Notulen raad 5 maart 2026
Tekst van het document
concept
Notulen vergadering gemeenteraad Oldebroek Datum vergadering: 11 maart 2026
Aanwezig Raadsleden: ABO:
de heer A.M. Boer, mevrouw M.P. Deen, de heer J. Deij
CDA:
de heer W. van der Horst, de heer G. Scholten
ChristenUnie:
mevrouw F.B. van den Bosch-Pleijter, de heer P.H. Graansma, de heer W-H. Peggeman, mevrouw M. Sloots-Kievit
CVO:
de heer J.T. de Nooijer, de heer K. van de Put, de heer B. van der Velde,
Duurzaam Oldebroek: de heer D.J.P. Post SGP:
de heer D.E. Doornwaard, de heer G. Vlieger
VVD:
de heer H.G.P. Kemp
Voorzitter:
mevrouw T.H. Haseloop-Amsing
Griffier:
mevrouw A.M. Stokreef
Wethouders:
de heer B. Flier, de heer A. Heddema, mevrouw E.G. Vos-van de Weg
Afwezig:
01. Opening. De VOORZITTER heet iedereen welkom, begint de avond met het ambtsgebed en opent de vergadering. De nieuwe raad gaat op 1 april beëdigd worden en zoals het er nu naar uitziet zal het de laatste raadsvergadering zijn. Een welkom aan de mensen op de publieke tribune, de raadsleden en de mensen die thuis meekijken en luisteren via het internet of de LOKO mediagroep. Een bijzondere raad, want er zijn mensen aanwezig die wellicht in de nieuwe samenstelling niet terugkomen. Omdat ze niet op de lijst staan en dat nu al weten, maar het kan ook zo zijn dat de uitslag van de verkiezingen daar debet aan zal zijn. Eén ding weten we zeker: iemand die de afgelopen decennia een vast gezicht is geweest, zit hier vanavond met een dubbel gevoel. Ze wil deze avond niet beginnen zonder daar even bij stil te staan en richt het woord tot de heer Kemp: ‘Bijna drie decennia heeft u zich ingezet voor de gemeente Oldebroek en in deze raad. Het moet bijzonder zijn om hier te zitten in de wetenschap dat er anderen zijn die het stokje over gaan nemen.’ Ze hoopt op een goede vergadering en na afloop kan er nagepraat en wat gedronken en teruggekeken worden. Er zal stilgestaan worden bij alle vertrekkende raadsleden op een ander moment, want zover is het nu nog niet. Men is nog in functie totdat er een nieuwe raad is. Nog een mededeling: de buitendienst is vandaag druk geweest.
Ze zijn bezig geweest om het één en ander te verzamelen wat niet helemaal conform de regels neer was gezet. Dat is verzameld, dit ligt op de werf, mocht iemand iets kwijt zijn geraakt vandaag, dan kan dat morgen bij het KCA depot opgehaald worden. Mocht men nog een extra setje regeltjes nodig hebben, dan kan ook dat verstrekt worden. Ze kan zich voorstellen dat men denkt ‘ja, maar.’ Weet dan dat van alle casussen foto’s zijn gemaakt. Daarom kan ook verteld worden waarom wel en waarom niet. Laten we dit zien in een oefening van hoe snel gehandhaafd kan worden. Het kan misschien zo zijn dat eentje die boven op de ander stond of andersom is omgekeerd, dan is dat ook in het spel meegenomen. Ze hoopt dat men met frisse moed en goede zin de rest van de campagne kan vervolgen en ze hoopt dat dit een eenmalige actie was, want de buitendienst is er maar druk mee geweest.
1
02. Vaststelling van de agenda. De heer DE NOOIJER (CVO) geeft aan dat hij een motie vreemd aan de orde van de dag in gaat dienen. Dit doet hij niet alleen namens zijn eigen fractie, maar ook namens heel veel andere partijen. Het gaat over de dorpsvisie Oosterwolde en de dorpsvisie Noordeinde en Kerkdorp waar zijn partij heel snel een vervolg aan wil geven. Daarom wordt deze vanavond nog ingediend. De VOORZITTER stelt dit vast onder agendapunt 7a. De agenda wordt aldus vastgesteld.
03. Notulen vergadering 29 januari 2026. De notulen worden ongewijzigd goedgekeurd en vastgesteld.
04. Ingekomen stukken De raad gaat akkoord met de afdoening zoals voorgesteld op de lijst van ingekomen stukken voor deze vergadering.
05. Spreekrecht niet geagendeerde onderwerpen. Er zijn geen insprekers.
06. Mondelinge vragen van raadsleden. De heer DOORNWAARD (SGP): Geacht college. De brief van het college aan de initiatiefgroep van 10 februari 2026 geeft bij de SGP nogal zorgen over de voortgang van de dorpendeal van Oosterwolde en de dorpendeal van Noordeinde en Kerkdorp. In de brief staat ‘Samen werken we actief toe naar een aanvraag voor een dorpendeal bij de provincie Gelderland.’ Maar hier staat geen termijn achter. De vragen van de SGP zijn als volgt: - Is er volgens het college ook sprake van urgentie met betrekking tot het actief toewerken naar een aanvraag voor een dorpendeal? - Wanneer verwacht het college de raad uiterlijk te informeren over de stand van zaken en de haalbaarheid van een aanvraag voor de dorpendeal Noordeinde? Kan er een harde datum genoemd worden en zo nee, waarom niet? - Wanneer verwacht het college de raad uiterlijk te informeren over de stand van zaken en de haalbaarheid van een aanvraag voor de dorpendeal van Oosterwolde? Kan er een harde datum genoemd worden en zo nee, waarom niet? Burgemeester HASELOOP-AMSING: De urgentie voelt het college zeker. De medewerkers, waaronder de dorpscontactambtenaren maar ook de opbouwmedewerkers zijn heel druk geweest om vanuit de dorpsvisie Oosterwolde te helpen om die dorpendeal te vullen. In Noordeinde werkt het anders. Daar heeft een groep inwoners het format van de dorpendeal al gevuld.
Dit is net een andere soort van werkwijze. Een aantal weken geleden heeft het college die teksten teruggestuurd naar Oosterwolde. Daar heeft het vandaag een akkoord op gekregen. Daardoor kon er nog niet eerder dan nu een stap genomen worden omdat daarop gewacht moest worden. Het is nu nog wachten op een aantal aanvullingen die echt vanuit het dorp moet komen. Het college voelt dus de urgentie, maar is daarbij afhankelijk van onze samenwerkingspartners, of in ieder geval in eerste instantie van het dorp. Dit gaat over Oosterwolde, het proces rondom Noordeinde loopt iets anders, maar ook daar zijn we heel actief betrokken om ervoor te zorgen dat er zo gauw mogelijk een zo goed mogelijk onderbouwde aanvraag richting de provincie komt. Een harde datum geven wanneer de raad geïnformeerd gaat worden is lastig omdat er nog een aantal vragen is richting het dorp waar nog geen antwoord op is. Die bal ligt nu echt even bij het dorp. Waar mogelijk probeert het college zo snel mogelijk die taken af te ronden zodat het doorgegeven kan worden. Wanneer dat lukt, ligt aan de snelheid waarmee er gereageerd wordt op de vragen. Het college heeft haar best gedaan en dat doet ze iedere keer. Ze maakt een knip tussen de dorpsvisie en de dorpendeal. Op de dorpendeal is constant erg veel menskracht gezet. Er is heel veel inzet op gepleegd om die zo snel mogelijk rond te krijgen.
De VOORZITTER: Er is een mondelinge vraag over de bushalte van CU, SGP, CVO en CDA. 2
De heer GRAANSMA (CU): Onlangs zijn onze fracties, de CU, CVO, CDA en SGP, benaderd door de bestuursraad van de Nederlandse Gereformeerde Kerk De Morgenster uit Wezep over het volgende. Door het verleggen van de aansluiting op de A28 zijn de locaties van de bushaltes ook veranderd. Er is een nieuwe halte geplaatst bij het viaduct en de halte bij voormalig Koelenhage is verwijderd. Hierdoor is vanuit de inwoners en de busvervoerder de vraag gekomen een extra halte te plaatsen in Wezep. De gekozen locatie daarvoor is de Zuiderzeestraatweg ter hoogte van de kerk De Morgenster en het MFC de Brinkhof. Het gesprek met de bestuursraad van De Morgenster roept een aantal vragen op. - Hoe is men tot de keuze van deze locatie gekomen? Wie bepaalt die uiteindelijk? De gemeente, de busvervoerder of beide? - Zijn er nog andere locatiekeuzes voor de nieuwe halte mogelijk en is daar naar aanleiding van de gesprekken met de direct betrokkenen, zoals de bestuursraad van De Morgenster, nog naar gezocht? - De direct omwonenden zijn vorig jaar september geïnformeerd over de gemaakte keuzes en konden voor vragen en opmerkingen contact opnemen met de gemeente.
