Notulen Raad Oldebroek 14-03-2024
Tekst van het document
Notulen vergadering gemeenteraad Oldebroek Datum vergadering: 14 maart 2024
Aanwezig Raadsleden: ABO:
de heer A.M. Boer, mevrouw M.P. Deen, de heer J. Deij, de heer A. Heddema
CDA:
de heer W. van der Horst, de heer G. Scholten
ChristenUnie:
mevrouw F.B. van den Bosch-Pleijter, de heer P.H. Graansma, de heer A. Hardonk, de heer W-H. Peggeman, mevrouw M. Sloots-Kieviet, de heer H. Wijnne
CVO:
de heer J.T. de Nooijer, de heer B. van der Velde, de heer J.C. Vroombout
SGP:
de heer D.E. Doornwaard, de heer G. Vlieger
VVD:
de heer H.G.P. Kemp
Voorzitter:
mevrouw T.H. Haseloop-Amsing
Griffier:
de heer J. Tabak
Wethouders:
de heer B. Engberts, de heer B. Flier, mevrouw E.G. Vos-van de Weg
Afwezig met kennisgeving Raadslid:
de heer G.J. Overkempe (Duurzaam Oldebroek)
01. Opening. De VOORZITTER heet iedereen welkom en opent de vergadering op de gebruikelijke wijze met ambtsgebed.
02. Vaststelling van de agenda. De heer HEDDEMA (ABO) kondigt een motie vreemd aan de orde van de dag aan inzake de bereikbaarheid van het Boerderijmuseum. Deze motie wordt onder punt 08a aan de agenda toegevoegd. De agenda wordt aldus vastgesteld.
03. Vaststelling notulen vergadering van 1 februari 2024. De notulen van de vergadering van 1 februari jl. worden ongewijzigd goedgekeurd en vastgesteld.
04. Ingekomen stukken. De raad gaat akkoord met de afdoening zoals voorgesteld op de lijst van ingekomen stukken voor deze vergadering.
05. Spreekrecht niet geagendeerde onderwerpen. Er zijn geen insprekers.
06. Mondelinge vragen van raadsleden. De heer DE NOOIJER (CVO) haalt de brief van het COA aan van februari. Daarin stond dat eind januari ambtelijk gemeld is aan de gemeente Oldebroek, dat door omstandigheden de verwachting dat de externe onderzoeken eind januari 2024 afgerond zouden zijn niet kon worden waargemaakt. Op 1 februari was er een raadsvergadering over het azc-dossier, maar daarbij is dit niet gemeld. Daarom heeft de fractie daarover schriftelijke vragen gesteld. Uit het antwoord bleek dat er inderdaad contact is geweest met het COA, op 24 januari, op telefonische wijze. CVO was 1
verbolgen dat in die raadsvergadering van 1 februari dit contact niet was gemeld door het college. Volgens de gemeente waren er geen nieuwe feiten, maar in de beantwoording van de vragen van CVO blijkt dat er over veel meer zaken is gesproken. CVO vindt het erg belangrijk dat er transparantie is in dit dossier, dat de raad alle informatie op tafel heeft als men hierover spreekt. Het college geeft aan dat transparantie natuurlijk wenselijk is, maar dat van elk contact of overleg verslag doen niet haalbaar is. De heer De Nooijer denkt dat het wel ontzettend nodig is, zeker op de beperkte momenten dat de gemeente contact heeft met het COA. CVO is van mening, juist als men die transparantie hoog wil houden, wat onrust en verwarring kan voorkomen, dat het van belang is dat van al dit soort zaken gespreksnotities worden gemaakt, ondertekend door het COA en de gemeente, zodat de raad weet wanneer er contact is geweest en ook alles wat er in dat contact is gewisseld. Kan het college dit toezeggen? Burgemeester HASELOOP zegt in een reactie dat er inderdaad is gesproken over een aantal dingen die het college nu heeft gemeld. In dit huis wordt over talloze onderwerpen gesproken. Niet alles komt op haar bureau en dat hoeft ook niet. Alles wat van belang is voor de besluitvorming wordt met de raad gedeeld.
Zoals het college heeft aangegeven, is het niet haalbaar om alles te verslaan, en dat is ook niet wenselijk wat haar betreft. Als CVO denkt dat er zaken achtergehouden worden, dan spijt het de burgemeester zeer te moeten zeggen dat ze daaruit vooral wantrouwen proeft. Als dat het geval is, dan heeft men een heel ander gesprek met elkaar te voeren. Het college meldt dat wat nodig is voor de besluitvorming van de raad. De heer DE NOOIJER (CVO) wil in een korte reactie duidelijk stellen dat het hier niet gaat om wantrouwen. Het gaat de fractie om informatie. Als wordt gesteld dat het niet haalbaar is, dan is de vraag: waarom niet. Het aantal contactmomenten met het COA is ontzettend klein. De raad heeft geen contact met het COA en moet alles vernemen van het college. Daarom vindt de fractie het belangrijk dat alles op tafel ligt. De burgemeester onderbouwt ook niet waarom het niet wenselijk zou zijn. Het contact tussen gemeente en COA is van uiterst groot belang voor het dossier. Jammer dat het slechts wordt afgedaan als niet haalbaar, niet wenselijk, het wordt niet onderbouwd. Het college vermeldt het ook wat er is besproken als CVO het schriftelijk vraagt. Het college heeft er niets bij te verliezen maar er alles bij te winnen. En het vertrouwen zou het ten goede komen als het de raad volledig informeert. Een gemiste kans volgens CVO.
De heer VLIEGER (SGP) heeft uit de media vernomen dat er een brief aan het college is gestuurd door een aantal initiatiefnemers om mee te werken aan een nieuw burgerinitiatief in Oosterwolde. Dit burgerinitiatief moet ertoe leiden dat de accommodatie van voetbalvereniging VSCO verplaatst wordt naar een locatie net buiten de kern van Oosterwolde. De huidige locatie kan dan volgens de initiatiefnemers gebruikt worden voor de ontwikkeling van woningbouw en dorpsvoorzieningen. De organisaties achter dit initiatief denken daarbij onder andere aan een nieuwe basisschool, een uitbreiding van Hart van Oosterwolde en het toevoegen van kleine commerciële ruimten. Alles om de leefbaarheid in Oosterwolde te behouden en waar mogelijk te verbeteren. In de raad van 11 juli 2019 is een motie van de SGP aangenomen, waarin het college werd opgeroepen om na de realisatie van het plan Hart van Oosterwolde, verplaatsing van het sportpark van VSCO te onderzoeken. Zijn vraag: kan het college een update geven van de status van de uitvoering van deze motie en anders met een toezegging komen om deze motie zo spoedig mogelijk uit te voeren. Wethouder FLIER heeft de brief in ontvangst genomen en een eerste gesprek gehad met de initiatiefnemers. Daarnaast is ambtelijk uitgezet dat er een verkenning wordt gestart naar dit initiatief. Op het moment dat er nieuws is, zal het college de raad informeren.
