8b.2 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder Gemeente Oldambt Definitief
colofon
titel rapport Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder datum 11 juli 2022 projectnummer P03913 opdrachtgever Solarfields en Coöperatie Eekerpolder BRO Projectleider RTa Projectteam TAu bron Kaft Sebastian Ganso via Pixabay
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard
Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Vigerend bestemmingsplan 1.3 Opbouw ruimtelijke onderbouwing Gebieds- en projectprofiel 2.1 Gebiedsprofiel 2.2 Projectprofiel
5 5 6
Beleid 3.1 Rijksbeleid
9 9
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
9
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
9
3.1.3
Klimaatakkoord
10
3.1.4
Gedragscode zon op land
10
3.1.5
Ladder voor duurzame verstedelijking
11
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1
Omgevingsverordening 3.3.1
12
Provinciale Omgevingsvisie en
3.3 Regionaal beleid Regionale Energiestrategie Groningen
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1
Omgevingsvisie 2017 Oldambt
3.4.2
Programma zon en wind 1.0 (versie november 2021)
4
3 3 4 4
Onderzoek 4.1 M.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuaspecten
12
15
Externe veiligheid
20
4.2.6
Milieuzonering
21
4.2.7
Archeologie en cultuurhistorie
22
4.2.8
Flora en fauna
23
4.2.9
Leidingen en infrastructuur
24
4.2.10 Verkeerskundige aspecten
24
4.2.11 Waterparagraaf
25
4.2.12 Niet gesprongen explosieven (NGO)
26
Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
27 27 27
5.2.1
Omgevingsdialoog/Participatie
27
5.2.2
Financiële participatie
27
5.2.3
Procedure omgevingsvergunning
28
Reflectierapport
33
Bijlagen Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Quickscan flora en fauna Bijlage 3: Aerius-berekening Bijlage 4: Waterparagraaf Bijlage 5: Reflectierapport
15
16 16 16
19 19 19
4.2.1
Bodem
19
4.2.2
Geluid (wegverkeerslawaai)
19
4.2.3
Luchtkwaliteit
19
4.2.4
Geur
20
maandag 11 juli 2022
5
4.2.5
2
1 Inleiding Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Initiatiefnemers Zonnepark Eekerweg BV (onderdeel van Solarfields) en Coöperatie Eekerpolder willen op een deel van de gronden, onder en nabij het windpark N33, gelegen aan de Eekerweg, een zonnepark oprichten (van circa 90 hectare) ter plaatse van de agrarische (weide) gronden. De ontwikkeling sluit hierbij aan op recente ontwikkelingen in dit gebied langs de N33 en het windpark. In 2020 is op de gronden binnen de gemeente Midden-Groningen, ten zuiden van de Eekerweg, een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zonnepark van circa 68 hectare, Initiatiefnemers (Solarfields en Energie Coöperatie Eekerpolder) zijn voornemens het zonnepark in zijn totaliteit te realiseren en ten behoeve van de gronden ten noorden van de Eekerweg een juridisch-planologische procedure te doorlopen. De locatie is gekozen op basis van het gemeentelijk beleid en de landschappelijke kenmerken binnen de gemeente Oldambt. Blijkens uitgebreid landschappelijke onderzoek is onderhavige locatie één van de aangewezen kansrijke locatie voor de opwekking van duurzame energie. Binnen het plangebied zijn delen van de gronden bestemd voor het windturbinepark N33 en is ten zuiden van het projectgebied een zonnepark vergund op gronden van Midden-Groningen. Het zonnepark kan vele huishoudens van (duurzame) energie voorzien.
Naast de realisatie van het zonnepark zal de locatie ook landschappelijk worden ingepast, welke een bijdrage kan leveren aan de aanwezige landschapsstructuren en waarden. Hierbij is ook specifiek aandacht besteed aan het principe meervoudig ruimtegebruik.
maandag 11 juli 2022
Het voornemen is niet in overeenstemming met het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Consolidatieplan Buitengebied’ (gemeente Oldambt). In figuur 1 is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan opgenomen, met daarin een globale aanduiding van het plangebied. Voor de realisatie van het zonnepark dient derhalve een omgevingsvergunning ten behoeve van het afwijken van het geldende bestemmingsplan te worden aangevraagd. Daarbij wordt toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag, dient een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld waarin aangetoond wordt dat het initiatief in overeenstemming met het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin. Initiatiefnemers Het zonnepark Eekerpolder is door de Coöperatie Eekerpolder samen met duurzame energieproducent Solarfields opgestart, waarbij de coöperatie als mede-eigenaar zal deelnemen in het zonnepark. Het zonnepark wordt dus op basis van gelijkwaardigheid ontwikkeld. Solarfields levert een bijdrage aan de energietransitie in Nederland door aan ontwikkeling van grondgebonden zonneparken te werken. Solarfields is een producent van duurzame energie en realiseert hiervoor onder meer zonne-energiesystemen.
Het bedrijf is marktleider op het gebied van grootschalige grondgebonden zonneparken. Solarfields realiseert zonneprojecten op verschillende locaties zoals grond, daken, oude vuilstortlocaties en parkeerplaatsen. Allemaal met het doel om Nederland verder te verduurzamen en schone energie te produceren. Binnen tien jaar voorziet Solarfields ruim 1 miljoen huishoudens in Nederland van duurzame energie. De uitgangspunten om zonneparken te realiseren zijn: goed
overleg met omwonenden, grondeigenaren, overheden, zorgvuldigheid in procedures en lokale betrokkenheid. Coöperatie Eekerpolder is in juli 2020 opgericht door bewoners uit Midden-Groningen Voor de ontwikkeling in Oldambt zijn bewoners uit Oldambt aangesloten. Coöperatie Eekerpolder heeft adviesbureau Stel in de arm genomen voor technische, financiële en juridische advisering. Hierdoor heeft cooperatie de relevante kennis en ervaring ter beschikking om belangrijke beslissingen te maken over het zonnepark, de investeringen en de samenwerking met Solarfields. Opgave Het opwekken van zonne-energie levert een belangrijke bijdrage aan het Klimaatakkoord waarvan de landelijke doelstelling is bepaald op een CO2-reductie van 49% in 2030 en CO2-neutraliteit in 2050. De provincie Groningen heeft een ambitieus energieprogramma. Gestreefd wordt naar een aandeel hernieuwbare energie van 21% in 2020, oplopend naar 60% in 2035 en uiteindelijk resulterend in 100% hernieuwbare energie in 2050. Dit vraagt om versnelling op het gebied van energiebesparing en de ontwikkeling van hernieuwbare energie (wind, zon, biomassa). De gemeente Oldambt heeft daarnaast het streven om tot 2030 100 hectare zonnevelden te realiseren, zoals vastgelegd in het ‘programma Zon en Wind 1.0’. De gemeente Oldambt heeft uitgebreid landschappelijk onderzoek gedaan naar potentiële locaties voor duurzame energieopwekking.
