Notulen raad 3 juni 2021
Tekst van het document
CONCEPT
NOTULEN VAN DE DIGITALE VERGADERING VAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE OLDEBROEK OP 3 JUNI 2021 OM 19.30 UUR Aanwezig zijn: Leden van de raad: de heer H. van de Beek (SGP) de heer H.W. van Bergeijk (ChristenUnie) de heer A.M. Boer (ABO) de heer J.A. Dijkstra (CDA) de heer G.J.L. Dokter (PvdA/Burgerpartij Oldebroek) de heer E.D. Doorneweerd (ChristenUnie) de heer D.E. Doornwaard (SGP) de heer G. Evink (SGP) de heer J. Evink (ABO)
de heer P.H. Graansma (ChristenUnie) de heer A. Hardonk (ChristenUnie) de heer H.G.P. Kemp (VVD) de heer J.T. de Nooijer (SGP) de heer E.J. Ruitenberg (ChristenUnie) de heer B.J. Spijkerboer (ChristenUnie) de heer C. Spijkerboer (CDA) mevrouw R. van der Veen-Schoonhoven (CDA) de heer H. Wijnne (ChristenUnie)
Voorzitter: Griffier:
mevrouw T.H. Haseloop-Amsing de heer J. Tabak
College: de heer B. Bergkamp (ABO), wethouder de heer B. Engberts (SGP), wethouder Afwezig met kennisgeving: 01.
mevrouw E.G. Vos-van de Weg (ChristenUnie), wethouder mevrouw A. Klein Gansei (PvdA/Burgerpartij Oldebroek)
OPENING.
De VOORZITTER heet iedereen welkom en opent de vergadering op de gebruikelijke wijze met ambtsgebed. Vervolgens deelt zij mee op 2 juni jl. naar Den Haag te zijn geweest samen met burgemeester Rozendaal van Elburg namens 27 burgemeesters. Daar hebben zij aan de leden van ChristenUnie, SGP, VVD en CDA van de Kamercommissie Justitie en Veiligheid een brief overhandigd, niet alleen van alle burgemeesters van de VNOG maar ook van Kampen, Zwartewaterland, Steenwijkerland, Deventer en Zwolle. In deze brief wordt de commissie opgeroepen om de minister te vragen vooral spoed te maken met het behandelen van de wet om designerdrugs en lachgas op de lijst van verboden middelen te krijgen. Inmiddels ligt er de motie Kuik van CDA en ChristenUnie die eveneens de minister oproept om met die wet naar de Kamer te komen. De minister heeft de Tweede Kamer binnen twee weken een brief toegezegd om antwoord te geven op de vragen, waarna er een plenair debat zal volgen. De raad kan ervan op aan dat het college dit met argusogen volgt en indien nodig opnieuw naar Den Haag zal gaan. 02.
VASTSTELLING VAN DE AGENDA.
De heer GRAANSMA (ChristenUnie) geeft aan dat diverse fracties van mening zijn dat het bespreken van agendapunt 10, Beschikbaarstelling € 90.000 voor zonnepanelen op dak zwembad de Veldkamp, op dit moment niet voor de hand ligt, omdat de genoemde termijnen in twee informerende nota’s die zijn verschenen na de commissievergaderingen de aanbesteding van zonnepanelen feitelijk onmogelijk maken. Hij doet het voorstel om dit agendapunt vanavond niet te behandelen en terug te geven aan het college.
-2-
De VOORZITTER concludeert dat dit ordevoorstel zonder stemming wordt aangenomen. De agenda wordt aldus vastgesteld. 03.
BENOEMING EN BEËDIGING RAADSCOMMISSIELID (NIET ZIJNDE RAADSLID).
De VOORZITTER constateert dat de benoeming door de raad wordt aanvaard en aldus wordt zonder stemming besloten. Zij vraagt de heer W. van der Horst naar voren te komen en leest de eed voor. “Ik zweer dat ik, om tot lid van een vaste raadscommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van een vaste raadscommissie naar eer en geweten zal vervullen.” De heer VAN DER HORST: Zo waarlijk helpe mij God almachtig! De VOORZITTER feliciteert de heer Van der Horst en heet hem welkom in het raadswerk als commissielid. 04.
WIJZIGING SAMENSTELLING RAADSCOMMISSIES.
Het voorstel wordt unaniem zonder stemming aangenomen. 05.
VASTSTELLING NOTULEN VAN DE VERGADERING VAN 22 APRIL 2021.
De notulen worden ongewijzigd goedgekeurd en vastgesteld. 06.
INGEKOMEN STUKKEN.
De raad gaat akkoord met de afdoening zoals voorgesteld op de lijst van ingekomen stukken voor deze vergadering. 07.
MONDELINGE VRAGEN VAN RAADSLEDEN.
De heer RUITENBERG (ChristenUnie) heeft een vraag betreffende de brand afgelopen dinsdag bij Rhodos Wellness. De raad heeft kennisgenomen van het nieuwsbericht van het college waarin melding wordt gemaakt van mogelijk vrijgekomen giftige stoffen en de maatregelen die daaromtrent genomen zijn. Het college meldde dat er een onderzoek zal plaatsvinden. Zijn vraag is of er al nieuws beschikbaar is en zo nee, wanneer het college dit wel verwacht en of de betrokkenen in dit gebied daarover worden geïnformeerd. Een tweede vraag. Van brandweermannen ter plekke is vernomen dat er op een gegeven moment te weinig bluswater was en dat met name de druk in de leidingen daaraan debet zou zijn; iets wat al eens eerder zou zijn gebeurd. Zijn vraag is of dit probleem bekend is bij het college en zo ja, wat daaraan wordt gedaan. Burgemeester HASELOOP antwoordt dat er metingen zijn verricht om te weten wat er aan neerslag op het land is geweest. Deze metingen zijn verstuurd naar het RIVM, die minstens 48 uur nodig heeft om tot conclusies te komen. Het college hoopt deze informatie in de loop van morgen te ontvangen. Dan zal het ervoor zorgen dat de betrokkenen in het gebied, met name de boeren, per brief zo snel mogelijk worden geïnformeerd. Daarnaast zal worden geprobeerd om via de media zoals Loco zoveel mogelijk mensen te bereiken.
