Verslag 14 oktober 2021
Tekst van het document
GEMEENTE OLDEBROEK RAADSGRIFFIE COMMISSIE SAMENLEVING & BESTUUR Verslag van de openbare vergadering d.d. 14 oktober 2021 Aanwezig Leden
:
Voorzitter Griffie Notulist: College Ambt. onderst.
: : : : :
Tevens aanwezig Insprekers Publiek Pers
: : : :
mevrouw R. van der Veen-Schoonhoven en de heren H.W. van Bergeijk, G.J.L. Dokter, G. Evink, J. Evink, A. Hardonk, H.G.P. Kemp, W. Kruis, T. de Nooijer, L.M. van Oene, E.J. Ruitenberg, B.J. Spijkerboer en C. Spijkerboer. de heer P. H. Graansma. mevrouw H. Leusink. de heer H. Geertsma. wethouders mevrouw E.G. Vos-van de Weg en de heer B. Bergkamp de dames B. van den Brink, K. Slijkhuis, M. Trompetter, M. Wagenaar en G. Zielhuis en de heer M. Leenders. de heer P. Lensselink, gemeentesecretaris. 4 - (de vergadering is voor publiek ook te volgen via livestream) -
Afwezig
:
mevrouw A. Klein Gansei.
Tijd : 20.00 – 22.35 uur -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------01. Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. 02. Vaststelling van de agenda. Op verzoek van het CDA wordt punt 5 van de postlijst aan de agenda toegevoegd, als agendapunt 10a. Met deze aanvulling wordt de agenda vastgesteld. De voorzitter wijst op de volle agenda en vraagt ieders medewerking om de vergadering zo vlot mogelijk te laten verlopen. Hij hoopt dat op die manier een vervolgvergadering niet nodig zal zijn. 03. Onderwijshuisvesting. Inspreker De heer D.H. van de Voort spreekt in namens stichting Proo. Op weg hiernaartoe vroeg hij zich af of hij zou moeten herhalen wat al in het voorstel en de informerende nota staat. Volgens hem zou dat zeker zin hebben: er staan best zaken in die het verdienen om nog eens belicht te worden. Eind 2019 is de keuze gemaakt om een aanvullend krediet te verstrekken voor de verbouwing van De Wereldweide. Daar is Proo erg blij mee. De organisatie is druk bezig geweest om een nota op te stellen over datgene waar de huisvesting van de scholen aan moet voldoen. Er gebeurden echter dingen die niet voorzien waren. Proo kreeg te maken met corona, ventilatiekwesties en klasse B-scholen. Verder kwam er een fauna-onderzoek naar vleermuizen.
Dat leverde een vertraging op – en dat voor een school die toch al een hele tijd wachtte op een passende huisvesting. De Wereldweide is een heel mooie Microsoft Showcase School, waarvan er verder maar twee in Nederland zijn. Op dit moment is de school behoorlijk in ontwikkeling. Er staat een sterk team dat altijd heeft geloofd in het openbare onderwijs in Wezep. Verder kent de school een zeer betrokken ouderpopulatie. Elke dag verwelkomt het team vijftig kinderen die zin hebben om naar school te gaan. Nu ligt er een heel mooi bouwplan, waarvoor een aanvullend krediet wordt gevraagd. De reden voor die kredietvraag is dat de bouwkosten als gevolg van de vertraging met ruim 6% zijn gestegen. Dat kan niet betaald worden uit het onderwijsbudget. Er zit
-2-
dus een gat in de begroting. Proo doet dan ook graag een beroep op de raad om het gevraagde krediet te verstrekken. Eerste termijn Mevrouw Van der Veen laat weten dat het CDA kan instemmen met het voorstel voor De Wereldweide. Het is in deze tijd niet vreemd dat de prijzen hoger uitvallen. De fractie vindt het redelijk dat de gemeente een deel van die hogere kosten voor haar rekening neemt. Wat de informerende nota betreft: daaruit blijkt dat de reserve op den duur uitgeput raakt. Het CDA vraagt zich af hoe het college en de raad daarmee willen omgaan. Moet er meer gereserveerd worden? Verder staat in de nota dat de Schaapskooi om uitbreiding vraagt omdat de prognoses van de school hoger uitvallen dan die van de VNG. Het is vaker voorgekomen dat de gemeente op die manier achter de feiten aanliep. De vraag is of de gemeente altijd blind moet varen op het kompas van de VNG of dat ze daar op een andere manier mee kan omgaan. Wethouder Vos antwoordt dat het beslist niet de bedoeling is om de reserve uit te putten. Daarom wordt gewerkt aan het Integraal Huisvestingsplan. Net als in 2014 wordt dat een compleet plan, met een bijpassend budget. Het wachten is alleen nog op de randvoorwaarden waar de minister mee moet komen. Misschien heeft de minister dan ook wat extra geld over voor het plan. Onder het plan vallen tevens de nieuwe scholen die de afgelopen jaren niet meegenomen zijn.
Wat de prognoses betreft: in 2014 werd nog gedacht dat het aantal kinderen in de gemeente zou afnemen. Daarom werden toen ook de IKC’s aan elkaar gekoppeld: het college wilde geen leegstand. Nu blijkt dat het aantal kinderen groeit. De gemeente moet zich inderdaad niet blindstaren op haar prognoses, maar op dit moment is er niet veel beters. Onlangs moest de Wegwijzer in Oosterwolde ook al op haar eigen prognose terugkomen. De gemeente gaat wel na of haar prognoses en die van de scholen op elkaar aansluiten. Daarom is de Schaapskooi sowieso al groter gebouwd dan de prognose van de gemeente aangaf. Als het CDA een beter instrument weet, ruilt de wethouder de prognoses daar graag voor in. De heer Van Oene hoort de inspreker aangeven waar een kleine school groot in kan zijn. Het is vervelend dat de Wereldweide er weer geld bij moet hebben, echter gezien de stijging van de bouwkosten is het niet anders. Daarom kan de VVD met de kredietvraag instemmen. De fractie is blij dat Proo een evenredige bijdrage levert. Tegelijk gaat het in de bijdrage van de gemeente toch al gauw weer om € 1,50 per inwoner. Voor de wethouder is het maar goed dat ze die bijdrage niet bij alle inwoners hoeft op te halen. Die inwoners zouden haar er dan vast aan herinneren dat ze kort geleden ook al voor een bijdrage langs is gekomen. Dat wijst op een probleem dat vaker voorkomt, bij meerdere basisscholen.
Ook het krediet voor de Regenboog wordt binnenkort weer opgeplust. Hoe vaak kunnen dat soort dingen doorgaan? Een IKC als de Schaapskooi is recent verbouwd, maar moet nu alweer worden uitgebreid. Er dreigt een herhaling van de jaren ’60 en ’70, toen laag na laag bij een school moest worden aangebouwd. Misschien is het probleem eerder een gebrek aan visie dan een onjuiste prognose. Er wordt niet tijdbestendig gebouwd; er worden schoolgebouwen afgebroken die 50 à 60 jaar oud zijn. In andere landen in Europa houden schoolgebouwen het gemiddeld langer vol. De VVD adviseert het college dan ook om er bij de bouw van nieuwe IKC’s op te letten dat de gebouwen groot genoeg zijn om lang mee te kunnen. De heer J. Evink reageert op dat laatste: de IKC’s moeten ook weer niet zo groot worden gebouwd dat over een paar jaar sprake is van leegstand. Dat zou dan ook weer geld kosten. ABO bedankt het college voor de update en voor de beantwoording van de schriftelijke vragen. De gemeente heeft te maken met een paar onzekerheden: mogelijke landelijke besluiten die invloed kunnen hebben en de vraag hoelang de bouwkosten blijven stijgen. Het is in ieder geval belangrijk dat het college de raad op de hoogte blijft houden. De laatste jaren heeft de gemeente een aantal mooie scholen gebouwd en verbouwd. Dat was een keuze waar ABO nog steeds achter staat. De fractie heeft nog drie punten: 1.
