Verslag 11 oktober 2022
Tekst van het document
Notulen commissievergadering Financiën en Bedrijfsvoering Datum vergadering: 11 oktober 2022, 19.30 uur
Aanwezig Commissieleden: A.M. Boer, D.E. Doornwaard, P.H. Graansma, A. Heddema, W. van der Horst, H.G.P. Kemp, W-H. Peggeman, G. Scholten, N.T. Schouten, G. Vlieger, J.C. Vroombout, M.B.M. Werner Voorzitter:
J.T. de Nooijer
Griffier:
J. Tabak
Notulist:
H. Geertsma
College:
B. Engberts (wethouder)
Ambt. onderst.:
B. Disco, J. Hordijk, A. Klein, P. Tanahatoe, L. Visscher
Tevens aanwezig: P. Lensselink (gemeentesecretaris), B. Flier (wethouder) Insprekers:
-
Publiek:
-
Afwezig Leden:
A. Sanders, B. van der Velde
01. Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Hij deelt mee dat de heren Sanders en Van der Velde verhinderd zijn deze vergadering bij te wonen.
02. Vaststelling van de agenda De agenda wordt zonder wijzigingen vastgesteld.
03. Voorstel vaststelling programmabegroting gemeente Oldebroek 2023-2026 Bespreking volgens de leeswijzer De voorzitter geeft aan dat bij dit agendapunt meerdere leden van een fractie het woord mogen voeren. Na de technische ronde van de vorige avond is deze avond specifiek bedoeld voor bestuurlijke vragen. Bestuurlijke beschouwingen horen vooral thuis in de komende raadsvergadering. De heer Werner heeft zich de vorige keer bij de bespreking van de financiële stukken afgevraagd waarom er niet wat verder vooruit werd gekeken. Tot zijn vreugde ziet hij dat deze keer over een aantal jaren wordt gesproken: 20232026. Dat vindt hij een compliment waard. In het algemeen laten de getallen in de begroting volgens hem een vrij consistent beeld zien. Tegelijk zitten er wel wat hobbels in en daar zullen ongetwijfeld vragen over komen. 1.1. Aanbieding De heer Heddema vraagt of het niet verstandig is om in de risicoparagraaf een component op te nemen die rekening houdt met een hogere inflatie dan de 2,4% waarvan nu wordt uitgegaan. Anders is de kans vrij groot dat de gemeente later met een tegenvaller wordt geconfronteerd. Wethouder Engberts antwoordt dat het nu genoemde percentage voortvloeit uit de meicirculaire. De gemeente heeft te maken met een verantwoordingsplicht aan de provincie en kan op dit punt geen eigen invulling geven.
Anders is een vergelijking tussen de verschillende gemeenten ook niet meer mogelijk. In het aanvullende stuk dat het college heeft toegestuurd, is te zien dat voor de looncompensatie wel een extra bedrag van 500.000 euro is ingeboekt. De heer Heddema wil ook niet dat het percentage wordt aangepast. Het 1
gaat hem om de risicoparagraaf. Daarin kan de gemeente wel een component toevoegen. Het genoemde percentage heeft bijvoorbeeld ook betrekking op zaken als het onderhoud van straten en riolering. Op dat gebied rijzen de kosten momenteel de pan uit. Dat valt niet af te dekken met een inflatiepercentage van 2,4%. Het is een kwestie van verantwoordelijkheidsbesef om daar in de risicoparagraaf rekening mee te houden. Wethouder Engberts antwoordt dat op dit punt wel overwegingen zijn gemaakt. Het probleem is echter dat er te veel onzekerheden zijn om er een cijfer voor te noemen. Daarom heeft het college ervoor gekozen om het risico alleen in woorden aan te geven. De heer Heddema blijft het onbevredigend vinden. Hij geeft aan dat hij er later op terug zal komen. De heer Vroombout vraagt hoe groot de kans is dat de tekorten in de jeugdzorg niet of maar voor een deel gecompenseerd zullen worden. Het gaat om forse bedragen. Moet deze gemeente dan niet voorzichtiger omgaan met haar uitgaven op dit gebied? Wethouder Engberts antwoordt dat het college hier nog geen kansen kan inschatten. Omdat het Rijk nog geen toezegging heeft gedaan, is er een stelpost voor opgenomen. In voorgaande jaren is vanuit het Rijk op dit gebied wel voldoende compensatie gegeven. De manier waarop het nu verantwoord is, is in goed overleg met de provincie tot stand gekomen.
