7c.1 Het vast te stellen bestemmingsplan
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN BEERTA, FINSTERWOLDE, DRIEBORG, NIEUW BEERTA, GANZEDIJK, HONGERIGE WOLF, HEILIGERLEE EN WESTERLEE
ORDITO.NL
BESTEMMINGSPLAN BEERTA, FINSTERWOLDE, DRIEBORG, NIEUW BEERTA, GANZEDIJK, HONGERIGE WOLF, HEILIGERLEE EN WESTERLEE GEMEENTE OLDAMBT Planstatus
Vastgesteld
Datum
06 - 09 - 2021
Plan identificatie
NL.IMRO.1895.23BP001-0401
Auteur(s)
Zoë Zeegers
Ordito b.v.
E
info@ordito.nl
Postbus 94
T
0161 801 022
5126 ZH
I
www.ordito.nl
Gilze
KVK
54811554
TOELICHTING
|1
1.
Inleiding
2
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding en doel Plangebied Vigerende bestemmingsplannen Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
2 2 3 4 4
2.
Beleidskader
5
2.1 2.2 2.3
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
5 7 10
3.
Bestaande situatie
16
3.1 3.2
Ontstaansgeschiedenis Bestaande situatie
16 16
4.
Toekomstige situatie
19
5.
Omgevingsaspecten
24
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Stikstof Water
24 25 26 27 28 29 29 31 32
6.
Juridische aspecten
34
6.1 6.2
Algemeen Bestemmingsregels
34 34
7.
Uitvoerbaarheid
43
7.1 7.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
43 43
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|2
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
De planologische regelingen van de dorpen Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee zijn vastgesteld in verschillende bestemmingsplannen. De vigerende bestemmingsplannen kennen een verouderde planologische regeling, die niet in overeenstemming is met het actuele ruimtelijke beleid. Mede gelet op de toekomstige Omgevingswet is het wenselijk om binnen de gemeente Oldambt tot een eenduidige planologische regeling te komen. Onderhavig bestemmingsplan is vooral conserverend van aard, waarbij de vigerende bestemmingsregels in overeenstemming worden gebracht met het actuele ruimtelijke beleid en de feitelijke situatie. Er zijn geen grote ontwikkelingen die in het nieuwe plan rechtstreeks mogelijk gemaakt worden. Er zijn een paar uitzonderingen die verderop in de toelichting worden toegelicht. In de afgelopen jaren zijn voor een aantal locaties in het plangebied omgevingsvergunningen afgegeven. De op grond hiervan inmiddels gerealiseerde (bouw-)plannen worden in onderhavig bestemmingsplan geformaliseerd.
1.2
Plangebied
Het plangebied omvat de dorpen Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee in de gemeente Oldambt. In onderstaand figuur is de ligging van de dorpen globaal weergegeven.
Figuur 1 Globale ligging van de dorpen
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|3
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Op dit moment gelden de volgende bestemmingsplannen: • Bestemmingsplan Beerta, vastgesteld op 28 september 2011; • Bestemmingsplan Finsterwolde, Drieborg, Ganzedijk / Hongerige Wolf, vastgesteld op 26 juli 2013; • Een deel van het Bestemmingsplan Buitengebied Oldambt, vastgesteld op 20 maart 2013; • Bestemmingsplan Heiligerlee en Westerlee, vastgesteld op 18 april 2012. Verder zijn er nog een aantal omgevingsvergunningen afgegeven in de afgelopen jaren. De op grond hiervan (in de meeste gevallen) gerealiseerde (bouw-)plannen worden in onderhavig bestemmingsplan meegenomen. Het gaat (voor zover hier relevant) om de volgende plannen: •
• • • • • • • • • •
• • • • • • • • • • • •
Rozenstraat 2 Beerta, het veranderen van de plattegronden en de gevels van een kantoorgebouw tot woongebouw met dagbesteding, het plaatsen muziekkoepel en een erfafscheiding, 2-9-2011; Hannie Schaftstraat 21 Beerta, het vergroten van de woning, 22-5-2013; Nassaulaan 1 Heiligerlee, het realiseren van 6 woningen (2-onder-1-kap en 4 rijtjeswoningen), 11-11-2013; Oostlaan 1 Nieuw Beerta, het verbouwen van een dorpshuis tot woongebouw, atelier en expositieruimte, 22-5-2014; Dillenburglaan Heiligerlee, het bouwen van vier halfvrijstaande woningen, 17-12-2014; Vredesplein 9 Beerta, het realiseren van twee woningen in een bestaand bedrijfspand, 2-72015; Bospad 3 Finsterwolde, het bouwen van een garagebedrijf met kantoor, 20-1-2016; Hoofdweg 99 Finsterwolde, het realiseren van een woning, 28-1-2016; Provincialeweg 14 Heiligerlee, het bouwen van vijf woningen, 19-4-2016; Hoofdweg 94 Westerlee, het realiseren van een woning en vijf zorgappartementen in een voormalig schoolgebouw, 19-1-2017; Goldhoorn 13 Finsterwolde, het realiseren van een bedrijf voor in- en verkoop van machines ten behoeve van tuin, park en landbouw, alsmede voor onderhoud en reparatie van deze machines, 17-2-2017; Dillenburglaan 1 Heiligerlee, het bouwen van twee woningen (2/1 kap), 4-4-2017; Julianastraat 2 Beerta, het uitbreiden van een woning, 26-4-2017; Vendelstraat 22 Heiligerlee, het realiseren van een woning in
een bestaand pand, 12-52017; Klinkerweg 52 Finsterwolde, het gebruiken van het perceel en de bebouwing voor (enkel) wonen/bewoning, 6-6-2017; Oudeweg 2 Drieborg, het bouwen van kleedkamers, 13-7-2017; Hoofdweg 209 Westerlee, het realiseren van een bed&breakfast en cursus- en atelierruimte, 8-11-2017; Oude Hornweg 20 Heiligerlee, het bouwen van een vrijstaande woning, 15-11-2017; Hoethslaan 29 Heiligerlee, het bouwen van een woning, 30-11-2017; Hoofdweg 182 Finsterwolde, het realiseren van een horeca inrichting, 17-1-2018; Julianastraat 46 Beerta, het bouwen van een vrijstaande woning, 22-11-2018; Loopbruglaan 5 Heiligerlee, het af-/verbouwen van een woon-/winkelpand tot twee vrijstaande woningen, 4-12-2018; Hoofdweg 128 Westerlee, het vergroten van het dorpshuis, 7-12-2018;
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|4
• • • • •
1.4
Kloosterlaan 4 Heiligerlee, het bouwen van 10 woningen, 26-4-2019; Hoofdweg 84 Finsterwolde, het realiseren van een retraitehuis, 6-5-2019; Hongerige Wolf 14 Finsterwolde, het afwijken van het bestemmingsplan voor het gebruik van het pand enkel voor bewoning (Wonen), 20-9-2019; Ganzedijk 42 Finsterwolde, het bouwen van een buurthuis, 23-10-2019; Westerlee Tranendallaan, door middel van het plan van wijziging (wijzigingsplan) wordt planologische medewerking verleend aan de bouw van een woning aan de Tranendallaan in Westerlee. Het gaat om een braakliggend terrein aan de Tranendallaan naast nummer 2a. In het voorheen geldende bestemmingsplan was een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de bouw van één woning, 14-09-2021.