Er zit vaak twee of drie jaar tussen de besluitvorming en de start van de bouw. In die periode is nogal eens sprake van een stijging van de kosten. Volgens ABO is het goed om daar op voorhand meer rekening mee te houden. Misschien moet de post onvoorzien worden verhoogd met een extra inflatiepercentage. De raad heeft er eigenlijk altijd mee ingestemd als er op een gegeven moment extra budget nodig was, maar diezelfde raad houdt ook van realistisch begroten. 2. Op de schriftelijke vraag naar een totaalvisie kreeg ABO een mooi antwoord. De fractie begrijpt dat zo’n visie in samenspraak met de schoolbesturen tot stand moet komen. Ze is tevreden met de toezegging dat de raad in 2022 een Integraal Huisvestingsplan kan verwachten. ABO hoopt dat deze bespreking daarvoor nog input kan opleveren. Hij ziet dat de wethouder die vraag non-verbaal al bevestigend beantwoordt. 3. Dat het aantal leerlingen stijgt, is positief, ook voor de gemeente, die vaak over vergrijzing spreekt. Het is reëel dat de
-3-
onderwijshuisvesting daarop moet worden aangepast; daar gelden nu eenmaal bepaalde normen voor. ABO wil wel graag weten of het college, als een gebouw te klein wordt, in gesprek gaat met scholen die ruimte over hebben. Op die manier zou bestaande ruimte optimaal kunnen worden benut. In een grotere kern als Wezep is dat uiteraard eerder voorstelbaar dan in een kern waar maar één school is. ABO onderstreept nog eens dat elke kern minimaal één basisschool moet hebben. Wat het krediet voor De Wereldweide betreft: het gaat om een relatief klein bedrag, al maken veel kleintjes wel een grote. De uitleg is helder: er is sprake van veel onvoorzienbare omstandigheden. ABO stemt in met de kredietvraag en hoopt dat de inspreker zijn enthousiasme voor de school mag behouden. Wethouder Vos wijst erop dat een aantal jaren geleden nog geen sprake was van de enorme stijging van bouwkosten die nu aan de orde is. Wat dat betreft wordt de gemeente echt ingehaald door de ontwikkelingen. Het college is al bezig om rekening te houden met het te verwachten tijdsbestek tussen besluitvorming en uitvoering en daarvoor geld bij te plussen. Dat staat alleen nog niet in de werkwijzen en verordeningen. Het is goed om dat in het nieuwe IHP mee te nemen. Bij ruimtegebrek denkt het college zeker na over ruimtes die beschikbaar zijn. Zo maakt de Schaapskooi al gebruik van een kerkgebouw.
In de onderwijsverordening staat echter dat voor doorstroming naar een ander gebouw binnen twee kilometer ruimte moet worden gevonden. Voor de Schaapskooi komt dan allen de Wereldweide in aanmerking. De Nassauschool ligt net wat verder weg dan twee kilometer, maar wel aan dezelfde weg. Die school heeft intussen wel lokalen leegstaan. Het college denkt na over de mogelijkheid om op dit punt de verordening wat te kunnen oprekken. Dan is het belangrijk om na te gaan of er sprake is van een structureel ruimteprobleem of dat het iets tijdelijks is. Daarvoor kan alleen naar prognoses en plannen voor woningbouw worden gekeken. Die woningbouwplannen zijn er voor het gebied rond de Schaapskooi. De heer B.J. Spijkerboer vindt de informerende nota helder. Voor de ChristenUnie is het aangekondigde IHP erg belangrijk. Gezien de onrust op het gebied van onderwijshuisvesting ziet de fractie dat plan liever vandaag dan morgen verschijnen. De ChristenUnie kan akkoord gaan met het voorstel voor de Wereldweide. Dat het voorstel in goede harmonie met de school en met Proo tot stand is gekomen, stemt de fractie tevreden. Het is mooi dat de Wereldweide grote ambities heeft en dat het aantal leerlingen groeit. Vroeger waren er vaak gesprekken om de vinger aan de pols te houden, maar dat is op dit moment niet nodig. De heer Dokter heeft al goede verhalen en goede vragen voorbij horen komen.
Wat de prognoses betreft: de hoeveelheden asbest die de laatste jaren aan de orde zijn geweest, waren evenmin geprognosticeerd. Ook dat heeft veel geld gekost. De gemeente krijgt cijfers en verwachtingen aangereikt die in de praktijk toch weer anders uitvallen. Die pijn zal ze moeten nemen; anders komt die ergens te liggen waar dat niet zou moeten, in dit geval bij de scholen. De gemeente wil gewoon voor alle scholen een goede onderwijshuisvesting. Als het om De Wereldweide gaat, wordt de pijn duidelijk gedeeld. De PvdA/Burgerpartij Oldebroek kan dan ook helemaal met het voorstel instemmen. Verder zijn de stukken voldoende helder. De heer G. Evink bedankt het college voor de heldere nota. Zijn fractie had vragen die al gesteld zijn, met name over de reserve. De SGP vindt het voorstel voor de Wereldweide logisch. Verder ziet de fractie het IHP graag tegemoet. Reactie inspreker De heer Van de Voort bedankt de commissie voor haar vertrouwen in De Wereldweide en verzekert haar dat de school dat vertrouwen niet zal beschamen. Hij nodigt de commissieleden uit om aanwezig te zijn bij de heropening. De kinderen zullen hen zeker iets kunnen leren over de Microsoft Showcase School. Afronding: De voorzitter bedankt de inspreker voor zijn inbreng. Hij constateert dat de informerende nota voldoende besproken is.
Het voorstel over De Wereldweide wordt als B-onderwerp geagendeerd voor de raadsvergadering van 11 november. 04. Vaststelling beleidsnotitie dorpshuizen. Insprekers Mevrouw G. van de Streek spreekt in namens Stichting Buurthuis ’t Loo (zie bijlage). De heer M. achter de Molen spreekt in namens vereniging Kulturhus De Talter. Hij vraagt de aandacht van de commissie voor twee onderwerpen. Het bestuur onderschrijft de eerste aanbeveling: dat de
-4-
verschillen tussen de dorpshuizen om een verschillende aanpak vragen. In de samenwerking tussen de dorpshuizen komen de verschillen ook duidelijk naar voren. Wat de tweede aanbeveling betreft: het bestuur wil graag weten of de splitsing in de exploitatie betekent dat er ook een splitsing moet worden gemaakt in de verantwoording. Als dat op hoofdlijnen moet gebeuren, is het geen probleem. Maar als het een gedetailleerde verantwoording moet zijn, wordt het ingewikkeld. In de administratie worden dingen die met sport te maken hebben en andere zaken niet gescheiden gehouden. De heer Kemp bedankt de heer Achter de Molen voor zijn beknopte en heldere verhaal. Hij vraagt of hij het goed heeft begrepen dat er bij het bestuur zorg is over het feit dat de inkomsten gesplitst moeten worden. De heer Achter de Molen antwoordt dat het voor het bestuur niets uitmaakt of het geld uit een of uit twee begrotingen komt. De zorg ligt alleen bij de vraag of in de verantwoording een scheiding moet worden aangebracht. In de administratie is alles met elkaar verweven, omdat er sprake is van één gebouw, één energierekening, één pot voor groot onderhoud etc. Er is wel een sportzaal, maar daar vinden ook andere activiteiten plaats. De heer K. van Ommen spreekt in namens MFC De Brinkhof in Wezep. Hij geeft aan dat hij geen lid meer is van een van de andere raadscommissies.
Zijn enige pet is vanavond die van voorzitter van het dorpshuis in Wezep. De inspraakbijdrage van de heer Van Ommen is als bijlage aan dit verslag toegevoegd. Eerste termijn De heer Dokter vindt de stukken duidelijk en begrijpt van de insprekers dat zij ook wel gelukkig zijn met wat hier wordt voorgesteld. Hij wil de vraag van de heer Achter de Molen graag doorzetten naar het college. Als de gemeente een splitsing wil aanbrengen, moet dat voor het bestuur van het Kulturhus wel uitvoerbaar zijn. In de stukken valt op dat het dorpshuis in de grootste kern de minste activiteiten heeft. Dat zal echter ook te maken hebben met het feit dat er juist in die kern nogal wat andere verenigingen zitten, met hun eigen accommodaties en activiteiten. De mogelijkheid van een ‘huwelijk’ met de Huiskamer van Wezep is in een eerdere commissievergadering al eens met de Huiskamer zelf besproken. Daar ziet men een koppeling aan het dorpshuis inderdaad niet zitten. Uiteindelijk is voor de Huiskamer ook de vraag van belang wat voor haar wel of niet haalbaar is en waar ze wel of geen subsidie voor kan krijgen. De PvdA/Burgerpartij Oldebroek gaat akkoord met het voorstel. Wethouder Bergkamp begrijpt de opmerking over de beperking van de administratieve rompslomp. Hij zegt toe dat het college bij de verdere uitwerking van de notitie de administratieve last zoveel mogelijk zal beperken.
