CConstaterende datOldebroek
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag 1 december 2021

Commissie Ruimtegebruik en Leefomgeving 1 december 2021, gemeente Oldebroek11.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAADSGRIFFIE COMMISSIE RUIMTEGEBRUIK EN LEEFOMGEVING Verslag van de openbare digitale vergadering van 1 december 2021 Aanwezig Leden (23/6)

:

Voorzitter Commissiegriffier Notulist College

: : : :

Ambt. onderst.

:

Tevens aanwezig Insprekers Publiek Pers

: : : :

de heren A.M. Boer, G.J.L. Dokter, J.A. Dijkstra, E.D. Doorneweerd, D.E. Doornwaard, P.H. Graansma, A. Heddema, A.J. Hellendoorn (vanaf 19.41 u.), W. van der Horst, H.G.P. Kemp, N.T. Schouten, G. Vlieger en H. Wijnne. de heer E.J. Ruitenberg. de heer J. Tabak. mevrouw R.H. Huisman-Geertsma. de heren B. Engberts en B. Bergkamp, en mevrouw E.G. Vos-van de Weg (wethouders). de heren F.P. Witteveen, J. Eikenaar, L. Visscher, W. Kamp, J. Korte, H. Kuipers en P. van Grootheest, en de dames M. Emming, M. Tangenberg, A. Nijhoff en I. Verhoeff. de heer P. Lensselink (gemeentesecretaris). - (livestream) -

Afwezig

:

-

01. Opening van de vergadering. De voorzitter opent de vergadering. Er zijn geen afmeldingen. 02. Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 03. Principeverzoek uitruil bouwmogelijkheden tussen de percelen Rustenburgsweg 104 en Vreeweg 9 in Oldebroek. Eerste termijn Het college vraagt de mening van deze commissie over dit voorstel. De heer Wijnne heeft twee vragen aan het college. De eerste gaat over het perceel aan de Rustenburgsweg, dat die nu niet passend zou zijn. In de beantwoording van de technische vragen wordt aangegeven dat er eventueel een kleine seniorenwoning zou passen. Terugkijkend naar 2011, vanuit de omgevingsvergunning, was er plek voor een kleine goedkope woning. Wat bedoelt het college dan met niet passend? De tweede vraag gaat over het bouwrecht dat wordt uitgeruild, dat is niet gebruikelijk. Geldt dat alleen voor deze locatie? Wethouder Engberts antwoordt: Het ‘niet passend zijn’ gaat over het stedenbouwkundig deel. Er zou een hele smalle woning kunnen passen. Maar als je naar het straatbeeld kijkt, dan is dat niet optimaal. Je zou nu niet meer op deze wijze vergunnen. Esthetisch is het niet passend. Over het bouwrecht verkopen: normaliter gebeurt dit niet. Maar dit is een situatie die verkregen is door de koop van het

1

perceel waar dit wel op lag. We zijn als gemeente gegaan voor het ‘ja, mits principe’. ‘Ja’ betekent: U moet een situatie bedenken waarin het mogelijk zou kunnen zijn dat er heel veel gedaan is aan kwaliteitsverbetering, ruimtelijke inpassing, het zorgen dat beide percelen optimaal bediend gaan worden. En alleen als dan het laatste zetje nog nodig is, kunnen we deze inzetten. Dat blijkt nu dus ook. Vreeweg heeft heel veel positieve kanten. Hij zou ook onder de ‘kleine inbreidingslocaties’ kunnen vallen, maar omdat dit perceel net niet binnen de bebouwde kom ligt, kan dit niet. Toch lijkt de omgeving heel veel op een bebouwde kom. Zo is deze afweging gemaakt. Heel veel onderdelen zijn voorbijgekomen. Net het laatste zetje geeft dit bouwrecht, dat het overgeplaatst wordt. Dat betekent ook dat het bouwrecht hier wordt beëindigd. De heer Dijkstra is zelf op de Rustenburgsweg geweest en vindt ook dat als er een woning zou komen, dat geen gezicht is voor de hele buurt. Het is inderdaad een uitruiling van bouwmogelijkheden. De situatie aan de Vreeweg leent zich wel voor bouw. Als daar een mooie woning komt te staan, zou het erg opknappen. Het CDA kan het hier wel mee eens zijn. De heer Kemp heeft een vraag: Als er een verzoek was geweest voor een woning in het buitengebied zonder uitruil, was het dan op de agenda gekomen? Ten tweede heeft hij een opmerking.

De VVD had wat opmerkingen en vragen over het VAB-beleid. Het college heeft aangegeven dat het VAB-beleid hier absoluut niet van toepassing is, dus dat is prima. Verder heeft hij nog een aantal opmerkingen uit het verhaal ‘ruimtelijke kwaliteit van de Vreeweg verbeteren’. Hij geeft aan dat dit puur een kwestie van smaak is. Het blijft een vreemde uitspraak dat als je het hebt over het buitengebied, je verdere verstening een verbetering noemt. De VVD vindt dit niet zo. In het rapport wordt gesproken over relatief dichte bebouwing binnen het buurtschap. Toch wil het college een extra woning toestaan en noemt het daarna ‘kwaliteitsverbetering’. De VVD vindt dit niet samengaan. Hoe ziet het college deze opmerking? De ruimtelijke kwaliteitsverbetering vindt hij dus discutabel. Is dit een bevinding van het college, of is het een opmerking van de landschapsarchitect? ‘De verplaatsing voorkomt verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit aan de Rustenburgsweg.’ Dit zou afbreuk doen aan het bebouwingsbeleid van dit gebied. Is het college ermee eens dat het überhaupt niet tot de mogelijkheden behoorde om nog te gaan bouwen aan de Rustenburgsweg? Het gaat dus sec en alleen maar over bouw aan de Vreeweg. Wethouder Engberts antwoordt dat als het sec een verzoek voor het buitengebied was geweest, er ook gekeken zou zijn naar wat er al stond.

In de hogere wetgeving en visies over buitengebied en verstening en wat precies bebouwde kom is, zit wel een verschuiving. Het college houdt nog steeds de rode contouren aan. Wat daar binnen ligt is binnengebied en wat erbuiten valt, buitengebied. Maar landelijk wordt er wel anders over gedacht en invulling aan gegeven. Dit gebied heeft de uitstraling van een binnengebied. Dat betekent dat er diverse vormen van beleid toegepast zouden kunnen worden. Het VAB-beleid werd genoemd, echter past dit daar niet binnen. Er is ook geen agrarische ondergrond. Indien je kijkt naar kleine inbreidingslocaties, kan je kan ook zeggen: Als je dit als bebouwde kom ziet, dan zou deze regelgeving hier van toepassing kunnen zijn. En dan zou dit zonder enige compensatie ingepast kunnen worden. Ten aanzien van verstening: er wordt 350m2 gesloopt, daar komen een woning en een bijgebouw voor terug. Het aantal vierkante meters, dus de verstening, loopt terug. Maar ook de uitstraling van het geheel en de situering op het perceel doen er toe. De kwaliteit gaat er dus op vooruit. Dat is de mening van het college. Ook wordt naar de omgeving gekeken, hoe die ervan kan profiteren dat dit een opwaardering betekent. Over verslechtering aan de Rustenburgsweg herhaalt de wethouder zijn opmerking over kleine inbreidingslocaties. De kavel is niet geschikt om er nog een tweede woning op te situeren.

Maar het recht ligt er nog wel. Het ‘ja, mits’ principe geldt hier, maar dat betekent niet: ‘ja, we gaan uw bouwblok verschuiven, mits’. Het is nu veel meer: ‘U hebt een hele mooie locatie gevonden, waar net iets niet kan. Dus ja, we willen daar naar kijken, mits u het bouwrecht van Rustenburgsweg 104 inlevert en gebruikt op de Vreeweg.’ Al met al wordt hier een stukje maatwerk geleverd ten aanzien van een situatie die net niet binnen de regelgeving past, maar wel een duidelijke compensatiemogelijkheid biedt op een andere locatie. Zo ontstaat een verbetering op beide locaties.

