Verslag 17 februari 2021
Tekst van het document
GEMEENTE OLDEBROEK RAADSGRIFFIE COMMISSIE RUIMTEGEBRUIK EN LEEFOMGEVING Verslag van de openbare online vergadering van woensdag 17 februari 2021 Aanwezig Leden
:
Afwezig
:
de heren D.E. Doornwaard, W. Roelofsen en N.T. Schouten.
Tijd
:
19.30 – 22.26 uur.
de heren A.M. Boer, J.A. Dijkstra, G.J.L. Dokter, E.D. Doorneweerd, P.H. Graansma, A. Heddema, A.J. Hellendoorn, H.G.P. Kemp (i.p.v. W. Roelofsen), K. van Ommen, G. Vlieger en H. Wijnne. Voorzitter : de heer E.J. Ruitenberg. Griffier : : de heer J. Tabak. Notulist: : de heer H. Geertsma. College : de heren B. Bergkamp en B. Engberts (wethouders). Ambt. ondersteuning: de dames J. Kalter, A. Nijhof, K. Slijkhuis en I. Verhoeff, en de heren F. Hoogenraad, H. Veldhuis (BügelHajema), R. Sueters en F.P. Witteveen. Verder aanwezig : de heer P. Lensselink (gemeentesecretaris) Insprekers : 1 Publiek : n.v.t. (de vergadering is alleen te volgen via live stream). Pers : -
01. Opening. De voorzitter opent de digitale vergadering en heet iedereen welkom, ook de inwoners die thuis de vergadering volgen. De heren Doornwaard en Schouten zijn met kennisgeving afwezig. 02. Vaststelling van de agenda. De agenda wordt vastgesteld zoals die voorligt. Voor de rondvraag heeft de ChristenUnie twee vragen aangekondigd. De voorzitter stelt voor om bij de tweede vraag ook in te gaan op de brief van de initiatiefnemer van het project De Bulten 10, waarin deze verzoekt om een informeel gesprek met de commissie. 03. Voorstel vaststellen ontwerpbestemmingsplan Oosterwolde, Schiksweg. De heer Kemp is blij dat er weer een plan ligt voor woningbouw in Oosterwolde. Volgens de VVD is de zienswijze adequaat beantwoord. Wat de ambtshalve wijziging naar aanleiding van de reactie van het waterschap betreft: de fractie kan zich niet voorstellen dat bewoners aan de westzijde boten zullen aanleggen. De watergang is een slootje waar geen bootje in past. Verder mist de fractie een bepaling over het onderhoud van de watergang. Als er een bufferzone achter de percelen wordt aangelegd, zal daar iets over geregeld moeten worden. Wethouder Engberts is het daarmee eens. De bufferzone is juist bedoeld om het onderhoud aan de overzijde van de sloot te kunnen realiseren. Het waterschap moet daar zijn werk kunnen doen. Dat zal in de onderlinge afstemming ook worden geregeld.
De heer Kemp heeft begrepen dat de bufferzone in het bezit blijft van de eigenaren van de percelen. Wethouder Engberts ontkent dat. De bufferzone blijft beschikbaar voor het waterschap. De heer Kemp vraagt of het waterschap dan zorgt voor het onderhoud aan de zijde van de bufferzone. Normaal gesproken zouden de eigenaren van de percelen dat moeten doen. Wethouder Engberts antwoordt dat dat inderdaad een taak is voor het waterschap. Het waterschap is de eigenaar van de sloot.
-2-
De heer Dokter ziet de locatie aan de Schiksweg als een mooi uitbreidingsgebied voor Oosterwolde. Hij vindt zienswijzen altijd erg interessant, omdat die hem altijd weer nieuwe inzichten bieden. De beantwoording van deze zienswijze vindt hij sterk. Hij heeft nog wel een vraag bij de beantwoording van de schriftelijke vraag van de ChristenUnie over de toekomstbestendigheid van de bouw. Wordt hier voldoende rekening gehouden met het standpunt van de woningcorporaties dat er meer beweging op de woningmarkt moet komen? Wethouder Engberts antwoordt dat vooral de doorstroming regelmatig aan de orde is in de besprekingen. Bij het nieuwbouwplan voor de Schiksweg heeft het college zich vanaf het begin ingezet voor een mix van woningen, dus ook voor sociale koop- en huurwoningen. Daarnaast hebben de drie betrokken partijen samen afspraken gemaakt over de fasering, om het aanbod zo te laten zijn dat er een doorstroming op gang komt. Verder hebben die partijen toegezegd dat ze zullen helpen om de doorstroming te monitoren. Ze gaan na waar de nieuwe eigenaren vandaan komen en wie de achtergelaten woningen betrekken. Daaruit kunnen dan lessen worden getrokken voor volgende projecten. De heer Wijnne is positief over het plan en over de variatie die erin zit.
Zijn fractie is ook blij met de opmerking van de wethouder dat in de toekomst zal worden nagegaan of er voldoende aanbod is om doorstroming mogelijk te maken en of die doorstroming dan ook echt plaatsvindt. Hij begrijpt wat in de schriftelijke beantwoording wordt gezegd over de flexibiliteit in het plan, die het mogelijk maakt om in te spelen op een veranderende marktvraag. Een vraag daarbij is wel of het mogelijk is om daarop te sturen, of dat het aan de projectontwikkelaar wordt overgelaten om te bepalen wat er gebouwd wordt. Kan het college afdwingen dat er voldoende sociale huur- en koopwoningen worden gebouwd, ook als er veel vraag is naar woningen in het duurdere segment? Verder maakt de ChristenUnie zich wat zorgen over de vraag of de woningen sowieso niet te duur worden. In de tijd dat het onderzoek werd gedaan, was de gemiddelde prijs 280.000 euro, terwijl in dit plan voor een twee-onder-een-kapwoning een prijs van 365.000 euro wordt genoemd. De fractie vraagt zich af of dat voor inwoners van Oosterwolde wel een betaalbare prijs is, of dat hier vooral wordt gebouwd voor mensen van buiten de regio. Het is niet erg om andere mensen aan te trekken, maar de gemeente wil toch vooral bouwen voor haar eigen inwoners. Wethouder Engberts heeft er in de vooroverleggen op gestuurd dat er goedkope woningen moesten komen. Die komen er dus ook echt.
Er kan later alleen gestuurd worden als er meer vraag komt naar sociale koopwoningen. Verder zit er voor de ontwikkelaar niet veel flexibiliteit in. Als de vraag naar andere typen woningen groter wordt, moet daar eerst een gesprek over plaatsvinden. De verhoudingen tussen de categorieën woningen zijn mede bepaald door de inschrijvingen die er geweest zijn op de bijeenkomsten die de initiatiefnemer heeft belegd. In hoeverre het daarbij ging om eigen inwoners dan wel om inwoners van elders is een vraag die meegewogen heeft om de aantallen te bepalen. De prijs voor een twee-onder-een-kapwoning is inclusief btw. Bij het bepalen van die prijs heeft de ontwikkelaar rekening gehouden met de vraag of inwoners van Oosterwolde bereid en in staat zijn om dat bedrag te betalen. Van de kant van de gemeente is er goed op gelet of de prijs reëel en marktconform is en of er niet te grote winsten worden gemaakt. Het is belangrijk om te proberen het aanbod aan woningen zodanig te laten zijn dat in behoorlijke mate aan de vraag kan worden voldaan. Die vraag drijft de prijs uiteraard steeds verder op. Ontwikkelaars kijken ook welke prijzen in omliggende gemeenten worden gehanteerd. De heer Boer vindt het een mooi plan met een goede mix. ABO kan zich best voorstellen dat de prijzen hoger zijn geworden.