Onderhavige locatie is op basis van het beleidskader ‘programma Zon en Wind 1.0’ aangewezen als één van de kansrijke locaties waar ruimte is voor de opwekking van zonne-energie. Voor een verdere uitwerking van de locatiekeuze en afwegingen wordt verwezen naar de beleidsparagraaf 3.4.2. De in dit document voorgestelde ontwikke-
3
1 Inleiding Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
ling kan een belangrijke bijdrage leveren aan de doelstellingen en ambities van de gemeente op het gebied van duurzame energieopwekking. Naast de ontwikkeling van het zonnepark wil initiatiefnemer ook een (maatschappelijke) meerwaarde creëren op het gebied van landschap, waterhuishouding en ecologische aspecten. De realisatie van het zonnepark betreft daarmee een integrale opgave om te komen tot een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Vigerend bestemmingsplan
De locatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oldambt’ (vastgesteld op 20 maart 2013) en ook binnen het bestemmingsplan ‘Partiële herziening 2014 Buitengebied’ (vastgesteld op 1 juni 2015) en vervolgens geconsolideerd. In figuur 1.1 is een uitsnede van het vigerend bestemmingsplan opgenomen, met daarin een globale aanduiding van het plangebied. De gronden zijn gelegen binnen de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden’ en ‘Verkeer’. Daarnaast ligt het
gebied ook binnen de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2 en 4, ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’, ‘Leiding – Leidingstrook’. Voorts ligt het projectgebied ook binnen de gebiedsaanduidingen ‘geluidzone – industrie’ en ‘overige zone – dijklandschap’. Op een gedeelte van de gronden ligt tevens het inpassingsplan ‘Windpark N33’ (vastgesteld op 29 mei 2019). Binnen deze gronden is de realisatie van het windpark mogelijk gemaakt.
1.3
Opbouw ruimtelijke onderbouwing
Deze ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 worden het gebiedsprofiel en het projectprofiel beschreven. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleidskader aan de orde. In hoofdstuk 4 komt de toetsing aan de milieu- en overige onderzoeksaspecten aan bod. Hoofdstuk 5 beschrijf de economische uitvoerbaarheid.
Figuur 1.1 Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied
maandag 11 juli 2022
4
2 Gebieds- en projectprofiel Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
2
Gebieds- en projectprofiel
2.1
Gebiedsprofiel
Het besluitgebied waarop de omgevingsvergunningaanvraag en de voorliggende ruimtelijke onderbouwing van toepassing zijn, betreft een aantal gronden gelegen tussen de A7 en de Eekerweg. Het projectgebied ligt in het buitengebied van de gemeente Oldambt gelegen tussen de plaatsen Zuidbroek en Scheemda. De locatie is gelegen in de oksel van de N33 en de A7. Ten noorden grenst aan het plangebied het kanaal Winschoterdiep. In de omgeving is nagenoeg geen bebouwing aanwezig. De huidige projectlocatie is thans onbebouwd en recentelijk is op een deel van de gronden het windpark N33 gerealiseerd. Figuur 2.1 Uitsnede ligging plangebied in groter verband
Het plangebied heeft een gezamenlijk oppervlak van ca. 89,6 hectare en betreft concreet de percelen: 3, 12, 15, 544, 728, 730, 732, 1305, 1307, 1317, 1319, 1322, 1323 te sectie I. In figuur 2.1 is de ligging van de projectlocatie in groter verband weergegeven. Ten zuiden van het vigerende projectgebied is reeds een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van een zonnepark. Dit betreft de gronden ten zuiden van de Eekerweg en valt binnen het grondgebied van de gemeente MiddenGroningen. Dit zonnepark heeft een omvang van circa 68,4 hectare. Het park dat in onderhavige ruimtelijke onderbouwing wordt onderbouwd is ligt ten noorden van het reeds vergunde zonnepark binnen gemeente Midden-Groningen (zie hiervoor ook figuur 2.2).
Figuur 2.2 Overzicht fase 1 en 2 Eekerweg.
maandag 11 juli 2022
5
2 Gebieds- en projectprofiel Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
2.2
Projectprofiel
De initiatiefnemers willen binnen het besluitgebied op de thans onbebouwde gronden een zonnepark oprichten. De totale oppervlakte van de zonneweide is ca 90 hectare. De zonnepanelen zullen conform de huidige verkavelingsstructuur worden aangelegd in een zuid opstelling. Doel van het initiatief is om de gronden door middel van zonne-energie bedrijfsmatig te exploiteren. Met het initiatief wordt bijgedragen aan verduurzaming van de regio, door op een daarvoor passende locatie zonne-energie op te wekken. De zonneweide kan veel huishoudens van stroom voorzien en levert dus een significante bijdrage aan de transitie naar vormen van duurzame, groene energie. Het ontwikkelperspectief gaat uit van de versterking van landschappelijke structuren en kenmerken, waarbinnen ruimte ontstaat voor de aanleg van zonnepanelen. Er bestaat een wisselwerking tussen deze componenten, waarin de toevoeging van panelen de landschapsontwikkeling mogelijk maakt en andersom. In de huidige situatie is er sprake van voornamelijk onbebouwd agrarisch open landschap met enkele recente gerealiseerde windmolens. Belangrijk vertrekpunt is dat de locatie aansluit bij omgevingskenmerken, karakter, maat en schaal. Zowel ruimtelijk als functioneel gezien past de beoogde zonneweide in voorgestelde omgeving.
Bij het opstellen van de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met het provinciaal en gemeentelijk beleid ten aanzien van het ontwerp van zonnepanelen (Handreiking Locatiekeuze en Ontwerp Zonneparken beschrijft. Maatwerk is hierbij van belang. Om het zonnepark zo eenduidig op te lijnen is er gekozen voor panelen in lijn met de rationele verkavelingsrichting. De panelen zullen één gelijke hoogte hebben met een minimale
maandag 11 juli 2022
tussenruimte van 1,70 meter. Tussen de panelen zelf zal minimaal 1 cm ruimte zitten zodat hemelwater gelijkwaardig kan infiltreren in de ondergrond. De afstand tussen de panelen en het beoogde hekwerk bedraagt minimaal 2 meter. De genoemde ruimtelijke uitgangspunten zijn conform het landschappelijk inpassingsplan opgesteld. In het technisch ontwerp, die als bijlage is toegevoegd bij de aanvraag, zijn de definitieve afstanden, maatvoeringen, omvang panelen e.d. opgenomen. Deze afstanden zijn dan ook leidend om daarmee de gewenste flexibiliteit binnen het park te waarborgen. Voor de definitieve maatvoeringen wordt verwezen naar het technisch ontwerp. De benodigde transformatoren voor het zonnepark zullen binnen het park worden opgelost. De landschappelijke inpassing is gebaseerd op de landschappelijke studie die is verricht naar aanleiding van onderhavig project (zie bijlage 1). Hierbij is rekening gehouden met verschillende relevante beleidskaders. Het ontwerp van het zonnepark is tot stand gekomen via diverse maatwerkgesprekken samen met de ontwikkelende partij, Coöperatie Eekerpolder, provincie Groningen en de gemeenten Oldambt en Midden-Groningen.