2

De heer Kemp is niet tevreden met het antwoord van de wethouder. De wethouder zegt namelijk dat de Vreeweg lijkt op binnengebied en op een inbreidingslocatie als dit binnen de bebouwde kom had gelegen. Maar er is beleid en het gebied voldoet dus allemaal niet aan die voorwaarden. Ook de fractie van de VVD is er geweest. En als er gekeken wordt naar de uitstraling van het gebied, dan vindt de VVD het geen kwaliteitsverbetering als er een woning tussen geplaatst wordt. Er vindt dan toch echt meer verstening plaats. De wethouder vindt het een opwaardering van de omgeving, de VVD vindt het tegenovergestelde. Het wordt volgeplempt. Dat is wel smaak, maar als dit opgeteld wordt bij het feit dat de bouw van een woning hier niet binnen het beleid past, dan snapt de VVD niet waarom er nog verder gegaan wordt met dit voorstel. Bij de Rustenburgsweg is het niet geschikt, maar dat is niet de schuld van de gemeente. De wethouder geeft aan dat het bouwrecht opgegeven moet worden, maar het mag toch duidelijk zijn dat als je ergens anders mag bouwen en je kan op je huidige locatie niet eens bouwen, dat je dat recht opgeeft. Wethouder Engberts wil toch nog even reageren. Het past inderdaad niet binnen het beleid. Als het wel gepast had, dan was het hier niet aan de orde geweest en had het college geen vraag gehad. De heer Boer is ook met de fractie langs de locaties gereden.

Normaal gesproken krijgt hij bij het woord ‘maatwerk’ de kriebels, maar in dit geval kan zijn fractie het wel volgen. De Rustenburgsweg is niet geschikt voor de bouw van nog een woning. De Vreeweg is wel buitengebied, echter is het een behoorlijke woonkern. Het bos krijgt ook een opwaardering en het wordt gesaneerd, daarom kan het plan de goedkeuring wegdragen. De heer Dokter snapt alle vragen van voorgaande partijen. Het voelt raar om het bouwrecht te verplaatsen. Wat is uiteindelijk het algemeen belang hier in? Moeten dit soort bewegingen overal toe worden gestaan, dat rechten uitruilbaar zijn? Aan de andere kant, laten we omgevingsvergunningen van 10 jaar oud altijd lopen of gaan we daar in onze omgevingsvisie nog wat mee doen? De beantwoording overtuigt hem nog niet echt. Het blijft een rare uitruil. De Vreeweg is eigenlijk buitengebied, maar dan wordt er ineens gezegd ‘het lijkt op een dorp’. Dat is wel maatwerk, echter moet je dan wel heel duidelijk zijn. Anders krijg je precedentwerking van allerlei uitruilprojecten. Het is ook niet zo dat de Rustenburgsweg en de Vreeweg naast elkaar liggen. Wat zijn voor de grenzen van beleid? Is er bij de Rustenburgsweg wel echt een probleem dat de gemeente op moet lossen? Zo niet, dan voelt de uitruil wel heel erg raar en was het natuurlijker geweest om alleen over de Vreeweg te spreken. Nu voelt het door de uitruil vreemd aan.

Hij vraagt of de wethouder het deel van het algemeen belang aan de Rustenburgsweg nog wat beter uit kan leggen, zodat zijn fractie er misschien een beter gevoel bij krijgt. Wethouder Engberts geeft aan dat het algemeen belang is dat aan het nieuwe perceel aan de Vreeweg een kwaliteitsslag wordt gemaakt. Er moet een erfinrichtingsplan komen, er moet aandacht zijn voor de omgeving: veel groen, herstel en behoud van groen, het laten floreren daarvan. Dat is een aspect wat heel duidelijk wordt aangepakt. Daarnaast is er ook een woningtekort. Wanneer een woning wel gerealiseerd kan worden, is dat ook een maatschappelijk belang. Het is er nu één, maar het kan ook straks bij meerdere gebeuren. Initiatieven die er zijn, die mogelijkheden bieden, kun je hier onder scharen. Maar het gaat in de eerste plaats om het opknappen van de omgeving, het aanpassen daarvan zodat kwaliteit ontstaat. Dat is een voorbeeld waarin je ervan uit kan gaan dat de hele omgeving ervan verbetert. De wethouder gaat verder nog in op de mogelijke precedentwerking. Er zijn bijna geen bouwrechten die er al zo lang liggen en niet ingevuld zijn. Het college gaat in principe niet zomaar meewerken aan bouwrechtverplaatsing. Dat moet voldoende onderbouwd zijn. De heer Vlieger vindt het niet kunnen bouwen het risico van de ondernemer. De SGP had ook de vraag over precedentwerking.

De huidige eigenaar heeft het gekocht van een persoon die dit perceel geërfd had. Hij wist van de situatie, dat er eventueel een tweede huis gebouwd mocht worden, maar die mogelijkheid is er nu niet meer door de situatie zoals die er nu ligt. Moet de gemeente er dan in meegaan om dit op te lossen? Binnen de bebouwde kom was dit een plan geweest wat 1 op 1 was doorgegaan. Toch ziet de SGP ook wel dat het een kwalitatieve impuls is voor het buitengebied. De SGP is tegen verstening, echter dit plan heeft wel een positief effect op de natuur, biodiversiteit en

3

landschap. Ook de locatie aan de Vreeweg maakt dat het niet heel veel anders wordt dan de situatie al is. Het zal dus al met al een verbetering zijn. De SGP is overwegend positief. Tweede termijn De heer Wijnne vindt dat wat de ChristenUnie betreft een omgevingsvergunning niet verplaatsbaar is. In sommige gevallen is het prima als de situatie schrijnend is, maar in deze situatie is het niet echt passend. Het is het risico van de ondernemer en keuze van de inwoner zelf. Die wilde niet eerder bouwen toen het nog wel passend was. Het is geen reden om te zeggen dat er wel op een andere plek gebouwd kan worden waar dat volgens het beleid niet mag. De ChristenUnie is bang dat dit voor precedentwerking zorgt en staat er kritisch in. De heer Kemp zegt dat de antwoorden van de wethouder hem niet gerust stemmen. Als je goed rondkijkt in de omgeving van de Vreeweg, dan is het typerende open gebied juist een kwaliteit. Een woning er tussen plaatsen is verstening van buitengebied. Over het bouwrecht: In 2009 is de woning verkocht en er was toen een bouwrecht. De vergunning dateert van die tijd. De eigenaar heeft toen zelf de locatie opgewaardeerd. Daar paste geen andere bouw meer, gezien de bijgebouwen. De bewoner heeft dus zelf het bouwrecht daar onmogelijk gemaakt. En dus is het bouwrecht vergeven en van de baan. Dus eigenlijk gaat het hier nu om een extra woning in buitengebied.

Kwaliteitsverbetering is niet aangetoond wat betreft de VVD. Het argument ‘We hebben een woningtekort’: daar kweek je precedent mee. Met dit argument kan namelijk elke bouwvergunning aangevraagd worden. Hij is met dit principeverzoek heel voorzichtig en zegt in eerste instantie nee. De heer Dokter herhaalt het verhaal van de VVD. Hij voegt toe dat in dit geval een goedkope woning uitgeruild wordt voor een duurdere. Er is dus duidelijk een financieel belang. Zijn partij heeft dezelfde mening als de VVD. Het is een onbegrijpelijke uitruil en dient geen algemeen belang. Hij adviseert dit niet te doen. De voorzitter vat samen dat het advies van deze commissie erg verdeeld is en wenst het college wijsheid in de te nemen besluiten. 04. Vaststelling Toekomstvisie kern Oldebroek. Eerste termijn De heer Doornwaard geeft aan dat de SGP veel technische vragen had en dankt het college voor de beantwoording. Het is positief dat er een visie ligt, maar hij heeft nog wel wat vragen. Als eerste over de Zuiderzeestraatweg. De provincie is ook met een onderzoek bezig, meer richting Wezep. In hoeverre is de provincie aan zet om maatregelen te nemen waardoor het doorgaand vrachtverkeer wordt tegengegaan? Er wordt gesproken over afwaarderen van de Zuiderzeestraatweg. Zijn daar gesprekken over met de provincie om daar wat mee te doen? De SGP vroeg om objectieve cijfers, en die zijn er niet.

