CConstaterende datOldebroek
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag 15 januari 2025

Commissie Ruimtegebruik en Leefomgeving 12 februari 2025, gemeente OldebroekBij agendapunt: Vorige vergadering: verslag 15 januari 2025.9.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept

Notulen commissievergadering Ruimtegebruik en Leefomgeving Datum vergadering 15 januari 2025, 19.30u

Aanwezig Commissie:

A.M. Boer, F.B. van den Bosch-Pleijter, F. van ’t Ende, A. Heddema, W. van der Horst, H.G.P. Kemp, K. van de Put, B. van Putten, W.J. Sanders, B. van der Velde, G. Vlieger, N. de Vries, H. Wijnne

Voorzitter:

W-H. Peggeman

Commissiegriffier: J. Tabak Notulist:

R.H. Huisman-Geertsma

College:

B. Engberts, B. Flier (wethouders)

Ambt. onderst.

G. Zielhuis, I. Verhoeff, P. van Grootheest, S. Keijzer, P. Grit

Tevens aanwezig: P. Lensselink (gemeentesecretaris) Insprekers:

4

Publiek:

25

Afwezig Commissie:

J. Hofmeijer, L.M. van Oene

01. Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom.

02. Vaststelling van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

03. Voorstel: budget beschikbaar stellen voor een VVV-informatiepunt. Eerste termijn De heer Kemp vindt het een prima initiatief waar eerder ook al naar gevraagd werd. Hij is er blij mee dat het nu een coproductie is van de toeristische sector en de gemeente. De eerste verdient er aan en daarom het is fijn dat zij het voortouw neemt. Hij vindt de input van Landal wel erg groot. Maar dat is misschien ook logisch, want het is de grootste speler. Toch wil hij ook van andere recreatiebedrijven input vragen, bijvoorbeeld voor de bemensing van het VVV-informatiepunt. Vaste krachten neerzetten wordt lastig. Het is goed om na 1,5 jaar te evalueren om te kijken of alles goed loopt. Want de gemeente steekt er wel geld in. Hij waarschuwt voor ‘cherrypicking’: alleen de voordelen pakken. Hij vraagt of het voor het college ook een idee is om hier net zo mee om te gaan als met de reclamebelasting: alle bedrijven doen een bijdrage en uit die gezamenlijke pot kan het VVV-punt worden gefinancierd. Dan neemt iedereen deel. Hoe kijkt het college hier tegenaan? Hij vindt het verder een goed plan. Hij wil nog niet verder kijken dan de twee jaar van het voorstel. Wethouder Flier deelt de mening van de heer Kemp. Hij vindt het belangrijk dat dit initiatief breed gedragen wordt door de hele sector. Hij deelt het idee van de heer Kemp en neemt dit mee in de evaluatie.

Als het verder gaat, is dit één van de opties om het vorm te geven. De heer Vlieger vindt het ook belangrijk dat de gemeente aantrekkelijk is voor inwoners en toeristen. Het is waardevol dat de geschiedenis van Oldebroek zichtbaar blijft in de openbare ruimte en het cultuurlandschap. De SGP zet in op dagrecreatie en kleinschalige activiteiten die passend zijn bij deze landelijke gemeente. Wat SGP betreft kan dit informatiepunt een belangrijke schakel zijn om toeristen en inwoners van de juiste informatie hierover te voorzien. 1

Het verbeteren van de gastvrijheid en de informatievoorzienig aan toeristen en recreanten is wat het VVV-punt wil creëren met een centraal punt voor toeristische informatie en samenwerking. De SGP vindt dit belangrijk. Het is een behoorlijke investering. Maar de gemeente heeft ook al jaren een pot met geld gecreëerd, die juist bedoeld is om in te zetten in deze sector. En daarom vindt de SGP het een goed dat dit geld gebruikt wordt voor het creëren van dit VVVpunt. Wel heeft de SGP een kritische kanttekening. Dit is wel de plek is waar de meeste recreanten komen, het vakantiepark, maar misschien niet de meest ideale plek. Het is namelijk niet een centrale plek waar de mensen gemakkelijk naar toe gaan. Daarbij is het heel erg gericht op één ondernemer in de gemeente. De SGP wil het college dan ook oproepen om zo spoedig mogelijk ook met de andere VVV-punten aan de slag te gaan. En ook nadrukkelijk te kijken of het foldermateriaal etc. wat in het VVV-punt komt, beschikbaar te stellen aan andere ondernemers in de gemeente zoals B&B-houders etc. Het is goed dat er een evaluatiemoment wordt ingevoegd om te kijken of dit de oplossing is waar men naar op zoek is. De SGP kan instemmen met voorliggend besluit. Wethouder Flier zegt dat hij weet dat als het gaat om recreatie, er een breed aanbod is. Ook is er een brede vraag.

Er is nu eerst samen met TPVO gekozen voor deze locatie, maar men weet dat ook de dagrecreanten bediend moeten worden en verder iedereen die iets met recreatie heeft in deze gemeente. Daarom worden de folders ook verspreid in de dorpshuizen en op de bekende plekken binnen de rest van de gemeente. Mevrouw Van den Bosch zegt dat er op 29 november 2023 over dit punt is gesproken. Toen was het nog te vroeg, want er lag geen goed onderbouwd plan. Nu ligt dit er wel. Ze kan zich er nog steeds in vinden. Ze is het eens met de heer Kemp dat alle ondernemers moeten bijdragen. Ook vindt ze het fijn dat er na anderhalf jaar een evaluatie komt en ze hoopt dat het zo druk bezocht wordt dat er meerdere informatiepunten nodig zullen zijn. Ze wenst TPVO succes met het realiseren van dit informatiepunt. De heer Van de Put interrumpeert. Hij vraagt hoe mevrouw Van den Bosch het voor zich ziet dat andere recreatieondernemers een bijdrage moeten leveren. Moet dat met geld of met bemensing? Mevrouw Van den Bosch vindt dat beide nodig is. Maar ook input is belangrijk en dat de recreatieondernemers genoemd worden bij zo’n VVV-punt. De heer Boer is het grotendeels eens met de sprekers voor hem. Hij heeft wel een kritisch punt. Uit de markt hoort hij dat de eigenaren van een B&B-locatie het vreemd vinden dat de VVV nu een concurrent is.

Hoe denkt de wethouder hier over? Was het niet logisch geweest om het VVV-punt bijvoorbeeld bij het boerderijmuseum onder te brengen? Wethouder Flier hoorde ook geluiden van een B&B-ondernemer die vroeg waarom dit nu bij Landal ondergebracht wordt. Maar het gaat niet om concurrentie, want het is een andere markt. Hij heeft bij TPVO duidelijk gezegd dat deze de sector helemaal vertegenwoordigd moet worden en dat is toegezegd. Maar er moet ergens begonnen worden en daarom is voor Landal gekozen. Dat betekent niet dat andere bedrijven concurreren. Er is genoeg vraag naar recreatieve voorzieningen. Er is zelfs meer vraag dan aanbod, dus hij is niet bang voor concurrentievervalsing o.i.d. Het boerderijmuseum was een optie, maar die is lang niet altijd geopend, in ieder geval minder frequent dan Landal. Dus voor een opstart leek dat minder geschikt. Bovendien kwam TPVO met dit voorstel en zorgde zelf via Landal voor een eigen bijdrage. Daarom is voor deze optie gekozen. In de toekomst zou dit natuurlijk nog anders kunnen worden. De heer Boer wacht de evaluatie af en hoopt dat het voor de B&B-mensen ook de goede kant uitgaat. De heer Van de Put vindt het mooi dat het voorstel voorligt. De meeste recreanten komen binnen bij landgoed ’t Loo. Een VVV-punt zou daar dus het meeste tot zijn recht komen. Voordeel is nu dat het in de huisvestingskosten scheelt.

