CConstaterende datOldebroek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Programma “Samen de Ruimte maken”.pdf

Commissie Ruimtegebruik en Leefomgeving 22 februari 2023, gemeente OldebroekBij agendapunt: Stand van zaken Programma “Samen de Ruimte maken” (Omgevingswet).7.210 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

Programma implementatie Omgevingswet 2019-2029

“Samen de Ruimte maken”

Projectgegevens Datum rapportage Programmamanager Ambtelijk opdrachtgever Bestuurlijk opdrachtgever Startdatum Einddatum Zaaknummer

29 mei 2019 / 17 september 2019 Jan Kaat Sandra Lenderink Ben Engberts 1 december 2019 31 december 2028 1022338

Programmaplan besproken met ambtelijk opdrachtgever Datum 17 september 2019 Besluit Akkoord Eerdere besluiten Datum Besluit

Zaaknummer

Besluit PMT Gevraagd besluit PMT  Akkoord gaan met het programmaplan 2019-2029 Besproken in PMT Beslissing: Het PMT gaat (met in acht name van gevraagde wijzigingen) akkoord met het programmaplan Omgevingswet 2019-2029. Kies een item. naar college van B&W (en raad): ☒ Ja, inclusief budgetvraag ☐ Nee Acties naar aanleiding van PMT:

Besluit college van B&W (en raad) Advies PMT aan college van B&W (en raad) Kies een item. 1. Het Programma implementatie Omgevingswet "Samen de Ruimte maken" vast te stellen. 2. De gemeenteraad voor te stellen: a. Een bedrag van € 2,8 miljoen beschikbaar stellen uit de algemene reserve voor uitvoering van het Programma implementatie Omgevingswet “Samen de Ruimte maken” b. Een Reserve Implementatie Omgevingswet in te stellen en hieraan een bedrag van € 2,8 miljoen te doteren en € 1,7 miljoen aan deze reserve te onttrekken voor de jaren 2019 tot en met 2021 c. De 23e begrotingswijzing 2019 vast te stellen Besproken in B&W-vergadering: Zaaknummer: Beslissing: Pagina 2 van 30

Besproken in raadsvergadering: Datum Beslissing:

Zaaknummer:

Inhoudsopgave Inhoud 1.1 Inleiding .............................................................................................................................................4 1.2 Aanleiding en context .......................................................................................................................8 1.3 Ambitie ..............................................................................................................................................9 2.

Doelen en strategie .........................................................................................................................10 2.1 Doelen .............................................................................................................................................10 2.2 Strategie ..........................................................................................................................................11 2.3 Werken via sporen ..........................................................................................................................12 2.4 Geleerde Lessen ..............................................................................................................................12

3.

Baten, aanpak en afbakening..........................................................................................................15 3.1 Baten................................................................................................................................................15 3.2 Resultaten en inspanningen............................................................................................................16 3.3 Afbakening .......................................................................................................................................19 3.4 Ongewenste effecten......................................................................................................................19

4.

Besturing .........................................................................................................................................19 4.1 Haalbaarheid ...................................................................................................................................20 4.2 Flexibiliteit .......................................................................................................................................20 4.3 Tempo ..............................................................................................................................................20 4.4 Efficiëntie/Middelen........................................................................................................................20 4.5 Doeltreffendheid .............................................................................................................................23 4.6 Kansen en bedreigingen ..................................................................................................................24

5.

Organisatie en omgeving ................................................................................................................25 5.1 Organisatie ......................................................................................................................................25

6.

Aanpak Opbouwstadium.................................................................................................................28 6.1 voorbereiding programma..............................................................................................................28

Pagina 3 van 30

1. Inleiding 1.1 Inleiding

De Omgevingswet De Omgevingswet komt eraan: een nieuwe wet die gaat over de inrichting van onze fysieke leefomgeving. Een wet die niet alleen alle wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving bundelt, maar die ook concrete kansen biedt. Niet alleen voor burgers en bedrijven, maar ook voor ons bestuur, onze medewerkers en onze partners. Hoe? Door minder ingewikkelde regels, meer eigen afwegingsruimte, snellere besluitvorming, integraal beleid en het optimaal inzetten van digitale middelen. In dit programma wordt onze aanpak voor de invoering van de Omgevingswet beschreven. De Omgevingswet sluit goed aan bij de ontwikkelingen in de maatschappij en de ontwikkelingen die in Oldebroek zijn ingezet met het programma “Oldebroek voor Mekaar” en het programma “Verbeteren Dienstverlening”. De datum van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is 1 januari 2021. De einddatum van de transitie naar het volledig werken vanuit de bedoeling van de Omgevingsdatum is 1 januari 2029. Het waarom en doel van de Omgevingswet Het omgevingsrecht in Nederland bestaat op dit moment uit 26 verschillende wetten voor onder meer bouwen, milieu, waterbeheer, monumentenzorg, ruimtelijke ordening en natuur, 60 algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) en 75 ministeriële regelingen. Deze wetten en regels zijn nu veelal sectoraal opgebouwd.

In samenhang gezien en toegepast sluiten deze wetten niet meer aan bij de behoefte van deze tijd. De Omgevingswet bundelt het omgevingsrecht tot 1 wet, 4 AMvB’s en 1 Omgevingsregeling. De wetgever wil dat er meer ruimte komt voor ontwikkeling en bescherming van het waardevolle in het ruimtelijke domein. Maar ook dat aspecten als volksgezondheid, veiligheid en maatschappelijke opgaven voortaan integraal meegewogen worden. Met de nieuwe wetgeving moet het integraal beheren en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving beter en makkelijker worden. Dit is één van de grootste veranderingen op het gebied van wetgeving die we in Nederland hebben meegemaakt.

Pagina 4 van 30

Uitgangspunten van de Omgevingswet Door de bundeling van wetgeving zijn minder regels nodig. Hierdoor kan de wetgever de regels duidelijker en overzichtelijker opschrijven. De uitgangspunten van de Omgevingswet zijn: • minder en daardoor overzichtelijkere regels • meer ruimte voor initiatieven • lokaal maatwerk • vertrouwen

Minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk en vertrouwen als uitgangspunt. Dat is waar de Omgevingswet voor staat. Het doel van een initiatief in de fysieke leefomgeving moet centraal staan in plaats van de vraag: 'mag het wel?'.

Doelen van de Omgevingswet Het motto van de wet is: ‘ruimte voor ontwikkeling en waarborgen voor kwaliteit’. Dit motto is vertaald in twee maatschappelijke doelen: • Een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit bereiken en in stand houden; • De fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen.