Er kwam vooral het één en ander in gesprekken naar voren. Dat zijn ook gegevens, maar is het niet noodzakelijk ook cijfers te hebben zodat er onderzoeken plaatsvinden in hoeverre het daadwerkelijk een rol speelt? Dan de vragen over het centrum: In de beantwoording blijkt dat het voornamelijk een visie is voor het centrum. Wat de SGP betreft gaat het om de kern Oldebroek, dat is breder dan het centrum. Er is ook gevraagd naar de vraag over het afwegingskader, wat verder geconcretiseerd is met betrekking tot het centrumgebied. In de beantwoording staat: ‘Om niet gelijktijdig met de toekomstvisie nog een apart communicatietraject te starten, is deze meegenomen in de toekomstvisie. Met de ontvangen input werken wij het ontwikkelkader verder uit.’ De heer Doornwaard vraagt of het college dit toe kan lichten. Waar wordt op gedoeld? Welk separaat traject had er anders gelopen als het gaat om het centrum? Dan de vraag met betrekking tot de proeftuin. Eigenlijk wordt er gezegd ‘We staan open voor nieuwe ontwikkelingen.’ Dan wordt dat dus meegenomen. Maar in hoeverre is de kern, of het gebied waar die proeftuin is, nou ook geschikt om als proeftuin te dienen? Waaruit blijkt dat? Kan de omgeving dat aan?

4

In de beantwoording op de vragen over met name de Talter geeft de wethouder aan dat dit in de visie wordt genoemd. Maar dan wel in het kader van het verplaatsen van die maatschappelijke functies naar het centrum. De SGP vroeg wat voor effect het heeft als je die functies die nu gecentreerd zijn bij de Talter, daar gaat weghalen. Welk doel heb je dan met de Talter? Waarom is er niet gekeken om juist bij de Talter meer die maatschappelijke functies te creëren en daar op te richten? Dat is meer voor de hand liggend omdat de Talter al een behoorlijke plek heeft. Over de westrand: er was een heel mooi voorstel een paar vergaderingen geleden, maar nu is er een visie en die zegt net wat anders dan het voorstel. Het is in ieder geval anders dan de informatie die we destijds kregen. Hoe ziet het college die twee bij elkaar? Kunnen we zo makkelijk afwijken van de visie die nu voor ons ligt, door te zeggen ‘het bevalt ons niet, we doen toch maar het voorstel zoals dat er lag?’ Wat is de status van deze visie? Wethouder Engberts begint met de vragen over de Zuiderzeestraatweg. Het vervolgtraject ten aanzien van het verkeer loopt hier parallel aan. Deze is expres geknipt, anders hield het de visie over de kern van Oldebroek op. Onder het regionale beeld over vrachtverkeer etc. moeten cijfers liggen, die komen bij de provincie vandaan. Objectieve cijfers zijn nodig.

Wat zijn nu de verkeersstromen, hoe is de toename van vracht- en persoonsvervoer. We moeten dan echt een huidige telling hebben. En die moet uitgebreider zijn, ook ten aanzien van andere verkeersstromen op andere wegen. Want als je de ene weg afsluit, wordt de andere weer drukker. Daar moet goed naar gekeken worden. Dat komt ook in het verkeersrapport over wel of geen rondweg. Daar moet nog nadere studie naar gedaan worden. Over het centrum: Er is een ontwikkelrichting, vanwege gesprekken die lopen ten aanzien van gebouwen en eigenaren midden in het centrum, hoe daarmee te handelen, om dit meer vorm te laten krijgen. In die zin is het een ander traject. Maar in de enquête is het samengevoegd om te kijken ‘wat is er nou nodig in het centrum’. Daar kwam uit dat ten aanzien van gezondheid, een gezondheidscentrum zou moeten worden gezocht. Dat komt in een vervolgstadium. Met meer kaders erin hoe ontwikkelingen gezien worden. Over de proeftuin om zorg in te vullen: de vraag is hoe we hier flexibel mee om kunnen gaan. Zijn er mogelijkheden, hoe kunnen die ontstaan? Er komen vragen naar ons toe of er een toevoeging van zorg mogelijk is in het centrum. En dan vooral binnen het ontwikkelkader wat nog opgezet wordt voor het centrum van Oldebroek.

Over de maatschappelijke functies in de Talter: Het is niet de bedoeling om functies te verplaatsen die er nu al zijn, tenminste niet vanuit de Talter. Er komt geen bouw voor leegstand. Dat moet voorkomen worden. We moeten kijken naar waar we voorzieningen nodig hebben, welke dan, en zijn die er nog niet? Als die er wel zijn, is het dan handig om ze te bundelen? En om ze dan vanuit elders naar het centrum te halen en ze te combineren in één gebouw? Daar kan je voordelen behalen. De locaties die dan vrijkomen moet je weer op een goede manier invullen. Maar het is niet zo dat we functies uit de Talter weghalen en dat die maar leegstand moet accepteren. De westrand: De opmerkingen die gemaakt worden over de Bovenstraatweg, het zicht daarop en de landelijkheid, daar kan je nog een eindje naar toe manoeuvreren. West 3 is nu behoorlijk ingekaderd op dit moment, want we kijken alleen naar onze eigen gronden. Maar er moet ook gekeken worden naar waar we in de toekomst uitleg moeten laten plaatsvinden. Dat is nu nog niet aan de orde. Maar in de toekomst worden er wel mogelijkheden gezien, ook aan de noordkant. De wethouder vindt dat in een visie als dit daar nog even van weggebleven moet worden. Dit is nog geen doorkijk naar de toekomstige ontwikkelmogelijkheden.

Hij is nu nog ingekaderd op de kern, zoals die er nu bij ligt en waarin gezinspeeld wordt op kleine ontwikkelingen en tussenvoegingen. De heer Heddema vraagt zich af hoe je van een lint een centrum maakt, waarbij je ook moet constateren dat de weg die gezorgd heeft voor dat lint, alsmaar drukker is geworden in de afgelopen jaren. Dat doe je volgens hem door het stuur te pakken. Het college heeft een prima zet gedaan door dit afwegingskader te formuleren. De Zuiderzeestraatweg speelt een essentiële rol bij de ontwikkeling van de kern Oldebroek. Er is nu gekozen een ‘en-en’ benadering. Dus het beschrijven van de rondwegsituatie, maar ook het beschrijven van het afwaarderen van de Zuiderzeestraatweg zelf. Het is voor ABO duidelijk dat de enige oplossing een rondweg is. Anders wordt het pappen en nathouden. Door verdere filevorming op de A28 neemt in de avondspits het verkeer steeds meer de afslag ’t

5

Harde en wordt het drukker op de Zuiderzeestraatweg richting Wezep en verder. Daarmee wordt het onleefbaarder en is de wens om een mooi centrum voor Oldebroek te maken steeds lastiger te realiseren. Er horen dus keuzes bij en er liggen nu goede keuzes die ABO kan volgen. In een ander dossier gaat het over actief grondbeleid. Hij wil het college adviseren hier een actief beleid op te voeren. Daar waar kansen zijn, ook bij onroerend goed, zou men de discussie met elkaar aan kunnen gaan om te kijken of de gemeente niet nog een actievere rol moet gaan spelen om te bereiken wat hier in de visie staat. De basisingrediënten liggen er, maar er moet het nodige mee gebeuren om alles leefbaarder te maken, meer veiligheid voor overstekende burgers. Hij heeft nog een suggestie over de rondweg: er ligt een spanningsveld als je dat aanlegt in het weiland met betrekking tot zichtlijnen. Een half verdiepte ligging van zo’n rondweg is ook een optie. Graag krijgt hij daar een reactie op. Verder heeft hij geen specifieke vragen over de inhoud. In het verlengde wordt nog gesteld dat er een beeldkwaliteitsplan kan komen. Er is vertrouwen in de kwaliteit van het bureau dat dit opgesteld heeft om dat te doen. Maar het is zinvol om eerst af te wachten of die rondweg er wel of niet komt. Dan pas moet er overgegaan worden op de volgende stap als het gaat om de uitwerking van het beeldkwaliteitsplan.

Want zo’n rondweg heeft een essentiële rol bij de verdere vorming van het centrum van Oldebroek. ABO is blij met het rapport en steunt de richting ervan. Wethouder Engberts geeft aan dat een verdieping een technische uitvoering is. Maar een suggestie als deze zal zeker meegenomen worden. Echter brengt dit ook extra kosten mee. Hij denkt dat de plannen voor de rondweg en een beeldkwaliteitsplan parallel kunnen lopen. Aan het onderzoek naar de rondweg en een verkeersoplossing binnen het centrum wordt voorrang gegeven. Om daar iets te doen aan veiligheid, zoals het weren van vrachtverkeer en landbouwverkeer. Want die zorgen voor gevaarlijke situaties. De heer Heddema vindt het jammer dat de wethouder voorbijgaat aan het feit dat het niet alleen gaat om vrachtverkeer en landbouwverkeer. Het gaat ook om de hoge intensiteit van het personenvervoer, dat alleen maar toe zal nemen. Verder heeft hij een suggestie gedaan over een actiever beleid wat de gemeente zou kunnen voeren, als het gaat om kansen pakken. Ook daar wil hij graag nog een reactie op. Wethouder Engberts herhaalt zijn eerdere antwoord dat ook de andere wegen meegenomen moeten worden in de tellingen. Als je afsluit, wat gaat er dan ergens anders gebeuren? Ook wat betreft cijfers op de A28. Dat wordt zeker meegenomen.