07. Lijst van B-onderwerpen, die bij hamerslag worden afgedaan. De heer VAN DER VELDE (CVO) legt een stemverklaring af met betrekking tot punt 7.09 Re-integratieverordening Participatiewet. De fractie kan zich in grote lijnen vinden in de re-integratieverordening, maar wenst te benadrukken dat het niet volgen van het advies inzake de uitzonderingspremie zeer spijtig te vinden. Tijdens de commissievergadering was het al duidelijk dat er geen meerderheid was te vinden voor het alsnog volgen van dit advies van de Adviesraad Sociaal Domein. CVO zou juist deze doelgroep, de 55-plussers die vanuit een uitkering naar een vast dienstverband uitstromen, een steuntje in de rug willen geven met een extra bijdrage bij de start van het dienstverband. Vooral nu de fractie uit de beantwoording van de vragen weet dat het gaat om € 300 tot € 1.200 per keer en in de stukken leest dat de premie naar verwachting nauwelijks zal worden uitbetaald. Het financiële plaatje 2
voor de gemeente is dus verwaarloosbaar, maar voor degenen die deze premie nu mislopen wel een enorme duw in de goede richting kan zijn. Het niet opnemen van de uitzonderingen is volgens het CVO een gemiste kans. Niettemin is de verordening dusdanig belangrijk dat de fractie wel voor dit stuk stemt. De raad gaat unaniem akkoord met de voorgestelde besluitvorming van de voorstellen op de lijst van B-onderwerpen voor deze raadsvergadering.
08. Toetreding tot Fryslân Miljeu (Omrin) voor de afvalinzameling. Eerste termijn De heer SCHOLTEN is voor toetreding tot Fryslân Miljeu per 1 januari 2026 en tevens akkoord met de aankoop van letteraandelen en het beschikbaar stellen van een krediet van ruim € 107.000. De plannen om restafval, gft en alle papier te laten inzamelen door Fryslân Miljeu is een goede keuze volgens het CDA. De raad moet vandaag besluiten, anders loopt men grote risico’s voor wat betreft toekomstige aanbesteding, extra kosten en inpasbaarheid. Het is voor de fractie een onzekere en ongewenste situatie, zeker ook voor de inwoners. In de raads- en commissievergadering heeft hij aangegeven dat het CDA uitermate tevreden is over de geleverde kwaliteit van Aconov, maar dit contract stopt op 1 januari 2026. De keuze voor Fryslân Miljeu is een verantwoorde, goede keuze, omarmd door vijf gemeentes en juridisch goed getoetst. De DVO (dienstverleningsovereenkomst) die zal worden opgesteld voor Oldebroek, gaat de fractie goed volgen voor wat betreft inhoud. Daarbij denkt hij aan kosten, kwaliteit, frequentie van routes, aanpassing beleid en zeker ook zeggenschap. De fractie heeft vertrouwen in Fryslân Miljeu en zeker ook in het college.
Bovendien heeft de fractie er vertrouwen in dat het grondstoffenstation, de gezamenlijke milieustraat van Elburg en Oldebroek, goed zal komen, ondanks de tijdsdruk en de procedures die nog gevolgd moeten worden in dit dossier. Ook werkt het college aan een terugvaloptie, mocht er toch sprake zijn van een vertraging. De heer VLIEGER (SGP) geeft aan dat over het voorliggend onderwerp al diverse keren is gesproken. Hierbij zijn de knelpunten voor de SGP wel helder geworden. Daarom zal de fractie niet heel uitgebreid erop ingaan. De SGP heeft van het gevolgde proces wel een wrang gevoel overgehouden. Nu onder hoge druk een besluit te moeten nemen komt wat de SGP betreft de kwaliteit niet ten goede. Een uitgewerkt plan met betrekking tot het grondstoffenstation is er nog niet. De fractie heeft hier in de vorige raadsvergadering nadrukkelijk de vinger bij gelegd, waardoor het college het voorstel terugnam om eerst mogelijke opties uit te werken. Goed dat het college in korte termijn met een aantal opties is gekomen hoe dit op te lossen. Nu echter blijkt dat de milieustraat in Elburg kan doorgaan, in afgeslankte vorm, heeft dit voor de fractie de voorkeur. Hierbij blijft hij wel de vraag houden of deze afgeslankte milieuvorm voldoet aan de eisen die de gemeente Oldebroek stelt voor een dergelijk station; naar de mening van de SGP niet.
Er ontbreekt een klein-chemisch-afvaldepot en een weegbrug, die beide van essentieel belang zijn bij een grondstoffenstation. Daarbij is de termijn van uiterlijke realisatie, voor 1 november, een uiterste deadline om het grondstoffenstation gerealiseerd te hebben. Daarom wil hij het college nadrukkelijk oproepen om de overige opties die opgesteld zijn, achter de hand te houden, mocht dit grondstoffenstation niet op tijd klaar zijn. Zodat er direct geschakeld kan worden en er voor de ontbrekende zaken in afgeslankte vorm toch een oplossing komt. Er moet wat de SGP betreft een compleet grondstoffenstation zijn op 1 november 2024. Kijkend naar de toetreding tot Fryslân Miljeu, is er onvoldoende mogelijkheid om als raad extra vragen te stellen en verder onderzoek te doen. Het gaat om een belangrijke keuze voor de inwoners, maar zonder de mogelijkheid om die goed te kunnen wegen. Het meest voor de hand liggend is om mee te gaan met de andere gemeenten en in te stemmen met het voorstel. In de beschreven scenario’s in de informerende nota over de verlenging van het huidige contract met Aconov, of beide opnieuw aanbesteden voor alleen de gemeente Oldebroek, ziet de fractie ook de nodige regio’s en is Oldebroek ook overgeleverd aan één marktpartij. Daarom heeft de SGP in de afgelopen periode zo gehamerd op die totale evaluatie van het afvalbeleid.
Alle mogelijkheden met betrekking tot de inzameling van afval moeten weer op tafel komen. Het college geeft aan in de extra verstrekte informatie, dat het de komende jaren verdere stappen wil zetten om van afval naar grondstoffen te komen. Meer flexibiliteit in de contractvorming helpt deze ambitie te verwezenlijken, zoals hij in de stukken leest. De wethouder heeft aangegeven de raad hier nadrukkelijk bij te betrekken. Zijn vragen: hoe kan de raad de juiste input leveren, en: kan het college de juiste keuzes maken in een DVO zonder een evaluatie van het totale afvalbeleid. Dat is wat de fractie betreft een noodzakelijke stap om tot een goede vorm en inhoud van een DVO te komen, die het beste is voor de inwoners en waarbij rekening gehouden wordt met de uitkomsten van de meest 3
actuele NVRD-rapportage (Koninklijke Nederlandse vereniging voor afval- en reinigingsdiensten). De fractie vindt deze evaluatie van groot belang, omdat dit de input kan opleveren bij de eerstvolgende op te stellen DVO. Daarvoor dient hij bij deze een motie in. Motie M1, ingediend door de fractie van de SGP De raad van de gemeente Oldebroek, in vergadering bijeen op 14 maart 2024, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: - het voorstel van het college is om toe te treden tot NV Fryslân Miljeu; - er tot nu toe geen totale evaluatie van het afvalbeleid heeft plaatsgevonden; - de gemeenteraad op 28 mei 2015 heeft besloten kennis te nemen van het ontwerpbesluit van het Algemeen bestuur van Regio Noord Veluwe om aandeelhouder te worden van Afvalsturing Friesland NV; - de gemeenteraad op 29 november 2017 middels college-informatie geïnformeerd is over de aandelenoverdracht Afvalsturing Friesland NV; - de benchmark NVRD laat zien dat de afvalbeleidskeuzes door gemeenten veel effect hebben op de service en afvalkosten van inwoners; - de huidige afvalstoffenheffing van de gemeente Oldebroek nu al boven het landelijk gemiddelde zit; - op dit moment volstrekt onduidelijk is wat de tarieven zullen zijn.
Overwegende dat: - een evaluatie van het afvalbeleid het toetreden tot NV Fryslân Miljeu niet hoeft te vertragen; - het voorliggende voorstel een hoge flexibiliteit geeft in aanpassing van afvalbeleid of afvalstrategie; - alleen de keuze van diftar geëvalueerd is; - het beoogd resultaat om aandeelhouder te worden van Afvalsturing Friesland NV was dat de verwerking van restafval en kunststof door Afvalsturing Friesland NV over de periode 2016-2023 tegen afgesproken gunstige financiële voorwaarden en onder bestaande duurzame condities voort te zetten; - het van belang is dat de gemeenteraad inzicht krijgt of de gekozen richting de goede is en daarvoor een evaluatie noodzakelijk is; - uitkomsten van de evaluatie van belang zijn voor een goede dienstverleningsovereenkomst.