Plus dat TPVO zelf mensen gaat regelen. Echter, stel dat het niet lukt, is er dan een plan B? Er is een coördinator nodig, dat spreekt voor zich. Wat betreft samenwerking: hoe meer er meedoen, hoe goedkoper het wordt. Dat is een mooie oplossing. Over de inrichting van het informatiepunt: dit kost tenminste € 15.000. Dat baart zorgen, want het biedt nog onzekerheid en het lijkt wat krap. Hoe kijkt het college hier tegenaan en wie wordt de partner van de cofinanciering? Moeten we dit niet aan de voorkant regelen, zodat er niet aan de achterkant problemen komen? Stel dat het flopt, wat wordt er dan gedaan met de inrichting, aan wie komt die toe? Het VVV-punt is bij Landal geplaatst, hij heeft reacties van campingeigenaren die zeggen weer achteraan in de rij te staan. Die zorg deelt hij wel. Kleine partijen moeten bijdragen, maar die kunnen niet zomaar manuren leveren. Als er geld gevraagd wordt, wordt er gezegd dat men al toeristenbelasting betaalt. Hij zat zelf meer te denken aan een tegemoetkoming richting campinghouders om misschien hen ook aan een informatiepunt te helpen. Wethouder Flier zegt dat er contact geweest is met TPVO over een eventueel plan B. Die gaven aan dat er genoeg vrijwilligers zijn. Over de kleine campinghouders: de grote bedrijven dragen ook flink bij. Dat is voor deze pilot een manier om te kunnen starten.

Bij het vervolg, bij de evaluatie, wordt er zeker ook gekeken naar de kleinere partijen. Informatie van hen kan ook gewoon bij het VVV-punt liggen. Ze hebben er wel een zeker voordeel aan. De gemeente investeert € 15.000; mocht het meer zijn, dan draagt Landal bij. Voor wie de inrichting is na afloop van de twee jaar, mocht het mislukken: daar is nog niet over gepraat. De heer Van de Put stelt voor om problemen te voorkomen en daar wel over te spreken. 2

Wethouder Flier zegt dat hij dat zeker meeneemt, maar hij denkt niet dat hier ruzie over gaat komen. De heer Van ‘t Ende vindt het een goed stuk en ziet het graag zo gebeuren. Hij heeft nog niet gehoord of er ook een online informatiepunt komt. Daar heeft een campingeigenaar en dagrecreant ook voordeel bij, want die kunnen daarvoor inhoud leveren. Hij stelt voor om dit ook in de evaluatie mee te nemen. En tevens het verschil in vakantiegangers en dagrecreanten moet wat hem betreft meegenomen worden in de evaluatie. Wethouder Flier zegt dat het zeker ook online verspreid gaat worden. Er is al een actieve website vanuit het TPVO en die wordt gelinkt met de VVV. De heer Van de Ende wil graag nog antwoord op de vraag of dit ook meegenomen kan worden in de evaluatie. Wethouder Flier zegt dat het vanzelfsprekend is dat dit gaat gebeuren. De heer De Vries juicht dit initiatief toe. Zijn verwachting is wel dat het informatiepunt bij Landal zich vooral richt op gasten die daar komen, dus hij hoopt dat er wel meerdere punten komen. Tweede termijn Er zijn geen vragen. Afronding Het gaat als B-stuk naar de raadsvergadering van 30 januari.

04. Informatieve nota over de gebiedsvisie stationsomgeving Wezep Insprekers Er zijn vier insprekers. Inspreker de heer G. Holterman is woonachtig aan de Prinses Margrietlaan 7, Wezep. Er is een voorlichtingsbijeenkomst geweest en er zijn zienswijzen ingediend. Er staan daarin genoeg bezwaren tegen deze visie, dus daar wil hij niet tot in detail op ingaan. Hij heeft zelf gemaild naar de medewerkers van de gemeente n.a.v. de bijeenkomst. Ook heeft hij een zienswijze ingediend met zijn bezwaren. Hij wil vragen om de visie nog eens goed te bekijken en creatief te willen nadenken. Want waarom een hoog appartementengebouw dat ingeklemd staat tussen de spoorbaan en een groene woonwijk? Het lijkt hem allemaal wat krap. Het valt ook onder binnenstedelijk bouwen. Deze hoogte moet de kosten dekken, maar de grenzen worden wel erg opgezocht. Is er geen creativiteit mogelijk? Hij leest prachtige argumenten in de visie. Maar deze gaan naar zijn mening hier niet op. Tweehoog is de norm in de buurt. De achtertuin van de aangrenzende percelen heeft een groene bestemming. Daar wordt nu ineens gebouwd. Er is een ontsluitingsweg getekend naar de Prinses Margrietlaan, maar die gaat wel over drie percelen en dat is nogal ingrijpend. Bij twee percelen gaat die weg bijna letterlijk langs de voordeur. Dat omwonenden dat niet prettig vinden snapt men vast wel.

Hij hoopt vooral dat het niet leidt tot onteigening van gronden. De heer Wijnne vraagt waarom hij daar bang voor is? De heer Holterman zegt dat het wel lijkt op de tekening dat dit nodig is, als het gaat om de ontsluitingsweg. De heer Heddema zegt dat het bekend is hoe hoog de woningen mogen zijn in de wijk waar de heer Holterman woont. Is dat wat hem betreft ook de maat die van toepassing moet zijn op eventuele nieuwbouw? De heer Holterman zegt dat twee lagen misschien wel wat laag is, drie verdiepingen is bespreekbaar wat hem betreft. De heer Van der Velde vraagt of hij van tevoren is ingelicht dat er een visie in ontwikkeling was? Op 2 juli was de informatieavond. Heeft hij als omwonende een persoonlijke uitnodiging gekregen? De heer Holterman zegt dat er alleen gezegd is dat hij persoonlijk geïnformeerd zou worden, maar dat is niet gebeurd. Dat was nadat hij gereageerd had op de informatiebijeenkomst. De heer Van der Horst: U zegt dat driehoog akkoord is, maar is vier- of vijfhoog dat ook? Waar ligt de grens, wat is uw wens? De heer Holterman zegt dat als hij zijn tuin inkijkt, dan is die aangelegd tot de achtergrens. Als daar vier- of vijfhoog komt te staan, dan wordt er recht in zijn huis gekeken. Hij vindt dat niet prettig. Verder is hij is geen stedenbouwkundige, dus of er één, twee- of driehoog gebouwd moet worden kan hij niet bepalen. Inspreker de heer A.