Is het informeren over de gemaakte keuze het enige moment waarop gereageerd kan worden of volgen er nog besluiten in het kader van de omgevingswet, verkeerswet of iets dergelijks die ook nog openstaan voor bezwaar en beroep? Wethouder HEDDEMA heeft overleg gevoerd over de kwestie met de afvaardiging van de bestuursraad en het is duidelijk geworden dat het resultaat teleurstellend is. Daar is begrip voor. Toch zal hij proberen door middel van beantwoording van de vragen de argumenten nog eens langs te lopen waarom we juist op deze plek zijn terechtgekomen. Het gaat om het feit dat de bushalte Koelenhage verplaatst is naar een plek tussen de twee rotondes bij de oude afslag. Dat betekent dat er tussen de twee haltes die resteren een gat overblijft. De busmaatschappij kijkt samen met de gemeente in zo’n geval naar hoe het zit met het verzorgingsgebied. Als er een gat zit, dan ligt het voor de hand dat je daar op inspeelt en je een plek probeert te vinden tussen die twee haltes die logisch is en die moet voldoen aan een aantal voorwaarden. Hij wil die even langslopen om aan te geven waarom er voor deze plek is gekozen. Ten eerste: De bushaltes worden niet tegenover elkaar geplaatst, want als twee bussen tegelijkertijd halteren, krijg je een verkeersonveilige situatie.
Je wil ook geen halte in een bocht waar het doorzicht onvoldoende is wanneer er een bus haltert en je niet achter de bus kan kijken en mogelijkerwijs gaat passeren daar waar er een tegenligger aankomt. Het heeft dus de sterke voorkeur om op een recht stuk te halteren. Ook wil je niet in de buurt van een dwarsstraat een halte plaatsen, daar waar een straat ontsluit op de Zuiderzeestraatweg. Op het moment dat een bus haltert en je wil vanuit een zijweg de straat oprijden, dan ontstaat er ook weer een verkeersonveilige situatie die je moet vermijden. Er is nog een argument. Hij beseft dat het om een mooie kerk gaat. Al is het geen monument, het is wel een mooi gebouw. Waar mogelijk wil je het zicht op zo’n kerk handhaven. Maar als het gaat om de afweging om zo’n halte voor een woning of voor een kerk te plaatsen dan gaat toch de voorkeur uit dit niet voor een woning te doen. Daar wonen mensen 24/7 en die hebben dan permanent uitzicht op zo’n halte. In overleg met de vertegenwoordiging van de kerkenraad is gezegd dat het college wel degelijk rekening wil houden met deze plek. Dat wordt gedaan met een verbod op reclame op dat bushokje. Ten tweede moet er een fietsenstalling gemaakt worden, wanneer dat niet gedaan wordt, worden fietsen in de heg gegooid want het is de halte richting Zwolle waar ’s morgens veel scholieren opstappen.
Die gunnen zich niet de tijd om 50 meter verderop de fiets neer te zetten, maar smijten die sneller in de heg. Dat is iets wat je zeker voor die kerk niet wil. Er komt een fietsenstalling, maar deze wordt niet overdekt. Zo blijft het doorzicht zo vrij mogelijk. Dat heeft het nadeel dat de fietsen nat worden wanneer het regent maar dat is dan de consequentie. Er zijn argumenten uitgewisseld waarbij op tafel kwam of het geen onveilige plek is voor die kerk, het college meent van niet. De ingang en de uitgang van de kerk blijven vrij bereikbaar en hij ziet daar geen inhoudelijk verkeerskundig argument om tegen te zijn. Op de vraag wie er verantwoordelijk voor is: dit gaat gezamenlijk. De busmaatschappij samen met de gemeente constateert wat de mogelijkheden zijn, wat leidt tot deze plek. Is dit nu het einde van het verhaal? Er moet nog een verkeersbesluit genomen worden. Het bouwen van een bushalte is in die zin niet vergunningsplichtig, er hoeft geen bouwvergunning of omgevingsvergunning aangevraagd te worden. 3
Maar er moet wel een verkeersbesluit genomen worden. Deze staat uiteraard open voor beroep. Daar kunnen bezwaren ingebracht worden. Deze argumenten zijn uitgewisseld en hij heeft nogmaals begrip voor de het wellicht teleurstellende resultaat voor de kerkenraad, maar dit is in acht genomen alle argumenten die er zijn, toch de beste plek waar men op is uitgekomen. De VOORZITTER: De CU heeft nog een vraag over woningbouw en de invloed van defensie. De heer GRAANSMA (CU): Er bereiken ons met regelmaat nog signalen van inwoners, woonachtig rond het ASKterrein die er tegenaan lopen dat bouwplannen die zij hebben niet mogelijk zijn. Dat betreft vooral reguliere woningbouw, maar ook inwoners die premantelzorgwoningen willen bouwen. In tegenstelling tot de reguliere mantelzorgwoningen zijn deze wel vergunning plichtig. De hoofdoorzaak van het niet doorgaan van al die bouwplannen zijn de bezwaren die aangetekend worden door het ministerie. Dit in verband met de hogere geluidsbelasting dan toegestaan voor deze locatie. Een geluidsbelasting die nota bene zelf door defensie veroorzaakt wordt. CU heeft dit al meerdere malen aangekaart, onder andere door schriftelijke vragen richting het college, ook heeft het de landelijke CU-fractie hierover aangeschreven. Verder heeft de partij dit in het debat wat de raad heeft gehad over het nationaal programma ruimte voor defensie aangekaart.
De zienswijze van de raad over een aantal zaken is door het college per brief van 22-04-2025 bekendgemaakt aan de staatssecretaris Tuinman van Defensie. In het kader van de brief en de uitnodiging die is gegaan naar de gemeente heeft de staatssecretaris 20 oktober jl. onze gemeente en de locatie van het ASK bezocht. In het persbericht van het bezoek van de staatssecretaris lezen we onder andere het volgende: ‘De gesprekken stonden in het teken van het vinden van balans tussen nationale veiligheidsbelangen en de leefkwaliteit van onze inwoners. Staatssecretaris Tuinman zei daarover: “Het is goed dat jullie de belangen van de inwoners op deze manier behartigen. Ik neem dit zeker mee naar Den Haag en ik wil graag het goede contact van vandaag vast te houden”.’ Een tweede citaat uit de brief: ‘Defensie heeft richting de gemeente aangegeven open te staan voor de dialoog over de impact van het nationaal programma ruimte voor defensie op de omgeving.
Gemeente en defensie hebben de intentie uitgesproken dat zij samen willen werken aan een toekomst waarin defensie en omgeving op de kaart in evenwicht zijn.’ Dat brengt de CU tot de volgende vraag: - Kan het college de raad kort bijpraten wat er concreet voor actie is ondernomen naar aanleiding van de brief, bijlage en het bezoek van de staatssecretaris, in het bijzonder waar het gaat om woningbouw rondom de ASKlocatie? - Op welke termijn is er zicht op een oplossing of richting waardoor de bouw van woningen en premantelzorgwoningen binnen de zone waar een te hoge geluidsbelasting is, veroorzaakt door defensie, weer mogelijk gaat worden? Burgemeester HASELOOP-AMSING wil de raad kort bijpraten over wat er aan acties is ondernomen. De actie was al ingezet voor de staatssecretaris er was. In juli 2022 heeft de Raad van State gezegd dat Ottenweg 21 en 63 niet door konden gaan. Dat drukte Oldebroek met de neus op de feiten dat defensie in het kader van hun veranderende werkzaamheden nog strenger en strakker gaat kijken waar ze wel en niet extra gehinderden willen hebben.