Om bovengenoemde maatschappelijke doelen te halen zijn er vier verbeterdoelen geformuleerd: • Het vergroten van de inzichtelijkheid, voorspelbaarheid en het gebruiksgemak; • Het versnellen en verbeteren van de besluitvorming; • Het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte; en • Het integraal benaderen van de fysieke leefomgeving.

Pagina 5 van 30

De instrumenten De wet bevat een aantal instrumenten waarmee het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen de doelen van de wet in de praktijk kunnen brengen. Deze instrumenten heten ‘kerninstrumenten’. Voor een gemeente zijn de Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma, het Omgevingsplan en de Omgevingsvergunning de belangrijkste instrumenten.

Omgevingsvisie De omgevingsvisie is een – verplicht door de gemeenteraad op te stellen – integrale visie met strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Het is een politiek-bestuurlijk document dat het beleid voor de fysieke leefomgeving integraal omschrijft. Integraal betekent dat de visie betrekking moet hebben op alle terreinen van de fysieke leefomgeving, aansluitend bij de reikwijdte van de Omgevingswet. Pagina 6 van 30

De ‘fysieke leefomgeving’ is heel breed en omvat onder meer de beleidsterreinen cultureel erfgoed, energie-infrastructuur, landbouw, landschap, ruimtelijke ordening, gezondheid, milieu, natuur en water. Ook provincie en Rijk zijn gevraagd een omgevingsvisie op te stellen. De gemeenteraad van Oldebroek heeft de eerste Omgevingsvisie, in de vorm van een website, op 13 december 2018 vastgesteld. In de communicatie maken we gebruik van een korte animatie, als samenvatting van de Omgevingsvisie. Omgevingsprogramma Een programma is, net als een Omgevingsvisie, een instrument voor beleidsontwikkeling. Anders dan de Omgevingsvisie, is een programma geen integrale langetermijnvisie op strategisch niveau. Het is gericht op uitvoering. In een programma wordt concrete uitvoering gegeven aan de te behalen (beleids)doelen uit bijvoorbeeld een Omgevingsvisie. Het beschrijft de maatregelen om omgevingswaarden of doelen voor een onderdeel van de fysieke leefomgeving (bijvoorbeeld het reduceren van geluidsbelasting of het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit) of voor een bepaald gebied te bereiken. Het programma kan in dat geval gericht zijn op een bepaalde sector (bijvoorbeeld een geluidsplan) of een gebied (bijvoorbeeld de aanpak van een vervallen bedrijventerrein). Het werken met een Omgevingsprogramma is soms verplicht.

Omgevingsplan In het Omgevingsplan staan de regels voor de ‘fysieke leefomgeving’. De gemeentelijke regels betreffen niet alleen de ‘klassieke’ fysieke onderdelen, maar er moet ook expliciet aandacht zijn voor het aspect gezondheid. Daarnaast gaat het Omgevingsplan ook over allerlei (algemene) gemeentelijke regels als die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Met het oog op de doelen van de wet, moeten gemeenten:  Regels opnemen over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.  Functies toekennen aan locaties voor het gehele grondgebied van de gemeente, bijvoorbeeld wat er op een locatie mogelijk is aan gebruik, waarvoor een bepaalde locatie is bedoeld of wát een locatie ís (denk aan een monument of waterkering).  Functies verplicht evenwichtig verdelen vanuit de zorg voor de fysieke leefomgeving en bijdragen aan de maatschappelijke doelen die zijn geformuleerd in de Omgevingswet. Nieuw is dat een Omgevingsplan een digitaal plan is en het gehele grondgebied van de gemeente omvat. Omgevingsvergunning Veel initiatieven van inwoners, ondernemers en bedrijven hebben gevolgen voor de leefomgeving. De Omgevingsvergunning toetst vooraf op basis van de regels of nieuwe initiatieven mogelijk zijn. Initiatiefnemers kunnen via één aanvraag bij één loket de vergunning krijgen.

Door de vergunningverlening zo simpel mogelijk te houden, duren procedures niet onnodig lang. De reguliere termijn is straks acht weken. Complexe activiteiten worden bij AMvB aangewezen en volgen een langere procedure. Nieuw is:  Onder de Omgevingswet zullen de algemene rijksregels minder vergunningplichten voor activiteiten bevatten. Voor de meest voorkomende activiteiten, zoals milieubelastende Pagina 7 van 30

 

activiteiten en bouwactiviteiten, geldt nog steeds een plicht om een omgevingsvergunning aan te vragen. De aanvraag vindt in principe plaats bij één loket onder één bevoegd gezag, in de meeste gevallen is dat bevoegde gezag de gemeente, specifiek het college van B&W. Onder de Wabo werd het al mogelijk om vergunningaanvragen voor bouw, milieu, cultuurhistorie en ruimtelijke ordening te bundelen. De Omgevingswet breidt dit verder uit met vergunningaanvragen uit bijvoorbeeld de domeinen water, ontgrondingen, rijkswaterstaatwerken, het spoor, de luchtvaart, archeologie en monumenten en sommige vergunningen uit lokale verordeningen. Voor vergunningaanvragen voor activiteiten in en rond beschermde natuurgebieden en met mogelijke gevolgen voor beschermde soorten, blijft de provincie (het college van GS) het bevoegd gezag.

NB voor meer en actuele informatie over de Omgevingswet en het instrumentarium kunt u terecht op de site van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: https://www.omgevingswetportaal.nl/

1.2 Aanleiding en context

De Omgevingswet treedt op 1 januari 2021 in werking. De komst van deze wet is vanaf 2013 bekend. In de gemeente Oldebroek is de organisatie vanaf 2017 daadwerkelijk aan de slag om op tijd klaar te zijn voor het werken met de Omgevingswet. Vanaf 2018 is een kwartiermaker Omgevingswet aan de slag om de invoering te structureren en sturen. De uitvoering van de Omgevingswet is voor een groot deel neergelegd bij de gemeente. De overheid die het meest dicht bij de samenleving staat en daardoor het beste integrale afwegingen kan maken. Met de komst van de Omgevingswet heeft de wetgever geregeld dat:  Anders wordt gewerkt en gedacht  Regels over ruimtelijk gebruik sterk worden vereenvoudigd en samengevoegd  Digitaal wordt gewerkt en alles digitaal beschikbaar en te gebruiken is Kunnen we ook niets doen? Deze optie is er niet voor een gemeente. Uitvoering geven aan een nieuwe wet vraagt voorbereiding. Een wettelijke taak niet uitvoeren past een gemeente niet. Kunnen we ook afwachten en dan het noodzakelijke doen? Dat kan, maar dat past niet bij de gemeente Oldebroek. De huidige benadering van onze inwoners en bedrijven zouden we daarmee verlaten. De verplichtingen, zoals de nieuwe instrumenten inrichten, aanvragen tijdig kunnen afdoen, aanvragen kunnen behandelen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), etc., moeten toch gedaan worden.

