Brief reactie ABO RES 1.0.pdf
Tekst van het document
Brief bestemd voor de RES organisatie Noord-Oost Veluwe
Aanvullend op de brief namens de raad van de gemeente Oldebroek als reactie voor het concept RES 1.0 wil de fractie van Algemeen Belang Oldebroek als volgt reageren.
1. De uitwerking van het klimaatakkoord zal bij ongewijzigd beleid een grote impact hebben op de onze samenleving. De transitie zal zowel op een grootschalige wijze ingrijpen op het Nederlandse landschap (wat van ons allemaal is) en in directe zin heel dichtbij nl. maatregelen aan onze eigen- dan wel huurwoning. Bij het ondertekenen van het klimaatakkoord was die strekking niet in beeld: het was een ver van ons bed show met klimaattafels, politici, bestuurders, beleidsmakers en andere stakeholders. De effecten voor de portemonnee van huiseigenaren en huurders was bij het ondertekenen nauwelijks doorgerekend. Die consequenties zijn pas later inzichtelijk geworden. Evenals het besef dat honderden windturbines en honderden hectares aan zonnevelden de skyline van ons vlakke vaderland ernstig zouden aantasten. Een ingreep op een schaalniveau wat in onze historie nog niet eerder is vertoond. Die impact begint nu door te dringen. De bevolking krijgt keuzes voorgeschoteld die qua gevolgen op het oog niet tot weinig verschillen: wind en zon in wisselende samenstellingen. De gevolgen van Corona hebben remmend gewerkt op het op een laagdrempelige manier delen en uitleggen van de beschikbare informatie, en de bevolking echt te betrekken bij de te maken keuzes. Ondanks de enquêtes en inspraakmomenten die de projectorganisatie heeft uitgezet.
Dat Brenninkmeijer daarom pleit voor een zo breed mogelijk participatietraject is daarom van wezenlijk belang. Het zou de projectorganisatie sieren wanneer – door de beperkingen van Corona – wordt erkend dat een inhaalslag noodzakelijk is om draagvlak te verkrijgen voor de energie-transitie. Dat betekent meegaan met het idee van burgerfora op gemeentelijke schaal om recht te doen aan echte burgerparticipatie. 2. Het onderdeel zon op kleinschalige landschappen en landbouwgronden is in de geschiktheidsbeoordeling samengevoegd. ABO vindt dat die samenvoeging geen recht doet aan de eigenheid van die landschappen. Het gebied tussen het Veluwe massief en de Zuiderzeestraatweg bevat qua landschap de kroonjuwelen van onze gemeente. Het is een coulissen landschap, afwisselend met open enken gelegen tussen houtwallen, kleine bosgebieden en omliggende begroeiing. Het gebied tussen de Zuiderzeestraatweg en het Randmeer betreft het open veen-weide gebied, dat zowel qua bodem opbouw als landschap anders is en minder afwisselend. In het coulisselandschap liggen aaneengeregen de cultuur-historisch interessante landgoederen, in de meeste gevallen ontsloten op de Zuiderzeestraatweg. Een gebied waar zich – sprekend over het grondgebied van de gemeente Oldebroek - ook het recreatiepark Landal bevindt. Waar zich - volgens de rapportage - de gave enken bevinden.
En waar zich de Klompenpaden en fietsroutes bevinden. Daar op kleinere schaal (1 a 2 ha) zonnevelden toepassen onder het mom van landschapsherstel, zorgt voor verrommeling en grote aantasting van de landschappelijke waarde. Landschapsherstel is niet te combineren met zonneparken. Het is een contradictio in terminis. Daar komt bij dat om het rendabel te maken (systeem efficiëntie) er dan meerdere zonneparken nodig zijn om tot enig volume te
komen. Dat betekent wat ABO betreft, het schrappen van dat ambitie- cq zoekgebied. Het verbaast niet dat landgoed eigenaren zich een voorstander tonen van de toepassing van zonnevelden om qua exploitatie opbrengsten te genereren. Daarin meegaan betekent qua aantrekkelijkheid van onze gemeente dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Overigens wordt n.b. in de rapportage vermeld dat op de mogelijkheid van zonnevelden in deze kleinschalige landschappen door de respondenten negatief wordt geoordeeld. 3. Daar waar sprake is van een ambitiegebied en een zoekgebied zijn wij van mening dat er geen getalsmatige schattingen gemaakt moeten worden. Als je iets gaat onderzoeken moet je niet op voorhand in concrete getallen aangegeven wat je eventueel verwacht als uitkomst. Dan wordt de schijn wel erg gewekt dat je toewerkt naar een gewenste uitkomst. 4. We houden onverkort vast aan de eerdere zienswijze zoals door de raad meegegeven aan het RES team, om ook andere alternatieve energiebronnen te betrekken in de RES opgave. Voor 2050 is het zeker dat er zich alternatieven zullen aandienen, naast de toepassing van kernenergie. Denkbaar is scenario’s op te nemen die uitgaan van een minder percentage zon en wind energie door bijvoorbeeld uit te gaan dat 50% energie op een alternatieve manier wordt opgewekt. 5.
Wat ontbreekt in de stukken is een verkenning op welke wijze het planologisch juridisch kader bij de uitvoering van de projecten kan worden ingevuld. Dat heeft ook betrekking op het participatiemodel van inwoners bij de invulling van de zon en wind projecten. Elke gemeente vindt op deze manier het wiel uit. Veel winst kan worden gehaald bij het opstellen van best practices van zon en wind projecten om – daar waar dat wel kan – tot snelle realisatie over te kunnen gaan. Fractie ABO