Ze zijn bang dat mensen ergens gaan wonen die aangeven het niet erg te vinden dat defensie in hun achtertuin oefent en dat er daarna misschien een andere bewoner komt die dat niet goed vindt waardoor er procedures komen en er geconstateerd moet worden dat er volgens de huidige normen geen goed woon- en leefklimaat zou zijn, omdat het niet past binnen de zoneringen zoals we die hadden. Er is toen al begonnen met een lobby richting defensie en het rijks vastgoedbedrijf, er is een aantal spelers op dit speelveld: Defensie als eigenaar van het terrein, het rijk vastgoedbedrijf die als beheerder fungeert en bezwaren maakt op plannen die zij als niet wenselijk zien en INLT, de organisatie die vergunningen verleent aan defensie, maar ook toezicht houdt op die vergunningen. Drie ministeries die zich hiermee bezighouden. We zijn begonnen met de gesprekken met defensie om te zeggen: ‘Jullie zijn eigenaar, dit is heel erg raar. Kunnen we niet als goede buren naast elkaar, zoals we al jaren doen, kijken wat er wel mogelijk is?’ Daarmee is begonnen. Onze juristen, beleidsmedewerkers en de juristen van defensie hebben hier echt in geïnvesteerd en gekeken wat hiervoor nodig is. Er waren drie bestemmingsplannen waar een zienswijze tegen in werd gediend. Het college heeft opties aangedragen waarom deze plannen toch zouden moeten kunnen.
Hier was defensie het mee eens en daarom zijn die zienswijzen ingetrokken. Die drie kunnen doorgaan. Defensie was het er ook mee eens dat wanneer dit in een omgevingsplan gevat kan worden en dit juridisch en ruimtelijk goed geborgd kan worden voor de toekomst, iedereen daar beter van wordt. Zowel de gemeente zodat er woningen gebouwd kunnen worden en defensie omdat ze kunnen doen wat ze willen. Dit heeft even geduurd, omdat er ook zoiets is als een 4
revisievergunning voor de activiteiten die defensie al sinds jaar en dag uitvoert onder een vergunning van begin jaren ’90 waar iedere keer weer wat aan toe is gevoegd. Daarvan heeft INLT gezegd dat men eerst de vergunning op orde moest hebben. Dat duurde even en daar lijkt nu beweging in te komen. Dat komt goed, is de burgemeester verzekerd. Dan is er nog het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie waarbij gezegd is dat men op termijn nog uit wil breiden. Wat betekent dat voor deze planning? En er is de wet op gereedstelling die eind dit jaar waarschijnlijk in werking treedt die defensie ook nog mogelijkheden geeft. Dit waren vertragende factoren op het gezamenlijke omgevingsplan. Inmiddels zit er weer schot in en is er gezegd: ‘Als we het ophangen aan de manier waarop we die drie bestemmingsplannen hebben behandeld, dan willen wij dat in een omgevingsplan vatten.’ Nadeel is wel dat daar nog een plan MER voor nodig is. Voordat we het omgevingsplan klaar hebben, zijn we zeker een jaar verder vanaf nu. Dat duurt nog heel lang. Zeker daar waar het gaat om premantelzorgwoningen en woningen die solitair zijn en vergelijkbaar zijn met de drie waar we nu afspraken over hebben gemaakt.
Over twee of drie weken komt de SG van ILNT hier naartoe zodat we met hen naar locaties kunnen gaan om te laten zien wat de situatie is en of er niet een huis tussen gepast kan worden waar al twee huizen staan. Als je iets ziet blijft het beter hangen dan wanneer je iets in een brief leest. Ze hoopt daar ook wat ruimte te krijgen zodat er afspraken gemaakt kunnen worden dat wanneer er zaken zijn die lijken op die eerste drie, er vooruitgelopen kan worden op het omgevingsplan en geacteerd kan worden alsof dat plan al in de steigers staat. Ze hoopt hier op korte termijn een ja of een nee op te krijgen. Het gaat hier dan wel om vergelijkbare zaken. Als we dichter naar het ASK terrein toe gaan, wil de gemeente ruimte creëren tot 55, misschien 57 DSDAN: het schietgeluid wat je hoort. Dat kan door middel van driedubbel glas en isolatie best voor een goed binnenleefklimaat zorgen. Op het moment dat je daarvoor kiest, moeten mensen die keuze hebben. Dat laatste stukje wordt wel ingewikkeld. Dat gaat echt nog een jaar duren. Maar ze heeft goede hoop dat er richting het zomerreces meer gedeeld kan worden over mogelijkheden en onmogelijkheden.
07. Lijst van B-onderwerpen, die bij hamerslag worden afgedaan. Deze onderwerpen worden bij hamerslag afgedaan.
07a. Motie vreemd aan de orde van de dag Eerste Termijn De heer DE NOOIJER (CVO) kondigt een motie aan. Het ijzer smeden wanneer het heet is, is van belang bij het onderwerp wat nu besproken wordt. Hij wil de raad graag meenemen naar begin dit jaar, januari 2026. Er zijn twee visies van dorpen ontvangen: Oosterwolde en Noordeinde. Als gemeente en lokale politiek zijn we in de blijde omstandigheden dat we actieve dorpen hebben waar inwoners, verenigingen en organisaties zitten die krachten bundelen om na te denken over de toekomst van hun eigen dorp. Vrijwillig en belangeloos. Ze denken na over hoe ze het dorp leefbaar kunnen houden in de toekomst, over hoe er bijvoorbeeld voldoende woningen zijn zodat het dorp kan blijven bestaan en er plek is voor eigen jongeren in hun eigen dorp, hoe voorzieningen behouden kunnen blijven. Hoe er meer ruimte kan worden geboden voor bijvoorbeeld een hart voor Oosterwolde. De lijst is veel langer en breder en zo omvangrijk dat daar een visie is uitgerold bij Oosterwolde en Noordeinde. In januari heeft CVO de handschoen opgepakt toen in een raadsgesprek de visie uitgelegd werd. De bal werd overhandigd aan de politiek. Hij stelde de eerste commissievergadering vragen aan het college. Hij vroeg: ‘Wil het college deze visie oppakken?’ De bal werd figuurlijk teruggespeeld.
‘Dat is aan de politiek.’ Toen kwam er een brief binnen op 27 januari 2026 namens de initiatiefgroep Dorpsvisie Oosterwolde. Zij waren teleurgesteld. Hij citeert: ‘Wat voor ons wel zwaar weegt is de constatering dat er nu feitelijk wordt gekozen voor stilstand tot na de verkiezingen. Dat vinden wij moeilijk te rijmen met de urgentie, het draagvlak en de energie die in Oosterwolde aanwezig zijn.’ Er kwam een reactiebrief van de gemeente. Daarin stond: ‘Het is nu aan de politieke partijen om te bepalen hoe zij verder gaan met deze visie en deze te agenderen.’ Wat vroeg de initiatiefgroep Oosterwolde eigenlijk? Het staat in de brief die de raad heeft ontvangen. Een paar punten: Erkenning dat deze visie vraagt om een actiever volgproces, bereidheid om samen te verkennen wat realistische vervolgstappen zijn en duidelijkheid over hoe de raad, college en dorp zich tot elkaar verhouden in het vervolg. Geen ruimtelijke of financiele beslissingen. Hij stelde wederom namens CVO mondelinge vragen in de commissievergadering: ‘Wil het college met deze praktische punten aan de gang gaan?’ Want als we dit nu niet doen en we laten het over aan een volgende raad, zal een raad daar misschien niet direct over besluiten. Na 18 maart 5
krijgen we collegevorming. Dat betekent dat partijen gaan onderhandelen. En dan begint een toekomstig college misschien pas na de zomer daar aan. In de brief stond duidelijk: ‘Smeed het ijzer wanneer het heet is.’ Er is nu een plan op tafel gelegd. Er moet dus nu ook actie komen. Zoals gezegd stelde hij opnieuw vragen in de commissievergadering en wederom werd er gezegd: ‘Het is aan u als raad.’ Daarom is hij blij dat hij vanavond een motie in kan dienen om het college op pad te sturen. Hij heeft het initiatief genomen met de heer Post van Duurzaam Oldebroek. Met hem zat hij gelijk nadat hij een (zijns inziens) zeer teleurstellend antwoord kreeg bij elkaar en samen hebben ze een motie opgesteld en contact gezocht met andere partijen. Hij is blij dat de hele raad vanavond het college een verzoek meegeeft. Deze motie wil hij graag indienen.