Zonder zorgvuldige voorbereiding is er kans op fouten en grote kosten. Daarnaast wordt verwacht dat we als één overheid gaan werken. Wij kunnen dan geen partner zijn in de voorbereiding. Nu aanhaken heeft grote voordelen. Bijvoorbeeld omdat we zelf regie houden over de wijze waarop we de implementatie vorm geven. De invoering van de Omgevingswet geven we vorm als een Programma, vooral omdat het een grote opgave is. Het betreft een organisatie brede opgave die eenmalig, uniek, complex en dynamisch is en een veranderopgave omvat.

Pagina 8 van 30

Daarbij is het goed om de volgende context te benoemen:  De wetgeving is nog niet voltooid. Kamer behandelingen laten zien dat bijstellingen plaatsvinden. De koers blijft echter ongewijzigd.  De landelijke ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is een grote en complexe opgave. Op 1 januari 2021 moet elke gemeente zijn aangesloten op het DSO. Het DSO biedt het digitale loket waar je kan zien welke regels gelden op een locatie, vergunningen kan aanvragen en op termijn informatie kan raadplegen over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het DSO bestaat uit een landelijke voorziening (DSO-LV), collectieve voorzieningen voor gemeenten en individuele voorzieningen van overheden. In veel gevallen moet vanaf 2021 binnen 8 weken een aangevraagde Omgevingsvergunning afgegeven kunnen worden. Dit op basis van een integrale afweging, al dan niet in overleg met de bestuurlijke partners. Door bijstelling van de ambities van het DSO ligt het proces op schema. Er is echter nog veel werk te verzetten door de bouwers, leveranciers, ketenpartners en gemeenten. Tijdige invoering is zeker mogelijk, maar de gevraagde inspanning daarvoor is groot.  Het landelijke programma Aan de slag met de Omgevingswet en de VNG ondersteunen overheden bij de implementatie van de Omgevingswet. Om maximale ondersteuning te krijgen kan bijstelling van het programma plaats vinden.

 De doelen van de Omgevingswet sluiten aan op ons ingezette beleid met Oldebroek voor Mekaar en bij onze inspanningen voor een goede en klantgerichte dienstverlening. De Omgevingswet is een kans om meer ruimte voor ontwikkeling aan de samenleving te geven.

1.3 Ambitie

De vereisten van de Omgevingswet geven ons als gemeente richting in wat we moeten en waarvoor we dat moeten doen. Binnen de gemeente Oldebroek geven we de laatste jaren daar al een zekere invulling aan. Hier gaan we mee door en zetten in op:  Verder met de missie vanuit Oldebroek voor Mekaar: Samenwerken aan een sterke en leefbare samenleving. Inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en de gemeente stimuleren elkaar zelf verantwoordelijkheid te nemen waar dat kan en actief bij te dragen aan de samenleving. Dat vraagt om samenwerking, vertrouwen en betrokkenheid, maar ook open staan voor elkaar, actief zijn en lef hebben.  Verder met de doelen vanuit Dienstverlening: o De klant centraal (maatwerk en goed contact) o Digitaal en Standaard waar het kan o Goed en prettig samenwerken.  Vizier op onze organisatie missie, visie en kernwaarden. Samen werken we aan een leefbaar Oldebroek. Inwoners ervaren ons als een betrouwbare en betrokken dienstverlener. Wij sluiten aan op initiatieven van de samenleving en denken in mogelijkheden. Wij zijn ambassadeurs van Oldebroek en trots op onze organisatie. Onze ambitie voor dit programma is dat:  Het omgevingsrecht inzichtelijk, voorspelbaar en gemakkelijk in het gebruik is.  Besluitvorming over projecten in de leefomgeving sneller en beter gaat.

Pagina 9 van 30

 Het een actieve en flexibele aanpak biedt met meer afwegingsruimte om doelen voor de leefomgeving te bereiken.  De leefomgeving op een samenhangende manier centraal staat in beleid, besluitvorming en regelgeving.

2 Doelen en strategie 2.1 Doelen

We gaan werken vanuit de bedoeling van de Omgevingswet. De kansen van de nieuwe instrumenten gaan we zo goed mogelijk benutten. Ook willen we anders gaan werken als dat verbetering van de dienstverlening of producten betekent. Aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) gaan we realiseren en we gaan voor maximale deling van informatie. Kort samengevat:  Op 1 januari 2021 is Oldebroek klaar voor werken onder Omgevingswet  Op 1 januari 2029 is de transitie voltooid. Oldebroek werkt vanuit de bedoeling van de Omgevingswet

Pagina 10 van 30

Het programmaplan is bedoeld als handvat bij het oppakken van de werkzaamheden die nodig zijn om de gemeente voor te bereiden op de Omgevingswet. De doelstelling van het programma is de tijdige en integrale invoering van de Omgevingswet op het gebied van instrumentarium, anders werken, organisatie, medewerkers en informatisering die voldoet aan de bedoeling van de Omgevingswet. De uitvoering doen we in onderlinge samenhang en wordt waar nodig bijgesteld. Binnen het programma werken we met drie sporen (zie onder 2.3) om de werkzaamheden voor de invoering van de Omgevingswet te kunnen sturen. De doelen binnen de sporen zijn de volgende: 1. Juridische spoor: Het ontwikkelen van de instrumenten Omgevingsvisie, Omgevingsplan, Omgevingsvergunning en mogelijk ook het Omgevingsprogramma op zo’n manier dat de doelen van de Omgevingswet daadwerkelijk behaald worden 2. Anders Werken spoor: De dienstverlening te verbeteren door de processen in de lijn met het denken vanuit de Omgevingswet te brengen. De organisatie kan werken vanuit de bedoeling van de Omgevingswet 3. DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) spoor: Aan de wettelijke verplichtingen wordt voldaan. De opgave voor de gemeente wordt in samenspraak met de buurgemeenten en volgend op de landelijke ontwikkelingen nog bepaald. In het programmaoverzicht, zie 3.2 en Bijlage 1, worden de activiteiten en resultaten benoemd.

Hiermee worden de doelen nader uitgewerkt. Ze worden tijdens de looptijd van het programma regelmatig geactualiseerd.

2.2 Strategie

Invoeringsstrategie De VNG heeft ter ondersteuning van het implementatietraject vier invoeringsstrategieën uitgewerkt, die allen leiden tot een correcte invoering van de Omgevingswet. Belangrijk daarbij is de focus van de organisatie. Is deze intern of extern gericht? En ligt de voorkeur bij aanpassen of veranderen? In het volgende plaatje is dit vormgegeven.