Voor nul-op-de-meterwoningen zijn nu eenmaal extra bouwconstructies en isolatiemaatregelen nodig. De fractie hoopt wel dat de meeste woningen worden gebouwd voor de inwoners van Oosterwolde en van de omliggende kernen. In een landelijk dagblad stond juist vandaag dat voor woningbouw meer naar weilanden moet worden gekeken. ABO wil graag stimuleren dat buiten de grenzen van de eigen kernen naar mogelijkheden wordt gezocht. De heer Van Ommen sluit zich aan bij de woorden van ABO. Het plan heeft ook de goedkeuring van het CDA. De fractie heeft van haar leden in Oosterwolde begrepen dat zij er erg tevreden over zijn. De heer Vlieger laat weten dat de SGP heel positief is over het plan. Het plan heeft een goede mix en levert voor de komende jaren voldoende woningen op. Tweede termijn De heer Dokter ondersteunt de inbreng van de ChristenUnie over het borgen van een goede mix. In Wezep-Noord werden destijds op het laatste moment seniorenwoningen ingeruild voor eengezinswoningen. De PCOB gaf aan dat er te weinig woningen voor ouderen werden gebouwd, maar
-3-
uiteindelijk werd het aanbod toch bepaald op basis van de vraag van dat moment. Er moet dus toekomstgericht gestuurd worden, om te voorkomen dat alleen aan de vraag van de dag wordt voldaan. Afronding: De voorzitter constateert dat dit agendapunt voldoende is besproken. Het voorstel wordt als B-onderwerp geagendeerd voor de raadsvergadering van 11 maart. 04. Voorstel vaststellen ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Mheneweg Zuid 52 (Oldebroek). De voorzitter wijst op de brief van de initiatiefnemer en op het memo van het college waarin de vragen van de initiatiefnemer worden beantwoord. Hij denkt dat deze stukken behulpzaam kunnen zijn bij de bespreking. Inspreker De heer K. van den Berg, Mheneweg Zuid 52, spreekt in over dit onderwerp. Hij kent genoemde memo. Daarin wordt specifiek gedoeld op de brief van 2018. Hij kent echter geen brief van 2014 waarin staat dat op de strook van 8 meter niet gebouwd mag worden. Het enige wat hij heeft, zijn twee mails van ambtenaren van de gemeente waarin staat dat bouwen daar wel degelijk mogelijk is. Hij vindt het jammer dat die toezegging nu wordt teruggenomen en hoort graag hoe de commissie daarover oordeelt. Bespreking in eerste termijn De heer Heddema vindt het nog steeds niet duidelijk hoe mondelinge en schriftelijke afspraken en alle communicatie daarover op elkaar zijn gevolgd.
Hij vraagt of de heer Van den Berg er bij de bouw van de bewuste schuur ervanuit mocht gaan dat dit vergunningvrij kon gebeuren. Zo ja, dan wil hij weten of dat al dan niet correct is geweest en of de eigenaar recht heeft op compensatie. Heeft het college mogelijke gerechtelijke vervolgstappen meegewogen in het voorstel dat nu voorligt? Is er een jurist geraadpleegd over eventuele consequenties van dit voorstel? Een volgende vraag is hoe zwaarwegend het argument is dat door de bewuste schuur de landschappelijke waarde wordt aangetast. Er is op die locatie toch al sprake van een cluster gebouwen dat als een samenhangend geheel kan worden beschouwd. Verder wil ABO weten of het college niet met de gedupeerde zou moeten overleggen over een minnelijke regeling, als deze te goeder trouw heeft gehandeld. Een ambtelijke fout is menselijk, maar die fout maakt dan wel dat hier sprake is van een bijzonder geval. Vrees voor een precedentwerking is dus niet nodig. Dat betekent dat de gemeente zou kunnen meewerken aan het legaliseren van de schuur, onder de voorwaarde dat die schuur een plat dak krijgt, zoals de eigenaar ook heeft voorgesteld. Wethouder Engberts geeft aan dat de schuur niet vergunningvrij kon worden gebouwd. Het bestemmingsplan was tijdens die bouw nog steeds niet aangepast. Op de strook van 8 meter lag nog een agrarische bestemming.
Er was dus sprake van een illegale situatie. Daarom is in eerste instantie ook gehandhaafd. Er is dus ook geen recht op compensatie. Over deze kwestie is inderdaad juridisch advies ingewonnen. Wat het cluster van gebouwen betreft: het stuk grond waar het hier om gaat, is de strook van 8 meter die vanaf het bouwperceel gezien voorbij de bestaande bomenrij ligt. Die bomenrij bepaalt dat het gebied erachter doorzichten geeft naar het landschap. De strook heeft een aantal kenmerken die beschreven zijn in het bestemmingsplan en die aanleiding zijn voor de bepaling dat er niet gebouwd mag worden. In de eerste gesprekken over de koop van de strook is dat ook overeengekomen. Daarna zijn er inderdaad ambtelijke fouten gemaakt. Die fouten geven echter niet het recht om op die locatie vergunningvrij te bouwen. Ze geven ook geen aanleiding om terug te komen op de afspraken uit het verleden. Die afspraken waren helder en krijgen nu rechtsgrond in het bestemmingsplan. Met dat laatste hebben beide partijen destijds ingestemd. Over de mogelijkheid van legalisatie is wel gesproken, maar daarmee zou voorbij worden gegaan aan de afspraken die destijds zijn gemaakt. De strook is aangekocht met de bedoeling dat de heer Van den Berg geen hinder zou ondervinden van het pad dat bij de buren vandaan zou komen. Het is nooit de bedoeling geweest dat het stuk grond volgebouwd zou worden.
Met legalisatie zou dat wel mogelijk worden: als de gemeente één aanvraag toelaat, moet ze dat ook doen met andere aanvragen. De heer Heddema blijft zitten met de ambtelijke fout. Als gevolg van die fout kon de heer Van den Berg ervan uitgaan dat met de doorvoering van het bestemmingsplan vergunningvrij mocht worden gebouwd. In die fase heeft de initiatiefnemer te goeder trouw gehandeld. Hij had een schriftelijke toestemming om te bouwen.
-4-
Wethouder Engberts legt uit dat er op dat moment geen enkele grond was om vergunningvrij te bouwen, ondanks de gemaakte fout. Het bestemmingsplan was toen nog niet in procedure gebracht. Wat in de ambtelijke brief stond, ging over de toekomstige situatie. De heer Vlieger betreurt de miscommunicatie die in het verleden is ontstaan. Voor de initiatiefnemer is het erg vervelend dat hij daardoor op het verkeerde been is gezet. De SGP vindt wel dat het college in deze procedure de juiste weg heeft bewandeld. Vanuit het bestemmingsplan is duidelijk dat vergunningvrij bouwen op de bewuste strook niet is toegestaan. De fractie kan dan ook achter het voorstel van het college staan. De heer Van Ommen geeft aan dat de gevoelens van zijn fractie wat heen en weer zijn gegaan. Uiteindelijk is de zaak voor het CDA wel duidelijk geworden. De heer Van Ommen legt nog wel de vinger bij de beantwoording van vraag 7 uit de brief van de heer Van den Berg. Hij vindt het niet zo sterk dat de gemeente dacht dat de bestemming ‘tuin’ voldoende was om vast te leggen dat er niet vergunningvrij mocht worden gebouwd. Zelf zou hij denken dat vergunningvrij bouwen op een stukje tuin heel normaal was. Hij vraagt of het college kan uitleggen hoe het tot zijn veronderstelling kwam. Wethouder Engberts wijst op de afspraak dat het stukje grond onbebouwd zou blijven.
Vanwege die afspraak werd gedacht dat de bestemming als tuin voldoende was. Dat bleek juridisch dus niet zonder meer houdbaar te zijn. Om te voorkomen dat op dat punt toch weer strijd zou ontstaan, is de ambtshalve wijziging aangebracht. De heer Doorneweerd neemt aan dat het ambtelijke gesprek op 18 januari, waar in het memo over gesproken wordt, met de heer Van den Berg is gevoerd. Hij hoort graag of dat klopt. Verder wil hij weten of de afspraak die destijds is gemaakt juridisch kan standhouden, als ze niet schriftelijk is vastgelegd. Dezelfde vraag heeft hij over het voorstel dat nu voorligt: kan dat voorstel voor de rechter overeind blijven na de ambtelijke fout die is gemaakt? Een volgende vraag is wat de handhaving die heeft plaatsgevonden precies inhield. Ten slotte wil hij weten of de afspraak om de strook niet te bebouwen een wens van de gemeente betrof of een wens van de verkopende partij. Wethouder Engberts bevestigt dat het gesprek op 18 januari met de heer Van den Berg is gevoerd. Er was toen nog geen sprake van een wijziging van het bestemmingsplan en die wijziging is er nu nog niet. Dat betekent dat er niet op gebouwd mag worden. De vraag of de mondelinge afspraak houdbaar was, is dus in feite niet van belang. Wat nu in het bestemmingsplan wordt vastgelegd, is in overeenstemming met wat in het verleden is afgesproken. Dat is juridisch houdbaar.