Motie M1, Motie vreemd aan de orde van de dag - Ontwikkelen van de dorpsoriëntatie Oosterwolde en de dorpsvisie Noordeinde en Kerkdorp Van: CVO, Duurzaam Oldebroek, ChristenUnie Oldebroek, CDA Oldebroek, ABO, VVD Oldebroek, SGP Oldebroek De gemeenteraad van Oldebroek, in vergadering bijeen op donderdag 5 maart 2026, gehoord de beraadslagingen, Constaterende dat: • De werkgroep Samen Noordeinde een dorpsvisie Noordeinde en Kerkdorp heeft geschreven en deze is gepresenteerd op 27 januari jl.; • De initiatiefgroep Oosterwolde een visie heeft gegeven over de toekomst van het dorp tot 2035, en deze uiteen is gezet tijdens het raadsgesprek van 8 januari jl.; Daarbij symbolisch een bal heeft overhandigd aan de commissie met de boodschap dat de bal nu bij de raad ligt; • De initiatiefgroep Oosterwolde tevens een brief op 27 januari jl. heeft gestuurd aan zowel raad als college om het belang van een verdere uitwerking van de dorpenoriëntatie vorm te geven; • De gemeente Oldebroek in een reactie op deze brief aangeeft dat ‘het aan de politieke partijen is om te bepalen hoe zij verder gaan met deze visies en om deze te agenderen. Overwegende dat: • Het college de dorpendeal verder gaat ondersteunen zo blijkt uit de brief van 10 februari jl.
op basis van de door de raad vastgestelde kaders; • Deze plannen vanuit de gemeenschap tot stand zijn gekomen; • Er in Oosterwolde, Noordeinde en Kerkdorp veel inzet, eensgezindheid en bereidwilligheid is om deze dorpsvisie ’s verder uit te werken en te concretiseren; • De hulp vraag bij de gemeente is neergelegd om gezamenlijk te onderzoeken welke onderdelen vanuit de visies realiseerbaar zijn en op welke termijn; • • • • •
Dat de dorpsvisies veel waardevolle elementen bevatten die verder uitgewerkt moeten worden; Directe voortgang de hoogste slagingskansen biedt voor de dorpsvisies; Dit niet betekent dat het college al beslissingen hierover hoeft te nemen, zij het financieel, zij het ruimtelijk; Wachten tot na de verkiezingen in de praktijk waarschijnlijk, gezien de aansluitende coalitievorming, zal betekenen dat een nieuw college dit pas kan oppakken over een maand of 3 à 4, of misschien zelfs pas na de zomer; Dit zonde van de tijd is, aangezien er nog geen politieke besluiten genomen hoeven te worden.
Verzoekt het college: • Om in samenspraak met de initiatiefgroep Dorpsvisie Oosterwolde en de werkgroep 6
• •
Samen Noordeinde op korte termijn een concreet vervolgtraject voor de twee dorpsvisies in te zetten, en hierbij te verkennen wat de vervolgstappen hiervoor zijn; Deze uitwerking te verbinden aan bestaande beleidskaders zoals de woonvisie, omgevingsvisie en lopende projecten binnen de dorpendeal; De raad hierover na het gesprek met de initiatiefgroep en het uitwerken van het vervolgproces te informeren, uiterlijk voor het zomer reces 2026.
En gaat over tot de orde van de dag. De heer DE NOOIJER (CVO) wil afronden met de melding dat het hier echt ergens over gaat. Het gaat om de toekomst van een dorp wat afhangt van op tijd goede beslissingen nemen, zodat dat gegarandeerd kan worden. Bij Noordeinde hebben we in de raad discussies gevoerd over de school, wat ook is meegenomen in de dorpsvisie. Zonder school geen dorp. Zonder woningen geen dorp. De leefbaarheid van twee belangrijke dorpen staan hier op het spel en hoezeer er ook politieke verschillen zijn in de raad, hier vinden wij elkaar gelukkig als collegafracties. Hij spreekt zijn waardering uit richting de collegafracties dat er samen de schouders onder gezet wordt en dat na twee mondelinge vragen het vanavond eindelijk zover is. Hij dankt iedereen voor de steun en vraagt een reactie van het college op de motie, ook als die misschien ontraden wordt. Hij hoopt dat deze overgenomen wordt en dat het aan kan geven wat ze concreet met de uitvoering op korte termijn gaat doen. Dit doen we samen, met elkaar voor Oosterwolde en Noordeinde. De heer POST (DO): Als mede-initiatiefnemer wil hij een korte terugblik geven. Bijna twee jaar geleden stond hij hier ook met zijn maidenspeech en was zijn oproep om samen aan te slag te gaan met oplossingen. Zijn opa is beheerder van het dorpshuis geweest in Oosterwolde. Voor hem is met deze motie de cirkel rond.
Zijn opa hielp de mensen in Oosterwolde, de oudere mensen kennen hem vast nog: Jan Post. De heer Post is trots dat hij hier nu ook wat aan mag doen. En iedereen ondersteunt de motie en gaat zelfs in verkiezingstijd samen met oplossingen aan de slag. Dat is wat we willen. Nogmaals dank. De oproep vanuit Noordeinde was om als partijen goed samen te werken en dat is meegenomen. Hij dankt ook de CU die met goede ideeën kwam om dit samen te voegen met de dorpendeal van Oosterwolde. Dank aan het CDA die de puntjes op de i zet. Dank aan de nestor (de heer Kemp) die scherp was en zei dat er een motie ingediend moest worden. De heer PEGGEMAN (CU): CU is blij dat de initiatiefgroep Oosterwolde haar dorpsvisie op 18 januari heeft gepresenteerd. En dat op 27 januari de dorpsvisie van Noordeinde is ontvangen. Deze initiatieven laten zien hoe sterk de betrokkenheid in het dorp is. De beste ideeen ontstaan niet in het gemeentehuis maar in de gemeenschap zelf. De CU staat voor een samenleving waarin ruimte ontstaat om te leven. Ruimte voor gemeenschappen, voor verenigingen, kerken. Ruimte voor ondernemers om te ondernemen. Ruimte voor ouders om hun kinderen te laten opgroeien en te laten ontwikkelen. En ruimte voor schepping om tot bloei te komen. Vrijheid is daarbij essentieel, want juist in vrijheid kunnen mensen tot bloei komen.
De politiek heeft hierin een duidelijke taak: richting geven, kaders scheppen en voorwaarden creëren. Maar inwoners dragen net zo goed verantwoordelijkheid. Samen bouwen we aan de toekomst van Oldebroek. De CU is een beweging waarin we niet alleen spreken wat goed is om te doen, maar waar we ook in de eigen omgeving dat in de praktijk willen brengen. We willen daarom opstaan voor initiatieven die bijdragen aan een hoopvolle samenleving. Een dienstbare economie en een rechtvaardige overheid. Leefbare dorpen en kernen zijn daarvoor van groot belang. Dorpen blijven leefbaar waarin inwoners niet alleen naast elkaar wonen maar met elkaar leven. Dat zien we terug in de dorpsvisies die recentelijk zijn gepresenteerd. De betrokkenheid van dorpsgenoten, verenigingen en ondernemers vormt het kloppend hart van deze gemeenschap. Het zijn juist de dagelijkse, vaak onzichtbare bijdrages die het dorp veerkrachtig maken. We vinden het daarom belangrijk dat de visie van Oosterwolde en Noordeinde verder wordt uitgewerkt. Een deel van deze visie zal worden uitgewerkt via de dorpendeal. De raad heeft hiervoor al kaders gesteld en het college heeft aangegeven de aanvragen samen met de initiatiefnemers verder uit te werken. Dat waardeert hij zeer. Via de mondelinge vragen is daar net ook een toelichting op geweest. Maar de visies gaan verder dan de dorpendeal.
Ze bevatten zowel grote als kleine voorstellen. Sommige zijn eenvoudig te realiseren, andere vragen meer tijd, geld en voorbereiding. Het gaat hier om een visie voor de lange termijn, voor iets van de komende 10 jaar. Overhaaste besluiten zijn nu dus niet nodig. Maar het vervolg mag ook niet blijven liggen. De initiatiefnemers zijn nu georganiseerd en gemotiveerd. Laten we dat momentum benutten. 7
Met de motie die nu voorligt vragen wij het college samen met de initiatiefgroep het vervolgtraject in beeld te brengen, met als doel een helder plan te maken. Wat kan op korte termijn worden opgepakt? Welke projecten lopen al? Wat past binnen de huidige kaders bestaand beleid? Wat vraagt toch iets meer tijd? Budgetten zullen hierbij eveneens een belangrijke rol spelen. Sommige onderdelen binnen de dorpsvisie kunnen mogelijk al binnen bestaande budgetten opgepakt worden. Voor andere onderdelen zal waarschijnlijk een beperkt aanvullend budget nodig zijn. CU verwacht dat dergelijke beperkte budgetaanvragen inzichtelijk kunnen worden gemaakt zodat de nieuwe raad hierover een weloverwogen besluit kan nemen. Tegelijkertijd zijn er ook onderdelen die eerst verder uitwerking, onderzoek en afstemming vragen voordat er een realistische budgetinschatting kan worden gemaakt. Het is van belang om deze stappen zorgvuldig en in de juiste volgorde te doorlopen zodat de raad op een later moment op basis van een volledig een betrouwbaar informatiebesluit kan nemen. Zo kan de nieuwe raad straks ook snel goed verder. En kunnen de dorpen verder met het uitwerken van hun visie. Daarom is CU mede-indiener van deze motie. De heer VAN DER HORST (CDA) CDA Oldebroek wil bouwen aan gemeenschappen.