Pagina 11 van 30

Passend bij ons Programmaplan is gekozen voor een Invoeringsstrategie die aansluit bij de cultuur van Oldebroek. Oldebroek heeft een duidelijke externe focus. Een voorkeur voor aanpassen of vernieuwen is sterk gerelateerd aan het onderwerp. Wij zetten in op de “Onderscheidende strategie” (aanpassen en externe focus). Opgave- en gebiedsgericht werken hoort daarbij. Daarnaast zetten wij ook graag in op vernieuwing, maar vernieuwing zien wij als middel en niet als doel. Inzetten op de onderscheidende strategie betekent voor ons voortbouwen op wat is ingezet op het gebied van dienstverlening en Oldebroek voor Mekaar. Ook de kansen voor onze organisatie door samenwerking met buurgemeenten wordt voortgezet. Als NEO gemeenten is er overeenstemming over samenwerking bij de invoering van de Omgevingswet. Eén gezamenlijk implementatieprogramma bleek helaas niet haalbaar. Als H2O gemeenten pakken we de digitaliseringsopgave van het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) gezamenlijk op. In de voorbereiding op de komst van de Omgevingswet hebben we gezien dat, rekening houdend met de vele onduidelijkheden, het goed is om basisprincipes te benoemen. De volgende principes passen bij de geest van de Omgevingswet en bij onze organisatie.

We hanteren de volgende basisprincipes: • Denken vanuit de doelstellingen van de Omgevingswet • Handelen als één overheid; integraal denken en handelen • Gelijk speelveld creëren. Zorgen dat alle betrokkenen over dezelfde informatie beschikken • Transparant zijn in handelen • Kansen pakken: Inspelen op (nieuwe) ontwikkelingen en Quick wins benutten Pagina 12 van 30

• • • • • •

Slim volgen. Gebruik maken van wat landelijk beschikbaar komt Invoering van de Omgevingswet doen we (zoveel mogelijk) met onze eigen medewerkers Brede betrokkenheid creëren (organisatie, bestuur, partners en samenleving) Werken in vertrouwen en accepteren onzekerheden Flexibiliteit. Specialisten denken vanuit mogelijk maken Ruimte voor experiment

2.3 Werken via Sporen

In het programma werken we met drie sporen. De drie sporen lopen parallel aan elkaar, maar hebben ook de nodige samenhang met elkaar. Zo kan de voortgang van het ene spoor het succes van het andere spoor bepalen.

Spoor 1 is het Juridische spoor dat zich richt op de ontwikkeling van de vier instrumenten die de Omgevingswet in handen van de gemeenten geeft. De instrumenten Omgevingsvisie, Omgevingsplan en Omgevingsvergunning zijn wettelijk verplicht. Het instrument Omgevingsprogramma is soms verplicht. In vier deelsporen benoemen we de activiteiten en resultaten die we willen of moeten bereiken voor deze instrumenten. Het deelspoor Omgevingsplan is verreweg de grootste opgave in spoor 1. De wet geeft de mogelijkheid om tot 1 januari 2029 deze taak uit te voeren. Dit heeft om meerdere redenen niet de voorkeur, onder andere vanwege het overgangsrecht en de voordelen die het nieuwe plan gaat geven. Om werkenderwijs ervaring op te doen en om meer inzicht te krijgen gaan we aan de slag met een pilot Omgevingsplan. Het deelspoor Omgevingsvergunning heeft zo veel samenhang met het deelspoor Dienstverlening onder spoor 2 dat daar de activiteiten worden aangestuurd. Spoor 2 is het Anders Werken spoor. In drie deelsporen worden activiteiten en resultaten benoemd met betrekking tot: Dienstverlening, Organisatie en Communicatie. Het deelspoor Dienstverlening gaat voor het op een hoger niveau krijgen van de dienstverlening in het fysieke domein. De VNG heeft als hulpmiddelen serviceformules en klantreizen uitgewerkt die we willen vertalen naar Oldebroek.

Een serviceformule geeft aan welke dienstverlening inwoners en ondernemers wensen op basis van een specifieke (klant)vraag. De vier serviceformules beschrijven hoe de gewenste dienstverlening er uitziet om hen zo goed mogelijk tevreden te stellen. Het gaat om de volgende serviceformules: Snelserviceformule, Ontwerpformule, Ontwikkelformule en Toezichtformule.

Pagina 13 van 30

Het deelspoor Dienstverlening is belangrijk, omdat het de deelsporen Omgevingsvergunning, Organisatie en DSO verbindt. Er komt bij de invulling van de servicefomules duidelijkheid over processen en rollen van medewerkers. Het deelspoor Organisatie heeft betrekking op verschillende aspecten. We willen de organisatie zo inrichten dat de inwoners en bedrijven merken dat er één gemeentelijke organisatie c.q. overheid is. Dat gebeurt door feitelijke zaken te regelen zoals aanpassing zaakgericht werken, archivering en monitoring. Maar ook door medewerkers klaar te maken voor het werken onder de Omgevingswet. Daarbij gaat het om aspecten als cultuur, gedrag en competenties. Onder andere wordt een opleidingsprogramma opgezet. Het deelspoor Communicatie focust op interne en externe communicatie. We werken met elkaar aan de invoering van de Omgevingswet. Iedereen in de organisatie krijgt te maken met deze wet. Als we onze ambities willen waarmaken moeten we dat als organisatie goed regelen. Daarbij hoort ook een andere manier van denken én een andere manier van werken. Onze inwoners en ondernemers gaan we meenemen in de veranderingen die de Omgevingswet hen gaat brengen. We verwachten landelijke campagnes en richten ons op wat er aan dienstverlening en regelgeving in Oldebroek gaat veranderen. In 2019 wordt hiervoor een communicatieplan opgesteld.

Spoor 3 is het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) spoor. De invoering van de Omgevingswet brengt een grote digitaliseringsopgave met zich mee. We richten ons op zowel de informatievoorziening als op het ondersteunen van de interactie tussen de uitvoerders en de initiatiefnemers. We beschouwen de digitalisering die nodig is voor de Omgevingswet als kans om de kwaliteit van onze systemen te verbeteren en een andere manier van werken voor te staan. De Omgevingswet kan mogelijk als een katalysator dienen om al lopende ontwikkelingen binnen het ruimtelijk domein verder te brengen en te integreren. We zijn daarin ook afhankelijk van de ontwikkelingen op landelijk niveau rondom het DSO, waar we op moeten aansluiten. Onze wens is om de informatievoorziening in samenwerking op te pakken. Momenteel wordt deze mogelijkheid onderzocht.