De heer Doornwaard vraagt in hoeverre het college het gepast vindt dat het Rijk de gemeente confronteert met de onzekerheden die hier worden benoemd. Hij wil weten wat het college eraan doet om die onzekerheden eruit te halen. Op deze manier is het voor de gemeente immers lastig om beleid uit te zetten voor de toekomst. De OZB is al een keer verhoogd omdat het Rijk nog geen duidelijkheid had verstrekt. Wethouder Engberts laat weten dat dit soort zaken aan de orde wordt gesteld in het ambtelijk en bestuurlijk overleg binnen de VNG. Soms worden samen met andere gemeenten moties of amendementen ingediend. De inzet is om voor de komende jaren minder met onzekerheden te worden geconfronteerd. Dat was ook de inzet voor 2023. Wat dat betreft heeft het Rijk op een aantal punten al een tegemoetkoming gedaan, maar dat is nog wel te weinig. 1.2.1. Begrotingskaders De heer Kemp refereert aan het voorstel met betrekking tot de GGD dat op de agenda van de commissie Samenleving en Bestuur staat. Deze verbonden partij komt vanwege de inflatie en alle onzekerheden daaromtrent met een begrotingswijziging waarbij ze uitgaat van een inflatie van 5,6% (i.c. 5,89%). Het college stelt voor om daar geen zienswijze over in te dienen. De VVD wil graag weten hoe dat te rijmen valt met het feit dat het college zelf wil vasthouden aan een inflatie van 2,4%.
Wethouder Engberts neemt aan dat de GGD is uitgegaan van de cijfers uit de septembercirculaire. Die circulaire was nog niet verschenen toen de gemeentelijke begroting moest worden voorbereid. De heer Kemp begrijpt dat antwoord niet. Alle gemeenten in de regio moeten voor de vergelijkbaarheid werken met een inflatiepercentage van 2,4. Hoe kan een verbonden partij dan zomaar naar 5,6% gaan? Dat zorgt voor vreemde verhoudingen. Wethouder Engberts antwoordt dat gemeenten en verbonden partijen niet strikt gehouden zijn aan de meicirculaire of de septembercirculaire. Het college heeft echter in het verleden met de raad afgesproken dat voor de begroting het uitgangspunt wordt genomen in de meicirculaire en dat voor de tweede bestuursrapportage wordt uitgegaan van de septembercirulaire. De heer Kemp vraagt of de wethouder het dan met de VVD eens is dat de raad juist wel een zienswijze moet indienen met betrekking tot de GGD. Wethouder Engberts ontkent dat. De voorzitter constateert dat het verschil tussen de beide standpunten duidelijk is. 1.2.2. Begrotingssaldo in meerjarenperspectief De heer Vroombout heeft een paar vragen over het College uitvoeringsprogramma (CUP). Hij constateert dat de coalitieplannen in totaal 2 miljoen euro per jaar gaan kosten. Het CVO wil graag weten hoe het college daarop reflecteert.
