8c.1 Startnotitie Omgevingsvisie Oldambt
Tekst van het document
Startnotitie Omgevingsvisie Oldambt mei 2023
Inhoudsopgave
Inhoud 1.
Inleiding 4 1.1 Omgevingsvisie, masterplannen en startnotitie
5
1.2 Proces tot nu toe 8 1.3 Organisatie 8 1.4 Leeswijzer 9
2.
Evaluatie huidige Omgevingsvisie
10
2.1 Gebruik van de huidige Omgevingsvisie
12
2.2 Vooruitblik: wensen voor de Omgevingsvisie 2.0
13
2.3 Conclusie 16
3.
Huidige ruimtelijke context 18 3.1 Staat van Oldambt 19 3.2 Trends en ontwikkelingen 28 3.3 Dynamiek en grote uitdagingen 30
4.
Opgaven als ruggengraat voor de visie van Oldambt
33
4.1 Brede welvaart als doel 34 4.2 Opgaven als kapstok 38
5.
Proces en participatie herziening Omgevingsvisie
52
5.1 Proces op hoofdlijnen 53 5.2 Opzet participatie 55 5.3 M.e.r.-plicht 57 5.4 Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) 57 Inhoudsopgave
3
1. Inleiding
1.1 Omgevingsvisie, masterplannen en startnotitie In 2017 waren wij, de gemeente Oldambt, een van de eerste gemeenten die een Omgevingsvisie vaststelde. Dit vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, die kortgeleden is bekrachtigd op 1 januari 2024. De afgelopen jaren is er in Oldambt, in Nederland, in Europa en ook in de wereld veel veranderd. Al die veranderingen hebben hun weerslag op wat er in Oldambt leeft en aan uitdagingen speelt. Daarom willen we de Omgevingsvisie herzien.
Doel Omgevingsvisie De Omgevingsvisie moet richting geven aan het langetermijnbeleid voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Oldambt. In de visie worden de uitdagingen van deze tijd verbonden aan strategische doelen en lokale behoeften en voorzien van richting, koers en een daadwerkelijke eerste stap. De Omgevingsvisie is geen beleidsstuk met alleen mooie verhalen en ambities, maar juist een visie die daadwerkelijk helpt om vanuit die ambities sturing (en uitvoering!) te geven aan de uitdagingen waar de gemeente voor staat.
Doel programma Naast het herzien van de Omgevingsvisie zetten we een concrete stap voor de dorpen Scheemda en Bad Nieuweschans. Gelijktijdig met de herziening van de Omgevingsvisie maken we masterplannen voor de dorpen Scheemda en Bad Nieuweschans. Wij stellen voor dat ze de status van een programma in de zin van de Omgevingswet krijgen. Om dat te kunnen zijn, zullen het concrete, uitvoerings- en gebiedsgerichte uitwerkingen van de Omgevingsvisie zijn. In aard en opbouw zijn ze vergelijkbaar zijn met de Omgevingsvisie om een logische samenhang te borgen: van ambities (als gebiedsgerichte vertaling van de ambities uit de Omgevingsvisie), naar kansen en opgaven. En tot slot naar uitvoering. In dit uitvoeringsdeel geven we aan welke projecten op
1. Inleiding
5
korte termijn (5 jaar) uit het Masterplan voortvloeien, inclusief een beschrijving van wie, wat, wanneer en hoe. En met een duiding van de manier waarop de uitvoering wordt gefinancierd. Op de afbeelding op pg. 7 is de samenhang tussen visie en programma en de schaalniveaus waarop een Omgevingsvisie zich kan richten nog eens schematisch weergegeven.
Startnotitie De startnotitie is de eerste mijlpaal in de totstandkoming van de Omgevingsvisie en twee programma’s. In de startnotitie geven we inzicht in waar de gemeente staat en welke vraagstukken aandacht vragen bij de herziening van de Omgevingsvisie. Dat doen we na evaluatie van de huidige Omgevingsvisie en met een blik op de trends en ontwikkelingen die we zien. Daarmee geeft de startnotitie inhoudelijk richting aan het vervolgproces voor de Omgevingsvisie. In deze startnotitie geven we ook aan hoe we het proces voor de ontwikkeling van de nieuwe Omgevingsvisie zien. We geven aan hoe we de participatie een plek willen geven en ook op welke manier de m.e.r.-plicht wordt meegenomen in het proces. De startnotitie agendeert dus de inhoud van de Omgevingsvisie en geeft richting aan de totstandkoming ervan.
1. Inleiding
6
1. Inleiding
7
1.2 Proces tot nu toe In de afgelopen periode is met een brede ambtelijke groep, met het college en met de raad teruggekeken op de huidige Omgevingsvisie. Daarnaast is gesproken over de rol van de nieuwe Omgevingsvisie. Welke vraagstukken verdienen in die visie een plek en wat verwachten we van de Omgevingsvisie? Ook is gesproken over het bestaande beleid. Wat ligt er, is het participatief tot stand gekomen en hoe nemen we dat mee bij het opstellen van een nieuwe Omgevingsvisie? De resultaten van deze gesprekken hebben mede geleid tot voorliggende startnotitie.
1.3 Organisatie De spil in de ontwikkeling van de Omgevingsvisie is een ambtelijk kernteam dat is samengesteld uit verschillende disciplines: economie, wonen, ruimtelijke kwaliteit, sociaal domein en landelijk gebied. Het kernteam wordt ondersteund door een breed ambtelijk expertteam. In dit team zijn vanuit allerlei invalshoeken gemeentelijke collega’s vertegenwoordigd. Denk aan ruimte, erfgoed, natuur- en kustontwikkeling, vergunningverlening, beheer openbare ruimte of verkeer. De verantwoordelijk portefeuillehouder is eerste aanspreekpunt vanuit het bestuur. De Omgevingsvisie en de masterplannen behoren als projecten tot het bredere programma rond de invoering van de Omgevingswet. Daarvoor is vanuit het college een stuurgroep ingericht. Vanuit de gemeenteraad wordt een klankbordgroep ingesteld als eerste aanspreekpunt voor het bespreken van voortgang en tussenproducten. Dit ontlast de agenda van de raad als geheel. Uiteraard staat dit los van de formele rol van de gemeenteraad in de besluitvorming.
1. Inleiding
8
1.4 Leeswijzer De startnotitie levert de agenda voor de Omgevingsvisie en geeft richting aan het vervolgproces voor de Omgevingsvisie en de masterplannen. Het gaat om de belangrijkste maatschappelijke vraagstukken van de gemeente Oldambt en om de manier waarop we bij de ontwikkeling van de Omgevingsvisie samenwerken met de samenleving. Vooruit kijken begint met terugblikken. In hoofdstuk 2 richten we ons dan ook eerst op een evaluatie van de huidige Omgevingsvisie. In hoofdstuk 3 komt vervolgens de huidige ruimtelijke context aan bod. Daarin beschrijven we de ‘staat van Oldambt’ door gebruik te maken van indicatoren van Brede Welvaart. Dat helpt ons aan een antwoord op de vraag ‘hoe staan we er voor?’ Ook beschrijven we de trends en ontwikkelingen die op ons afkomen. Deze context van weten waar we staan en wat op ons afkomt vertalen we naar de belangrijkste maatschappelijke vraagstukken voor onze gemeente. Dit doen we in hoofdstuk 4. Vervolgens bespreken we in hoofdstuk 5 het proces rond de visie en de masterplannen, de wijze van participatie en de m.e.r.-plicht die mogelijk samenhangt met de Omgevingsvisie.
1. Inleiding
9
2. Evaluatie huidige Omgevingsvisie
Inleiding Oldambt was een van de eerste gemeenten die een Omgevingsvisie vaststelde. Op 30 oktober 2017 was het zo ver. Voorafgaand aan deze Omgevingsvisie stelden we al een toekomstvisie op ‘Oldambt, grenzeloos Goûd!’. De Omgevingsvisie uit 2017 maakte gebruik van de ambities uit deze toekomstvisie. In de Omgevingsvisie zijn deze ambities uit de toekomstvisie vertaald naar plaats en opgaven. In de periode daarna, tussen 2017 en 2023, hebben we veel nieuw beleid gemaakt. Beleid dat veelal via participatie tot stand kwam. Maar ook beleid dat nog niet in één samenhangende visie op de totale gemeente is verweven. Inmiddels is de bestaande visie dus al weer zes jaar oud. Zes jaren waarin veel is gebeurd. In deze periode zijn nieuwe vragen naar voren gekomen. De situatie op de woningmarkt is bijvoorbeeld sterk veranderd. En op andere thema’s als landelijk gebied, energie en klimaat zijn opgaven urgenter en steviger geworden. De Omgevingswet geeft niet voor niets aan dat regelmatig evalueren en aanpassen van de Omgevingswetinstrumenten nodig is. Als je een tijd met de Omgevingsvisie hebt gewerkt, is het nodig om te kijken of de ambities en doelen ook dichterbij zijn gekomen. En of de visie nog past bij de opgaven die zich in de tussentijd hebben aangediend.