2.4 Geleerde Lessen

De invoering van de Omgevingswet betreft een stelselherziening. Een zeer grote herziening in wetgeving met een grote impact voor de gemeenten. Er is geen vergelijkbare transitie aan de orde geweest. Landelijk wordt de link wel gelegd met overdracht van de decentralisatiedossiers naar de gemeenten. Het G40-stedennetwerk heeft opdracht gegeven aan Prof.dr.ir. Jan Rotmans om antwoord te krijgen op vragen als: wat is een transitie eigenlijk, is de Omgevingswet een transitie, is deze vergelijkbaar met de transitie in het sociaal domein en wat kunnen we daarvan leren? Jan Rotmans constateert over de overeenkomst: “Beide stelselwijzigingen zijn ingrijpende operaties die in een lijn passen van bestuurlijke neerschaling, machtsoverdracht dus naar het gemeentelijk niveau. Beide transities vereisen een fundamenteel andere manier van denken en handelen. Ze worden wetmatig afgedwongen, maar hebben hun wortels in een brede maatschappelijke ontwikkeling naar een bottom-up, decentrale en horizontale samenleving.” Pagina 14 van 30

Over de verschillen merkt hij op: “Er zijn echter ook grote verschillen tussen beide transities. Bij die in het sociaal domein kregen gemeenten naast wat ze al deden extra taken, bevoegdheden en geld (alhoewel minder extra geld dan verwacht op basis van de extra taken). Het ging hier deels om een verkapte bezuinigings- en efficiencyoperatie. Bij de transitie in het ruimtelijk domein veranderen echter alle taken en bevoegdheden. In tegenstelling tot de transitie in het sociaal domein, gaat het hier niet om extra taken, maar om een volledig nieuw takenpakket.” Zijn conclusie is dat de transitie in het ruimtelijk domein nog veel complexer, veelomvattender en ingrijpender is dan die in het sociaal domein. Jan Rotmans doet aanbevelingen aan de hand van wat van de transitie in het sociaal domein kan worden geleerd: “Voldoende tijd en ruimte claimen. En systematisch zoeken, leren en experimenteren, continue kennis uitwisselen en leren van elkaar” Met het van kracht worden van de Omgevingswet per 1 januari 2021 en een transitie periode tot 1 januari 2029 is er geen sprake van een vergelijkbare situatie die aanleiding is voor aanpassing van dit programmaplan. De aanbevelingen van Rotmans nemen we ter harte en zijn in het programma verwerkt.

3 Baten, aanpak en afbakening 3.1 Baten

De Omgevingswet heeft voordelen voor de samenleving. Het geeft ruimte voor ontwikkeling en een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. De daarbij gehanteerde verbeterdoelen geven verbeteringen naar de samenleving: • Het vergroten van de inzichtelijkheid, voorspelbaarheid en het gebruiksgemak; • Het versnellen en verbeteren van de besluitvorming; • Het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte; en • Het integraal benaderen van de fysieke leefomgeving. Naast de verbeteringen naar de samenleving worden ook financiële positieve effecten verwacht. De VNG is bezig met het maken van een effectenmodel Omgevingswet. Een dialoogmodel dat gemeenten de mogelijkheid biedt om inzicht te krijgen in de structurele effecten van het werken met de Omgevingswet, zowel kwalitatief als – voor zover mogelijk – kwantitatief in kosten en baten. Daarnaast gaat het ministerie van Binnenlandse Zaken onderzoek doen naar de financiële effecten van alle onderdelen van de wet. De volgende effecten zijn al in beeld: Financiële positieve effecten (geen lokale beleidskeuze):  Eén Omgevingsplan, zonder actualiseringsplicht. Ca 25% van de huidige plannen moet worden geactualiseerd zonder dat er iets verandert. Dat hoeft niet meer.  Vereenvoudiging onderzoek. Onderzoek en de beoordeling ervan wordt goedkoper, baten voor initiatiefnemer en gemeenten.  Nadeelcompensatie.

Minder aanvragen nadeelcompensatie, aanvragen eenvoudiger (vergelijken met werkelijke situatie.

Pagina 15 van 30

Financiële positieve effecten (wel lokale beleidskeuze):  Bouwvergunning. Geen vergunning nodig voor kleine bouwwerken.  Globaal plannen. Minder postzegelplannen, minder afwijkvergunningen, onderzoeken minder duur.  Leges milieuvergunningen. Voor milieuvergunningen kunnen voortaan leges worden geheven.  Decentrale ruimte. Veel meer eigen beleidsruimte gemeente. Tijdens de uitvoering van het programma is aandacht nodig voor deze mogelijkheden en bij keuzes moeten die ook worden benoemd. De baten kunnen lopende het programma ter dekking van de kosten worden gebruikt. Na afloop van het programma leveren de baten voordeel op binnen de begroting.

3.2 Resultaten en inspanningen

In deze paragraaf staan de activiteiten en resultaten die behaald dienen te worden. Deze zijn geplaatst in het Programmaoverzicht. Om een “beeld” te geven van het programmaoverzicht is een afbeelding hieronder opgenomen. Het programmaoverzicht treft u leesbaar aan als Bijlage 1.

Pagina 16 van 30

Pagina 17 van 30

In het programmaoverzicht is het volgende aangegeven: De drie sporen We werken via sporen en deelsporen. Dit hebben we toegelicht in paragraaf 2.3. De planning In het programmaoverzicht zijn drie tijdvakken opgenomen. 1e: 2019-2020 2e: 2021-2023 3e: 2024-2028 2019-2020 Bij de start van het programma ligt de focus op het tijdvak tot 1 januari 2021. Het voldoen aan wettelijke verplichtingen, dienstverlening op gebied fysieke domein is op niveau, medewerkers/organisatie zijn in staat om anders te gaan werken en we zijn aangesloten op het DSO. 2021-2023 Na de inwerkintreding van de wet is het overgangsrecht scherp in beeld. We beginnen met het maken van het Omgevingsplan. We gaan evalueren of het werken onder de Omgevingswet bijstelling nodig heeft. Het DSO wordt verder uitgebouwd. Dat is vanuit dienstverlening een eigen wens, maar kan ook een nieuwe wettelijke verplichting zijn. Onze data en het beheer daarvan zijn op orde. De Omgevingsvisie dient vastgesteld te worden. Als met programma’s gewerkt wordt moeten die worden vastgesteld. 2024-2028 Het Omgevingsplan zal voor het gehele grondgebied van de gemeente Oldebroek volgens de bedoeling van de Omgevingswet zijn vastgesteld. Overige activiteiten zijn bij de start van het programma nog onbekend. Eind 2028 wordt de balans opgemaakt en kan het programma worden beëindigd.