Verder wil de fractie weten waarom in de begroting geen zaken zijn opgenomen die de coalitie minder wil gaan doen dan voorgaande jaren. Wethouder Engbers wijst op de toelichting die laat zien waar het bedrag van 2 miljoen euro uit bestaat. Een deel van het bedrag is al meegenomen in de begroting. De rest moet nog worden uitgewerkt. Daarover komen straks afzonderlijke voorstellen naar de raad. Het college heeft bekeken welke – reguliere – zaken de gemeente zelf kan doen en wat er extra nodig is om het CUP in deze raadsperiode te kunnen uitvoeren. Volgens het college is er geen reden om minder te gaan doen dan voorgaande jaren. Er is immers sprake van een sluitende begroting. De heer Vroombout vraagt of er dan helemaal geen dingen zijn waarop bezuinigd kan worden. Wethouder Engbers hoort het graag als het CVO daar aanleiding voor ziet. De heer Vroombout refereert aan 2
de opmerking van de heer Heddema over kosten die de pan uitrijzen. Volgens hem moet dan de tering naar de nering worden gezet. De heer Heddema constateert dat een redelijk eindcijfer voor deze begroting alleen kan worden bereikt door een onttrekking aan de algemene reserve. Er wordt vanuit gegaan dat die reserve in 2024 weer kan worden aangevuld. Daarmee wordt dus geanticipeerd op een mogelijke positieve uitkomst in dat jaar. Dat lijkt een beetje op creatief boekhouden. In zakelijke kringen is zoiets ongebruikelijk. De directeur van De Nederlandsche Bank heeft juist vandaag aangegeven dat de inflatie structureel zal gaan worden. Dat betekent dat er ook in 2024 tegenvallers kunnen zijn. ABO begrijpt niet waarom dat risico niet eerlijk wordt erkend en gekwantificeerd. Wethouder Engberts antwoordt dat de onttrekking aan de reserve in 2024 moet worden hersteld. Daar is in de begroting ook rekening mee gehouden. Het overschot dat er nu in zou zitten, is verlaagd om het bedrag van 410.000 euro weer aan de reserve te kunnen toevoegen. De risico’s die het CUP met zich meebrengt, zijn klip en klaar benoemd. De heer Boer vraagt of het dan niet beter was geweest om de ambities voor 2023 410.000 euro lager te stellen en de dingen die dan niet gerealiseerd kunnen worden door te schuiven naar 2024.
Wethouder Engberts geeft aan dat naar de overtuiging van het college de ambities voor 2023 ook echt in dat jaar ter hand moeten worden genomen. Dat is nodig om de inwoners van deze gemeente adequaat te kunnen bedienen. De heer Doornwaard had begrepen dat in deze vergadering geen beschouwingen zouden worden gegeven. Nu dat toch gebeurt, wil hij vragen of ABO een jaar kan noemen waarin het college te rooskleurig heeft begroot. Dat zou dan moeten blijken uit het negatieve resultaat van de jaarrekening van dat jaar. De voorzitter merkt op dat zijn opmerking aan het begin van de vergadering over de beschouwingen onverlet laat dat de fracties vrij zijn in hun inbreng. De heer Boer vindt dat de tering naar de nering moet worden gezet, als van tevoren duidelijk is dat er sprake is van een tekort. In ieder geval zou het college concreet aan de raad moeten voorleggen voor welke zaken een beroep op de algemene reserve moet worden gedaan. De heer Doornwaard wijst erop dat de raad kaders heeft gesteld waarin is vastgelegd wanneer welke cijfers worden gebruikt. Inmiddels is duidelijk dat de septembercirculaire een gigantisch overschot laat zien. Daar kan het bedrag van 410.000 euro uit worden gedekt. Verder heeft ABO aangegeven dat ze bepaalde projecten graag versneld uitgevoerd wil zien worden, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw.
De heer Doornwaard is benieuwd welke voorstellen deze fractie zal doen om dat te bereiken zonder een extra bijdrage vanuit de reserve. De voorzitter stelt voor om dit punt voor dit moment af te sluiten. De heer Van der Horst vraagt of het risico dat aan de geplande investeringen voor 2023 en 2024 vastzit, volgens het college verantwoord is. Wethouder Engbers bevestigt dat, met een verwijzing naar het resultaat van de begroting voor die jaren. 2.0. Bestuur en ondersteuning De heer Peggeman constateert dat volgens de verwachting van economen de energietarieven voor langere tijd hoog zullen blijven. Bij een stabilisatie zullen ze nog altijd twee keer zo hoog zijn als de huidige tarieven. De ChristenUnie wil weten waarom het college dan een terugkeer naar een normaler niveau verwacht (pagina 16). Heeft dat te maken met de plannen voor verduurzaming? Wethouder Engberts wijst erop dat in de begroting voor 2022 bij voorbaat al een verhoging van de tarieven is doorgevoerd. Nu wordt de gemeente met de werkelijke feiten geconfronteerd. Uit het stuk dat op de postlijst staat, blijkt dat het college daarop geacteerd heeft. Er is echter nog veel onzekerheid over de verdere ontwikkeling. Wat in de rest van het jaar nog moet worden gedaan is op dit moment dan ook niet duidelijk. Daarom heeft het college dat nog niet in cijfers vastgelegd. Tegelijk heeft het college de risico’s wel benoemd.