Draagt het college op: - het totale afvalbeleid, waaronder het beoogde resultaat van het aandeelhouderschap van Afvalsturing Friesland NV van de gemeente Oldebroek, te evalueren, ook financieel, afgezet tegen de landelijke cijfers en de benchmark NVRD, zodat de uitkomst meegenomen kan worden in de eerstvolgende dienstverleningsovereenkomst met Veluwe BV; - de raad te informeren over de uitkomst van de evaluatie, zodat de uitkomst meegenomen kan worden bij de dan vast te stellen afvalstoffenheffing; - de eerstvolgende dienstverleningsovereenkomst met Veluwe BV aan de gemeenteraad voor te leggen voor wensen en bedenkingen. En gaat over tot de orde van de dag. De heer VROOMBOUT (CVO) zegt dat CVO niet echt gelukkig is met voorliggend voorstel. In de commissie is dat al meerdere keren aangegeven. Er is niet de kleinste inschatting van wat het de inwoners uiteindelijk zou kunnen gaan kosten en dat is het grootste bezwaar van de fractie. CVO spreekt haar teleurstelling uit dat niet alsnog is gekozen voor een onderzoek naar een afvalinzameling via een eigen aanbestedingstraject. Wel is de fractie blij met de schriftelijke bevestiging van Aconov dat zij bereid is de dienstverlening voor 2026 en 2027 te verlengen, zelfs als dat alleen voor de gemeente Oldebroek zou zijn. Dank daarvoor richting de ondernemer.
Verder hoopt de fractie dat de milieustraat er inderdaad zo snel kan komen als de gemeente Elburg doet voorkomen, maar vermoedt dat het nog niet een-twee-drie een gelopen race zal zijn. Het lijkt CVO wenselijk dat de raad over het verloop van het proces op de hoogte wordt gehouden, en hoe het proces tot nu toe is verlopen. Zijn er kosten gemaakt, dan vindt de fractie dat jammer van het geld. Een reactie op motie M1. In grote lijnen kan de fractie het verhaal volgen, maar wordt zo wel het paard achter de wagen gespannen. De SGP is voor het voorstel van afvalinzameling en zal voor toetreding tot Veluwe BV zijn. De raad treedt dus eerst toe tot Veluwe BV en vervolgens wordt gevraagd wat alles zou moeten gaan 4
kosten voor de inwoners. Het is de SGP die regelmatig zegt dat de juiste volgorde der dingen van belang is. In deze situatie is CVO het daar van harte mee eens. De fractie zal de motie om de zojuist genoemde punten niet steunen, ook omdat de motie al volledig geënt is op toetreding tot Fryslân Miljeu. Wat CVO betreft is dat nog niet aan de orde. De fractie wil graag gebruikmaken van de twee jaar mogelijkheid om een aanbesteding te doen. Het kan zijn dat er dan maar één aanbieder is, maar dat is het risico van marktwerking. De heer KEMP (VVD) is geen voorstander van dure en tijdrovende evaluaties, zeker als het geen invloed heeft op het voorliggend voorstel. De VVD wil eerst zekerheid hebben over het grondstoffenstation en het KCA (klein chemisch afval). Wordt het Elburg of moet uiteindelijk toch nog Omrin inspringen. De verhalen in de krant geven hem niet alle zekerheid. En de brief van Elburg plus alle inspraak aldaar overtuigen hem niet. Niettemin zal de raad iets moeten, want 2026 komt steeds dichter bij. Hoe vaker de raad vergadert en zaken uitstelt, hoe moeilijker het straks wordt om verder te gaan. Hij vraagt zich af wat op dit moment de toegevoegde waarde is zolang de raad niet met zekerheid weet wat bijvoorbeeld dit grondstoffenstation gaat kosten. Het zal wel degelijk invloed hebben op de tarieven.
Wat de VVD betreft gaat de raad eerst deze deal doen en dan de realisatie van het grondstoffenstation. Daarna verwacht de fractie een volledig jaarverslag over het afvalstoffenbeleid. Dan heeft de raad voldoende gegevens om een discussie te gaan voeren over tarieven. De effectieve inwerkingtreding van de vernieuwde inzameling is namelijk januari 2026. De tarieven afvalstoffenheffing stelt de raad vast in de begrotingsvergadering voorafgaand in november. Dat zou naar de mening van de VVD het moment zijn dat de evaluatie waarover de SGP sprak, erg nuttig kan zijn. Als de SGP de motie op deze manier bedoelt, is het wat de VVD betreft voor de hand liggend. Maar of het college daarvoor op dit moment een motie nodig heeft, is de vraag. Dan de informerende nota Voortgang gezamenlijke milieustraat en ontvangen reactie Aconov. Het is een heldere uiteenzetting tot aan de laatste alinea, het antwoord op de vraag van de raad of Aconov de dienstverlening alleen voor Oldebroek wil voortzetten. Het antwoord van Aconov is ja, voor 2026, 2027. Dat was ook het antwoord van het college naar de raad. Nu geeft het college weer een antwoord dat meer vragen oproept, want wat heeft de raad hieraan? Tegen welk tarief gaat Aconov dat doen. Zij hebben aangegeven zelfs met vijf gemeenten de laatste jaren onder de kostprijs te hebben gewerkt. Met één enkele gemeente zullen die kosten hoger worden.
Dat heeft hij niet gelezen in het antwoord van het college. En na 2026? Tegen welke prijs moet Oldebroek zich dan gaan inkopen bij Fryslân Miljeu? Dat heeft het college niet gevraagd. Hij vraagt zich af of aanbesteden als één gemeente wel een optie is. Ook dat heeft het college niet gevraagd, maar heeft alleen gezegd: ja. Dat vindt hij meer dan mager. De VVD vraagt voor de volgende keer of het college met antwoorden op vragen van de raad wat meer wil gaan kijken door de bril van de vraagsteller. Concluderend: door nu in te stappen als aandeelhouder is de raad ervan verzekerd dat de kostprijs plus opslag van 3% voor eventuele investeringen tot een betrouwbaar tarief zullen leiden en Oldebroek niet afhankelijk is van de markt. Het gaat over kostprijs plus 3% en dat spreekt de VVD aan. De heer HEDDEMA (ABO) geeft aan dat ABO problemen heeft met dit voorstel. Op dit moment valt er niet meer te kiezen. Oldebroek staat in feite met de rug tegen de muur. Er is geen weg terug, dat is ook duidelijk geworden in de beantwoording door het college van vragen die zijn gesteld: wat is het kritische pad waarop de raad zich bevindt. Elke beweging in zijwaartse richting zal leiden tot een groot risico met betrekking tot de vraag of Oldebroek wel een ophaaldienst heeft vanaf 1 januari 2026.