Bischoff is ondernemer en is met Station 134 gestart in 2010. Station 134 is gelegen aan de Stationsweg 134 en is een kleine zelfstandige onderneming. Het heeft binnen 50 zitplaatsen en een terras met 80 zitplaatsen. Als de zon schijnt, is er de hele dag zon op het terras. Zowel roerend als onroerend goed is eigendom. Er is een speelplaats en hij heeft de juiste certificaten en onderhoudscontracten. Er is nooit een klacht gekomen over overlast. Deze onderneming zit dus totaal niet te wachten op een andere locatie bij het station. Hij zou niet uit vrije wil vertrekken. Het zorgt voor onrust in familieverband. Hij wil dat dit geschrapt wordt uit de wilde plannen van deze 3

visie. Samengevat: de roerende en onroerende zaken zijn privé-eigendom, de bestemming is horeca en het pand is aan de goede kant gelegen wat betreft de zon. Hij is zeven dagen per week geopend. Mensen komen hier speciaal naar toe voor de ligging en het ijs wat hij verkoopt. De heer Wijnne leest toch iets over een pachtcontract. De heer Bischoff zegt dat de grond van Vitens is en daar zit een pacht op die loopt tot 2036. De heer Van der Velde stelt dezelfde vraag als aan de vorige inspreker. De heer Bischoff zegt dat hij van tevoren is ingelicht door het adviesbureau. Toen is niet gesproken over verbouwing of bebouwing aan de andere kant van de weg. Er werd gevraagd op welke manier het toerisme van de Wezeper Heide vergroot kon worden. Daar heeft hij enthousiast antwoord op gegeven en gezegd dat hij de ideale locatie is als startpunt. Ook werd gezegd dat alle ideeën welkom waren, om te kijken met de gemeente of deze uitvoerbaar waren. Dan ging het bijvoorbeeld om een plaats voor elektrische fietsen of een VVV-punt. De heer Van ‘t Ende vraagt of hij het idee heeft dat antwoorden daarop wel terug zijn gekomen in het stuk? De heer Bischoff zegt dat hij verrast was door het bezoek van het adviesbureau. Vervolgens kwamen er mensen naar hem toe met geruchten. Er zou gezegd zijn dat het pand gepacht zou worden en er eventueel illegaal zou staan.

De heer Van ‘t Ende bedoelde wat anders. Hij verduidelijkt: De ideeën die u hierover gedeeld heeft, zijn die meegenomen? De heer Bischoff zegt dat dit niet meegenomen werd. Hij werd geconfronteerd met de tekeningen. En is dus niet of slecht geïnformeerd. Inspreker de heer M. van Beuzekom is contactpersoon namens de wijk Julianapark. Hij wil de commissie graag meenemen in hoe het gegaan is in de wijk. In oktober 2023 was de eerste bijeenkomst en zijn er daar een aantal bewoners van de wijk geweest. Er was nog niet echt paniek. Het was nog wat onduidelijk. Hoogbouw wilde men zeker niet. Verkeer was meegenomen. Toen was het een hele tijd stil. In juni 2024 vernam men via Facebook dat er visies online stonden. Niemand had daar wat van gehoord. Er ontstond onrust: ‘Heb je gezien dat je huis afgebroken wordt? Dat je tuin onteigend wordt?’ Ook leek er sprake te zijn van ‘extreme hoogbouw’. Ongekend in een dorp als Wezep. Mede door gebrek aan communicatie ontstond er dus veel onrust. Op de bijeenkomst in juli 2024 was het druk. Hij schreef destijds op dat er sprake was van een ‘enorme puinhoop.’ Die avond was enorm onderschat. Men hoopte informatie te krijgen, maar die was er niet. Er werd niet voldoende gedeeld. Het was een structuurloze avond. De impact van de plannen was onderschat. De bewoners hadden het gevoel dat dit koste wat kost doorgedrukt zou worden.

Hij heeft voorgesteld in klein comité met de gemeente te overleggen, maar steeds werd benadrukt dat het alleen nog maar een conceptvisie was. Er kon nog veel veranderen. Weer heeft hij benadrukt dat de hoogbouw tegen de wijk aan niet zou passen. De bestemming van deze wijk is ‘wonen in het groen.’ Hij kreeg geen antwoord op de vraag waarom deze plannen er lagen. Het gevoel werd weer bevestigd: blijkbaar moet het doorgedrukt worden. Oktober 2024 stond de visie online en bleek er niks gedaan te zijn met alles wat besproken is. Op pagina 78 staat alleen een lijstje met wat de bewoners ervan vinden. Alleen het woordje ‘concept’ is weggegumd, maar de visie is niet aangepast. Het was dus geen conceptvisie, het was gewoon een visie. December 2024 zegt de gemeente: ‘Als iedereen heeft ingestemd, wordt de visie vastgesteld waartegen geen bezwaar of beroep meer kan worden ingediend.’ Wordt dit gebruikt om iets door te drukken? Dit is bewust de burger buitenspel zetten. De zienswijze gaat over extreme hoogbouw, het is veel te groen ingetekend want er is meer parkeerruimte nodig. Het moet een poort naar de Veluwe worden, maar je ziet gelijk hoogbouw. Behoud en versterking van het groene karakter is belangrijk, maar er worden 100 bomen gekapt. De stationsweg is nu al gevaarlijk, dat wordt niet beter. Conclusie: lees de zienswijze, die door 85 adressen is getekend. Inspreker mevrouw L.

Janszen: (zie bijlage). De heer Van de Velde stelt weer dezelfde vraag als aan de andere insprekers. Mevrouw Janszen antwoordt ontkennend. De heer Van de Horst vraagt tot welke hoogte bouwen wel bespreekbaar is? Mevrouw Janszen vindt dit lastig. Als bewoners er meer bij betrokken waren geweest, hadden ze mee kunnen denken. Een flat van vijf tot zeven bouwlagen is sowieso niet inpasbaar wat haar betreft. Drie bouwlagen snapt ze, meer lagen moet beter onderbouwd worden. Eerste termijn De heer Vlieger heeft namens de SGP aangegeven dit punt op de agenda te willen zetten en hij wil graag duidelijk maken waarom hij dit heeft gedaan. Allereerst dankt hij alle insprekers voor hun inbreng. Hij vindt het belangrijk dat medebewoners hier wat van mogen vinden en mogen meedenken. De gebiedsvisie is een omvangrijke visie en heeft 4

een grote impact op de omgeving en inwoners. Er moet nog verder aan gesleuteld worden en input van omwonenden moet meegenomen worden. Hij vraagt aan de wethouder om een reflectie te geven op hoe het traject tot nu toe is gelopen. Wat is er in de visie met de inbreng van de omwonenden gedaan? Over hoogbouw: hij heeft begrepen dat er tot vier lagen geen sprake is van hoogbouw. Toch vindt de SGP vier lagen al wel hoogbouw, al is dit een kwestie van interpretatie. Maar in deze visie wordt al gesproken over zes à zeven woonlagen en dat is wel degelijk hoogbouw. Ontwikkelaars gaan altijd voor het meest haalbare. Als dit wordt vastgesteld, is de kans groot dat er dus flats komen van zes of zeven lagen. Drie lagen heeft wat hem betreft de voorkeur. Vaak wordt gezegd dat hoogbouw kan, als het inpasbaar is. Maar inpasbaarheid is subjectief. Kan de wethouder kaders geven voor de inpasbaarheid, waardoor de raad ook daar aan kan toetsen? De eventuele uitwerking hiervan kan een precedent geven naar de toekomst. Als we hoogbouw hier toestaan, dan is het op heel veel locaties inpasbaar en dus niet te weigeren. Hij vindt de opzet van de visie met de drie pijlers goed weergegeven. Er staat veel informatie in. Daar kan hij wel achter staan. Hij wil graag dat dit een gedragen visie wordt, dus hij roept op om omwonenden meer mee te laten denken.