Een ander belangrijk punt is of de Omgevingsvisie de gemeentelijke organisatie en het bestuur ook voldoende ondersteunt bij het maken van keuzes. Afgelopen tijd hebben we breed gesproken over het gebruik van de Omgevingsvisie en de wensen voor de toekomstige Omgevingsvisie. Die uitkomsten zijn samengebracht onder paragraaf 2.1 en 2.2. We sluiten af met een conclusie in paragraaf 2.3. Hierin geven we aan wat de nieuwe Omgevingsvisie zou moeten doen. En welke thema’s een plek moeten krijgen in de Omgevingsvisie 2.0.
2. Evaluatie huidige omgevingsvisie
11
2.1 Gebruik van de huidige Omgevingsvisie Samen maken zorgt voor eigenaarschap De bestaande Omgevingsvisie is in een intensief proces gemaakt. Dit gebeurde in het gemeentehuis samen met ambtenaren, bestuur en raad en daarbuiten met de samenleving. Bij de totstandkoming en in de jaren daarna zorgde dat voor verbinding en betrokkenheid. Mensen hadden de ontwikkeling van de visie ‘meegemaakt’ en daarmee zat de visie ook in de hoofden van de mensen. De visie was bekend en actueel.
Beperkte betekenis in 2023 Op dit moment in 2023 is de betekenis van de Omgevingsvisie duidelijk minder groot. De beschrijving van de identiteit van de gemeente, het ontstaan, het landschap en de kernkwaliteiten van de kernen wordt wel regelmatig gebruikt. Maar op andere punten zoals het afwegen van nieuwe ontwikkelingen geven medewerkers en bestuurders aan dat ze nog weinig houvast vinden in de Omgevingsvisie. Een veel gehoorde ambtelijke opmerking is dat de visie te weinig concreet is. Tegelijk is er ook een roep om flexibel te blijven. Juist de Omgevingsvisie zou ook ruimte voor maatwerk moeten bieden voor een onbekende toekomst. Ook college en raad geven aan dat de Omgevingsvisie voor de huidige uitdagingen te weinig kompaswaarde heeft.
Nieuwe beleidsstukken vaker gebruikt Tot slot geven verschillende medewerkers aan dat zij voor hun actuele werk meer naar de nieuwere beleidsstukken kijken. Na vaststelling van de Omgevingsvisie is veel thematisch beleid geactualiseerd. Deze beleidstukken geven daarmee beter houvast en richting, omdat ze bij de tijd zijn en scherper/ meer diepgaand op een bepaald onderwerp ingaan. Logisch gelet op de vele ontwikkelingen. Na herziening van de Omgevingsvisie en onder de werking van de Omgevingswet zal op gezette tijden
2. Evaluatie huidige omgevingsvisie
12
evaluatie en aanpassing aan de orde zijn. Dit hoort bij de beleidscyclus van de Omgevingswet. Monitoring en evaluatie kan zo leiden tot een programma als concrete uitwerking, maar ook een aanpassing van de visie zelf.
2.2 Vooruitblik: wensen voor de Omgevingsvisie 2.0 Wat voor soort gemeente willen we zijn? Vooruitkijkend naar de Omgevingsvisie 2.0 geven bestuurders en raadsleden aan dat de visie vooral moet aangeven wat voor soort gemeente we willen zijn of worden. Hierbij horende vragen zijn; Zijn we vooral een woongemeente? Zetten we in op werk met eigen ruimte voor nieuwe bedrijfslocaties of op bereikbaarheid? Zijn en blijven we een agrarische gemeente en hoe maken we dat toekomstbestendig? En ook hoe bieden we jongeren toekomst in onze gemeente? Hoe krijgen we een goede balans in onze bevolkingssamenstelling?
Wat heeft prioriteit? Omdat de ruimte steeds schaarser is en de middelen beperkt zijn is het in de nieuwe Omgevingsvisie belangrijk om te kiezen. Niet alles kan. Of in ieder geval kan niet alles tegelijkertijd. Bij de vraag “Wat willen we?” hoort daarom “Wat kunnen we en wat heeft prioriteit?”. De Omgevingsvisie mag scherp zijn en stevig, met duidelijke keuzes, maar hoeft niet in te boeten op ambitie. Hierbij werpen we zeker een blik op de ontwikkelingen die samenhangen met de uitkomsten van de parlementaire enquête naar de gevolgen van de gaswinning, de Strategische Agenda Groningen (STAG) en het Nationaal Programma Groningen. Dit alles stelt ons wellicht tot meer in staat dan we nu vermoeden.
2. Evaluatie huidige omgevingsvisie
13
Een Omgevingsvisie moet een link leggen naar de uitvoering en de prioriteiten daarin. Dit maakt dat helder is wat we snel en zeker moeten aanpakken. En dat we ook laten zien wat we oppakken op het moment dat er meer geld en/of menskracht beschikbaar komt. Kortom in de Omgevingsvisie 2.0 moeten we zorgen voor realisme wat betreft de prioriteiten en uitvoering.
Omgevingsvisie als toetsingskader Medewerkers van de gemeente zien graag dat de Omgevingsvisie meer steun geeft voor het afwegen van initiatieven. Het kader hiervoor moet concreter. Medewerkers geven aan dat er nog weinig ervaring is met het samen vanuit verschillende disciplines afwegen van initiatieven. Het proces om te komen tot een nieuwe Omgevingsvisie moet helpen om hier ervaring mee op te doen. Vanuit de raad is aangedragen om ook (ontwerp)principes mee te geven als kader voor nieuwe ontwikkelingen. Bijvoorbeeld door initiatiefnemers uit te dagen tot meervoudig gebruik van de ruimte en door het sturen op slimme combinaties van functies.
Actueel maken Iedereen is het er over eens dat de Omgevingsvisie geactualiseerd moet worden. Dat betekent dat alle nieuwe beleidsstukken in ieder geval voor wat betreft de hoofdlijnen een plek moeten krijgen in de Omgevingsvisie 2.0. In de gemeenteraad is expliciet aangegeven dat bestaand beleid, ook al is het recent, niet in beton gegoten is. Mocht blijken dat door de integrale blik van de Omgevingsvisie, bepaalde onderwerpen of thema’s om bijstelling vragen, dan is daar de ruimte voor.
2. Evaluatie huidige omgevingsvisie
14
Daarnaast horen er nieuwe onderwerpen in thuis die voortkomen uit het beleid van Rijk en provincie of uit actuele trends. Zo is door het Rijk aangegeven dat water en bodem leidend moeten zijn bij de inrichting en toekenning van functies aan gebieden. En spelen op het gebied van landbouw en natuur de nodige verscherpingen in regelgeving en er lopen nog discussies die wachten op een uitkomst. Belangrijke onderwerpen voor de Omgevingsvisie, zoals die in de verschillende gesprekken naar voren kwamen, zijn verder de relatie tussen fysiek en sociaal beleid, (zorg)wonen, gezondheid, biodiversiteit, voorzieningenniveau (wat en waar?), bedrijvigheid en economie, ruimtelijke kwaliteitsbeleid, cultureel erfgoed en het behoud daarvan, energie, duurzaamheid en klimaat, mobiliteit, kwaliteitsniveaus voor beheer het gemeentelijk grondbeleid, het verhalen van kosten en vragen van financiële bijdragen bij projecten. De bestaande dorpsvisies zijn een goede basis zijn voor de Omgevingsvisie en het gesprek over deze visie. We toetsen of ze nog actueel en compleet zijn richten de participatie op deze dorpsvisies en lokale ambities. Zo willen we dubbele participatie en inbreng voorkomen.
Wat betekent de visie voor het omgevingsplan en voor programma’s? De Omgevingsvisie moet aangeven wat de visie betekent voor de andere instrumenten onder de Omgevingswet. Geeft de visie aanleiding om regels soepeler of juist strenger af te stellen? Op deze vraag moet de Omgevingsvisie antwoord geven. Ook de aankondiging van de uitwerking van de Omgevingsvisie in programma’s hoort thuis in de visie. Op die manier laat je ook zien voor welke onderwerpen verdieping nodig is en budget en capaciteit moet worden vrijgemaakt. De stap naar programma’s is in ieder geval aan de orde voor Bad Nieuweschans en Scheemda. We sluiten daarbij aan bij de lopende processen zoals de gebiedsgerichte aanpak in Bad Nieuweschans
2. Evaluatie huidige omgevingsvisie
15
2.3 Conclusie Samenvattend zien we vanuit de evaluatie van de huidige visie voor de Omgevingsvisie 2.0 de volgende eerste contouren voor de inhoud en de rol en functie van de Omgevingsvisie.
