Verslag 12 oktober 2023
Tekst van het document
CONCEPT
Notulen commissievergadering Samenleving en Bestuur Datum vergadering: 12 oktober 2023, 19.45 uur
Aanwezig Commissieleden: G.J. André, M.P. Deen, D.E. Doornwaard, E.D. Draaijer, A. Hardonk, H.G.P. Kemp, H.J. Klein, J.T. de Nooijer, L.M. van Oene, D.J.P. Post, G. Scholten, M. Sloots-Kieviet, B. van der Velde Voorzitter:
P.H. Graansma
Griffier:
J. Tabak
Notulist:
H. Geertsma
College:
E.G. Vos-van de Weg en B. Engberts, B. Flier (wethouders), T.H. Haseloop-Amsing (burgemeester)
Ambt. onderst.:
B. Disco, A. Klein, M. Leenders, J. Verstraten, G. Zielhuis, P. Zoombelt
Tevens aanwezig: Insprekers:
1
Publiek:
6
Afwezig Leden:
J. Deij, W. van der Horst, N.T. Schouten
01. Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Het eerste kwartier na half acht is besteed aan technische vragen over de tweede kwartaalrapportage met betrekking tot het sociale domein (agendapunt 6). De heren Deij, Van der Horst en Schouten zijn met kennisgeving afwezig.
02. Vaststelling van de agenda De agenda wordt zonder wijzigingen vastgesteld. Burgemeester Haseloop feliciteert de griffier namens de raad en het college met de geboorte van zijn eerste kleinkind en overhandigt hem een cadeau.
03. Vaststelling Begroting gemeente Oldebroek 2024-2027 2.0. Bestuur en ondersteuning De heer Kemp legt de vinger bij wat gezegd wordt over de investering in de leesbaarheid en begrijpelijkheid van tekstdocumenten en brieven (pagina 15). Hij vraagt of het hier gaat om een doelstelling voor 2024 of dat het ook al voor deze begroting geldt. Als hij deze alinea aan de gemiddelde burger zou voorleggen, zou die er niet enthousiast over zijn. Burgemeester Haseloop belooft dat geprobeerd zal worden om het voortaan beter te doen. De heer De Nooijer heeft maandagavond gevraagd of de vorig jaar aangenomen motie van het CVO over het toetsingskader gemeentelijke samenwerkingen ook is meegenomen. Die vraag werd bevestigend beantwoord. Het CVO wil nu graag weten of dat toetsingskader nog dit jaar kan worden verwacht. Op pagina 14 staat namelijk dat het vanaf 2023 jaarlijks gehanteerd zal worden. Burgemeester Haseloop gaat ervanuit dat het toetsingskader nog dit jaar komt. De heer De Nooijer ziet het graag tegemoet. Hij constateert vervolgens dat deze gemeente heel veel samenwerkingsverbanden kent. Het CVO vraagt zich al een hele tijd af hoe de raad daar grip op kan krijgen. Verderop 1
in de begroting staat ook nog dat de kosten van een aantal zaken behoorlijk gaan stijgen, meer dan het inflatiepercentage. Die zaken worden tot nu toe steeds één voor één besproken. Het CVO zou graag een keer een gesprek willen over het geheel van de samenwerkingen en vraagt daar de mening over van het college, maar ook van de andere fracties. De fractie denkt daarbij dus zowel aan de democratische controle als aan de kosten die met samenwerkingen gemoeid zijn. Burgemeester Haseloop geeft aan dat bij het toetsingskader een overzicht zal zitten van alle gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden. In dat verband kan ook worden bekeken hoe de raad zoveel mogelijk inzicht kan krijgen in zijn sturingsmogelijkheden. 2.1. Veiligheid De heer Kemp vraagt of de BOA-capaciteit op dit moment nog voldoende is om de gestelde doelen te kunnen halen. Burgemeester Haseloop verwacht dat de gemeente met de aanstelling van een extra BOA en een nog efficiëntere samenwerking, ook met de politie, aan de doelstellingen kan voldoen. Zo niet, dan komt ze bij de raad terug. De heer Doornwaard heeft begrepen dat het bij de vacature voor openbare orde en veiligheid met name om een beleidsfunctie gaat. Hij wil graag weten wat het college daaronder verstaat. Verder heeft hij een vraag over het evenementenbeleid. De evaluatie daarvan staat voor 2024 op het programma.
Hij wil weten of de klachtenregistratie volgens het college up-to-date is en of er voldoende informatie wordt binnengehaald om het beleid goed te kunnen evalueren. Burgemeester Haseloop beantwoordt de laatste vraag bevestigend. Voor zover zij weet, zit het met de klachtenregistratie ook goed. Ze heeft geen reden om aan te nemen dat er klachten tussen wal en schip vallen. Wat de vacature voor openbare orde en veiligheid betreft: die is ontstaan door het vertrek van de vorige adviseur. Op dit moment wordt er iemand ingehuurd, maar de gemeente wil graag weer iemand in vaste dienst hebben. Daarnaast is er een vacature voor een BOA. Mevrouw Sloots vraagt of het wel reëel is om het aantal BOA’s te willen uitbreiden. Er is in ons land een groot tekort aan goed opgeleide mensen voor deze functie. Burgemeester Haseloop sluit niet uit dat er op dit gebied een probleem ligt, maar dat geldt voor een veel breder terrein. De gemeente moet roeien met de riemen die ze heeft of die ze misschien kan krijgen. Misschien moet ze genoegen nemen met minder ervaren mensen. Tegelijk hoopt de burgemeester dat er goede mensen op de vacature afkomen. Oldebroek is tenslotte een leuke gemeente om in te werken. 2.4. Onderwijs De heer André leest in bijlage 4 dat een storting van 1.250.000 euro nodig is om de reserve onderwijs positief te houden.
Hij vraagt of het niet beter is om elk jaar meer geld aan de reserve toe te voegen, omdat alles structureel duurder wordt. Wethouder Vos antwoordt dat het allebei kan. Het voordeel van dit voorstel is dat er nu 1,2 miljoen euro beschikbaar is en dat dan in slechtere jaren geen geld hoeft te worden toegevoegd. Er kan echter ook een vaste last van worden gemaakt. De keus is aan de raad. De heer André vraagt of er dan niet structureel meer geld nodig is. Wethouder Vos geeft aan dat er uitgaven zijn gedaan waardoor op een gegeven moment een tekort ontstaat. Dat heeft het college ook altijd gezegd. Bij de voorjaarsnota heeft de raad het college gevraagd hoe dat tekort kan worden opgeheven. Dat kan dus op deze manier, zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met toekomstige uitgaven. Het IHP is er nog niet; als in dat kader bijzondere dingen worden gedaan, zal er straks nog meer geld bij moeten. Dat hangt af van de ambities die de scholen hebben en die de raad zelf heeft. De heer Kemp refereert aan de overeenkomst die destijds is afgesloten over de doordecentralisatie van huisvestingskosten aan het Agnietencollege (pagina 38). Nu de kosten tegenvallen, zou hij verwachten dat de verantwoordelijkheid daarvoor bij de school ligt. Het college stelt echter voor om er 18% bij te tellen en dat geld op te nemen in de meerjarenbegroting en de bestuursrapportage.
Hij mist de onderbouwing daarvan. Volgens hem is de genoemde overeenkomst juist afgesloten om dit soort dingen te voorkomen. Wethouder Vos brengt naar voren dat het college wel heeft geprobeerd een rechtvaardiging voor dit voorstel te geven. Blijkbaar is het daar onvoldoende in geslaagd. Er zijn ontwikkelingen geweest waar zowel het Agnietencollege als de gemeente niet genoeg op geacteerd hebben. De gemeente krijgt meer geld voor het onderwijs, maar minder 2
voor het voortgezet onderwijs. Het college vindt het heel belangrijk dat het Agnietencollege in deze gemeente blijft, maar zelfs met deze aanvulling komt de school nog tekort. Als de gemeente niet met dit geld over de brug komt, is het de vraag of ze de school kan behouden. De heer Kemp vindt dit antwoord wat kort door de bocht, maar tegelijk wil hij het Agnietencollege niet kwijt. Hij zal er nog eens met zijn fractie over nadenken. De heer Van der Velde is benieuwd of er al wat bekend is over de actuele stand van zaken met betrekking tot het IKC Noord (De Rank). Wethouder Vos heeft volgende week een gesprek met het bestuur over het plan en de kosten. 2.5. Sport, cultuur en recreatie De heer Kemp wil weten hoe de gemeente nu precies omgaat met het amendement-Omtzigt om maatschappelijke organisaties vrij te stellen van het betalen van OZB (pagina 41). Hij noemt het amendement populistisch: het is wel door de Tweede Kamer aangenomen, maar er is geen wet voor en ook geen geld. Het college wil er structureel geld voor opnemen. De VVD vraagt zich af wat er dan gaat gebeuren als het amendement is omgezet in een wet. Via de meicirculaire krijgt de gemeente extra geld, maar dat geld is niet geoormerkt. Wethouder Flier merkt op dat deze vraag de vorige avond ook voorbij is gekomen.