Wethouder Flier wil graag schetsen hoe het proces in de ogen van het college verlopen is en wat de status van dit stuk is. Hij vertelt dat het hier om een informatieve nota gaat. Het college heeft te maken met woningen creëren, mobiliteit en recreatie. Er moet ingegrepen worden, omdat men bang is dat het de spuigaten uit gaat lopen als het gaat om recreatie. De recreatieve druk moet daarom gestuurd worden aan ‘de gouden randen’ van de Veluwe. De stationsomgeving is een goede locatie daarvoor want veel mensen komen met de trein. Dit stuk is dus opgezet vanuit een recreatieve insteek. De stationsomgeving is een prachtig gebied met veel mogelijkheden en daarom heeft hij een stedenbouwkundig bureau in de arm genomen om hiermee aan de slag te gaan. Participatie is belangrijk. Een aantal zaken zijn uitbesteed aan een derde partij, maar hij is wel eindverantwoordelijk voor de participatie. Daar waar het mis is gegaan, biedt hij zijn verontschuldigingen voor aan. Hij heeft achteraf gesprekken gehad met omwonenden en begrijpt de situatie. Wat hier ligt is een informatieve nota waarin in grove lijnen het stationsgebied ingedeeld is in kwadranten, zodat toekomstige ontwikkelingen gestuurd kunnen worden. Alle zienswijzen worden meegenomen in de uiteindelijke visie. Die komt ook weer terug bij de omwonenden.

Zienswijzen zullen dus verwerkt en beantwoord worden en opgenomen worden in de definitieve visie. Maar die ligt nu nog niet voor. Dit is de eerste stap. In het bestuursakkoord staat dat onderzocht wordt waar hoogbouw mogelijk is. Dat wordt nu dus onderzocht. Een stedenbouwkundig ontwerper kan een aantal variaties bieden. Het wil nog niet zeggen dat het dan ook echt mogelijk is. Dat ligt vanavond nog niet voor. Wel is afgesproken dat wordt onderzocht waar het wel mogelijk is. Als de SGP zegt dat dit hier niet mogelijk is, is dat ook een antwoord. Dat is een reactie op de opdracht die gegeven is. De inpasbaarheid wordt binnenkort in een raadsgesprek besproken. De heer Vlieger snapt dat gezegd wordt dat het onderzocht moet worden. Maar hij hoopt wel dat in een raadsgesprek helder wordt wat de kaders zijn voor inpasbaarheid. De heer Van der Velde interrumpeert. Hij noemt de opmerking ‘de recreatie dreigt de spuigaten uit te lopen’. Waar blijkt dat uit? De intentie van de stukken was hem ook niet duidelijk. Inspreker zei al dat er een besluit komt waartegen geen bezwaar of beroep mogelijk is. Wethouder Flier zegt dat het daar vanavond niet over gaat. Het gaat om een informatieve nota. Hij ziet dat het aantal recreanten nog steeds stijgt en dat drukt heel erg op de Veluwe. Vooral langs de randen wordt gekeken hoe dit gespreid kan worden.

Op sommige plekken is het bijvoorbeeld op zondagmiddag al te druk. De heer Wijnne vindt het mooi dat de visie er komt en dat er kansen zijn voor woningbouw. In hoeverre is het maken van een uitnodigende entree in tegenspraak met pijler 2, het versterken van de Wezeper heide? Je trekt zo meer toeristen, past dit wel bij de zone? Het gaat om een zone B en niet een zone A die bedoeld is voor recreatief gebruik. Hij vindt het goed dat de wethouder zijn excuus maakt. Het gaat om een visie, dus mogelijke ontwikkelingen. Maar als je als betrokkene je eigen perceel ziet ingetekend op een kaartje, vraag je je wel af wat er gebeurt. Hij geeft het advies om in de toekomst bij dit soort ingrijpende mogelijke ontwikkelingen betrokkenen vooraf te informeren. En dat kan nu nog steeds. Het betekent namelijk niet dat die concrete plannen er nu al zijn. En in hoeverre denkt het college onteigening te gaan gebruiken? Dat past niet bij stimuleren en faciliteren. Het is een vreemd instrument en gaat erg ver. Is de input van de bewonersavond trouwens voldoende meegenomen? Hij was er zelf bij en vond het net als de inspreker ook een chaotische avond. Wethouder Flier vindt de recreatiezonering ook een spannende. Het is logisch dat er iets mee gedaan wordt in het kwadrant richting recreatie, maar hij verwacht niet dat dit zo’n vaart zal lopen. Hier moet wel erg goed naar gekeken worden.

Eigenaar Vitens staat ook niet te popelen. Het gaat vooral om een globaal idee hoe je ruimtelijk met bepaalde gebieden om kan gaan. Van onteigenen is op dit moment geen sprake. Hij wil ook inzetten op stimuleren en faciliteren. Alle input is verzameld en er zijn achteraf nog gesprekken geweest. Alles wordt meegenomen. De heer Heddema is zeer kritisch op een aantal punten. Hij heeft nog geen kennis kunnen nemen van de zienswijzen zelf en ook niet de reactie van het college erop. Er zijn er wel veel ingediend. Hij zag een opsomming van de bezwaren. 5

Participatie gaat er juist om wat je met de bezwaren doet. Daarmee zegt hij niet dat alle bezwaren ingewilligd kunnen worden. Hij noemt wat uitdagingen. Forse obstakels om überhaupt tot ontwikkeling te komen. Hij hoopt wel dat het de laatste keer is dat een portefeuillehouder excuses aanbiedt voor de slecht verlopen participatie. Over de dorpsarchitect, adviseur welstandscommissie: het is verstandig om een onafhankelijk adviseur bij die visie te betrekken. Hij ondersteunt de oproep van de inspreekster. Over de hoogte: het raadsgesprek is nog niet geweest en het plan anticipeert al op het toestaan van die hoogbouw. Hij wil maximaal drie lagen hier. Als het hoger moet, kan het altijd nog ingevoegd worden. Maar het eerste en tweede scenario wil hij niet accepteren. Over de gronden die nu nog in handen zijn van bedrijven en gehuurd worden, geeft hij het advies nu al aan te geven dat onteigening niet aan de orde is. Alleen als iets kan na goed overleg, maar niet gedwongen. Verder helpt het in de discussie om nu al meegenomen te worden in de zienswijzen en de reacties erop. Wethouder Flier heeft het gevoel dat het hem kwalijk genomen wordt dat de zienswijzen nog niet gedeeld zijn, maar het is nog te vroeg. Het komt echt nog terug bij de raad met de beantwoording en die lijn wil hij volgen. De heer Heddema zegt dat het ook over de inhoud gaat.

En dan staat het vrij om een aantal inhoudelijke opmerkingen te maken. De heer Flier herhaalt zijn punt. Het kan nog niet naar de raad komen want alle zienswijzen zijn nog niet beantwoord. Het is dus nog te vroeg. Omdat het over hoogbouw gaat is het geagendeerd, maar inhoudelijk kan daar nu nog niet over gepraat worden. De heer Heddema zegt dat hij in de informerende nota leest dat voldaan is aan de informatieplicht, en dat is niet zo wat hem betreft. De voorzitter benoemt dat het punt voldoende helder gemaakt is. Wethouder Flier zegt dat hij al antwoord gegeven heeft over onteigening. Dat is niet aan de orde. Verder verwijst hij naar het raadsgesprek over hoogbouw en inpasbaarheid daarvan. De heer Van der Velde zegt dat het een mooi stuk is waar veel werk in zit. Maar er is nog wel wat over te zeggen. Hij dankt de insprekers. Hij is het met de heer Heddema eens over de zienswijzen. Het antwoord was duidelijk, maar niet bevredigend. Waarom heeft het college geen schriftelijke uitnodiging gedaan naar omwonenden? De visie geeft een globale richting met voor sommige inwoners potentiële ingrijpende gevolgen. Hoe gaat het college hiermee om? Onzekerheid is een mentale sloopkogel. Hoe worden inwoners meegenomen in het verdere traject? Hij vindt dat hij het aan de inwoners verplicht is om te zeggen wat hij wel of niet wil.