-3-
De geluiden over het tekort aan bluswater hebben het college bereikt. Het is een punt van aandacht en evaluatie. Zij heeft vernomen dat deze brand op een bepaald moment zo snel tot ontwikkeling kwam, dat de vier extra geboorde putten niet een verschil hadden gemaakt in de uitkomst. Bij de evaluatie, die met een dergelijk grote brand plaatsvindt, zal het college zeker ingaan op de druk in de waterleiding. Zodra het college daarover uitsluitsel heeft, informeert het de raad. Tot slot geeft zij aan dat er op het hoogtepunt ongeveer honderd brandweerlieden uit de wijde omgeving bezig waren met de bestrijding van deze verschrikkelijke brand. Het was indrukwekkend om te zien hoe snel al deze korpsen ter plekke waren samen met de politie en de verkeersregelaars. De heer RUITENBERG (ChristenUnie) vraagt aanvullend of de druk in de leiding een verantwoordelijkheid is van de gemeente of van Vitens. Burgemeester HASELOOP antwoordt dat het college eerst de evaluatie afwacht met de brandweer. Als daartoe aanleiding is, zal het college met Vitens in gesprek gaan om te kijken of daaraan iets kan worden gewijzigd. Zij geeft nog aan dat het college direct een crisisteam heeft ingericht onder verantwoordelijkheid van de wethouder Economie. Daarmee wordt ervoor gezorgd dat er voor deze ondernemer één aanspreekpunt is om al zijn vragen zo snel mogelijk te beantwoorden.
Wethouder VOS voegt hieraan toe dat dit bedrijf vanaf morgen al gaat inrichten aan de Rondweg 90 in Wezep. Daar is door het college onderdak geregeld voor een jaar. 08.
LIJST VAN B-ONDERWERPEN, DIE BIJ HAMERSLAG WORDEN AFGEDAAN.
De heer DOKTER (PvdA/Burgerpartij Oldebroek) legt een stemverklaring af op punt 08.09, Verlengen ontheffing woonplaatsvereiste wethouders. Zonder de bekende discussie opnieuw te voeren wil de PvdA/Burgerpartij Oldebroekfractie om de bekende principiële redenen geacht worden niet in te stemmen met het voorstel om wethouders Engberts en Bergkamp ontheffing te verlenen van het woonplaatsvereiste voor wethouders. De fractie vindt dat wie ambities heeft voor de rol in het openbaar bestuur in Oldebroek, intrinsiek ook deel moet willen uitmaken van die te dienen samenleving. De heer SPIJKERBOER (CDA) legt eveneens een stemverklaring af op 08.09. Zo lang hij in de raad zit, en dat is zeven jaar, is het CDA tegen structurele ontheffing van het woonplaatsvereiste voor wethouders. Een wethouder moet in de woonplaats wonen waar hij zijn bestuurlijke functie uitoefent. De fractie is zelfs op een gegeven moment in de raad bijna weggehoond: de wet zou wel veranderen. Hij heeft toen gewaarschuwd dat de wet nog door de Eerste Kamer moest. Dat is niet gelukt en de fractie is van mening dat zolang een wet niet veranderd is, men zich aan de bestaande wet moet houden. Het is jammer dat de coalitiepartijen dat niet doen, het CDA is en blijft tegen. De voorstellen op de lijst van B-onderwerpen voor deze raadsvergadering worden zonder stemming aangenomen.
Dit met aantekening dat door de stemverklaringen van PvdA/Burgerpartij Oldebroek en CDA de verlenging ontheffing woonplaatsvereiste wethouders niet unaniem is. 09.
BESCHIKBAARSTELLING € 240.000 VOOR HET PROJECT HAVENTJE NOORDERROT (NOORDEINDE).
De heer KEMP (VVD) vindt het Noorderrot een mooi plan vóór de Noorders, mét de Noorders en dóór de Noorders. Het verleden met de aanleg van het Reevediep en de gedane toezeggingen naar deze inwoners, is de reden dat de VVD volmondig kan instemmen. Het doet de fractie wel pijn dat er op een veel eerder moment een toezegging van de projectgroep lag om meer te kunnen betekenen voor het Noordeinde. Maar toen het Reevediep eenmaal gereed was, wist niemand meer van deze belofte. Mogelijk zijn er vanwege de destijds gedane toezeggingen dat Noordeinde niet zou worden vergeten, vanuit die hoek jarenlang geen bezwaarprocedures op gang gebracht dan wel naar de Raad van State gegaan. Het is ook een leermoment voor de VVD, want destijds heeft ook de VVD er niet aan gedacht om tijdens de informatiesessies aantekeningen of notulen te maken van die toezeggingen. Graag had hij gezien dat de projectgroep Reevediep, al dan niet nog in leven, en de provincie Gelderland of
-4-
Overijssel zelf waren opgestaan om een duit in het zakje te doen en de positieve houding van de Noorders daadwerkelijk te waarderen. Dat is niet zo gebleken en dat betekent dat de lokale VVD zelf de verantwoordelijkheid wil nemen. Dus steun voor de Noorders, maar laat het plan dan ook aan alle Noorders om hier een succes van te maken en niet te laten uitgroeien tot een regionaal recreatief en toeristisch attractiepark. De VVD zegt voor deze omgeving: wees er zuinig op, heb oog voor de Noorder cultuur met behoud van toekomst en natuur, maar aan het eind van het liedje wel een vaargeul en een haventje voor die inwoners. De heer DIJKSTRA (CDA) legt uit waarom het CDA het zeker verantwoord vindt om het gevraagde bedrag van € 240.000 ten laste te laten komen van de reserve recreatie en toerisme. Allereerst is het CDA altijd blij met initiatieven die vanuit de samenleving komen. Het is een fors bedrag, maar het Noordeinde vraagt niet vaak om investeringen en dit is toch het plan van en door de Noordeinders. In de commissie zijn vragen gesteld, met name over het feit dat het haventje primair bestemd is voor de inwoners van Noordeinde en Kerkdorp. Het gaat dan om de ligplaatsen van de bootjes. Het blijkt dat de bewoners van Noordeinde en Kerkdorp het eerst aan de beurt zijn en als er plekken over zijn dat dan de andere inwoners mogen en kunnen meedoen. Het CDA is het hiermee eens.
Het project is meer dan een haventje alleen; er komen een vissteiger, een kanosteiger en er kan gezwommen worden. Dus in de ogen van de fractie is dit zeker een recreatieve voorziening. Uit een aanvullend stuk van de Belangengemeenschap Noordeinde en werkgroep Noorderrot blijkt dat men de suggesties die tijdens de commissievergadering naar voren zijn gebracht, een picknicktafel en een toilet, serieus gaat bekijken. Het CDA is blij te lezen in het stuk dat er contact is gezocht met de school over outdoorscholing en natuurles. Het is een van de mooiste plekken in gemeente Oldebroek en de fractie ziet dit als een prachtige plek voor dagrecreatie voor de hele gemeente. Het CDA stemt in met het voorstel. De heer DOKTER (PvdA/Burgerpartij Oldebroek) sluit zich aan bij het betoog van de VVD. Er zit een heel verleden op dit dossier, al vanaf 2005 toen bleek dat er een streep door Noordeinde liep vanwege de geplande bypass van de IJssel. Al die tijd heeft de fractie steeds aandacht gevraagd om de kansen te pakken voor Noordeinde; bijvoorbeeld door aan glasvezel te denken als er een dijk moet worden aangelegd. Daar is uiteindelijk niets uitgekomen als het gaat om Noordeinde, en dan vooral het noordelijkste puntje van Gelderland, om iets terug te doen voor de Noorders en Kerkdorp die een cultuurhistorische relatie hebben met het IJsselmeer, later Veluwemeer.