Wat de Omgevingsvisie 2.0 moet doen:
2. Evaluatie huidige omgevingsvisie
•
Geeft aan wat Oldambt voor gemeente wil zijn
•
Geeft ambities weer en vertaalt deze naar uitvoering
•
Benoemt de actuele opgaven en pakt deze op
•
Brengt actueel gemeentelijk beleid samen en in verband met elkaar
•
Prioriteert en maakt keuzes (wat kan en mag waar?)
•
Geeft een helder toetsingskader
•
Helpt bij het integraal afwegen van initiatieven
•
Geeft een doorkijk naar het omgevingsplan en programma’s
16
De onderwerpen die in Omgevingsvisie aan bod zullen komen: •
Beschrijving van landschap en identiteit (vastleggen van onze waarden)
•
Ruimtelijke kwaliteit
•
Cultureel en natuurlijk erfgoed
•
Bodem en water (ook in relatie tot droogte en kustversterking)
•
Inrichting van het landelijk gebied: landbouw, natuur, bos, water, recreatie
•
Gezondheid, zorgwonen en relatie fysiek en sociaal beleid
•
Onderwijs en leren
•
Wonen en relatie met woonprogramma met doorkijk naar de bevolkingsontwikkeling
•
Economische ontwikkeling, bedrijfslocaties en werk
•
Bereikbaarheid en mobiliteit
•
Voorzieningen in de dorpen/wijken
•
Energietransitie en klimaat
•
Grondbeleid en omgang met kostenverhaal
Al deze onderwerpen raken aan onze fysieke leefomgeving in brede zin. Daarom kiezen we voor het vervolg het begrip brede welvaart als kapstok. Dat doen we omdat het enerzijds een steeds vaker benutte insteek is voor het ontwikkelen van beleid, maar ook omdat brede welvaart als kapstok voor monitoring al veelvuldig wordt gebruikt. Bij de monitoring van onze herziene Omgevingsvisie kunnen we daar goed op aanhaken.
2. Evaluatie huidige omgevingsvisie
17
3. Huidige ruimtelijke context
Inleiding De evaluatie van de huidige Omgevingsvisie in hoofdstuk 2 geeft op inhoud richting aan de onderwerpen die belangrijk zijn voor de Omgevingsvisie 2.0. In dit hoofdstuk kijken we naar hoe de gemeente ervoor staat: wat is ‘de staat van Oldambt’ en wat staat ons te wachten als we kijken naar de trends en ontwikkelingen op dit moment? Daarmee leveren hoofdstuk 2 en 3 de ingrediënten voor de belangrijkste opgaven voor onze gemeente in de komende jaren.
3.1 Staat van Oldambt In diverse monitoren wordt in beeld gebracht hoe Oldambt ervoor staat op allerlei facetten. Wij kiezen ervoor om deze inzichten te bundelen aan de hand van het begrip ‘brede welvaart’. De aspecten van brede welvaart vormen daarmee de paraplu van onderwerpen waaruit wij putten voor de opgaven in de fysieke leefomgeving. Brede welvaart gaat over de kwaliteit van leven. Welvaart staat immers voor veel meer dan alleen ons inkomen of het bruto binnenlands product. Daarom het begrip ‘brede welvaart’. Door het Sociaal Planbureau Groningen, dat provinciebreed de monitoring van aspecten rond brede welvaart doet, is het begrip onderverdeeld in 8 aspecten:
3. Huidige ruimtelijke context
•
welzijn;
•
materiële welvaart;
•
gezondheid;
•
arbeid & vrije tijd;
•
wonen;
•
samenleving;
•
veiligheid;
•
milieu.
19
In het navolgende gaan we in op wat opvalt op deze punten in Oldambt. In de afbeelding op pg. 21 is ook een selectie van de verschillende aspecten rond brede welvaart voor Oldambt verbeeld. Bij de gegevens hebben we gebruik gemaakt van zo recent mogelijke data, meestal uit 2022, soms uit 2021 of eerder.
Welzijn Welzijn is een omvattend begrip dat zich richt op de tevredenheid met het leven. Over het algemeen is dat op een gemiddeld niveau, al zijn er wel zorgen over de toekomst. Ook voelen veel inwoners zich (soms) eenzaam. Oldambtsters zijn gematigd tevreden over het aanbod sport en cultuur in de regio. Inwoners van Oldambt geven gemiddeld een 7,5 op de tevredenheid met het leven. Dat is iets lager dan het landelijk gemiddelde. Jongvolwassenen (18-34jr) en mensen met een laag inkomen zijn het minst tevreden met hun leven. De tevredenheid met het leven hangt in belangrijke mate samen met de tevredenheid met vrije tijd. Drie op de vier inwoners van Oldambt is tevreden met zijn vrije tijd. Inwoners van Oldambt geven van de gemeenten binnen de provincie Groningen het laagste cijfer aan de leefbaarheid van hun dorp of wijk, gemiddeld een 7,1. De verwachtingen voor de leefbaarheid in toekomst zien de inwoners steeds minder zonnig in. Meer dan de helft van de inwoners van de gemeente geeft aan in enige mate last te hebben van eenzaamheid.
3. Huidige ruimtelijke context
20
3. Huidige ruimtelijke context
21
Materiële welvaart Wat opvalt aan het aspect materiële welvaart in Oldambt is het relatief grote aantal inwoners en huishoudens met risico op armoede en zorgen over het kunnen rondkomen iedere maand. Het gemiddeld besteedbaar inkomen van €23.500 ligt in Oldambt lager dan het landelijk gemiddelde (€26.000), maar vormt de middenmoot van de provincie. In Oldambt heeft een relatief groot deel van de inwoners (4,1%) risico op armoede. Deze huishoudens moeten al minimaal 4 jaar lang rondkomen van een laag inkomen. Sommige huishoudens hebben meer risico op armoede. Het gaat dan met name om zzp’ers, jongvolwassen, alleenstaanden, mensen zonder vervolgopleiding en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. In Oldambt groeit 8,8% van de kinderen op in een gezin met risico op armoede. 12,7% van de inwoners geeft aan moeite te hebben om rond te komen.
Gezondheid Onder gezondheid valt op dat er relatief veel inwoners (jong en oud) kampen met gezondheidsklachten. Toch ervaart het merendeel een goede gezondheid. We constateren wel dat het zorggebruik in onze gemeente hoog is. Het percentage aan inwoners dat gebruik maakt van wijkverpleging ligt met 5,5% hoger dan het provinciegemiddelde. Daarentegen ligt het deel van de verzekerden dat gebruik maakt van de huisartsenzorg met 65,5% ruim 10% lager dan het provinciale en Nederlands gemiddelde. In Oldambt geeft 74% van de inwoners tot 64 jaar aan een goede gezondheid te ervaren. Toch heeft 57% van deze groep matig tot ernstig overgewicht. Onder ouderen daalt het percentage met goede gezondheid naar 58%. Het aandeel inwoners met een of meer langdurige aandoeningen in deze leeftijdsgroep is hoog.
3. Huidige ruimtelijke context
22
Op gemeentelijk niveau valt op dat de ervaren gezondheid in de oostelijke gemeenten (met name Midden-Groningen, Oldambt, Pekela en Stadskanaal) wat achterblijft ten opzichte van de rest van de provincie. Aardbevingsschade en schade als gevolg van zoutwinning en bodemdaling heeft grote impact op de gezondheid van inwoners. Daarbij vormt de versterkingsoperatie een stressfactor. Bewoners van wie hun huis wordt versterkt, lopen meer gezondheidsrisico’s dan degenen die niet met versterking te maken hebben. Van de inwoners in Oldambt rookt 18% en voldoet 40% aan de beweegrichtlijn.
Arbeid en vrije tijd In Oldambt is de arbeidsparticipatie relatief laag. Net als de werkloosheid. Dat kan het gevolg zijn van een toenemende vergrijzing en daarmee groei van het aantal inwoners op AOW-leeftijd. Ook kan er een groter aandeel inwoners zijn dat (deels) arbeidsongeschikt is. Oldambt biedt 55 banen per 100 inwoners. De laatste jaren stijgt de werkgelegenheid in de meeste sectoren. De zorg, zakelijke dienstverlening en bouw zijn in de periode 2017-2021 provinciebreed de grootste stijgers. Het werkloosheidspercentage is gedaald naar 3,4%. De jeugdwerkloosheid ligt met 19% wel ver boven het provinciale en landelijke aandeel van 9%.