En daarom wil het CDA medeindiener zijn van deze motie die vraagt om het proces op gang te houden en samen met de inwoners verder te verkennen wat mogelijk is. Dorpsvisies van Oosteinde en Noordwolde zijn namelijk door inwoners zelf opgesteld en laten zien hoeveel betrokkenheid er in de dorpen is. Dat verdient een serieus vervolg. Deze motie vraagt niet een directe keuze op financiele besluiten, maar om in gesprek te gaan met initiatiefgroepen en te onderzoeken welke onderdelen verder uitgewerkt kunnen worden binnen bestaande kaders zoals woonvisie en omgevingsvisie. Vandaar dat CDA mede-indiener is van deze motie. De heer KEMP (VVD): De VVD is ook trots op alle inwoners die hier moeite en tijd in hebben gestoken. Dat is alleen maar toe te juichen. Dit is vanavond het juiste middel. Dit is het gevolg van symbolisch de bal neerleggen bij een commissie, met betrekking tot de dorpsvisie en dit is de manier waarop we er mee om moeten gaan. Dat heeft hij destijds al aangegeven, de commissie is niet uitvoerend of iets dergelijks. Het is zo dat we op deze manier het college aan het werk kunnen zetten. De raad bepaalt het beleid en het college voert het uit. Dat is de manier zoals we werken en hoe we het vormgeven. Op de laatste avond van de laatste raadsvergadering komen zeven fracties unaniem met een motie.
Je zou kunnen zeggen dat het een motie van wantrouwen is naar het college, maar alle collegepartijen staan er notabene zelfs op. Dat is heel wonderlijk. Aan de andere kant is het ook een vorm van eensgezindheid, hoe we er allemaal tegenaan kijken naar dit soort initiatieven en dat verdient ook een compliment. Naar het college toe; het is een motie, maar het karakter is opbouwend. Dit waren zijn laatste woorden als afsluiting van deze raadsperiode: Eensgezindheid is erg belangrijk. De heer DOORNWAARD (SGP) wil ook graag nog wat inhoudelijks meegeven. Ook de SGP hecht waarde aan initiatieven vanuit de samenleving. Wanneer inwoners verantwoordelijkheid nemen voor hun dorp en samen nadenken over de leefbaarheid, voorzieningen, sociale samenhang, dan verdient dat waardering. Bij dezen wil de SGP die waardering uitspreken. Het vraagt tijd, energie en onderlinge samenwerking om tot een dorpsvisie te komen. Dat verdient een zorgvuldige en respectvolle behandeling vanuit de gemeenteraad en het college. Dat geldt voor de dorpsvisie Oosterwolde en de dorpsvisie Noordeinde 2025-2035. Maar waardering alleen is niet genoeg. Ook gewaardeerde initiatieven zijn al eens eerder in een la verdwenen zodat er lange tijd niets mee gebeurt en dat wil de SGP voorkomen. Daarom mogen betrokken inwoners ook duidelijkheid verwachten.
Er is nu een knip gemaakt tussen de dorpendeals en de dorpsvisie door de ingediende motie. SGP vindt dat deze juist wel bij elkaar horen. In beide gevallen is de dorpsvisie vooraf gegaan aan de dorpendeal. Dat maakt het geheel niet transparant. Vanavond heeft de SGP al mondelinge vragen gesteld over de voortgang van die dorpendeal en daaruit blijkt dat enerzijds de urgentie wel onderkent wordt, maar dat de afhankelijkheid er nog steeds is. Daarin vraagt die dorpsvisie ook nog steeds om duidelijkheid. Daarom had de SGP voor vanavond in eerste instantie een motie voorbereid om zowel duidelijkheid te krijgen over de dorpendeal, de stand van zaken over de uitvoering van de motie van 2019 om sportpark De Heugte te verplaatsen en ook de uitwerking van die dorpenvisie. Maar twee moties met dezelfde strekking was wat te veel, daarom zijn er mondelinge vragen gesteld. En straks komt hij terug op de verplaatsing van het sportpark. Want op 2 oktober heeft deze raad kaders vastgesteld voor het verlenen van een financiele bijdrage aan de dorpendeal. Daarin is uitgesproken dat initiatieven vanuit de samenleving welkom zijn, maar ook dat we zorgvuldig moeten omgaan met het proces, de criteria, de prioritering, de planning en de financiele middelen. En dat vraagt om heldere procesafspraken 8
en realistische verwachtingen. In de commissievergadering van 18 september 2025 heeft de SGP aangegeven waar ze de knelpunten zagen. Onduidelijkheid over criteria en over de vraag wat haalbaar is binnen de financiele kaders. Die knelpunten ziet de SGP nog steeds. Tijdens de bijeenkomst op 27 januari in Noordeinde kwamen er ook al onduidelijkheden naar voren. Er klonk enthousiasme maar er waren ook vragen. Bijvoorbeeld: ‘Hoe kunnen de plannen concreet ondersteund worden? Hoe kunnen plannen die niet binnen de dorpendeal passen toch verder gebracht worden?’ De opdracht was om samen te zoeken naar de juiste sleutel om samen voor de oplossing te gaan. Daar zit de kern. Er blijft onduidelijkheid over verwachtingen en verantwoordelijkheden. En die duidelijkheid is nu juist heel hard nodig. Ook de brief van het college van 10 februari aan de initiatiefgroep Oosterwolde draagt niet bij aan die duidelijkheid. Wat betreft de dorpendeal wordt aangegeven: ‘Samen werken we actief toe naar aanvraag voor een dorpendeal bij de provincie Gelderland.’ Die termijn is niet duidelijk. Daarnaast wordt de urgentie onderkend, maar de termijn blijkt er nog steeds niet te zijn. Daar kan zijns inziens strakker op gestuurd worden. Het andere wat in de brief staat is dat het aan de raad is hoe nu verder te gaan met de visie.
De vraag is dan, bij wie ligt de regie? Waarom heeft het college gewoon niet de regie opgepakt in samenspraak met de adviesgroep, maar legt de bal voor die visie weer terug bij de raad? Duidelijkheid wie de regie heeft, helpt niet alleen ons als raad maar vooral ook de inwoners die tijd en energie investeren in deze trajecten. Duidelijkheid voorkomt teleurstelling. Inwoners dienen te weten wat haalbaar is. Niet alles vanuit de dorpsvisie kan gerealiseerd worden vanuit de dorpendeal en zijn wel belangrijk genoeg om opgepakt te worden. De SGP vindt het belangrijk dat beide processen afzonderlijk en zorgvuldig worden beoordeeld. Ieder dorp heeft zijn eigen dynamiek, ambities en vraagstukken en tegelijkertijd moeten we recht doen aan de kaders die wij als raad hebben vastgesteld. Het vraagt om bestuurlijke verantwoordelijkheid, want zonder financiele en juridische toetsing wekken we mogelijk verkeerde verwachtingen. Nog iets met betrekking tot de dorpsvisie: er is nog steeds een openstaand actiepunt sinds 11 juli 2019. De aangenomen motie voor het onderzoeken van verplaatsing van sportpark De Heugte. Dat is al bijna 7 jaar geleden. Soms moet je in de politiek een hele lange adem hebben. Daarbij komt ook dat er nog steeds geen duidelijke terugkoppeling is over de stand van zaken. Die zou onderdeel worden van de visie maar geeft ons geen duidelijkheid.
De SGP wil wel graag die duidelijkheid. De concrete vraag aan het college is: - wanneer verwacht het college de raad te informeren over de stand van zaken over het onderzoek voor verplaatsing van sportpark De Heugte zoals beloofd in de aangenomen motie van de SGP van 11 juli 2019? De heer DE NOOIJER (CVO) interrumpeert: Hij wil de heer Doornwaard vragen waarom hij vanavond met deze vraag komt. Deze motie ligt er al een tijd, sinds 2019 en hij heeft de SGP er nog niet heel veel eerder over gehoord. Was het ook niet zo dat de SGP tot voor kort in het college zat en het college steunde? Waarom komt deze partij vanavond hiermee? Tweede reden: Dit wordt opgepakt in de dorpsvisie, want in het raadsgesprek dat er is geweest, waarin de bal aan de raad is overhandigd en de plannen zijn toegelicht, is uitgelegd dat dit meegenomen wordt in de dorpsvisie. Hij wil vragen of de heer Doornwaard hier nog op in wil gaan. De heer DOORNWAARD (SGP): In eerste instantie werd aangeven dat als het gaat om die motie, dit onderdeel zou worden van de visie over hoe nu verder te gaan met Oosterwolde omdat de SGP daar al eens eerder naar had gevraagd. Dan blijkt dat dit onderdeel is van een lopend proces en dan wacht je tot er een eindresultaat is. Daar hebben we lang op moeten wachten. Het eindresultaat is er nu en dan ga je vervolgens kijken hoe nu verder.