Het is voor de fractie dan ook het doel, na al die jaren dat dit stilzwijgend op de agenda heeft gestaan, dat nu dit voorstel er is. Het budget komt uit de reserve recreatie en toerisme, maar het is voor de fractie niet het doel dat daar een grootschalige recreatie- en toerisme-impuls vanuit gaat. Dat doel is vooral de recreatie voor de Noorders en de Kerkdorpers en uiteindelijk, als daar ruimte voor is, dat mensen uit de gemeente kunnen aanhaken met bijvoorbeeld een bootje in die haven. Dat is prima, maar het budget versus het doel kraakt een beetje. Lokale recreatie als doel, dan is PvdA/Burgerpartij Oldebroek het eens met het voorstel en is hij blij dat na al die jaren Noordeinde, de Noorders en Kerkdorp, ook een keer iets terug krijgen van wat zij voor hun neus hebben zien gebeuren. De heer BOER (ABO) had ook het idee dat de Noorderlingen tussen wal en schip vielen. Dat is totaal niet de bedoeling van de fractie. Er lag een mooi plan en in feite is de gemeente Kampen daar heel veel wijzer van geworden en de Noorderlingen niet. En dan nu de aanvraag, een initiatief van de inwoners. ABO juicht alle initiatieven toe. Het haventje is een welkome aanvulling. Dat daar een recreatieve sfeer gecreëerd wordt, visvijver, zwemvijver, om voor die mensen eens iets terug te doen, kan de fractie alleen maar toejuichen. De pot waar het geld uitgehaald wordt, is er tenslotte voor.
ABO kan daar volmondig ja tegen zeggen. De heer DOORNWAARD (SGP) kan voor een groot gedeelte aansluiten bij wat eerder is gezegd. Positieve ontwikkelingen ook in Noordeinde. Dat betekent dat zo’n gemeenschap leeft en initiatief toont. De SGP was in de commissie misschien wat aan de voorzichtige kant en blijft ook voorzichtig, omdat het om veel geld gaat, maar de ontwikkelingen in Noordeinde hebben ook te maken met het Reevediep; de VVD haalde dat al aan. Hij wil het college nog vragen of die toezeggingen dan nergens zwart op wit te vinden zijn. Het is in de commissie besproken, het college zal vast nadien aan het zoeken zijn geweest, en misschien nog eens het gesprek zijn aangegaan met Kampen of de betreffende organisatie om daar nog geld vandaan te halen. Graag een reactie van het college. Wat de SGP betreft rechtvaardigt het
-5-
project Reevediep een positieve ontwikkeling in Noordeinde. Dat het kleinschalig moet, onderschrijft de fractie, want dat past bij deze kern. Dat het onder de noemer van recreatie valt, is hem volstrekt duidelijk. Dat dit project het hoogst haalbare is, blijkt uit de informatie die de raad heeft gekregen. Niettemin roept hij het college op om de mogelijkheden die ervoor zorgen dat meer inwoners van de gemeente Oldebroek van dit project gebruik kunnen maken, in de toekomst te verkennen. De SGP kan instemmen met dit project. De heer WIJNNE (ChristenUnie) noemt dat de fractie in de commissie kritische vragen heeft gesteld of het plan genoeg draagvlak heeft in het dorp Noordeinde en naar de recreatieve en toeristische meerwaarde. Na afloop had de fractie die vragen nog steeds. Daarom heeft de ChristenUnie vorige week de werkgroep bezocht en een aantal kritische omwonenden. De fractie ziet dat het draagvlak er is in het dorp en dat het echt een recreatieve meerwaarde heeft voor Noordeinde en minder de grootschalige invulling zou moeten krijgen. Wel is een punt van aandacht de communicatie met bewoners die het afgelopen jaar tekortgeschoten is. Hij heeft er alle begrip voor dat fysieke bijeenkomsten niet mogelijk waren het afgelopen jaar door corona, maar de omwonenden hadden wel beter op de hoogte gebracht kunnen worden. Er zijn wel degelijk kritische omwonenden.
Het is belangrijk om in de verdere uitwerking ook hun geluid mee te nemen. Hij vraagt of de wethouder kan toezeggen daarop toe te zien. De gemeente wordt eigenaar van de grond en is verantwoordelijk. Het is voor de fractie een voorwaarde dat er duidelijke afspraken worden gemaakt over beheer en exploitatie voordat er verder wordt gegaan met deze plannen. Het kan niet zo zijn dat de gemeente nu investeert en later opgescheept wordt met óf verrommeling óf tekorten in de exploitatie. Graag duidelijkheid hierover van het college. Tot slot vraagt hij het college om goed aandacht te schenken aan de zogenoemde koppelkansen. Er komt een dijkophoging in het kader van het hoogwaterbeschermingsproject Noordelijke Randmeerdijk vlak naast de locatie van het haventje. Daar is de klei die bij dit project wordt uitgebaggerd heel erg nodig, want op een andere manier kunnen ze er bijna niet bij komen en zou het veel geld kosten om de infrastructuur te regelen. Daarom kan die grond wel eens meer waard zijn dan nu wordt gedacht. Als de opbrengst van de grond hoger is, kan de bijdrage van de gemeente wellicht een stuk lager worden. Zijn vraag aan het college is om dit na te gaan en de raad ervan op de hoogte te houden. Wethouder BERGKAMP dankt de raad voor de brede steun voor dit initiatief.