Concreet zijn de volgende maatregelen voorgesteld: Vanuit landschappelijke en praktische overwegingen is het wenselijk om de oriëntatie van de panelen zo eenduidig mogelijk te houden, zodat enerzijds een rechte rooilijn kan worden gemaakt en anderzijds vertanding langs zichtbare zijdes kan worden voorkomen. Om een logische aansluiting bij omliggend gebied te maken is hiervoor de bestaande verkavelingsrichting haaks op de Eekerweg gevolgd wat resulteert in een zuid opstelling. Als onderdeel van de landschappelijke inpassing is voorgesteld langs de zuidelijke grens een informele bomenrij
aan te planten. De bomenrij is vooral op de spoorlijn gericht en bedoeld als tegenwicht voor de al aanwezige rij ten zuiden hiervan. Als onderdeel van de landschappelijke inpassing wordt langs de noordrand van het plangebied en binnenrand van de scheg een brede watergang voorzien waar zich een robuuste rietkraag kan ontwikkelen. De al aanwezige watergangen langs de randen van de locatie worden eveneens ontwikkeld met rietkragen om een eenduidige groene overgangszone te maken. De rietkragen scheren door het landschap, wat goed te zien zal zijn vanuit de trein en vanaf de dijk langs het Winschoterdiep. Jaarlijks eenzijdig schonen, waarbij een kort rietgewas kan blijven staan, verfraait niet alleen het landschap, maar bied ook beschutting aan rietvogels en nachtvlinders. Deze maatregel dient de afwisseling van het landschap als natuurwaarden zeer. Het plaatsen van een hekwerk is noodzakelijk om het park verzekerd te krijgen. Ter afscheiding openbaar terrein en zonnepark wordt langs de binnenranden van de watergangen een staafmathekwerk geplaatst. Er is gekozen voor een donkere kleurstelling om aansluiting te vinden bij de industriële uitstraling van de zonnepanelen. Om migratie van klein fauna niet te benadelen wordt vanaf maaiveld ca. 10-20 cm vrijgehouden. Aan de westkant van het gebied, waar de Eekerweg de dijk van het Winschoterdiep raakt, wordt een pleisterplaats ingericht.
Hier is ruimte voor fietsers en wandelaars om te pauzeren en wordt tevens informatie verschaft over de nut en noodzaak, afmetingen, opbrengsten, ontwerpgedachte en meerwaarde van het zonnepark. Als onderdeel van de ‘landschappelijke inpassing’ van Zonnepark Eekerpolder is er naar de wens van de landschapsarchitecten van gemeente Midden-Groningen en gemeente Oldambt een vrije ruimte in het midden van
6
2 Gebieds- en projectprofiel Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
het projectgebied ingetekend. Deze vrije ruimte wordt door de betrokken ‘de scheg’ genoemd. Ter beleving van het energielandschap dat ten noorden en ten zuiden van de Eekerweg zal ontstaan, is het de wens van beide gemeenten om de scheg vrij toegankelijk te maken voor publiek. Voor het betreden van de scheg is een veiligheidsprotocol opgesteld. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventuele risico’s worden beperkt. De provincie Groningen beschouwt duisternis en stilte als belangrijke kernkarakteristiek in het Dijkenlandschap. Lichtuitstoot en lawaai verstoren het dag-nachtritme, de oriëntatie en de rust van dieren en tasten de belevingswaarde van duisternis en stilte voor de mens aan. In het bestemmingsplan zijn beschermde regels opgenomen ten aanzien van duisternis (lichtmasten bij paardenbakken, lichtemissie van ligboxstallen, kassen). Tevens wordt in het plangebied geen medewerking verleend voor nieuwvestiging van kwekerijen. Op basis van de landschapsanalyse is geconcludeerd dat door de uitbreiding van het wegennet en spoorlijn het gebied ‘geïsoleerd’ ligt tussen infrastructurele voorzieningen. Deze voorzieningen zorgen in meerdere mate meer voor lichtoverlast dan het beoogde zonnepark. Daarnaast kan worden aangegeven dat het zonnepark zelf geen licht produceert, waardoor geen aantasting plaatsvindt ten aanzien ‘duisternis’.
een onafhankelijk ecoloog, als een ecoloog vanuit de provincie beoordeeld of de beoogde verschraling zich voldoende heeft doorgezet. Indien dit niet het geval is zal specifiek voor de dan geldende situatie een actieplan (aanvullende maatregel) worden opgesteld waarbij inzaaien van laagblijvende bloem en kruidenrijke vegetatie de intentie is. In de bijlage is een uitgebreide verantwoording te lezen van de landschapskenmerken van het gebied en de keuze voor de gekozen landschapsmaatregelen in relatie tot het beleid en ontwerpprincipes. Voor een uitgebreide onderbouwing van de gemaakte keuzes en onderbouwing wordt dan ook naar de bijlagen verwezen. Dit vormt een wezenlijk onderdeel van onderhavige ruimtelijke onderbouwing. In figuur 2.3 is een uitsnede opgenomen van de beoogde ontwikkeling en de landschappelijke inpassing.
Voor het beheer en onderhoud is een plan opgesteld, die als onderdeel is opgenomen van het landschappelijk inpassingsplan. De werkzaamheden zullen door een (derden) partij worden uitgevoerd. Dit bedrijf zal in een later stadium worden gekozen. Voor de robuuste rietkraag zal dit jaarlijks worden bijgehouden. Voor bloem- en kruidenrijk grasland zal het gewas jaarlijks minimaal 3 keer gemaaid worden over een periode van 5 jaar. Na een periode van 5 jaar wordt door zowel
maandag 11 juli 2022
7
2 Gebieds- en projectprofiel Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
Figuur 2.3: Zonnepark Eekerpolder. In bijlage 1 is een grotere weergave gegeven van de landschappelijke inpassing
maandag 11 juli 2022
8
3 Beleid Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
3
Beleid
In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan het relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. duurzaam economisch groeipotentieel 3. sterke en gezonde steden en regio’s 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het realiseren van een zonnepark levert daarmee een belangrijke bijdrage aan een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, welke ook in 2050 CO2 arm is. Specifiek voor zonneparken is aandacht besteed in de Uitvoeringsagenda van de NOVI. Hierin wordt gesproken over de voorkeursvolgorde voor energietransitie (zonneladder), namelijk het realiseren van zonnepanelen op daken en gevels, onbenutte terreinen in bebouwd gebied, landelijk gebied (stortplaatsen etc.) en vervolgens op landbouw- en natuurgronden.
maandag 11 juli 2022
Zoals in paragraaf 3.4 zal worden toegelicht, is het realiseren van zon op daken en/of bebouwd gebied niet voldoende om te kunnen voldoen aan de doelstelling van duurzame energietransitie binnen de gemeente Oldambt. Het realiseren van zonneparken in het landelijk gebied, en in dit geval landbouwgrond, is noodzakelijk. Van belang hierbij is dat de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied niet te veel worden aangetast en de (maatschappelijke) meerwaarde in acht wordt genomen. In paragraaf 2.2 is beschreven hoe met deze principes rekening is gehouden. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in lijn is met de NOVI. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is eind december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn de nationale belangen, die juridische borging vereisen, opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke ruimtelijke plannen. Waddengebied Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 7 kilometer tot de ‘Waddenzee’ en het ‘Waddengebied’. In het kader van ‘externe werking’ dient er wel rekening te worden gehouden met de aanwezige belangen van het Waddengebied. Artikel 2.5.6 (externe werking) Op een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het waddengebied, dat nieuw gebruik of nieuwe bebouwing dan wel een wijziging van bestaand gebruik of bestaande bebouwing mogelijk maakt en daardoor afzonderlijk of in combinatie met ander gebruik of andere bebouwing significante gevolgen kan hebben voor de landschappelijke of cultuurhistorische
kwaliteiten, bedoeld in artikel 2.5.2, zijn de artikelen 2.5.4 en 2.5.5 van overeenkomstige toepassing. Hoewel met dit plan sprake is van een omgevingsvergunning voor afwijken planologie in plaats van een bestemmingsplan voorziet het plan wel in een wijziging van het gebruik. Om deze reden zijn artikel 2.5.4 en 2.5.5 van toepassing. Artikel 2.5.4 (beoordeling) 1. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de Waddenzee en dat gebruik of bebouwing mogelijk maakt, die afzonderlijk of in combinatie met ander gebruik of andere bebouwing significante gevolgen kan hebben voor de landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten, bedoeld in artikel 2.5.2, wordt een beoordeling gemaakt van de gevolgen voor die kwaliteiten van het gebied. 2. De beoordeling kan onderdeel uitmaken van een voor dat bestemmingsplan voorgeschreven milieueffectrapportage of van een passende beoordeling als bedoeld in de Natuurbeschermingswet 1998. 3. Het eerste lid is niet van toepassing indien voor het gebruik of de bebouwing waarop dat voorgenomen bestemmingsplan betrekking heeft, reeds eerder een beoordeling is gemaakt en voor zover een nieuwe beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren omtrent de desbetreffende significante gevolgen. Artikel 2.5.5 («nee, tenzij») 1.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de Waddenzee maakt ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan geen nieuw gebruik of nieuwe bebouwing dan wel wijziging van bestaand gebruik of
9
3 Beleid Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
2.