Over actief beleid op grond en onroerend goed antwoordt hij, dat er een aantal plekken die in beeld zijn en waar gesprekken over gevoerd worden met eigenaren en ontwikkelaars, ook wordt gepraat over deze visie zodat er ontwikkeld wordt binnen deze visie. Daar wordt goed gekeken of de gemeente daar actief beleid in moet voeren en als dat meer houvast en regie oplevert, dan gebeurt dat ook. Maar daar is ook de raad voor nodig, want als er iets aangekocht moet worden moeten er ook de financiële middelen voor verkregen worden. Er worden geen risico’s genomen, maar er wordt wel ingespeeld op deze visie. De heer Dokter vindt het goed om een visie te hebben. Maar dit is eigenlijk ook wel een visie zonder al te veel toekomstvisie. De Zuiderzeestraatweg doet er toe en de discussie over de rondweg is van de laatste tientallen jaren. Dat is niet voor niks. De provincie heeft gezegd dat de Zuiderzeestraatweg een tachtigkilometerweg moet blijven, alleen niet in de kern van Oldebroek. Maar het is een weg met een hoge verkeersintensiteit. Er spelen hoge belangen. Ondernemers vinden een rondweg heel wat als die om hen heen aangelegd wordt. Er is heel wat te bespreken. Uiteindelijk is het een kern met veel activiteit, maar daar loopt die weg tussendoor. Het is heel erg opletten op bepaalde stukken dat je geen fietsers of voetgangers meeneemt.

Het is geen mooie situatie en een visie over het dorp is sowieso nodig. Als de Zuiderzeestraatweg zo blijft als die nu is, moet je niet veel verder meer concentreren om die weg heen. Dat mist zijn fractie in de visie. Het is eigenlijk een toekomstvisie minus Zuiderzeestraatweg en rondweg. De discussie kan nog niet afgemaakt worden. Het is ook geen besluit dat je makkelijk neemt. Het is een belangrijke discussie en getallen ontbreken nog. Maar dat het er druk is en niet veilig, weet iedereen. Hij steunt het voorstel wel omdat het goed is dat er een visie ligt op Oldebroek centrum,

6

maar benadrukt dat het belangrijk is om in de visie het er ook over te hebben dat activiteiten in het centrum niet toe moeten nemen als de Zuiderzeestraatweg zo druk blijft. Als de provincie geen verandering wil en er geen rondweg komt, dan moet de Zuiderzeestraatweg veiliger worden. Of het breder bekijken, ook als het gaat om bijvoorbeeld onderwijs, dat dat niet in het centrum geconcentreerd wordt. De heer Graansma vindt de visie boeiend om te lezen. Ook zijn fractie loopt aan tegen het feit hoe er om moet worden gegaan met de verkeersafwikkeling. Wat voor status heeft dit voorstel als we nog aan de gang moeten met een keuze over het verkeer? De provincie heeft een voorkeur voor doorstroom en snelheid op de weg. Is de provincie wel bereid om mee te werken aan een doorstroom naar een dertigkilometerweg als er geen rondweg komt? In de stukken wordt gezegd dat als het een dertigkilometerweg wordt, de weg naar de gemeente toe gaat. Wat gaat dat kosten? Een vraag over het landbouwverkeer: deze kan worden geweerd uit het centrum, staat in de plannen. Dat kan als er een rondweg is. Als die er niet ligt, gaat dit verkeer over allerlei binnenwegen die niet voorzien zijn van fietspaden enz. Er worden voorbeelden van investeringsregelingen gegeven voor het gebruiken van achterliggende locaties van woningbouw, of verplaatsing van ondernemers.

Heeft de wethouder er zicht op of hier geld uit de provincie of regio Zwolle voor is? Ook voor bijvoorbeeld de rondweg. Wat voor potjes kunnen er aangeboord worden? Over economische gevolgen door een rondweg staat in het stuk dat dit een positief/negatief verhaal is. Het dorpshart zou net zoveel klanten moeten trekken als nu. Is dat ergens in een onderzoek terug te vinden of is het een aanname? Over de status van dit stuk: als we dit nu aannemen, ligt deze visie hierna vast of kan er in de toekomst nog wat anders bedacht worden? Wethouder Engberts antwoordt dat de toekomstvisie die hier nu ligt echt gaat over ruimtelijke ordening binnen de kern Oldebroek. Hiermee kunnen afwegingen gemaakt worden of ze passend zijn, als het gaat om ontwikkelingen die gaande zijn of starten. Over de verkeersafwikkeling: er komt nog nader onderzoek. Er zijn nog geen beslissingen genomen. Of de gemeente bereid is om de weg af te schalen, daar zijn al wel gesprekken over geweest maar er zijn nog geen beslissingen genomen. Het hangt ook af van het hele plaatje wat erbij hoort, wel of geen rondweg, kostenaspecten, verkeersintensiteiten enz., welke treden op en wat moet je daar onder leggen? Als de weg als dertigkilometerweg van de gemeente wordt, dan hangt daar een kostenplaatje aan van onderhoud en beheer. Daar zijn wel richtlijnen enz. voor die dan ook gepresenteerd zullen worden.

Het landbouwverkeer weren: Dit hoort ook bij die afweging. Als er geen rondweg komt moet dit verkeer om de kern heen. Dat geeft problematische dingen die dan nog opgelost moeten worden. Dit moet meegenomen worden in het onderzoek. Kijken of het wel een verbetering is of juist niet. Dat het dorpshart meer aantrekkelijk moet zijn of blijven, heeft niet alleen te maken met verkeer, maar ook met eigen indeling. Is het gemakkelijk om te parkeren, boodschappen te doen, zijn winkels goed bereikbaar, enzovoort. Dat wordt meegenomen als het onderzoek naar verkeersaspecten binnen het centrum en eventueel de rondweg er is. Dan worden die twee tegen elkaar afgezet en moet de raad een keuze maken, het één of het ander. Wat nu voorligt is juist de ruimtelijke inkleuring, en ook transities die er plaats kunnen vinden. Die zijn niet van zodanig grootschalige orde dat er een grote toename van verkeer zal zijn. Richting de toekomst moet er nog een beeld gevormd worden over de rondweg en het centrum. De heer Graansma zit nog met de ruimtelijke transitie. Daar zitten ook aspecten van wonen en dergelijke in. Dan is het wel van belang hoe die weg er uit komt te zien. Je kan beperkt worden in wonen als het verkeer er volop doorheen gaat, als je niet terug kan gaan naar een dertigkilometerweg. Wethouder Engberts denkt ook dat dat aan de orde zou kunnen zijn.

Maar het is nu nog niet bekend wat er besloten gaat worden. Dus bij ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de verkeersintensiteit en geluidsbelasting die er nu is. De heer Kemp heeft een opmerking over het taalgebruik. Hij hoopt dat als mensen hebben deelgenomen aan de enquête en de visie daadwerkelijk lezen, dat ze zichzelf er in terug kunnen

7

vinden. Het taalgebruik vindt hij ‘jaren 90 stijl’. Hij stelt voor dat voordat er een visie opgesteld wordt, er wordt gekeken naar de leesbaarheid voor de mensen over wie het gaat. Over de rondweg en dergelijke: deze heeft super economische gevolgen. Ruimtelijk en maatschappelijk. Verkeerstechnisch, op veiligheidsgebied, enzovoort. Dat heeft een ongelooflijke invloed op de visie. Ziet het college dit ook? Zonder dit verhaal vindt hij dat je geen visie vast kan stellen. Een toekomstvisie is een blik vooruit en dan kun je de helft niet weglaten. Hij had graag inhoudelijk geweten wat winkeliers en huisartsen vonden van conclusies uit dit rapport. Ook van het maatschappelijk veld: hoe kijken scholen er tegenaan? Waarom staat er niks in over ondernemers en klandizie? Als bijvoorbeeld een ondernemer failliet gaat door een rondweg, of, omdat het gaat over een langetermijnvisie, als een ondernemer al gestopt is, hoe gaat de gemeente daarmee om? Is daar naar gevraagd? Blijven winkeliers wel, gaan ze wel mee naar het nieuwe centrum? Ondernemers verplaatsen lijkt de VVD kansloos. Hoe omschrijft het college dit, hoe er tegenaan gekeken wordt en wie eventuele verplaatsing gaat betalen? Over een gezondheidscentrum in het centrum: wat is de visie van huisartsen en apothekers? Als zij al nee zeggen, dan kan de gemeente een mooie visie hebben, maar dan schiet niemand er wat mee op.