Activiteiten en resultaten In 2018 heeft de VNG een Roadmap Invoering Omgevingswet opgesteld om gemeenten en hun uitvoeringsorganisaties een overzicht te geven van de activiteiten die zij moeten ondernemen om de wet goed in werking te laten treden. De Roadmap legt de nadruk op de datum van de inwerkingtreding van de wet en geeft een doorkijk op het vervolg. Een aantal keren per jaar wordt de Roadmap geactualiseerd op basis van nieuwe informatie en inzichten. De gemeenten krijgen het advies de Roadmap als leidraad te gebruiken. De Roadmap geeft de gemeenten houvast in wat moet gebeuren. Wij kiezen er voor om deze activiteiten leidend te laten zijn in het programma. In bijlage 2 treft u de meest recente Roadmap aan (15 april 2019). In bijlage 3 treft u de selectie aan van activiteiten en resultaten waarbij de gemeente aan zet is. Deze zijn allen in het programmaoverzicht opgenomen. Ze zijn vanuit Oldebroek aangevuld. In het overzicht wordt met drie kleuren ondergrond gewerkt. Deze geven het volgende aan: • Donkere ondergrond: resultaat vanuit de Roadmap • Kleur van het spoor (middelste kleur): activiteit vanuit de Roadmap • Lichte ondergrond: lokale activiteiten Pagina 18 van 30

In mei 2019 heeft de VNG het overzicht “Minimale acties Omgevingswet” aanvullend op de Roadmap opgesteld. Het overzicht geeft op een net wat andere wijze aan wat gemeenten minimaal gedaan moeten hebben voor 1-1-2021 om voorbereid te zijn op de Omgevingswet. VNG geeft aan dat dit minimum al een forse inspanning betekent. Bovendien wordt gewezen op het bestuursakkoord waarin de afspraak is vastgelegd dat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet het huidige dienstverleningsniveau gehandhaafd blijft. Dat vraagt aanvullende acties. Daarnaast wordt sterk aanbevolen om in de periode tot 1-1-2021 ook alvast andere voorbereidingen op de inwerkingtreding van de wet te treffen, omdat deze de transitie vanaf 1-1-2021 (kunnen) vergemakkelijken en/of versnellen. Alle genoemde acties komen terug in de Roadmap. Het overzicht Minimale actie Omgevingswet is bijgevoegd als bijlage 4.

3.3 Afbakening

De afbakening gaat over wat binnen en wat buiten het programma valt. Het programma heeft raakvlak met alles wat betrekking heeft op het ruimtelijk domein. De Omgevingswet geeft een ruime beschrijving waar de wet over gaat. Denk hierbij aan aspecten als veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en vervulling van maatschappelijke behoeften. Het sociaal domein wordt dus mede geraakt door dit programma. Uitgangspunt is ook dat we integraal werken en dat er één overheid is voor de samenleving. Het is niet mogelijk om helder af te bakenen waar het programma niet over gaat. De acties in het Programmaoverzicht geven aan wat in ieder geval binnen het programma valt. Gelet op de vele onzekerheden verwachten we dat tijdens de uitvoering van het programma regelmatig aanpassingen plaats vinden. De afbakening zal hierbij een vast aandachtpunt zijn.

3.4 Ongewenste effecten

Door uitvoering van dit programma kunnen ook ongewenste effecten optreden, zoals: • Door de invoering van de Omgevingswet zoveel mogelijk met eigen medewerkers te doen kan meer tijd nodig zijn en een niet optimaal resultaat opleveren. • De omgang met onzekerheden kan voor betrokkenen stress veroorzaken.

4 Besturing

Kansen en bedreigingen

Geld/Efficiency

Tijd/Tempo

Doelgerichtheid

Flexibiliteit

Haalbaarheid

Randvoorwaarden

Start programma Pagina 19 van 30

Toelichting:

Groen: Voldoende haalbaar Oranje: Haalbaarheid is niet gegarandeerd Rood: Er is onvoldoende haalbaarheid

4.1 Haalbaarheid

De inschatting is dat het programma haalbaar is vanwege de ambtelijke en bestuurlijke betrokkenheid bij de komst van de Omgevingswet vanaf 2013. Ook de inzet van een kwartiermaker vanaf 1 januari 2018 ondersteunt dit beeld. Om zicht te krijgen op de betrokkenen bij de invoering van de Omgevingswet is in het najaar 2018 een krachtenveldanalyse gedaan. Bij de intern betrokkenen werden geen negatieve actoren gezien. De haalbaarheid van het programma ligt vooral in handen van de medewerkers. Het is aan hen om de omslag vorm en inhoud te geven. Onderschatting van de opgave en het beschikbaar stellen van middelen kunnen obstakels zijn voor de uitvoering van het programma

4.2 Flexibiliteit

Er zijn nog veel externe onzekerheden die invloed hebben op het Programma. Flexibiliteit is daarom noodzakelijk. Dit programma geeft uitvoering aan een stelselherziening die in de laatste tientallen jaren niet heeft plaatsgevonden. De opgave is buitengewoon complex, zeker doordat de wetgeving nog niet definitief is. Mogelijkheid van bijsturing op inzet van middelen en ambities is binnen de organisatie van het Programma vorm gegeven.

4.3 Tempo

Zoals onder 3.2 aangegeven is er sprake van drie tijdvakken binnen het programma. Bij de start van het programma ligt de focus op het tijdvak tot 1 januari 2021. De inspanningen voor de jaren 2021 – 2028 zijn nog niet te duiden. Naar verwachting kan het programma in 2028 worden afgerond. Bij de programmasturing zal minimaal jaarlijks inzicht worden gegeven over de benodigde inzet.

4.4 Efficiëntie/Middelen

De middelen hebben betrekking op het geld dat nodig is om het programma uit te kunnen voeren. Daarnaast kunnen als gevolg van de Omgevingswet ook nog frictiekosten optreden en kan de gemeentelijke exploitatie veranderen. Bijvoorbeeld door personeelsverschuivingen en leges.

Pagina 20 van 30

Totale kosten Aan de hand van het VNG rekenmodel 2019 zijn de kosten voor de totale invoering van de Omgevingswet tot en met 2024 (indicatief) inzichtelijk gemaakt. Uit het model komt een totaal van kosten van € 2.927.975. Het rekenmodel van de VNG is doorontwikkeld en sterk verbeterd. Er wordt met gevalideerde gegevens gewerkt en er is ruimte voor gemeentelijk maatwerk.

Momenteel is er dekking in de begroting van 125.000 voor 2019. Het rekenmodel is leidend in de budgetvraag aan de raad, omdat het een betrouwbare indicatie van de kosten geeft. Met een delegatie uit het MT, een financieel en O&I adviseur hebben we de uitkomst kritisch beoordeeld en, waar mogelijk, van maatwerk voorzien. Bij het hanteren van het rekenmodel zijn diverse aannames gedaan. Belangrijke daarbij zijn:  De juistheid van het VNG model en de aannames daarin.  Budget dat voor 2019 voor Omgevingswet beschikbaar is, bestaande uit overheveling budget 2018 en budget inzet O&I, is opgenomen.