3.
bestaande bebouwing mogelijk die significante negatieve gevolgen kan hebben voor de landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten, bedoeld in artikel 2.5.2. Als gebruik of bebouwing met significante negatieve gevolgen wordt in ieder geval aangemerkt gebruik dat of bebouwing die de landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten aantast of bedreigt. Het eerste lid is niet van toepassing indien verzekerd is dat: a. sprake is van zwaarwegende redenen van groot openbaar belang, waaronder worden begrepen redenen van sociale of economische aard, argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid of bereikbaarheid of sprake is van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten; b. geen reële alternatieven voor handen zijn voor de noodzakelijk geachte activiteiten, en c. de optredende schade of andere negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt.
Bij het opstellen van het ontwerp en inrichtingsmaatregelen is rekening gehouden met de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het gebied. Gelet op de relatief ruime afstand tot de Waddenzee kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling geen significante gevolgen heeft voor de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van de Waddenzee en Waddengebied. Conclusie Het Barro heeft geen gevolgen voor dit plan, aangezien er geen nationale belangen in het geding zijn en het initiatief zoals beschreven bijdraagt aan een cruciale opgave vanuit het rijksbeleid. 3.1.3
Klimaatakkoord
Op 28 juni 2019 heeft het kabinet- Rutte III het Klimaatakkoord gepresenteerd. Het Klimaatakkoord is een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt. Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen vergeleken met 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 90% afgenomen zijn. Aan de hand van verschillende maatregelen en afspraken met diverse sectoren dienen deze doelen te worden gerealiseerd.
Figuur 3.1: Uitsnede Barro.
maandag 11 juli 2022
Voor energie is de afspraak gemaakt dat in 2030 70% van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen dient te worden gegenereerd. Om dit te bewerkstellingen zijn dertig regio’s benoemd die de ruimte krijgen om te bepalen hoe zij aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord kunnen voldoen. Onderhavige ontwikkeling is in lijn met de afspraken uit het Klimaatakkoord. Het zonnepark voorziet in een periode van 30 jaar voor duurzame (hernieuwbare) energie door middel
van zonne-energie. Het levert daarmee een bijdrage aan de landelijke doelstellingen om de CO2-uitstoot te verminderen. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met het Klimaatakkoord. 3.1.4
Gedragscode zon op land
Op 13 november 2019 hebben negen partijen de Gedragscode Zon op Land getekend. Het gaat om de brancheorganisatie Holland Solar, de vereniging van omwonenden van energieprojecten NLVOW, Energie Samen, Greenpeace, Milieudefensie, Natuur & Milieu, de Natuur en Milieufederaties, Natuurmonumenten, en de Vogelbescherming. Samen vertegenwoordigen deze organisaties meer dan 2 miljoen Nederlanders, 400 energiecoöperaties, 1000 lokale natuur- en milieugroepen, vele bewonersgroepen en 170 bedrijven in de zonne-sector. Met de code erkennen de organisaties dat zon op land nodig is voor het halen van de doelen van de energietransitie. Daarvoor zullen leden van Holland Solar de volgende principes hanteren: 1.
Betrekken van omwonenden in de keuzes over het plan, het ontwerp en de mogelijkheid financieel te participeren. Solarfields heeft de Gedragscode Zon-op-Land van Holland Solar ondertekend en committeert zich hiermee aan de basisprincipes aangaande acceptatie en participatie van grondgebonden zonprojecten. Een zorgvuldige, stapsgewijze manier van communiceren en het betrekken van alle relevante stakeholders op het juiste moment vergroot de kans op acceptatie en voldoende draagvlak voor het project in de omgeving. Voor de ontwikkeling is samen met Coöperatie Eekerpolder een participatieplan opgesteld en dit plan zal als bijlage worden toegevoegd bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning.
10
3 Beleid Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
Solarfields en Coöperatie Eekerpolder zijn in overeenstemming met het Klimaatakkoord en de Gedragscode Zon op Land een samenwerking aangegaan. Onderdeel van deze samenwerking is financiële participatie. Hierdoor kan de lokale bevolking profiteren van de opbrengsten van het zonnepark. 2.
Door een goede locatiekeuze en vormgeving meerwaarde bieden aan de omgeving: de natuur ter plekke zal erop vooruit moeten gaan; omwonenden zullen mee kunnen profiteren. De locatie van het zonnepark is passend binnen de omgeving van het plangebied. Landschappelijk wordt het zonnepark ingepast, zie hiervoor ook paragraaf 2.2. Aanvullend wordt vermeld dat de locatie ook op basis van gemeentelijk beleid passend wordt geacht voor een zonnepark, zie hiervoor ook paragraaf 3.4. In de huidige situatie worden de gronden benut ten behoeve van landbouw en energie-opwerk via windmolens, hierdoor zijn de ecologische waarden van de gronden beperkt. Door de realisatie van een zonnepark is er de mogelijkheid om biodiversiteit in het gebied te versterken. Daarnaast wordt er in overleg met stakeholders gekeken naar de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik. 3.