Toen heeft hij gezegd dat het voorstel van het college vooruitgrijpt op de omzetting van het genoemde amendement in een wet. Het college is nog bezig het voorstel uit te werken. Die uitwerking komt te zijner tijd naar de raad toe. 2.6. Sociaal domein De heer De Nooijer legt de vinger bij de zin “We blijven ons inzetten voor het huisvesten van gekoppelde statushouders” (pagina 43). Hij constateert dat het van geen kanten lukt om die huisvesting te realiseren. In de Stentor las hij dat de gemeente het tweede halfjaar begon met een taakstelling van 60 statushouders en in de drie maanden daarna geen enkele statushouder heeft opgevangen. Er is dus sprake van een enorme achterstand op de taakstelling, terwijl het al oktober is. In de begroting staat niet wat er met die achterstand gaat gebeuren. Welke gedachten heeft het college daarover? Hoe groot is het risico dat de provincie de regie gaat overnemen? Is daar contact over met de provincie? Wethouder Vos antwoordt dat het college nog steeds de intentie heeft om zoveel mogelijk aan de taakstelling te voldoen. Het college beschikt echter niet over een arsenaal aan sociale huurwoningen. Er staat verder niets over deze problematiek in de begroting omdat de begroting geen beleidsnotitie is. De wethouder is wel bereid om de raad te dienen met een informerende nota als dat gewenst wordt.
Misschien is het nog beter om er iets over te zeggen in de kwartaalrapportage sociaal domein. Het college is in gesprek met de woningcorporaties, ook over alternatieve mogelijkheden. Binnen de organisatie wordt er hard aan getrokken om – al is het maar enigszins – in de buurt van de taakstelling te komen. Overigens heeft in de Stentor een rectificatie gestaan: de gemeente heeft in het derde kwartaal niet nul maar vijf statushouders opgevangen. Er is inderdaad contact met de provincie, om de vraag te bespreken hoe het probleem moet worden opgelost als er geen huizen worden gebouwd. De heer De Nooijer begrijpt dat de woningschaarste niet met een vingerknip kan worden opgelost. Hij begrijpt ook dat het college en de organisatie druk met de problematiek bezig zijn. Dat had hij ook niet anders verwacht. Hij wil echter nog wel weten hoeveel ruimte er is om als gemeente zelf de regie te houden zolang er geen woningen beschikbaar zijn en zij dus niet aan haar taakstelling kan voldoen. Wethouder Vos antwoordt dat de provincie tot nu toe geen signaal heeft afgegeven dat zij de regie gaat overnemen. Men zou het dan ook wel heel druk krijgen, want er is bijna geen gemeente die aan de taakstelling voldoet. De provincie weegt mee wat de gemeente allemaal gedaan heeft om de taakstelling wel te halen.
Zo heeft de gemeente vorig jaar een oplossing gezocht door mensen tijdelijk in een woning te plaatsen. Die mensen moeten dit jaar echter instromen in huizen van de woningcorporatie terwijl ze niet vallen onder de taakstelling voor dit jaar. Wat dat betreft blijft het dus een enorm schaakspel. Het college bekijkt ook of er misschien een voorziening is waar mensen uit het AZC naar toe kunnen zodat er doorstroming kan ontstaan. De heer Doornwaard wil graag een toelichting op de laatste zin uit dezelfde alinea: “Inburgering in de straat heeft onze focus.” Wat wil het college daarmee bereiken? Wordt er volgens het college op dit moment voldoende gedaan om die inburgering in de straat te bevorderen?
3
Wethouder Vos heeft die zin erin laten zetten omdat ze niet tevreden was. Ze noemt het een hiaat op het inburgeringsgebeuren. In dit verband wijst ze ook op het project ‘Eén tegen eenzaamheid’. Als mensen geen contact met hun buren hebben en niet naar hen omkijken, ligt eenzaamheid op de loer. Dat geldt ook voor de statushouders. De heer De Nooijer is onlangs bij een bijeenkomst geweest waar gesproken werd over de inclusieagenda. Hij vond het een heel mooie avond en heeft diverse personen gesproken die direct bij het thema betrokken zijn. De bijeenkomst ging vooral over mensen die een handicap hebben en beperkt zijn in hun mobiliteit. Het CVO vindt het belangrijk dat daar aandacht voor is. De fractie vindt het ook belangrijk dat Oldebroek een inclusieve gemeente is. Ze wijst er wel op dat de inclusieagenda gebaseerd is op het VN-verdrag Handicap. De gemeente onderscheidt echter twaalf diversiteitsfactoren. In de begroting staat dat per factor de actuele situatie wordt onderzocht en de mate van extra aandacht die nodig is. Het CVO wil graag dat het college de focus legt op de zaken waar het in de genoemde bijeenkomst over ging. Voor de lhbti-doelgroep bijvoorbeeld bestaat al een afzonderlijk plan van aanpak.
De heer Kemp constateert dat er een groot verschil zit tussen de indexatie die de gemeente zelf hanteert voor instellingen in het sociale domein (3,5%) en de indexatie in de rekeningen die zij van anderen krijgt (6,5%). Op die manier wordt de gemeente het kind van de rekening. Dat kan volgens de VVD niet de bedoeling zijn. Wethouder Vos wijst erop dat het college contracten heeft afgesloten waar andere percentages in staan dan die de gemeente zelf hanteert. Ze erkent wel dat de heer Kemp de vinger op een zere plek legt. De vraag is wat er gebeurt als het college ‘nee’ zegt. Gisteren had de wethouder een gesprek met de partijen voor pleegzorg. Die partijen zijn erg ontevreden over het bedrag dat ze van de gemeente krijgen. Er bestaat een landelijke richtlijn waarin voor hen een hogere uurprijs wordt genoemd. Alle gemeenten volgen die richtlijn, behalve die op de Noord-Veluwe. De wethouder voelt zich wat dit onderwerp betreft met de rug tegen de muur staan. Het college vindt pleegzorg een van de belangrijkste instrumenten om ervoor te zorgen dat een kind in een gezin kan blijven opgroeien. Die moet dus voor de gemeente behouden blijven. De heer Kemp begrijpt het antwoord, maar concludeert dat het nu de raad is die met de rug tegen de muur staat. Als de raad besluit die 6,5% niet te betalen, is het duidelijk wat de gevolgen zijn.
Er lijkt dus niets anders op te zitten dan zich erbij neer te leggen. Dat vindt hij wel heel lastig. De burgers zien ook wat er gebeurt. Die kunnen op een gegeven moment gaan zeggen dat de gemeente zelf ook met 6,5% moet komen. Het moet financieel gezien ook wel te dragen blijven. Daar heeft hij zorgen over. Wethouder Vos nuanceert het verhaal enigszins: de gemeente hanteert niet altijd een indexatie van 3,5%. Tegelijk erkent ze dat de raad met de rug tegen dezelfde muur staat als het college. Dit is echter het systeem waar het college op dit moment mee zit. De heer Doornwaard wil graag weten hoe op dit moment de contacten zijn met de Huiskamer van Wezep. Hij vraagt of de Huiskamer een van de drie ontmoetings- en beweegplekken is die op pagina 48 worden genoemd en of dit buurthuis dus toekomstperspectief heeft. Wethouder Vos gunt de Huiskamer toekomstperspectief. Ze is daar regelmatig met de beheerders over in gesprek. Onlangs was er nog een gesprek omdat het gebouw aan de Meidoornstraat per 1 januari 2024 niet meer beschikbaar is. Bij een burgerinitiatief worstelt de gemeente nogal eens met de vraag waar zij iets moet overnemen of ondersteunen. In december krijgt de raad een uitgebreid rapport over welzijn. Het college denkt dat de Huiskamer in de welzijnsstructuur van deze gemeente een goede plek verdient en wil het daar graag positioneren.