Daar zal met het bestuur overleg over worden gevoerd. De gemeente vraagt geen verantwoording tot in de details. Het gaat er vooral om de geldstromen inzichtelijk te maken, ook naar de raad toe. De heer Van Bergeijk heeft de volgende vragen: 1. Er wordt gesproken over twee risico’s. Bij het eerste gaat het erom dat de dorpshuisfunctie in de kernen behouden moet blijven. Het college wil niet dat deze voorzieningen commercieel worden ingevuld. De ChristenUnie wil graag weten wat het college gaat doen om dat te voorkomen. 2. Het tweede risico heeft te maken met de afspraken die nog gemaakt moeten worden over het beheer van MFC De Brinkhof. In 2017 hebben daar verbouwingen plaatsgevonden. De ChristenUnie vraagt waarom het beheer na die tijd nog steeds niet geregeld is. Is het gewoon vergeten of wordt er nog steeds een discussie over gevoerd? 3. De fractie mist meetbare doelstellingen in de notitie. Er staat wel dat aansturing zal plaatsvinden via de subsidieverlening, maar in het licht van wat bij het volgende agendapunt aan de orde komt wordt dat wel erg vaag. Dat leidt tot een vraag aan het college: bevat het subsidiebeleid informatie die de raad kan volgen en waarop hij kan sturen? 4. Er is nogal eens gesproken over de mogelijkheid van dorpsbegrotingen.
Heeft het college overwogen de dorpshuizen daarin mee te nemen? Wethouder Bergkamp benadrukt nog eens wat de doelstelling is van het dorpshuizenbeleid: een huis van en voor het dorp. Het college overlegt periodiek met de besturen van de dorpshuizen, om te zien of het allemaal nog op die manier functioneert. De wethouder wil graag met de commissie afspreken dat ‘geen bericht goed bericht’ is. Als zich ontwikkelingen voordoen die van de doelstelling afwijken en om zorg en aandacht vragen, zal het college daarover zeker met de raad in gesprek gaan. Op die manier wil het college inspelen op de behoefte van de besturen om per dorp de vrijheid te hebben voor een eigen invulling. De dorpshuizen zijn allemaal heel verschillend van aard. In de notitie is dat uitgebreid aangegeven. Daarom staat er niet al te veel sturingsinformatie in de notitie, om de besturen niet onnodig te belasten. De subsidieregeling biedt daar de ruimte voor. Al die vrijwilligers hebben het tenslotte druk genoeg met het runnen van zo’n dorpshuis. De heer Van Bergeijk interrumpeert. Hij wijst erop dat de subsidieregeling geen echte doelstellingen bevat. Er valt voor de raad dus weinig te sturen. Wethouder Van Bergeijk vindt dat prima.
-5-
Het college heeft wat dat betreft een bewuste keus gemaakt. De raad mag trots zijn op de geweldige inzet die veel inwoners plegen om de dorpshuizen te laten functioneren zoals ze functioneren. Als er specifieke vragen zijn, zoals nu over het beheer van De Brinkhof, wil het college daar altijd op ingaan. Dat beheer van de Brinkhof is een vast thema in het overleg met het bestuur. Er is bijvoorbeeld een keer een probleem geweest rond de riolering en toen was het niet direct duidelijk wie dat moest oppakken. Zulke dingen zijn dan onderwerp van gesprek. Wederzijds is wel gezegd dat het verstandig is om met betrekking tot het beheer een aantal verantwoordelijkheden en afspraken vast te leggen. Dat gaat volgend jaar dan ook gebeuren, in het beheerplan. Het is een aandachtspunt, maar het moet niet groter worden gemaakt dan het is. De wethouder zegt toe dat de afspraken als raadsinformatie naar de raad worden gestuurd zodra ze zijn vastgesteld. Wat de dorpsbegroting betreft: voor de groenvoorziening is die er al op twee plaatsen. Dat heeft een prima resultaat opgeleverd. Als de fracties daar meer mee willen doen, hebben ze in het kader van de raadsverkiezingen een goede gelegenheid om dat aan de orde te stellen. Voor het college is het op dit moment geen thema waar het nadrukkelijk een vervolg aan geeft.
Als er echter initiatieven zijn vanuit de samenleving om meer dingen over te nemen, dan is dat zeker bespreekbaar. De wethouder wijst als voorbeeld op het initiatief van de bewonersgroep van de Akkers. De heer J. Evink heeft de notitie vooral gelezen als een analyse met betrekking tot de dorpshuizen. ABO realiseert zich heel goed dat de dorpshuizen van elkaar mogen verschillen. Een dorpshuis is er voor het dorp waar het in staat en de dorpen zijn nu eenmaal niet gelijk. Maatwerk valt dus goed uit te leggen. Dat maakt het echter wel moeilijk om kaders en doelstellingen vast te stellen. Intussen heeft de raad een raadsgesprek gevoerd over subsidies. Toen is ook gesproken over uitvoering en beleid. De raad gaat over het beleid en de uitvoering is een zaak van het college. In dit geval vindt die uitvoering plaats in samenwerking met de dorpshuizen. Het moet gebeuren op een manier die past bij de woonkern en waar de inwoners tevreden mee zijn. ABO is ervan overtuigd dat inwoners de raad wel weten te vinden als het niet goed meer loopt. Dan is het aan de raad om er een agendapunt van te maken. Het stellen van kaders is dus ingewikkeld, maar op deze manier weet de fractie daar toch ook wel weer doorheen te prikken. Misschien is het een idee om een keer een enquête te houden waarin inwoners hun mening over het functioneren van hun dorpshuis kunnen geven.
Met betrekking tot het zwembad is dat ook gebeurd en dat heeft best wat inzicht gegeven. Wellicht leidt dat ook tot een verbetering in de exploitatie. Zolang de dorpshuizen een meerwaarde hebben voor de inwoners moeten raad en college voldoen aan wat in deze notitie staat. ABO ziet op dit moment dan ook geen aanleiding voor het wijzigen van de subsidieregeling of de bekostigingsmethodiek. De insprekers gaven in feite ook aan dat ze daar tevreden over zijn. ABO hoopt wel dat de besturen de kansen weten te benutten om de exploitatie van de dorpshuizen overdag te verbeteren. Daar ligt ook een mooie kans voor de dorpsambtenaar. Er is vooral reden om dankbaar te zijn voor de dorpshuizen en voor al die enthousiaste vrijwilligers die men daar heeft. ABO hoopt dat men die vrijwilligers weet te behouden, in een tijd waarin het werven van vrijwilligers steeds moeilijker wordt. De besturen moeten dan ook niet worden opgezadeld met het aanleveren van allerlei stukken waarin ze van alles moeten verantwoorden. Dat de subsidie gesplitst wordt, vloeit voort uit een aanbeveling van de rekenkamercommissie. ABO kan zich daarin vinden, als het voor de besturen maar niet te veel werk oplevert. Het betreft hier niet alleen de Talter maar ook het dorpshuis van Hattemerbroek. Wethouder Bergkamp gaat in op de suggestie over een enquête.
Hij kan zich voorstellen dat de dorpshuizen daar zelf een rol in spelen als ze daar behoefte aan hebben. De aanleiding voor de enquête over het zwembad was uiteraard een heel andere. Het kan echter geen kwaad om de suggestie mee te nemen naar het overleg met de besturen. De heer G. Evink heeft zijn vragen al voorbij horen komen. Het betrof vooral de vragen die de heer Van Bergeijk stelde over de risico’s. De heer Evink vond het mooi om in de bijdragen van de insprekers de weerklank te horen van de diversiteit van de dorpshuizen. Hij is positief over de notitie die voorligt. In zijn beleving is die notitie een aanzet om de raad wat meer tools aan te reiken voor het geven van enige sturing. Hij hoopt dat het zo in de toekomst ook gaat werken. Verder sluit hij zich aan bij zijn naamgenoot van ABO. Het behoud van voldoende vrijwilligers is inderdaad een punt van zorg en dus een uitdaging voor de besturen. De heer Kemp merkte dat het enthousiasme van de insprekers oversloeg naar de wethouder. Het was mooi de wethouder een gloedvol betoog te horen houden, zeker bij een onderwerp als dit. In de aanbevelingen uit de notitie wordt vooral benadrukt dat de dorpshuizen allemaal verschillend zijn. De besturen onderschrijven dat ook. Als die besturen zich in het beleidsplan herkennen, kan de raad daar alleen maar blij mee zijn.