In antwoord op de door meerdere fracties gestelde vraag over het Reevediep: Na de vorige commissievergadering is hij met hulp vanuit de organisatie uitgebreid aan de slag gegaan om te zien of er nog iets boven water kon worden gehaald van de toezeggingen, zodat daarop de gemeente Kampen en ook de projectorganisatie kon worden aangesproken. Met de vorige projectleider heeft hij contact gehad. Deze is inmiddels wethouder in Hattem en heeft hem in contact gebracht met de mensen die daar ambtelijk nu voor verantwoordelijk zijn. Zij zijn ook op zoek gegaan naar zaken die op papier zijn gekomen. Het college heeft echter een schriftelijke bevestiging gekregen dat er geen financiële toezeggingen zijn terug te vinden waarvan gebruikgemaakt zou kunnen worden bij de aanleg van dit mooie plan in Noordeinde. Naar de ChristenUnie; betrokkenheid bewoners. Hij zegt toe met de belangengroep erop te zullen toezien dat daaraan in de verdere planvorming extra aandacht wordt gegeven. Daarbij doet hij de oproep aan kritische bewoners om zich aan te melden als vrijwilliger. Ten aanzien van de beheer- en exploitatieovereenkomst heeft de belangengroep aangegeven dat deze in concept bijna klaar is. Deze overeenkomst krijgt samen met de gemeente handen en voeten. Dat zal er zeker toe leiden dat het beheer er spic en span uitziet.
Dan de koppelkansen waarover de ChristenUnie sprak: Daarover wordt al gesproken met het waterschap en Rijkswaterstaat (RWS). De opbrengst van de klei is inderdaad had nodig om een deel van de kosten te dekken. Zoals de belangengroep heeft aangegeven, wordt er een beroep gedaan op de verschillende goede doelenstichtingen. Mocht dat leiden tot overeenkomsten of opbrengsten, dan zal de bijdrage van de gemeente voor een substantieel deel worden teruggebracht. De € 240.000 is dan ook de max en wordt als zodanig bewaakt. Hij kan geen toezegging doen maar wel een inspanningsverplichting aangaan, en hopen dat door medefinancieringsmogelijkheden dit bedrag niet helemaal nodig zal zijn. Het voorstel wordt unaniem zonder stemming aangenomen. 10.
VASTSTELLING BELEIDSNOTITIE (KLEINSCHALIGE) WONINGBOUWINITIATIEVEN.
-6-
De heer WIJNNE (ChristenUnie) geeft aan dat het samen leven en voor elkaar zorgen steeds meer nodig is in de huidige samenleving. De fractie is erg blij met de voorliggende notitie, omdat dit echt mensen helpt en faciliteert om een passende woning te vinden en ook dat zij in de gelegenheid worden gesteld om samen te leven en voor elkaar te zorgen. Recent woningmarktonderzoek laat zien dat er in Oldebroek een veranderende vraag naar type woningen komt in de toekomst. Kleinere gezinnen betekent ook een vraag naar kleinere woningen, appartementen. Daarbij moeten en willen steeds meer ouderen langer thuis wonen; het liefst in de eigen omgeving. Lang niet alle woningen zijn daarvoor geschikt. Als ouderen langer thuis wonen, dan zorgt dat voor uitdagingen op het gebied van het sociaal domein. De fractie pleit al jaren voor een ruimer beleid voor generatiewoningen en premantelzorgwoningen. Met deze notitie wordt die ruimte gegeven. Er moeten huizen gebouwd worden en flink ook. Laat men dan vooral de stenen die er al zijn, benutten om zoveel mogelijk in te wonen. Een deel van de notitie gaat over inbreiding. De ChristenUnie is blij dat hierdoor sneller initiatieven kunnen worden getoetst op het beleid, de visie. Inbreidingslocaties zijn belangrijk omdat Oldebroek niet heel veel grote uitbreidingslocaties heeft.
Het is wat de ChristenUnie betreft van belang dat de inbreidingslocaties goed in de omgeving passen; in deze notitie wordt daarin voorzien. Hij is blij met de mogelijkheden voor woningsplitsing. Mocht woningsplitsing een te grote stap zijn, of niet gewenst, dan kan inwoning een mooi instrument zijn om bijvoorbeeld als ouders en kinderen samen te leven. De fractie vindt het belangrijk dat dit gestimuleerd wordt. Men hoeft niet bang te zijn dat er met woningsplitsing of door inwoning te veel woningen worden toegevoegd. De ChristenUnie vindt dat de huidige tijd vraagt om dat juist te stimuleren. Daarom is het voor de fractie belangrijk dat er geen onnodige regels zijn of drempels worden opgeworpen om dit toe te passen. Daarover dient de ChristenUnie samen met de fracties van CDA, ABO en SGP een amendement in. De ChristenUnie vindt het heel goed dat in deze notitie het beleid ten opzichte van premantelzorgwoningen en mantelzorgwoningen verduidelijkt wordt. Daarbij wordt niet alleen gekeken of er mantelzorg voor lichamelijke problematiek nodig is maar ook naar de sociale problematiek. De fractie vindt het belangrijk dat hieraan volop meegedacht wordt met de inwoners. Het is goed dat het op deze manier in deze notitie terugkomt. Hij vraagt het college ook werk te maken van een meeromvattende visie op de combinatie wonen en zorgvraag.
Dan een paar valkuilen bij deze notitie waarvoor de heer Wijnne aandacht vraagt. Bij de keuze voor woningsplitsing of inwoning is het belangrijk om goed met de betrokkenen te communiceren wat de voor- en nadelen zijn. Het is belangrijk om juridische en fiscale consequenties goed uit te leggen. Het amendement is ingediend om de regels te veranderen. Maar een goed advies, meedenken, communicatie naar bewoners is dan wel nodig. Een tweede punt van zorg is de bouw van mantelzorgwoningen. Het is een goed middel om tegemoet te komen aan de wens van mensen om voor elkaar te zorgen. Echter de valkuil is dat er soms wel erg luxe woningen worden gebouwd. Dat is natuurlijk de keuze van de initiatiefnemer maar ook daarin is communicatie belangrijk, want dit zijn echt tijdelijke woningen die als de mantelzorg beëindigd is, afgebroken moeten worden. Het kan niet zo zijn dat er dan wordt gesproken over kapitaalvernietiging. Die keuze heeft de betrokkene dan op voorhand gemaakt. Hij vraagt het college toe te zeggen aan deze twee punten aandacht te geven. Verder vindt de ChristenUnie het belangrijk dat in de gaten wordt gehouden of de maatregelen die nu met deze notitie worden genomen inderdaad het gewenste effect hebben. Zorgen ze ervoor dat er meer inwoning en woningsplitsing mogelijk wordt gemaakt, zijn de regels goed werkbaar.