In de genoemde passage in de begroting gaat het meer over buitenplekken. Mevrouw Sloots zou graag zien dat er gemakkelijker en beter verbanden worden gelegd tussen een gezonde leefstijl (pagina 50) en het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving. Voor haar gevoel hangen die twee met elkaar samen. Wethouder Vos is dat met mevrouw Sloots eens. In het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) komen die beide bij elkaar en ook in Wonen, Welzijn en Zorg. Het college zal de dwarsverbanden zeker aan blijven geven. 4.8. Subsidies Mevrouw Deen vraagt waarom er 50.000 euro minder wordt gegeven voor het bevorderen van het toerisme. Wethouder Flier wijst erop dat de bevordering van het toerisme voor een groot deel bij het Toeristisch Platform Oldebroek ligt. Daarbij wordt gewerkt op basis van werkplannen. Hier in de begroting gaat het over het werkplan voor 2023. Voor 2024 moet het werkplan nog worden opgesteld. Daarom heeft het ook nog geen plek gekregen in de begroting. 4
De heer Van der Velde vraagt of het niet logisch is om toch alvast een raming in de begroting te zetten. Het plan gaat er immers toch wel komen. Zoals het er nu staat geeft de begroting een vertekend beeld. Wethouder Flier antwoordt dat op dit punt een keuze is gemaakt. Hij zal de opmerking meenemen. Mevrouw Deen constateert dat de reserve voor gemeentelijke monumenten niet wordt aangevuld. Ze vraagt of de reserve voor dit doel groot genoeg is. Wethouder Flier antwoordt dat ook hier geldt dat er nog een plan moet komen voor 2024. Afronding De voorzitter constateert dat de programmabegroting voldoende besproken is. Het voorstel wordt sowieso als Aonderwerp geagendeerd voor de komende raadsvergadering van 9 november.
04. Beschikbaarstelling van 1,1 miljoen euro voor lening aan voetbalvereniging OWIOS, alsmede een aanvullende investeringsbijdrage van 1,45 miljoen euro voor realiseren project Vernieuwing clubaccommodatie en herinrichting sportpark Bovenmolen te Oldebroek Inspreker De heer J. van den Bosch, voorzitter van voetbalvereniging OWIOS, spreekt in over dit onderwerp. Zie bijlage. De heer De Nooijer begrijpt heel goed dat de gedachtenvorming over het plan gepaard gaat met emoties. Hij vraagt of de heer Van den Bosch al een inschatting kan maken van de uitkomst. Zullen de leden die moeite hebben met het kwijtraken van velden uiteindelijk met scenario 1 kunnen leven? Zijn er grote bezwaren die voor veel leden doorslaggevend kunnen zijn? Of zal een meerderheid wel akkoord gaan op basis van de informatie van de ledenvergadering van gisteravond? De heer Van den Bosch geeft aan dat iedereen gisteravond een constructieve inbreng had. Er werd duidelijk naar de toekomst gekeken, met de vraag wat het beste is voor OWIOS. Soms moet men dan over de emoties heen stappen. Het bestuur heeft de leden de nodige tijd gegeven om erover na te denken hoe ratio en emotie zich tot elkaar verhouden. De verwachting is dat men uiteindelijk positief op het gewenste scenario zal reageren. De heer De Nooijer vindt dat een belangrijk antwoord.
Voor de raad is het van groot belang om op tijd over deze informatie te beschikken. Het zou niet goed zijn als de commissie vanavond een richting aangeeft en de leden vervolgens vanuit hun emotie een heel andere kant opgaan. Een andere vraag is of OWIOS eventueel ook met scenario 2 of scenario 3 zou kunnen leven. Zou het bestuur teleurgesteld zijn als de raad daarvoor kiest? De heer Van den Bosch vindt de reactie van het bestuur niet zo belangrijk. Het bestuur dient de vereniging en het gaat om de toekomst van die vereniging. De grootste zorg bij de leden is wat er met de velden gebeurt: wat voor buren krijgt OWIOS? Zij zien het liefst een maatschappelijke invulling. Scenario 2 is financieel niet haalbaar. Bij een keus voor scenario 3 komt de vereniging over een paar jaar bij de gemeente terug omdat ze te weinig geld heeft voor de renovatie die dan plaatsvindt. Renovatie is duurder dan nieuwbouw. De heer De Nooijer merkt op dat bij een keus voor scenario 3 het project in het jubileumjaar 2025 niet klaar kan zijn. Dat heeft dan ook gevolgen voor de vereniging. De heer Van den Bosch bevestigt dat. Het clubhuis zou dan gerenoveerd worden in 2025 en de kleedkamers en de tribune in 2033. De heer Doornwaard vraagt in hoeverre voldaan is aan de voorwaarden van Stichting Waarborgfonds Sport. De heer Van den Bosch denkt dat dat wel goed zit.
Hij kent niet alle voorwaarden uit zijn hoofd, maar het zijn er een stuk of acht. De subsidie is verlengd en kan worden aangevraagd. Er moesten acties worden gevoerd; dat wordt zonder meer ingevuld. Op dit moment is het gesprek met de gemeente gaande. Verder moesten de vergunningen er zijn en moest de erfpacht worden verlengd. Dat waren waarschijnlijk wel de belangrijkste voorwaarden. De heer Hardonk hoorde de inspreker zeggen dat de vereniging een sluitende exploitatie heeft en daarbij maximaal 1 miljoen euro kan lenen. Hij vraagt of OWIOS nog andere inkomsten kan genereren als bij een bepaald scenario nog een extra bijdrage van de vereniging wordt verwacht. De heer Van den Bosch antwoordt dat OWIOS inmiddels 700.000 euro aan liquide middelen inbrengt. Voor zo’n kleine vereniging is dat een fors bedrag. Met een hele groep vrijwilligers is de vereniging elke zaterdagochtend bezig met het inzamelen van kunststoffen, oud ijzer en frituurvet voor recycling. De club van 50 is ook voortdurend bezig om gelden 5
te genereren. Zo bouwt de vereniging in feite al zeven jaar een reserve op voor dit project. Als ze nog een actie had kunnen bedenken om het bedrag te verdubbelen, had ze dat ongetwijfeld al gedaan. De heer De Nooijer vraagt hoe de leden ertegenaan kijken als de raad besluit tot woningbouw en OWIOS dus bewoners als buren krijgt. De heer Van den Bosch denkt dat sommige leden dan wel anders naar het verhaal zullen kijken. Van een sportbedrijf of een andere sportorganisatie zal de vereniging minder last hebben dan van andere buren. Eerste termijn De heer Kemp vindt het een compliment waard dat de vereniging in deze tijd op deze manier haar nek uitsteekt. Als zijn fractie kritisch is, is ze dat niet in de richting van OWIOS maar in de richting van het college. In 2008 heeft de gemeente een investeringsbijdrage verstrekt voor renovatie. Die bijdrage was bedoeld voor 25 jaar. Als de raad instemt met wat nu voorligt, wordt in één keer tien jaar van die bijdrage afgeschreven. Dat is wel iets om over na te denken. De heer Kemp begrijpt de keus van OWIOS voor scenario 1 wel. Hij legt echter bij de vinger bij een aantal overwegingen in de besluittekst (10-13). Die gaan allemaal over de vrijvallende ruimte bij dit scenario. Het college spreekt in dat verband onder andere over een ‘maatschappelijke opgave als woningbouw’.
OWIOS wil ook graag een maatschappelijke invulling, maar bedoelt duidelijk wat anders. Waar het hem vooral om gaat, is dat de vier genoemde overwegingen geen feitelijkheden aangeven, terwijl het college er wel zijn voorgestelde besluit op baseert. Wat de VVD betreft is het voorstel dan ook niet compleet. De fractie wil eerst duidelijkheid hebben over de genoemde punten voordat ze een helder standpunt naar voren brengt. Wethouder Flier verwoordt hoe het college aankijkt tegen de investering die OWIOS vraagt en tegen de invulling van de velden die bij scenario 1 vrijvallen. Het college koestert elke sportvereniging in deze gemeente. De verenigingen zijn voortgekomen uit de bevolking en worden breed gedragen. Ze bieden mogelijkheden om gezond bezig te zijn en vormen ook een sociaal vangnet, een goed middel tegen eenzaamheid. De wethouder vindt het in OWIOS te prijzen dat ze naar de toekomst kijkt en daarbij reëel is, visie heeft en daadkracht toont. Men is op tijd begonnen met het houden van acties om geld bij elkaar te brengen. Het plan dat voorligt kost best veel geld. Voor het college was het belangrijk om het langs de lat van een helder toetsingskader te kunnen leggen. Dan wordt ook recht gedaan aan het beginsel ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. De vraag wat er met de vrijvallende velden moet gebeuren, is een andere discussie.