Wat de fractie ook niet lekker zit, is het ontbreken van de betrokkenheid van de huidige lokale ondernemer, Van Werven, die al sinds jaar en dag tot grote tevredenheid de ophaaldienst verzorgt. Het is ABO wel duidelijk geworden dat die rol er niet meer zal zijn vanaf 1 januari 2026. Ook wordt duidelijk met dit voorstel, dat bij aanvullende dienstverlening, als dat aan de orde is, het eerst gekeken zal worden naar Omrin als medeaandeelhouder van de op te richten inbestedingsdienst. Dat bleek ook al uit de informatie die de raad toegestuurd kreeg over de tijdelijk in te richten milieustraat, toen de optie Elburg nog even uit beeld was. Het leek alsof Omrin uit de hand en zonder concurrentie die tijdelijke voorziening zou mogen invullen. Dat steekt, zeker in relatie tot de eigen lokale ondernemer. Ook wordt in de toegestuurde informatie bij de toelichting onder 2.1 geschreven over een verdere uitbreiding van dienstverlening die dan ook rechtstreeks ondergebracht kan worden bij Fryslân Miljeu, zonder dat op voorhand gesproken wordt dat de lokale dienstverlener die opdracht zou kunnen krijgen. Daarom wil ABO, voordat men kan meegaan met dit voorstel, de toezegging van de wethouder hebben dat Van Werven kan meedingen wanneer aanvullende diensten op het gebied van het ophalen van reststromen worden uitgevraagd. 5
De heer PEGGEMAN (ChristenUnie) zegt dat het de rol van de raad is om een doelmatig en efficiënt afvalbeleid vorm te geven. De raad heeft een zorgplicht richting de inwoners, waarbij rekening wordt gehouden met het landelijk afvalplan en de landelijke duurzaamheidsdoelstelling. De ChristenUnie maakt zich zorgen over het uitblijven van een totaaloplossing voor de inwoners. In de commissievergadering heeft de wethouder de toezegging gedaan dat er voor november 2024 een oplossing komt voor de milieustraat. Zoals in de informerende nota staat, is die oplossing óf via Elburg óf een tijdelijke andere oplossing. De wethouder heeft aangegeven alle opties open te houden en te blijven onderzoeken. Dat lijkt de fractie ook erg verstandig, zeker als hij de berichten leest in de Stentor van bedrijven die op de Broeklanden zitten en het nog niet eens zijn met het besluit van de gemeente Elburg. Het is wel goed dat Elburg in de brief aan Oldebroek bevestigt dat ze de juridische toets hebben uitgevoerd en dat de ingezette oplossing haalbaar lijkt te zijn. Daarnaast is er de toezegging dat de raad geïnformeerd wordt over de voortgang van het project via de reguliere rapportages. De informatie die de raad telkens is gegeven, laat zien dat de wethouder hieraan invulling geeft en de raad actief meeneemt in de informatievoorziening; dank daarvoor. Dan over de toetreding tot Veluwe BV.
De ChristenUnie zoekt naar de beste oplossing voor de inwoners. Door de ontwikkeling in de markt, waar steeds meer marktpartijen terugtreden, is het verstandig om niet alleen op die markt te steunen, maar ook te kijken welke andere oplossingen er zijn. Natuurlijk ziet de fractie ook de goede inzet van de huidige aanbieder Aconov. Het is echter ook merkbaar dat er sprake is van een steeds grotere afhankelijkheid. Het is trouwens niet een dossier waarmee de raad net is gestart. Sinds 2008 is de raad al bezig met de afvalscheiding. In 2019 heeft de raad gekozen voor diftar. Daarbij is er in 2019 een onderzoek gestart naar de toekomstige inzameling met de vraag of men het zelf wil doen, men het gaat uitbesteden of samenwerken. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat aansluiten bij een bestaande door de overheid gedomineerde organisatie de beste optie was. Destijds is met diverse partijen gesproken, waarbij Omrin de enige partij was waarmee de gemeente Oldebroek verder kon. Dan over de rol van de raad in dit dossier. In de technische sessie van januari en de overige toelichtingen die de raad heeft gekregen, is zichtbaar dat het voorliggend voorstel de beste mogelijkheid is met de minste risico’s. De mogelijkheid van een aanbesteding brengt te veel risico’s met zich mee. Met de toetreding tot Veluwe BV wordt gezorgd voor een toekomstbestendige afvalinzameling.
Daarbij blijft de raad invloed uitoefenen op de kosten via de DVO, en dat is meer grip dan via een aanbesteding. De raad kan eigen beleidskeuzes maken die dan ook direct kunnen worden vertaald. Aanpassingen in een Europese aanbesteding zijn erg lastig. In het voorstel is opgenomen dat de invulling lokaal gebeurt. Dat betekent dat inwoners in deze regio ingezet zullen worden voor de afvalinzameling. Het is mooi om ook die lokale betrokkenheid te halen, misschien niet via Aconov maar wel via de inzet van de lokale mensen. Wel jammer dat er niet meer invulling wordt gegeven aan de duurzame inzet van de huidige middelen en dat alles opnieuw wordt aangeschaft. Dat wil de fractie nog meegeven aan de wethouder, om daar aandacht voor te hebben. De alternatieven kennen grote risico’s. Risico’s op hoge kosten, risico’s omdat Oldebroek het alleen moet doen en daarmee kwetsbaar wordt. Risico’s omdat de markt een terugtrekkende beweging maakt. Over motie M1. Recentelijk is diftar geëvalueerd. Hieruit zijn geen grote aanpassingen naar voren gekomen, maar wel heeft de fractie de kanttekening van de SGP gehoord tijdens deze behandeling en de zorgen die zij hebben omtrent de te maken afvalkeuzes. Daarom snapt hij de keuze om deze motie in te dienen en de wethouder te vragen om een concrete evaluatie, zodat eventuele keuzes of wensen meegenomen kunnen worden in de DVO die afgesloten wordt.
De ChristenUnie kan deze motie steunen. Wethouder FLIER antwoordt ABO dat op het moment dat het college moet aanbesteden, het uiteraard Van Werven zal vragen, evenals alle andere bedrijven die de expertise hebben, om mee te dingen in die aanbesteding. Dan over motie M1. Zoals hij al vaker en ook in de commissie heeft aangegeven, heeft de evaluatie van diftar plaatsgevonden en wordt elk jaar in november gesproken over de tarieven. Wat zou de raad nog meer willen weten?, hierover heeft het college intern gesproken. Afvalbeleid is veel omvattend. Als de raad vraagt om een evaluatie, dan wil het college die uiteraard geven. Echter komt het college dan bij de raad terug met de vraag wat de raad daar precies mee bedoelt en wat de kaders zijn, opdat er een goede invulling aan de evaluatie kan worden gegeven en raad en college tevreden zijn over het resultaat.
Tweede termijn De heer VLIEGER (SGP) noemt dat de motie is geschreven en ingediend omdat de fractie het gebrek ziet aan andere en betere opties. De SGP had al verschillende keren aangegeven graag een evaluatie te willen. Deze is ook een aantal keren toegezegd en weer teruggetrokken met de opmerking dat het niet nodig is. De fractie vindt het echter wél 6
belangrijk. Die evaluatie is nodig omdat raad en commissie zijn gevraagd om input te leveren voor de DVO en daarvoor heeft de raad handvatten nodig voor het maken van keuzes. De heer SCHOLTEN (CDA) geeft als reactie op motie M1, dat de fractie zich afvraagt of de motie wel concreet genoeg is. Wat voegt het momenteel toe. Het proces loopt al, diftar is geëvalueerd. Het CDA vraagt de SGP om de motie specifieker, concreter te maken. Niet alleen de kosten, maar ook kwaliteit, routes, voortschrijdend inzicht, beleid. Het CDA mist dat in de motie. De heer VROOMBOUT (CVO) zegt in antwoord op de VVD, dat CVO van mening is dat met het voorliggend voorstel een blanco cheque wordt afgegeven aan Veluwe BV. De huidige inzamelaar heeft tijdens zijn inspreekbijdrage aangegeven dat er op dit moment onder de kostprijs wordt geleverd. Daaruit is volgens de fractie de conclusie te trekken dat de inwoners alleen maar duurder uit kunnen zijn. Daar zit voor CVO nog steeds een zwaarwegend punt. Door CVO is in de commissie gezegd dat alle wegen leiden naar Omrin, maar het is maar één weg gebleken. Dat vindt hij zeer ongunstig voor de inwoners. De heer KEMP (VVD) zegt in een reactie naar CVO dat het geen blanco cheque is. Het gaat over een kostprijs plus 3%. De kostprijs kan de raad straks simpelweg controleren middels het jaarverslag.