Wonen Woontevredenheid vormt een belangrijk aspect van de brede welvaart. Waar en hoe mensen wonen is belangrijk voor de gezondheid en voor allerlei sociale aspecten. Over het algemeen zijn de inwoners van Oldambt gemiddeld tevreden.
3. Huidige ruimtelijke context
23
In Oldambt waarderen de inwoners hun leefomgeving met een 7,8. Dat is lager dan elders in het land, en het oordeel daalt. De cijfers laten zien dat inwoners kritischer zijn geworden op de staat van onderhoud van de openbare ruimte en de hoeveelheid groen ten opzichte van voorgaande jaren. In het programma Wonen is de woonbehoefte onderzocht en gekwantificeerd. Daaruit blijkt een woningbehoefte tot 2030 van zo’n 850 woningen. Er is een toenemende vraag naar woningen voor ouderen die langer zelfstandig willen wonen. De gemiddelde WOZ-waarde is met €207.000 flink lager dan elders in Nederland. Toch staat ook hier de betaalbaarheid van woningen onder druk door spanning op de woningmarkt in de afgelopen jaren. Dit onderwerp laat ook zien hoe snel omstandigheden veranderen. De prijzen van bestaande koopwoningen dalen inmiddels weer. Rente- en bouwkostenstijging zorgen daarbij voor een stagnerende nieuwbouwmarkt. De afstand tot voorzieningen is gemiddeld genomen 1,9 km in Oldambt. Dat geldt bijvoorbeeld voor de huisarts. De supermarkt is gemiddeld op 1,2 km te vinden. Oldambsters geven een 6,8 voor de tevredenheid met voorzieningen.
Samenleving De samenleving van Oldambt groeit en verandert. Dat komt door een vestigingsoverschot en een toenemende vergrijzing. Door de vergrijzing en door toename van het aantal éénpersoonshuishoudens zal de druk op de woningmarkt nog jaren kunnen aanhouden, zowel onder huur- als koopwoningen. De vraag naar het type woningen verandert. De natuurlijke bevolkingsgroei zit in de min. Ruim 1 op de 10 inwoners van Oldambt heeft een migratie-achtergrond. Op de langere termijn wordt een krimp van de bevolking voorzien met ruim 15% tot 2050 waarbij het aantal huishoudens met 10% minder hard daalt. 3. Huidige ruimtelijke context
24
De vergrijzing en ontgroening in Oldambt zet door: het aandeel 65-plussers is gestegen naar 25,8% van de inwoners, het aantal jongeren onder de 20 jaar gedaald naar 18,9%. Oldambt kent een groeiend aantal huishoudens, intussen ruim boven de 18.000. Richting 2050 wordt een huishoudensdaling voorspeld van 2000 huishoudens. De gemiddelde huishoudensgrootte is 2,09 personen.
Veiligheid Het aantal misdrijven ligt in Oldambt met 40 misdrijven per 1.000 inwoners onder het landelijke gemiddelde. Traditionele criminaliteit neemt af, terwijl cybercriminaliteit toeneemt. Over het algemeen is het gevoel van veiligheid goed. Het merendeel van de misdrijven, bijna de helft, valt onder de vermogensdelicten. In Oldambt is het aandeel verkeersmisdrijven significant hoger dan in Groningen en Nederland, Mogelijk een van de redenen waarom inwoners van Oldambt de veiligheid van hun woonomgeving het laagst van alle Groningers waarderen met een 6,8. Ondermijning is een van de belangrijkste veiligheidsrisico’s. Leegstand in het buitengebied speelt hierin een belangrijke rol.
Milieu Inwoners waarderen het landschap en en de ruimte dat altijd onder handbereik is.
3. Huidige ruimtelijke context
25
Oldambt staat in de provincie op plek 2 als het gaat over de oppervlakte bos en natuurgebied ten opzichte van het totale oppervlak van de gemeente: 7.4%. Overigens is dat de helft van het Nederlands gemiddelde. Het oppervlakte groen per buurt (zonder de landbouwgrond) is lager dan het provinciale gemiddelde (43,1% tegenover 47,4% provinciaal). Inwoners moeten gemiddeld 400 m lopen tot het dichtstbijzijnde openbaar groen van enig formaat. De lucht is relatief schoon. Het aantal broeikasgasemissies per inwoner is fors lager dan het provinciale gemiddelde, net als de emissie van fijnstof. Het gasverbruik is fors, met 1700 m3 voor een particuliere woning, het elektriciteitsverbruik is gemiddeld op 2740 kWh. De energiearmoede is hoog in Oldambt, meer dan 18% van de huishoudens heeft risico op energiearmoede. Dat is het hoogste percentage van de provincie Groningen.
3. Huidige ruimtelijke context
26
Staat van Oldambt Welzijn
Gezondheid
Eenzaamheid 2020 51,9%
(prov. 46,6%)
Huishoudens met zorg en ondersteuning 2022 29,3%
(prov. 22,3%)
Mantelzorgers 2020 12,3%
Gemiddelde levensverwachting: (prov. 80,8jr)
79,7 jaar
Voldoende beweging 2020 39,5%
(prov. 49,6%)
Overgewicht 2020 59,5%
(prov. 50,4%)
Percentage niet sporters 2020 63,2%
(prov. 54,1%)
(prov. 12,2%)
Veiligheid
Arbeid en vrijetijd
Totaal aantal misdrijven per 1.000 inwoners (4ekw. 2022) : 107,46 (prov. 113,56)
Tevreden met vrije tijd 75,6%
(prov. 75,1%)
Arbeidsparticipatie 2021 65,9%
(prov. 68,3%)
Werkloosheid 2022 3,4%
(prov. 4,0%)
Jeugdwerkloosheid 19,6%
(prov. 9,0%)
Drugsdelicten per 1.000 inwoners 2022: 6,75 (prov.4,47) Sociaal preventief gedrag (schaal 1-4) 2021
Oldambt
Aantal banen per 1.000 inwoners (15-74 jaar): 547 (prov: 652,7)
Groningen
Milieu
Samenleving
Oppervlakte groen t.o.v. % van oppervlakte gemeente 2021 (zonder landbouwgronden) 43,1% (prov. 47,4%)
Aantal inwoners CBS 2022 Aantal jongeren (<20 jaar) Aantal ouderen (>70 jaar)
Blootstelling aan fijnstof PM10 en stikstof NO2 (μg/m3) 2021 (prov. 8,5) 7,1 NO2 13,2 PM10
(prov. 13,6)
38.521 4.085 7.035
Aantal huishoudens 18.435 Gemiddelde huishoudgrootte 2,09 (prov. 1,97) Prognose huishoudensgroei tot 2050: -10,5%
Materiële welvaart
Wonen Aantal woningen BAG/ABF 2023 Koop 63,7% prov. 54,4%
Huur (part.) 10,2% prov. 16,6%
18.973
Mediaan besteedbaar inkomen 2022: (prov: € 23.300 NL: € 26.600)
Huur (corp.) 26,0% prov. 28,8%
Aantal huishoudens met risico op energiearmoede 2018 >18%
€ 23.500
Groei woningvoorraad 2022 t.o.v. voorgaand jaar: 1,3% Woningbehoefte 2030 (programma Wonen) Stedelijke kern 550 woningen Centrum kern 170 woningen Basisdorpen 110 woningen Woondorpen 20 woningen Totaal 850 woningen
3. Huidige ruimtelijke context
Aantal huishoudens met een bijstandsuitkering 2022 % t.o.v. totaal aantal huishoudens 6,4% (prov. 5,8%)
27
3.2 Trends en ontwikkelingen Weten waar je staat als gemeente is één, inzicht in welke ontwikkelingen op de gemeente af komen is een andere vraag. In deze paragraaf geven we inzicht in wat we denken dat de belangrijkste trends zijn voor de komende jaren die ook ruimtelijk gevolgen hebben. Trends dus waar we ons rekenschap van moeten geven bij het opstellen en vaststellen van de Omgevingsvisie 2.0.
1. Verschuiving van economische welvaart naar brede welvaart Steeds meer wordt brede welvaart gezien als alternatief van de economische welvaart. Het bepalen van onze welvaart aan de hand van het bruto binnenlands product lijkt steeds meer aan waarde in te boeten. Uit onderzoek is ook al gebleken dat ons geluk maar ten dele afhankelijk is van ons financieel vermogen. Hoewel het hebben van een voldoende inkomen uiteraard veel zorgen wegneemt. De verschuiving naar brede welvaart brengt met zich mee dat we bij de fysieke inrichting van onze omgeving verder moeten kijken dan we gewend waren: kunnen we gezondheid stimuleren, zorgen we voor voldoende ruimte voor ontmoeting, sport en spel en is onze fysieke én sociale veiligheid geborgd? Hoeveel ruimte voor werkgelegenheid (en welke dan?) is nodig?