En wil men überhaupt daar een verandering hebben? Welke behoefte leeft er bij onze inwoners? Men wordt voor zijn gevoel met een kluitje in het riet gestuurd. Er wordt verwezen naar een woonwensenonderzoek wat nog ter bespreking komt op een later moment. Hij vindt het moment nu. Bij inwoners bleek dat er met name de wens was voor grondgebonden woningen. Is er eigenlijk niet al besloten om te bouwen voor Zwolle? Het uitzicht naar de Veluwe wordt zo met de visie wel ontnomen. Driehoog vindt hij maximaal. Wezep is een dorp en het dorpsaanzicht moet bewaard worden. De heer Kemp interrumpeert. Hij zegt dat de heer Van der Velde al drie jaar roept dat er gebouwd moet worden in deze regio. Daarna zegt hij dat er geen zicht is op een woonwensenonderzoek, terwijl die er al jaren ligt. Waar haalt de heer Van der Velde de term ‘bouwen bouwen bouwen’ vandaan als er, zoals hij zegt, geen woonwensenonderzoek is, die er overigens wel degelijk is? En volgens hem is er wel degelijk vraag naar appartementen. De heer Van der Velde zegt dat op de informatieavond over Wezep Oost gezegd werd, dat er vraag was naar appartementen, maar dan voornamelijk bij bepaalde doelgroepen. Hij heeft niet gezegd dat er geen zicht is op de woonwensen. Maar de koppeling van de woonwensen naar dit stuk mist. Hij is zeker voor bouwen, maar wel waarbij verstand gebruikt wordt en waar het kan.

De heer Wijnne interrumpeert. De heer Van der Velde gaf eerder aan dat hij maximaal drie woonlagen wil. Geldt dit voor de hele gemeente? Want eerder stemde hij wel in met plannen waar vier lagen mogelijk zijn. De heer Van der Velde zegt dat het afhankelijk is van de locatie. En bij deze locatie is dat maximaal driehoog. Maar als een ontwikkelaar denkt dat hij, met oog voor de omgeving, wel hoger kan gaan, dan laat hij zich graag overtuigen. Echter, hij vindt de boomtoppen wel een harde grens; daar moet niet bovenuit gebouwd worden. De heer Van der Horst zegt dat bomen van 20 meter zeven verdiepingen hoog zijn. De heer Van der Velde zegt dat het om de omgeving gaat. Hij vervolgt zijn betoog. Er is in zijn ogen in het stuk te weinig oog voor overlast van parkeren door recreanten in het stationsgebied. Men gaat ervan uit dat iedereen met de trein komt of bij het station parkeert. Maar gemak dient de mens. Als het mogelijk zou zijn, parkeert men het liefst midden op de heide. Een goede oplossing moet vooraf in de visie worden opgenomen. Daarnaast is hij geïnformeerd over een mogelijk woonbehoeftenonderzoek. Om de juiste beslissing te kunnen nemen over wat er voor de inwoners gebouwd moet worden, wil hij graag dat dit onderzoek expliciet inzicht geeft in de woonbehoeften van de eigen inwoners en het allerliefst nog gespecificeerd naar kern.

De coalitie heeft een ambitie uitgesproken om in 2030 voor iedereen in de gemeente een passende woonruimte te hebben. Maar hoe gaat dit lukken als we niet eens weten 6

vanuit het nieuwe onderzoek welke woonwensen er onder eigen inwoners leven. Hij vindt dat het plan terug moet naar de tekentafel. Hij heeft het gevoel dat het college kiest voor Zwolle, maar hij wil kiezen voor Wezep als poort van de Veluwe. De raad moet de poortwachter zijn. Wethouder Flier zegt dat de betrokkenen wel zijn aangeschreven. Over het woonwensenonderzoek: het woonbehoeftenonderzoek is gedeeld en gespecificeerd naar de kernen toe. Niet iedereen heeft de portemonnee voor een vrijstaande woning. Daarom wordt ook aan appartementenbouw gedacht, want dat is betaalbaar. Daarom wordt gekeken naar waar het mogelijk is. De heer Van der Velde zegt dat uit de reactie van het aanwezige publiek blijkt dat niet alle omwonenden de brief ontvangen hebben. Verder zegt de wethouder dat er betaalbaar gebouwd moet worden. In Wezep Oost wordt betaalbaar grondgebonden gebouwd. Dat is dus wel mogelijk. Verder vindt hij dat bijvoorbeeld op de locatie Villa ExpertCare wel een appartementencomplex gebouwd kan worden. Maar men moet oog blijven houden voor de omgeving. Wethouder Flier zegt dat hij meeleeft met de mensen die op het gemeentehuis werken en dagelijks telefoontjes krijgen van mensen die smeken of er een woning voor hen is. Dat is de realiteit waar het college mee geconfronteerd wordt. Hij doet daarom zijn uiterste best om in beeld te brengen wat de vraag precies is.

Hij vraagt of de heer Van der Velde weet wat betaalbaar wonen in Wezep Oost betekent en of hij weet wat de betaalbaarheidsgrens is. Die staat op € 333.000. Hij kan verzekeren dat heel veel mensen dat niet kunnen betalen. Als gedacht wordt aan andere concepten, wil hij denken aan prijzen van € 250.000 tot € 300.000. De heer Van der Velde zegt dat het misschien handiger is om in de formuleringen dan een splitsing te maken van ‘betaalbaar’ en ‘beter betaalbaar’. Wethouder Flier zegt dat hij altijd dezelfde typeringen en bedragen hanteert. Die heeft hij niet zelf verzonnen, ze zijn landelijk bepaald en daar heeft hij zich aan te houden. De heer Van ‘t Ende zegt dat dit om een conceptvisie, dus een langjarig plan gaat; daarom hebben een aantal vragen hem verbaasd. Er zijn problemen rond participatie. Wat is nu het doel en valt hier nog wat over te zeggen? Het is wel belangrijk dat er een visie komt. De tegenstrijdigheid tussen recreatie en het behouden van groen etc. is groot. In één van de kwadranten zit ook Defensie. Wat is de rol daarvan binnen deze visie? In hoeverre is de regio Veluwe/Zwolle betrokken? Is dit een regionaal of een lokaal verhaal? Wethouder Flier zegt dat geconstateerd is tijdens het proces dat de participatie niet goed verlopen is. Vervolgens heeft hij met de betrokkenen gesproken. Met sommigen bewoners heeft hij geen contact kunnen krijgen.