Het gaat nu om de vraag hoe belangrijk het gemeentebestuur deze vereniging vindt en of het daar zoveel geld voor over heeft. Tegelijk beseft het college dat het om maatschappelijk geld gaat, waar verantwoord mee moet worden omgegaan. De wethouder vindt dat er een mooi plan voorligt waar heel goede dingen in zitten. De heer Kemp haalt als enige duidelijke punt uit dit antwoord dat het toetsingskader duidelijk was. De doelstellingen van de sportverenigingen die de wethouder noemde, onderschrijft de VVD ook. Daar ligt het probleem niet. Het probleem is dat er vier overwegingen in het voorstel staan waar de raad niets mee kan, terwijl ze wel bedoeld zijn om het beluit te onderbouwen. Er staan termen in als ‘eventueel’, ‘mogelijk’, ‘zou kunnen inzetten’. Dat maakt die overwegingen zo zacht als een spons terwijl het besluit keihard is. Wethouder Flier geeft aan dat het college de overwegingen zo formuleert omdat er nog niets met zekerheid over te zeggen valt. De heer Kemp merkt op dat dat nu precies de kern van zijn probleem is. Hij vraagt of het college voor de raadsvergadering van 9 november alsnog duidelijkheid kan verschaffen. De VVD begrijpt het bedrag van 2 miljoen euro. Dat is volledig onderbouwd, met de complimenten aan OWIOS. De onderbouwing van het college klopt echter niet. Wethouder Flier laat dat laatste even in het midden.
Wat de vraag van de VVD betreft: hij kan geen toezegging doen die hij niet hard kan maken. Het college zal er alles aan doen om er een budgetneutraal project van te maken, maar daar kan het geen zekerheid over geven. De heer Doornwaard sluit zich aan bij de complimenten van de VVD. Zijn fractie ziet zich genoodzaakt een afweging te maken tussen het grote bedrag dat gevraagd wordt en het maatschappelijke belang van de vereniging en van dit plan. Die afweging is een lastige. De kans is groot dat de SGP vanavond nog geen uitsluitsel geeft over haar standpunt. Ook deze fractie heeft vragen over de argumentatie van het college. De eerste vraag is waarom het college achter deze verdeling tussen een investeringsbijdrage en een renteloze lening kan staan. Een tweede vraag gaat over de substantiële bijdrage door OWIOS. Die is gedaald van 75 naar 68%. De SGP wil graag weten hoe dat door het college wordt gewogen. Is dit nog substantieel en wordt dit percentage dan ook de maat voor toekomstige initiatieven? 6
Verder vraagt de fractie wat nu precies het algemeen belang is dat tegenover deze investeringsbijdrage staat (en tegenover het feit dat de gemeente de rente voor de lening moet betalen). Hoe moet dat worden gewogen? In de beantwoording van de technische vragen staat dat een extra aflossing ook nog een optie is. De SGP vraagt of de wethouder kan toezeggen dat die optie in de toekomst wordt meegenomen. Het toetsingskader is nog maar heel kort geleden door de raad geaccordeerd, op 28 september. Er zit dus veel snelheid in dit dossier. De SGP wil graag weten of dat niet ten koste gaat van de zorgvuldigheid. Verder heeft de fractie gevraagd om een matrix voor de waardering van het tweede en derde scenario. Net als bij de brandweerkazerne zou dan een weging van die scenario’s mogelijk zijn. Het antwoord was dat deze scenario’s ruimtelijk en financieel gezien niet haalbaar zijn. De SGP wil weten op basis waarvan het college die conclusie trekt. Bij scenario 1 is immers sprake van kapitaalvernietiging. De SGP heeft ook een technische vraag gesteld over de indexatie. Die is in 2022 bepaald voor 2023 en 2024. De fractie vraagt of dat niet een extra risico gaat opleveren. In 2022 was immers niet bekend hoe het zou gaan met de inflatie. Verder heeft de SGP een vraag gesteld over de mogelijkheid dat de vrijvallende velden afgeboekt moeten worden naar natuur.
In de beantwoording werd aangegeven dat het risico daarvan bij de gemeente ligt. De vraag is dan of de wens van het college dat risico waard is. OWIOS geeft de voorkeur aan een maatschappelijke functie. Ook daar zit een bepaald risico in. De SGP wil weten in hoeverre dat risico is meegenomen. Een andere technische vraag ging over de externe partners. In het antwoord werd verwezen naar de visie Open Club van OWIOS. Daarin wordt een hele rij mogelijke partners opgesomd. Het is echter de vraag in hoeverre er bij die partners werkelijk sprake is van een commitment. Een wezenlijke vraag is ook nog of de voorwaarden van Stichting Waarborgfonds Sport allemaal zijn ingevuld. Als dat niet het geval is, wordt de aanvraag van OWIOS afgewezen. Daarom is het belangrijk om hier vooraf duidelijkheid over te hebben. Wethouder Flier gaat eerst in op de vraag naar het maatschappelijke en algemene belang. Hij benadrukt dat er altijd zaken zijn die niet in geld kunnen worden uitgedrukt. Dat geldt ook voor de rol die deze vereniging heeft in de samenleving, voor de gezondheid en in de strijd tegen eenzaamheid. Die rol is belangrijk, maar moeilijk te meten. Verder bekijkt het college nadrukkelijk de mogelijkheid van woningbouw op de vrijvallende velden. Ook dat is een zaak van maatschappelijk en algemeen belang.
Stedenbouwkundig sluit bewoning aan bij de overige bebouwing, bij de beide linten die er zijn. De wethouder voelt zich een beetje in een mangel zitten. Aan de ene kant wil het college de twee zaken (nieuwbouw en bestemming van de vrijvallende velden) gescheiden houden; aan de andere kant is er het grote belang van woningbouw. Over de substantiële bijdrage is ook een discussie gevoerd bij de vaststelling van het toetsingskader. Het college wilde toen nadrukkelijk geen vast percentage noemen omdat het om maatwerk gaat. Een toekomstig initiatief kan weer een heel andere dimensie hebben. Daar moet dan weer op een andere manier naar worden gekeken. Het college vindt dit percentage eigen bijdrage in dit dossier substantieel. Een extra aflossing is altijd van harte welkom, maar het college heeft dat niet willen opleggen. Wat de snelheid in het dossier betreft: de wethouder hoort juist vaak dat het allemaal zo lang duurt bij de gemeente. OWIOS heeft in 2022 een aanvraag gedaan en het is nu bijna eind 2023. Het klopt wel dat deze bespreking heel snel volgt op de vaststelling van het toetsingskader. Dat komt doordat de aanvraag er al een behoorlijke tijd lag. Wat de scenario’s 2 en 3 betreft: als OWIOS maar één veld afstaat, is dat niet in te vullen met woningbouw. Dat gedeelte van het algemeen en maatschappelijk belang zou dan dus vervallen.
De indexatie van 2022 is meegenomen naar 2023 en volgens de financiële experts zijn de indexaties die voor 2024 zijn meegenomen reëel. Loopt de gemeente dan geen risico? Ja, maar dat is altijd zo, omdat niemand in de toekomst kan kijken. De voorwaarden van het Waarborgfonds zijn inderdaad heel belangrijk. Daarom zijn ze ook opgenomen in het toetsingskader. De wethouder zegt toe dat hij de raad over de voorwaarden en de toetsingsresultaten zal informeren. Met externe partners is OWIOS op dit moment al druk bezig. Wat de toekomst betreft hangt het commitment van partners voor een deel af van de accommodatie die de vereniging heeft. Als een accommodatie up-to-date is en aangepast voor – bijvoorbeeld – een kinderdagverblijf, dan ligt dat allemaal een stuk gemakkelijker. OWIOS verwacht wel dat het aantal partners kan worden uitgebreid als de nieuwe accommodatie klaar is. De heer De Nooijer interrumpeert. Hij wil graag weten waarom de heer Doornwaard een vraag stelde over de snelheid in het dossier. Vindt de heer Doornwaard dat de raad door die snelheid informatie heeft gemist? De heer Doornwaard wilde alleen maar weten of de snelheid niet ten koste ging van de zorgvuldigheid. De heer De Nooijer vraagt waar de heer Doornwaard bij die zorgvuldigheid aan denkt.