Zorgen dat het oorspronkelijk grondgebruik desgewenst mogelijk blijft na de levensduur van het zonnepark; zowel planologisch als fysiek (geen afval, vervuiling; goede bodemkwaliteit). Solarfields heeft met de grondeigenaren afspraken gemaakt over het opruimen van het zonnepark en het terugbrengen van de gronden in de oorspronkelijke staat, omdat de grondeigenaren de grond na het verstrijken van de vergunningstermijn weer willen kunnen gebruiken voor agrarische activiteiten. Om die reden zal er voorafgaand aan de realisatie van
maandag 11 juli 2022
het zonnepark een perceelopname en bodemonderzoek worden uitgevoerd, om daarmee de nulsituatie van de gronden vast te leggen. Na het verstrijken van de vergunningstermijn zullen de gronden weer worden hersteld naar de originele situatie. Ter borging van deze afspraken zal er een bankgarantie worden gesteld waar de grondeigenaren aanspraak kunnen maken indien de opruim- en herstelafspraken niet worden nageleefd. Uitgangspunt van de afspraken tussen initiatiefnemer en grondeigenaren is dat de situatie van de gronden na het verwijderen van het zonnepark niet mag verslechteren. Conclusie Initiatiefnemers hebben de Gedragscode Zon-op- ondertekend en hebben in lijn met de Gedragscode afspraken gemaakt met de betrokken grondeigenaren. Hiermee houden ze zich aan de toezeggingen die zijn gedaan vanuit de sector. 3.1.5
Ladder voor duurzame verstedelijking
Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
Per 1 juli 2017 is een nieuwe versie van de ladder van kracht. De toelichting bij een bestemmingsplan (of een ruimtelijke onderbouwing) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient volgens deze nieuwe versie van de ladder een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder voor duurzame verstedelijking is ook van toepassing op initiatieven, die middels een uitgebreide omgevingsprocedure worden toegestaan, zoals in het onderhavige geval aan de orde is. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een zonneweide met een oppervlakte van circa 90 hectare in het landelijk gebied van de gemeente Oldambt. De gronden hebben in de huidige situatie een agrarische bestemming, waarbij de huidige gronden grotendeels (zullen) worden benut ten behoeve van windpark N33. De desbetreffende gronden kunnen op dit moment niet effectief worden gebruikt voor de agrarische bedrijfsvoering. Initiatiefnemers willen daarom graag een nieuwe invulling geven aan het gebied door tussen de windmolens een zonnepark te realiseren, welke bijdraagt aan de transitie naar duurzame energie.
De eerste vraag die moet worden beantwoord, is of de beschreven ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. Dit begrip is gedefinieerd als: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Een zonneweide wordt gelet op deze definitie niet beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. Dit blijkt uit de
11
3 Beleid Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
handreiking van het Rijk en is ook gezien de doelstelling van de ladder begrijpelijk. Immers heeft deze tot doel om leegstand te voorkomen, zie hiervoor ook de uitspraak van 23 januari 2019, 201804681/1/A1.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
Provinciale Staten van de Provincie Groningen hebben op 1 juni 2016 de Provinciale Omgevingsvisie 2016-2020 vastgesteld, waarin het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving is neergelegd. Tegelijkertijd met de Provinciale Omgevingsvisie is de Provinciale Omgevingsverordening vastgesteld. In deze verordening zijn regels vastgelegd om het beleid van de provincie te waarborgen. De Provinciale Omgevingsvisie en de Provinciale Omgevingsverordening zijn meerdere malen gewijzigd en voor het laatste geconsolideerd op 20 februari 2019. Het projectgebied is gelegen binnen de aanduiding ‘buitengebied’ van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie stimuleert de opwek en het gebruik van zonneenergie binnen het buitengebied. Een belangrijk voorwaarde is dat het zonnepark landschappelijk wordt ingepast, waardoor de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd. In paragraaf 2.2 van onderhavig ruimtelijke onderbouwing en bijlage 1 is beschreven dat bij de planontwikkeling rekening is gehouden met de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Conform de visie van de provincie ligt het plangebied niet binnen het NNN. De provincie hanteert de volgende voorkeursvolgorde: 1. aansluitend aan het stedelijk gebied vanaf 1 ha en 2. aangrenzend aan een bouwblok in het buitengebied en 3. los in het buitengebied. De beoogde zonnepark betreft een grootte van circa 90 hectare.
Het zonnepark grenst niet aan stedelijk gebied dan wel
maandag 11 juli 2022
een aangrenzend bouwblok. Voor zonneparken los in het buitengebied dient de gemeente, op basis van een gemeentelijke gebiedsvisie zonne-energie, GS te verzoeken om een locatie aan te wijzen. Uitzondering hierop vormen zonneparken die gesitueerd worden op een gesloten stortplaats, een voormalig slibdepot, of een bedrijfsterrein ten behoeve van gaswinning en gastransport. In paragraaf 3.4 is het beleidskader voor zonneparken binnen de gemeente Oldambt beschreven. Hieruit blijkt dat de locatie in het beleidskader is aangewezen als kansgebied voor een zonnepark. Voor de uitwerking hiervan wordt verwezen naar paragraaf 3.4. Naast bovenstaande voorwaarden is het provinciaal beleid ten aanzien van zonneparken nader geconcretiseerd in de Omgevingsverordening. De provinciale regels voor zonneparken zijn vastgelegd in afdeling 2.21 Zonneparken van de Omgevingsverordening. Artikel 2.42.1 Zonneparken 1. Een bestemmingsplan voorziet niet in de plaatsing van zonneparken. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan voorzien in het plaatsen van zonneparken voor een periode van maximaal 30 jaar: a. binnen het stedelijk gebied; b.
aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied indien het zonnepark ruimtelijk ondergeschikt is aan het aangrenzende bestaand stedelijk gebied, en de omvang van het zonnepark kleiner is dan 10.000 m² en de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke, of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur; c. aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied indien het zonnepark ruimtelijk ondergeschikt is aan het aangrenzende bestaand stedelijk gebied, en de
3.
omvang van het zonnepark groter is dan 10.000 m² en de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur; d. binnen een bouwvlak in het buitengebied en/of daaraan aansluitend, mits het zonnepark zich ruimtelijk manifesteert als een hecht geheel met het bouwvlak en daar qua maatvoering ondergeschikt aan is, en de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur; e. op een voormalig slibdepot, op een bedrijfsterrein ten behoeve van gaswinning en gastransport, of op een gesloten stortplaats als de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur; f. op door Gedeputeerde Staten, op basis van een gemeentelijke gebiedsvisie zonne-energie aangewezen locaties en de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur. Aan de omvang, situering, en inrichting van het zonnepark als bedoeld in het tweede lid, dient een inrichtingsplan ten grondslag te liggen, waarbij in ieder geval rekening is gehouden met achtereenvolgens: a. de historisch gegroeide landschapsstructuur; b.
de afstand tot andere ruimtelijke elementen; c. een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de voorzieningen voor de opwekking van zonne-energie.
12
3 Beleid Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
4.
5.
Het bestemmingsplan biedt inzicht in de mogelijkheid voor omwonenden om te participeren in de ontwikkeling en opbrengst van het zonnepark. Het tweede lid is niet van toepassing voor zover het bestemmingsplan betrekking heeft op het op kaart 6 aangegeven 'NNN-beheergebieden', 'NNN-natuurgebieden', 'NNN-beheer aanpassingsgebied', 'NNN-natuur aanpassingsgebied', het 'Zoekgebied robuuste verbindingszone' of de 'bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland'.