In 2018 heeft handhaving plaatsgevonden omdat op een stuk grond met een agrarische bestemming een grotere bebouwing was gerealiseerd dan was toegestaan. Nadat de initiatiefnemer er een paar keer op was aangesproken, heeft hij de bebouwing uiteindelijk weggehaald; alleen de fundering ligt er nog. Dat er niet gebouwd zou worden, is destijds overeengekomen tussen de koper en de verkoper. Vervolgens heeft de gemeente aangegeven dat dit zou worden vastgelegd in het bestemmingsplan. De heer Dokter vindt dat de heer Doorneweerd goede vragen heeft gesteld en dat die duidelijk zijn beantwoord. Juridisch is het allemaal behoorlijk helder. Volgens hem zou iemand met een bouwbedrijf ook moeten weten hoe dit soort processen werken. Tegelijk begrijpt hij van sommige fracties dat ze in dit geval wel een uitzondering zouden willen maken. Gezien de kaderstellende rol van de raad zou de commissie daar in deze vergadering nog over moeten nadenken. De heer Kemp vindt dat niet vergeten moet worden wat het eigenlijke voorstel is: de verandering van een bestemming voor garage met pompstation naar iets heel anders. Hij vindt het wat jammer dat de discussie alleen over een strook grond van 8 meter gaat. De VVD is blij dat het bestemmingsplan eindelijk lijkt te kunnen worden vastgesteld. Intussen heeft de fractie nog wel een vraag over de mondelinge afspraak uit 2015. De grond is in 2016 overgedragen.
Het maakt de VVD niet veel uit met wie de afspraak precies gemaakt is, maar het kan dus in ieder geval niet met de huidige eigenaar zijn geweest. Wat de foutieve ambtelijke informatie betreft: het is nu al de derde keer in korte tijd dat het vertrouwen in de overheid ter discussie staat. Dat vindt de VVD nogal wat. Inwoners moeten eropaan kunnen dat de informatie die uit het gemeentehuis komt, correct is. Kennelijk heeft de eigenaar op basis van die foutieve informatie een principeverzoek ingediend voor de realisatie van een klein bijgebouw. Als dat klopt, vindt de VVD het vreemd dat het college het verzoek heeft afgewezen, de fout heeft toegegeven, maar vervolgens wel leges heeft laten betalen. De fractie zou het reëel vinden dat die leges worden gerestitueerd. Ze wil graag weten hoe het college daarover denkt, maar is ook benieuwd naar de meningen van de andere fracties.
-5-
Wethouder Engberts wijst erop dat het schuurtje illegaal werd gebouwd en dat de eigenaar daarop is aangesproken. Desondanks diende de eigenaar een principeverzoek in, terwijl hij dus wist dat het niet kon. Daarom vindt het college het niet reëel om de leges terug te geven. Reactie inspreker De heer Van den Berg heeft zo’n drie maanden nadat de genoemde afspraak zou zijn gemaakt een email naar de betrokken ambtenaar gestuurd. Die ambtenaar gaf toen aan dat de heer Van den Berg op de bewuste strook een bouwwerk mocht plaatsen. Ook toen het om de hoofdschuur bij zijn woning ging, kreeg hij het antwoord dat hij die volgens het bestemmingsplan vergunningvrij zou mogen bouwen. Hij erkent dat hij de schuur te vroeg kan hebben gebouwd, omdat het bestemmingsplan nog niet was gewijzigd. Dat neemt niet weg dat vanuit de gemeente tot twee keer toe positief op zijn vraag is gereageerd. Hij vindt het erg vreemd dat de gemeente die positieve reactie in 2018 weer terugtrok. Volgens hem was het daar toen te laat voor. Als de wijziging van het bestemmingsplan voor die tijd rond was geweest, had de fout er waarschijnlijk in gestaan en had hij dus sowieso mogen bouwen. Nu is hij de dupe geworden van een verkeerde informatie. Als hij die informatie niet had gehad, had hij zijn huidige garage van een kelder kunnen voorzien of kunnen verplaatsen.
Dan had hij op die manier de ruimte kunnen creëren die hij nodig heeft. Tweede termijn De heer Heddema blijft met een onbestemd gevoel zitten. Er zit een formele kant aan het verhaal, maar er is ook zoiets als de menselijke maat. Die moet volgens ABO een rol spelen wanneer de gemeente een fout maakt. De fractie denkt dat de eigenaar te goeder trouw heeft gehandeld: hij heeft tot twee keer toe per mail de bevestiging gevraagd dat hij vergunningvrij mocht bouwen. Daar zou in ieder geval rekening mee moeten worden gehouden als het gaat om de leges. Verder blijft ABO van mening dat naar de mogelijkheid van legalisering moet worden gekeken. De fractie heeft al gesteld dat vrees voor een precedentwerking niet nodig is. Dat is dan het antwoord op de vraag van de heer Dokter. De heer Van Ommen denkt, alles gehoord hebbende, dat het CDA zich achter het voorstel van het college kan scharen. De heer Doorneweerd merkt op dat er in 2017 al een gesprek is geweest tussen de toenmalige wethouder en de heer Van den Berg over de onjuiste informatie van de kant van de gemeente. In 2018 is de heer Van den Berg gaan bouwen. Toen wist hij dus al dat de informatie niet juist was. Verder is het de ChristenUnie duidelijk dat volgens het vigerende bestemmingsplan sowieso niet gebouwd mocht worden. Na de wijziging mag dat nog steeds niet. De fractie kan dan ook met het voorstel instemmen.
De heer Dokter vindt de chronologische volgorde in het verhaal inmiddels duidelijk. Als de bebouwing alsnog gelegaliseerd zou worden, zou er volgens de PvdA/Burgerpartij Oldebroek wel degelijk sprake zijn van een precedentwerking. Zowel het vigerende als het nieuwe bestemmingsplan sluiten bebouwing immers uit. De heer Dokter begrijpt de heer Van den Berg helemaal, maar benadrukt dat de raad vanuit zijn controlerende rol geen reden heeft om anders te beslissen dan het college voorstelt. Hij constateert dat de wethouder een andere volgorde van de feiten aangaf dan de heer Kemp. Daaruit bleek dat de heer Van den Berg had kunnen weten hoe de vlag erbij hing, ondanks de mailtjes die hij had gekregen. De PvdA/Burgerpartij Oldebroek is het eens met het voorstel. De heer Kemp vindt de antwoorden van de wethouder op zich heel reëel. Zakelijk gezien is het allemaal vrij eenvoudig. Het is duidelijk dat op agrarische grond niet gebouwd mag worden. Dat het stukje ‘bufferzone’ de bestemming ‘tuin’ krijgt en dat daar vervolgens ook niet op gebouwd mag worden, is eveneens logisch. Een punt blijft echter dat er in 2015 een mondelinge afspraak is gemaakt en dat daar later schriftelijke informatie op volgde waar het tegenovergestelde in stond. Die fout is gemaakt onder verantwoordelijkheid van het college. De VVD zou het fair vinden dat het college dat erkent en om die reden de leges teruggeeft.