De heer Doornwaard wijst erop dat er heel weinig tijd is geweest om de aanvraag van OWIOS te toetsen aan het toetsingskader, terwijl dat wel zorgvuldig moet gebeuren. 7
De heer Hardonk vindt dat OWIOS met een mooi plan is gekomen en dat een groot compliment voor de vereniging op zijn plaats is. De ChristenUnie is zich er sterk van bewust dat OWIOS zeer belangrijk is voor het dorp Oldebroek en de directe omgeving. Het is ook goed om te lezen dat samenwerking wordt gezocht. De Open-Club-gedachte is een mooi voorbeeld van Oldebroek voor Mekaar. In de richting van het college heeft de ChristenUnie dezelfde vraag als de VVD: Wat gaat er gebeuren met de vrijvallende velden? Is het wel rendabel om die te ontwikkelen? Een volgende vraag is of de volgorde van besluitvorming wel juist is. OWIOS houdt pas op 23 oktober een ledenvergadering waar een besluit wordt genomen. Loopt het college nu met zijn voorstel niet voor de muziek uit? Was het niet verstandiger geweest om het besluit van de vereniging af te wachten? Ten slotte wil de ChristenUnie weten wat er gebeurt als alles duurder uit blijkt te vallen. Moet de gemeente dan bijbetalen of OWIOS? Wethouder Flier wijst erop dat de velden, als OWIOS daar afstand van doet, vervallen aan het grondbedrijf. Als de gemeente ze dan vanuit het grondbedrijf kan exploiteren, kan ze de opbrengst daarvan niet doorsluizen naar OWIOS. Daarom wil het college dit deel van het plan gescheiden houden van het gedeelte over nieuwbouw of renovatie. Het gaat dus niet om één project.
De wethouder heeft alleen een doorkijkje willen geven om een totaalplaatje te laten zien. Als woningbouw op die locatie is toegestaan, kan de ontwikkeling van de velden zeker rendabel worden gemaakt. De besluitvorming bij OWIOS vindt plaats voordat de raad een besluit moet nemen. Daarom vindt het college dat het niet voor de muziek uitloopt met zijn voorstel. Als het project duurder wordt dan is voorzien, zal OWIOS in eerste instantie met de aannemer moeten overleggen over een oplossing. De heer Hardonk begrijpt dat de bal dan bij OWIOS ligt en niet bij de gemeente. Wethouder Flier wijst erop dat OWIOS straks opdrachtgever is voor de bouw. De heer Hardonk concludeert dat OWIOS de rekening betaalt als er sprake is van een overschrijding van het budget. Wethouder Flier antwoordt dat OWIOS er alles zal doen om het budget binnen de perken te houden. Het is afwachten of OWIOS bij de gemeente komt als er toch sprake is van een forse overschrijding. De heer Hardonk stelt vast dat de wethouder de bal dus toch niet zonder meer bij OWIOS legt. Het ligt open. Wethouder Flier antwoordt dat het nu gaat om de vraag of de raad het gevraagde bedrag beschikbaar stelt. Dan ligt de verantwoordelijkheid bij OWIOS om het plan voor dit bedrag te realiseren. De heer Hardonk heeft dan nog steeds geen antwoord op zijn vraag wie de rekening betaalt als dat niet lukt.
De heer Zoombelt (ambtenaar) krijgt het woord voor een nadere toelichting. Als er sprake is van een overschrijding volgt er een gesprek. Het uitgangspunt daarbij is dat het verstrekte budget taakstellend is. De heer De Nooijer interrumpeert. Hij vindt de antwoorden van de wethouder wel heel gemakkelijk. Uiteraard zal de gemeente eerst naar OWIOS kijken. De vereniging zal een grote overschrijding echter niet kunnen betalen. Het is al heel knap wat ze aan gelden bij elkaar heeft weten te krijgen. Dat betekent dat zo’n overschrijding op het bordje van de gemeente komt te liggen. En een grote overschrijding is in deze tijd geen uitzondering. De vraag van de heer Hardonk is dus heel reëel. Het doet geen recht aan de werkelijkheid als de wethouder zegt: we moeten afwachten of OWIOS weer bij ons komt. Er moet een keus worden gemaakt: waar moet het risico worden neergelegd? Als de wethouder wil dat het bij OWIOS komt te liggen, moet hij dat zeggen. Wil hij dat niet, dan moet hij eerlijk aangeven dat hij bij een overschrijding weer met een raadsvoorstel komt. Wethouder Flier heeft volgens hem duidelijk aangegeven, aangevuld door de heer Zoombelt, dat het budget taakstellend is. Het risico van een overschrijding ligt dus bij de initiatiefnemer.
De heer De Nooijer vraagt of dat betekent dat de wethouder bij een budgetoverschrijding in geen geval met een verzoek om extra geld bij de raad zal komen. Wethouder Flier kan zo’n harde toezegging niet doen. Hij kan niet in de toekomst kijken. De voorzitter wijst erop dat het aan de raad is om al dan niet in te stemmen met een eventueel nieuw budgetvoorstel. De heer De Nooijer weet dat, maar dat was zijn vraag niet. Zijn vraag was ook niet of het college in de toekomst kan kijken. Hij weet wel dat projecten vaak duurder worden. Zijn vraag was of het college toezegt dat het in zo’n geval niet met een voorstel komt omdat het risico bij OWIOS ligt. Daar geeft de wethouder nog altijd geen duidelijkheid over. Wethouder Flier geeft aan dat hij in herhaling gaat vallen. Het risico ligt bij de initiatiefnemer. Een voorwaarde van het Waarborgfonds is dat een offerte niet overschreden mag worden. Daarmee is het risico dus al ingedekt. De wethouder kan echter niet garanderen dat er nooit een situatie kan ontstaan waarin hij met een nieuw voorstel komt. Mevrouw Deen vindt dat de gemeente er trots op mag zijn dat er een vereniging als OWIOS bestaat. Dat is echter niet waar het nu om gaat. Het vernieuwen van de clubaccommodatie en het opnieuw inrichten van het sportpark is nogal een onderneming. Dat OWIOS daarvoor bijna 2 miljoen euro bij elkaar heeft gekregen, is heel knap. Het onderzoek 8
van het Waarborgfonds laat zien dat de vereniging financieel gezond is. Volgens ABO is de toegezegde subsidie van 250.000 euro echter al een half jaar verlopen. De andere subsidie, van 774.000 euro, is ook niet meer zeker. Verder klopt de rekenrente van 0,5% niet meer. ABO wil weten wat die rekenrente nu is. OWIOS ziet het allemaal rooskleurig in, maar wie moet het betalen? De leden zullen een contributieverhoging niet leuk vinden in deze tijd. Vrijwilligers zijn ook nog eens moeilijk te krijgen. Bij de scenario’s klopt het financiële plaatje niet, onder andere omdat de kleedkamers voor 94.000 euro moeten worden afgeschreven. ABO gunt OWIOS graag nieuwbouw en doet niets af van de ambitie van de vereniging, maar staat kritisch tegenover de voorstellen. Dat heeft ook te maken met het beginsel ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Nog niet zo lang geleden is voor WHC – tegen de zin van ABO – als voorwaarde gesteld dat het project kostenneutraal moest worden uitgevoerd. Bij dat project was er zelfs een bouw van bijna driehonderd woningen aan de orde. Nu gaat het om hooguit tien of vijftien woningen en wil het college fors in de buidel tasten. De rente voor de lening moet ook nog eens door de gemeente zelf worden betaald. Hoe consequent is dat? Verder vindt ook ABO het merkwaardig dat eerst de gemeenteraad zich moet uitspreken en daarna pas de algemene ledenvergadering.