De opmerking uit de enquête die niet weersproken is in het rapport: er is veel geïnvesteerd in de Timotheüsschool, er is een grote investering geweest met betrekking tot sloop van basisschool de Regenboog en nieuwbouw. Toch staan er opmerkingen als: ‘Het is een prima idee dat de Regenboog er komt, met name de kinderen naar school brengen, want dan kan er gelijk boodschappen gedaan worden.’ Maar elders in hetzelfde rapport wordt uitplaatsing van de scholen bepleit, want dat zou weer beter zijn voor de veiligheid. Daar kan je geen visie op bouwen. De conclusie van de VVD is: Hoewel de VVD best blij is met een visie, is de VVD ook van mening dat je de inhoud van deze visie niet zo kunt vaststellen. Er staat veel te weinig in waar je echt wat mee kan. Het is meer een droom die alle kanten op kan gaat. Aan een visie moet je vast kunnen houden in de toekomst met nieuwe initiatieven. En daar voldoet deze visie niet aan. Wethouder Engberts antwoordt dat de effecten van een rondweg nog onvoldoende geduid kunnen worden, maar de invloed op de visie vindt hij niet te groot. Hij herhaalt dat de ruimtelijke ontwikkeling van bestaande bebouwde omgeving centraal staat. Over de maatschappelijke inbreng antwoordt hij dat zelfs in overleggen die er geweest zijn, mensen geen ruimte nemen om die in te vullen. Ze willen hun eigen spoor trekken ten aanzien van heel veel dingen.

Belangengroepen, detaillisten, scholen etc. is mee gesproken. Zij konden de enquête invullen. Maar die was anoniem. Dat alles brengt het college tot afwegingen en kaders en een visie die alleen maar een richting aangeeft. Er wordt niet in vastgelegd wie waarheen verhuist etc. Alleen de mogelijkheid om te transformeren wordt geduid. De heer Kemp interrumpeert: Meent u dat zij (de detaillisten) echt aangeven dat niemand iets te maken heeft met hun toekomstplannen? Wethouder Engberts verduidelijkt zijn antwoord dat in overleggen waarmee je met verschillende partijen om tafel zit, geen belanghebbende zijn persoonlijke situatie op tafel gaat leggen. Persoonlijke meningen zijn hier niet genoemd. Er wordt een algemeen beeld gegeven. De heer Kemp vraagt: Dus met persoonlijke belangen en visies wordt niets gedaan? Dit is dus een algemeen belang visie, en u spreekt pas later met mensen hierover? Wethouder Engberts zegt dat het niet zo is dat daar niets van opgenomen is. Maar alles is geanonimiseerd. Uitspraken die gedaan zijn aan tafel en in de enquêtes zijn wel degelijk gewogen en er is gekeken of daar kansen in zitten om die mee te nemen. De heer Heddema had de verwachting dat met het presenteren van deze visie, die mag rekenen op een brede steun uit de samenleving, er een gedragen visie is.

Het is toch niet alleen een visie van het college? En dat er straks geen draagvlak is? Wethouder Engberts herhaalt dat het college veelvuldig in gesprek is geweest. Het concept zoals dat er nu ligt is ook gedeeld. Er is geen inspraak vanavond. Dus er is geen partij die het er niet mee eens is. De heer Van der Horst zegt dat het CDA blij is met de visie. Maar de nekharen gaan wel overeind bij het feit dat de Zuiderzeestraatweg als beslissing niet meegenomen wordt. Die is wel onlosmakelijk

8

verbonden. Zijn vraag is op welke termijn de verwachting is dat er een visie komt over de rondweg en de verkeersdoorstroming zelf? Het CDA mist de oostkant van Oldebroek. Het zijn mogelijk wel uitleglocaties in de toekomst. Is er een visie hierover in ontwikkeling? Wethouder Engberts kan geen termijn geven over de rondweg. Wel geeft hij de toezegging dat voordat er bij de raadsvergadering een besluit genomen wordt, er een termijn doorgegeven wordt, wanneer er een onderzoek gereed zou kunnen zijn. Over de oostkant van Oldebroek: als het CDA daar mogelijkheden ziet, is de fractie vrij daarin iets toe te voegen. Graag wel voorbereid, zodat er besluitvorming gemaakt kan worden. Hij hoort dit graag met argumenten eronder en dan kan hij kijken of er een aanpassing noodzakelijk is. De heer Van der Horst vraagt zich af of dit de goede volgorde is. Nu vraagt de wethouder het aan het CDA terwijl er een rapport opgezet wordt door deskundigen. Is dat niet goed genoeg? De voorzitter verduidelijkt dat hij de opmerking van de commissie meer ziet als dat wanneer het CDA een ontwikkeling zou willen, deze fractie dan vast ergens aan denkt. En dan is dit het moment om daarover te discussiëren. De heer Van der Horst antwoordt dat wat het CDA betreft daar mogelijkheid ligt tot nieuwbouw. Het gaat om het gebied achter de nieuwe brandweerkazerne.

De voorzitter stelt dit voor als discussiepunt voor de tweede termijn. Tweede termijn De heer Doornwaard vraagt zich af wat men onder een visie verstaat. De wethouder zegt dat het om ruimtelijke ontwikkeling van de bebouwde omgeving gaat. Het is belangrijk om dat in het achterhoofd te houden. Dat betekent dat er met deze visie aangegeven wordt hoe je op de korte en middellange termijn hiermee om wil gaan. De Zuiderzeestraatweg is hierin wel een hele belangrijke. En daarin zit ook de provincie aan tafel. Misschien is deze visie wel het instrument om de provincie tot spoed te manen zodat Oldebroek duidelijk krijgt hoe het met de visie verder kan gaan. De bottleneck hierin is de provincie, die weet niet goed hoe om moet worden gegaan met de Zuiderzeestraatweg. Die is het knelpunt en de provincie wil deze op 80 kilometer houden. Maar Oldebroek wil wel verder. In het centrum wil de gemeente verder ontwikkelen. Als de provincie niks wil, moet de gemeente daarop acteren en dan is de oostkant onderbelicht. In eerste instantie is gekeken naar het centrum, omdat daar de meeste knelpunten zijn. De wethouder ziet mogelijkheden om bepaalde richtingen op te gaan, met deze visie als afwegingskader. Daarom is de SGP wel blij met de visie die er nu ligt, echter vindt dat de Zuiderzeestraatweg niet vooruit moet worden geschoven.

Misschien kan deze visie helpen om daarover een besluit te bespoedigen en de provincie aan het werk te zetten. Hij wil graag ook weten wie er precies vindt dat de rondweg er moet komen. De conclusie is dat er een visie ligt die nog wat summier is, en waar pas echt mee verder gewerkt kan worden als er een beslissing is genomen over de Zuiderzeestraatweg. De heer Heddema vindt het jammer dat de heer Doornwaard nog niet met hem mee wil gaan dat de rondweg er moet komen. Als het gaat om afwaarderen of een rondweg: we hebben al te maken met een afgewaardeerde Zuiderzeestraatweg. Op veel punten haal je al de 30 kilometer per uur niet. Er zijn al veel ingrepen gedaan om een soort shared space situatie te creëren. Verder afwaarderen is dus fictie. Verder kan je alleen nog landbouwverkeer en vrachtwagens weren, maar dan creëer je ook onwenselijke situaties. De heer Doornwaard interrumpeert en vindt dat de heer Heddema de werkelijkheid aangaande de Zuiderzeestraatweg en de werkelijkheid van de provincie door elkaar haalt. De heer Heddema beschrijft dat er gevaarlijke situaties voorkomen. Dit moet dan wel in cijfers zichtbaar worden en dan moet de provincie dat ook onderkennen, want die is het op papier nog niet met de heer Heddema eens. De voorzitter stelt voor om de discussie over wel of geen rondweg op een later tijdstip te herhalen.