Pagina 21 van 30

 

 

De kostenverdeling over de zes jaren is onzeker. De periode tot 1-1-2021 geeft een redelijk duidelijk beeld van de inspanningen die daarvoor gedaan moeten worden. Om die reden is gekozen om in het model 40 % van de kosten te plaatsen in de jaren 2019/2020. Het is niet uitgesloten dat voor de jaren 2025 tot en met 2028 aanvullend budget nodig zal zijn op het budget dat nu voor 2019-2024 in het model wordt aangegeven. De opgaven op het gebied van cultuurverandering is als licht beoordeeld, vanwege de inzet op het gebied van Oldebroek voor Mekaar en Dienstverlening. Wij werken samen met andere partijen. In de samenwerking binnen NEO wordt nog geen financiële besparing verwacht. De meerwaarde zit in kennis, kwaliteit, inspiratie, robuustheid etc. Voor samenwerking binnen H2O voor DSO is die er wel. Deze is in de kostenberekening informatiearchitectuur (voor 2019 en 2020) meegenomen. Er zijn geen mutaties fte opgenomen in het aantal Account-/Klant-/Casemanagers, Vergunningverleners, medewerkers Toezicht & Handhaving en medewerkers Planvorming. In de komende jaren zal inzicht ontstaan over groei c.q. daling van fte. De verwachting is dat als gevolg van de keuzes rondom de Omgevingswet in de toekomst een gemis aan leges gaat plaatsvinden. Door de grote mate van onzekerheid daarbij is vooralsnog een percentage van 0% opgenomen. Voor begroting 2021 e.v. is naar verwachting meer helder.

Inzet van 1 fte voor vervangende inhuur om de Gidsen voor de 8 deelsporen in het programma ruimte te geven om hun rol te kunnen vervullen. Mogelijke frictiekosten en exploitatiekosten zijn niet meegenomen vanwege de grote mate van onzekerheid over deze kosten. Daarnaast is vanuit HRM gemeld dat de huidige personeelsmarkt voldoende ruimte geeft om frictiekosten op personeelsgebied minimaal te houden.

“Meevallers” In het rekenmodel staan ook kosten die we niet (geheel) hebben te maken. Hoewel het veelal gaat om minder meerkosten maakt het zichtbaar dat het de organisatie is gelukt om kosten sterk naar beneden te krijgen, zoals op de volgende onderdelen: • Op informatiearchitectuur is voor de jaren 2019/2020 minder kosten opgenomen van € 560.000 door samen te werken met Hattem en Heerde op het gebied van DSO. • Kosten opstellen Omgevingsvisie van € 370.240 is geschrapt. Door inzet vanuit organisatie zijn de (externe) kosten onder de € 100.000 gebleven. De inzet en kosten hebben voor 2019 plaatsgevonden. • We besparen € 70.000 ten opzichte van andere gemeenten doordat de cultuurverandering hier al ingezet is.

Pagina 22 van 30

Benodigd budget De kosten in het rekenmodel zijn zeer verschillend. Van opstellen Omgevingsplan, personele inzet, publiekscampagnes tot uitfasering ICT applicaties. Belangrijk is om vast te stellen of er binnen het programma of binnen de reguliere begroting budget beschikbaar is. Daarbij zijn er twee soorten kosten. Voor de “niet personele kosten” is het belangrijk om te beseffen dat bij aanvang van een programma de kosten slechts beperkt inzichtelijk zijn. Dit is logisch omdat op voorhand niet bekend is wat er uiteindelijk moet gebeuren. Het rekenmodel helpt onder andere door gevalideerde gegevens aan te reiken. Echter in het model zijn de kosten voor personele inzet en die van niet personele inzet met elkaar verweven. Door te werken met het Programma zal er steeds meer zicht op de kosten komen. Voor de personele inzet geldt dat zoveel mogelijk binnen het reguliere budget naar oplossingen wordt gezocht. Waar dat niet mogelijk is zal vervangende inhuur plaatsvinden waardoor inzet van eigen medewerkers (basisprincipe) mogelijk is. Uit het bovenstaande blijkt dus dat er geen 1 op 1 relatie is tussen kosten en uitgaven die binnen het programma gedaan worden. Het rekenmodel geeft een deugdelijke onderbouwing op welke kosten dient te worden gerekend.

Bij de uitvoering, met basisprincipes als “Zoveel mogelijk met eigen medewerkers”, “Kansen pakken” en “Slim volgen” zal steeds aandacht zijn voor effectiviteit en efficiency. De laatste twee jaar hebben wij dit reeds gedaan, waardoor in 2019 restbudget van 2018 kan worden ingezet. Het aspect van budgetinzet is bij de programmasturing belangrijk. Het Programmateam besluit waar budget zal worden ingezet. Onder 5.1 wordt dit verder uitgewerkt. De reguliere momenten in de Planning & Control cyclus van de begroting worden gebruikt om de kostenkant van het Programma te begroten en te verantwoorden. Voor de raadsvergadering van november 2019 zal een budgetvraag aan de raad worden voorgelegd.

4.5 Doeltreffendheid

Gelet op de sturing van het programma en het uitvoering geven door te werken met (deel)sporen, waarbij de landelijke prioriteiten worden meegenomen, zal het programma effectief zijn. Deze beoordeling is gestoeld met een beeld naar de eerste ambitie: het op 1 januari 2021 klaar zijn voor het werken onder de Omgevingswet. Kijkend naar de tweede ambitie om de transitie op 1-1-2029 voltooid te hebben kan, is de mate van zekerheid kleiner.

Pagina 23 van 30

4.6 Kansen en bedreigingen De belangrijkste kans in het programma ligt in het opnieuw nadenken als overheid hoe wij op een andere manier de samenleving beter kunnen bedienen in het ruimtelijke domein. We gaan meer vanuit de bedoeling werken. Bij de uitvoering van het programma kunnen zich ongewenste gebeurtenissen voordoen die effect kunnen hebben op het programma. Risicomanagement ondersteunt op een gestructureerde manier het behalen van de doelstellingen van de Omgevingswet. Dit wordt gedaan door de risico’s expliciet te maken, beheersmaatregelen te benoemen en maatregelen uit te voeren. De verantwoordelijkheid voor risicomanagement ligt bij de programmamanager en de Gidsen van de deelsporen. Analyse van de risico’s en benodigde maatregelen worden door hen meegenomen door opname in voortgangsrapportages en bespreking in overleggen. Een eerste inventarisatie van risico’s is hieronder benoemd. De programmamanager zal met de Gidsen van de deelsporen (zie onder 5.1) beheersmaatregelen bedenken en nemen. De inventarisatie zal bij nieuwe projecten en rapportages worden geactualiseerd en waar nodig worden beheersmaatregelen geformuleerd om risico’s te verkleinen.