Voor 2024 moet een nieuw contract worden afgesloten. Daar gaat de gemeente dit jaar al hard mee aan de slag. In 2023 komt er zo snel mogelijk een besluit over. De heer Peggeman begreep uit de beantwoording (gisteravond) van de technische vragen dat de tarieven gebaseerd zijn op het prijspeil van 2022. De huidige ontwikkeling is er dus nog niet in verwerkt. Daarnaast vraagt de ChristenUnie zich af of voor dit soort dingen niet een behoorlijk bedrag als stelpost moet worden gereserveerd. Wethouder Engberts antwoordt dat het op dit moment niet te doen is om de hoogte van zo’n bedrag vast te stellen. De vraag is ook waar dat geld moet worden weggehaald. Een andere vraag is of dat bedrag dan straks zomaar kan worden uitgegeven of dat daarbij ook andere overwegingen een rol spelen. De heer Peggeman denkt dat dit punt nog wel weer aan de orde komt. 3
De heer Peggeman vraagt (bij 2.0.2.7) of het college ervan uitgaat dat een samenwerking op het gebied van de bedrijfsvoering, als die tot stand komt, geen effect zal hebben op de begroting? Er wordt een incidenteel bedrag van 15.000 euro begroot. Wethouder Engberts antwoordt dat dit geld alleen bestemd is voor de kwartiermaker. Daar is twee keer een bedrag voor opgenomen, voor twee jaar dus. Daarna beperkt de begroting zich weer tot de reguliere werkzaamheden. De heer Peggeman vraagt of die kwartiermaker dan ook gaat bekijken welke effecten een eventuele samenwerking zal hebben op de begroting en of die effecten dan op een later moment aan de raad worden voorgelegd. Wethouder Engbers bevestigt dat. 3.2. Financieel overzicht taakvelden De heer Heddema refereert aan de toezegging die ABO in de technische ronde heeft gekregen, dat in de begroting een overzicht zou worden opgenomen van de aantallen vaste en tijdelijke fte’s. De fractie is daar blij mee. Op die manier kan duidelijk worden hoeveel fte’s gemoeid zijn met de extra inspanningen die uit het CUP voortvloeien. ABO heeft eerder al de wens uitgesproken om te kunnen benchmarken, als het gaat om de omvang van het personeel in relatie tot de taken die de gemeente moet uitvoeren. Wethouder Engberts plaatst een correctie. De toezegging betrof alleen het aantal vaste fte’s.
De heer Heddema geeft aan dat de vraag van zijn fractie verder strekte. Voor de extra inspanningen die het college wil doen, worden tijdelijk extra fte’s ingehuurd. Hij begrijpt niet waarom daar niet een staatje van kan worden gemaakt. Wethouder Engberts antwoordt dat het veel tijd en moeite kost, terwijl het niet echt helder maakt wat het college nu precies doet om die extra inspanningen te leveren. De voorzitter merkt op dat de commissie zelf ook kan afwegen of de informatie die zij graag wil hebben de benodigde tijd en moeite waard is. De heer Heddema verbaast zich over de reactie van de wethouder. Raadsleden hebben er recht op dat de informatie wordt verstrekt die zij nodig vinden. Volgens hem is het ook niet zo moeilijk om het gevraagde overzicht aan te leveren. De voorzitter laat het aan de heer Heddema over of hij formeel een verzoek in die richting wil indienen. Als raadslid heeft hij daar inderdaad het recht toe. Dat kan dan buiten de commissie om geregeld worden en dus ook zonder een formele toezegging. 4.1. Lokale heffingen De heer Doornwaard ziet graag dat straks in december zal blijken dat de aangenomen motie over de afvalstoffenheffing wordt geëffectueerd. Dat betekent dat een deel van de reserve met een goede onderbouwing teruggaat naar de burgers en dat het tarief dat hier staat dus naar beneden kan.