In het oriëntatiedocument staat vervolgens dat er nog georiënteerd wordt op vervolgstappen. De SGP vraagt nu aan het college: Gaat het college hier nu zorgvuldig mee aan de slag? Niet dat het als oriëntatie blijft liggen, maar dat het onderzoek nu ook daadwerkelijk opgepakt wordt zoals destijds gevraagd is. Daarom legt hij het nu op tafel, zijns inziens is dit het moment om er mee verder te gaan. Hij had het liever veel eerder gehad, maar sommige dingen hebben tijd nodig. Hij gaat verder met het laatste gedeelte van zijn betoog. Wat SGP betreft is de raadsbrede motie die de SGP dus ook mede indient er om samen verder te kunnen, om inwoners perspectief te bieden, om als raad de kaderstellende rol goed te vervullen en om het college in staat te stellen de regie te nemen binnen bestaande afspraken. Op die manier kunnen inwoners wel realiseren wat in de visie staat maar niet past binnen de dorpendeal. Hij gelooft dat goede samenwerking verschil kan maken, maar samenwerking vraagt ook om duidelijkheid. Deze motie is de sleutel om 9
voortgang van de ingezette processen met betrekking tot de visie te waarborgen. De SGP is daarom ook blij met de gezamenlijke motie zodat we samen kunnen werken aan een realistische en gedragen toekomst voor zowel Noordeinde, Kerkdorp als Oosterwolde. De heer DEIJ (ABO): ABO is mede-indiener net als alle andere fracties. Dit is een mooi resultaat net voor de verkiezingen. Dit is de samenwerking die onze inwoners ook van ons mogen verwachten. ABO hoopt dat dit voor de komende vier jaar niet de uitzondering is, maar de norm wordt. Uiteindelijk zitten we allemaal hier voor hetzelfde doel: de belangen voor ons mooie dorp Oldebroek en alle mooie kernen. Met deze motie overhandigen we ook impliciet de dorpsvisie waardoor het college dit formeel met de documenten ook heeft. We spreken dan ook onze waardering voor de inzet van inwoners van Oosterwolde en Noordeinde uit. Inwoners hebben zelf de verantwoordelijkheid genomen om na te denken over de toekomst van hun dorp. Dat vraagt betrokkenheid, tijd en samenwerking. Dat verdient respect. Met deze motie vragen we geen inhoudelijke besluiten, geen formele en financiële toezeggingen, geen ruimtelijke keuzes. Het gaat om het starten van een zorgvuldig vervolgproces, samen verkennen wat haalbaar is binnen de bestaande kaders. Tegelijkertijd wil de ABO enkele punten benadrukken. Allereerst de gelijkwaardigheid van onze kernen.
Dit traject mag niet de indruk wekken dat wie het eerst met een uitgewerkte visie komt, automatisch als eerste aanspraak maakt op capaciteit of middelen. Andere dorpen die met initiatieven komen verdienen eenzelfde serieuze en evenwichtige behandeling. Daarnaast is het belangrijk dat de uitwerking plaatsvindt binnen de kaders en de werkwijze die eerder bij andere initiatieven zijn gehanteerd en door de raad is vastgesteld. Dorpendeal is bedoeld als versterking van samenwerking en mag niet leiden tot versnelde of afwijkende systematiek. Gelijkwaardigheid betekent ook consistent bestuur. Hij vraagt het college dan ook om bij de uitwerking inzichtelijk te maken hoe het vervolgproces zich verhoudt tot beschikbare capaciteit en middelen en hoe de gelijkwaardigheid richting andere kernen wordt gewaarborgd. Tot slot wil hij aandacht vragen voor rolzuiverheid. Het begeleiden en structureren van dit soort vervolgprocessen is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van het college binnen de door de raad vastgestelde kaders. Het moet niet zo zijn dat de raad bij elk afzonderlijk initiatief steeds het college moet activeren. Hij ziet deze motie dan ook als logische stap om het college dit proces te laten oppakken waarna de raad vanzelf in beeld komt zodra er een keuze of een besluit voorligt.
ABO staat voor inwonersparticipatie, maar ook voor zorgvuldigheid een evenwichtigheid van bestuur voor de hele gemeente. Burgemeester HASELOOP-AMSING heeft veel mooie dingen en zinnen gehoord. Als portefeuillehouder dorpsgericht werken en Oldebroek Voormekaar had ze niet blijer kunnen zijn met een raadsbrede motie die zegt: luister naar onze dorpen en ga ermee aan de gang. Tegelijkertijd hoort ze ook teleurstelling. Waarom is dit niet eerder gebeurd, wat is er mis gegaan? Waarom is het gelopen zoals het is gelopen? Misschien is het goed om even een klein beetje terug te kijken, zodat er straks ook weer vooruit gekeken kan worden. De laatste zin van de heer Deij was: ‘Dit proces moet u oppakken en dan komt de raad vanzelf in beeld.’ Dat ‘vanzelf’ is niet helemaal het geval en dan bedoelt ze vooral het moment van deze motie. De laastste raadsvergadering van deze raad. Over twee weken zijn er verkiezingen en wie weet wat voor samenstellingen we straks gaan krijgen, wat voor college we gaan krijgen. Wie weet wat de speerpunten zijn die u allemaal in uw verkiezingsprogramma’s heeft staan en waarvan gezegd wordt ‘Dat willen we in ieder geval. Hier moet geld voor komen. Dat willen we gaan doen, daar moet menskracht op komen.’ We hebben maar een bepaald budget en we hebben maar een bepaalde beschikking over menskracht.
Toen ze vorig jaar eind 2024 ook met het dorp Oosterwolde begon te praten, over de dorpsvisie, heeft ze ze gecomplimenteerd. Tegelijkertijd stond haar nog goed voor ogen dat we goed bezig zijn geweest met terugkijken naar het proces waarin Hart van Oosterwolde tot haar recht is gekomen. En waarbij ook door deze raad best wat kritiekpuntjes te horen zijn geweest. Was er wel altijd sprake van burgerparticipatie en burgerinitiatief? Heeft de gemeente niet te veel gedaan? Heeft de gemeente niet te veel inzet gepleegd in menskracht om de dingen voor elkaar te krijgen? Ze wil nogmaals niets afdoen aan dat wat het dorp voor elkaar heeft gekregen. Dat hebben ze heel goed gedaan. Maar er is ook tegen het college gezegd: Een burgerinitiatief is een burgerinitiatief. En in hoeverre neem je bepaalde dingen over? Toen ze eind vorig jaar met de initiatiefgroep om tafel heeft gezeten, de dorpendeal in beeld kwam en er werd gezegd ‘Er ligt vier ton, twee ton gaat de provincie doen en we zetten er 50% cofinanciering tegenover, dat zou wel mooi zijn. Laten we daarmee aan de gang gaan, dit gaan we doen.’ Toen is ook de dorpenvisie besproken die tot 2035 was. Toen heeft zij gezegd: ‘Dat is vooral aan de politiek.’ Er komen raadsverkiezingen aan. En daarom heeft ze bij Oosterwolde aangegeven om, als ze slim zijn, bij alle politieke partijen langs te gaan.