Als Aconov aangeeft de laatste jaren onder de kostprijs te hebben gewerkt, dan kan hij zich niet voorstellen dat ze in 2026, 2027 een aanbieding doen tegen de huidige prijs. Bovendien zijn zij dan de enige, dus kunnen ze zelf de prijs bepalen. Hij is daar enigszins kritisch in, want hij juicht het toe als de (huidige) afvalinzameling was doorgezet voor alle vijf gemeenten als dat had gekund, maar dat is niet zo. Daar moet de raad mee dealen. Een toezegging voor 2027 is mooi, maar daarna? Dan zit Oldebroek niet bij Fryslân Miljeu en moet men maar zien. Hij herhaalt de woorden van de ChristenUnie: de raad heeft ook nog een zorgplicht; dan is het 2026 en heeft Oldebroek niets, wat gaat de raad dan doen. Over motie M1. Die motie is in feite niet nodig, want hij denkt dat elk college wel met een dergelijke evaluatie zal komen voordat er een DVO op tafel gaat komen. Anderzijds zit er zoveel in dat hij in elk geval een klanttevredenheidsonderzoek dan wel een soort enquête wil: hoe ver is men, is iedereen blij met de huidige ophaalmethode of wil de raad grijs eens in de vier weken gaan doen. Zulk soort geluiden zou hij wél graag horen bij zo’n evaluatie. De resultaten van diftar gaan nu al heel langzaam steeds verder omhoog. Tegen de tijd van de DVO wil hij graag weten waar men als gemeente staat. Dan zou de raad kunnen zeggen: de grijze container hoeft maar eens in de zes weken.
Dat zou dus veel invloed kunnen hebben op de tarieven. Als dat soort zaken worden meegenomen, zou die evaluatie inderdaad moeten worden gehouden, maar dan wel met de concrete zaken die hij gevraagd heeft en misschien heeft de SGP er nog wel meer. De heer HEDDEMA (ABO) zegt in een reactie naar het college, het zo te hebben begrepen dat de wethouder de toezegging heeft gedaan dat als er sprake is van aanvullende dienstverlening, dus verdergaand dan de scope waar het nu over gaat, op dat moment meerdere marktpartijen worden uitgenodigd waaronder de lokale ondernemer. Dan over motie M1. Wat betekent het als wordt gesproken onder de overwegingen: “of de gekozen richting de goede is” en: “uitkomsten van de evaluatie van belang zijn voor een goede dienstverleningsovereenkomst”, en onder “draagt het college op: om het beoogde resultaat van het aandeelhouderschap”. Dan wordt er in feite gesproken over de situatie vanaf 1 januari 2026, want dan begint die andere dienstverlening. Als je dat evalueert in de hier gekozen bewoordingen, dan komt hij niet eerder dan op een datum van 1 januari 2027. Dan praat je over een verre toekomst waarin deze evaluatie gevraagd wordt. De heer VLIEGER (SGP) interrumpeert. Zoals onder ‘constaterende’ staat, is de raad al vanaf 2015 betrokken bij Afvalsturing Friesland NV, en is er in 2017 een aandelenoverdracht geweest.
Vanaf dat moment dat de raad met die verwerking begonnen is, moet de hele evaluatie daar over gaan. Volgens de heer HEDDEMA (ABO) praat de raad nu over een nieuwe vorm van dienstverlening, op welke manier je de ophaaldienst waarover je een DVO moet afsluiten inhoud wilt geven. Volgens hem is dat niet eerder aan de orde dan vanaf 1 januari 2026. De heer VLIEGER (SGP) beaamt dit, maar dat is een onderdeel ervan. Het betreft een totale evaluatie van het hele afvalbeleid. Vanaf 2026 ontstaat er inderdaad een nieuwe situatie en dat gedeelte moet meegenomen worden in de eerstvolgende DVO die opgesteld kan worden. Maar de DVO en alles wat daarvóór zit, is onderdeel van het afvalbeleid en dat is wat de SGP betreft ook onderdeel van deze evaluatie. 7
De heer HEDDEMA (ABO) zegt niet te bestrijden dat het onderdeel uitmaakt, maar een evaluatie in de breedte zoals de SGP nu definieert, is een evaluatie die in zijn ogen niet eerder kan plaatsvinden dan bijvoorbeeld 1 januari 2027, wanneer de raad een jaar terug kan kijken op de nieuwe vorm van dienstverlening. Dan moet je natuurlijk die andere dingen ook meenemen, dat begrijpt hij, maar er wordt wel gesproken over een verre toekomst. De heer VLIEGER (SGP) antwoordt dat het niet zozeer gericht is op de DVO. Het zou mooi zijn als het jaar dat de raad gehad heeft daar al in kan, maar ook wat de raad nu de hele tijd gedaan heeft is onderdeel van die evaluatie. Alles wat de raad nu heeft, met aanvulling eventueel van een jaar DVO, uitwerken in de nieuwe op te stellen DVO per 1 januari 2027. De heer HEDDEMA (ABO) zegt dat dit het beeld heeft opgeleverd dat partijen over hetzelfde praten. Hij hoort van de SGP de datum van 1 januari 2027 en daar is hij het mee eens. Het zou ABO helpen wanneer die scherpte in deze motie komt, als er wordt gesproken over wanneer de raad die evaluatie doet en wat precies de onderdelen zijn van die evaluatie. Deels zaken die al lopen, maar deels ook de nieuwe vorm van dienstverlening, want onder ‘draagt het college op’ wordt gesproken over juist die DVO te gaan evalueren. Dat kun je pas doen als je een jaar samenwerkt.
Dat is het eerste moment waarop het zinvol is om zo’n evaluatie te doen. Als die scherpte in de motie gebracht kan worden, dan wil hij graag even met de fractie overleg hebben in hoeverre ABO deze motie kan steunen. De heer PEGGEMAN (ChristenUnie) denkt dat het evalueren goed is. Misschien zou de raad niet moeten wachten tot 1 januari 2027, maar dit wat eerder doen om het in de huidige DVO mee te nemen. Continu evalueren is belangrijk om te doen. Daarom kan de ChristenUnie de motie steunen. Over de blanco cheque waaraan CVO nog refereerde. Hij denkt juist niet dat er een blanco cheque wordt gegeven. Er worden afspraken gemaakt in de DVO, daarover gaat men met elkaar in overleg. De gemeente kan bijsturen als het haar te duur wordt, of andere keuzes wil gaan maken. Dat is bij een aanbesteding anders, want dan is de gemeente gebonden aan strikte aanbestedingsnormen. Dat merkte de fractie ook in de gesprekken met Van Werven. Hij denkt dat de gemeente Oldebroek hiermee juist veel flexibiliteit krijgt. De VOORZITTER denkt dat het goed is dat het college even duidt hoe de motie is begrepen. Wethouder FLIER laat weten dat hij de motie als volgt ziet. Diftar is geëvalueerd en de wens was om dat breder te trekken. De eerste DVO die gesloten wordt, mocht Oldebroek toetreden tot Fryslân Miljeu, zal het college niet halen.