De Verordening biedt de ruimte voor de exploitatie van zonneparken voor een maximale periode van 30 jaar op grond van het tweede lid van artikel 2.42.1. Het zonnepark is gesitueerd binnen het buitengebied op basis van de provinciale omgevingsverordening. Toelichting op lid 2 In artikel 2.42.1 zijn regels opgenomen voor het realiseren van zonneparken. Het beleid is erop gericht dat zonneparken los in het buitengebied alleen kunnen worden gerealiseerd op door GS aangewezen locaties op basis van een gemeentelijke gebiedsvisie voor zonne-energie. In een dergelijke visie wijst de gemeente aan de hand van een gebiedsanalyse de locaties of gebieden aan die in beginsel geschikt kunnen worden geacht voor het realiseren van zonneparken. Een uitzondering hierop is geformuleerd voor zonneparken die gesitueerd worden op een gesloten stortplaats, een voormalig slibdepot of een bedrijfsterrein ten behoeve van gaswinning en gastransport (artikel 2.42.1, tweede lid, onder e, van de Omgevingsverordening). Voor deze hierboven genoemde locaties behoeft dit niet te berusten op een gemeentelijke gebiedsvisie voor zonneparken. Voor onderhavig plan is een aanwijzingsbesluit genomen door Gedeputeerde Staten op 7 juni 2022. GS hebben besloten de locatie Eekerpolder fase 2 in de gemeente Oldambt
maandag 11 juli 2022
aan te wijzen voor het plaatsen van een zonnepark met een omvang van 89,6 ha voor de duur van maximaal 30 jaar. In paragraaf 3.4 is te lezen dat binnen de gemeente Oldambt een visie is vastgesteld ten behoeve van het realiseren van zonneparken, het programma zon en wind. Voor een toelichting op deze eis wordt verwezen naar paragraaf 3.4. Uit de gemeentelijke beleidsvisie blijkt dat onderhavige locatie een kansrijke locatie is voor de opwekking naar duurzame energie, na een uitgebreide landschappelijke analyse. Daarnaast is de locatie eveneens geschikt voor de opwekking van duurzame energie in verband met soortgelijke ontwikkelingen binnen- en nabij het plangebied (zonnepark Midden-Groningen en windpark N33). Verder is locatie ver gelegen van nabijgelegen woningen en wordt het gebied gekenmerkt door de aanwezige infrastructurele voorzieningen. Toelichting op lid 3 De landschappelijke inpassing is gebaseerd op de landschappelijke studie die is verricht naar aanleiding van onderhavig project (zie bijlage 1). Hierbij is rekening gehouden met verschillende relevante beleidskaders. Het ontwerp van het zonnepark is tot stand gekomen via diverse maatwerkgesprekken tussen Solarfields, coöperatie Eekerpolder, provincie Groningen en de gemeenten Oldambt en Midden-Groningen.
Concreet zijn de volgende maatregelen voorgesteld: Vanuit landschappelijke en praktische overwegingen is het wenselijk om de oriëntatie van de panelen zo eenduidig mogelijk te houden, zodat enerzijds een rechte rooilijn kan worden gemaakt en anderzijds vertanding langs zichtbare zijdes kan worden voorkomen. Om een logische aansluiting bij omliggend gebied te maken is hiervoor de bestaande verkavelingsrichting haaks de Eekerweg gevolgd wat resulteert in een zuid opstelling.
Als onderdeel van de landschappelijke inpassing is voorgesteld langs de zuidelijke grens een informele bomenrij aan te planten. De bomenrij is vooral op de spoorlijn gericht en bedoeld als tegenwicht voor de al aanwezige rij ten zuiden hiervan. Als onderdeel van de landschappelijke inpassing wordt langs de noordrand van het plangebied en binnenrand van de scheg een brede watergang voorzien waar zich een robuuste rietkraag kan ontwikkelen. De al aanwezige watergangen langs de randen van de locatie worden eveneens ontwikkeld met rietkragen om een eenduidige groene overgangszone te maken. De rietkragen scheren door het landschap, wat goed te zien zal zijn vanuit de trein en vanaf de dijk langs het Winschoterdiep. Jaarlijks eenzijdig schonen, waarbij een kort rietgewas kan blijven staan, verfraait niet alleen het landschap, maar bied ook beschutting aan rietvogels en nachtvlinders. Deze maatregel dient de afwisseling van het landschap als natuurwaarden zeer. Het plaatsen van een hekwerk is noodzakelijk om het park verzekerd te krijgen. Ter afscheiding openbaar terrein en zonnepark wordt langs de binnenranden van de watergangen een staafmathekwerk geplaatst. Er is gekozen voor een donkere kleurstelling om aansluiting te vinden bij de industriële uitstraling van de zonnepanelen. Om migratie van klein fauna niet te benadelen wordt vanaf maaiveld ca. 10-20 cm vrijgehouden.
Aan de westkant van het gebied, waar de Eekerweg de dijk van het Winschoterdiep raakt, wordt een pleisterplaats ingericht. Hier is ruimte voor fietsers en wandelaars om te pauzeren en wordt tevens informatie verschaft over de nut en noodzaak, afmetingen, opbrengsten, ontwerpgedachte en meerwaarde van het zonnepark. De provincie Groningen beschouwt duisternis en stilte als belangrijke kernkarakteristiek in het Dijkenlandschap.
13
3 Beleid Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
Lichtuitstoot en lawaai verstoren het dag-nachtritme, de oriëntatie en de rust van dieren en tasten de belevingswaarde van duisternis en stilte voor de mens aan. In het bestemmingsplan zijn beschermde regels opgenomen ten aanzien van duisternis (lichtmasten bij paardenbakken, lichtemissie van ligboxstallen, kassen). Tevens wordt in het plangebied geen medewerking verleend voor nieuwvestiging van kwekerijen. Op basis van de landschapsanalyse is geconcludeerd dat door de uitbreiding van het wegennet en spoorlijn het gebied ‘geïsoleerd’ ligt tussen infrastructurele voorzieningen. Deze voorzieningen zorgen in meerdere mate meer voor lichtoverlast dan het beoogde zonnepark. Daarnaast kan worden aangegeven dat het zonnepark zelf geen licht produceert, waardoor geen aantasting plaatsvindt ten aanzien ‘duisternis’. Hierbij is rekening gehouden met de aanwezige landschapsstructuur, afstand tot andere ruimtelijke elementen waarbij rekening is gehouden met in de omgeving passende maatvoering voor de opwekking van zonne-energie. Voor een uitgebreide toelichting op de landschappelijke waarden en kenmerken wordt verwezen naar paragraaf 2.2 van onderhavige toelichting en bijlage 1 landschappelijke inpassingsplan. Toelichting op lid 4 Verder biedt initiatiefnemer de mogelijkheid voor omwonenden om te participeren bij de realisatie en onderhoud van het zonnepark.
Separaat aan onderhavige ruimtelijke onderbouwing is een participatieplan opgesteld waarin onder andere ook de mogelijkheden voor financiële participatie is uitgewerkt. Voor een uitgebreide toelichting op de participatiemogelijkheden wordt verwezen naar het participatieplan. Hieronder worden de belangrijkste conclusies weergegeven.
maandag 11 juli 2022
Voor het traject kan participatie worden onderscheiden in drie vormen: 1 en 2. Communicatie en participatieproces Voor een succesvolle ontwikkeling is het van belang dat de omgeving goed geïnformeerd wordt en zich goed geïnformeerd voelt. Belanghebbenden en geïnteresseerden worden tijdens de ontwikkeling, bouw en exploitatie op de hoogte gehouden van de plannen en ontwikkelingen. De boodschap is gericht op inspraak en samenwerking. In Oldambt is er uitgebreid gecommuniceerd over het initiatief. Vanwege de coronamaatregelen was het vaak niet mogelijk om fysieke afspraken en bijeenkomsten te organiseren. Er is daarom intensief gecommuniceerd via o.a. lokale media, flyers en email. Toen de maatregelen het toestonden zijn er twee bewonersavonden georganiseerd. Vóór het aanvragen van de vergunning vindt er een eindpresentatie plaats en wordt er een laatste keer feedback opgehaald over de gemaakte plannen. Hiervan wordt een verslag gemaakt voor terugkoppeling via de nieuwsbrief. Hierdoor is de omgeving goed op de hoogte van de plannen en komen zij straks niet voor verassingen te staan. De eindpresentatie vindt plaats via een advertentie en digitale media. Participatie houdt niet op na aanvraag van de omgevingsvergunning van het park. Ook hiermee is in het participatieplan rekening gehouden met het vervolg.