Als de fractie al een keus moet maken bij dit voorstel, dan kiest ze voor scenario 3, met een zo klein mogelijke bijdrage van de gemeente. Ten slotte lijkt het ABO een hele uitdaging om zo dicht bij een sportcomplex woningen te plannen. Ergens anders is al gebleken dat dit leidt tot overlast waar bewoners zich over beklagen. De voorzitter meent dat de vraag over de rekenrente al is beantwoord bij de technische vragen. Op aangeven van wethouder Flier geeft hij echter het woord aan de ambtenaar die er iets over kan zeggen. De heer Klein (ambtenaar) legt uit dat de gemeente een rekenrente hanteert die ook bij andere gemeenten gebruikelijk is. Die rekenrente is het gemiddelde van werkelijk betaalde rente die berekend wordt over de boekwaarde van de activa. Het is op dit moment nog geen half procent. Dat percentage wordt gebruikt bij alle investeringen. De gemeente hoeft het bedrag van 1,1 miljoen euro ook niet zelf te lenen; ze heeft het in kas. Het bedrag van 5.500 euro aan rekenrente wordt gewoon ten laste gebracht van het rentebudget. Als de rente zo hoog blijft, komt er wel een moment waarop de gemeente geld zal moeten lenen. Dat gebeurt dan tegen 3%. De rekenrente wordt dan in fasen verhoogd. Met de middelen die de gemeente nu heeft, kan ze die rekenrente echter op 0,5% houden.
De heer De Nooijer vraagt de wethouder alsnog te reageren op de vergelijking die ABO maakte met de manier waarop met het plan van WHC is omgegaan. Wethouder Flier vindt dat er een beetje sprake is van het vergelijken van appels met peren. De verplaatsing van WHC was alleen mogelijk onder strikte randvoorwaarden die door de raad waren gesteld. Het moest kostenneutraal gebeuren. Uit onderzoek is toen gebleken dat dat niet mogelijk was. De wethouder zou heel graag willen dat WHC ook met een goed voorstel komt dat het toetsingskader kan doorstaan. Binnenkort spreekt hij de vereniging weer en zal hij dat aan de orde stellen. De heer De Nooijer vraagt hoe de wethouder ertegenaan kijkt als het plan van WHC even los wordt gezien van de voorwaarde die de raad aan de voorkant heeft meegegeven. Vindt de wethouder de beide plannen dan wel vergelijkbaar? Wat vindt hij er dan van dat het ene plan is gesneuveld en het andere misschien doorgang vindt? Wethouder Flier merkt op dat het college uitvoert wat de raad hem opdraagt. Hij vindt het lastig om het besluit van de raad buiten beschouwing te laten. De heer De Nooijer zegt dat zijn vraag echter niet was wat het college in dit geval moest doen maar wat de wethouder ervan vindt, in vergelijking met wat nu aan de orde is.
Bovendien klopt de stelling van de wethouder niet helemaal, want het college komt altijd met voorstellen en bepaalt dus in hoge mate het beleid. Hij hoopt nog een reactie op zijn vraag te krijgen, maar gaat eerst verder met de rest van zijn betoog. Ook hij is trots op wat OWIOS voor elkaar heeft gekregen, als het om de eigen bijdrage gaat. De vraag van de SGP over het Waarborgfonds begrijpt hij wel, maar als hij de stukken leest gaat de vereniging goed met geld om. Hij is ook blij met het raadsgesprek dat er is geweest. OWIOS moet vooruit en is met een goed plan gekomen. De heer De Nooijer vindt dat er vanuit de commissie al goede vragen zijn gesteld, ook over de weging van de scenario’s. Hij zit wel met een onbehaaglijk gevoel over de antwoorden van het college. Wat de bestemming van de vrijvallende velden betreft: de wethouder sprak over twee zaken die hij gescheiden wil houden. Volgens het CVO is dat bestuurlijk niet verantwoord. Als de raad akkoord gaat met het voorstel, komen de velden naar de gemeente toe en moet die daar wat mee doen. De twee zaken horen dus wel degelijk bij elkaar. Er zit op dit punt ook een duidelijk verschil tussen wat het college wil en wat de voorkeur heeft van OWIOS. De vereniging heeft duidelijk zorgen over de vraag wie haar buren gaan worden.
Dan kan het college niet zeggen: we trekken de knip en we zien later wel hoe we eventuele problemen rond de velden oplossen. Dat punt 9
moet nu bij de discussie worden betrokken. Hij wil er nog eens goed over nadenken of er zo op 9 november wel een besluit kan worden genomen. Wat het risico van een budgetoverschrijding betreft vindt hij de antwoorden van de wethouder niet eensluidend. Het risico ligt bij de initiatiefnemer, maar de wethouder geeft geen garantie dat hij nooit met een vervolgverzoek bij de raad zal komen, terwijl dat wel een logische conclusie zou zijn. Wethouder Flier zal de voorwaarden die het Waarborgfonds stelt naar de raad sturen. Een van die voorwaarden is dat de kosten binnen het budget moeten blijven. Zo niet, dan moet OWIOS in de uitvoering andere keuzes maken. Daarmee is het risico wat het college betreft afgedekt. De heer De Nooijer vraagt waarom het dan zo moeilijk is om toe te zeggen dat het college geen verzoek bij de raad zal neerleggen. Wethouder Flier vraagt waarom hij dat zou moeten doen. Hij heeft al gezegd dat het risico is afgedekt. De heer De Nooijer antwoordt dat er een piketpaaltje zou worden geslagen als de wethouder onomwonden zou verklaren dat het college nooit om een extra bijdrage zal vragen. Dat zou de raad meer zekerheid en geruststelling bieden. Nu lijkt er nog wat ruimte te zijn. En als het om geld gaat wordt die ruimte al gauw opgevuld. Wethouder Flier gaat nog een keer in op het punt van de vrijvallende velden.
In een ruimtelijk proces wordt bekeken welke mogelijkheden er zijn om die velden in te vullen. Bij woningbouw moet een bepaalde zonering worden gehanteerd ten opzichte van de velden die de sportvereniging blijft gebruiken. Onderzoek op dat punt heeft geleid tot de voorlopige conclusie dat er minimaal tien woningen gerealiseerd kunnen worden. De heer Post geeft aan dat Duurzaam Oldebroek achter OWIOS en alle sportverenigingen staat. Een van de pijlers van deze partij is dat ze gaat voor een gezonde en betrokken samenleving. Daar heeft ze wat voor over. ‘Samen maken we gezond de norm’, zei de voorzitter van OWIOS. Dat is voor Duurzaam Oldebroek een belangrijk punt. De vereniging legt veel nadruk op levenslang bewegen, een gezonde levensstijl en het bestrijden van eenzaamheid. Er ligt een goed plan voor, duurzaam en uitgedacht voor de lange termijn. Tijdens het raadsgesprek heeft Duurzaam Oldebroek gevraagd of de vrijvallende velden een maatschappelijke invulling kunnen krijgen, bijvoorbeeld in de vorm van woningbouw. De fractie is blij dat het college daarnaar gekeken heeft. Ze vindt wel dat er vanavond erg veel discussie is over die velden. Het is duidelijk dat de velden zo goed mogelijk benut moeten worden en dat het plan als het maar enigszins mogelijk is budgetneutraal moet worden uitgevoerd.
Aan de andere kant mag echter gewaardeerd worden dat OWIOS op het idee is gekomen om velden terug te geven aan de gemeente. Duurzaam Oldebroek is voor woningbouw in combinatie met natuur. Misschien is een groene geluidswal een oplossing voor het mogelijke probleem van overlast. De fractie vraagt of de wethouder met een percentage kan inschatten hoe groot de kans is dat de woningbouw door kan gaan. Wethouder Flier antwoordt dat er een ruimtelijke en een stedenbouwkundige toets is geweest. Daaruit bleek dat dit zeker een potentiële plek is voor woningbouw. Een concreet percentage kan hij niet noemen. De heer Post zoekt naar een inschatting op basis waarvan de raad een besluit kan nemen. Hij vraagt of de kans groot, klein of gemiddeld is. Wethouder Flier noemt de kans zeer reëel. De heer Scholten constateert dat met dit plan wel heel veel geld wordt gevraagd voor één sportvereniging. Het CDA is echter voor sport en bewegen en vindt het belangrijk dat OWIOS goed verder kan. De fractie kiest voor scenario 1. De gemeente heeft een woonopgave en het CDA ziet op deze locatie mogelijkheden om te bouwen. Er is echter nog geen concreet plan; er ontbreken gegevens om dit project goed te kunnen beoordelen.