Hij verzoekt het college dan ook dit beleid goed te volgen en over niet al te lange termijn nadat het is ingetreden, met de raad te evalueren. Wat de ChristenUnie betreft komt het college nu reeds met een voorstel wanneer dat te doen. Amendement A1 De fracties van ChristenUnie, CDA, ABO en SGP stellen het volgende amendement voor:
-7-
De raad besluit de vast te stellen beleidsnotitie (kleinschalige) woningbouwinitiatieven als volgt te wijzigen: a) Hoofdstuk 3.2.4. de zin “Zo moet er bijvoorbeeld een essentiële ruimte worden gedeeld, zoals de badkamer, het toilet of de keuken.” te schrappen, en de zin “Daarnaast moet er sprake zijn van een gedeelde toegang (in- en/of uitgang).” te vervangen door “Zo moet er sprake zijn van een gedeelde toegang (in- en/of uitgang)”. b) Hoofdstuk 3.6. de zinnen “Of een woning ook daadwerkelijk “bedoeld is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden” wordt beoordeeld aan de hand van de bouwkundige staat van de woning en de aanwezige (gedeelde) voorzieningen. Er wordt gesproken van inwoning als er sprake is van minstens één gedeelde essentiële woonvoorziening en van gedeelde toegangen.” te vervangen door “Of een woning ook daadwerkelijk “bedoeld is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden” wordt beoordeeld aan de hand van de bouwkundige staat van de woning. Er wordt gesproken van inwoning als er sprake is van gedeelde toegangen.” c) Hoofdstuk 3.6 de zin “Er moet sprake zijn van een gedeelde woonvoorziening, waarvan er dan ook maar één keer aanwezig is in de woning” te schrappen. d) Hoofdstuk 4.4. “b. Per woning wordt er minimaal één essentiële (gebruiks-)ruimte gedeeld.
Dit kan zijn: de keuken, badkamer of woonkamer, waarvan er in de woning ook maximaal één aanwezig is;” te schrappen. Toelichting: Veel woningen waar geen sprake is van inwoning hebben meerdere essentiële ruimtes (meerdere badkamers of meerdere keukenblokken). De eis dat er sprake moet zijn van een gedeelde voorziening is een onnodige regel die het alleen maar lastiger maakt voor inwoners om voor inwoning te kiezen. In de geest van de omgevingswet is het beter om met de inwoners in gesprek te gaan met welk doel zij een inwoonsituatie te creëren en samen in gesprek op zoek te gaan naar de beste oplossing dan deze extra regels toe te voegen. Mevrouw VAN DER VEEN (CDA) is blij dat er één notitie voorligt, waarin de verschillende opties met betrekking tot de kleinschalige initiatieven zijn beschreven. Goed om te lezen dat dit stuk parallel loopt met het komende woonprogramma en de visie op wonen, welzijn en zorg die herzien wordt. Belangrijk om dit met elkaar te integreren, wat ook gaat gebeuren. Het CDA kan zich helemaal vinden in hetgeen geschreven staat onder ‘beoogd effect’, namelijk dat de gemeente meer ruimte wil creëren voor verschillende doelgroepen om vanuit diverse vraagstukken bij elkaar te wonen in het kader van onder andere zorg en welzijn, en dat er wordt geprobeerd invulling te geven aan woningbouwbehoefte die aansluit bij het woonprogramma.
Het voorliggend stuk is in de commissie al besproken en dat zal zij niet overdoen. Het aspect mantelzorg/premantelzorg wil ze wel onderstrepen. Bij deze woningen kan het zijn dat er een gedoogsituatie ontstaat. In de commissie gaf de wethouder aan dat deze gedoogsituatie met een sociale blik bekeken gaat worden. Hiermee is de fractie het eens, want het kan niet zo zijn dat wanneer een partner die mantelzorg kreeg bijvoorbeeld overlijdt, de andere partner dan geen woning meer heeft. Zij roept het college op dit daadwerkelijk zo te doen. Tijdens de commissie heeft de fractie al aangegeven moeite te hebben met de regel van het delen van essentiële ruimten bij inwoning. Allereerst is het vanuit de privacy niet wenselijk om een badkamer, keuken of toilet te delen. Vanuit de samenleving zijn de fractie meerdere gevallen bekend waarin inwoners hier tegenaan lopen. Dat kan een reden zijn waarom mensen hiervan geen gebruikmaken. Dat zou jammer zijn. De wethouder gaf in de commissie aan dat mensen in dat geval kunnen kiezen voor woningsplitsing, maar dat is in de ogen van het CDA iets anders. Bij inwoning blijft het namelijk één adres, één nutsaansluiting, gezamenlijke ingang en het kan weer terug naar één woning. Bij splitsing is dat heel iets anders.
Het gaat uiteindelijk om het beoogde effect dat men wil bereiken en wat het CDA betreft kan dat zonder dat er een essentiële ruimte gedeeld wordt. Daarom is het CDA mede-indiener van het zojuist ingediende amendement. Het is overigens een gemiste kans dat het beleid niet is geëvalueerd met inwoners. Het CDA vindt dat elk beleidsstuk dat wordt herzien en waar inwoners bij betrokken zijn, geëvalueerd moet worden met deze inwoners. Zij is benieuwd naar de mening van het college hierover. De heer BOER (ABO) wijst op het huidige enorme woningtekort. Als gemeente wil men heel graag bijbouwen voor de pasgetrouwde stelletjes. Ze zoeken woonruimte en waar kan dat soms beter dan in
-8-
een verbouwde boerderij waar onder één dak apart geleefd kan worden. ABO had daarom veel moeite met de tekst die in het voorstel stond met de essentiële ruimten die gedeeld moesten worden. Dat gaat een beetje terug in de tijd, en de privacy moet worden ingeleverd. Om dan maar meteen een woningsplitsing toe te passen ging de fractie net even te ver. ABO is mede-indiener van het amendement om die regels aan te passen. Het punt van de premantelzorgwoning baarde de fractie enige zorgen. Hier en daar zijn daarover toezeggingen gedaan, ook in verband met het nieuwe bouwbesluit waaraan het zou moeten voldoen. Daaraan zijn enkele lichtere toevoegingen gedaan, anders wordt het helemaal een heel dure aangelegenheid en nog beroerder als je het na tien jaar moet slopen c.q. voor weinig geld moet verkopen. De heer DOORNWAARD (SGP) is blij met het voorliggend stuk en wil het college en de ambtenaren dan ook bedanken voor het geleverde werk. Het stuk en de bespreking in de commissie geven aan hoe moeilijk het soms is om bepaalde onderwerpen en begrippen precies te duiden. De fractie vindt dat dit stuk met de aanvullingen uit het amendement een basis is om de initiatieven juist te beoordelen. Het schept duidelijkheid, zodat er geen verkeerde verwachtingen kunnen ontstaan bij initiatiefnemers. De SGP is mede-indiener van het amendement omdat de fractie ook tegen overbodige regels is.