Situatie Risico Kans Impact Onvoldoende besef van urgentie Onvoldoende inzet waardoor in mindere mate Middel Hoog volgens de wet kan worden gewerkt Onvoorziene ontwikkeling wetgeving Ingezette activiteiten hebben bijstelling nodig; Laag Middel mogelijk dienen activiteiten opnieuw te worden gedaan Externe ontwikkelingen geven druk Instrumenten voldoen mogelijk niet aan wet en Middel Middel om versneld te gaan werken aan bijv. leereffecten worden niet bereikt Omgevingsplan Onvoldoende middelen Onvoldoende inzet waardoor in mindere mate Hoog Hoog volgens de wet kan worden gewerkt Conflicterende belangen met andere Niet tijdig gereed zijn en het niet realiseren van Middel Middel projecten/werkzaamheden de ambitie Financiële gevolgen van het Als gevolgen groot zijn kan ambitie niet worden Middel Middel doorvoeren van de ambities gehaald Markt levert niet de gewenste Ambitie kan niet volledig worden gehaald Middel Hoog software DSO-LV (landelijke voorziening) wordt Dienstverlening kan (tijdelijk) minder zijn Middel Middel sterk beperkt waardoor we zelf extra inspanningen moeten doen Afspraken met medeoverheden en Niet als één overheid voor de samenleving Laag Middel ketenpartners lukken niet beschikbaar zijn Te weinig inzicht in reikwijdte en Missen van zaken die opgepakt moeten worden Laag Middel diepgang van wetgeving en bedoeling waardoor samenleving onvoldoende wordt van de wet

bediend Pagina 24 van 30

Samenwerking NEO en H2O wordt minder Discrepantie tussen budget en rekenmodel VNG Uitval programmamanager

Onvoldoende inzet waardoor extra inspanningen nodig zijn Onvoldoende budget waardoor in mindere mate volgens de wet kan worden gewerkt Onvoldoende sturing en aanjaging binnen het programma

Middel

Middel

Hoog

Hoog

Middel

Middel

5 Organisatie en omgeving 5.1 Organisatie

De organisatie gaat over de besturing van het programma en de besluitvorming binnen het programma. Gelet op de basisprincipes willen we vanaf de start van het programma een brede betrokkenheid en verantwoordelijkheid tot uitdrukking brengen in de organisatie.

De organisatiestructuur:

Opdrachtgeversoverleg (strategisch): • Bestuurlijk opdrachtgever Pagina 25 van 30

• •

Ambtelijk opdrachtgever Programmamanager

Overleg: 2 maandelijks. Is geïnformeerd; neemt besluiten (in het bijzonder op voorstellen vanuit Programmateam); is contactpersoon naar college/raad en managementteam. Programmateam (tactisch): • Ambtelijk opdrachtgever • Programmamanager • Teammanager Ruimte • Teammanager Advies en ondersteuning • Ondersteuning: Secretarieel, Financieel Adviseur (Arnaud) en Communicatieadviseur (Manon) Overleg tweewekelijks Stuurt en bewaakt programma; bijsturing op inzet van middelen en ambitie; kennisdeling; aan opdrachtgeversoverleg worden adviezen gegeven en dilemma’s voorgelegd (voor betrokkenheid bestuur ca project management team of als escalatie mogelijkheid). Werkgroep (operationeel): • Programmamanager • 8 Gidsen voor de deelsporen binnen het Programma • Ondersteuning: Secretarieel, Financieel Adviseur (Arnaud Velthoen) en Communicatieadviseur (Manon Sluijter) Overleg tweewekelijks Samenhang en verbinding maken vanuit deelsporen; signaleren van energie en zorg; adviseert en doet voorstellen aan Programmateam. Deelsporen: De gids van een deelspoor zal in afstemming met de programmamanager een goede invulling geven aan de activiteiten en resultaten die dienen te worden behaald. Daartoe zal de gids zich verdiepen in de opgave om tot voorstellen voor realisatie te komen. Daarbij zullen ook nodige werkstructuren, zoals project- en werkgroepen, in het leven worden geroepen.

Voorstellen zullen via de Werkgroep aan het Programmateam worden voorgelegd. De volgende medewerkers zullen de deelsporen bemensen: • Gids deelspoor Omgevingsvisie (Jan Willem van Hoorn) • Gids deelspoor Omgevingsplan (Iris Verhoeff) • Gids deelspoor Omgevingsprogramma (Jessica Ramakers) • Gids deelspoor Omgevingsvergunning (Bea van den Brink)* • Gids deelspoor Dienstverlening (Sandra Bos) • Gids deelspoor Organisatie (Jaap Jonkman) • Gids deelspoor Communicatie (Manon Sluijter) Pagina 26 van 30

•

Gids deelspoor DSO (als H2O invullen: Hyang Schondorff)

* Zoals reeds vermeld onder 2.3 zal het deelspoor Omgevingsvergunning worden aangestuurd vanuit het deelspoor Dienstverlening. Daar zal via de serviceformules invulling worden gegeven aan de processen en rollen van de Omgevingsvergunning. Team Samenleving neemt deel in de Werkgroep door de Gids voor het deelspoor Omgevingsvergunning te leveren. Door de beperkte inhoud van het deelspoor Omgevingsvergunning zullen de activiteiten zich vooral richten op aspecten van gezondheid, veiligheid en leefbaarheid. De rolbeschrijvingen zijn verder uitgewerkt in Bijlage 5

6 Aanpak Opbouwstadium 6.1 voorbereiding programma

Vanaf 2013 volgt Oldebroek de ontwikkelingen ten aanzien van de komst van de Omgevingswet. De mogelijkheden van de nieuwe wet werden als kans gezien om meer ruimte voor ontwikkeling te geven aan de samenleving, waarbij de kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt gewaarborgd. Ook de aspecten Anders werken en meer dienstverlening waren aansprekend. In 2013 is er een impactanalyse gedaan naar het effect van de Omgevingswet op de gemeente Oldebroek, later gevolgd door een plan van aanpak. Vanaf 2017 is de organisatie daadwerkelijk aan de slag om de organisatie klaar te maken voor het werken met de Omgevingswet. Vanaf 2018 is er een kwartiermaker Omgevingswet aan de slag om de invoering te structureren en sturen.

Pagina 27 van 30

Pagina 28 van 30

Oldebroek bouwt mee!

Pagina 29 van 30

Pagina 30 van 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oldebroek&id=9a1dd9d3-c073-46e5-880f-7e276aecc491