Verder heeft hij zijn technische vraag over begraafplaatsrechten nog niet beantwoord zien worden. Op pagina 97 staat dat het beheerplan voor de begraafplaatsen eigenlijk geen einddatum heeft, maar wel voor vijf jaar is ingeboekt. Het loopt dit jaar dus af. Intussen neemt de omvang van de voorziening almaar toe. Dat is niet in overeenstemming met het besluit dat in 2017 is genomen. Volgens dat besluit zou de voorziening eerder moeten afvlakken. De SGP wil graag een toezegging dat het begraafplaatsenbeleid volgend jaar wordt herzien. Het zou nog mooier zijn als het dit jaar al zou gebeuren, maar dat zal wel niet meer lukken. Wethouder Engberts meent te weten dat al aan die herziening wordt gewerkt. Het zit in ieder geval in de cyclus. De wethouder zegt toe dat hij er nog eens naar zal kijken, zodat er tijdig een voorstel naar de raad toe komt. De heer Doornwaard neemt aan dat met ‘tijdig’ ‘in 2023’ wordt bedoeld. Wethouder Engberts bevestigt dat. De heer Boer vraagt hoe het komt dat deze gemeente nog steeds niet volgens plan gebruik kan maken van het afvalbrengstation. Wethouder Engberts antwoordt dat de vertraging alles te maken heeft met de (Elburgse) procedure bij de Raad van State. Die is nog niet afgerond. De heer Vroombout refereert aan de stijging van het vaste bedrag per huishouden in de afvalstoffenheffing (15%).
Hij vraagt of de wethouder ook niet vindt dat die stijging te groot is. Het CVO wil graag weten of daar nog iets aan gedaan kan worden. Wethouder Engberts wijst erop dat de raad in december de informatie krijgt over de vaststelling van de tarieven. Daarin wordt definitief aangegeven wat de vaste bijdrage wordt, hoe de variabele bijdrage eruit ziet en wat uit de bestemmingsreserve moet worden gehaald om de afvalinzameling volledig kostendekkend te maken. Wat nu in de begroting staat, geeft dus nog een wat vertekend beeld. De heer Kemp wijst erop dat de reclamebelasting volledig gedragen wordt door de ondernemersverenigingen. Die verenigingen hebben de afgelopen twee jaar in zwaar weer gezeten. Vanaf deze maand moeten ze diverse 4
steunbedragen die ze van het Rijk gekregen hebben weer gaan terugbetalen. Tegelijk zitten ze met dure materialen en hoge energielasten. Daarom lijkt het de VVD een goed idee om de reclamebelasting nog een keer aan de ondernemers terug te betalen, zoals dat in de beide vorige jaren ook is gebeurd. Hij wil graag weten hoe het college daarover denkt. Hij vraagt de andere fracties ook om erover na te denken. Wethouder Engberts antwoordt dat de ondernemers nog niet met een vraag in die richting zijn gekomen, maar dat het misschien een goed gebaar is om het hun op voorhand te gunnen. Hij laat het graag aan de VVD over om een voorstel daarover voor te bereiden. 4.3. Onderhoud kapitaalgoederen De heer Vroombout heeft een vraag bij de wens om volledig over te gaan op LED-verlichting in de openbare ruimte. Hij wil weten of de gemeente voor een sfeervolle verlichting zorgt op plaatsen waar veel mensen komen. Wethouder Engberts antwoordt dat dit soort dingen aan de orde komen in het overleg over de uitvoering. Het college houdt zoveel mogelijk rekening met de wensen van winkeliers en anderen, die in dat overleg naar voren worden gebracht. De heer Werner vindt het vreemd dat voor 2023 geen investeringen in groen gepland staan (4.3.6). Wethouder Engberts antwoordt dat deze gemeente geen echte investeringen kent voor groen in de openbare ruimte.