In eerste instantie heeft de fractie de betreffende passage opgevat om zodoende duidelijkheid te krijgen om bestaande problemen op te lossen. Na de discussie in de commissie, de aanvullende informatie en overleg binnen de fractie is de SGP ook van mening dat deze regels gewijzigd kunnen worden. Hij heeft nog wel een aandachtspunt. Graag had de fractie in het beleidsstuk nog een stuk maatwerk gezien: het toevoegen van additionele eisen zoals in de commissie benoemd. Maar ook het amendement zorgt al voor maatwerk door overbodige regels te schrappen. Het is wat de SGP betreft een breuk met het verleden om niet meer te handelen naar de letter van de wet. Dat geeft ruimte voor maatwerk. De fractie ziet deze ontwikkeling dan ook met vertrouwen tegemoet. De heer DOKTER (PvdA/Burgerpartij Oldebroek) zegt als het gaat over het beleid voor kleinschalige woningbouwinitiatieven: vooruitzien, het beleid aanpassen op dat wat vandaag de dag wenselijk is en dat wat eenieder kan verwachten. Langer thuis wonen beter mogelijk maken voor zorgbehoefte, inwoning, woningsplitsing, premantelzorg, inbreiding, doorstroming op de woningmarkt, aanpassingen op maatschappelijke veranderingen en wensen, allemaal zaken die aandacht en daden van de overheid vergen.
Hij complimenteert dan ook de ambtelijke organisatie en het college voor het stuk dat voorligt, ook omdat het uitermate leesbaar is en goed toepasbaar. Deze beleidsnotitie dekt maar een deel de lading van de volkshuisvesting- en woningbouwuitdagingen, maar de waarde is er niet minder om. Voor de fractie blijft belangrijk dat het beleid past bij wat mensen nodig hebben om waardig thuis te kunnen blijven wonen, of via inwoning voor elkaar te kunnen zorgen; een faciliterende overheid. Er is een verschil tussen inwoning en woningsplitsing in de commissie en in de schriftelijke technische vragen aan de orde geweest. De fractie begrijpt hierbij de woordwaardeverschillen en de insteek van het college en de bewoordingen van de wethouder tijdens de commissie daarover. Bij inwoning gaat het om één huishouden, bij woningsplitsing gaat het om twee afzonderlijke woningen, twee adressen. Wat de PvdA/Burgerpartij Oldebroek betreft schreeuwt de actualiteit om nieuwe inzichten en bijpassend beleid. Daarvoor hoeft zorgvuldigheid niet uit het oog verloren te raken. Om te zorgen dat inwoning om reden van zorg beter haalbaar en duidelijker is, moeten in het beleid de middelen worden voorzien die voorkomen dat inwoning sluipenderwijs leidt tot het optuigen van twee compleet verschillende huishoudens of één woning daardoor twee woningen blijken te zijn geworden.
Qua handhaving wil de raad het zichzelf en de inwoners niet aandoen om onduidelijkheid te laten bestaan tussen de mogelijkheden en bedoelingen van inwoning versus woningsplitsing. Het gaat immers ook om situaties waarin sprake kan zijn van premantelzorgunits, maar ook de mogelijkheden van verbouw en uitbouw van een bestaande woning. Daarom moeten er heldere voorwaarden benoemd zijn die inwoning fysiek scheiden van woningsplitsing. De fractie is nieuwsgierig naar eventuele nieuwe inzichten van het college in de relatie amendement versus aanwijzingen van de wethouder in de commissie, toen hij expliciet aangaf juist de maatregelen die nu in het stuk staan, waardevol en noodzakelijk te achten. Hij onderstreept wat andere fracties al hebben benoemd, de behoefte aan evaluatie. De gedoogsituatie waarover het CDA sprak, onderstreept hij ook. Die gedoogsituatie zou hij graag zien aansluiten bij wat de inwoners kan overkomen, dus een beetje meer maatwerk en een beetje meer invoeling.
-9-
De heer KEMP (VVD) is blij dat het stuk nog een keer uitgebreid besproken wordt, want de VVD proefde nogal wat onzekerheid bij de diverse fracties tijdens de commissiebespreking. De beantwoording van vragen gaf meer zekerheid dan sowieso al was beschreven. Het stuk is tot stand gekomen omdat de raad meer helderheid wilde over wat er nu wel of niet kon, of wenselijk was. Het college heeft een aantal beleidsregels gemaakt, zodat het voor iedereen duidelijk zou moeten zijn. Het is de VVD niet helder waarom bijvoorbeeld de SGP nadrukkelijk vraagt om opties, zoals maatwerk. Dan roept men over zich af dat het nog weer moeilijk wordt. Ontsporen door ijskoude regelvorming is ook niet de bedoeling. Wat de VVD betreft biedt maatwerk in dit geval niemand houvast, alleen maar voer voor onzekerheid. Daar zit niemand op te wachten en is de notitie ook niet voor gemaakt. Het amendement, dat in feite gericht is op inwoning, bereikt wat de VVD betreft het tegenovergestelde van wat er in de nota verwoord is als reden om de beleidsnotitie te maken, namelijk: de raad heeft gevraagd om heldere en duidelijke regelgeving. Door nu te zeggen dat men beter met inwoners in gesprek kan gaan en samen zoeken naar de beste oplossing, wordt er juist weer een situatie gecreëerd waar willekeur en onduidelijkheid op de loer liggen. Ook kan dit niet meer worden uitgelegd als er een meningsverschil is.
In artikel 3.2.4 staat: omdat de huidige beleidsregel op veel wijzen geïnterpreteerd kan worden door de inwoners, stuit dit vaak op onduidelijkheden voor de vergunningverlening. Daarom ook is dit hele stuk geschreven. Er wordt gevraagd in het amendement om de voorwaarde van één essentieel gedeelde woonvoorziening te schrappen in een aantal artikelen. De VVD is niet voor meer regels maar wel voor duidelijkheid, want, en dat is niet genoemd door de indieners van het amendement, in hetzelfde stuk in 3.6 staat: twee volledig zelfstandig functionerende wooneenheden kunnen niet als één woning gelden. Dat hoort hij graag uitgelegd. Wat de VVD betreft maakt het amendement het niet helder, maakt het zelfs onduidelijker, schept verwachtingen. Hij denkt dan ook geen steun te kunnen geven aan het amendement. De fractie wil wel het oorspronkelijke voorstel steunen met inbegrip van de door de VVD aangedragen correctie op de algemene voorwaarden 10.1 met betrekking tot de formulering nieuwbouw en bijna energieneutraal. Wethouder ENGBERTS gaat in op de vragen die zijn gesteld, met name over inwoning/woningsplitsing: waar zit de helderheid die verkregen kan worden. Intern heeft het college na de commissievergadering gebrainstormd: wat is de essentie waarop inwoning kan worden beoordeeld.
