CConstaterende datOldebroek
Koppel je AI →
Document · PDF

Informerende nota - gebruik en kosten Wmo.

Commissie Samenleving en Bestuur 27 november 2025, gemeente OldebroekBij agendapunt: Ontwikkeling gebruik en kosten Wmo.2.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informerende nota aan de gemeenteraad Onderwerp: Ontwikkeling gebruik en kosten Wmo Vergadering d.d.: 27 november 2025 (cie. S&B)

Agendapunt:

Portefeuillehouder: E.G. Vos-van de Weg Behandelend team: Samenleving

Kenmerk: 406299

Onderwerp Ontwikkeling gebruik en kosten Wmo Aanleiding en achtergrond In juni 2025 is de raad geïnformeerd over de stijgende Wmo kosten. Er is toegezegd om u in het najaar van 2025 te informeren over het gebruik en de kosten van de maatwerkvoorzieningen die in de Wmo worden ingezet. We willen u via deze raadsinformatiebrief hierin meenemen. Boodschappen 1. Het beroep op de Wmo is de afgelopen jaren gegroeid. Wmo maatwerkvoorzieningen Het doel van de wet Wmo 2015 is dat mensen met een beperking of psychosociale problemen ondersteund worden zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en/of kunnen deelnemen aan de maatschappij. Daar waar de inwoner niet zelfredzaam is en het netwerk hier ook niet voldoende aan kan bijdragen, is de gemeente verplicht ondersteuning vanuit de Wmo te bieden. De Wmo is een openeindregeling, wat betekent dat er geen budgetplafond is voor de ondersteuning die gemeenten moeten bieden. In onderstaande staafgrafiek is weergegeven hoeveel maatwerkvoorzieningen er in de afgelopen jaren ingezet zijn.

2

Tussen 2022 en 2024 steeg het totaal aantal maatwerkvoorzieningen met 10,6%, vooral door een toename in de woonvoorzieningen1(+25,8%) en hulp bij het huishouden (+13,1%). Begeleiding en dagbesteding daalden met 6,2% en ook het vervoer laat een lichte daling zien −0,35%. De opschoonactie van het aantal Wmo collectief vervoer pashouders heeft hier bijvoorbeeld aan bijgedragen, waarmee we oneigenlijke verstrekkingen van de Wmo maatwerk proberen te voorkomen. De cijfers wijzen op een groeiende vraag naar ondersteuning aan huis. De cijfers over het eerste halfjaar van 2025 laten een stabiel beeld zien ten opzichte van 2024: in totaal is al 51% van het jaarvolume van 2024 bereikt. Opvallend is de stijging bij begeleiding en dagbesteding: hier is al 67% van het 2024-totaal behaald. De overige voorzieningen liggen rond de 50%, wat past bij een gelijkmatige verdeling over het jaar. Als deze trend doorzet, kan 2025 uitkomen boven het niveau van 2024, vooral bij begeleiding en dagbesteding. Aantal unieke personen In onderstaande grafiek ziet u het aantal unieke personen met een individuele Wmo voorziening (ZIN en PGB).

1 Losse woonvoorzieningen, traplift, woningaanpassingen, unit, verhuiskostenvergoeding

3

Tussen 2022 en 2024 is het aantal inwoners met een Wmo-voorziening gestegen van 1.313 naar 1.541, een toename van ongeveer 17% over drie jaar. Dit laat een duidelijke groei in het gebruik van Wmovoorzieningen zien. Voor 2025 ligt het aantal op 1.539, wat vrijwel gelijk is aan 2024. De cijfers voor 2025 zijn tot en met het tweede kwartaal (juni). Daarom kunnen de cijfers voor 2025 nog veranderen als het hele jaar voorbij is. Leeftijdscategorieën: Sinds 2024 worden Wmo-meldingen uitgesplitst naar leeftijdscategorieën. Daardoor is beter te zien hoe het gebruik van Wmo-voorzieningen zich ontwikkelt per leeftijdsgroep. Omdat deze uitsplitsing in eerdere jaren nog niet werd gedaan, is een vergelijking met 2022 en 2023 niet mogelijk. De gegevens tot nu toe wijzen op een structurele groei van Wmo-gebruik onder ouderen. De sterkste toename is zichtbaar in de leeftijdsgroep van 76–85 jaar. Oorzaken van stijging Er zijn diverse ontwikkelingen die invloed hebben op het beroep op de Wmo. Hieronder worden de oorzaken beschreven. A. Vergrijzing Zoals hierboven beschreven komt grootste toename in Wmo-aanvragen voor rekening van de leeftijdscategorieën 76–85 jaar. Deze ontwikkeling is in lijn met landelijke cijfers. Uit recente landelijke data blijkt dat het aantal 75-plussers dat gebruik maakt van een Wmo-maatwerkvoorziening sinds 2019 met bijna 15% is gestegen.