2. Toenemende aandacht voor circulariteit en klimaatbestendigheid Eind 2022 heeft het Rijk met de herziening van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgelegd dat bodem en water een sturend principe worden voor de ruimtelijke inrichting van Nederland. Dit inzicht komt niet uit de lucht vallen. Ons klimaat verandert en vraagt een aangepaste inrichting van ons land en van onze gemeente. De kustzone vraagt versterking voor de stijgende zeespiegel, bodemdaling moet worden afgeremd en in tijden van droogte moeten we voldoende zoet water tot onze beschikking houden. De eisen voor het duurzaam wonen en leven worden steeds strenger. Onlangs heeft de Europese Unie nog nieuwe klimaatwetgeving aangenomen. Het ligt in de lijn der verwachting dat deze eisen komende
3. Huidige ruimtelijke context
28
decennia steeds verder worden aangescherpt om onze klimaatdoelen te halen. Duurzaam en circulair gebruik van onze grond en in het bijzonder onze grondstoffen die steeds schaarser (en dus duurder) zijn, wint meer en meer aan belang.
3. Beter benutten van onze ruimte Multifunctioneel gebruik van onze ruimte is het toverwoord. Door te zoeken naar combinaties van functies, het flexibel gebruik van gebouwen en gronden hopen we ruimte slim te gebruiken en extra ruimtebeslag te voorkomen. Bijvoorbeeld door woningsplitsing, door het gebruik van winkelpanden of kantoren voor meerdere functies, of door de opwek van energie te combineren met parkeren of landbouw en herbestemming van gebouwen. Het biedt zo kansen om erfgoed te behouden door ruimte te bieden aan herbestemming en functieverruiming. Onze ruimte is schaars en zal in de toekomst alleen maar schaarser worden. Dat betekent dat we in de komende periode moeten nadenken over het flexibel gebruik van ons vastgoed en flexibele, aanpasbare en multifunctionele vormen van gebiedsontwikkeling.
4. Gezondheid en welzijn worden sturend Door bezuinigingen in de sociale sector en het verleggen van verantwoordelijkheden van de overheid naar de samenleving (van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving) is de vraag aan ons allen zo lang als dat gaat zelfstandig te wonen en te leven. De zorg komt meer op afstand. Dit maakt de inzet van nieuwe digitale mogelijkheden om zorg te verlenen noodzakelijk. In onze fysieke leefomgeving betekent het een verschuiving in woonvragen: niet groter, maar anders wonen. Ruimte voor nieuwe combinaties van wonen en zorg of ondersteuning. Maar ook een inzet voor een gezonde oude dag. Welzijn voorop: actief blijven, ontmoeting stimuleren om vereenzaming en ongezondheid tegen te gaan en de druk op de overbelaste zorg af te laten nemen.
3. Huidige ruimtelijke context
29
5. Meer regie voor de overheid De Omgevingswet is opgesteld in een tijd dat decentralisatie voorop stond en initiatief spaarzaam was. Verantwoordelijkheden voor de fysieke leefomgeving worden zoveel mogelijk bij gemeenten neergelegd, omdat gemeenten het dichtst bij de inwoners staan. Bovendien ontstaat zo de mogelijkheid voor gemeenten om eigen beleid te ontwikkelen en maatwerk te bieden. Intussen is het tij gekeerd. Het geloof dat de markt de oplossingen biedt voor belangrijke ruimtelijke vraagstukken, zoals de woningbouw, is weg. Er is opnieuw een ministerie dat zich buigt over de volkshuisvesting en de minister neemt de regie. Maar wel met een Omgevingswet in het vooruitzicht en in de wetenschap dat de best passende oplossingen op regionaal niveau worden gevonden. In de komende jaren zullen dus steeds vaker bestuursakkoorden aan de orde zijn. Daarin krijgt de provincie als tussenlaag een stevige regisserende rol. Dat is nu al zichtbaar aan de startpakketten die vanuit de nationale opgaven zijn opgesteld waarmee de opgaven van het Rijk in de provincies een plek moeten krijgen. Voor onze gemeente betekent dit dat het meer dan ooit van belang is om scherp te zijn in wat we willen, wat we inbrengen in akkoorden, deals, prestatieafspraken etc. De Omgevingsvisie kan daarbij helpen als bod van de gemeente en start van een onderhandeling.
3.3 Dynamiek en grote uitdagingen Lange tijd hebben we gewerkt vanuit het beeld van een maakbare samenleving. De leefomgeving was overzichtelijk, veranderingen waren navolgbaar en gingen stap voor stap. De huidige tijd kenmerkt zich door een grote dynamiek. Innovaties en technologische ontwikkelingen gaan steeds sneller en daarmee de veranderingen ook. Zo snel, dat het nauwelijks nog bij te benen is, laat staan te plannen. Als gemeente moeten we handelen en opereren in een wereld met hoge dynamiek. Dat vraagt flexibiliteit. Dat we moeten accepteren en dat we niet altijd precies weten welke kant het opgaat. Dit maakt dat we op basis van wat we wél weten, een goede eerste stap en logische route zoeken. 3. Huidige ruimtelijke context
30
De grootste ruimtelijke uitdagingen liggen nu in de versterkingsopgave en versterking van de leefbaarheid, in het landelijk gebied en rond de energietransitie. En voor elk van deze uitdagingen geldt wat we hiervoor omschreven: we weten niet waar het eindigt, maar we moeten stappen zetten. De versterkingsopgave en het herstel van aardbevingsschade raakt onze dorpen. Inwoners hebben zorgen over hun woning en hun leefomgeving. Via het lokaal programmaplan voor het Nationaal Programma Groningen werken we aan een kwaliteitsimpuls van onze dorpen aan de hand van vier ontwikkellijnen: toekomst voor de jeugd, toekomst voor wijken en dorpen, toekomst voor ondernemers en toekomst voor cultuur en erfgoed. De gewenste versnelling in de woonopgave via Woondeals levert ook een grote uitdaging. Zeker in een tijd waarin de omstandigheden op de woningmarkt snel veranderen. De stijging van rente en de hoge bouwkosten zorgen voor een stagnerende vraag. Onder leiding van de provincie Groningen voeren we gesprekken binnen het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), waarbij we samen met allerlei partners verkennen hoe we komen tot een toekomstbestendig landelijk gebied. Een landelijk gebied met toekomstperspectief voor onze agrariërs, met ruimte voor de recreatie, met een robuust watersysteem en ruimte om onze natuur te versterken en verbinden.
Op het gebied van de energietransitie gebeurt veel. Elektrificatie van bedrijven en voertuigen, het verder optimaliseren van het rendement uit wind- en zonne-energie en de mogelijkheden die waterstof als energiedrager kan bieden. De vraag naar duurzame energie groeit harder dan het aanbod. De provincie Groningen heeft ambities als de energieprovincie van Nederland. Als gemeente moeten we verkennen wat onze visie en rol is in deze energietransitie.
3. Huidige ruimtelijke context
31
De Omgevingsvisie moet ons helpen bij het sturen van deze ruimtelijke uitdagingen. We vragen geen vastomlijnd eindbeeld. We willen wel een koers en heldere keuzes die we met de wetenschap van nu kunnen maken. De dynamiek vraagt van ons dat we voortdurend met elkaar in gesprek blijven, als organisatie, raad en college. We moeten bereid zijn om zo nodig bij te sturen en de kaders bij te stellen als nieuwe inzichten daar om vragen.
3. Huidige ruimtelijke context
32
4. Opgaven als ruggengraat voor de visie van Oldambt
Inleiding In de afgelopen twee hoofdstukken hebben we gekeken naar de huidige Omgevingsvisie en de huidige ruimtelijke context. We hebben inzicht gegeven in de ‘Staat van Oldambt’. Hoe staan we er voor? De indicatoren van brede welvaart zijn daarbij een houvast. Vervolgens zetten we de stap naar trends en ontwikkelingen. Wat komt er op ons af? Waar heeft onze visie en antwoord of houvast te geven?. Deze inzichten samen vormen de opmaat naar samenhangende opgaven voor Oldambt.. Welke opgaven vormen met de kennis van de ruggengraat voor de Omgevingsvisie van Oldambt?