Het bezoek aan de dorpshuizen is met een gemiddelde van vier keer per jaar
-6-
wel erg beperkt. Er zijn ongetwijfeld inwoners die er zo’n driehonderd keer per jaar naartoe gaan, maar dan zijn er dus ook die misschien maar één keer komen. Dat is dan wel erg jammer. Wat dat betreft is een enquête misschien een goed idee: die zou dan ook kunnen uitwijzen waarom men maar zo weinig komt. De wethouder heeft gelijk dat de dorpshuizen zo’n enquête dan zelf moeten uitvoeren. Dat er overdag niet zo veel mensen komen, valt wel te begrijpen: veel mensen werken dan. Het college benoemt het als een risico dat die uren dan gevuld worden met commerciële activiteiten, maar de VVD ziet dat anders. Wat is er mis met dergelijke activiteiten als de ruimten toch niet op een andere manier worden gebruikt? Als de vrijwilligers die activiteiten faciliteren en daarmee wat extra’s voor het dorpshuis verdienen, valt dat alleen maar toe te juichen. De splitsing van subsidies die in aanbeveling 2 wordt voorgesteld, is goed te verdedigen. Het helpt om de zaken helder en vergelijkbaar te krijgen en te houden. Wethouder Bergkamp vindt ook dat er niets mis mee is als commerciële activiteiten de lege ruimten opvullen. Het staat wat zwaarder in de notitie dan eigenlijk bedoeld is. Misschien is het eerder een kans dan een risico. Als er belangstelling is voor dergelijke activiteiten, is de enige vraag nog of er voldoende vrijwilligers zijn om het te faciliteren.
De heer Kemp vraagt of de wethouder in feite zegt dat waar ‘risico’ staat beter ‘kans’ had kunnen staan. Wethouder Bergkamp bevestigt dat. De heer J. Evink heeft begrepen dat het in de notitie ook als een kans wordt benoemd dat er overdag meer te halen valt. Zo heeft hij het zelf ook naar voren gebracht. Volgens hem bedoelt iedereen hetzelfde. Mevrouw Van der Veen wijst erop dat de notitie onder andere geschreven is omdat de raad behoefte had aan sturingsinformatie. Haar fractie is erg blij met alle dorpshuizen en met alle vrijwilligers die zich ervoor inzetten om die dorpshuizen te laten blijven functioneren. Het ligt voor de hand dat elke kern een dorpshuis heeft dat in die kern past. Maatwerk is dus erg belangrijk. De fractie benadrukt dat de raad moet kunnen sturen op kaders. Als er wat dat betreft niet meer is dan één zin in de Nadere regel voor de subsidie, valt er weinig meer te sturen. Een kader mag best ruim worden opgezet, maar er moet dus wel een kader zijn. Als het college vindt dat ervan moet worden afgeweken, kan het daarmee naar de raad toe komen. Zonder kader loopt de raad achter de feiten aan als er iets gebeurt waar de raad niet blij mee is. Het CDA wil graag weten wat de andere fracties daarvan vinden. De fractie begrijpt wel dat subsidierelaties ingewikkeld zijn omdat de gemeente bij het ene dorpshuis eigenaar is en bij het andere niet.
Dat betekent dat er een splitsing moet worden gemaakt. Daarmee wordt het stellen van kaders echter niet onmogelijk. Voor de rest is het CDA blij met alle informatie die in de beleidsnotitie wordt geboden. Reacties insprekers Geen van de drie insprekers heeft behoefte aan het geven van een reactie. Tweede termijn De heer Dokter begrijpt de vraag van het CDA wel. Hij wijst er echter op dat de dorpshuizen laten zien dat de invulling per kern heel verschillend is. Er is dus sprake van een verschillende behoefte. Een kader zou dan alleen kunnen gaan over de vraag hoever de raad wil gaan met het verstrekken van subsidies. In de toekomst zou het belangrijk kunnen worden om daarover na te denken als de dorpshuizen steeds minder vrijwilligers kunnen vinden, of als ze bijvoorbeeld steeds commerciëler gaan worden. Zoals het nu gaat, gaat het echter goed en daar kan de raad alleen maar trots op zijn. De raad heeft meer dan eens gezegd dat hij zich niet overal mee moet willen bemoeien. Daar past niet goed bij dat hij in deze situatie meer kaders zou willen stellen. Het enige dat misschien wat meer aandacht vraagt, is de situatie van de Huiskamer in Wezep. De Huiskamer vindt dat ze zelfstandig goed opereert. Ze ziet daar geen kans voor als ze naar het dorpshuis toe gaat. De raad kan zich dan afvragen of hij het daarmee eens is en of hij die voorziening al dan niet wil ondersteunen.
Het gaat echter niet goed als de raad iets wil afdwingen. De heer Van Bergeijk geeft aan dat zijn fractie de uitgangspunten in de beleidsnotitie onderschrijft. Zijn fractie is blij met de dorpshuizen zoals ze nu functioneren en erkent dat elk dorpshuis een eigen aanpak nodig heeft. Wat mevrouw Van der Veen aan de orde stelt, sluit aan bij de vraag van de ChristenUnie in de eerste termijn. De consequentie van het aannemen van deze beleidsnotitie is dat het beleid met betrekking tot de dorpshuizen verder van de raad af komt te staan. Als de Nadere regel voor de subsidies eraf gaat voor de raad, laat de raad nog meer aan het college over. Dat betekent dat de raad zelf het functioneren van de dorpshuizen sterker in de gaten zal moeten houden. De ChristenUnie vindt het een punt van aandacht dat college en raad goed samen blijven optrekken als het om deze voorzieningen gaat. Het kan ook een doelstelling zijn om te zeggen: ‘zoals het nu gaat, gaat het goed; laten we het zo
-7-
houden’, echter dat kan de gemeente de dorpshuizen niet aan doen. Bij maatwerk moet voortdurend worden bekeken wat nodig is; dat blijft niet hetzelfde. De heer G. Evink sluit zich bij de vorige sprekers aan. De kaderstellende rol van de raad is een moeilijk punt bij dit onderwerp. Het is een worsteling om daar een goede lijn in te vinden. Dat heeft te maken met de diversiteit van de dorpen en de dorpshuizen en de functies die aan de diverse gebouwen worden toegekend. Tegelijk begrijpt de SGP de gedachte dat de raad wat knoppen zou moeten hebben waar hij aan kan draaien. Het is goed om hier in de toekomst nog eens over na te denken, ook in het kader van Oldebroek voor Mekaar. De heer J. Evink geeft aan dat zijn fractie ook worstelt met de complexiteit van het vraagstuk, maar vindt dat logisch omdat er sprake is van maatwerk. De vraag is wat de raad zou willen meten. Hij kan bijna niet sturen op cijfers, omdat elk dorpshuis uniek is. Uit de samenleving komen geen signalen dat mensen ontevreden zijn over de dorpshuizen. Er is dus niet direct een noodzaak om meer beleid te willen formuleren. ABO kan ook geen kaders bedenken die zinvol zouden kunnen zijn. De fractie wil graag weten of het CDA daar wel ideeën over heeft. Wat mist die fractie bijvoorbeeld in het beleid? De heer Kemp constateert dat alle fracties het eigen karakter van de verschillende dorpshuizen omarmen.