Wethouder Engberts heeft, toen hij voor het eerst met het dossier te maken kreeg, er op dezelfde manier mee geworsteld als de fracties nu doen. Het verhaal werd hem echter steeds helderder. Hij wijst er ook nog op dat het vergunningsvrije aantal van 100 m2 al is benut. In zo’n geval wordt dan geen extra ruimte meer geboden. Dat kan hier dus ook niet gebeuren. Een tegemoetkoming zou zeker een precedent scheppen, zoals de heer Dokter terecht constateerde. Omdat de situatie heel helder was en er toch een principeverzoek werd gedaan, is er geen reden om de leges terug te betalen. Op grond met de bestemming ‘tuin’ mag in de bebouwde kom in principe wel vergunningvrij worden gebouwd. Als daar een vraag over wordt gesteld, is het dus niet zo vreemd dat in de beantwoording een fout wordt
-6-
gemaakt. Het verzoek voldeed echter ook niet aan de voorwaarde met betrekking tot het aantal vierkante meters. Daarom deed de vergissing eigenlijk niet eens ter zake. Afronding: De voorzitter constateert dat de bespreking nauwelijks over de vaststelling van het bestemmingsplan ging. Er wordt verschillend gedacht over de mogelijkheid van compensatie, maar dat staat min of meer los van die vaststelling van het bestemmingsplan. Bovendien betreft dat een bevoegdheid van het college. Het lijkt de voorzitter dan ook niet nodig in de raad nog eens over het onderwerp te spreken. De vergadering stemt daarmee in. Het voorstel wordt als B-onderwerp geagendeerd voor de komende raadsvergadering. De voorzitter bedankt de heer Van den Berg voor zijn inbreng. Hij kan zich voorstellen dat het voor de inspreker niet helemaal bevredigend is verlopen, maar constateert dat de commissie voldoende aandacht aan het onderwerp heeft gegeven. 05. Prestatieafspraken met de woningcorporaties 2021. De heer Graansma vindt de afwijkende nummering ten opzichte van die van vorig jaar wat lastig, omdat het nu moeilijker is om dingen terug te zoeken. Het is de ChristenUnie niet helemaal duidelijk wat de meerwaarde is geweest van het addendum.
Wat maakte dat het college met dat addendum de afspraken toch kon ondertekenen? Uit de rapportage over de voortgang van de prestatieafspraken blijkt dat in deze regio weer geen huurwoningen zijn gerealiseerd. Er is nog even tijd tot 2030, maar inmiddels blijven die huurwoningen nu al een aantal jaren achterwege. De ChristenUnie wil graag weten waar dat aan ligt. Willen de corporaties niet, of heeft de gemeente de zaken niet voor elkaar? Waarom is er vorig jaar geen grond aangeboden bij de gemeente? Gaat dat dit jaar gebeuren? In januari heeft de raad de grondprijzen voor sociale huurwoningen nog verlaagd. Als er geen grond beschikbaar is, is dat besluit een wassen neus geweest. Verder citeert de heer Graansma uit de nota van 2015/2016 over de woningmarktregio’s. Oldebroek ging toen bij de woningmarktregio Amersfoort horen, terwijl ze liever bij Zwolle had gezeten. In de genoemde nota ging het over de vraag of de goede woningcorporaties in deze regio zitten. deltaWonen stelde in een zienswijze dat Hattemerbroek en Wezep eigenlijk bij de regio Zwolle zouden moeten horen: het kerngebied waar die corporatie altijd in werkte. In die zienswijze gaf de corporatie ook aan dat haar bereidheid om te investeren groter was dan die van Omnia Wonen. Omnia Wonen liet in een reactie weten zeer verbaasd te zijn over die opmerking.
Deze corporatie stelde dat ze wel degelijk haar verantwoordelijkheid neemt. Ze gaf aan in beide kernen te willen investeren als daar een aantoonbare behoefte aan is. In de genoemde nota staat: “Het risico dat niet in de voorraad sociale huurwoningen in Wezep en Hattemerbroek wordt geïnvesteerd, is daarmee beperkt.” Desondanks is er vijf jaar later nog geen enkele huurwoning in Hattemerbroek gebouwd. Er wordt zelfs nog steeds gesteggeld over een tiental woningen dat aan de Mariënrade in Wezep moet komen, terwijl is aangetoond dat die woningen heel hard nodig zijn. De heer Graansma vraagt wat dan de toezegging waard is die hij zojuist citeerde. Hij vraagt zich ook af of deze gemeente moet proberen in een andere woningmarktregio te komen. Of moet ze alsnog proberen deltaWonen zover te krijgen dat die corporatie dispensatie vraagt om in Hattemerbroek en Wezep te mogen bouwen? Gisteren stond in de krant dat er in Nederland 1 miljoen woningen bij moeten komen. In deze gemeente lukt het nog niet eens om een paar huurwoningen te bouwen. Wethouder Engberts begint met een uitleg over het addendum. Er was een aantal punten in de prestatieovereenkomsten waarop het college een aanscherping wilde zien, zoals de woningen aan de Mariënrade en het feit dat er te weinig huurwoningen worden gebouwd. Dat is niet gelukt.
Het college heeft toen aangegeven dat er vaker en meer vroegtijdig overleg zou moeten plaatsvinden en dat het dan meer over de inhoud zou moeten gaan. Dat is vervolgens in het addendum vastgelegd. De corporaties worden ook aan de voorkant betrokken bij de opstelling van het woonprogramma. Ze hebben zelf uitgesproken dat ze dat willen. Er wordt vooruitgang geboekt in die zin dat de gesprekken constructiever worden: de partijen zoeken elkaar en proberen elkaar te versterken. De laatste zin van het addendum luidt: we staan samen aan de lat. Gezien deze ontwikkeling zag het college mogelijkheden om de prestatieafspraken alsnog te ondertekenen. De partijen blijven elkaar wel aanspreken op wat ze nu hebben afgesproken. Er is vorig jaar inderdaad geen grond aangeboden bij de gemeente. In het verleden is er ook niet veel aanbod geweest. De gemeente heeft ook weinig uitleglocaties gehad. Oldebroek-West komt er straks wel aan. De WHC-locatie is eveneens een goede mogelijkheid. Daar gaan de corporaties over meepraten, ook wat betreft de typen woningen die daar
-7-
zouden moeten komen. Woningcorporaties willen dat in één keer een complete straat wordt gebouwd en niet hier en daar een blokje woningen. Ze willen substantiële aantallen kunnen toevoegen om hun bestand op peil te kunnen houden. In de vorige afspraken is komen te staan dat de corporaties met concrete plannen zouden komen waarin wordt aangegeven waar ze gaan bouwen. Dat konden ook plannen zijn voor sloop van woningen die niet meer gerenoveerd kunnen worden. Die worden dan vervangen, het liefst door de kleinere woningen die deze gemeente hard nodig heeft. In het afgelopen jaar is Omnia Wonen ook daadwerkelijk met een plan gekomen voor de sloop van 38 woningen aan de Spronksweg, waar zo’n 60 woningen voor terugkomen. Zo’n plan kost echter wel tijd omdat de huidige bewoners ergens anders naartoe moeten. Voor dit plan is ook een subsidie van de provincie beschikbaar, maar dan zou pas in 2025 met de bouw kunnen worden begonnen. Dat vindt het college te laat. Daarom wordt nu met de corporatie overlegd over de mogelijkheid om in samenspraak met de provincie de start van de bouw te vervroegen. De grenzen voor de woningmarktregio’s worden bepaald door de regio’s en de provincie. Omnia Wonen heeft in het regionale overleg van 2016 nadrukkelijk bevestigd dat zij in Hattemerbroek en Wezep wil gaan bouwen zodra daar aanleiding voor is en zodra er mogelijkheden voor zijn.
De wethouder heeft de corporatie onlangs nog met die toezegging geconfronteerd. Hij wil met de corporatie gaan praten over de invulling van die toezegging op de WHClocatie. De vraag of ook deltaWonen toch nog weer in Hattemerbroek en Wezep zou kunnen gaan bouwen, is vaker gesteld. Voorheen kostte het echter jaren om daarvoor de juiste aanvragen te doen bij de juiste instanties. In januari van dit jaar is daar verandering in gekomen: het kan nu veel sneller. De corporatie denkt er inmiddels over na. De heer Graansma is blij dat de wethouder in gesprek is met de corporaties, maar hij blijft vinden dat het allemaal te lang duurt. Er zijn afspraken, er staan dingen op papier, maar papier is gewillig en over Mariënrade wordt al een hele tijd gesteggeld. De laatste berichten daarover zijn dat er samen met deltaWonen naar wordt gekeken. Omnia Wonen krijgt het dus alleen niet voor elkaar. Hij vraagt hoe dat zich verhoudt tot de toezegging die deze corporatie heeft gedaan. Wethouder Engberts antwoordt dat de plannen voor Mariënrade verder worden uitgewerkt in het woonprogramma. Los daarvan heeft het college de corporaties erop gewezen dat zij aan de lat staan om daar woningen voor doelgroepen te bouwen. Er zijn verschillende overleggen geweest, ook over de verhoudingen tussen prijs en kwaliteit, maar dat leverde niets op.