4.1 Brede welvaart als doel In Oldambt werken we aan brede welvaart voor iedereen. Ons doel voor de komende decennia is daar ook op gericht. Vanuit die basis hebben we ook het lokaal programma Oldambt voor het Nationaal Programma Groningen opgezet. Ons wensbeeld hebben we daarin verwoord als ‘de Wel-varende Graanrepubliek’. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie nemen we dit wensbeeld opnieuw als vertrekpunt, maar zullen het bijstellen naar de tijd van nu. Want zoals we al constateerden: de dynamiek is groot en inzichten veranderen snel. Hoofdvraag voor de Omgevingsvisie is dan ook: wat voor gemeente willen we zijn? Zijn we een woon- en landbouwgemeente, De Graanrepubliek 2.0? Kiezen we voor ultieme gastvrijheid in Werelderfgoed Oldambt? Of zetten we in op werk en jeugd (hub en hip) met de Wunderline als levensader?
4. Opgaven als ruggegraat voor de visie van Oldambt
34
LOKAAL PROGRAMMA OLDAMBT
Wensbeeld 2030: de Wel-varende Graanrepubliek1 Het Oldambt wordt vaak de Graanrepubliek genoemd, naar het boek van Frank Westerman uit 1999. Kenmerkend voor het gebied is de voortdurende verandering door mens en natuur. Met de aanwezigheid en invloed van de Dollard, de eeuwenlange verandering van het klimaat, de akkerbouwgebieden en de kwaliteit van de bodem en het landschap. De rijkdom van de graanbaronnen, de Oldambtster boerderijen en de strokartonfabrieken, zoals De Toekomst in Scheemda. Van water naar land en weer naar water, met de realisatie van het Oldambtmeer en Blauwestad. Maar ook met de tegenstellingen tussen arm en rijk, met de nuchtere mentaliteit van de Oldambtster inwoner en de beweging tussen groei en krimp, tussen welvaart en armoede. Het is 2030. Het Oldambt is inmiddels een Nationaal Landschap en op weg naar UNESCO Werelderfgoed. Een krachtige voedingsbodem, waar trotse, gezonde en welvarende inwoners zich gelukkig voelen. Waarbij de mobiliteit en de toegang tot voorzieningen ook voor kwetsbare groepen op orde is. De mensen voelen zichzelf en met elkaar verantwoordelijk voor hun eigen huis, hun eigen gezondheid en hun eigen leefomgeving. De armoede, die eerder van generatie op generatie oversloeg, is uitgeroeid naar het voorbeeld van de succesvolle werkwijze van de Alliantie van Kracht in de Veenkoloniën.
De talenten van jongeren worden systematisch ontdekt en benut, door onder meer de Verlengde of Verrijkte Schooldag. Er is betaald en onbetaald werk voor diegene die dat wil en kan, bijvoorbeeld via maatschappelijke ondernemingen. Iedereen doet mee naar eigen vermogen. Via programma’s als Levenslang Ontwikkelen blijven mensen zich ontplooien en aanpassen, ook aan de veranderingen op de arbeidsmarkt. Kortom: er is een toekomst voor iedereen. En die toekomst begint met de jeugd, want de jeugd heeft de toekomst! Leren gebeurt met hoofd, hart en handen. Door dromen, denken en uitproberen. Zo ontwerpen kinderen hun eigen speeltuinen en skatebanen en repareren ze met 3D-printers hun eigen speelgoed en huishoudelijke apparaten. Ze brengen deze houding mee naar huis en leren hun ouders hoe je met verhalen dromen dichterbij brengt. Ze laten met serious gaming en selftracking zien hoe je op een speelse manier allerlei data over voeding, bewegen, slaap en nog veel meer kunt verzamelen. Het is een spel om overal sensoren op te plakken, gegevens te verzamelen en daar 1
De tekst in dit blauwe kader is afkomstig uit het Lokaal Programma NPG Oldambt, vastgesteld door de gemeenteraad op 29 maart 2021.
35
LOKAAL PROGRAMMA OLDAMBT
relevante informatie uit te halen. Via projecten met grondstoffen uit het riool en door afval 100 procent opnieuw te gebruiken wordt het vak Circulair Denken en Doen concreet gemaakt. Het MKB is met behulp van onder andere de Innovatiewerkplaats verweven met de doorlopende leerlijnen in het onderwijs met behulp van mentoren en stages. Oldambt is een doe-regio waar ontwikkelde kennis en innovaties snel kunnen worden toegepast. Er komt een beweging op gang van mensen met zin en lef om het anders te doen. Via dorps- en wijkvisies, in sociale ondernemingen, via coöperaties en met behulp van een stimuleringsfonds realiseren inwoners samen nieuwe projecten. Technologie wordt benut om de maatschappelijke vragen op het gebied van levenslang thuis wonen, zorg op afstand, gezondheid en eenzaamheid aan te pakken. De winkelbeleving wordt gepersonifieerd, in de bouw ontstaan nieuwe beroepen en het belang van de kringlooplandbouw en ‘historische gewassen’ neemt toe. Het behoud van erfgoed vindt plaats door er passende hedendaagse bestemmingen voor te zoeken en te realiseren. De vele nieuwe inwoners die naar aanleiding van de coronacrisis de rust van het Oldambt opzochten, zorgen voor nieuwe impulsen. Blauwestad is in tien jaar tijd flink gegroeid, net als het aantal recreanten en toeristen. De gerichte marketing op wonen, werken en toerisme heeft een groot effect.
Er zijn overal mooie wandel-, fiets- en vaarroutes waardoor de dorpen levendig en leefbaar blijven, met kleine horeca, kanoverhuur, sloepenverhuur, B&B’s, wandelarrangementen met gids en het rondje Waddenkustrand. Het merk Werelderfgoed Waddenzee werkt door naar de lokale economie. De toegangspoorten (de experience centers) in de Oude Remise en bij de Winschoter haven zijn toeristische voltreffers als bezoekerscentra waarin het Verhaal van de Graanrepubliek wordt verteld. In Winschoten is de levendige museumhaven gerealiseerd, is er een waterverbinding met het centrum en is de Phaff-fabriek een appartementencomplex geworden. Ook het voormalige ziekenhuisterrein heeft een nieuwe bestemming gekregen. Het centrum met de winkels is letterlijk en figuurlijk drempelloos, vanaf verschillende plekken rijden elektrische stadskarretjes naar waar je maar wilt en het is dus fijn winkelen en ontspannen voor senioren en mensen met een beperking. Scheemda heeft zich ontwikkeld tot duurzaam zorgdorp en in de 36
LOKAAL PROGRAMMA OLDAMBT
omgeving van het Ommelander Ziekenhuis is nieuwe zorggerelateerde bedrijvigheid ontstaan. Bad Nieuweschans is een parel in de regio die veel toeristen trekt. Het Bronnenbad, de kunstateliers, de herbestemde Oude Remise en de Oldambtster boerderijen zijn samen met de fiets-, wandel- en vaaromgeving attracties van groot formaat. Overnachten kan in het nieuwe hotel en bij de bestaande accommodaties zoals de talrijke B&B’s. De A7-zone is samen met buurgemeenten benut voor passende economische activiteiten waarbij op een bijzondere manier de verbinding is gelegd tussen bedrijvigheid, klimaat, natuurontwikkeling en cultuur. Op nieuwe en bestaande bedrijventerreinen zijn de daken van de gebouwen benut voor zonnepanelen. In samenhang hiermee hebben deze gebieden een grote impuls gekregen. Als onderdeel van de vergroeningsopgave zijn er meer dan honderdduizend bomen geplant, vooral in versteende gebieden en op industrieterreinen. De opgaven en kansen rond wind- en zonne-energie zijn zo gerealiseerd dat de energiedoelstellingen zijn behaald en de landschapswaarden en leefbaarheid zijn versterkt. Een koppelkans was de combinatie klimaat, verfraaiing en recreatie. Voor deze koers is veel draagvlak bij de inwoners. In 2030 bleek de Wel-varende Graanrepubliek een begrip te zijn in heel Nederland voor hoe je samen grote opgaven kunt realiseren.
Door de investeringen in jeugd, gezondheid, dorpen en wijken, onderwijs, infrastructuur, ondernemersklimaat, toerisme en erfgoed is er namelijk flink geoogst. 2020 was achteraf gezien een belangrijk moment. De regio had toen te maken met enorm grote uitdagingen en tegelijk waren er grote kansen met Nationaal Programma Groningen en de Regio Deal Oost-Groningen. In de spagaat tussen opgaven en kansen was een groot gevoel voor urgentie. Inwoners, ondernemers, organisaties en overheid hebben actief de samenwerking opgezocht. Ambities zijn benoemd en plannen zijn gemaakt. Samen hebben zij de schouders eronder gezet voor een Wel-varende Graanrepubliek. De succesfactoren naast het vliegwielgeld? Participatie en communicatie vooraf en tijdens de uitvoering, flexibiliteit én doorzettingsvermogen! Herbestemming en hergebruik van leegstaand erfgoed willen we actief stimuleren.