Maar hij heeft wel zijn best gedaan iedereen die betrokken was, te spreken. Al was dat wel te laat. Het niveau van participatie is beschreven in de omgevingswet. Dat is nu ook de richtlijn. Over Defensie: er zijn gesprekken, het gaat om geluidszones. Die gesprekken lopen nog. De heer Van ‘t Ende heeft het ook over PFAS, het gaat niet alleen om geluid. Het is belangrijk om een breder plaatje te krijgen hiervan. Wethouder Flier zegt dat Wezep planologisch nooit dezelfde ambitie als ’t Harde heeft. Maar Wezep heeft wel de eerste treinhalte vanuit Zwolle. Hij wil het niet stimuleren, maar als mensen uit die regio komen wil hij ze goed verdelen. De heer Van der Horst wijst er nog op dat de zienswijzen wel degelijk gepubliceerd zijn, ze staan in de postlijst van de raad van 12 december. Het gaat allereerst om een visie en daarin wordt gekeken wat er ruimtelijk gezien mogelijk is. Er zijn woningen in de gemeente nodig, er moet dus gebouwd worden. De stationsomgeving is een mooie kans. Hoogbouw is wel een behoorlijk dilemma. Hij zoekt ook naar de kaders van inpasbaarheid en sluit aan bij de SGP. Maar het moet wel onderzocht worden. Hij ziet mooie kansen in de visie, bijvoorbeeld voor de omgeving van Villa ExpertCare. De drie pijlers in de visie zien er goed uit, die kunnen afzonderlijk van elkaar ingevuld en uitgevoerd worden.

Ten aanzien van het aantrekkelijk maken van het waterwingebied moet er extra aandacht zijn voor bezoekers die met het OV komen, de parkeergelegenheid is beperkt. Het is goed om nogmaals af te wegen of de voordelen van een belevingsgebied opwegen tegen datgene wat ervoor opgegeven wordt, zoals in dit geval woningen. Als het gaat om hoogbouw, dan zit er geen maximum op. Maar de voorwaarde is altijd geweest dat hoogbouw inpasbaar moet zijn. Nieuwe gebouwen hebben altijd gevolgen, maar het moet niet te grote gevolgen hebben. En die afweging moet de raad gaan maken. De horeca zou in deze visie geschrapt worden. Hij wil graag in een komend voorstel zien wat de mogelijkheden/oplossingen hiervoor zijn. Hij wil graag met de ondernemer van gedachten wisselen hierover. Hij kan zich voorstellen vanuit het oogpunt van de ondernemer, dat als er nog meer recreatie komt hij daar juist graag wil blijven zitten. De heer Heddema interrumpeert en vraagt aan de heer Van der Horst: De eigenaar zegt dat hij wil blijven. Dan is het toch geen bespreekgeval? 7

De heer Van der Horst heeft uit het verhaal van de ondernemer ook begrepen dat het hem overviel en dat er geen gesprek geweest is. Laat eerst dat gesprek plaatsvinden. Er is verder nog niks aan de orde nu. Het voorstel kan ook zijn dat hij gewoon blijft. Hij ziet gewoon graag dat er een oplossing komt en hecht er waarde aan om het belang van de ondernemer hier te benoemen. De heer Van der Velde vindt dat als een meerderheid van de raad nu al zegt dat bepaalde dingen niet gaan gebeuren, het geen behoorlijk bestuur is als dit in de visie blijft staan. Anders draai je potentiële initiatiefnemers een rad voor de ogen. De heer Van der Horst is het hier niet mee eens. Het gaat hier om een visie, niet om een plan. Alle partijen mogen vanavond input geven op de visie. Om aan te geven wat men wel en niet graag ziet. Dat is de opdracht van vanavond. De heer Kemp zegt dat steeds de vraag langskomt waar we nu over praten. Een visie is nog steeds niet iets wat dichtgetimmerd is. Binnen de visie komt straks een plan. Vanavond worden er geen meters dichtgetimmerd. Het is een start voor de ontwikkeling van dit gebied; maar ook een baken. Een visie moet goed doordacht zijn. De heer Heddema interrumpeert. Dit is een uitnodiging voor partijen die op basis hiervan met plannen mogen komen.

Als in die visie dingen staan waarvan we nu al weten dat we die kant niet op willen, dan rekenen initiatiefnemers zich misschien al rijk terwijl we dat niet willen. Er moeten wel kaders gegeven worden over wat wel of niet kan. De heer Kemp zegt dat dit dus het misverstand is. Dit is niet het moment. Dit is informatief. Het moment is wanneer het college besloten heeft de gebiedsvisie aan de raad aan te bieden, niet nu. Je kunt op dit moment nog niks hieraan vastknopen. Het is een verkenning waarin heel helder is geworden wat omwonenden wel en niet willen. Het is niet allemaal voor niks geweest tot nog toe. Hij wil de zienswijzen op een rijtje zetten. Het is belangrijk dat het in de juiste volgorde gedaan wordt. Het is een informatief verhaal, wat misschien wat mager is, maar hij wacht nog op een echte visie met daadwerkelijk alle zienswijzen en de antwoorden daarop. Hij vindt de basis voor nu voldoende om verder uit te werken. Er worden nu al bepaalde conclusies getrokken die nog niet gemaakt kunnen worden en dat vindt hij jammer. Want daarin geeft hij de heer Van der Velde gelijk: daar maak je onzekerheid mee. Dat was niet de bedoeling van deze avond. De bedoeling was om vanavond te laten zien in welke fase van het proces men nu zit. Reacties insprekers Alleen de heer Van Beuzekom wil graag reageren.

Als de commissie het al niet begrijpt, hoe kunnen de omwonenden het dan begrijpen? Het is niet duidelijk in welke fase men zit en wat de status is. Zijn belangrijkste conclusie: maak omwonenden duidelijk in welke fase men zit, wat de stappen zijn en wanneer men kan beslissen. Het is te vaak nog onduidelijk en de onzekerheid is niet weggehaald. Hij is blij dat onteigening niet van toepassing is. Op de tekening lijkt het dat het niet zonder kan, maar deze uitspraak was duidelijk. Dat geeft in ieder geval rust. Tweede termijn De heer Vlieger is blij dat het punt van hoogbouw geagendeerd is. Dat is belangrijk voor het verdere traject. Het is een ontwerp. Maar als we al richtingen zien die we niet willen, dan kan dat nu meegegeven worden. Die kanttekening wil hij wel degelijk meegeven. Hij ziet het vervolg van de visie graag tegemoet. De heer Wijnne is blij dat het duidelijk is dat het college niet van plan is om tot onteigening over te gaan. En dat de prioriteit niet ligt bij de poort naar de Veluwe. De heer Heddema heeft de voorkeur voor het handhaven van het bestaande gebouw van Villa ExpertCare en om daarmee een monumentenstatus te bereiken.

Onduidelijkheid wordt in de hand gewerkt door de tekst van de wethouder zelf, die schrijft op pagina 2: ‘Bij het opstellen van de gebiedsvisie is rekening gehouden met alle inbreng en reacties die gedurende het proces zijn gemaakt.’ Bij de uitvoering van de gebiedsvisie moeten nog keuzes gemaakt worden. Maar in de tekst staat dat er al rekening gehouden is met alle opmerkingen. Daarom worden de reacties, op de zienswijzen, nu gemist. De heer Van der Horst betwist dat niet, maar die reacties komen pas in de vervolgstap. De heer Heddema denkt dat de heer Van der Horst een verkeerde voorstelling heeft met betrekking tot de procedures. Ook hier is sprake van een participatietraject en daar horen zienswijzen èn reacties bij. De heer Van der Velde zegt dat niet alles gewenst is. Als hij aan mag geven wat hij sowieso niet wil, dan is het zevenhoog bouwen. Is er een initiatiefnemer die al rechten kan ontlenen aan dit voorliggende stuk? De omgeving van Villa ExpertCare is een andere dan de stationsomgeving; plannen hebben daar minder impact op omwonenden. Daarom wordt daar minder over gesproken. Maar ook daar heeft hij liever geen hoogbouw. Wethouder Flier zegt dat er nog geen rechten aan deze conceptvisie ontleend kunnen worden. Er wordt nog maar kort gewerkt met de nieuwe omgevingswet. Hij wil een tabel of schema maken hoe deze procedure werkt en waar zich men in het proces bevindt. 8

De heer Van ‘t Ende vraagt of aangegeven wordt wanneer wel rechten kunnen worden ontleend aan een document wat vastgesteld is. Wethouder Flier zegt dat dit na vaststelling door de raad is. De heer Van ‘t Ende vraagt of de tijdlijn ook aan omwonenden verstrekt kan worden Wethouder Flier wil dit wel doen. Hij wil graag transparant zijn. Ook de vraag over de monumentenstatus neemt hij mee in het verdere proces. Afronding Voor nu is het onderwerp voldoende besproken.