Het college heeft gevraagd waarom de corporaties niet kunnen wat marktpartijen wel voor elkaar krijgen. Die vraag moet nog worden beantwoord. Het college wil in ieder geval snelheid maken met dit project. Als het met de corporaties niet lukt, wordt naar andere partijen gekeken die daar wel snel iets kunnen realiseren. De heer Graansma vraagt wat de gemeente vanuit de prestatieafspraken bij een corporatie kan afdwingen. Wat hebben mooie woorden voor zin als er jarenlang niets mee gedaan wordt? Een aanvullende vraag is of deltaWonen misschien niet mag bouwen aan de Mariënrade, terwijl ze het wel heel graag wil. Wethouder Engberts ontkent dat laatste: deltaWonen staat er niet om te springen. Dat heeft alles te maken met de huurprijzen die berekend zouden moeten worden. Als die prijzen laag worden gehouden, is het voor de corporaties de vraag of zij het zien zitten, of dat de grondprijzen dan nog verder verlaagd zouden moeten worden. Het overleg daarover heeft nog geen resultaat gehad. De heer Dijkstra heeft uit de beantwoording van de vragen al veel verduidelijking gekregen. De heer Verhagen zei vanmorgen op de radio dat er vermoedelijk weer een ministerie voor volkshuisvesting komt en dat de komende jaren gigantisch veel woningen gebouwd moeten worden. In een recent overleg met collega’s van hem in Zwolle kwam aan de orde dat de trek van het westen naar de Veluwe erg groot is.
Intussen kunnen de gemeenten daar de eigen inwoners nauwelijks meer huisvesten en er worden maar geen woningen bijgebouwd. De wethouder zei: “we staan samen aan de lat”, echter de praktijk roept de vraag op wie nu precies aan de lat staat. Het CDA wil graag weten hoe het komt dat de onderhandelingen zo moeilijk verlopen. Stelt de gemeente te hoge eisen of ligt het aan de corporaties? De corporaties willen graag hele straten bouwen, maar afgezien van Oldebroek-West heeft deze gemeente in feite alleen inbreidingslocaties. Het CDA heeft er al eens op aangedrongen dat de gemeente grond zou kopen om een nieuwe wijk op te kunnen zetten. Wethouder Engberts denkt dat iedereen er wel van overtuigd is dat er gebouwd moet worden. Bij het opstellen van het woonprogramma wordt bekeken welke aantallen en typen woningen in deze gemeente nodig zijn en wanneer. Dat wordt dan naast de locaties gelegd die beschikbaar zijn, om te zien of er voldoende ruimte is. Daarnaast wil het college met deze commissie bespreken welke inzet moet worden gepleegd om zo snel mogelijk aan de slag te kunnen gaan. De meeste plannen vergen veel tijd, zeker als bestemmingen moeten worden gewijzigd en als er bezwaarprocedures gaan lopen.
-8-
Intussen worden er al wel mooie slagen gemaakt. De wethouder wijst op Atlantis en de locatie van de Willem de Zwijgerkazerne. Het blijft echter zaak om de corporaties aan te spreken op wat van hen wordt verwacht in het kader van het woonprogramma. Gemeenten als Elburg en Nunspeet zijn wat tevredener over Omnia Wonen. Daar is de laatste jaren namelijk wel gebouwd, maar dan in uitleggebieden of op een grote inbreidingslocatie. In Oldebroek verloopt het overleg echter al jaren moeizaam. Intussen is de inzet nu beter, zoals blijkt uit het addendum. Daar zal het college de corporaties op blijven aanspreken. Naast de Spronksweg en de locatie van de brandweerkazerne zal de gemeente ook kleinere locaties aanbieden, waar projectontwikkelaars sociale huur- en koopwoningen willen realiseren. De corporatie kan die woningen overnemen en op die manier aan haar verplichtingen voldoen. De heer Kemp benadrukt dat zowel ‘prestaties’ als ‘afspraken’ begrippen zijn waarbij iets wordt verwacht. In dit geval zijn beide begrippen in feite een wassen neus gebleken. Hij kan zich voorstellen dat het college in een enorme spagaat zit. Als in de afspraken met corporaties niet eens iets kan worden vastgelegd over specifieke doelgroepen, dan wordt het erg lastig. De centrale doelstelling van de woonvisie was: goed wonen voor iedereen in Oldebroek. Dat blijkt dus een papieren tijger te zijn.
Als het op daden aankomt, is er een addendum nodig. In dat addendum worden dan ook nog flinterdunne zaken vastgelegd als visie en monitoring. Die twee termen betekenen niet meer dan dat er een richting wordt gewezen en dat er ergens aandacht voor is. Voor een gemeente als Oldebroek valt dit de VVD allemaal behoorlijk tegen. De fractie verwacht dat het college bij het opstellen van het woonprogramma veel steviger – en dus afdwingbare – afspraken met de corporaties kan maken. Ze erkent intussen wel dat er ook een opdracht ligt voor de gemeente. Die moet ervoor zorgen dat er voldoende locaties zijn en ook voldoende verdienmogelijkheden voor de corporaties. De gemeente heeft veel geld uitgegeven voor scholenbouw. Dat betekent dat er oude locaties vrijkomen die waarschijnlijk mogelijkheden bieden voor de corporaties om binnen de kernen doelgroepen te bedienen. De VVD zal zich niet snel profileren op sociale woningbouw. In Oosterwolde wordt echter voldoende aan de doelgroep van deze partij gedacht. Dan moet aan andere doelgroepen evenveel aandacht worden gegeven. Wethouder Engberts wijst erop dat monitoring van wezenlijk belang is om na te gaan wat bij de diverse onderdelen van het woningbouwbeleid is bereikt. Zo kan worden vastgesteld hoeveel doorstroming er heeft plaatsgevonden, hoeveel reacties er op een vrijkomende woning zijn geweest etc.
Dat geeft de gemeente concrete gegevens in handen waar ze de aandacht van de corporaties voor moet vragen. De heer Vlieger constateert dat de bespreking steeds op hetzelfde punt uitkomt: het is lastig om de corporaties in beweging te krijgen. Het college doet daar wel de nodige moeite voor. De SGP hoopt dat het opstellen van het woonprogramma een positieve uitwerking zal hebben. Verder is de fractie blij met het document dat voorligt. De heer Dokter heeft na de uitstekende aftrap door de heer Graansma en de aanvullingen daarop van de andere fracties niet veel meer toe te voegen. Het gaat echter wel om een onderwerp dat de PvdA/Burgerpartij Oldebroek sterk bezighoudt. Er wordt al jaren over gesproken, er liggen prestatieafspraken waar de fractie hoofdschuddend bij staat te kijken en nu gaat het over visie en monitoring. Hij wijst op een uitspraak van een vroegere partijgenoot: in geouwehoer kun je niet wonen. Er zal eindelijk wat op gang moeten komen. Landelijk zijn er nieuwe ontwikkelingen. Die moeten voor Oldebroek mogelijkheden bieden om aan te haken en om woningcorporaties in beweging te krijgen. Deze gemeente wil zich er immers niet bij neerleggen dat in de regio van alles wel lukt en hier niet. Het college doet allerlei pogingen om dingen van de grond te krijgen. De vraag die overblijft, is in hoeverre de raad daar nog bij kan helpen.
Wethouder Engberts antwoordt dat bij het woonprogramma concrete afspraken worden gemaakt met de woningcorporaties over het waar en wanneer. Daarbij kan de raad ook zijn inbreng hebben. De voorzitter ziet het als een mooie gelegenheid voor de raad om rechtstreeks met de corporaties in gesprek te gaan. De heer Boer is tevredengesteld door de uitgebreide beantwoording van de vragen van de ChristenUnie. Ook ABO is zwaar teleurgesteld over de resultaten van de prestatieafspraken met de corporaties. De fractie wil graag dat de wethouder nog een keer in gesprek gaat met deltaWonen over Hattemerbroek en Wezep. Die corporatie zou toch nog de mogelijkheid moeten krijgen om te participeren in de woningbouw in die kernen. Misschien is de WHC-locatie daar geschikt voor, maar dat is nog toekomstmuziek. ABO hoopt dat de diverse corporaties eerder wat kunnen doen. De fractie wil graag dat de wethouder de commissie op de hoogte blijft houden van het verloop van de gesprekken.