37
4.2 Opgaven als kapstok Het wensbeeld uit het lokaal programmaplan laat ambities zien voor de wijken en de dorpen en voor de aantrekkelijkheid van het landelijk gebied. Het laat ook zien dat sociale en fysieke opgaven elkaar kunnen versterken en verrijken. De Omgevingsvisie is bij uitstek de plek om, met een integrale blik en vanuit een strategisch perspectief, de ambities van de gemeente te verwoorden en te vertalen naar opgaven, koers en keuzes. In deze startnotitie zetten we de 4 belangrijkste ruimtelijke opgaven zoals we die nu zien op een rij.
4. Opgaven als ruggegraat voor de visie van Oldambt
38
Opgave 1. Wonen en leefbaarheid in de dorpen/wijken
Uitdaging Oldambt kent een grote diversiteit aan dorpen en wijken. Van de mooie lintbebouwing en de prettige woondorpen tot Blauwestad en het stedelijke Winschoten. We onderscheiden vier soorten kernen; de
Opgave 1. Wonen en leefbaarheid in de dorpen/wijken
stad Winschoten inclusief Blauwestad, de centrumkern Scheemda, de basisdorpen en de dorpen waar vooral gewoond wordt. Samen zijn ze goed voor 15 kernen. Veel dorpen zijn trots op hun cultuurhistorisch erfgoed. De mooie lintbebouwing, kerken en Oldambtster boerderijen en de band van de kernen met het omringende landschap. Het zijn dorpen met een hechte gemeenschap en veelal met verschillende verenigingen. Maar deze eigenschappen staan ook onder druk. Het is steeds moeilijker om verenigingen overeind te houden door vergrijzing en ontgroening. Door gebrek aan vrijwilligers en door toenemende regelgeving. Ook wordt er een steeds groter beroep gedaan op mantelzorgers en neemt het aantal mantelzorgers dat te zwaar belast is toe. Een van de uitdagingen is hoe zorg voor elkaar zo vanzelfsprekend mogelijk blijft. Hoe we kunnen bouwen en verbouwen op een manier zodat mensen lang thuis kunnen wonen? Op oude en nieuwe manieren zoals knarrenhoven en meergeneratiewoningen. Samenwerking en samenhang in de dorpen staan voorop. Wij vinden het belangrijk om de samenhang te bevorderen, zowel waar het gaat om de kwaliteit van de openbare ruimte als om de sociale binding. We vinden het ook belangrijk dat iedereen in de samenleving zoveel mogelijk gelijke mogelijkheden heeft.
Voor de fysieke leefomgeving betekent dit bijvoorbeeld toegankelijkheid van de openbare ruimte, van ontmoetingsruimten en van publieke voorzieningen voor iedereen. Maar ook hoe zorgen we voor voldoende levensloopbestendige woningen. En hoe geven we inhoud aan woonzorgvoorzieningen voor kwetsbare doelgroepen? Voorzieningen zijn in een aantal dorpen niet of bescheiden aanwezig. De kunst is om de voorzieningen die er wel zijn zoveel als mogelijk te koesteren. Dit vraagt om keuzes. Hoe meer functies met elkaar 40
worden verbonden hoe groter de kans dat dit lukt. Dit laat onverlet dat er soms ook keuzes nodig zullen zijn. De bevolking neemt af en de schaalvergroting van voorzieningen neemt toe. Internet neemt een steeds prominentere plek in ons dagelijks leven: om afspraken te maken of online
Opgave 1. Wonen en leefbaarheid in de dorpen/wijken
boodschappen te doen. Die combinatie leidt ertoe dat er soms ook keuzes moeten worden gemaakt waar bepaalde voorzieningen nog wel en niet voor handen kunnen zijn. Winschoten, Scheemda en in iets minder mate Bad Nieuweschans nemen daarbij een bijzondere positie in. Dit vanwege de voorzieningencentra en economische betekenis die deze kernen al hebben. Alle drie de kernen kunnen nog sterker in hun kracht worden gezet. Dit komt ten goede aan de leefbaarheid en economie van de hele gemeente. De gevolgen van de aardbevingen zijn fysiek en mentaal merkbaar. Het gevoel van onveiligheid is soms groot en maakt dat inwoners de toekomst niet altijd rooskleurig zien of op zoek gaan naar een nieuwe toekomst elders. Hoewel inwoners zich in het algemeen gezond voelen, blijft de feitelijke gezondheid in onze gemeente achter. Een omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten is één van de manieren om hier verandering in te brengen. Wij zetten in op een gezonde, veilige en prettige leefomgeving. Dit doen we voor jong en oud. Het is zeker ook belangrijk dat we onze gemeente mede aantrekkelijk houden voor de jongeren die hier opgegroeid zijn. Dit kan onder meer door voldoende betaalbare woningen specifiek voor deze doelgroep.
We zien kansen om vanuit de bestaande basis van saamhorigheid en voortbouwend op de volksaard van pionieren, ondernemerschap en doorzetten te bouwen aan de leefbaarheid van onze basisdorpen, woondorpen, centrumdorp en stad. Op het vlak van gezondheid zetten wij waar mogelijk de stap van curratief naar preventief; beter voorkomen dan genezen. Door rekening te houden met de inrichting van het openbaar gebied. Toegankelijk, veilig en uitnodigend om te bewegen.
41
Voor de Omgevingsvisie komen we daarom tot de volgende opgave: Hoe bouwen we samen verder aan een inclusieve, veilige en gezonde leefomgeving met toekomstbestendige voorzieningen en woon- en leefkwaliteit voor jong en oud. Hoe zorgen we daarbij
Opgave 1. Wonen en leefbaarheid in de dorpen/wijken
voor voldoende en passende en duurzame woningen op de juiste plek zonder overcapaciteit te leveren voor de langere termijn?
Bestaande beleidskaders Onderstaande beleidskaders hebben we recentelijk vastgesteld. We zien ze als vertrekpunt. De Omgevingsvisie moet de samenhang bieden en er 1 integrale lijn uit samenstellen. •
Programma Wonen / Woondeal (2022)
•
Programma Zon en Wind (2022)
•
Koersdocument sociaal domein (in ontwikkeling, verwachting 2023)
•
Nota positieve gezondheid en sport (2023)
•
Visie op sportvoorzieningen (2022)
•
Nota grondbeleid (2021)
•
Ambitiedocument centrum Oldambt (2022)
•
Transitievisie warmte (2022)
•
Plan van aanpak versterking Oldambt (2022 en 2023)
•
Lokaal programmaplan Oldambt NPG (2020)
•
Dorpsvisies & ambitiedocumenten (vanaf 2018)
•
Kans voor Schans 2022
•
Water- en rioleringsplan 2021-2025 (2021)
42
Opgave 2. Werk, mobiliteit, onderwijs en (digitale) bereikbaarheid
Uitdaging Oldambt heeft verschillende sterke economische pijlers. Van oudsher is de agrarische sector, vooral de graanteelt, sterk vertegenwoordigd. In de agrarische sector ligt de uitdaging voor om te ontwikkelen naar een meer toekomstbestendige landbouw. Rekening houdend met de opgaven om zorgvuldig om te gaan
Opgave 2. Werk, mobiliteit, onderwijs en (digitale) bereikbaarheid
met grondstoffen, aandacht te besteden aan de kwaliteit van water- en bodem. Agrarische ondernemers zijn de dragers van het prachtige Oldambster landschap. En ook voor een groot deel voor het onderhoud van de Oldambster boerderijen met een erfgoedstatus. We weten dat niet alle boeren opvolgers hebben en dat levert tegelijkertijd een nieuwe uitdaging. Voor bijna de helft zijn de boerderijen particulier eigendom. Ook daar is de instandhouding een hele opgave. Er is zoveel moois dat het spannend wordt of al dat moois gedragen door nieuwe passende functies in stand kan worden gehouden. Ruimte geven en zoeken voor passende invullingen of neveninkomsten is een uitdaging. Daar is ons veel aangelegen. Ons landschap en onze boerderijen zijn per slot onlosmakelijk verbonden aan onze identiteit. Bedrijven op bedrijventerreinen zijn vooral gebonden aan de zone A7 en het spoor. Deze zone leent zich daar ook goed voor. We willen voorzien in bedrijven die bij kunnen dragen aan voldoende en passend werk voor onze inwoners en nieuwe inwoners kunnen trekken. Waarbij het mede gaat om het vasthouden en aantrekken van jongeren en jonge gezinnen. Een keuze is daarbij versterken we zo goed mogelijk de verbindingen in een tijdperk waarin thuiswerken een deel van de nieuwe werkelijkheid is.