Deze stijging is deels toe te schrijven aan de toenemende vergrijzing. Ouderen vormen al jarenlang de grootste groep gebruikers van Wmo-ondersteuning. Ter illustratie: in 2019 bestond 8% van de bevolking uit 75-plussers; in 2024 was dit gestegen naar 10%. Binnen deze leeftijdsgroep is het aandeel Wmo-gebruikers echter gelijk gebleven: ongeveer één op de drie 75-plussers maakt gebruik van een maatwerkvoorziening (waarstaatjegemeente.nl). B. Langer thuis wonen ouderen Naast dat er meer ouderen zijn, zien we ook in de afgelopen jaren het effect van het langer thuis wonen van ouderen. Mensen blijven onder andere langer thuis wonen doordat de toegang tot intramurale zorg (verpleeghuizen) in de afgelopen jaren aanzienlijk is verscherpt. Alleen mensen met een zware zorgindicatie op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz) komen in aanmerking voor opname. Tegelijkertijd is het aantal intramurale plaatsen nauwelijks uitgebreid, ondanks de toenemende vergrijzing. Dit betekent dat er feitelijk geen groei van Wlz-bedden is, terwijl de vraag naar zorg toeneemt. Mensen

4

moeten in plaats daarvan langer zelfstandig wonen. Hierdoor hebben zij meer ondersteuning binnen de Wmo nodig om te kunnen blijven participeren in de samenleving. In de praktijk zien we dat dit leidt tot zwaardere zorgvragen in de thuissituatie, een toenemende druk op mantelzorgers en de inzet van maatwerkvoorzieningen, zoals huishoudelijk hulp, hulpmiddelen en woningaanpassingen. Met het in september 2025 landelijk gesloten Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg blijft in komende jaren op deze beweging ingezet worden. We hebben de VNG gevraagd in beeld te brengen wat dit betekent voor de houdbaarheid van de Wmo en dit bij de verdere onderhandelingen met het ministerie mee te nemen. C. Langer thuis wonen met psychische kwetsbaarheid (ambulantisering GGZ) Ook binnen de GGZ is in de afgelopen tien jaar steeds ingezet op het langer thuis wonen in de wijk. Waar het kan wordt ingezet op behoud van eigen woonplek en het scheiden van wonen en zorg. Dit is een landelijke trend en die zien we ook terug in ons regionaal en lokaal beleid. Een voorbeeld is het voorkomen van maatschappelijke opvang, door mensen die vaak psychisch kwetsbaar zijn zoveel mogelijk andere tijdelijke woonvoorzieningen met ondersteuning van de Wmo te bieden. Tijdelijk Wonen Plus in Wezep is hier een voorbeeld van. Dit leidt tot meer vragen voor individuele begeleiding in de Wmo. D.

De beschikbaarheid van mantelzorg Door de vergrijzing en langer thuis blijven wonen, neemt de vraag naar mantelzorg toe. In 2022 was 19% van de inwoners in Oldebroek mantelzorger en in 2024 was dit 18%. Dit percentage is hoger dan in de rest van Noord- Oost Gelderland (GGD Kompas Volksgezondheid). We zien dat het mantelzorgpotentieel in het heel het land en ook in Oldebroek terugloopt. Waar in 2015 nog ongeveer 10 inwoners tussen de 50-65 jaar beschikbaar zijn voor 85-plussers, is dat naar verwachting in 2040 nog maar 4 inwoners. Daarnaast moeten mantelzorgers steeds vaker de zorg combineren met werk (pensioenleeftijd omhoog). Dit heeft gevolgen voor wat mantelzorgers wel of niet kunnen betekenen voor de naasten die ondersteuning nodig hebben. We ondersteunen de mantelzorgers hier zo goed mogelijk bij (bv. informatie & advies, respijtzorg, lotgenotengroep en waardering), maar een verminderde inzet van mantelzorgers leidt vaak tot meer vraag naar Wmo-maatwerkvoorzieningen. Op basis van bovenstaande redenen, concluderen we ook dat de verwachting is dat het beroep op de Wmo zal blijven toenemen. Bovenstaande ontwikkelingen zullen doorgaan in de komende jaren en blijven dus invloed hebben op de vraag naar Wmo-maatwerkvoorzieningen. 2. De Wmo-uitgaven zijn in de afgelopen periode gestegen en blijven stijgen.