De heer Heddema benadrukt dat er met elkaar gezegd wordt dat de rondweg van essentieel belang is voor deze visie. Zaken moeten niet kunstmatig gescheiden worden. Er moeten nog discussies op een later tijdstip plaatsvinden, maar het is van groot belang dat gezamenlijk wordt vastgesteld hoe er

9

aangekeken wordt tegen die Zuiderzeestraatweg. Bijna-ongelukken worden cijfermatig niet bijgehouden. Er is regelmatig conflict tussen wegverkeer en langzaam verkeer. Hopelijk komt de provincie ook tot dit besef en dat kan alleen als de raad eensluidend kan zijn dat Oldebroek gebaat is bij een verkeersveilige situatie. Hij gaat nog in op zijn suggestie over de half verdiepte rondweg. Dit is iets anders dan een verdiepte. Je houdt dan wel zicht op achterland, maar het geeft minder kosten. De heer Dokter vindt de Zuiderzeestraatweg van megabelang. De provincie is daarbij nodig. En het is belangrijk voor de visie, dat als de Zuiderzeestraatweg niet verandert, er niets in het centrum geconcentreerd wordt wat het daar nog drukker maakt. Maar die discussie komt nog. Een raadsbesluit wordt genomen over de visie die voorligt, echter echte keuzes kunnen pas gemaakt worden als er over de rondweg/Zuiderzeestraatweg beslissingen zijn genomen. Hij wil nog niet roepen dat de rondweg er moet komen, want er moet eerst naar alle feiten en cijfers gekeken worden. En als Oldebroek het zelf moet betalen, gaat dat niet lukken. De heer Graansma vindt ook dat de visie is verbonden met de Zuiderzeestraatweg en daar moet meer zekerheid over komen voordat er verdere besluiten worden genomen.

Op zich is de ChristenUnie wel voorstander van een rondweg, maar wie betaalt dat? De heer Kemp vindt dat als de komende raadsvergadering ingestemd wordt, dit de kapstok is voor de toekomst. Er zitten zoveel onzekerheden in, je kan er geen beleid aan koppelen. Hij vindt de visie nog niet rijp om ter inzage te leggen. Er moeten eerst cijfers komen. En meer duidelijkheid over de Zuiderzeestraatweg. Hij wil ook weten hoe de provincie er tegenaan kijkt. Van deze visie gaat geen kracht uit. Hij vraagt zich af of het college deze mening kan onderschrijven. De heer Van der Horst vindt het fijn dat de wethouder een termijn aan wil geven waarin er gesproken wordt over de rondweg. Het is een visie, een stip op de horizon en die wordt nog niet helderder. Hij neemt het mee terug naar de fractie. Over de oostkant, daar wil hij ook nog over praten. Het CDA ziet mogelijkheden. De voorzitter heeft deze discussie nog beloofd, die kan misschien op een ander moment nog gevoerd worden, of in de raad. De voorzitter zegt dat hij andere partijen heeft uitgedaagd om te reageren op het voorstel, maar er is geen reactie gekomen. Wethouder Engberts zegt bij het punt over de Zuiderzeestraatweg, dat de gemeente aan het stuur wil zitten en bij de provincie aandacht wil vestigen hiervoor en aan tafel uit wil nodigen om hierover te spreken. Dat komt verder in de notitie over de termijn.

Over de uitleglocaties aan de oostkant: daar moet over gesproken worden in de commissie waarin over uitleglocaties wordt gesproken. Of de visie nu rijp is voor besluitvorming? Het college vindt dat dit een heel goed kader biedt voor de eerste kleine ontwikkelingen die plaatsvinden. Als we kunnen constateren dat er een afname van verkeer plaatsvindt, dan zouden we juist wel mogelijkheden daarvoor kunnen bieden, op grond van deze afwegingen. Maar als er meer verkeer verwacht moet worden op een locatie die de Zuiderzeestraatweg nog meer gaat belasten, dan kunnen we die ontwikkelingen nog niet in gang zetten. Want dan moeten we eerst het onderzoek ten aanzien van het verkeer en het besluit daarover afwachten. Maar de visie kan wel degelijk richting bieden voor ontwikkelingen die kleinschalig zijn en waarbij de verkeersbewegingen verminderen. De voorzitter geeft aan dat meerdere partijen dit mee willen nemen naar hun eigen fractie voordat ze een oordeel kunnen geven. Het besluit wordt meegenomen als A-stuk voor de raadsvergadering van 16 december. 05. Proces verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle en gebiedsverkenning Kop van de Veluwe. Eerste termijn De heer Kemp verwijst naar 17 november. Deze avond was zeer informatief, met uitzondering van de presentatie over het gebruik en de inzet van agrarische gebouwen en het landschap voor de woningbouw.

Kansen en bedreigingen zijn gelukkig wel benoemd, maar deze deelpresentatie ging niet door en dat vond de VVD bijzonder spijtig. Deze was namelijk specifiek van toepassing op de

10

gemeente Oldebroek. De VVD kijkt met grote belangstelling naar het 1e en 2e kwartaal 2022, wanneer de investeringsagenda 2.0 wordt vastgesteld. Tot zover steunt de VVD het proces. De heer Dokter vindt dat de gemeente en de raad hier een visie in moeten hebben en keuzes moeten maken die veelomvattend zijn. Hij is blij dat het college aangehaakt is bij de Kop van de Veluwe en goed samenwerkt. Of we wel of niet willen meedoen, we spelen er een rol in. Er zitten voordelen aan, maar ook risico’s. Tot nu toe wordt de raad goed meegenomen. De gemeenschap moet ook beseffen dat we hiermee bezig zijn. We willen bij de participatie ook met burgers en ondernemers gaan praten over eventuele plannen. Er moet alleen niet eerst een visie ontwikkeld worden die wel met burgers is besproken maar niet met de raad. Het moet gelijk oplopen. Dat we als raad meegenomen worden is een voordeel, nu het publieke deel nog. De voorzitter hoort van de griffier dat de deelpresentatie die eerder niet door kon gaan, op 7 december opnieuw wordt aangeboden. De heer Doorneweerd vindt dit een belangrijk onderwerp. Gemeente Oldebroek is ook belangrijk voor gemeente Zwolle. We willen samen met de regio 40 tot 80.000 woningen bouwen. Het is goed om daarover mee te denken. En om dat samen met alle Noord-Veluwse gemeenten te doen.

Hij heeft een paar vragen voor de wethouder: Niet alle fracties konden de sessies verdelen. Krijgen we een terugkoppeling, wat is de opbrengst en wat wordt er mee gedaan? Een gebiedsverkenning moet volgend jaar gereed zijn. Maar eind dit jaar wordt al een besluit genomen over de verstedelijkingsstrategie. Waarom wordt er voor deze volgorde gekozen? Er komt veel informatie binnen over de processen, het is lastig om relevante onderwerpen eruit te vissen. Is het mogelijk om kort en bondig een ontwikkeling te schetsen? Tot slot is de ChristenUnie nog aan het zoeken waar, wanneer en waarover als raad besloten moet worden. Hoe gaat het nu verder? Wethouder Vos kreeg onlangs bericht dat de stuurgroep over verstedelijking regio Zwolle verdaagd is. Als Kop van Veluwe willen wij ons aanbieden als kans voor de regio Zwolle. We geven nadrukkelijk aan dat we een mooi gebied hebben. Zie ons als kans en benut ons. Daaruit komt het vervolg. 15 december is verdaagd, het wordt later. We wachten de regio Zwolle af. Wethouder Engberts vertelt dat er een magazine uitkomt waarin de presentaties worden toegelicht. Misschien komt er nog een extra presentatiemoment. Ook vragen enz. zijn genoteerd en er wordt een terugkoppeling gegeven. De opbrengst wordt gedeeld.

De voorzitter voegt toe dat bij de vraag over waar en wanneer de raad ergens over moet beslissen, hij regelmatig een voorstel heeft gedaan in klankbordgroep raads- en statenleden Regio Zwolle om een soort spoorboekje te maken voor de raad wanneer ze waarin aan zet zijn. Wethouder Vos neemt de oproep mee naar het overleg met de Kop van de Veluwe. Ze vindt een spoorboekje een goed idee. Alle gemeenteraden zijn erbij gebaat als we een bundeling van informatie en een spoorboekje maken. Er speelt veel op allerlei vlakken. De heer Dijkstra vertelt dat zijn fractie niet aanwezig kon zijn. Hij heeft kort de stukken gelezen. Het CDA is trots dat de gemeente Oldebroek mee mag doen. Het ziet er allemaal heel goed uit. De heer Heddema sluit zich aan bij eerdere sprekers. Een spoorboekje is een meerwaarde. Zijn vraag aan het college: er is een woningbouwopgave van 5000 woningen. Hoe is het proces verlopen om een deel voor Oldebroek te bestemmen? Is dat op basis van inwoners of is er gewoon een getal geroepen? Wethouder Engberts gaat geen gedetailleerd antwoord geven. De gemeente heeft inbreng gehad en heeft het woonprogramma aangedragen. Dat gaf richting voor woningaantallen. Oldebroek heeft aangegeven in te willen springen op wat Zwolle doet. Daar is het getal van die 5000 woningen uit ontstaan, een globaal aantal.