Die zijn bezig met hun verkiezingsprogramma’s. Ze heeft letterlijk gezegd: ‘Probeer ervoor te zorgen dat wat u belangrijk vindt, ook terechtkomt in het verkiezingsprogramma.’ En ze heeft ook gezegd: ‘Die dorpendeal gaan we mee aan de slag. We 10
gaan kaders vastleggen.’ Dat is gebeurd en op basis daarvan wordt er menskracht op gezet. Dat is gedaan. Op het moment dat de SGP dan zegt dat de deadline niet duidelijk is: die ligt nu eventjes bij het dorp. Het college doet niet anders dan drukken en roepen: ‘komt u maar.’ Dan zijn dit ook vrijwilligers die wij niet kunnen dwingen om harder te lopen dan ze misschien kunnen. Het maakt voor de financiering op dit moment nog niet uit. We lopen nog niet het risico dat we te laat zijn. Daar houden wij zwaar de vinger aan de pols. De heer DE NOOIJER (CVO) interrumpeert. Hij wil eerlijk zijn. Hij vindt het heel erg jammer en teleurstellend dat het college na twee keer al met dit antwoord te zijn gekomen op zijn mondelinge vragen, nu vanavond voor een derde keer met dit verhaal komt. En er nu aan refereert dat het jammer is dat deze motie pas op de laatste keer voor de verkiezingen komt. Daarbij refereert aan de speerpunten van de partij dat er verschillende keuzes kunnen worden gemaakt als het gaat om de toekomst van een dorp. Natuurlijk is daar geld mee gemoeid. En natuurlijk is daar ruimte mee gemoeid, zijn er ruimtelijke keuzes. En die heeft de raad te maken, het college kan daar niet op vooruit lopen of daar zelf keuzes in maken zonder instemming van de raad. Maar dat is niet waar dit nu om gaat.
In de brief van 27 januari …’ De VOORZITTER grijpt in en geeft aan dat de interruptie van de heer De Nooijer om een vraag moet gaan en niet om een discussie met inzet van alle argumenten. Het mag helder zijn dat de vragen waar de heer De Nooijer het nu voor de derde keer over heeft, de vragen zijn die voorruitlopend zijn op wat destijds gezegd is. Met een motie kan de raad het college aan het werk zetten. De heer DE NOOIJER (CVO) zal zijn vraag formuleren. Zijn vraag is als volgt: Wat in de brief werd gevraagd, is erkenning van het feit dat de visie vraagt om een actiever volgproces. Bereidheid om samen te kijken wat realistische vervolgstappen zijn. Nu wil hij vragen: Waarom komt het college voor de derde keer weer met dit verhaal, terwijl dit niet is wat de initiatiefgroep vraagt en het niet is wat de motie vraagt? Burgemeester HASELOOP-AMSING antwoordt dat ze reageert door middel van een terugblik op de bijdragen van verschillende mensen die hier geweest zijn, om aan te geven waar wat haar betreft de verschillen liggen. Dan kan de heer De Nooijer zeggen dat dit niet het antwoord is wat hij verwacht had, maar het is wel het antwoord wat ze gaat geven. Ze vervolgt haar betoog. Het college heeft gezegd: ‘We gaan aan de gang met uw dorpsvisie. Wat binnen het bestaand beleid past, pakken we op. We wachten niet af of we daar nog iets over moeten vinden.
Op het moment dat we het in de dorpenvisie kunnen doen, hebben we de kaders en gaan we er mee aan de gang. Dat lag niet aan de snelheid van het college. Noordeinde heeft een ander traject, en dat is heel goed op stoom om ingediend te worden. Daar zit absoluut 0 vertraging op. Als we kijken naar de motie zoals deze is ingediend, hoort ze ook complimenten naar de mensen die zich hiervoor ingezet hebben. Dat deelt ze en meent ze ook. Tegelijkertijd moet ze wel de raad vragen om extra budget. Want onze mensen zitten normaal gesproken niet met hun benen op het bureau te wachten tot er iets gebeurt. Er is een KUP afgesproken bij het begin van deze raadsperiode. Er is een programma afgesproken met wat er gedaan gaat worden en hoeveel geld daarvoor beschikbaar is, en waar het aan uitgegeven mag worden. Dat doet het college. Dat wordt gedaan bij Oldebroek Voormekaar en bij dorpsgericht werken. De gemeente is groter dan alleen Oosterwolde en Noordeinde, waar de afgelopen tijd heel veel menskracht naar toe is gegaan. En terecht. Maar de andere dorpen hebben op andere terreinen bepaalde dingen nodig. Ze brengt de Singelhof in gedachten, de Weezeperveste, waarvan gezegd is: ‘Wij zijn heel zelfredzaam en we verwachten niet dat de gemeente de regie neemt. Wij hebben het initiatief, de regie en wij willen het op deze manier.’ Dan gaat de gemeente faciliteren en ondersteunen.
Dat willen we altijd doen, maar het moet allemaal wel passen, ook binnen de menskracht. Deze motie is raadsbreed aangenomen. Dan wil ze wel aan verwachtingsmanagement doen. Dus als het gaat om die dorpendeal en de dingen uit de visie van Oosterwolde die landen in die dorpendeal, dan gaat ze akkoord. Als gezegd wordt: ‘Zet eens op een rijtje wat wellicht kan binnen de bestaande beleidskaders’ dan kan ze dat ook doen. Totdat we zien dat er straks keuzes gemaakt worden door een nieuw college. Als de raad zegt dat dit soort dingen met voorrang behandeld kan worden dan moet er een uitbreiding van de formatie komen op dorpsgericht werken op ondersteuning van dit soort initiatieven. Dan heeft ze het niet over 1 Fte, maar dan moet je ook echt stoer mee aan de gang gaan. Dat is een keuze die de raad straks kan maken in een nieuw coalitieprogramma, in een nieuw raadsprogramma. Daarom heeft ze ook tegen Oosterwolde gezegd dat dit iets is wat ook zijn doorwerking heeft straks. Ze vindt het hartstikke mooi om met dorpen aan de slag te gaan om te kijken hoe we het gaan doen. Maar als ze hoort ‘Waarom heeft u de regie niet genomen?’ dan is dat niet iets wat in haar lijst stond. Niet bij de begroting, niet bij de perspectievennota om te 11
zeggen: ‘hier gaan wij menskracht, dus ook middelen op zetten.’ Dat wil ze best doen, maar dan komt ze bij de raad voor budget. De heer DOORNWAARD (SGP): Het is zo dat er nog steeds een motie lag die echt vroeg naar een onderzoek door het college. Die regie lag wel bij het college. Die werd doorgegeven aan de visie. In die zin ligt er steeds een beetje nuanceverschil van wat wel de verantwoordelijkheid is en wat niet. Is de burgemeester dit met de SGP eens? Burgemeester HASELOOP-AMSING is het zeker met de SGP eens dat er een nuanceverschil is. Over het onderzoek van het college is gesproken met groepen in Oosterwolde waar ook niet een eensluidend beeld uit kwam of men dat nou wel of niet wil. Ze kan zich niet herinneren dat dit onderzoek op tijd en geld ingezet is in het KUP. Ook niet in de periode dat we begonnen zijn in deze regeerperiode. De heer Kemp zei terecht dat de raad richting, kaders en voorwaarden bepaalt. Ze zette er zelf nog een euroteken achter, want daar zorgt de raad ook voor. En dat is nog niet gebeurd voor zo’n onderzoek. Ze heeft het er wel degelijk over gehad met de vertegenwoordigers uit Oosterwolde en het is geland in de dorpsvisie om te kijken of dit iets is ja of nee. Deels is de motie uitgevoerd, maar niet helemaal. De heer PEGGEMAN (CU) heeft een vraag.
Dat is ook precies wat in de motie aan het college gevraagd wordt: maak die vervolgstappen, breng die in beeld. Ga nog niet bepalen wat het kost. Sommige dingen zijn extra budget voor nodig van de raad, de vraag is nu om dat inzichtelijk te maken zodat we straks als nieuwe raad daarover besluiten kunnen nemen. Ziet de portefeuillehouder dit ook zo? Burgemeester HASELOOP-AMSING kijkt hier anders tegenaan en ziet een nuanceverschil hier in. Het kan inzichtelijk gemaakt worden, die stappen kunnen op papier gezet worden en daar zijn geen drie weken voor nodig. Daarvoor komt ze ook niet voor €20.000 bij de raad. Maar als de raad zegt dat het voor de zomervakantie een procesuitlijning wil, moet ze heel helder zijn over de verwachtingen waar dorpen ons aan mogen houden. Dat kan niet binnen de bestaande formatie met de druk die er op dit moment op zit. Dat betekent dat er extra menskracht gezocht moet worden of vrijgemaakt moet worden. Of dat we tegen andere dingen moeten zeggen dat dit nu even niet kan. En dat past niet binnen de afspraken die er nu al zijn. Het is iets minder simpel dan we misschien met elkaar hopen dat het is. De heer DOORNWAARD (SGP): De SGP heeft gevraagd naar de dorpendeal en de dorpsvisie. De dorpendeal is ingezet. Het college heeft gesprekken met de initiatiefgroepen gehad. Er blijkt een verschil te zijn tussen Noordeinde en Oosterwolde.