Bij de daaropvolgende DVO kan het college aan de raad wensen en bedenkingen vragen. Die kunnen worden opgehaald in een evaluatie die van te voren plaatsvindt. De VOORZITTER schorst de vergadering kort op verzoek van ABO voor overleg. Schorsing De heer HEDDEMA (ABO) zegt constructief overleg te hebben gehad met de fractie van de SGP. Er is een tekstuele aanpassing gekomen op de motie die de verscherping betekent wanneer die evaluatie moet plaatsvinden. Dat versterkt de motie en kan ABO daarmee akkoord gaan. Motie 1 (aangepast punt 1 van het dictum) Draagt het college op: het totale afvalbeleid waaronder het beoogde resultaat van het aandeelhouderschap van Afvalsturing Friesland NV van de gemeente Oldebroek te evalueren vóór ingang van de nieuwe dienstverleningsovereenkomst per 1 januari 2026, ook financieel, afgezet tegen de landelijke cijfers en de benchmark NVRD, zodat de uitkomst meegenomen kan worden in de eerstvolgende dienstverleningsovereenkomst met Veluwe BV; De VOORZITTER gaat over tot de besluitvorming. De heer VAN DER HORST (CDA) legt een verklaring af. Hij zal zich onthouden van stemming bij het besluit; de firma Van Werven is klant van hem.
8
Het voorgestelde besluit De fracties van VVD, SGP, ChristenUnie, ABO en 1 lid van het CDA stemmen voor het voorstel. De fractie van CVO stemt tegen het voorstel. 1 lid van het CDA onthoudt zich van stemming. Met 14 stemmen voor, 3 stemmen tegen en 1 onthouding is het voorstel aangenomen Motie 1 (in aangepaste vorm): De fracties van VVD, SGP, ChristenUnie, ABO en CDA stemmen voor het voorstel. De fractie van CVO stemt tegen de motie. Met 15 stemmen voor en 3 stemmen tegen is de motie aangenomen.
08a. Motie vreemd aan de orde van de dag: Bewegwijzering Boerderijmuseum. De heer HEDDEMA (ABO) dient de motie in, mede namens CVO en ChristenUnie. Motie M2, ingediend door de fracties van ABO, CVO en ChristenUnie De raad van de gemeente Oldebroek, in vergadering bijeen op 14 maart 2024, heeft kennis genomen van de beantwoording van schriftelijke vragen die zijn gesteld door de fractie van ABO over de bewegwijzering van het Boerderijmuseum. Overwegende dat: in het kader van het recreatief belang de bereikbaarheid van het Boerderijmuseum en andere belangrijke toeristische attracties in onze gemeente door middel van fietsverkeer ondersteuning verdient. Constateert dat: -
-
-
in het Voorstel Toeristische objectbewegwijzering de alinea is opgenomen met de volgende tekst: “We hebben geen behoefte aan aparte/extra objectbewegwijzering voor fietsers. De bestaande bewegwijzering naar het Boerderijmuseum op de rode fietsbewegwijzering wordt verwijderd”; in het gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Oldebroek dat heden als B- stuk wordt behandeld, juist groot belang wordt gegeven aan de fiets als vervoermiddel. De volgende alinea komt uit het plan: “Recreatie is een belangrijke sector. De fiets speelt daarbij in de gemeente Oldebroek een vitale rol. Het is belangrijk om vast te stellen of er extra maatregelen noodzakelijk zijn om (regionaal) recreatief fietsen in goede banen te leiden. We moeten nadenken waar intensivering van (recreatieve) fietsroutes past, waardevol is en waar niet”; in het buitengebied geen sprake is van verkeersonveilige situaties die het gevolg is van “overbebording”, wat als mogelijke reden wordt gebruikt om bestaande bebording te verwijderen; de aanwezige bebording, bedoeld voor fietsverkeer, door hun attentiewaarde bijdraagt aan het bezoek van de toeristische attracties; het verwijderen van aanwezige bebording onnodig geld kost.
Roept het college op: -
om af te zien van het voornemen om de bestaande bewegwijzering naar het Boerderijmuseum en andere gelijkwaardige recreatieve bestemmingen in de gemeente te verwijderen.
En gaat over tot de orde van de dag. De heer HEDDEMA (ABO) leidt de motie in. In het (genoemde) voorstel is een alinea opgenomen waarin staat dat er geen behoefte is aan aparte/extra objectbewegwijzering voor fietsers en dat de bestaande bewegwijzering naar het Boerderijmuseum op de rode fietsbewegwijzering wordt verwijderd. Dit roept de vraag op: wie zijn wij. Bij ABO en ook bij anderen heeft dit de wenkbrauwen doen fronsen, vandaar deze motie. Het lijkt wel of een overijverige ambtenaar een oplossing heeft bedacht voor een niet-bestaand probleem, want wat kan erop tegen zijn om de bestaande bebording voor de recreatieve fietser te handhaven. In de beantwoording van schriftelijke vragen van ABO wordt gezegd dat de attentiewaarde te lijden zou hebben onder de veelheid van borden. De voorzitter van het Boerderijmuseum, met wie de heer Heddema contact had, heeft ook gereageerd. Deze heeft gesteld dat het met name vanaf de zuidkant, de Bovenheigraaf, voor fietsers lastig wordt om het museum te vinden. Vanaf Landal Park ‘t Loo zou het mooi zijn als fietsers het museum zouden kunnen vinden. En die borden, in het buitengebied, worden in het voorstel weggehaald. Er komen zeer regelmatig fietsers naar het Boerderijmuseum toe via het fietspad langs de 9
Bovenheigraaf. Niet over de doorgaande route Zuiderzeestraatweg, want heel weinig recreatieve fietsers maken daar gebruik van. Zij zoeken juist dat mooie buitengebied van Oldebroek. Waarom wordt dan deze bewegwijzering zomaar, met één enkele opmerking, geschrapt. Het is ook merkwaardig in de zin van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan, dat vandaag als B-stuk is afgehamerd, waarin juist staat dat recreatie een heel belangrijke sector is en dat de fiets daarbij in Oldebroek een vitale rol speelt. De raad heeft gedeeld dat de fiets, zeker als het gaat om het vermijden van automobiliteit, een belangrijk vervoermiddel is. Dat betreft zeker de recreant die gebruik zou willen maken van het mooie buitengebied. Hoe logisch is het dan dat men af en toe een bord tegenkomt waarop staat dat het Boerderijmuseum bijvoorbeeld rechtsaf is. Het brengt iemand wellicht op het idee om dat museum te gaan bezoeken. De raad wil toch dat het Boerderijmuseum in de benen wordt gehouden door bezoek. Waarom zou men daar afbreuk aan doen door bebording die zich over het algemeen in goede staat bevindt, weg te halen. Daar komt bij dat het verwijderen van die borden geld kost. Waarom zou de gemeente kosten maken voor het verwijderen van iets wat een buitengewoon goed doel heeft, namelijk de recreant naar een attractie leiden die de hele raad een warm hart toedraagt.
De heer DE NOOIJER (CVO) geeft aan dat de fractie het Boerderijmuseum in alles wil steunen. Nu wordt bestaande bebording weggehaald, wat ten koste gaat van de attentiewaarde. CVO steunt cultuur, maar dan moet die cultuur wel goed toegankelijk zijn en moet je weten dat het er is. De mensen die daar door de dorpen heen langskomen, kunnen nog wel eens getriggerd worden door die mooie Oldebroekse identiteit en daar kennis van willen nemen. CVO heeft hierover contact gehad met het Boerderijmuseum en hun kant van het verhaal gehoord. Zij willen ook graag dat de bebording blijft. Het voorstel Toeristische Objectbewijzering heeft een correctie van de raad nodig en die ligt nu voor middels de motie. Zo wordt ervoor gezorgd dat iedereen die door het prachtige Oldebroek fietst ook weet: er is een Boerderijmuseum, daar moet ik naartoe. De heer GRAANSMA (ChristenUnie) is uiteraard blij met de aanpak van de bewegwijzering die vorig jaar is vastgesteld door het college. Hiermee is de wens van veel (recreatie)ondernemers in vervulling gegaan en komt er een goede bewegwijzering vanaf de hoofdverkeersroute. Er is een lijst opgenomen van objecten die nu een betere, eenduidige en duidelijke bewegwijzering krijgen.