Of zetten we in op uitbreiding of revitalisering van bedrijfsterrein zoals ingestoken in het beleid tot nu toe? Zonder meer vinden we het belangrijk om de belangrijkste woon- en werklocaties te voorzien van een goede (door)fietsverbinding. Dit levert zowel op het gebied van gezondheid als op duurzaamheid winst. We zien het graag dat onze bedrijven zich mede richten op actuele thema’s als duurzaamheid, klimaat, en circulariteit. Zo is onze economie het beste voorbereid op de toekomst. 44
Afgezien van de bedrijvigheid op bedrijventerreinen liggen er in Oldambt specifieke kansen op het gebied van gezondheidszorg vanwege de aanwezigheid van het Ommelander ziekenhuis in Scheemda en Oosterlengte met meer dan 2000 werknemers. Ook zijn er kansen op het gebied van recreatie en vrijetijdseconomie, vanwege ons mooie Groninger landschap en in het bijzonder de rijkdom aan
Opgave 2. Werk, mobiliteit, onderwijs en (digitale) bereikbaarheid
cultuurhistorisch erfgoed daarbinnen. En vanwege de aantrekkingskracht van Bad Nieuweschans als kuuroord en grensplaats en Blauwestad en het Oldambtmeer. Voor wat betreft de centra in onze gemeente ligt er een belangrijke taak om deze ook in de moderne tijd van internet aankopen aantrekkelijk te houden. Compactheid, aantrekkingskracht, verblijfskwaliteit, uniciteit zijn allemaal zaken die daaraan bijdragen. De opdracht is om de beste randvoorwaarden te maken voor bloeiende toekomstige centra. Hierbij gebruik makend van de potentiële versterking van de treinverbinding in de vorm van de Wunderline. Voor de Omgevingsvisie komen we daarom tot de volgende opgave: Hoe zorgen we ervoor, binnen onze mogelijkheden, dat er een toekomstbestendige basis ligt voor het ondernemen in Oldambt? En hoe zorgen we voor ruimte voor ondernemen in combinatie met zorg voor ons landschap en erfgoed?
Bestaande beleidskaders Onderstaande beleidskaders hebben we recentelijk vastgesteld. We zien ze als vertrekpunt. De Omgevingsvisie moet de samenhang bieden en er 1 integrale lijn in bieden. •
Detailhandelsvisie Winschoten (2021)
•
Boerderijenprogramma (in ontwikkeling, verwachting 2023
•
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-zone (2022)
•
Ambitiedocument binnenstad Winschoten (2023)
•
Visie op de Vrijetijdseconomie Oost-Groningen
45
Opgave 3. Inrichting landelijk gebied
Uitdaging Het landelijk gebied is volop in beweging en staat volop in de belangstelling. Ondanks dat wij beschikken over een veelheid aan ruimte ligt ook bij ons schaarste op de loer. De discussies over stikstof en de toekomst van het landelijk gebied worden volop gevoerd. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied vormt de basis voor de gebiedsgerichte provinciale uitwerking.. Zonder alle
Opgave 3. Inrichting landelijk gebied
antwoorden te kennen is duidelijk dat het perspectief voor de agrarische sector gepaard zal gaan met veranderingen. Schaalvergroting is niet automatisch de oplossing. En de ontwikkeling naar een vorm van kringlooplandbouw zal om samenwerking binnen de sector vragen. De verhouding tussen landbouw en natuur zal veranderen. Kortom hoe zetten we de stap naar de Welvarende Graanrepubliek? Voor de Omgevingsvisie is van belang dat er ruimte is en visie op een toekomstbestendige agrarische sector. De combinatie (open) ruimte, rust en kwaliteit van het landschap en Graanrepubliek als merk zijn van belang voor de toeristische aantrekkelijkheid van het gebied. Een arbeidsintensieve economische sector waarin veel mensen werk vinden. Werk dat goed aansluit bij de beroepsbevolking van Oldambt. Het behouden van deze kwaliteiten en aantrekkingskracht is dan ook van groot belang. Voor zowel bewoners als bezoeker. In dat verband zijn de ruimtevragende opgaven in het kader van klimaat en energie een potentiele bedreiging (zie opgave 4.) Ambities op dat vlak kunnen immers grote gevolgen hebben voor de beschikbare ruimte en de belevingskwaliteit.
47
Voor de Omgevingsvisie komen we daarom tot de volgende opgave: Hoe zorgen we voor een evenwichtig en toekomstbestendig landelijk gebied met perspectief voor de agrarische sector en aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en ruimte voor energie, water, natuur
Opgave 3. Inrichting landelijk gebied
en recreatie?
Bestaande beleidskaders Onderstaande beleidskaders hebben we recentelijk vastgesteld of zijn in ontwikkeling. We zien ze als vertrekpunt. De Omgevingsvisie moet de samenhang bieden en er 1 integrale lijn in bieden. •
Boerderijenprogramma (in ontwikkeling, verwachting 2023)
•
Landschappelijke en cultuurhistorische waardenkaarten (in ontwikkeling)
•
Visie op vrijetijdseconomie Oost-Groningen (2020)
•
Regionale klimaatadaptatiestrategie (college, 2022)
•
Nationaal programma transitie landelijk gebied (NPLG) (in ontwikkeling)
•
Programma Eems-Dollard 2050.
48
Opgave 4. Energie, klimaat en biodiversiteit 49
Uitdaging
Opgave 4. Energie, klimaat en biodiversiteit
De eerste stappen naar verduurzaming van de energievoorziening zijn gezet. De volgende stappen dienen zich aan en kunnen groter zijn. De stroombehoefte neemt toe en de warmtetransitie en ontwikkelingen rond waterstof staan in de kinderschoenen. In Oldambt is 5,1% van alle gebruikte energie hernieuwbaar. Voor de provincie als geheel ligt dat met 14,6 % hoger. Per 1000 inwoners is 1,3 KW aan zonne-energie beschikbaar. Ook dat is lager dan in omliggende gemeenten. De Regionale Energie Strategie (RES) en het programma zon en wind dat recent is vastgesteld bevatten de huidige plannen en ambities voor de komende periode. Dit onderwerp vraagt echter gelet op de snelle ontwikkelingen en veranderingen om een regelmatig meetmoment. Passen ambities en realisatie nog bij de stand van ontwikkelingen en vraag? Klimaatbestendigheid, verzilting, het omgaan met water in tijden van droogte en hevige neerslag en biodiversiteit zullen eveneens gevolgen hebben voor inrichting en de gebruiksmogelijkheden van het landelijk gebied. Bijvoorbeeld rond vragen naar ruimte voor waterberging en de aanplant van bomen en bos. De Omgevingsvisie moet antwoord geven op de vraag welke ambities en ruimte Oldambt heeft rond klimaat en biodiversiteit.
Voor de Omgevingsvisie komen we daarom tot de volgende opgave: Hoe zorgen we voor de volgende stap in de energie- en warmtetransitie en maken we onze gemeente voor de toekomst klimaatbestendig en biodivers?
50
Bestaande beleidskaders
Opgave 4. Energie, klimaat en biodiversiteit
Onderstaande beleidskaders hebben we recentelijk vastgesteld. We zien ze als vertrekpunt. De Omgevingsvisie moet de samenhang bieden en er 1 integrale lijn in bieden. •
Programma zon en wind (2022)
•
Regionale energiestrategie/RES 2.0 (in ontwikkeling)
•
Regionale klimaatadaptatiestrategie (college, 2022)
51
5. Proces en participatie herziening Omgevingsvisie 52
5.1 Proces op hoofdlijnen De route richting Omgevingsvisie en de gebiedsgerichte masterplannen begint zoals gezegd met deze startnotitie. De volgende stap is het gesprek met de samenleving. Met die inbreng werken we naar een eerste concept. Participatie is niet alleen een speerpunt van de Omgevingswet maar zeker ook van ons. Dit laatste blijkt volop uit het feit dat we op vele plekken en over veel onderwerpen in de afgelopen tijd met inwoners en betrokkenen hebben gesproken. Deze gesprekken en informatie willen we goed benutten. En we willen voorkomen dat we gesprekken zonder noodzaak overnieuw gaan voeren. Kortom; we houden rekening met participatie die heeft plaatsgevonden. En we weten dat niet iedereen behoefte heeft om mee te praten over een meer abstracte visie op de toekomst. Die behoefte neemt veelal toe als de plannen concreter worden en betrekking hebben op de directe woon- en leefomgeving. Ook op dit vlak leveren we maatwerk. Onderstaand werken we dit verder uit.