Zo zal de omgeving op de hoogte worden gehouden over de terinzagelegging en vergunningsproces. Bij de opening van het park zal er een feestelijk evenement gehouden worden voor alle betrokke-
nen. Verder zal ook na één jaar na opening van het zonnepark een bewonersenquête worden gehouden met als doel reflectie en evaluatie. 3. Financiële participatie. Lokaal eigendom in duurzame energieprojecten is een belangrijk streven in de energietransitie in Nederland. Het creeert draagvlak voor duurzame energie en leidt tot goed ingepaste zonneparken met voordelen voor de omgeving. Ook voor de bewoners, dorpsraden en energiecoöperaties in de omgeving van Eekerpolder is lokaal eigendom een belangrijke voorwaarde; dit vanwege het gelijkwaardige zeggenschap en de eerlijke verdeling van de lusten en lasten. Solarfields en Coöperatie Eekerpolder werken vanaf het begin af aan samen aan de ontwikkeling om deze gelijkwaardigheid te waarborgen. Coöperatie Eekerpolder neemt als mede eigenaar met Solarfields deel in het zonnepark. Voor een uitgebreide toelichting op de participatiemogelijkheden en proces wordt verwezen naar het participatieplan. Toelichting op lid 5 Het zonnepark is niet gelegen in een NNN-gebied dan wel een ander natuurgebied. Conclusie provinciaal beleid Geconcludeerd kan worden dat het initiatief in lijn is met de provinciale omgevingsvisie en omgevingsverordening.
14
3 Beleid Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale Energiestrategie Groningen
Op 28 juni 2019 publiceerde het kabinet het Klimaatakkoord: de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015). In 2030 dient de CO2-uitstoot sterk te worden verminderd: in 2030 met de helft ten opzichte van 1990. Eén van de afspraken is dat 30 energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. In een Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft elke energieregio zijn eigen keuzes. De gemeente Oldambt is samen met de overige gemeenten binnen Groningen, provincie Groningen en de waterschappen Noorderzijlvest en Hunze en
Aa’s samengevoegd in de Regionale Energiestrategie Groningen. RES 1.0 De RES 1.0 Groningen is de energiestrategie van de Groninger gemeenten, de waterschappen Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s en de provincie Groningen in samenwerking met verschillende stakeholders. Deze RES 1.0 is opgesteld in vervolg op de concept-RES (juni 2020). In de RES 1.0 zijn de gegevens in de concept-RES geactualiseerd. Daarnaast zijn thema’s in kaart gebracht waarop in de toekomst samenwerkingen en afspraken zijn gemaakt.
De RES 1.0 is gebaseerd op bestaand beleid en vastgestelde ambities. Om tot het beleid en de ambities te komen, hebben de individuele organisaties participatietrajecten doorlopen met inwoners en stakeholders. Tweejaarlijks zal de RES worden vernieuwd. Op 29 juni 2021 heeft de gemeenteraad van Oldambt de RES 1.0 vastgesteld (met amendement). Op 1 juli is het document aan de landelijke RES-organisatie aangeboden. In deze RES 1.0 doen de Groningse gemeenten samen met de twee waterschappen en de provincie het aanbod om vanaf 2030 via zonne- en windparken jaarlijks tenminste
Figuur 3.2 Uitsnede RES 1.0
maandag 11 juli 2022
15
3 Beleid Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
5,7 TWh aan duurzame elektriciteit te zullen opwekken. Bij deze opgave is rekening gehouden dat een aantal van bestaande plannen en ambities mogelijk niet doorgaan (totaal 6,4 TWh). Het bod is de optelling van de reeds gerealiseerde projecten plus de in de achterliggende jaren door gemeenten vastgestelde beleidskaders voor nieuwe zonne- en windparken, waarbij participatietrajecten met inwoners en belanghebbenden zijn doorlopen. Ten behoeve van het aanbod in de RES zijn dus geen nieuwe locaties aangewezen. Om aan de gevraagde ambitie te kunnen voldoen, is de opgave verdeeld over de verschillende gemeenten, zie hiervoor ook figuur 3.1. Uit de tabel is te herleiden dat de totale opgave voor de gemeente Oldambt 0,16 TWh bedraagt. Uit de RES 1.0 is verder beschreven dat de locaties voor zonneparken door gemeente worden bepaald (zie hiervoor ook paragraaf 3.4). Onderhavige ontwikkeling kan hieraan een belangrijke bijdrage leveren om te kunnen voldoen aan de ambities uit de RES 1.0. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in lijn is met de RES 1.0.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie 2017 Oldambt
In de Toekomstvisie ‘Oldambt, grenzeloos Goûd!’ is aangegeven dat de daarin genoemde ambities worden uitgewerkt en geconcretiseerd. Met de Omgevingsvisie is het mogelijk om te komen tot concretisering op het fysieke domein, waarbij ook de gevolgen van ontwikkelingen in het sociaal domein die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving zijn meegenomen. Om goed de vertaling naar het Omgevingsplan te kunnen maken zijn in deze visie de volgende vragen beantwoordt:
maandag 11 juli 2022
Hoe zorgen we er als gemeente voor dat het beleid tot uitvoering komt? Hoe kunnen we als gemeente dit samen met andere partijen tot uitvoering laten komen? Hoe sturen we als gemeente nieuwe ontwikkelingen? Doen we dit zelf als gemeente? Of leggen we als gemeente het initiatief en de verantwoordelijkheid (meer) bij de maatschappij? En wat willen we als gemeente in ieder geval niet?
In de Omgevingsvisie is opgenomen dat het thema energietransitie in de gemeente erg leeft. De gemeente wil energietransitie stimuleren en inzetten op duurzaamheid. Dit betekent ook dat de energieconsumptie omlaag moet. Bijvoorbeeld door de woningen beter te isoleren. In 2020 is de ambitie gezet op een energiebesparing van 20% te realiseren ten opzichte van het verbruik in 1990. Naast energiebesparing wil de gemeente de duurzame energieopties binnen de gemeente vergroten. Met de nadruk op zonne-energie, biomassa en aardwarmte/KWO. Grootschalige windturbineparken zijn niet gewenst binnen de gemeente. In de Omgevingsvisie wordt beschreven dat het een gemeentelijke doelstelling is om locaties aan te wijzen waar in totaal 100 hectare aan zonne-energie kan worden ontwikkeld. Zonneparken en kleine windmolens (as-hoogte tot 15 meter) vullen elkaar aan vanwege de spreiding van opwekking en constante levering. De gemeente wil ruimte bieden aan zonneparken en kleine windmolens zonder de landschappelijke waarden aan te tasten. 3.4.2
Programma zon en wind 1.0 (versie november 2021)
In de geldende gemeentelijke Omgevingsvisie is aangegeven dat er een visie wordt opgesteld voor de inpassing van zonnevelden, zie ook paragraaf 3.4.1. Om invulling te kunnen geven aan de ambitie van het college en raad van Oldambt
om voor 2030 100 hectare zon te realiseren binnen de gemeente is een Programma zon en wind opgesteld. Dit programma vormt het beleidskader waarmee initiatieven met betrekking tot het realiseren van zonnevelden en of kleine windmolens kunnen worden getoetst en beoordeeld op haalbaarheid. De ambitie van Oldambt is om te gaan voor een combinatie van ‘zon op daken’ met (grootschalige) zonneparken en kleine windmolens op boerenerven. De gemeente wil meewerken aan de realisatie van 100 hectare zonneparken tot 2030. Met die 100 hectare kan de gemeente voorzien in het energieverbruik van de gebouwde omgeving. Dat zijn alle woningen, winkels en maatschappelijke gebouwen van Oldambt. In 2017 verbruikten deze gebouwen ongeveer 0,11 terrawattuur (TWh) aan energie. En dat is vergelijkbaar met de opbrengst van ongeveer 100 hectare aan zonnevelden. Daarmee is het beleid voorlopig gericht op de energiebehoefte van het eigen grondgebied. De gemeente heeft uitgebreid landschappelijk onderzoek gedaan naar potentiële locaties voor duurzame energieopwekking. Het landschap kent verschillende schaalniveaus. Per schaalniveau is gekeken hoe het bestaande landschap kan worden aangepast of in op welke manier zonnevelden kunnen worden ingepast zonder dat de kenmerkende landschappen verloren gaan.