Wat zijn de mogelijkheden, welke keuzes worden gemaakt en wat zijn de termijnen die daarvoor gelden? Dat geldt ook voor een onderzoek naar een eventuele andere maatschappelijke invulling. Het CDA is wel blij dat de gemeente de omwonenden al een brief heeft gestuurd waarin het plan is uitgelegd. De fractie ziet op termijn voordelen bij dit project, maar hoopt dat de plannen snel in een duidelijk projectplan worden gegoten. Daarbij stelt ze als randvoorwaarde dat het project kostenneutraal moet zijn. Op dit punt kan er een risico ontstaan, mede gezien de termijnen voor de besluitvorming. De ledenvergadering van OWIOS zal de plannen positief moeten ondersteunen; anders ontstaat er een heel andere situatie. Het CDA wil graag weten of de wethouder iets kan zeggen over de doorlooptijden als het gaat om woningbouw of een andere maatschappelijke invulling. Wethouder Flier kan geen concrete tijdlijn aangeven. Er zal ook nog participatie moeten plaatsvinden. Woningbouw is voor het college een belangrijk speerpunt in deze coalitieperiode. Het college zal er dan ook alles aan doen om woningbouw te realiseren waar dat maar mogelijk is. 10
De heer Doornwaard vraagt of kostenneutraliteit voor het CDA een uitgangspunt is dat zwart op wit moet staan voordat de raad een besluit neemt. De heer Scholten heeft het een randvoorwaarde genoemd. Het CDA zal de concrete plannen waar het college straks mee komt daarop toetsen. De heer De Nooijer merkt op dat er op 9 november niet ineens iets heel anders op tafel komt dan wat er nu ligt. Daarom vindt hij het niet verkeerd om nu al te vragen wat het CDA op dit punt gaat doen. De heer Scholten antwoordt dat zijn fractie toch eerst meer inzicht in de concrete plannen wil hebben. De heer De Nooijer constateert vervolgens dat er weer een belangrijke vraag is gesteld waar de wethouder geen duidelijk antwoord op geeft. Hij doelt op de vraag over de doorlooptijden. De wethouder hoeft wat hem betreft geen datum te noemen, maar hij wil wel graag weten aan wat voor termijn hij ongeveer moet denken. Voor OWIOS is het ook handig om een beetje te weten wanneer ze buren kan verwachten. Wethouder Flier antwoordt dat de gemeente bij een positief besluit van de raad met OWIOS gaat overleggen over de planning. Er is ook nog een project Versneld Wonen. Misschien biedt het plan in dat kader wel mogelijkheden. De wethouder kan echter geen concrete termijn noemen. Hij kan alleen zeggen dat het project zo snel mogelijk zal worden uitgevoerd.
Reactie inspreker De heer Van den Bosch gaat op een vijftal punten in. 1. OWIOS is in 2017 al begonnen met het zoeken naar partners. 2025 was toen echter nog een heel eind weg. Er zou nog een heel traject volgen met vragen als: hoe gaat het plan eruitzien, wat zijn de kosten, hoe groot wordt de ruimte? Veel organisaties vinden het lastig om in dat hele traject mee te gaan. OWIOS heeft met Careander gesproken. Die organisatie was sterk geïnteresseerd in de mogelijkheid om cliënten bij de vereniging te plaatsen voor dagbesteding (onderhoud van het sportpark). Het was echter een probleem om daar nu al definitieve afspraken over te maken. BSO Sport, Bijdehandjes en de fysiotherapie zijn ook geïnteresseerd. Inmiddels zitten er twintig studenten van Landstede in de kantine van de vereniging, die daar les krijgen en vervolgens bewegingsonderwijs geven aan kinderen van de Regenboog. In de winter moet de hele kantine daar wel voor verwarmd worden en de akoestiek is ook niet geweldig. Hoe dat in de toekomst allemaal wordt is niet duidelijk. OWIOS is ook gevraagd om standplaats te zijn voor een van de landenteams tijdens het WK cricket van 2027. Zo is de vereniging voortdurend bezig partners aan zich te binden. Het is echter een lastig verhaal om dat al aan de voorkant te doen, zolang de plannen nog abstract zijn en het allemaal nog een tijd gaat duren. 2.
De leden van OWIOS zouden graag een maatschappelijke organisatie als buurman zien. Als de vereniging in de toekomst toch weer een veld nodig heeft, is het met zo’n buurman gemakkelijker op te lossen dan wanneer er huizen staan. Na het afstoten van de velden heeft OWIOS echter geen enkele zeggenschap meer over wat er komt. Dat bepaalt de gemeente dan. 3. Wat de indexatie betreft: in december 2022 heeft een update van de cijfers plaatsgevonden. Dat is getoetst door Metafoor, een bureau dat ook vaak door gemeenten wordt ingeschakeld. Voor 2023 is een indexatie van 5,4% meegenomen en voor 2024 een indexatie van 4%. Tot nu toe klopt dat allemaal nog wel. 4. Wat het budget betreft: OWIOS moet inderdaad binnen de offerte blijven en gaat daarover in gesprek met de aannemer. De vereniging voelt zich daar ook enorm verantwoordelijk voor. Ook als er weer onvoorziene stijgingen komen, zoals die er waren door de oorlog in Oekraïne, zal OWIOS zich er volledig voor inzetten om binnen het budget te blijven. 5. Wat de keus van ABO voor scenario 3 betreft: het bedrag dat bij dat scenario wordt genoemd is inderdaad het laagste, maar renovatie gaat 25 jaar mee en nieuwbouw 40 jaar. Dat betekent dat de afschrijving bij scenario 3 hoger is dan bij scenario 1. Bij scenario 3 staat de vereniging voor een enorm probleem om het exploitabel te krijgen.
Tweede termijn De heer Kemp heeft een antwoord gemist op zijn vraag over de versnelde afschrijving van de gemeentelijke bijdrage voor de renovatie uit 2008. Gezien die versnelde afschrijving vindt hij het niet terecht als nu wordt geschermd met een afschrijving over 40 jaar in plaats van 25 jaar. Met betrekking tot de vraag over de overwegingen 10 t/m 13 was de wethouder eerst sterk afwijzend. Maar naarmate de ronde vorderde, werden zijn antwoorden steeds soepeler. Met al die soepelheid bood hij echter nog niet de duidelijkheid waar de fractie om vroeg. Duidelijkheid over de invulling van de velden betekent duidelijkheid over de dekking van het plan – en die is er nu dus niet. Als een fractie een voorstel doet voor een bepaalde investering, wordt meteen naar de dekking gevraagd. Dan is het niet goed voor te stellen dat het college nu in feite om een blanco cheque vraagt. De wethouder sprak over een mogelijkheid, toen 11
het over woningbouw ging; dat werd later een reële mogelijkheid, maar nog altijd niet meer dan een mogelijkheid. Net als het CDA wil de VVD voor 9 november meer informatie op dit punt. Hopelijk kan het college de raad dan op 9 november tot een positief besluit verleiden. De heer Doornwaard heeft in de eerste termijn al gezegd dat de SGP waarschijnlijk geen hom of kuit zou geven. Na wat hij in die eerste ronde gehoord heeft, is dat wel zeker geworden. Hij wil een aantal punten bespreken met zijn fractie. De SGP wacht met haar afweging tot er informatie is over de ledenvergadering van OWIOS van 23 oktober a.s. Verder is hij heel benieuwd hoe het aspect van kostenneutraliteit straks op tafel ligt. Wil het college daar iets zinnigs over zeggen, dan zal de invulling van de velden moeten vastliggen. Het is de vraag of dat voor 9 november lukt. Zo niet, dan is het aan het college om te bekijken wat er met dit voorstel moet gebeuren. De heer Hardonk sluit zich aan bij wat de vorige sprekers hebben gezegd over de vele onduidelijkheden die er nog zijn. Hij gaat ervanuit dat er voor 9 november nog heel wat informatie naar de raad toe komt. Verder vraagt hij waarom de invulling van de velden eigenlijk wordt genoemd in dit voorstel, als daar toch nog geen duidelijkheid over bestaat. Mevrouw Deen merkt op dat alles al wel gezegd is. Ze neemt het mee voor overleg met haar fractie.
