarmee de gemeente naar premantelzorgsituaties wil kijken. Die sociale blik vindt de ChristenUnie heel belangrijk. Daarom is de gedeelde essentiële woonruimte voor deze fractie nog een punt waar zij intern over wil spreken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oldebroek&id=642df74b-0847-47c1-892a-5135103acc23