Daarbij is ook onderzocht in hoeverre een dergelijke ontwikkeling zou kunnen bijdragen aan de totale opgave van 100 hectare aan zonnevelden tot 2030. Figuur 3.3 laat de kansrijke locaties zien voor de opwekking van zonne-energie in Oldambt. Deze kaart is de uitkomst van de ruimtelijke verkenning die is uitgevoerd. Belangrijke kanttekening bij deze kaart is dat er bij de groene plussen mogelijk ruimte is voor zonne-energie. Dat betekent niet per definitie dat het volledige gebied gebruikt wordt voor de opwekking van zonne-energie.
16
3 Beleid Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Eekerpolder
Initiatieven die binnenkomen worden getoetst volgens onderstaand stappenplan: 1.
Het initiatief moet een bijdrage leveren aan de opgave tot 2030. We willen liever één groot park goed ingebed dan vele verspreide parken. Onderhavige ontwikkeling sluit aan op bestaande ontwikkelingen. Zo is ten zuiden van de Eekerweg in 2020 reeds een vergunning verleend voor het zonnepark (grondgebied gemeente Midden-Groningen). Het beoogde zonnepark zal landschappelijk op elkaar aansluiten. Daarnaast wordt het gebied al reeds gekenmerkt voor duurzame energie vanwege het windpark N33. De ambitie van de gemeente Oldambt om ‘versnippering’ van parken te voorkomen wordt hiermee behaald. Uit de resultaten van de vragenlijst onder inwoners komt naar voren dat Oldambtsters het belangrijk vinden om energie op een duurzame manier op te wekken. Zij zien dat het liefst gebeuren met zonne-energie of met een combinatie van winden zonne-energie. Andere genoemde geschikte locaties voor zonneparken zijn industrie- of bedrijventerreinen, oude NAMlocaties, langs een snelweg, N-weg of spoorlijn of vlakbij hoogspanningsmasten. Onderhavige locatie voldoet hieraan doordat het zonnepark wordt opgericht onder en nabij de windmolens van windpark N33. Daarnaast wordt het gebied gekenmerkt door de infrastructurele voorzieningen (spoorlijn en N33). De locatie is daarnaast ver gelegen van woningen, waardoor direct zicht op het zonnepark vanuit woningen kan worden voorkomen. 2.
De locatie van het initiatief moet geschikt zijn en getoetst aan de voorwaarden die zijn beschreven in de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 (zie hieronder). In bijlage 01 van het landschappelijke inpassingsplan (bijlage 1, ruimtelijke onderbouwing) is een tabel opgenomen waarin
maandag 11 juli 2022
per onderdeel is getoetst aan de algemene toetsingscriteria zonneparken. De toetsingscriteria zien toe op een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing. Per onderdeel is toegelicht hoe hieraan wordt voldaan. De conclusie is dat aan elk onderdeel van toetsingscriteria 5.2 kan worden voldaan. Voor een nadere uitwerking hiervan wordt verwezen naar de bijlagen. Toetsingscriteria 5.3 betreffen aanvullende criteria voor zonneparken grenzend aan dorpsbebouwing. Het meest nabijgelegen dorp betreft Scheemda op een afstand van circa 2 kilometer. Gelet op de ruime afstand heeft het zonnepark geen invloed op de ruimtelijke invloedssfeer van het dorp. Voor de afrastering en de directe omgeving van het zonnepark gelden de volgende toetsingscriteria: In de directe omgeving van het zonnepark is ruimte voor natuur, flora en fauna. De grootte hiervan staat in verhouding tot het zonnepark. Minimaal 25 procent van de totale oppervlakte van het zonnepark moet voor natuur worden gereserveerd. De afrastering van het zonnepark is maatwerk. De gemeente heeft een voorkeur voor sloten, heggen. Solarfields is aangesloten bij de Gedragscode Zon op Land van Holland Solar. Hiermee committeert initiatiefnemer zich aan het principe 25% van het projectgebied onbedekt te laten. Verzekeringstechnisch dient langs de randen te worden voorzien in een hekwerk.
Er is gekozen voor een gelast stalen uitvoering met grofmazige openingen. Het hekwerk zal ca. 20cm boven maaiveld worden geplaatst t.b.v. de doorgang klein fauna. Om het beeld te verzachten wordt parallel hieraan een watergang gegraven waar zich robuuste rietkragen kunnen ontwikkelen.
Toetsingscriteria 5.4 en 5.5 betreffen criteria voor windmolens. Dit is voor onderhavige initiatief niet relevant en wordt derhalve buiten beschouwing gelaten. 3.
De initiatiefnemer heeft zich ingespannen om draagvlak te creëren en te vergroten. Voor onderhavig plan heeft initiatiefnemer in overeenstemming met de Gedragscode Zon op Land een participatieplan opgesteld. Dit zal als separate document worden toegevoegd aan de aanvraag. Het participatieplan bestaat uit twee onderdelen conform het gemeentelijk beleid: 1. De procesparticipatie: bijvoorbeeld consulterende gesprekken met belanghebbenden, het opzetten van een klankbordgroep, het organiseren van discussies, informatieavonden of ontwerpateliers en het inrichten van een goed en transparant systeem voor het behandelen van vragen en klachten. 2. De projectparticipatie: bijvoorbeeld financiële deelneming met een postcoderoos, energiecoöperatie of een omwonendenregeling. Procesparticipatie Voor een succesvolle ontwikkeling is het van belang dat de omgeving goed geïnformeerd wordt en zich goed geïnformeerd voelt. Belanghebbenden en geïnteresseerden worden tijdens de ontwikkeling, bouw en exploitatie op de hoogte gehouden van de plannen en ontwikkelingen. De boodschap is gericht op inspraak en samenwerking. In Oldambt is er uitgebreid gecommuniceerd over het initiatief. Vanwege de coronamaatregelen was het vaak niet mogelijk om fysieke afspraken en bijeenkomsten te organiseren. Er is daarom intensief gecommuniceerd via o.a. lokale media, flyers en email.