Wat is datgene wat men als gemeente kan vragen, want intern kunnen aan een woning allerlei wijzigingen worden aangebracht zonder vergunning. Het niet aanwezig zijn van een dubbele essentiële ruimte, oftewel het gezamenlijk gebruik van één, is geen maat die ruimtelijk kan worden afgedwongen omdat die in een woning al gewoon kan ontstaan. Waar zit dan wel de essentie? Die blijkt te zitten bij de overgebleven waarden van geen extra nummertoekenning en daarnaast geen meterkast want die hangt aan een nummer. Bij woningsplitsing, omdat daar vergunningstechnisch, bestemmingsplantechnisch aan gewerkt wordt, krijgen de mensen een extra nummer en daarmee recht op een extra nutsaansluiting. Bij inwoning is dat niet het geval. Daarover is de brainstormsessie gehouden en was er voor het college voldoende helderheid om op dit punt zeggen: dit laat nu juist de essentie zien van de overgebleven punten, dat die moeten blijven staan en dat daarop wordt beoordeeld. Daar ligt het onderscheid tussen inwoning en woningsplitsing. Dan de communicatie. Heel belangrijk. Jaren geleden heeft de raad een hele discussie gehouden: er zijn zoveel inwoningsituaties, moet dat niet als gesplitst beschouwd worden want de woningen zijn eigenlijk apart. Daar wil het college van wegblijven.
En hij hoopt dat de raad dat met hem doet straks en in de toekomst, door te zeggen: nee, we hebben nu deze regel vastgesteld, daar blijven we bij, dat monitoren we, dus ook voor de evaluatie, in de verschillende systemen: waar is Wmo-zorg, waar zijn indicaties afgegeven, is daar een inwoningsituatie gecreëerd ja of nee, en dat vastleggen. Is er woningsplitsing aangevraagd, dan wordt dat ook vastgelegd. Dan zou na een periode van een jaar die monitoring echt essentieel kunnen zijn. Na dat jaar kan er via die monitoring een goede evaluatie worden gemaakt. Niet na een half jaar, want dan is nog niet bekend waar echt bewegingen gaande zijn en hoe groot die zijn geworden. Communicatie is heel essentieel richting de inwoner die vragen heeft, bijvoorbeeld hoe moet het met de zorg als er adviezen worden gegeven over inwoning, over premantelzorg of echte mantelzorg. Dan
- 10 -
moet daarbij gezegd en op papier gecommuniceerd worden: wat zijn de essentiële vragen en voorwaarden voor de diverse mogelijkheden, zodat die helder worden en ook duidelijk zijn. Dan komt de valkuil van luxe woningen, en op zich is die terecht en vanuit het verleden ontstaan, dat er mantelzorg- of premantelzorgwoningen van anderhalve ton worden neergezet. Dat is niet handig. Alleen, beseffen mensen dat vóór die tijd. Daar gaat het college echt op insteken, ook ambtelijk, om dat goed te verwoorden en de waarschuwing af te geven: weet waar u aan begint, hoe u dat doet, welke risico’s eraan zitten, in de toekomst blijkt er een aantal zaken verplaatst, weggehaald of veranderd te moeten worden, houd u daar rekening mee. Dan over de gedoogsituatie. Het college wil daar echt met een sociale blik naar kijken. Wanneer degene die de indicatie heeft overlijdt, of niet meer op die plek zou wonen om welke reden dan ook, dan staat er een bepaalde termijn voor aanpassing. Dan gaat het college wel in gesprek als er nog iemand blijft wonen die van dezelfde leeftijd is en misschien ook wel toe is aan een indicatie.
Die verplichting legt het college zichzelf op om als tegemoetkoming, als vorm van Oldebroek voor Mekaar dit te gaan oplossen richting de toekomst, om mensen zekerheden te geven door in ieder geval het gesprek aan te gaan, zaken helder te krijgen en met elkaar die afweging te kunnen maken. Het beoogde effect ziet men allemaal, maar dat moet het college ook helder zien te krijgen bij de inwoners. Of het een gemiste kans is dat niet met de inwoners is geëvalueerd, waagt hij te betwijfelen. Het is niet goed om het woord maatwerk daarvoor te nemen, maar echt iedere situatie is een andere dan die bij de buren of bij het volgende geval. Intern heeft het college heel erg gekeken naar alles wat er in het verleden langs is gekomen aan voorbeelden waar de problemen te zien waren en waar men die ervaring heeft laten delen door de mensen die daarmee te maken hebben. Die besprekingen zijn er intern geweest om dat soort situaties nu uit te zoeken: waar zit hem dat in. Het college dacht eerst dat delen van die essentiële ruimte een extra ondersteuning zou zijn om die duidelijkheid te kunnen geven, maar die is ruimtetechnisch, bestemmingsplantechnisch en qua omgevingsvergunning niet af te dwingen. In feite was dit niet terecht opgenomen.
Er is wel een wens om duidelijkheid te verschaffen, maar het is geen maat en geen voorwaarde die vanuit ruimtelijk oogpunt echt hard te maken is en opgenomen kan worden. Dat die nu verdwijnt, daar kan het college mee instemmen. Op zich is hij blij dat er nu duidelijkheid kan worden geschapen in het geheel. Richting PvdA/Burgerpartij Oldebroek; sluipenderwijs inwoning. Dat is een waarschuwing voor raad en college, dat men duidelijkheid moet geven. Het college gaat daarvoor intern een communicatieplan opstellen en op de website zetten, zodat iedereen dat goed tot zich kan nemen. Naar de VVD; verwachtingen door amendement. De voorwaarden blijven staan, het is de essentie waarin het college aangeeft wat het verschil is tussen inwoning en woningsplitsing. Willen mensen echt een tweede meterkast, dan moeten ze eerst de woningsplitsing aanvragen. Wethouder VOS vult aan dat het woonprogramma dat nu gemaakt wordt, uitgaat van aantallen voor doelgroepen. Daarin is concreet en duidelijk wat het college daarmee wil. Landelijk zijn er veel ontwikkelingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Er is ook een landelijk aanjaagpunt daarvoor. Het college gaat ervan uit dat eind december dan wel begin volgend jaar een wonen, welzijn, zorgvisie naar de raad komt. Deze visie gaat het college breed uitvragen en bespreken. Daar zullen met name lange termijn zaken in zitten.