In de afgelopen jaren zijn de kosten voor Wmo-maatwerkvoorzieningen sterk gestegen: van € 4.340.696 in 2022 naar € 4.449.166 in 2023 en € 5.280.157 in 2024. Naast dat de stijging van het beroep op Wmomaatwerkvoorzieningen hier natuurlijk invloed op heeft, zien we daarnaast nog een aantal andere oorzaken: A. Tariefstijgingen door aanzienlijke loonontwikkelingen. We zien aanzienlijke loonontwikkelingen in de CAO-afspraken, waarbij tariefstijgingen van 10% geen uitzondering zijn. De indexaties zijn aanzienlijk hoger dan wat wij via het gemeentefonds ontvangen voor de Wmo. Begroten met de index ter hoogte van het gemeentefonds is ontoereikend. Bovendien zijn wij op grond van de AMvB reële prijs Wmo 2015 verplicht om een reëel tarief te betalen voor de Wmomaatwerkvoorzieningen. Een reële prijs is een tarief dat de werkelijke kosten van goede en verantwoorde dienstverlening dekt. Dat betekent: een prijs die voldoende is om de kwaliteit van de ondersteuning te waarborgen én die rekening houdt met de arbeidsvoorwaarden. In het licht van deze wettelijke verplichting is het onvermijdelijk dat aanzienlijke loonontwikkelingen in de sector direct doorwerken in de tarieven die wij hanteren voor de Wmo-maatwerkvoorzieningen. B. Kostprijsonderzoek Wmo

5

Er heeft een kostprijsonderzoek plaatsgevonden voor de maatwerkcontracten Zorg in Natura die op 1 juni 2021 zijn afgesloten. Dit onderzoek was noodzakelijk vanwege contractuele verplichtingen, maar ook op grond van de geldende wet- en regelgeving. In juni 2021 is de eerste contractduur ingegaan van 4 jaar. In de raamovereenkomst is opgenomen dat bij een volgende contractperiode de kostprijs opnieuw vastgesteld moeten worden. Het kostprijsonderzoek heeft met ingang van 1 juni 2025 tot aangepaste (veelal hogere) Wmo-tarieven voor vrijwel alle producten geleid. C. Nieuwe aanbestedingen Op dit moment zijn er 5 nieuwe aanbestedingen (hulpmiddelen, trapliften, medische advisering, zorgunits, beheer bureau ViaVé (vervoer en verlenging van het vervoerscontract) in voorbereiding, We verwachten geen lagere, maar hogere prijzen. Dit komt met name door de gestegen kosten van materialen en grondstoffen (bij hulpmiddelen/woningaanpassingen) en door de gestegen loonkosten. In de begroting van 2025 is een bedrag van € 5.019.114 opgenomen. In 2026 een bedrag van €5.196.087. Voor de demografische ontwikkeling/vergrijzing wordt vanaf 2026 elk jaar 75 miljoen extra middelen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds tot 375 miljoen in 2030. Dit betekent in Oldebroek vanaf 2026 elk jaar €80.000 erbij, oplopend tot € 400.000 in 2030.

Deze bedragen worden nog toegevoegd in de begroting. 3. Meerdere ontwikkelingen hebben invloed op gebruik en kosten Wmo We concluderen dat de vraag naar de Wmo en de bijbehorende kosten ook in de toekomst naar verwachting zal blijven stijgen. Hoe groot deze stijging zal zijn, hangt van landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen. Het doel is voor inwoners de Wmo toegankelijk te houden en als overheid de Wmo betaalbaar te houden. Hierbij is het van belang te blijven kijken naar het spanningsveld tussen enerzijds sturing op kosten en anderzijds het verlenen van kwalitatief goede ondersteuning aan kwetsbare inwoners. Samenhangende aanpak op landelijk niveau Het rijk en de VNG werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van de wettelijke zorgtaken Wmo. Bij deze aanpak wordt samenhangend gekeken naar de financiële aspecten (inclusief de financieringsvorm), de uitvoeringspraktijk, de inhoudelijke sturing (incl. beleidsopties) en de rolneming door zowel Rijk als gemeenten. Rijk en gemeenten (VNG) werken er gezamenlijk aan om het openeindedeel van de regeling te beëindigen. Ook is er de verwachting dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een afzonderlijke financiering.