-9-
Tweede termijn De heer Graansma gelooft graag dat de besprekingen met de corporaties moeizaam verlopen. Toch zou hij graag zien dat er dwingende afspraken worden gemaakt. In dat verband wil hij graag weten wat de gemeente nu precies kan afdwingen. Hij begrijpt ook niet goed waarom de corporaties eigenlijk geen woningen willen bouwen met lage huurprijzen. Volgens hem zijn die corporaties juist opgericht om de sociale huurmarkt te bedienen. Daar mogen ze dan ook wel aan herinnerd worden. Hij sluit zich aan bij de oproep van ABO om nog eens in gesprek te gaan met deltaWonen. Misschien kan daardoor de druk op Omnia Wonen ook wat worden vergroot. Wethouder Engberts wijst erop dat de gemeente een woonvisie moet aanbieden waar de corporaties een bod op kunnen doen. Daar gaan vervolgens de onderhandelingen over om tot prestatieafspraken te komen. De gemeente komt vrijwel nooit boven het bod van de corporaties uit. Als in het overleg met Omnia Wonen alsnog geen vooruitgang wordt geboekt, zal het college in het kader van het woonprogramma gesprekken agenderen met deltaWonen en ook met Uwoon. De heer Boer interrumpeert. Hij vindt dat te zwak. Volgens hem moet de wethouder sowieso in gesprek gaan met deltaWonen en niet een afwachtende houding aannemen. Wethouder Engberts wijst erop dat er inmiddels een afspraak is gemaakt over het traject.
Er komt een woonprogramma dat duidelijkheid zal bieden over rollen en verantwoordelijkheden. Vandaaruit moet worden bekeken of er afspraken kunnen worden gemaakt. Als deltaWonen nu alvast gevraagd wordt om in Hattemerbroek en/of Wezep te gaan bouwen, wordt de vastgestelde lijn doorbroken. Wat de hoogte van de huurprijzen betreft: een corporatie werkt met huurwoningen in verschillende prijsklassen. Op die manier moet ze voldoende geld binnenkrijgen voor beheer en onderhoud. Als er naar verhouding veel woningen met lage huren moeten komen waar grote investeringen voor nodig zijn, levert dat een negatief rendement op. De gemeente wil dan ook dat alle soorten woningen in de plannen worden meegenomen. Daar spreekt ze de corporaties op aan. Afronding: De voorzitter constateert dat dit agendapunt voor dit moment voldoende besproken is. Er komen nog gesprekken met de woningcorporaties zelf over het woonprogramma. Het is belangrijk dat er goede aandacht is voor de agendering van die gesprekken. In deze commissievergadering is veel ontevredenheid verwoord. Er zal voldoende tijd moeten zijn om daarover door te spreken. Zo nodig moeten er twee avonden voor de gesprekken worden uitgetrokken. De voorzitter vraagt het college de corporaties hier vooraf over te informeren. 06. Plan van aanpak programma Vitaal Platteland.
De heer Dijkstra laat weten dat zijn fractie akkoord kan gaan met de voorgestelde koers. Het plan van aanpak is een goed en mooi uitgewerkt stuk. Bij de tien parallelle sporen die worden genoemd, vraagt hij welke prioritering daarin wordt aangegeven. Verder wil hij weten wat de kosten zijn van de perspectiefgesprekken door een onafhankelijke deskundige. Een laatste vraag gaat over wat op pagina 11 wordt gezegd over de inventariserende ronde voor de deelgebieden ‘overgangszone’ en ‘Natura 2000-gebied Veluwe’. Die inventarisatie wordt in het eerste kwartaal van 2021 opgestart en voor juni 2021 afgerond. Hij wil weten of in die periode alleen gesprekken worden gevoerd met de partners van de parallelle sporen of dat het gaat om alle gesprekken die in het plan van aanpak worden genoemd. Wethouder Engberts wijst erop dat de dingen die op het platteland aan de orde zijn voor een groot deel in het verleden ook al hebben gespeeld. Ze waren toen echter aan de voorkant niet direct in beeld. Naderhand werd dan bekeken wat het waterschap, de provincie en de regio erover zeiden. Nu wordt aan de voorkant nagegaan welke visies en documenten er liggen en welke raakvlakken daarin zitten met betrekking tot het programma Vitaal Platteland. Daar wordt dan in dat programma zo goed mogelijk bij aangehaakt.
Dat voorkomt dat de gemeente later weer in een overlegstructuur terechtkomt waarin allerlei wijzigingen moeten worden doorgevoerd. Als een van de stukken een speciaal doel heeft waar geen raakvlak in zit met het programma, kan dat terzijde worden gelegd. Op die manier vindt vanzelf een selectie plaats in de parallelle sporen. De kosten van de perspectiefgesprekken zijn nog niet in beeld. Wanneer er geld voor nodig is, komt het college met een voorstel daarover naar de raad. Het is wel belangrijk dat van tevoren wordt bepaald hoe de gesprekken gevoerd zullen worden en met wie. Eerder deze dag was er een vergadering van de Kop van de Veluwe waarin deze gesprekken ook aan de orde zijn geweest. Samen met de Kop van de Veluwe zal worden bepaald hoe het proces gaat verlopen. Wat de vraag over de inventarisatiefase betreft: in de drie deelgebieden zitten niet steeds dezelfde partners aan tafel. LTO neemt bijna overal deel aan de gesprekken, maar een organisatie als Weidevogelbeheer
- 10 -
doet dat speciaal in de polder. Alle gesprekken lopen parallel; ze worden dus allemaal gevoerd in die periode van de inventarisatiefase. De heer Vlieger laat weten dat de SGP met de gekozen opzet kan instemmen. Het plan van aanpak ziet er goed uit. De fractie heeft er geen vragen over. De heer Heddema vindt dat het college de handschoen uitstekend heeft opgepakt. Er ligt een goed plan van aanpak voor, met goede procesvoorstellen om tot het integrale beleid te komen dat zo nodig is. Het plan is ambitieus en complex. Dat vraagt dus heel wat van de ambtelijke organisatie. Over de besluitvorming rond het programma wordt gezegd dat die bij het college ligt. Een onderdeel van het programma is echter de aanpassing van het VAB-beleid. Verder wordt het programma een avontuur genoemd waarin meerdere beleidsterreinen samenkomen. Daarom vindt ABO eigenlijk dat de raad het moet vaststellen. Het is te complex om het alleen maar te zien als een uitwerking van beleid dat al is vastgesteld. Er wordt ook beleid in gemaakt. Een tussenvorm zou zijn om de beleidspunten eruit te lichten en die separaat aan de raad voor te leggen ter besluitvorming. De heer Heddema wil graag horen hoe het college daarover denkt. Hij gaat verder in op de bijlage over het VAB-beleid. ABO is geen tegenstander van de verbreding van dat beleid.
Een belangrijk uitgangspunt daarbij is wel dat er sprake moet zijn van transparantie in de toepassing. Dat kan alleen als er heldere criteria zijn voor de vraag wat zonder meer is toegestaan en waar de raad over moet meedenken. ABO daagt het college uit om daar met voorstellen over te komen. De fractie vindt het onvoldoende als de raad alleen kan toetsen op financiële haalbaarheid. In de evaluatie staat dat er mogelijkheden moeten komen voor initiatiefnemers om te investeren in sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen ter vergroting van de leefbaarheid. Alternatieve mogelijkheden zijn dat ze een storting doen in een compensatiefonds of investeren in ruimtelijke kwaliteit op andere locaties. Dat zijn heel brede toepassingsvelden en die kant wil ABO nadrukkelijk niet uit. Een rode draad in het programma Vitaal Platteland is de transitie van agrarische bedrijven. Die transitie zal bij veel bedrijven een rol gaan spelen. De ene agrariër zal dan een beroep willen doen op de nieuwe VAB-regeling. Een ander zal een kleinschalig zonnepark willen aanleggen. Weer een ander zal biologisch-dynamisch willen gaan boeren. ABO vraagt zich af wie bij al die mogelijkheden het overzicht houdt over het behoud van de landschappelijke waarden. Die waarden zijn te belangrijk om ze in het gedrang te laten komen door een zekere mate van verrommeling.