In de visie van het CDA zou de raad voor elk dorpshuis kaders moeten stellen. De VVD kiest voor vrijheid en vindt dat de vrijwilligers zoveel mogelijk vrijheid van handelen moeten hebben. Dat geeft hun een gevoel van betrokkenheid, maar ook van verantwoordelijkheid. Gezien de praktijk kunnen ze die verantwoordelijkheid heel goed aan. De heer Van Bergeijk interrumpeert. Hij vraagt of de VVD dan ook geen sturing wil op de toekenning van subsidies. De heer Kemp wijst erop dat de voorliggende beleidsnotitie voortborduurt op bestaand beleid. Dat houdt in dat de dorpshuizen hun gang kunnen blijven gaan. Ze blijken die verantwoordelijkheid aan te kunnen. De heer Van Bergeijk vraagt hoe de raad dan in de toekomst de subsidies moet controleren en vaststellen. De heer Kemp antwoordt dat de raad dat moet blijven doen zoals de raad het tot nu toe heeft gedaan. De dorpshuizen zijn daar blij mee, het college is daar blij mee en de VVD ook. De heer Van Bergeijk concludeert dat de VVD weinig sturing vanuit de raad wil. De heer Kemp vraagt of de raad volgens de ChristenUnie de laatste jaren te weinig sturing heeft gegeven. De heer Van Bergeijk merkt op dat er nu op dat gebied iets in de Nadere regel staat. De heer Kemp vindt dat het daar prima geformuleerd is. De heer Van Bergeijk toont zich enigszins verbaasd. Mevrouw Van der Veen bedankt de fracties voor hun reacties.
Ze proeft bij alle partijen een worsteling met het vraagstuk, behalve bij de VVD. Dat laatste verbaast haar, omdat de VVD altijd veel aandacht heeft voor de kaderstellende rol van de raad. De dorpshuizen doen het inderdaad prima, maar de kaders zijn er ook niet voor die dorpshuizen; die zijn bedoeld voor het college. Als de raad ze niet had gewild, had de raad niet om sturingsinformatie moeten vragen. Zij heeft begrepen dat ernaartoe wordt gewerkt om de Nadere regel voor de uitvoering van het subsidiebeleid bij het college neer te leggen. In dat geval moet de raad aangeven hoever hij op dat gebied wil gaan. Als dat niet helder genoeg wordt vastgelegd, kan het subsidiebeleid een bodemloze put worden. Blijkbaar is dat het wat de VVD voorstelt. Wat het CDA wil, is inderdaad complex. Er moet rekening worden gehouden met de verschillen in de relaties tussen de dorpshuizen en de gemeente. Het hoeft ook geen gedetailleerd verhaal te worden. Misschien is het goed om een keer in een raadsgesprek door te praten over de vraag hoe het wel zou moeten. Het CDA wil echter niet dat nu iets wordt vastgelegd waar de raad weinig of niets in kan sturen. De heer Kemp constateert dat mevrouw Van der Veen toegeeft dat het allemaal moeilijk en ingewikkeld is, dat ze zelf ook niet weet hoe het moet en dat er daarom over doorgepraat zou moeten worden.
Als het allemaal zo moeilijk is, moet er wel iets heel erg mis zijn om een uitgebreide discussie over dit onderwerp te willen voeren. De praktijk wijst echter uit dat het allemaal heel goed loopt. Het college is er blij mee en de besturen van de dorpshuizen zijn dat ook. Waarom zou de raad dan koste wat het kost meer sturing willen geven, terwijl de raad niet eens weet hoe dat moet en wat dat doet met de inzet van de vrijwilligers? De VVD vindt het ook heel verantwoord wat de gemeente op dit moment aan subsidies verstrekt voor de dorpshuizen. Als het CDA echter in de richting van de verkiezingen wil aangeven een aanscherping van het beleid en een beknotting van het vrijwilligerswerk te willen, moet die fractie dat zelf weten. Mevrouw Van der Veen benadrukt nog eens dat ook het CDA blij is met de manier waarop de dorpshuizen functioneren. De fractie wil ook bepaald niet tornen aan de subsidies die ernaartoe gaan. Daar gaat de discussie niet over. Het gaat erom dat de raad kaders stelt waarbinnen in de toekomst het beleid mag worden uitgevoerd. De voorzitter vraagt of de andere fracties behoefte hebben aan een raadsgesprek over dit onderwerp.
-8-
De heer Dokter vindt dat de fracties altijd met elkaar in gesprek moeten zijn, maar heeft geen enkele behoefte om het voorliggende voorstel af te schieten. Voor de PvdA/Burgerpartij Oldebroek is het belangrijk dat de dorpshuizen in de kernen een herkenbare maatschappelijke functie blijven vervullen. Dat is iets waar dynamiek in zit. De fractie denkt dat de raad als beleidskader de dorpshuizen een stukje vertrouwen moet geven omdat ze dat verdienen. De voorzitter heeft mevrouw Van der Veen niet horen zeggen dat er een raadsgesprek zou moeten komen voordat een besluit kan worden genomen over het voorliggende voorstel. De heer Van Bergeijk denkt ook niet in die richting. Als de Nadere regel voor de subsidies echter meer een zaak gaat worden voor het college, moeten in de beleidsnotitie wel kaders zijn vastgesteld. Misschien is het dus belangrijk om daar op dat moment van gedachten over te wisselen. In ieder geval is er nu helemaal niets vastgelegd en dat is wel heel weinig. Wethouder Bergkamp geeft aan dat de heer Kemp goed heeft verwoord wat ook de lijn van het college is. Hij bestrijdt dat het subsidiebeleid op deze manier een bodemloze put zou kunnen worden. Er is wel degelijk sprake van een financieel kader. Dat is de begroting. Als het college iets wil veranderen in de financiering van de dorpshuizen, kan de raad daar dus over spreken als de begroting wordt behandeld.
Het is steeds de kracht van de raad geweest om zich zo weinig mogelijk met de gang van zaken te bemoeien en het college als kader mee te geven: zorg ervoor dat elk dorpshuis een huis van en voor het dorp is. Dat helpt de dorpshuizen nu juist om goed te functioneren. Als de raad allerlei normen en criteria gaat bedenken, vraagt dat van de besturen ook weer een extra inzet, terwijl zij het al zwaar genoeg hebben. Die besturen moeten hun energie helemaal kunnen richten op die huizen van en voor het dorp. Mevrouw Van der Veen benadrukt dat het CDA de besturen zeker niet meer werk wil bezorgen. Ze sluit zich wel aan bij de woorden van de heer Van Bergeijk. Het is belangrijk dat er een gesprek over kaders wordt gevoerd als de verandering met betrekking tot de Nadere regel aan de orde is. Op dat punt wil het CDA graag een toezegging. De voorzitter wijst erop dat de raad zelf bepaalt waar hij een raadsgesprek over wil voeren. De heer G. Evink stelt voor dat het verzoek wordt meegenomen naar de agendacommissie. De voorzitter stemt daarmee in. De heer J. Evink vraagt of dat kan gaan betekenen dat over een paar maanden weer een nieuw beleid wordt vastgesteld. Volgens hem hebben de ambtenaren wel wat beters te doen dan zo snel al weer met een nieuw document aan de slag te gaan. Hij voelt er meer voor om eerst maar eens af te wachten hoe het allemaal gaat lopen.
Als er dan op de duur behoefte is aan een raadsgesprek kan dat altijd nog geregeld worden. De voorzitter wijst op wat al gezegd is: er ligt nu een voorstel voor waar een besluit over moet worden genomen en een raadsgesprek is mogelijk een volgende stap. Afronding: De voorzitter constateert dat het onderwerp voldoende besproken is. Het voorstel wordt als B-onderwerp geagendeerd voor de raadsvergadering van 11 november. De voorzitter bedankt de insprekers voor hun inbreng en wenst hen veel succes met hun verdere activiteiten, samen met hun medebestuurders. 05. Vaststelling Nadere regel subsidie 2022. De heer Dokter is blij met het overzicht van de mutaties. Hij vindt het voorstel helder. Wat de subsidie voor de voedselbank betreft: daar staat zijn fractie altijd voor open. Tegelijk is het prettig dat dit soort subsidies niet gedurende een reeks van jaren worden verstrekt maar op basis van nut en noodzaak. De heer B.J. Spijkerboer constateert dat de aanpassingen het gevolg zijn van landelijke wet- en regelgeving. Er valt dus weinig over te zeggen. De heer Kemp wil graag iets meer weten over de medewerker voor vroeg- en voorschoolse educatie. Wethouder Vos legt uit dat deze pedagogische medewerker volgens een wettelijke verplichting wordt ingezet bij de kinderopvang en bij de scholen. Het is geen fulltime medewerker voor elke vestiging.
Naarmate een school kleiner is, zal de medewerker daar minder uren kwijt zijn. Mevrouw Van der Veen constateert dat er nog een evaluatie komt van het subsidiebeleid. Dat is het moment om inhoudelijk in te gaan op onderdelen als subsidie voor cultuur etc. Op dit moment heeft het CDA geen vragen. Afronding: De voorzitter constateert dat het onderwerp voldoende besproken is. Het voorstel wordt als B-onderwerp geagendeerd voor de raadsvergadering van 11 november.