05. Voorstel: Vaststellen onderzoeksvragen evaluatie afvalbeleid Eerste termijn De heer Van ‘t Ende vindt het goed om in kaart te krijgen wat de afvalstromen doen en hoe dit werkt. Hij vraagt of er ook naar de afvalstroom incontinentiemateriaal gekeken kan worden; dit is 5% van het afval in Nederland en daar is nog wel wat om te doen omdat het voor een deel synthetisch is. Wethouder Flier neemt dit mee in het onderzoek. De heer Van de Put: Aanleiding voor deze vragen is de motie van de SGP die voortkwam uit de toetreding tot afvalverwerker Fryslân Miljeu. CVO vindt dat de huidige inzameling door een echt lokaal familiebedrijf gedaan moet worden en heeft daarom tegen de motie gestemd en ook tegen toetreding tot Fryslân Miljeu. Er zijn te weinig mogelijkheden onderzocht. Maar nu moet vooruit gekeken worden. CVO is voorstander van recyclen. En het moet gemakkelijk gemaakt worden voor inwoners. Wat kan je uit de container halen zodat die minder vaak aan de weg hoeft? Vooral als het gaat om PMD. Met name plastic vult de container en hij wil pleitbezorger zijn om dit naar de milieustraat te brengen. Hij noemt ook de luiers. En heeft begrepen dat er in 2026 een producentenverantwoordelijkheid komt voor het recyclen van luiers. Misschien zijn luiercontainers een uitkomst. Hij leest niks over een inwonersenquête en zou dat graag wel zien. Je kan daar relevante vragen in stellen.

Het kan heel goed zijn om inwoners te vragen hoe zij tegen de afvalverwerking aankijken en ziet graag een toezegging van de wethouder. Wethouder Flier heeft voor het eerste al een toezegging al gedaan. Verder worden er vaak klanttevredenheidsonderzoeken gedaan, dus daar kan dit onderwerp heel gemakkelijk in meegenomen worden. De heer Boer ziet bij punt 1.3 dat niet alle afvalgrondstoffen worden meegenomen. Het geeft geen compleet beeld. Wat is de hele regeling zoals we die voorgesteld hebben? Hij heeft het idee dat er al heel veel op de goede manier in containers terechtkomt. Maar afgelopen jaren bleek wel dat Oldebroek nog vrij hoog in de kilo’s zat. Hij wil graag de daadwerkelijke kilo’s zien, na de nascheiding bij Omrin en dus niet elke keer het complete beeld van de volle container. Verder hoopt hij dat er een beter beeld komt bij het afvalbrengstation zodat niet elke kilo aan de burger doorberekend wordt. En dat dan achteraf gezegd wordt dat men naar een zakelijke marktpartij had moeten gaan als Van Werven. Wethouder Flier zegt dat de nascheidingskilo’s mee worden genomen en zal dat communiceren met de raad. De techniek van de nascheiding ontwikkelt zich steeds verder en hij is daar wel enthousiast over. Mevrouw Van den Bosch vindt het goed dat de raad en ook inwoners nu inzicht krijgen d.m.v. de evaluatie.

In maart 2023 is besloten dat ook scholen GFT-afval gescheiden kunnen gaan aanbieden. Ziet de wethouder ook mogelijkheden om het gescheiden aanbieden van afval mogelijk te maken voor bijvoorbeeld kerken of maatschappelijke organisaties? Wethouder Flier zegt dat het afvalbeleid vooral geënt is op de huishoudens. Mensen die naar de kerk gaan zijn zelf verantwoordelijk voor hun scheiding. Hij zal de vraag wel meenemen, want hij weet dat het leeft in de gemeente. Maar in eerste instantie is het afvalbeleid voor de huishoudens bedoeld. De heer Van Putten zegt dat de bijlage met achtergrondinformatie duidelijk weergeeft hoe het verzoek vanuit de motie wordt beantwoord. Om gemeenten vanuit dezelfde categorie D met verschillende afvalsystemen en service te vergelijken, moeten we komen tot goede aanbevelingen die we mee kunnen nemen naar de eerstvolgende dienstverleningsovereenkomst met Fryslân Miljeu. Dit alles om qua kosten milieu en service de best passende dienstverlening te realiseren voor de inwoners van Oldebroek. Dit is een helder voorstel. Hij ziet in het tijdspad dat het voorstel met uitkomsten en beleidswijzigingen in het najaar voorgesteld gaat worden aan de raad. Is dit met de nu gedane toezeggingen nog steeds haalbaar? De SGP heeft gevraagd om een zo breed mogelijke evaluatie van het hele afvalbeleid.

De vraag van mevrouw Van den Bosch, of stichtingen en kerken ook mee kunnen doen met het scheiden 9

van afval, kan misschien meegenomen worden met de eerste dienstverleningsovereenkomst. Verder stemt de SGP in met het vaststellen van de onderzoeksvragen. Hij ziet uit naar de uitkomsten. Wethouder Flier zegt dat hij nog steeds stuurt op het nakomen van het tijdspad. Verder gaat de raad er over om te beslissen of kerken mee kunnen doen. Zoals nu is afgesproken, is dit niet het geval. Het is goed om dit mee te nemen bij het evaluatiebeleid. De heer Van Putten zegt dat het volgens hem zo is dat de huidige inzameling in dezelfde vorm meegaat naar Fryslân Miljeu. Op welke wijze zouden dit soort aanbevelingen meegegeven moeten worden? Wethouder Flier zegt dat er nu een overeenkomst is met Fryslân Miljeu voor de inzameling van huishoudelijk afval; kerken en stichtingen vallen daar niet onder. De heer Van Putten vraagt verhelderend op welk moment dit ingebracht moet worden bij Fryslân Miljeu? Wethouder Flier zegt dat dan het afvalbeleid gewijzigd moet worden. Hij neemt het mee, om hier nog even over te overleggen. Hij wil kijken of dit eventueel past. De heer Kemp zegt dat onder elke kerk een aantal honderden huishoudens vallen. Als de kosten van de huishoudens maal dat aantal worden doorberekend aan de kerk, dan denkt hij dat men niet te beroerd is om daar ook het afval op te halen.