Dat gaat over hoe veranderen de woningen, doordat het college bijvoorbeeld vraagt of mensen langer thuis blijven, meer zorgvragen krijgen, al dat soort zaken worden in die visie opgenomen. Tweede termijn De heer WIJNNE (ChristenUnie) reageert op de VVD, die naar zijn idee een valse tegenstelling maakt tussen het maximaal meedenken met inwoners en het stellen van regels. Wat de ChristenUnie betreft wordt door dit amendement en de regels die overblijven heel duidelijk gesteld wat het verschil is tussen inwoning en woningsplitsing. Dat betekent wel dat het college binnen de regels die nu worden vastgesteld, volop moet meedenken met inwoners wat ze zouden willen realiseren en waarom, en wat dan de beste oplossing is, woningsplitsing of inwoning. Een van de valkuilen is dat iemand kiest voor inwoning, achteraf bij de gemeente komt en zegt die woning als twee woningen te willen verkopen en dan blijkt dat dat niet kan. Dat moet dus op voorhand besproken worden.
- 11 -
De heer KEMP (VVD) hoort alsnog graag een antwoord van het college op zijn vraag in eerste termijn over 3.6 in het stuk, dat twee volledig zelfstandig functionerende wooneenheden niet als één woning kunnen gelden. Diverse fracties praten over woningnood en woningellende, en het college over langer thuis wonen. Aan de andere kant wordt er ook vaak gepraat over doorstroming. Senioren die hun huis verlaten, naar een andere woning gaan en de nieuwe generatie kansen geven. Dat wordt een beetje doorgestreept met het voorliggend beleid. Het verbaast hem dat ten tijde van de commissiebehandeling juist het gedeelte over de essentieel gedeelde ruimten een overtuigend argument was van het college. Nu wordt ineens gezegd: geen extra huisnummer of meterkast en gedeelde ingang is voor het college voldoende. Hij vraagt zich af of dit getuigt van het zien van een gigantisch licht aan het einde van de tunnel. Zou mooi zijn, dan hebben de initiatiefnemers dat bereikt. Anderzijds is de VVD van mening dat dit nog de nodige problemen gaat opleveren. Maar als het college vindt dat uitvoering en handhaving van de regelgeving met betrekking tot inwoning zoals in het amendement is omschreven, helder is en uitdrukkelijk uitlegbaar en verdedigbaar in alle situaties, dan heeft de VVD daar vrede mee. De VOORZITTER vraagt of de VVD dan instemt met het amendement.
De heer KEMP (VVD) zegt dat als het college met een compleet ambtenarenapparaat dit amendement verantwoord vindt en uitvoerbaar en uitlegbaar, de VVD niet gaat zeggen dat het niet kan. De heer WIJNNE (ChristenUnie) vraagt bij interruptie voor welke problemen de VVD bang is als deze regels worden geschrapt. De heer KEMP (VVD) antwoordt dat het dezelfde argumentatie betreft van het college in de commissievergadering. Juist omdat geen enkele situatie gelijk is, zoals het college ook aangaf, schept dat naar zijn mening onduidelijkheid in situaties: waarom kan het bij de ene wel en bij de andere niet. Het klinkt sympathiek, maar de vraag is of het wel of niet uitlegbaar is. Er zijn een aantal te bedenken problemen, maar er zijn er ook een aantal, zeer waarschijnlijk, die mensen zo meteen gaan bedenken en de raad nog niet bedacht heeft. Vandaar dat hij de regelgeving zoals die in het voorliggend voorstel staat, simpel uitlegbaar en helder vindt. Het amendement haalt het meest essentiële uit het gedeelte inwoning weg. De heer DOKTER (PvdA/Burgerpartij Oldebroek) merkt dat het college en de ambtenaren een compleet nieuw inzicht hebben ontwikkeld naar aanleiding van de commissievergadering en de opmerkingen.
Hij heeft het als volgt vertaald: een huisnummer, meterkast en aansluiting op nutsvoorziening zijn voldoende om een absoluut helder verschil te maken tussen inwoning en woningsplitsing. Die scheiding is met deze keuze en het amendement, als dat wordt aangenomen, helder en niet meer discutabel. De handhaving en de inwonerduidelijkheid moeten volstrekt helder zijn. Als dat geen discussie oplevert, dan is de PvdA/Burgerpartij Oldebroek akkoord. Mevrouw VAN DER VEEN (CDA) is het eens met wat het college en ook de ChristenUnie aangaf, dat op voorhand dat gesprek erg belangrijk is, dat helder is wat aangegaan wordt door de inwoner. Met de voorwaarden, zoals ze straks waarschijnlijk vastgesteld worden, denkt zij dat de raad een mooie stap maakt om dit beleid voor de inwoner beter te maken. Zij was het niet eens met de opmerking van het college in de beantwoording over de evaluatie. Het gaat haar niet om het stukje inwoning maar in bredere zin. Zij vindt ook dat op het moment dat een beleid herzien wordt, de inwoners betrokken moeten worden. Inderdaad is elke situatie anders, maar als een inwoner de inwoonsituatie aangaat, dan moet hij aan bepaalde regels voldoen. Dan is het goed om op basis van die regels een evaluatie uit te voeren. Dus nogmaals de oproep om dat wel te doen. Zij denkt dat het belangrijk is en de inwoner zich dan gehoord voelt.
Wethouder ENGBERTS reageert op de VVD: wordt doorstroming nu tegengewerkt? Dat is niet het geval, want elke nieuwe woning bij woningsplitsing, maar ook een inwoning van ouderen bij kinderen of andersom levert een woning op die was bezet door de ouderen of door de kinderen. Die woning komt dan vrij. Dus de doorstroming zit er echt in. Er worden nieuwe mogelijkheden toegevoegd en die bevorderen ook de doorstroming. De VVD geeft aan dat het college in de commissie de essentie heeft
- 12 -
aangegeven van de gedeelde ruimte. Dat woord staat wel in de tekst, maar dat wil niet zeggen dat daar prioriteit één ligt. Alleen, en dat is in de tussentijd helder geworden, daar zit steeds de moeite van de inwoner: hoe krijgt het college dat bij de inwoner onder de goede aandacht dat hij dat ook begrijpt en daarmee aan de slag kan. Naar de PvdA/Burgerpartij Oldebroek. De essentieel gedeelde ruimte is er nu uit gegaan, de andere voorwaarden blijven bestaan; die zijn afdwingbaar en geven nu de mogelijkheid om een duidelijke scheiding aan te brengen en dat ook voor de bewoners helder te maken. De VOORZITTER gaat over tot de besluitvorming. Amendement A1 wordt unaniem zonder stemming aangenomen. Het voorgestelde besluit, waarvan het amendement A1 onderdeel uitmaakt, wordt unaniem zonder stemming aangenomen. 11.
SLUITING.
De VOORZITTER gaat voor in dankgebed en sluit de vergadering. Aldus goedgekeurd en vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Oldebroek op 8 juli 2021. , voorzitter T.H. Haseloop-Amsing. , griffier J. Tabak.