Hij herhaalt zijn eerdere suggestie om een ‘adviescommissie omgevingskwaliteit’ in het leven te roepen. Een kwaliteitsorgaan zal op dit gebied meer kunnen betekenen dan wanneer alleen het college en de raad zich met dit soort zaken bezig moeten houden. In die commissie zal bijvoorbeeld ook een landschapsarchitect kunnen zitten en eventueel een erfcoach. De heer Heddema is benieuwd of de wethouder die mogelijkheid wil overwegen en daar op een later moment met de commissie over wil spreken. Wethouder Engberts begint met de vraag wie het programma moet vaststellen. De insteek is dat de raad in ieder geval via notities wordt meegenomen in wat er allemaal langskomt in de inventarisatiefase. Daarbij zal helder worden aangegeven wat voor trends en ontwikkelingen er zijn en waar beleid over gemaakt moet worden. De heer Heddema interrumpeert. Hij blijft vinden dat het programma Vitaal Platteland niet alleen een uitwerkingsprogramma is. Er moet misschien ook worden nagedacht over een prioritering. Daarbij kan de raad bepaalde accenten willen zetten. Wethouder Engberts benadrukt dat het college zowel de stakeholders in het gebied als de raad wil inschakelen om de juiste stappen te zetten. Over de manier waarop dat moet gebeuren, wordt nog nagedacht. In een van de technische vragen klonk de zorg door dat de rol van de raad wordt beknot. Dat is iets wat het college niet wil.
Het moet een gezamenlijk gebeuren zijn. En als het gaat om het vaststellen van beleid: zodra dat in de loop van het proces aan de orde komt, krijgt de raad de gelegenheid om daar iets van te vinden en er uitspraken over te doen. Misschien kunnen in het voortraject ook al moties worden ingediend. Dan kan in het vervolg worden bekeken of de inhoud van die moties in beleid kan worden omgezet en zo ja, hoe. De voorzitter wijst erop dat ABO concreet vraagt of de raad het beleid gaat vaststellen. Het doen van uitspraken is volgens hem iets anders. Wethouder Engberts bevestigt dat beleid op dit gebied door de raad zal worden vastgesteld. Wat het instellen van een ‘adviescommissie omgevingskwaliteit’ betreft: de wethouder zegt toe dat hij de suggestie zal meenemen, maar hij denkt zelf dat zo’n commissie geen toegevoegde waarde heeft. De heer Heddema sprak in dit verband over het gevaar van verrommeling, maar verrommeling ontstaat vooral als er niets gebeurt. Alles wat rond een initiatief geregeld moet worden, is geen zaak voor een
- 11 -
adviescommissie, die naar haar aard alleen maar adviezen geeft. Er moet sprake zijn van een juridische borging dat er geen wetgeving wordt omzeild en dat wordt voldaan aan het vastgestelde beleid. Daar wordt naar gekeken in het voortraject, nadat de aanvraag is ingediend. In dat voortraject is ook al een rol weggelegd voor een landschapsarchitect en een erfcoach. De heer Kemp is blij dat een aantal zaken gaat worden gewijzigd, zodat er geen sprake meer zal zijn van een saldering van sloopmeters en dergelijke zaken. Tegelijk zitten in het voorgestelde VAB-beleid wel elementen als een compensatieregeling voor kleine bedrijven en het toepassen van asbestverwijdering op andere percelen. Daarmee wordt toch weer een vorm van saldering ingevoerd, terwijl de raad dat duidelijk heeft afgewezen. Hij hecht eraan om alvast uit te spreken dat zijn fractie dat soort dingen absoluut niet wil. Het valt te vrezen dat er dan opnieuw situaties ontstaan die de gemeente niet in de hand heeft. Wat het voorstel over de drie deelgebieden betreft: in de afgelopen decennia heeft deze gemeente haar regelgeving volledig afgestemd op de gebiedsindeling ‘binnen de bebouwde kom’ en ‘buitengebied’ De VVD neemt aan dat het college niet van plan is die hele regelgeving overhoop te halen. Dan is het de vraag wat de indeling in drie deelgebieden oplost.
De gebiedsindeling die tot nu toe steeds is gebruikt, past ook binnen die deelgebieden. Zoals het nu wordt voorgesteld, wordt het beleid minder transparant dan wenselijk is. De VVD is er niet van overtuigd dat dit de weg is naar meer verantwoordelijkheid en zelfsturing in de samenleving, zoals in het collegeakkoord wordt voorgestaan. Als zoiets op touw wordt gezet en er komen zoveel stakeholders aan te pas, dan moet de raad daar een belangrijke rol in spelen. Wat dat betreft sluit de fractie zich aan bij wat ABO naar voren heeft gebracht. Wethouder Engberts wijst erop dat het programma Vitaal Platteland helemaal over het buitengebied gaat en dus niet over wat binnen de bebouwde kom ligt, al is dat er op de kaartjes wel bij ingetekend. De indeling in drie deelgebieden komt uit de omgevingsvisie. Ze kan hier en daar wat variëren, maar er is een duidelijk onderscheid tussen het Natura 2000-gebied (waar bijna niets mogelijk is) en de polder. Voor die beide gebieden gelden verschillende benaderingswijzen. Per deelgebied wordt geïnventariseerd wat er speelt en hoe de gemeente daarmee om zou moeten gaan. In dat verband worden de wensen en ideeën van de stakeholders meegenomen en gewogen. Daarmee komt dus een stuk verantwoordelijkheid bij de samenleving te liggen.
Verder heeft de wethouder al aangegeven dat het college de regels niet in zijn eentje vaststelt, maar in gezamenlijkheid met de raad. De heer Kemp blijft zorgen houden over de mogelijkheid dat het college zo nu en dan in conflict komt met de regelgeving voor binnen en buiten de bebouwde kom, bijvoorbeeld in het kader van het VABbeleid. Daar wordt het beleid dan niet transparanter van. Wethouder Engberts wijst erop dat ook het VAB-beleid alleen van toepassing is in het buitengebied. Binnen de bebouwde kom kunnen zich wel vergelijkbare situaties voordoen. In dat geval moet de gemeente bekijken of ze die situaties anders moet beoordelen of dat ze daar geen regels voor heeft. Als het beleid straks verder wordt uitgewerkt, met kaders en richtingen, kan de commissie alsnog haar mening geven over de manier waarop met de gebiedsindeling wordt omgegaan. De heer Wijnne bedankt het college voor het plan van aanpak. Zijn fractie vindt het mooi dat de partners en de inwoners van het buitengebied in de beleidsontwikkeling worden meegenomen. Het instrument ‘programma’ is nieuw, de vaststelling ervan is een bevoegdheid van het college en daardoor gaat de raad op zoek naar de rol die hij daarin heeft. De raad ziet de laatste jaren veel uitdagingen in het buitengebied, zoals de RES en de aanpak van de stikstofproblematiek. Daar wil hij graag nauw bij betrokken zijn.
De wethouder heeft daar al iets over gezegd, maar de ChristenUnie wil graag weten hoe het oordeel van de raad wordt gewogen. Een mening kunnen geven is mooi, maar dat doen alle partners ook. Als de partijen van mening verschillen, gaat het college dan uiteindelijk zijn eigen keuzes maken? In hoeverre kan de raad daar dan nog op sturen? De wethouder zei dat beleidszaken aan de raad worden voorgelegd. Betekent dit dat beleidsregels terugkomen in het omgevingsplan? Als het beleid verandert, wil de raad daar echt een stem in hebben. De ChristenUnie vraagt zich ook af of de raad de omgevingsvisie niet te veel op hoofdlijnen heeft vastgesteld. Er komt nu een programma voor het buitengebied en ook voor andere thema’s. Op dat moment blijkt dat het beleid nog heel wat kanten uit kan. Zou de omgevingsvisie niet meer moeten worden aangescherpt, zodat het college die visie vrij gemakkelijk kan uitwerken in een programma? De ChristenUnie is ook wel benieuwd hoe de andere fracties daarover denken. Ten slotte wil de fractie graag weten wanneer het hele proces ongeveer klaar kan zijn. Wat dat betreft heeft het plan van aanpak nog een open einde. Wethouder Engberts denkt niet dat het college zelf keuzes maakt na de diverse reacties gehoord te hebben.