Dat zit allemaal in het (meerjaren)beheersplan. Voor een deel gaat het in dat plan om onderhoud en voor een deel om vernieuwing. Daar worden elk jaar vaste lasten voor begroot. 4.5. Bedrijfsvoering De heer Heddema wijst erop dat bij een aantal gemeenten hackers actief zijn geweest. Daardoor zijn diverse systemen plat gelegd. Dat heeft desastreuze gevolgen voor het werk van de gemeente en voor haar bereikbaarheid voor de inwoners. ABO maakt zich er zorgen over dat zoiets ook in Oldebroek kan gebeuren. De fractie vraagt of er een onderzoek is gedaan naar de kwetsbaarheid van de systemen die in de samenwerkende gemeenten draaien. Ze wil ook weten hoe de risico’s die hier liggen zo klein mogelijk worden gemaakt. Wethouder Engberts antwoordt dat dat laatste iets voor de i-dienst is. De technische mensen daarvan zitten erbovenop om dit soort calamiteiten te voorkomen. Er zijn onderzoeken gedaan, maar die zijn niet van de laatste maanden. De i-dienst blijft er echter voortdurend aan werken om de kwetsbaarheid uit de systemen te halen. De heer Heddema ziet bij spoor 2 van de regionale samenwerking dat wellicht ook Nunspeet zal aansluiten. Hij herinnert zich dat de ervaringen met Nunspeet op dit gebied niet al te best zijn. Daarom vraagt hij of er reden is om te vertrouwen dat het met die gemeente echt tot een vruchtbare inhoudelijke samenwerking zal komen.
Zo ja, dan wil hij graag weten waar dat uit blijkt. Wethouder Engberts antwoordt dat de samenwerkende gemeenten steeds bekijken waar ze met elkaar willen en moeten uitkomen. De gemeenten willen de voortgang erin houden. Als Nunspeet zich terughoudend opstelt, zal die gemeente daar zelf de consequenties van moeten nemen. De andere vier gemeenten gaan door en Nunspeet zal dan zelf een aanhaakpunt moeten zoeken. Ze kunnen ook zonder die gemeente verder als het moet. De heer Heddema vraagt of zijn conclusie juist is dat het nog steeds een kwestie van afwachten is, als het om de inzet van Nunspeet gaat. Klopt het dat het enthousiasme er bij die gemeente nog niet van afdruipt? Wethouder Engberts benadrukt dat de vier gemeenten juist niet afwachten. Ze gaan door en hopen dat Nunspeet op het juiste moment aanhaakt. Op sommige punten is dat laatste ook gebeurd, maar niet op alle punten. Afronding De voorzitter constateert dat de rest van de begroting geen vragen meer oproept en dat het onderwerp voldoende besproken is. Het voorstel komt uiteraard als A-onderwerp terug in de raadsvergadering van 10 november.
04. Actualiteiten regionale samenwerking Er is een informerende nota van het college d.d. 4 oktober jl., maar daar zijn geen vragen of opmerkingen over. Ook zijn er verder geen vragen vanuit de commissie.
05. Terugblik raadsgesprekken en informatiebijeenkomsten Er is een raadsgesprek geweest over de leges in kader van de Omgevingswet; daar zijn geen opmerkingen over. 5
06. Mededelingen college Er zijn geen mededelingen van het college.
07. Rondvraag Voor de rondvraag zijn geen zaken aangemeld.
08. Verslag vorige vergadering en langetermijnagenda Het verslag van de vergadering van 21 juni 2022 wordt ongewijzigd vastgesteld. De langetermijnagenda levert geen vragen of opmerkingen op. De geel gearceerde punten worden door de commissie afgevoerd. Wethouder Engberts deelt nog mee dat er bij de i-dienst sprake is van een overschrijding ten opzichte van de begroting. Daar komt voor de tweede bestuursrapportage (van december) een uitgewerkte nota over.
09. Sluiting De voorzitter bedankt alle deelnemers aan de vergadering voor de goede inhoudelijke bespreking van de begroting. Hij sluit de vergadering om 20.35 uur.
Verslag ongewijzigd vastgesteld op 20 juni 2023
, griffier J. Tabak.
6