Het opgenomen zinnetje in het voorstel: we hebben geen behoefte aan aparte/extra objectbewegwijzering voor fietsers, de bestaande bewegwijzering naar het Boerderijmuseum wordt verwijderd, roept de nodige vragen op. De fractie snapt de zorgen van de voorzitter van het Boerderijmuseum, met name het weghalen van de bewegwijzering voor fietsers van de grootste toeristische verblijfslocatie in Oldebroek naar het Boerderijmuseum. Natuurlijk zijn er allerlei apps, kaartjes en folders waarin ook de verwijzing staat naar het Boerderijmuseum, maar wat werkt nu aanstekelijker voor een toerist dan een goed geplaatst bordje. Hij heeft deze middag nog even een rondje gereden en specifiek gekeken naar de borden. Het zijn keurige borden, de meeste blijven ook staan omdat er naast de verwijzing naar het Boerderijmuseum ook de woonkernen in de omgeving aangegeven staan. Alleen het groen aangegeven stukje voor het Boerderijmuseum wordt verwijderd. Het valt de fractie op dat in de aanpak van de bewegwijzering alleen het Boerderijmuseum wordt genoemd als object waarvan het verwijzingsbord verwijderd wordt. Vandaar dat de ChristenUnie mede-indiener is van deze motie. De heer KEMP (VVD) reageert op de opmerking van ABO, die sprak van een overijverige ambtenaar.
Naar zijn mening moet de raad daar ruim afstand van nemen, want het college legt zaken voor en er is geen enkele ambtenaar die door deze raad wordt aangesproken. Dan, er wordt net gedaan alsof een bezoek aan het Boerderijmuseum ‘random’ is, alsof men dat zomaar doet. Hij denkt dat mensen bewust naar het Boerderijmuseum gaan. Over zaken als het voorliggende worden afspraken gemaakt tussen de gemeente en TPVO (Toeristisch Platform Visit Oldebroek). Daar zit het Boerderijmuseumbestuur in, dus daar is ergens iets fout gegaan. Hij begrijpt dat geen enkele fractie de vraag heeft gesteld aan het Boerderijmuseum waarom zij bij TPVO niet aan de bel hebben getrokken. De heer HEDDEMA (ABO) interrumpeert. Er is een reactietermijn gesteld tot 22 januari volgens de voorzitter van het Boerderijmuseum. Op 16 januari is een reactie gestuurd waarin de vragen zijn gesteld zoals ze ook in de motie staan. Het antwoord was echter: we gaan dat niet doen, en: we hebben besloten dat ze verwijderd moeten worden. De heer KEMP (VVD) vervolgt zijn inbreng. Enerzijds begrijpt hij het wel, het klinkt niet logisch: bestaande borden zomaar weghalen. Anderzijds snapt hij het beleid ook, je wilt graag dat je gemeente er ordentelijk uitziet, één soort van bebording. Het college wil dit in één actie doen. Dat is logisch, want dat is efficiënt inzetten van personeel en 10
materieel. Anderzijds, wie heeft in de huidige tijd niet een mobieltje en bekijkt daarop de route naar het Boerderijmuseum. Daar zijn de bordjes niet voor nodig. Hij vraagt zich af waarom er niet simpelweg staat: we hanteren het uitsterfbeleid. Hij durft de schade niet op papier te zetten van het aantal bordjes dat elk jaar wordt gestolen. Vervang ze dan niet meer. Dan is de gemeente er in korte tijd ook vanaf. Zijn pijnpunt is dat er een organisatie is (TPVO), die gesprekspartner is van de gemeente. Die had het moeten ondervangen. De heer VLIEGER (SGP) vindt de motie sympathiek en bedankt ABO voor de vragen die zij gesteld hebben. Voor de SGP is de beantwoording aan het Boerderijmuseum helder, ook vanuit welk gedachtegoed dit nieuwe beleid is ontstaan. Dan zou de raad geen onderscheid moeten maken. Gelijke monniken, gelijke kappen; er is beleid opgesteld en dan moet de raad daarop niet allerlei uitzonderingposities creëren. Wat de SGP betreft is het Boerderijmuseum een algemeen bekend museum in de omgeving. Richting het Boerderijmuseum: er komen binnenkort ANWBlocatiepunten. Voor de SGP dé aangewezen plekken en daar optimaal gebruik van te maken om de aanwezigheid van dit museum kenbaar te maken. Op dit moment kan dat ook goed via Landal. Daarnaast lopen de fietsknooppuntenroutes langs het Boerderijmuseum.
Daarom verwacht de fractie dat het verwijderen van de borden qua bezoek niet direct een negatief effect zal hebben. De SGP is benieuwd hoe de wethouder hier tegenaan kijkt en zal daarna haar oordeel afgeven. De heer HEDDEMA (ABO) heeft een vraag. Hij hoort dat de SGP niet verwacht dat het impact heeft op het toeristenbezoek. Is dit een sollicitatie naar de functie van voorzitter van het Boerderijmuseum, want de huidige voorzitter heeft gezegd dat het wel degelijk impact heeft op het bezoek. De heer VLIEGER (SGP) wil zeker niet op de stoel van de voorzitter van het Boerderijmuseum gaan zitten. De SGP snapt wel de afweging vanuit het Boerderijmuseum. Dat is ook het dilemma van de fractie. Er is beleid gemaakt. Dat wordt uitgevoerd en dan gaat de raad weer een uitzonderingspositie creëren. In haar afweging heeft de fractie gemeend dat de mogelijkheden via Landal, goed adverteren, eventueel bij fietsknooppuntenroutes en dergelijke, en binnenkort via de ANWB-locaties, veel beter zijn om in beeld te komen dan de bordjes langs de weg. Zoals de VVD aangaf, mensen die interesse hebben gaan daar bewust naar zoeken. De heer VAN DER HORST (CDA) kan zich vinden in de bijdrage van ABO. De fractie ziet het belang, maar kan zich ook vinden in de bijdrage van de VVD. Het CDA wacht de beantwoording van het college af voordat men de afweging precies wil maken.
Wethouder ENGBERTS wil graag ingaan op de veiligheid. Vandaaruit is de hele objectbewegwijzering en nu alleen voor het toerisme opgezet, juist ten aanzien van verblijfs- en dagrecreatie. Hij wil iets rechtzetten. ABO spreekt over de bereikbaarheid van het Boerderijmuseum. Die bereikbaarheid is goed. Op het eerste gezicht lijkt dit een sympathieke motie. Het gaat over toeristische bewegwijzering en er zijn veel objecten. In de informerende nota van november is te lezen 120 objecten in Oldebroek, waarvan er nu 25 geselecteerd zijn die voldoen aan de criteria om bewegwijzerd te worden vanaf de doorgaande weg. In de motie staat onder ‘constateert’: de rode fietsbewegwijzering wordt verwijderd. De bordjes verwijzen alleen maar naar de kern. Kern Oldebroek, of aan de Naaldeweg staat ‘t Loo met daaronder in het groen Boerderijmuseum. Bij de Groote Woldweg, de Zwarteweg, dan nog een keer bij de Mheneweg Noord en bij de Zuiderzeestraatweg. Aan de Stationsweg staat een rood bordje, maar bij de Bovenstraatweg waar het Boerderijmuseum zit: geen bordje. Oftewel, het is incompleet. Het college heeft met het opstellen van deze nota gezegd: wat hebben wij aan bestaande borden. Toen kwam alleen bij het Boerderijmuseum naar voren dat het aangewezen werd op diverse bordjes, met als onderschrift in groen: hier moet je naartoe; alle andere objecten niet.