De heer Heddema: Eerder was afgesproken dat 50% autonoom en 50% voor de regio gebouwd zou worden. Het kan dus zijn dat we na vaststellen van een locatiestudie, we mogelijkerwijs moeten terugkomen op het aandeel waar wij voor staan? Wethouder Engberts licht toe dat als Zwolle het traject kiest van 80.000 als regio, daaruit ook de aantallen van Oldebroek komen. Van 40.000 naar 80.000 is een verdubbeling, dus dat gaat bij Oldebroek ook ongeveer optreden. Die redenatie is ongeveer gevolgd en daar komen deze aantallen

11

uit, maar daar moet nog verder over doorgesproken worden. De eerste keuze moet nog gemaakt worden. Blijft het 80.000 of gaat het terug naar 65.000? Dat soort keuzes zijn nog niet definitief. De heer Doornwaard is het eens met het punt over de participatie van de PvdA/Burgerpartij Oldebroek, om dit niet te laat te doen. De SGP onderkent het belang ook. De wethouder wil bij Zwolle benadrukken ons als kans te zien, de SGP wil graag een evenwichtig verhaal. Want bij kansen horen ook bedreigingen. Tweede termijn Er zijn geen vragen of opmerkingen in de tweede termijn. 06. Verkenning zoekgebieden wonen en werken. Eerste termijn De discussiepunten en opties uit de opiniërende nota worden besproken, waarbij elke fractie haar voorkeur voor een optie per discussiepunt noemt. De heer Doornwaard: 1: Optie 1. De SGP staat open voor Zwolle, maar autonome groei staat voorop. Er moet wel goed gekeken worden naar de verkeersafwikkeling als het gaat over regio Zwolle. De groei in Noordeinde bijvoorbeeld is misschien niet wenselijk. Maar de SGP staat ervoor open. 2: Optie 1, eventueel 2. De SGP hecht heel veel waarde aan de agrarische gronden en het landschappelijk karakter. De voorkeur gaat daarom uit naar de eerste optie: het beperken van gronden inzetten ten behoeve van wonen en werken. Maar hier komen we in de toekomst misschien niet mee weg.

Echter hoogbouw, flats en dergelijke, daar lenen onze kernen zich niet voor. Dus eventueel is optie 2 een mogelijkheid met goede beargumentering. 3: Optie 2. Het is bespreekbaar, het kan niet anders. Verkeersafwikkeling is heel belangrijk. 4: Optie 2. Mits goed inpasbaar. 5: Optie 3. De SGP gaat hier voor situationeel grondbeleid. Het verleden moet niet vergeten worden. Dat bewijst dat het riskant kan zijn om grondposities actief te verwerven. De gemeente Apeldoorn kwam hierdoor in problemen. Je moet elke keer een goede afweging maken. Dat kan soms actief zijn en soms passief. De heer Dijkstra: 1: Optie 1. Het CDA wil in principe bouwen voor onze autonome groei, maar uiteraard met ruimte voor regio Zwolle. 2: Optie 2. Als wonen en werken goed worden geïntegreerd mag het ingezet worden. Het CDA wil graag mee profiteren van uitbreiding van de gemeente Zwolle. 3: Optie 2. Als het maar veilig is. 4: Optie 2 en 3 moet een goede mix van komen. Maar alles is in principe bespreekbaar. 5: Optie 1. Het CDA is voor actief grondbeleid, maar wil uiteraard geen grote risico’s nemen. De heer Boer: 1: ABO heeft de voorkeur voor optie 1, maar wel net andersom zoals het er nu staat. Voor autonome groei van onze inwoners, maar openstaan voor Zwolle; 50/50. 2: Optie 2. Agrarische bedrijven gaan stoppen, daar kunnen we integreren met woningen. Of industrie. Daar staat ABO open voor.

3: Een combinatie. In eerste instantie kiest ABO voor bestaande verkeersstructuren. Mochten er in een nieuwe situatie andere verkeersstructuren mogelijk zijn, dan staat ABO open voor bespreking. 4: Optie 2. Vierhoog is bespreekbaar, het ligt er wel aan waar. 5: Optie 1. Als de gelden er zijn en er in een toekomstplan grond verworven kan worden, laat het dan niet liggen. We willen bouwen; pak het aan. Houd wel ons weerstandsvermogen in de gaten. Doe het met beleid, maar laat het niet liggen.

12

De heer Schouten: 1: De VVD kiest optie 1. Oldebroek maakt deel uit van de regio Zwolle. De verstedelijkingsstrategie biedt kansen voor Oldebroek. Ook met het oog op de NOVI-aanpak voor regio Zwolle kan de gemeente problemen die er zijn gezamenlijk en efficiënt aanpakken. 2: Optie 3. Er is noodzaak om zoveel mogelijk locaties open te houden. Ook in samenhang met die verstedelijkingsstrategie. Het is belangrijker om te kijken naar gebieden die we open willen houden, bijvoorbeeld de Veluwerandmeren, of het overloopgebied, dan te kijken naar agrarische gronden. 3: Optie 2. Wel mogelijk nieuwe verkeersstructuren. Bij limiteren aan bestaande structuren lopen we het risico dat we uit ons jasje groeien. Bestaande verkeersstructuren moet je handhaven waar het kan, nieuwe waar het moet. 4: Optie 1. De VVD is niet per se voor hoogbouw. Maar wil zich ook niet limiteren aan hoogte. Ruimtelijke inpassing en inspraak moeten leidend zijn. 5: Optie 3. Situationeel grondbeleid. De heer Dokter: 1: De PvdA/Burgerpartij Oldebroek gaat voor optie 1. Bouwen voor de regio, meedoen met regio Zwolle en daar serieus naar kijken. Maar voorop staat autonome groei. 2: Optie 2. Hoogwaardige agrarische gronden alleen inzetten als wonen en werken goed worden geïntegreerd. Flink oppassen met buitengebied en natuur. Onze omgeving moet niet verprutst worden. 3: Optie 2. Infrastructuur is ook heel belangrijk.

Je moet niet bouwen zonder goede infrastructuur. 4: Optie 1. Meer dan 5 bouwlagen is bespreekbaar. Het hangt wel af van de locatie. 5: Optie 3. Situationeel. Acteren daar waar nodig is. Niet in het wilde weg gronden kopen. De heer Wijnne: 1: De ChristenUnie gaat voor optie 1. Bouwen voor de regio Zwolle. Voorop staat autonome groei, maar we bouwen ook voor regio Zwolle. Je moet er rekening mee houden. 2: Optie 2. Hoogwaardige agrarische gronden: als wonen en werken goed geïntegreerd kan worden. Het heeft niet de voorkeur, maar de ChristenUnie wil het bij voorbaat niet uitsluiten. Elk voorstel moet apart beoordeeld worden. 3: Optie 2. Nieuwe verkeersstructuur is bespreekbaar, maar moet inpasbaar zijn. 4: Optie 2. Gestapelde bouw, als het inpasbaar is, zeker bouwlagen tot 4 bespreekbaar. Op voorhand wil de ChristenUnie niet hoger blokkeren, maar dan zou het wel heel goed moeten passen. 5: Optie 3. Situationeel: Je moet ook passief grondbeleid toestaan, maar het mag wel wat actiever dan de afgelopen jaren. Tweede termijn Er zijn geen vragen of opmerkingen in de tweede termijn. 07. Vaststelling (aangepast) beleidskader grootschalige energieopwekking. Eerste termijn De heer Heddema zegt dat ABO zich vorige keer hier al positief over heeft uitgesproken.