Heeft het college gevraagd aan de initiatiefgroepen om een dorpsvisie voor de dorpendeal of was de opdracht vanuit het college: Wilt u meedenken in de dorpendeal? Wanneer is die dorpenvisie in het hele proces gekomen? Burgemeester HASELOOP-AMSING wil een aantal slagen om de arm houden. Uit haar hoofd was Oosterwolde al bezig met een dorpsvisie. Als ze fout zit zet ze het morgen op de mail. Op dat moment kwam ook het instrument dorpendeal naar voren waarvoor bij de provincie geld vrij is gemaakt. Toen is er gedacht: ‘Misschien kunnen we hier een versnelling aanbrengen in dat wat er mogelijk is vanuit de dorpsvisie.’ Als we kijken naar Noordeinde is de school één van de triggers geweest om aan de gang te gaan met de dorpendeal. Dat is de aanleiding geweest om te kijken waar we die dorpendeal in kunnen zetten om daar beweging te krijgen op niet alleen de school, maar wellicht een bredere blik op de ontwikkeling van het dorp. Dat is een omgekeerde beweging geweest.
De heer DOORNWAARD (SGP) vraagt over Oosterwolde: Wie heeft bedacht dat de dorpendeal en dorpsvisie wellicht samen op konden gaan? Kwam dat initiatief vanuit de initiatiefgroep of is dat echt vanuit het college gekomen die gezegd heeft: ‘Dit is misschien wel een kans om hier bij aan te haken?’ Burgemeester HASELOOP-AMSING denkt dat er altijd wel gesprekken zijn tussen onze dorpscontactambtenaren en de opbouwwerkers en dat die altijd wel proberen om de dingen die er in een dorp gebeuren te voorzien van tips, trucs en mogelijkheden. Het zou haar niet verbazen als daar de eerste keer het woord dorpendeal is gevallen. Wat ook kan, want zo actief zijn ze wel in Oosterwolde, is dat Oosterwolde zelfstandig heeft bedacht toen ze hoorden dat er een dorpendeal aankwam, dat het hen wel wat leek om met cofinanciering een beweging te creëren. Maar ze denkt dat ze eerst bezig waren met de dorpsvisie en dan is de dorpendeal daar een instrument in. Waarbij we wel degelijk hebben gezegd: Dat wat we nu kunnen doen in de dorpendeal daar gaan we voor, binnen de mogelijkheden van menskracht, financiën en de afspraken die er zijn gemaakt met de raad en de dingen die er verder nog op de agenda staan. Dat is 12
met de raad afgesproken en daarvoor zijn de kaders gesteld. Daar staat ze ook voor. Wat ze wel wil en kan doen is een procesoverzicht neerleggen richting de zomervakantie. Maar als het, zoals ze het nu leest, iets verder gaat dan dat, dan heeft ze echt extra menskracht nodig want dan past het niet binnen de dingen die nu al gedaan worden zonder dat andere dingen er last van krijgen. Dan krijgt ze daar commentaar op, omdat afspraken niet nagekomen zijn. Zo eerlijk wil ze wel zijn. Hoe kunnen plannen ondersteund worden? Daar is ze iedere keer mee bezig. Waar wel met elkaar over gepraat moet worden is: Wanneer is iets een burgerinitiatief en wanneer is iets vanuit de overheid? Er werd gezegd dat dorpen beter kunnen bedenken wat ze willen dan dat er in het gemeentehuis bedacht kan worden. Daar is ze het helemaal mee eens. Maar betekent het dan dat alles dan ook altijd kan? Of moet dat dan passen in de dingen die de raad straks wel weer met elkaar gaat besluiten voor de komende vier jaar? Vandaar dat ze heeft gezegd: Laten we nu slimme dingen gaan doen. Wat betreft de dorpendeals moet het volle kracht vooruit. Dat wat past binnen waar we al mee bezig zijn (GVVP, de sportdingen). Alles wat we maar enigszins kunnen linken pakken we op, maar alles wat verder gaat en ook zo zijn beslag heeft op de prioritering die we straks moeten gaan invullen, is misschien te veel gevraagd.
Want er wordt ook gezegd: Wat in Oosterwolde en Noordeinde mag, moet ook in Wezep en Oldebroek kunnen. Dat vraagt wel wat. De heer DOORWAARD (SGP) had dat laatste niet zo gehoord. Als SGP heeft hij aangegeven dat die prioritering juist van belang is. Maar als het dus gaat over de dorpendeal en de dorpenvisie, is het college dan met hem van mening dat daardoor dus de ruis op de lijn komt omdat de dorpsvisie een initiatief was, de dorpendeal iets is wat vanuit de gemeente geïnitieerd werd omdat het een kans was, en dat door die twee te verbinden er onduidelijkheid is ontstaan? Burgemeester HASELOOP-AMSING weet dit niet. De heer Doornwaard zegt dat het college de dorpendeal geïnitieerd heeft, dat heeft zij niet op deze manier gezegd. Ze heeft gezegd dat het college dit instrument heeft gezien als: Er is veel geld, de provincie wil twee ton beschikbaar stellen voor dorpendeals die 50% cofinanciering meebrengen. Als u dan dingen wil, is dit misschien wel een mooie eerste stap om te kijken wat u nu direct wil vanuit die dorpsvisie, wat je nu zou willen doen? Dan heeft ze het niet direct over een nieuwe woonwijk of een verplaatsing van sportvelden, maar misschien wel over dingen die met jeugd te maken hebben, met activiteiten. Daar heeft ze het op die manier over gehad.
Hoe maken we dingen mogelijk die u als dorp wil? Dan vindt ze het wel een beetje verdrietig dat ze hier haar stinkende best doet en dat dan gezegd wordt dat ze niet voldoende gedaan heeft, want we hadden meer verwacht. Daar hebben we het uit en te na over gehad en dat vindt ze jammer. Het neemt niet weg dat de raad de motie heeft ingediend. De raad heeft gevraagd om een reflectie van het college. Als ze kijkt naar Noordeinde dan weet ze dat de mensen zich daar snoeihard voor in hebben gezet en dat gaat hartstikke goed. Ze gaat echt staan voor de dorpendeals. Voor de rest wil ze echt aan verwachtingsmanagement doen en als de raad zegt dat ze het naar de letter willen, dan komt ze bij de raad terug voor iets extra budget. Ze hoort graag of de raad vindt of ze hier extra inzet voor kan krijgen want ze kan het niet uit de lopende organisatie trekken. Tweede Termijn De heer DE NOOIJER (CVO) merkt voor de derde keer dat het niet vanzelf gaat. Hij vindt het wel erg jammer. Hij gaat het niet lang maken. Maar wat is er nou bij het begin gevraagd? Gewoon erkenning. ‘Bereid om nu samen te verkennen wat realistische vervolgstappen zijn.’ Dat is wat er gevraagd werd en waar hij met zijn mondelinge vragen twee keer op toe heeft gezien. En dat is waar de motie vanavond over gaat. Hij denkt dat dat niet zo moeilijk moet zijn.
En dan komt er een heel verhaal en een debat, maar dit is het eerste wat nu moet gebeuren voor Oosterwolde, Noordeinde en Kerkdorp. Zo simpel is het. Ga alsjeblieft vandaag nog aan de slag. Het had eerder gemoeten, maar dan maar vandaag. Hij hoort vanalles over onderzoeken, Fte’s en budget, maar dat vindt hij jammer. Dat is niet nodig voor wat nu gevraagd is en waar de motie over gaat. De burgemeester sloot af met: ‘Wat nou als het wel extra geld of FTE kost?’ Dan heeft ze zijn zegen. Dan kan het in een bestuursrapportage of vooraf gestuurd worden. Hij snapt ook dat als er een concreet vervolgtraject ingezet wordt waar dingen inzichtelijk gemaakt worden, dat dat dan meer ambtelijke capaciteit gaat kosten. Dat vindt hij prima. Het ijzer smeden wanneer het heet is, dit komt niet elke dag voor dat we zo’n visie krijgen. Hij vindt het jammer dat het zo ver heeft moeten komen en vindt ook echt dat als wij vanavond uitspreken: ‘We nemen die motie aan en we zeggen tegen het college: ga op pad’ dan moet snel gebeuren. Kan het college tijdig informeren wat er op een gegeven moment is gebeurd? En als er toch meer ambtelijke capaciteit moet komen dan moet dat natuurlijk kunnen. Wie gaat daar nou nee tegen zeggen? Een toekomstige raad ook niet. De raad is vanavond unaniem. Hij wil het college vragen om zeker na vanavond eindelijk een keer 13