-9-
06. Vaststelling beleidsnota Wet inburgering. De heer Kemp constateert dat dit een onderwerp is dat voor de gemeente eerst ver van het bed leek te blijven, echter nu toch dichtbij gaat komen. Het is goed dat het college de adviesraad sociaal domein erbij heeft betrokken. Die heeft positief geadviseerd en is zelfs met aanbevelingen gekomen. Draagvlak is heel belangrijk en een goede communicatie dus ook: het beleid kan wel eens veel impact hebben op de kleine kernen van deze gemeente. De VVD ondersteunt de aanbeveling om elke statushouder een persoonlijke coach te geven die snel kan signaleren wanneer er iets fout gaat en die dan ook snel kan ingrijpen. Een vraag is wel hoeveel van die coaches er nodig zullen zijn en wat de basis is onder dit voorstel. Verder wil de VVD weten of deze begeleiders betaald worden uit het bedrag per statushouder dat vanuit het Rijk naar de gemeente toekomt. Wethouder Vos laat weten dat de gemeente al een tijd over deze persoonlijke coaches beschikt. Ze worden aangeduid als ‘klantmanagers statushouders’. Op dit moment zijn het er twee. Het college vond en vindt het heel belangrijk dat de statushouders iemand hebben bij wie ze met hun belangrijkste vragen terechtkunnen. Die les is vooral getrokken uit de huisvesting van vrouwen uit Eritrea. De coaches worden betaald uit de uitvoeringskosten.
Het gaat voor een deel om uitvoering en voor een deel om opleiding en participatie. De heer C. Spijkerboer is blij met de doelstelling van de wet waar deze beleidsnota uit voortvloeit: dat statushouders sneller volwaardig meedoen aan de samenleving. Hij citeert uit het voorwoord van de wethouder: “Want wat helpt dat, als je welkom wordt geheten na een periode van vluchten en tijdelijke opvang. Pas dan kun je tot rust komen, verwerken wat je hebt meegemaakt, gaan inburgeren en gaan integreren in het land, de gemeente en de buurt waar je woont.” Het CDA vindt dat prachtige woorden en sluit zich daar graag bij aan. Er is wel altijd weer een spanningsveld: wat is de financiële opgave en welke vergoeding van het Rijk staat daartegenover? Het CDA wil graag weten of er al zicht is op de financiële haalbaarheid van het beleid voor de gemeente. De nota ziet er inhoudelijk goed uit. In de praktijk zal moeten blijken hoe het allemaal gaat lopen. Het advies van de adviesraad is voor het CDA altijd belangrijke informatie. Ook deze fractie vindt het belangrijk dat elke statushouder een persoonlijke coach krijgt. Het is fijn dat de gemeente hier al mee werkt. Ten slotte wil het CDA graag weten hoe en in welke tijd het beleid wordt gemonitord. Wethouder Vos geeft aan dat die monitoring er zeker gaat komen, maar dat de gemeente nog in afwachting is van de grondleggers.
Een van die grondleggers is de financiële. De landelijke aanbesteding met betrekking tot de onderwijstrajecten stagneert weer: de onderwijsinstellingen geven aan dat ze het niet kunnen doen voor het geld dat geboden wordt en de gemeenten wijzen erop dat ze niet meer geld van het Rijk krijgen. Het geld dat de gemeente van het Rijk krijgt, is in feite een prestatiebeloning: de prestaties van de gemeenten worden door het Rijk gemonitord. Via de kwartaalrapportages wordt de raad daarin meegenomen. Daarin valt dus te lezen in hoeverre de gemeente erin geslaagd is de statushouders te laten inburgeren. De heer J. Evink bedankt het college voor de stukken en voor het raadsgesprek dat aan deze bespreking voorafging. Dat raadsgesprek bood veel voorinformatie, waardoor deze beleidsnota wat gemakkelijker te begrijpen valt. Er ligt een goed stuk voor, ondanks de onzekerheden die er nog zijn. Een goede voorbereiding zorgt voor betere successen. Dat betekent niet dat ABO gerustgesteld is. Er liggen nog genoeg uitdagingen als het om de aanpak en de werkwijze gaat. De fractie beseft echter dat dit voor de ambtelijke organisatie een leertraject zal zijn. Het Rijk moet nog steeds met definitieve cijfers komen, maar het is niet nieuw dat Den Haag daar laat mee is. Daar zal deze gemeente weinig aan kunnen veranderen. Dat de adviesraad positief is, stemt ABO ook positief.
Het feit dat Oldebroek een kleine gemeente is, brengt beperkingen met zich mee. Daarom is het goed dat dit dossier samen met andere gemeenten wordt opgepakt en ook samen met de lokale ketenpartners, zoals het Vluchtelingenwerk. Samen sta je sterker, op het gebied van inkoop, maar ook als het gaat om het delen van kennis en ervaring. ABO is heel benieuwd hoe over een jaar de stand van zaken is. Financiële zorgen zullen er ongetwijfeld zijn. Het uitgangspunt dat het college binnen de vastgestelde budgetten wil blijven, stemt de fractie tevreden. Mocht het niet lukken, dan hoort de raad dat wel. De heer Hardonk sluit zich aan bij de woorden van ABO. Het wordt inderdaad een spannende vraag of de gemeente het per 1 januari 2022 gaat redden. De vragen en bedenkingen die de ChristenUnie had, zijn al schriftelijk gesteld, de fractie is tevreden over de antwoorden en verder gaat ze de monitoring in de kwartaalrapportages volgen. De heer Dokter bedankt de heer Snippe en mevrouw Wagenaar voor de organisatie van het raadsgesprek. Het heeft hem geholpen in het voortraject van deze bespreking. De raad weet nu veel
- 10 -
meer van de uitdagingen waar de toen aanwezige instanties zich al op hadden voorbereid. Het stuk dat nu voorligt, is helder. De heer De Nooijer beperkt zich tot de zeven risico’s c.q. zorgen die worden genoemd. Veel van die zorgen zijn volgens hem te herleiden tot het landelijke immigratiebeleid en – nog verder – tot het vluchtelingenverdrag. Zijn fractie is voor een aanpassing daarvan, echter moet voor dit moment constateren dat dit nationale en internationale beleid lokaal tot een aantal onzekerheden leidt. Die onzekerheden betreffen de aantallen die de gemeente krijgt toegewezen, maar ook de aanpak die van haar wordt gevraagd. Wat risico/zorg 5 betreft: de heer De Nooijer begrijpt dat de mensen die hier komen met hun trauma’s niet altijd zomaar in staat zijn de knop om te zetten en te werken aan inburgering. Hij vraagt of het college de mogelijkheid heeft om op een gegeven moment een traject te stoppen als iemand echt niet in staat is om mee te werken of niet wil. Er kan een boete worden gegeven, maar hoelang gaat het college dan door met het aanbieden van een traject? Wat de financiën betreft: de SGP is tevreden over wat gezegd wordt met betrekking tot de kwartaalrapportages. Het is echter heel onzeker hoe het allemaal gaat uitpakken. Daarom sluit de fractie niet uit dat ook op dit gebied de kosten hoger zullen uitvallen dan nu wordt verwacht.
De SGP wil weten wat het college gaat doen als dat het geval is en als de kosten niet in verhouding staan tot de vergoeding vanuit het Rijk. Is het mogelijk dat de gemeente dan een bepaald traject niet gaat aanbieden of dat ze een versobering gaat aanbrengen? Ten slotte: de gemeente krijgt een aantal statushouders toegewezen en daar zit een aantal verplichtingen aan vast. Wat gebeurt er als de gemeente die verplichtingen niet aan kan? Wat staat haar te wachten van de kant van het Rijk als ze op een gegeven moment zegt: we doen het niet? Wethouder Vos constateert dat de heer De Nooijer begon met een visie waar elke partij het hare van kan vinden. Zij neemt die visie voor dit moment voor kennisgeving aan. Wat de vraag over risico 5 betreft: het maakt veel verschil of iemand niet wil meewerken aan een bepaald traject of dat hij het niet kan. In het eerste geval wordt dwingender opgetreden; in het laatste geval wordt de statushouder meer tijd gegund. Er is een mogelijkheid om het inburgeringstraject te verlengen. Verder gaat het hier nadrukkelijk om een verplichting, hoeveel kosten daar ook aan verbonden zijn. De wethouder wordt geacht de wet te houden. Als de kosten de pan uitrijzen, zijn er twee opties. De eerste is: bekijken of er gesnoeid kan worden op de kosten. Misschien is het mogelijk om voor een aantal uren vrijwilligers te zoeken.