Op één onderdeel was ABO niet tevreden, dat had te maken met de tredes en mogelijkheid om kwetsbare gebieden te bestemmen als plek voor zonnevelden. Hij is blij dat het college, geholpen door een aantal wettelijke voorschriften, tot het inzicht is gekomen om de raad hier nadrukkelijker in te betrekken. Vooral als het gaat om tredes 3 en 4. ABO kan zich goed vinden in deze bijstelling en is blij met het stuk. De heer Kemp spreekt ook zijn dank uit voor het aanpassen. Het stuk is beter geworden. Hij heeft een vraag ter bevestiging bij ‘zon op hoogwaardige grond’ (trede 4): Dat wil men bij voorkeur niet. Conclusie is dus dat omschreven wordt dat productieve grond daarmee bedoeld wordt? Met andere woorden: Laagwaardige grond is dus ook geen productiegrond. Dan is wat de VVD betreft ‘braakliggende grond’ van toepassing. Is dit de juiste definitie?

13

Verder, zou Oldebroek ook kunnen vragen naar herkomst van panelen bij initiatiefnemers? Er zijn veel geluiden dat er gebruik gemaakt wordt van dwangarbeid van kinderen in China. Wethouder Bergkamp antwoordt dat hoogwaardig per locatie wordt beoordeeld en bevraagd. Braakliggend is misschien net iets ‘te’. Maar als grond bijna niet gebruikt wordt, waar bijvoorbeeld gras ligt maar heel erg nat is en waar verder niks mee gebeurt, dan is dat grond die geschikt is voor dit soort ontwikkelingen in combinatie met alle andere punten. Dat is nadrukkelijk in de tekst aangegeven. Elke ontwikkelaar die dit leest snapt dat hij bijna geen kans maakt als hij op hoogwaardige grond wil ontwikkelen. Over de tweede opmerking: Dat is hier niet in uitgewerkt. Het zegt ook iets over ons inkoopbeleid, dat is veel breder dan alleen zonnepanelen. De wethouder heeft hier niet direct antwoord op, maar vindt het de moeite waard om er over na te denken. Hij kan niet beloven dat het onderdeel van het plan wordt. Hij komt hier apart op terug. De heer Kemp is blij dat er over het laatste nagedacht wordt. Andere gemeenten hebben hier wel een standpunt over ingenomen dat het een pré is als een initiatiefnemer dit kan aantonen. De heer Vlieger zegt dat de SGP positief was over het stuk. Dat is nog steeds zo.

Hij is blij met de aanvullingen, al is het jammer dat lokaal eigenaarschap niet helemaal geborgd kan worden. Maar hij heeft vertrouwen in het college om dit wel maximaal te bereiken. De heer Graansma vindt het mooi dat nu in het stuk staat dat de raad wordt meegenomen. De ChristenUnie zit toch nog met trede 4. Er is één zin aan toegevoegd dat de voorkeur nadrukkelijk uitgaat naar 1-3, maar dat betekent geen blokkade voor 4. Wethouder Bergkamp herhaalt dat elke ontwikkelaar die deze visie leest, begrijpt dat hij kansloos is op trede 4. Als er echt geen alternatief meer is, maar die zijn er wel, dan is er een nieuwe situatie. De heer Dijkstra zegt dat zijn fractie ook bedenkingen had bij trede 4. Maar de wethouder zegt dat er bijna tot helemaal geen kans is op die trede, dus het CDA kan akkoord gaan met het stuk. De heer Hellendoorn is blij met de aanpassingen. Hij is tevreden met het stuk dat voorligt. Hij wil wel meegeven dat er verschillende belangen zijn. Dat de visies die er liggen naast deze gelegd worden als je gronden uit gaat geven als duurzaam inzetbaar. Hij hoopt dat er dan naar gekeken wordt, zodat onderwerpen elkaar niet bijten en we belemmerd raken in verschillende belangen. Wethouder Bergkamp snapt deze opmerking. Op het moment dat keuzes gemaakt zijn over ontwikkellocaties kan je ook concreter sturen.

Als er nu een heel goed plan langskomt wat mogelijk botst, dan moeten we het er met elkaar over hebben. Aan de andere kant is één van de criteria dat we uitgaan van een beperkte periode, dus dat kan onderwerp van gesprek zijn. De nieuwe uitleglocaties gaan we niet met z’n allen in 1, 2 ,3 jaar ontwikkelen. Als er een ontwikkeling komt op een locatie waarvan we zeggen dat we op termijn ook wel wat met woningbouw zouden willen doen, dan is dat het thema. Dan moeten we het hebben over de duur van de omgevingsvergunning die afgegeven wordt, in de lijn van de tien criteria. Het mogelijke spanningsveld snapt hij zeker. Tweede termijn Er zijn geen opmerkingen in de tweede termijn. Het stuk gaat als B-stuk naar de raadsvergadering van 16 december 2021. 08. Reactie op Recreatiezoneringsplan Veluwe. Eerste termijn De heer Dokter vindt dat het de goede kant op gaat. Hij vraagt in hoeverre lokale maatschappelijke organisaties als Groentje hierbij worden betrokken? We wonen in een mooi gebied waar veel te recreëren valt. In coronatijd werd dit gebied heel gewild om nog even wat lucht te scheppen. Aan de andere kant is er dan de overbelasting van de natuur. Maar verder vindt hij de conceptreactie prima. Wethouder Bergkamp zegt dat er veel partijen betrokken zijn bij het voortraject. Er is tussendoor ook contact met Groentje, maar deze heeft ook andere prioriteiten.

In deze reactie wordt nadrukkelijk het belang van goed onderhoud en bescherming van natuur benoemd. Ook in combinatie met recreatief gebruik. Er wordt geen natuur opgeofferd, er wordt wel gepleit voor duidelijkheid op een aantal

14

locaties. In de verdere uitwerking heeft het college ook regelmatig met Groentje contact als het gaat om inrichting. De heer Doorneweerd zegt dat de ChristenUnie deze conceptreactie ondersteunt. De heer Dijkstra sluit zich er ook bij aan. De heer Vlieger ook. De heer Heddema heeft nog wel een punt: Het aanbod wordt gedaan om de druk op het Natura 2000 gebied te verminderen en dat af te leiden naar de zone tussen de A28 en de Zuiderzeestraatweg. Dat is een versnipperd, kleinschalig gebied en heeft recreatieve waarde. Er wordt gesteld dat we meer klompenpaden en fietspaden etc. aan willen leggen. Ook het Landalpark zit in die zone. In die zin is het prima om dat aan te bieden, maar het is ook een opgave voor de gemeente om dat gebied te bewaken, te versterken wat kenmerkend is: het coulisselandschap. De kleinschaligheid als kwaliteit. Beseft het college dit, als ze dit aanbod doen? Wethouder Bergkamp zegt dat er twee suggesties gedaan worden. Aan de ene kant gaat het om het gebied aan de Keizersweg, wat meer richting de noordkant. Daar liggen nu al mogelijkheden. Het college hoopt ook nog steeds dat het initiatief van Van der Valk daar nog komt. De andere suggestie: pleiten voor de versnipperde situatie langs de A28. Daar pleit het college voor wat meer uniformiteit in de benadering en daar willen we als gemeente ook inzet op plegen.

Daar pleiten we voor bijvoorbeeld een fietsroute. Onze inzet daar spoort ook met de visie op toerisme en recreatie. Bescherming van de landgoederen is zeker in beeld. Deze suggesties raken niet de landgoederen. De heer Kemp zegt dat Oldebroek relatief nauwelijks grond heeft ten opzichte van andere gemeenten binnen de recreatiesector. Aan de andere kant, de reactie zoals het college die heeft aangegeven, specifiek met algemeen aandachtspunt als duidelijkheid over de te nemen maatregelen voor de gebieden waar de gewenste zonering niet overeenkomt met de actuele situatie, die onderschrijft de VVD ten zeerste. En het is belangrijk dat de gemeente betrokken blijft bij het proces van de concretisering. De VVD onderschrijft de reactie volledig. Tweede termijn De voorzitter ziet een groot commitment voor deze conceptreactie. Er zijn geen vragen meer. 09. Tweede bestuursrapportage 2021. Eerste termijn De heer Graansma heeft een vraag over afval (pagina 15): Er is een saldo van 173.000 euro. Bij het doorlezen ziet hij dat dat opgebouwd is uit de oud papier prijs die hoger is, het te realiseren grondstoffenstation en het voordeel op GFT. Op het restafval zit een groot nadeel. De ChristenUnie dacht dat het de goede kant op ging met de kilo’s en dat het financieel wat opleverde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oldebroek&id=aaaf07f0-9576-4556-9129-d354b4ab4f74