De heer Van ‘t Ende interrumpeert en zegt dat de scholen ook meegenomen moeten worden in de toezeggein die de wethouder net deed. Mevrouw Van den Bosch verduidelijkt dat scholen nu al meegenomen worden bij de afvalscheiding. De heer Kemp hoopt ook antwoord te krijgen op de vraag over bronscheiding versus nascheiding en of dit wel of niet zinvol is. Veel gemeenten worstelen hiermee. Maar tarieven kunnen niet altijd met elkaar vergeleken worden omdat elke gemeente het anders berekent. Het apart inzamelen van PMD gaat heel veel meer transportbewegingen kosten als je dat apart gaat doen, in vergelijking met nascheiding. Hij heeft gehoord van andere gemeenten die dat doen, dat er apart ingezameld wordt en dan driekwart van de vracht alsnog wordt afgekeurd. Dat gaat naar de verbrandingsoven, waardoor je een hoge tariefsverhoging krijgt. Die informatie moet ook naar de burger worden gecommuniceerd. De echte vervuiler betaalt dan niet. Hij heeft nog één vraag over het maken van afspraken bij het nieuwe milieustation. Dat schijnt problemen te geven. Wil de wethouder hier een vinger aan de pols houden en dus niet wachten tot de evaluatie? Wethouder Flier heeft deze signalen nog niet gehoord maar vindt het goed dat de heer Kemp dit aangeeft en wil zeker de vinger aan de pols houden. Het is logisch dat nog niet alles vlekkeloos gaat, maar er moet wel op geanticipeerd worden.

Hij wil toevoegen dat de afvalscheiding bij scholen alleen geldt voor GFT. De heer De Vries krijgt een volledig beeld van de afvalscheiding en heeft verder geen vragen. Tweede termijn Er zijn geen vragen in de Tweede termijn. Afronding Het gaat als B-stuk naar de raadsvergadering van 30 januari.

06. Actualiteiten regionale samenwerkingen, w.o. Kop van de Veluwe, regio Zwolle Geen opmerkingen.

07. Terugblik raadsgesprekken en informatiebijeenkomsten De heer Van der Velde over het webinar van de dag ervoor over de regionale huisvestingsverordening: Hoe kunnen we lokaal een discussie voeren over deze verordening voordat deze definitief aan de raad wordt voorgesteld voor vaststelling? Wethouder Flier zegt dat dit in de commissie behandeld gaat worden. De voorzitter: de heer Van der Velde vraagt of van tevoren hier nog van gedachten over gewisseld kan worden. De heer Kemp snapt de vraag, want er waren niet veel aanwezigen. Maar bedoelde de heer Van der Velde niet gewoon dat er eerst nog in de commissie over gepraat moet worden? De heer Van der Velde zegt dat bepaalde besluitvormingen naar de regio getrokken worden en hij wil graag bespreken in hoeverre we dat wensen als gemeenteraad. De voorzitter zegt dat dit in de commissie behandeld gaat worden en dan kan dit soort inbreng geleverd worden. Wethouder Flier benadrukt dat dat inderdaad de procedure is. Iedere gemeente gaat apart bekijken wat zij ervan vindt. Dat wordt weer meegenomen naar de regio. 10

De heer Van der Velde zegt dat het webinar werd afgesloten met de oproep om inbreng via de ambtelijke weg aan te leveren, dus niet bestuurlijk, vandaar zijn vraag. De heer Wijnne zegt dat er al een ronde geweest is, toen is er inbreng geleverd. Dit gaat om een verder uitgewerkte versie. Er werd gisteren duidelijk aangegeven dat het eigenlijk niet wenselijk is dat afgeweken wordt van de regio. Maar in de commissie is destijds gezegd dat er ook gekeken moet worden naar lokale toewijzing. Daar is nu bewust niet voor gekozen. Hij mist de argumentatie hierbij waarom lokaal niet goed zou zijn. Als daar nu niets mee gedaan wordt, gaat het proces verder en krijgen we het terug voor besluitvorming. Dan is het heel lastig om nog iets in te veranderen, wat de regio dit niet wenselijk vindt. Het is misschien goed om nog eens door te praten over hoe het college naar de afweging kijkt die toen is meegegeven en wat daarmee is gedaan. De voorzitter verduidelijkt de vraag. In hoeverre kan de commissie nog inbreng geven voordat de 1.0 versie er is? Want dan is het al te laat. Wethouder Flier zegt dat het goed is om dit mee te geven aan de agendacommissie. Verder wil hij uitleggen hoe het proces verlopen is. Hij begrijpt de gedachte achter lokale toewijzing, iedereen wil het liefst in zijn eigen dorp een woning krijgen.

Maar als het gaat om urgentie is de tijd voordat iemand een woning toegewezen kan krijgen een belangrijker issue. Dat is de reden waarom er regionaal samengewerkt wordt. De kans dat je in een hele regio binnen een bepaalde tijd een woning krijgt is vele malen groter dan alleen binnen je eigen gemeente of dorp. Als je wilt dat er lokaal toegewezen gaat worden, wordt de urgentieregeling slap en dat is zijn punt van zorg. De voorzitter wil niet dat dit debat nu gevoerd gaat worden. De heer Van der Velde snapt dit, maar hij wil die extra bespreking wel graag zien. De voorzitter zegt dat dit meegenomen wordt naar de agendacommissie.

08. Mededelingen college Wethouder Flier wil graag nog een aantal vragen die de SGP schriftelijk gesteld heeft, beantwoorden. 1. Weet het college al welke gevolgen de plannen van Defensie hebben op de woningbouwplannen van onze inwoners in het aangrenzende gebied? Nee, het college is in gesprek met Defensie. Op dit moment kan Defensie zelf nog niet beoordelen wat de gevolgen zijn voor de toekomstige nieuwbouwplannen in relatie tot de bestaande activiteiten op het ASK-terrein. 2. Op welke termijn kunnen huidige bouwplannen weer doorgang vinden en nieuwe plannen gestart worden? Dit hangt samen met meerdere sporen die op dit moment nog lopen en onderzocht worden, waarbij de volgende twee sporen de belangrijkst zijn, namelijk de door Defensie ingediende revisie aanvraag om een omgevingsvergunning voor het ASK-terrein en het proces van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD). 3. Is er al meer duidelijkheid over de uitbreiding van de activiteiten van het schietterrein en de extra effecten die dit heeft op de woningbouw in onze gemeente? In het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) zijn nieuwe activiteiten genoemd die Defensie wil toevoegen/uitbreiden op het ASK-terrein. Op dit moment wordt een planMER opgesteld.

Een planMER is een onderzoek (milieueffectrapportage), waarin wordt bekeken wat een activiteit voor invloed heeft op de omgeving, het milieu, het geluid en de natuur. Hierbij worden verschillende locaties en activiteiten naast elkaar gelegd om te komen tot een locatiekeuze of keuze in nieuwe activiteiten die als beste geschikt is/zijn voor Defensie (de voorkeurslocatie/activiteit). Naar verwachting zal in komend voorjaar Defensie alle voorkeursalternatieven presenteren aan het kabinet. Het kabinet beslist uiteindelijk welke uitbreidingen Defensie kan uitvoeren. Daarbij weegt het kabinet de ruimtebehoeften van Defensie af tegen die van andere departementen. Denk aan woningbouw, windmolenparken, land- en natuurgebieden.

09. Rondvraag Er is geen rondvraag ingediend.

10. Vorige vergadering: verslag 27 november 2024 Geen opmerkingen. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

11. Afronding en sluiting De voorzitter dankt iedereen voor zijn of haar bijdrage en sluit de vergadering om 22.25u. Verslag ongewijzigd / gewijzigd (zie het verslag van

) vastgesteld op

, commissiegriffier. 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oldebroek&id=c1d9e3d7-52e7-48d3-86f9-9dd14ffb0cec