Dat is echter niet erg chique: men wordt dan gevraagd onbetaald werk te gaan doen dat eigenlijk betaald zou moeten worden. Misschien kan ook in de kosten worden gesnoeid via een nieuwe aanbesteding. De tweede optie is dat de wethouder nog een keer haar mondkapje met het logo ‘gemeente in nood’ gaat gebruiken, waar ze al eens mee naar Den Haag is gereisd. Om het met de VNG te zeggen: bij elke wet hoort een passend budget. In ieder geval is het dus geen optie om een taak niet uit te voeren. Als de taakstelling jaar na jaar niet gehaald wordt, kan de provincie het overnemen, maar dan wordt de rekening wel bij de gemeente neergelegd. De heer De Nooijer bedankt de wethouder voor haar antwoorden. Hij vindt ze verhelderend en een toevoeging aan wat hij in de stukken heeft gelezen. Dat er extra mogelijkheden moeten worden gecreëerd voor mensen die een traject nog niet kunnen volgen, begrijpt hij. Hij wil nog wel graag weten wat er gebeurt met mensen die niet willen meewerken, vervolgens een boete krijgen en daarna nog niet willen. Stopt het dan op een gegeven moment? Zo ja, wanneer? Verder is hij blij met de opties die de wethouder noemde voor het geval de kosten te hoog worden. Hij roept het college op om zich dan ook echt tot die opties te beperken en de kosten niet door te schuiven naar het volgende jaar.
Ten slotte betuigt hij zijn steun voor de inzet van de wethouder in de richting van Den Haag. Wethouder Vos benadrukt dat stoppen met een traject geen optie is. De statushouder woont in dit land en heeft een verplichting; de gemeente krijgt die statushouder toegewezen en moet hem aan die verplichting houden. Overigens gelooft de wethouder niet dat die statushouder echt niet wil. Hij heeft immers een enorme reis gemaakt om in dit land een beter thuis te vinden. Dat neemt niet weg dat er motiverende gesprekken nodig zullen zijn. Nederlands leren is bepaald niet gemakkelijk voor iemand die alleen Arabisch kent of voor een laaggeletterde Eritreeër. Het gros van de statushouders is echter van goede wil en doet zijn best. Tweede termijn De heer De Nooijer laat weten dat de SGP met het voorstel zal instemmen, maar wel veel zorgen heeft over de financiering.
- 11 -
De heer Dokter wil naar aanleiding van het betoog van De heer De Nooijer nog wel opmerken dat, wanneer hij straks naar huis rijdt en iemand langs de kant van de weg ziet liggen, uitstapt om te helpen. Die houding ziet hij als de basis voor alles wat er op dit gebied gebeurt. Afronding: De voorzitter constateert dat het onderwerp voldoende besproken is. Het voorstel wordt als B-onderwerp geagendeerd voor de raadsvergadering van 11 november. 07. Rapportage Sociaal Domein 2e kwartaal 2021. De heer J. Evink bedankt het college voor deze kwartaalrapportage. ABO had verwacht dat de rapportage meer zou getuigen van zorgen als gevolg van de coronasituatie. De fractie is blij dat het tot nu toe lijkt mee te vallen. Ze hoopt dat het zo blijft. ABO vindt het ook positief dat 178 inwoners van de gemeente gebruik hebben gemaakt van de ‘prikbus’. De fractie wil graag weten of die inzet van de prikbus een vervolg krijgt, misschien in een andere kern met een lage vaccinatiegraad. Op zijn technische vraag over Wmo-facturen die ten onrechte niet betaald zijn, heeft hij een helder antwoord gekregen. De gemeente heeft geleerd van fouten die gemaakt zijn en de procedures zijn aangescherpt. ABO hoopt dan ook dat het een eenmalig probleem is geweest. Wethouder Vos heeft vandaag gelezen dat de vaccinatiegraad in deze gemeente 79% is.
Het college heeft met de prikactie bewust gekozen voor de kern Oldebroek omdat er inwoners zijn die niet in hun eigen dorp gevaccineerd willen worden. Op dit moment wacht het college even af hoe het gaat. Er is dus nog geen concreet plan voor een vervolgactie. Als het college echter merkt dat het goed is om inwoners meer mogelijkheden te bieden om gevaccineerd of geïnformeerd te worden, zal het daar zeker werk van maken. De heer Van Oene laat weten dat de VVD ook wel voelde voor een herhaling van de actie, hetzij voor vaccinatie, hetzij voor informatie. Op pagina 11 staan drie groepen genoemd die moeite hebben met vaccinatie. Een van die groepen wordt aangeduid als ‘inwoners van de Biblebelt’. Dat is een aanduiding die op alle inwoners van deze gemeente slaat, terwijl gedoeld wordt op een specifieke categorie. De VVD vraagt waarom die categorie dan niet op een andere manier wordt aangeduid. Verder vindt deze fractie het fijn dat inwoners van deze gemeente gebruik hebben gemaakt van de TONK-regeling. Verhalen uit de praktijk raken de fractie telkens weer. Dat geldt ook bij het verhaal dat hier wordt verteld over een statushouder. Het maakt het beleid van de gemeente een stuk concreter. De VVD is ook positief over de uitbreiding van het CJG. Die uitbreiding is altijd nog goedkoper dan specialistische zorg en een dure verwijzing via de huisarts.
De fractie hoopt dat deze maatregel op de langere termijn effect zal hebben. Eigenlijk had de VVD verwacht dat het aantal jeugdigen met specialistische steun zou dalen, omdat de gemeente de laatste jaren sterk heeft ingezet op preventie. De fractie wil graag weten of de wethouder kan verklaren waarom die daling zich nog niet voordoet. Verder constateert de VVD dat de begroting voor 2021 is aangepast aan de prognoses voor dit jaar. Het verschil met het vorige bedrag is ongeveer 700.000 euro. Volgens de fractie is deze aanpassing van de begroting een beleidsmatige keuze. Hij vraagt of daardoor niet een te rooskleurige voorstelling van zaken wordt gegeven. Wethouder Vos begint met het laatste. De aanpassing van de begroting is in overeenstemming met wat besproken is bij de behandeling van de perspectievennota. Het was de wens van de hele raad om een realistische begroting te hebben. Wat de cijfers van de jeugdzorg betreft prijst de wethouder zich alleen maar gelukkig dat die niet enorm zijn gestegen. Daarmee neemt Oldebroek in dit land een behoorlijk uitzonderlijke positie in. Ondanks het feit dat er nog veel jongeren zijn die zorg nodig hebben, stabiliseren de cijfers. Dat is winst. De drie groepen die op pagina 11 worden genoemd, zijn de categorieën die de GGD NOG hanteert voor 22 gemeenten. In de rapportage is dus een stukje rapportage van de GGD geknipt en geplakt.