Volgens de wetgeving berust de vaststelling van een programma inderdaad bij het college, maar het college heeft helemaal niet de behoefte om daar zijn eigen zaak van te maken. In de
- 12 -
opiniërende fase kan de raad duidelijk aangeven wat hij anders wil en wat volgens hem in de beleidsontwikkeling terug moet komen. Wat dat betreft zal er meer dan eens een vraag naar de raad toe komen. Zo gauw de eerste gegevens binnen zijn, zal opnieuw moeten worden bekeken hoe daar beleidsmatig mee moet worden omgegaan. Daarbij komt dan ook de vraag aan de orde of de omgevingsvisie moet worden aangepast of dat een verandering van het beleid in een programma kan worden vastgelegd. Op dat moment is ook wat duidelijker waar het concreet over gaat. Wat de planning betreft: er zullen veel gesprekken moeten volgen en het college zal een aantal keren bij de raad terug moeten komen. Dat zal wel in de tijd worden uitgezet, maar in de loop van het proces zal moeten blijken of er voor een bepaalde fase meer tijd nodig is. Een einddatum valt dan ook nog niet te noemen, ook niet globaal. De heer Dokter kan de beide vragen die in de opiniërende nota worden gesteld positief beantwoorden. Zijn fractie kan ook verder met de beantwoording van de vragen die de andere fracties hebben gesteld. De PvdA/Burgerpartij Oldebroek vindt het belangrijk dat bij dit programma de hele context wordt meegenomen. In de nota is die samenhang ook te vinden en in de beantwoording van de vragen was dat eveneens het geval. Zowel de raad als het college nemen het buitengebied heel serieus.
Daar is dus geen discussie over. Juist omdat iedereen het zo belangrijk vindt en weet wat voor uitdagingen er liggen, zijn de vragen die gesteld worden heel begrijpelijk. De PvdA/Burgerpartij Oldebroek ziet met belangstelling tegemoet wat er allemaal gaat komen. Het is een goede zaak, maar ook wel vanzelfsprekend dat het college aangeeft bij de raad terug te zullen komen voor het vaststellen van beleid. Tweede termijn De voorzitter noteert als belangrijk punt uit de eerste termijn de vraag of de raad niet te veel bevoegdheden weggeeft. Hij heeft de wethouder echter duidelijk horen zeggen dat het college de intentie heeft om de raad mee te nemen en dat de raad het beleid vaststelt. Via de notulering van deze bespreking zal de raad op die toezegging terug kunnen grijpen. De heer Heddema gaat in op de vraag van de heer Wijnne. Wat hem betreft is de toezegging van het college op zijn vragen wel voldoende. Een aanscherping van de omgevingsvisie vindt hij dan ook niet nodig. ABO beantwoordt de beide vragen uit de opiniërende nota positief. De fractie blijft nog wel wat zitten met het aspect van de kwaliteit. Er kan niet zorgvuldig genoeg worden omgegaan met de mooie parel die deze gemeente in het buitengebied mag bezitten. Op zich zit die zorgvuldigheid ook wel in het plan van aanpak, maar er kan nog iets aan worden toegevoegd.
Daarvoor verwijst de heer Heddema naar zijn pleidooi uit de eerste termijn. De heer Wijnne weerspreekt de opmerking van de heer Dokter dat de coalitie geen vertrouwen heeft in de manier waarop het college met zijn bevoegdheden omgaat. Zijn fractie heeft alleen kritische vragen gesteld omdat er een nieuw instrument wordt gebruikt. Dan is het belangrijk dat de raad op voorhand weet wat dat inhoudt en wat zijn rol daarin is. Verder wilde de ChristenUnie aangeven dat ze in dit proces graag wil meespreken, vanuit haar sterke betrokkenheid bij het buitengebied. De fractie heeft volop vertrouwen in het college en stemt in met wat het college hier voorstelt. Wat de omgevingsvisie betreft: de ChristenUnie denkt dat het goed is om in de toekomst nog een keer te bekijken of die visie voldoet of dat ze moet worden aangescherpt. Vergeleken met andere gemeenten is de visie vrij vroeg vastgesteld. Afronding: De voorzitter constateert dat het college genoeg vanuit de commissie heeft gehoord om met dit programma aan de slag te gaan. Hij verwacht dat het onderwerp binnen de kortste keren weer op tafel komt in deze commissie. 07. Actualiteiten regionale samenwerkingen. De voorzitter ziet in de informatie die verstrekt is twee onderwerpen die deze commissie regarderen: de Veluwe op 1 en de aanbesteding met betrekking tot de inzameling van afval.
De heer Kemp begrijpt niet helemaal dat er in het verleden één inschrijving geweest is voor Aconov en dat nu gestuurd wordt op een samenwerking met één andere partij: Omrin. De VVD heeft overigens op zich niet zoveel moeite met de gang van zaken, maar vindt wel dat het college moet verdisconteren dat de samenwerking met Nunspeet en Elburg tot nu toe moeizaam is geweest. Er zullen in ieder geval harde afspraken moeten worden gemaakt waar niemand onderuit kan. Het onderwerp is te complex
- 13 -
om te kunnen riskeren dat er weer een gemeente afhaakt terwijl gedacht werd dat er duidelijke afspraken lagen. Wethouder Bergkamp begrijpt de opmerking. Hij geeft wel aan dat in de besprekingen over dit onderwerp tot nu toe sprake is van een goede samenwerking. De vijf gemeenten hebben op dit moment duidelijk dezelfde belangen. Een afspraak kan er echter alleen komen als uiteindelijk alle partijen mee willen doen. Wat dat betreft neemt de wethouder de waarschuwing zeker mee. De belangrijkste reden om een andere partner te zoeken is dat de gemeenten op dit moment sterk afhankelijk zijn van één marktpartij. Het grote voordeel van Omrin is dat de gemeenten mede-eigenaar zijn van dat bedrijf en dat het geen commerciële partij is. Als aandeelhouders kunnen de gemeenten veel directer sturen op de afspraken die worden gemaakt. In het voorstel dat naar de raad toe komt, zullen die voordelen worden uitgewerkt en toegelicht. Er komt ook nog een voorstel om een keer apart met de raad over dit onderwerp te spreken, in aanwezigheid van de directie van Omrin en van de externe begeleider, die een goed zicht heeft op de ontwikkelingen in de markt. Volgens de wethouder levert deze samenwerking de gemeenten zowel financieel als inhoudelijk meer voordelen op dan wanneer ze afhankelijk blijven van één – commerciële – partij.
De heer Kemp laat weten dat die voordelen zijn fractie bijzonder aanspreken. Hij vraagt of hij het goed heeft begrepen dat de exploitatie van het milieustation in Elburg dan ook bij Omrin terechtkomt. Wethouder Bergkamp bevestigt dat. De gemeenten maken gebruik van de indrukwekkende kennis en ervaring die het bedrijf op dit gebied heeft. Als het gaat om de circulariteit heeft Omrin vorige week de hoogste kwalificatie gekregen van alle afvalbedrijven in Nederland. Het gaat dus om een bedrijf waar de gemeenten echt baat bij kunnen hebben. Intussen gaat Omrin wel zoveel mogelijk gebruikmaken van lokale mensen en partijen. 08. Terugblik raadsgesprekken en informatiebijeenkomsten. Er is geen behoefte om terug te komen op het raadsgesprek over de huisvesting van arbeidsmigranten. 09. Mededelingen college. Wethouder Engberts heeft een mededeling over de uitvoeringsovereenkomst met Van Werven. Sinds juni 2020 zijn de ontwikkelingen rond de UOK in een versnelling gekomen. Dat was te danken aan het vestigingsverzoek van een regionaal bedrijf uit Genemuiden, dat in de regio Zwolle geen geschikte locatie kon vinden. Het gaat om een XXL bedrijf van ongeveer 11 ha met heel veel werkgelegenheid. De gemeenten op de Kop van de Veluwe hebben daarover een brief met nadere uitleg naar de provincie gestuurd.