De heer De Nooijer sluit zich bij de vorige sprekers aan. Wat de vergelijking met WHC betreft kreeg hij net nog door dat de buren destijds hebben aangegeven dat zij overlast ervaren. Zulke dingen gebeuren nu eenmaal bij voetbalverenigingen, maar die zijn dus wel belangrijk. Het CVO dringt er bij het college op aan een aantal dingen verder uit te werken en met meer informatie te komen. Hij vindt dat alle fracties goede vragen hebben gesteld en dat het college bepaalde vragen ook wel had kunnen zien aankomen. Voor OWIOS is het sneu dat het vanavond ging zoals het ging. Daar had het college beter op kunnen anticiperen. De heer Post is benieuwd of er echt nog informatie komt voor de raadsvergadering van 9 november. De heer Scholten denkt dat het voor OWIOS na deze discussie erg spannend wordt of de plannen nog voor het 100jarig bestaan van de vereniging worden gerealiseerd. Het CDA gaat de algemene ledenvergadering van 23 oktober volgen. Wat daaruit komt zal bepalend zijn voor het standpunt van de fractie. Verder dringt het CDA eropaan om aandacht te blijven houden voor participatie van de bewoners. Die bewoners zullen ook nog met veel vragen zitten. Wethouder Flier beantwoordt de vragen uit deze ronde. Als OWIOS de velden afstaat, komen ze bij de gemeente. De gemeente gaat er dan over nadenken wat ze ermee kan. Dat is de reden waarom die velden in het voorstel zijn genoemd.
Voor de raadsvergadering van 9 november komen in ieder geval nog de voorwaarden van Stichting Waarborgfonds Sport. Verder is de wethouder blij met alle vragen en suggesties. Ze worden allemaal meegenomen. De voorzitter vraagt of de wethouder kan aangeven wanneer de raad de informatie krijgt die nog gaat komen. Een ruime week voor de raadsvergadering zou heel prettig zijn. Wethouder Flier zegt dat toe. Afronding De voorzitter constateert dat het onderwerp voldoende besproken is. Het voorstel komt als A-stuk op de agenda van de komende raadsvergadering van 9 november te staan.
05. Evaluatie minimabeleid KWIZ 2023 De heer Scholten laat weten dat het CDA blij is met het concrete inzicht dat uit de evaluatie is gekomen. De fractie hoopt dat het Rijk meer geld beschikbaar stelt voor armoedebestrijding, vooral omdat de energietoeslag vervalt. Werken moet voor nagenoeg alle huishoudens blijven lonen. Het CDA vindt dat de gemeente dit moet blijven stimuleren en dat iedereen zoveel mogelijk zijn steentje moet bijdragen. Hij constateert dat het minimabeleid een complex geheel is met heel veel regels. Hij vraagt zich af of de burger alles nog wel begrijpt. Persoonlijk denkt hij van niet. Ook landelijk zijn er heel wat signalen wat dat betreft. De heer Post vindt dat er een goed minimabeleid ligt en dat het zo moet blijven. De heer Van der Velde vond het mooi om te lezen dat het aantal minimahuishoudens is gedaald ten opzichte van het vorige rapport. Op pagina 8 blijkt dat er tussen 2019 en 2023 nog wel een lichte stijging zit. Het hangt er dus wel vanaf over welke termijn het wordt bekeken. Opvallend is dat de meerpersoonshuishoudens in Oldebroek een groter aandeel hebben in het geheel dan landelijk het geval is. Wat de doorberekening van de scenario’s betreft: het is heel jammer dat bij een inkomen van 130% van het wettelijke sociale minimum een huishouden met twee kinderen onder het sociale minimum zakt.
Hij vraagt of het niet verstandig is om op dat punt het minimabeleid aan te passen, juist omdat het kinderen betreft. Hij heeft berekend dat het om een bedrag van 68.000 euro zou gaan (850 euro per kind). 12
Gezien de cijfers in de evaluatie en de positieve septembercirculaire is hij benieuwd waarom het college er niet voor heeft gekozen om het bedrag op te hogen. Wethouder Vos wijst erop dat de gemeente met haar minimabeleid maar een klein verschil kan maken. De grote verschillen zitten in de landelijke toeslagen. Gelukkig heeft de gemeente een financieel spreekuur om de mensen op dat gebied op weg te helpen. Het college denkt dat ergens een keer een grens moet worden getrokken. Als de grens op 120% wordt gesteld, krijgt men nog heel wat aan toeslagen vanuit het Rijk. Bij 130% wordt dat al beduidend minder en komt daarna de armoedeval. Het kindbudget is in Oldebroek juist heel ruim. De activiteitenbijdrage is 400 euro en als het kind naar het voortgezet onderwijs gaat, wordt dat bedrag verdubbeld. Dat zijn de redenen waarom het college ervoor gekozen heeft het beleid niet aan te passen. De heer Van der Velde wil zijn vraag toch ook nog aan de andere fracties voorleggen. Hij refereert aan het pleidooi van de heer Post bij het vorige agendapunt voor het bieden van mogelijkheden aan kinderen om te sporten. Dat is heel belangrijk voor hun ontwikkeling. Als kinderen in een minimahuishouden onder het wettelijk sociaal minimum komen, lopen ze het risico dat ze niet mee kunnen sporten. Het CVO zou voor die kinderen wat royaler willen zijn, ook omdat het om kleine bedragen gaat.
Mevrouw Deen constateert dat er bij alle regelingen vanuit is gegaan dat ze maximaal gebruikt worden. Op zich is dat een mooi uitgangspunt. ABO vraagt zich alleen wel af hoe het kan dat er in de praktijk zo’n verschil is in het gebruik van de diverse regelingen. De energietoeslag is gebruikt door 93% van de doelgroep. Van andere mogelijkheden is minder gebruik gemaakt, al is het gebruik op onderdelen wel wat toegenomen. De fractie zou graag meer inzet zien om het gebruik van de regelingen te stimuleren. Zo zou iedereen die gebruik heeft gemaakt van de energietoeslag een brief kunnen krijgen waarin op de andere regelingen wordt gewezen, zonder dat daarbij de term minimabeleid wordt gebruikt. ABO vraagt speciaal aandacht voor de inrichtingskosten die onder de bijzondere bijstand vallen, tot een maximumbedrag van 2.000 euro. Dat bedrag wordt na verloop van tijd weer teruggevorderd. Op die manier worden inwoners die onder de minima vallen opgezadeld met een schuld. ABO heeft al eerder gepleit voor een aanpassing van dat beleid en doet dat bij deze nog een keer. Al met al vindt de fractie dat het huidige beleid niet zonder meer moet worden voortgezet. ABO wil graag laten doorrekenen wat het betekent als de grens op 130% van het wettelijk sociaal minimum komt te liggen en als tot die grens een maximale toekenning plaatsvindt.
Op die manier kan de doelgroep er toch nog wat op vooruitgaan. Het gat tussen 130% en 140% van het wettelijk sociaal minimum is dan kleiner. De fractie verwijst hierbij naar de manier waarop toeslagen worden toegekend. Die toeslagen worden geleidelijk afgeschaald. Volgens ABO vergroot dat de toegankelijkheid. Wethouder Vos begrijpt wel dat er verschil is in het gebruikmaken van de regelingen. Het volwassenenfonds Sport en Cultuur bijvoorbeeld bestaat nog maar net en bevindt zich in feite nog in een pilotfase. De gemeente doet haar uiterste best om meer inwoners uit de doelgroep te bereiken. Als iemand de gouden tip heeft, houdt de wethouder zich graag aanbevolen. Berichten in Huis aan Huis of via de LOCO helpen niet. De wethouder heeft de commissieleden ook al eens gevraagd om hiervoor ambassadeurs te zijn. Over het benutten van de toekenning van de energietoeslag is al eens gesproken. De commissie heeft er toen in meerderheid voor gekozen om dat niet te doen. Als de commissie vindt dat het alsnog moet gebeuren en dat dat 20.000 euro mag kosten, heeft ze de wethouder aan haar zijde. Het blijft echter altijd een vrije keus van de betreffende inwoners. Daarnaast heeft de gemeente met een aantal wettelijke verplichtingen te maken. Wat de toeslagen betreft gaat het hele stelsel op de schop. Daar kan de wethouder niet op anticiperen.