De heer Van Oene concludeert dat de GGD dan een bijzondere term gebruikt om een bepaalde sociaalgeografische groep aan te duiden. Mevrouw Van der Veen bedankt het college voor de rapportage, die weer goed laat zien wat er allemaal gaande is en ook hoeveel jongeren er deelnemen, Er gebeuren veel mooie dingen. Het CDA is blij met het stabiliseren van de cijfers van de jeugdzorg. De fractie hoopt dat die trend zich doorzet. De heer Hardonk bedankt naast het college ook de ambtenaren die de informatie altijd weer moeten verzamelen. De rapportage is verhelderend en bevat geen spannende cijfers, geen pieken en dalen. Het is inmiddels al wel oktober; dat betekent dat de ChristenUnie alweer uitziet naar de derde rapportage. De heer Dokter is ook blij met de gedegen informatie. Bij wat gezegd is over de cijfers van de jeugdhulp plaatst hij wel de kanttekening dat de coronasituatie veel met jongeren heeft gedaan. Er zijn jongeren die erdoor aan de drugs zijn geraakt. Hij volgde onlangs een kerkdienst waarin aandacht was voor zo’n jongere die het heel moeilijk had. Er is dus best veel aan de hand. Wat de vaccinaties betreft: drie van
- 12 -
de vier patiënten die met corona in het ziekenhuis worden opgenomen, zijn niet gevaccineerd. Vooral op de Biblebelt valt wat dat betreft nog wel vooruitgang te boeken. Als de gemeente initiatieven kan steunen om dat te bevorderen, juicht de PvdA/Burgerpartij Oldebroek dat toe. De heer De Nooijer sluit zich aan bij de woorden van de heren Dokter en Hardonk. Hij waardeert vooral de zorg voor de jongeren zoals de heer Dokter die met de commissie deelde. Afronding: De voorzitter constateert dat het onderwerp voldoende besproken is. 08. Vaststelling programmabegroting gemeente Oldebroek 2022-2025. 2.1. Bestuurlijke aangelegenheden De heer Kemp leest dat de mogelijkheden worden onderzocht voor verdergaande niet-vrijblijvende samenwerking (pagina 10). Hij vraagt hoe volhardend het college daarin zal zijn. De laatste jaren was er op dit gebied juist wel veel vrijblijvendheid. Wethouder Vos vervangt bij dit onderwerp burgemeester Haseloop, die met vakantie is. Het college zal er inderdaad voor gaan dat de samenwerking niet vrijblijvend is en de andere gemeenten daarop aanspreken. Vanuit de Kop van de Veluwe is daar met de verkenners een duidelijke afspraak over gemaakt. De heer C. Spijkerboer had dezelfde vraag. Hij wil weten of het college niet iets concreter had kunnen zijn door ook hier een norm of een normwaarde onder te zetten.
Het college zal er ongetwijfeld voor gaan dat de samenwerking niet vrijblijvend is, maar de vraag is waar de raad de voortgang aan kan toetsen. Wethouder Vos begrijpt de vraag. Het college heeft daar wel over nagedacht, maar realiseerde zich ook dat samenwerking mede afhankelijk is van het gedrag van anderen. In november komt er een radenbijeenkomst over dit onderwerp. Dan komt het college terug op de voortgang in de investeringsagenda en op het toewerken naar een nieuwe investeringsagenda. Het grote document van de begroting leent zich ook niet zo goed voor een uitgebreid verhaal over dit onderwerp. De heer Spijkerboer doelde meer op de NEO-samenwerking dan op de investeringsagenda. Wethouder Vos antwoordt dat het één een onderdeel is van het ander. Intussen is een gemeente vrij om niet mee te willen doen. Het college zal de processen daardoor echter niet laten vertragen. Intussen is het wel lastig als die situatie zich voordoet: de raad heeft opgeroepen om zoveel mogelijk dingen samen te doen. Als een schakel echter zwak blijft, is het op een gegeven moment afgelopen. Dan gaan de andere gemeenten met volle kracht vooruit. 2.2. Maatschappelijke ontwikkelingen De heer Kemp constateert dat jaarlijks wordt gecontroleerd of Wmo-hulpmiddelen nog gebruikt worden (pagina 16). Dat kan betekenen dat zo’n hulpmiddel 350 dagen ongebruikt in een schuurtje ligt.
Verder staat er dat bij niet-gebruik het hulpmiddel in overleg met de inwoner wordt meegenomen. De VVD zou graag een fermer signaal zien, zodat men wordt gestimuleerd om een niet gebruikt hulpmiddel uit eigen beweging weer in te leveren. Dan kunnen die hulpmiddelen beter worden ingezet en het zal waarschijnlijk ook heel wat geld schelen. Wethouder Vos antwoordt dat de gemeente zoveel mogelijk van te voren inschat hoe frequent een inwoner een hulpmiddel nodig heeft. Een scootmobiel krijgt men bijvoorbeeld niet als men hem maar heel zelden zou gaan gebruiken. In dat geval kan men er een lenen bij de pool die wordt opgezet. Verder wordt men aan de voorkant nadrukkelijk gevraagd om een seintje te geven zodra men het hulpmiddel niet meer nodig heeft. Wat dat betreft stelt de gemeente vertrouwen in de inwoners, maar voor alle zekerheid wordt dus wel jaarlijks een controle uitgevoerd. De heer J. Evink leest op pagina 20 dat in 2022 wordt gestart met een chill- en beweegplek bij het IKC Wezep-Noord, terwijl op pagina 40 staat dat naar een nieuwe locatie wordt gezocht. Hij wil graag weten of er nu wel of niet een keus voor de locatie bij het IKC is gemaakt en zo ja, of daar met de buurt over gesproken is. Wethouder Vos antwoordt dat er gisteravond een gesprek is geweest met de klankbordgroep van inwoners rond De Rank.
Daarin is afgesproken dat de plek niet meer een chillplek wordt genoemd maar een jeugdplek. Het begrip ‘chillplek’ roept te veel het beeld op van drugs gebruikende hangjongeren. Verder is ook met jongeren gesproken. Op pagina 40 gaat het over iets anders: het herinrichten van speelplaatsen. Dat valt dus onder het speelplekkenbeleid van wethouder Bergkamp. De heer Kemp legt de vinger bij een opmerking over zwembad de Veldkamp op pagina 23. Het college zegt daar alvast een bedrag te reserveren “vooruitlopend op de exploitatiebijdrage die we gaan betalen vanaf 1 januari 2022.” De VVD begrijpt dat het nodig is om vooruit te begroten, maar vindt wel dat er
- 13 -
een voorbehoud had moeten worden gemaakt. Er moet nog een discussie over deze voorziening worden gevoerd, De uitkomst van die discussie zou ook kunnen zijn dat het zwembad wordt gesloten. De heer B.J. Spijkerboer vraagt of met betrekking de Inclusief Groep de sterfhuisconstructie nog actueel is. Hij wijst op de landelijke tendens dat steeds meer een beroep wordt gedaan op dergelijke instanties. Kennelijk komt dat doordat de deelname van bepaalde burgers aan de arbeidsmarkt niet volgens de verwachtingen verloopt. De ChristenUnie wil graag weten hoe de situatie in deze gemeente is. Wethouder Vos antwoordt dat deze gemeente nog steeds de Participatiewet volgt. Dat betekent dat de inwoners om wie het gaat zoveel mogelijk regulier worden geplaatst. Als zij in hun eigen woonplaats aan de slag kunnen, betekent dat meestal ook dat zij zelfstandig naar hun werk kunnen gaan. Voor de situaties waarin een reguliere plaatsing niet lukt, is het goed dat er voorzieningen zijn als de Inclusief Groep. De wethouder heeft vandaag echter nog besloten iemand naar een sociale werkvoorziening in Zwolle te laten gaan omdat hij daar op de fiets naar toe kan. Anders zou hij met een busje naar Nunspeet moeten. Wat de sterfhuisconstructie betreft: de reden daarvoor was dat het aantal geïndiceerde Wsw’ers steeds kleiner wordt.
Afronding: De voorzitter constateert dat de punten uit de begroting die deze commissie regarderen voldoende besproken zijn. Het voorstel wordt als A-onderwerp geagendeerd voor de raadsvergadering van 11 november. 09. Actualiteiten regionale samenwerkingen en corona-situatie. De heer C. Spijkerboer bedankt het college voor de informatie over de Kop van de Veluwe. Die informatie is uitgebreider dan de raad de laatste jaren gewend was. Het is nu duidelijk te merken dat er wat gebeurt. Wat het CDA betreft gaat het allemaal niet snel genoeg, echter de fractie gelooft zonder meer dat dat niet aan dit college en deze ambtelijke organisatie ligt. In de op een na laatste zin wordt over een aanbesteding gesproken die niet tot een gunning heeft geleid. Het CDA wil graag weten wat de kink in de kabel was. De heer Lensselink antwoordt dat er maar één aanbieder reageerde. Die was heel duur en de gemeenten hadden er niets aan. Daarom was er een plan B nodig. 10. Terugblik raadsgesprekken en informatiebijeenkomsten. Geen. 10a. Nieuwe aanbesteding dagbesteding Wmo (postlijst nr. 5). Mevrouw Van der Veen heeft verzocht dit punt te agenderen omdat het CDA er vragen over kreeg vanuit de samenleving. Er zijn problemen ontstaan bij de uitvoering van de Wmo-producten ‘begeleiding groep’ en ‘begeleiding groep arbeidsmatig’.