Krijgen die straks de mogelijkheid om te zeggen: dat zouden wij ook graag willen?, dus hangt u maar nieuwe bordjes op, voor alle 25 objecten. De VVD gaf aan: wie zoekt nu, en hoe zoeken de mensen. Oldebroek is gezegend met veel fietsknooppuntenroutes. De toeristische sector heeft daarvoor gezorgd en gezegd: dit moeten we gaan bewegwijzeren langs allerlei mooie plekjes, langs buitenpaadjes en langs objecten die het bezichtigen waard zijn, waaronder het Boerderijmuseum. Dat is keurig op orde en de paden ernaartoe houdt de gemeente ook op orde. Over de aanwezige bebording staat onder ‘constateert’: door hun attentiewaarde. Dat is nu juist waarvan het college heeft gezegd: het zijn geen reclamebordjes, het moeten echte richtingaanwijzers zijn. Nu heeft het college gezegd: we gaan extra borden plaatsen - en daarvoor vergunning aanvragen bij de provincie - langs de provinciale weg. Onder ‘roept op’ staat: en andere gelijkwaardige recreatieve bestemmingen. Er zíjn geen andere recreatieve bestemmingen die nu 11
al bewegwijzerd worden. Als het college de borden niet verwijdert, moet het die blijven beheren. Is het een precedent, wie kan dan ook dergelijke bordjes aanvragen, vanuit Hattemerbroek, vanuit Noordeinde, vanaf de Laanzichtsweg? Dus al die 25 komen met een aanvraag: raad, wilt u mij ook voorzien. Oftewel de wethouder heeft geen criteria welke wel en welke niet. De wethouder ontraadt de motie.
Tweede termijn De heer HEDDEMA (ABO) zegt dat hij het heeft over het recreatieve fietsverkeer, over bezoekers aan deze mooie gemeente. Het is juist het visuele aspect, die attentiewaarde die van belang is als het gaat om datgene wat de raad koestert en ook subsidie voor geeft. De voorzitter van het Boerderijmuseum geeft aan: laat de borden die in goede staat zijn, hangen. Aan het college is de ruimte gegeven om te zeggen: andere attracties gelijkwaardig. Het is een mogelijkheid voor het college om aan te geven wat het gelijkwaardig vindt of niet. De heer GRAANSMA (ChristenUnie) hoorde de wethouder het argument veiligheid noemen. Het bord staat er toch al, de plaatsnamen staan erop, dus daar verandert niet veel aan. Er komen geen borden bij. Het lijkt dus alleen om het Boerderijmuseum te gaan. Dan vraagt hij zich af waarom men die borden niet laat staan. De ChristenUnie is er voor dat de huidige bebording blijft. De vorige verordening over dit soort borden is van 2001, dus het is al zeker 20 tot 25 jaar de praktijk. Nu worden ze zonder enig overleg met het Boerderijmuseum als enige geschrapt. Dat voelt niet goed. De heer VLIEGER (SGP) kan het beleid volgen. De fractie vindt niet dat er een enkele uitzondering moet worden gemaakt, hoe warm het hart ook is dat de raad het Boerderijmuseum toedraagt. De SGP zal niet meegaan met de motie.
De heer KEMP (VVD) heeft iets gezegd over uitsterfbeleid, maar staat daar niet meer achter. Het college is verantwoordelijk voor het bordenbeleid. Als de bordjes niet compleet zijn, is het college verplicht ze aan te vullen, te onderhouden en dat kan tot in verre jaren doorgaan, tenzij er ander besluiten worden genomen. De VVD kan niet meegaan met de motie. De heer VAN DER HORST (CDA) kiest voor eenduidig beleid, uitvoering van bestaand beleid. Het argument van de wethouder over een mogelijk precedent en de risico’s daarop is voor de fractie de reden om niet mee te gaan met de motie. Wethouder ENGBERTS zit wel met een probleem als de motie wordt aangenomen. Krijgen dan andere verenigingen ook de mogelijkheid om borden toe te voegen. ABO zegt: daar moet het college mee komen. Dan verwacht hij van de raad te horen wat men daarmee wil. De VOORZITTER gaat over tot de besluitvorming. Motie M2 De fracties van ChristenUnie, ABO en CVO stemmen voor de motie. De fracties van VVD, SGP en CDA stemmen tegen de motie. Met 13 stemmen voor en 5 stemmen tegen is de motie aangenomen. De VOORZITTER geeft aan dat een motie een oproep is. Het college zal gaan kijken op welke manier het hiermee kan omgaan en de raad informeren.
09. Rondvraag. Mevrouw VAN DEN BOSCH (ChristenUnie) heeft een vraag over De Vier Merken. De raad heeft gehoord dat de verkoopprocedure van de boerderij in Doornspijk door de provincie is stopgezet en in de zomer naar verwachting opnieuw opgestart wordt. Na dit nieuws heeft de ChristenUnie contact gezocht met De Vier Merken. Men heeft om de tafel gezeten en samen gesproken. De fractie proefde in dat gesprek de volstrekt begrijpelijke frustratie, teleurstelling, onbegrip en onzekerheid en ook echt wantrouwen over het verloop van deze verkoopprocedure. Want hoe nu verder? De vraag aan de wethouder: is er vanuit de gemeente Oldebroek contact met de provincie aangaande het verloop van deze verkoopprocedure en ziet de wethouder mogelijkheden om richting de provincie samen op te trekken met gemeente Elburg om namens De Vier Merken met elkaar een vuist te maken en de provincie te verzoeken om de boerderij zo optimaal mogelijk in te zetten, zodat er optimaal resultaat geboekt kan worden ten behoeve van de gebiedsdoelen. Een initiatief als dit, vanuit boeren zelf waarin enorm veel tijd, energie en inmiddels 12
heel veel geduld zit, verdient op zijn minst een heldere en goed onderbouwde beoordeling door de provincie Gelderland. Wethouder ENGBERTS denkt dat deze oproep op een aantal punten ook die van het college is. Frustraties, teleurstelling, onbegrip, onzekerheid die speelden bij De Vier Merken, die het college ook aan het hart gaat. Daarnaast heeft het college diverse contacten met de provincie, met de gedeputeerde. Het college stelt daarbij dat de provincie transparant en goed voorbereid de verkoopvoorwaarden moet schrijven en bij de beoordeling ook hanteren. In het vorige traject heeft het college dat gedaan en nu weer een oproep aan de provincie: wij willen graag in overleg met u over het programma van eisen. Het college treedt echter niet op namens De Vier Merken. Dat kan men als lokale overheid niet doen. Wel kan men aandacht vragen voor het gebied. Terecht, de laatste opmerkingen die de ChristenUnie daarover maakte. Dat drijft het college ook, lokaal maar ook ten opzichte van deze problematiek, en hoe het met de gedeputeerde spreekt en daarin aandacht vraagt voor dit probleem. Door de protesten die ertegen geweest zijn, is de procedure stilgezet en moet die opnieuw beginnen. De oproep doet het college ook: nu zo snel mogelijk maar wel transparant met een goed programma van eisen, waaraan ook het gebied juist behoefte heeft.
10. Sluiting. De VOORZITTER gaat voor in dankgebed en sluit de vergadering.
Aldus goedgekeurd en vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Oldebroek op 18 april 2024.
, griffier J. Tabak
, voorzitter T.H. Haseloop-Amsing.
13