Vervanging Wmo abonnementstarief De Tweede Kamer heeft op 24 juni 2025 onder meer het voorstel tot de Wet afschaffing abonnementstarief in de Wmo controversieel verklaard. De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 kan niet eerder dan per 1 januari 2027 plaatsvinden. De inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb) gaat naar verwachting een belangrijke bijdrage leveren aan verminderen van de vraag. Daarmee kunnen we de Wmo-hulp beschikbaar houden voor de inwoners die hulp en ondersteuning niet vanuit eigen kracht kunnen realiseren. De Wet afschaffing abonnementstarief helpt om te prioriteren. Het is belangrijk om te benadrukken dat met het wetsvoorstel de eigen bijdrage voor personen met een laag inkomen niet verslechtert ten opzichte van het huidige abonnementstarief. Lokale beheersmaatregelen Wmo Hoewel de verwachting is dat de vraag naar de Wmo blijft stijgen, kunnen we via lokale beheersmaatregelen wel invloed uitoefenen hoe groot deze stijging zal zijn. Lokaal zijn in 2025 verder aan de slag gegaan met maatregelen die hierbij kunnen helpen. Voorbeelden waar we aan werken, zijn: - duidelijker kaders in de Wmo-verordening, beleidsregels en nadere regels; - meer sturing en grip op het aanvraag- en toekenningsproces;

6

- een verbetering van het monitoringsysteem; - het optimaliseren van rechtmatig gebruik door meer heronderzoeken uit te voeren. Op deze manier denken we nog beter om te gaan met de verantwoordelijkheid die we als gemeente hebben, namelijk het ondersteunen van kwetsbare inwoners en tegelijkertijd rechtmatig de beschikbare ondersteuning in te zetten. Het Integraal Zorgakkoord (IZA), Gezond- en Actief Leven Akkoord (GALA) en het aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) Met de komst van het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) maken we landelijk, regionaal én lokaal duidelijk de beweging naar voren: de focus verschuift van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag én mens en maatschappij. Deze beweging kan er zeker voor zorgen dat er meer vragen in het sociaal domein (en de Wmo) terecht komen. De uitdaging is de antwoorden zoveel mogelijk in het algemeen toegankelijk veld beschikbaar te stellen (zie onderstaande over toekomstbestendig welzijn) of een combinatie van zorg en ondersteuning te realiseren. In september 2025 is landelijk samen met het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg ook het Aanvullend Zorgen Welzijnsakkoord (AZWA) gesloten. Dit laatste akkoord is een verbetering van het IZA en GALA, omdat de inzet van het sociaal domein explicieter wordt gepositioneerd.

Er is echter nog meer informatie nodig om te kunnen bepalen of het AZWA financieel haalbaar en uitvoerbaar is, wat het betekent voor de capaciteit van het sociaal domein op de lange termijn en hoe dit geborgd kan worden. Toekomstbestendig Welzijn U heeft in oktober 2025 het meerjarenplan Bouwen aan een toekomstbestendig Welzijn vastgesteld. Dit plan is er onder meer op gericht de beweging van Zorg naar Welzijn te kunnen realiseren. Door in te zetten op behoud, uitbreiding en beter gebruik van de algemeen toegankelijke voorzieningen. Hoe meer antwoorden in de samenleving of met behulp van algemene voorzieningen gerealiseerd kunnen worden, hoe minder vaak en intensief gebruik gemaakt hoeft te worden van maatwerkvoorzieningen. Hiermee willen we bereiken dat deze maatwerkvoorzieningen nog wel beschikbaar blijven voor wie dat echt nodig hebben. We hopen u via deze raadsinformatie voldoende te hebben geïnformeerd over het gebruik en kosten in de Wmo. Zoals u van ons gewend bent, blijven we u via de kwartaalrapportages, bestuursrapportages en jaarrekeningen op de hoogte houden van de ontwikkelingen op het gebied van gebruik en kosten in de Wmo. Oldebroek, 4 november 2025 Burgemeester en wethouders van Oldebroek, , secretaris P.H. Lensselink,

, burgemeester T.H. Haseloop-Amsing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oldebroek&id=34e28b66-c2cc-4ceb-b798-2dfe0801a36e