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: •
Planregels: In de planregels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is.
•
Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
•
Verbeelding: De verbeelding geeft het plangebied weer met desbetreffende bestemmingen en aanduidingen.
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van de toelichting wordt het vigerend beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau besproken. In hoofdstuk 3 wordt de bestaande situatie omschreven met de ruimtelijke kenmerken van de verschillende dorpen. In het vierde hoofdstuk worden de planuitgangspunten voor de toekomstige situatie beschreven. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de omgevingsaspecten behandeld. In hoofdstuk 6 worden de juridische aspecten toegelicht. Tenslotte wordt in hoofdstuk 7 de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven.
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|5
2.
BELEIDSKADER
2.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld.
Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan: Met onderhavig conserverend bestemmingsplan zijn geen nationale belangen in het geding. Ten aanzien van de Nationale Omgevingsvisie zijn er geen bepalingen opgenomen in het bestemmingsplan. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, prioriteit stelt aan investeringen en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Het Rijk voert dit samen met andere overheden uit. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid.
Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; • Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven.
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|6
Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan: Met onderhavig conserverend bestemmingsplan zijn geen nationale belangen in het geding. Ten aanzien van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte zijn er geen bepalingen opgenomen in het bestemmingsplan. Besluit algemene regel ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Hierdoor wordt van de regelgeving verwacht dat de inhoud doorwerkt op de ruimtelijke besluitvorming op gemeentelijke niveau. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin deze kaderstellende wetgeving. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: • Project Mainportontwikkeling Rotterdam; • Kustfundament; • Grote rivieren; • Waddenzee en waddengebied; • Defensie; • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; • Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan Langs de noordrand van het dorp Hongerige Wolf ligt een nationale leidingstrook (hierna SVBstrook). Deze leiding maakt deel uit van een landelijk hoofdnetwerk van leidingen die zijn bestemd voor het vervoer van aardgas, voor zover die leiding een druk heeft van ten minste 40 bar en een diameter heeft van ten minste 45,7 centimeter, of gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit externe veiligheid buisleidingen, anders dan aardgas. Met onderhavig conserverend bestemmingsplan zijn geen nationale belangen in geding. Ter bescherming van de leiding is de dubbelbestemming ‘Leiding – Leidingstrook’ opgenomen. Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijk ordening (Bro) – de Ladder voor duurzame verstedelijking – geldt, voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden.
Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is herzien en per 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijk in werking getreden. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van het Bro gedefinieerd als: “een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is.
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|7
Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan: Aangezien onderhavig bestemmingsplan conserverend van aard is en voor zover nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de aanwezige ontwikkelingsruimte van functies betreft, is het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijk niet noodzakelijk.
2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie De Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 vormt de basis voor de meeste plannen die de provincie Groningen de komende jaren gaat maken. Hierin staat het provinciale omgevingsbeleid rondom milieu, verkeer en vervoer, water en ruimtelijke ordening. Er zijn zes grote opgaven waar de provincie de komende jaren in het bijzonder aan werkt: leefbaarheid, circulaire economie, gaswinning, waddengebied, energietransitie en erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap. De Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 is op 1 juni 2016 vastgesteld door de Provinciale Staten. In de geactualiseerde versie van de Omgevingsvisie zijn de wijzigingen ten gevolge van de actualisatie in 2019 verwerkt. De Omgevingsvisie bevat uitgangspunten en strategische keuzes en informeert de bestuurlijke en maatschappelijke partners over de provinciale ambities, verwachtingen en doelen op deze ‘belangen’. De Omgevingsvisie is zodoende een kaderstellend document voor de uitwerking van het beleid op deelterreinen door de provincie zelf en door gemeenten en waterschappen. Omgevingsverordening Op 6 februari 2019 is de Omgevingsverordening Provincie Groningen 2018 geactualiseerd en vastgesteld. Op 20 februari 2019 is de Omgevingsverordening geconsolideerd vastgesteld en op 3 februari 2021 is de Actualisatie Omgevingsverordening provincie Groningen 2020 vastgesteld.
De Omgevingsverordening zorgt voor de juridische waarborging van het in de Omgevingsvisie beschreven beleid ten aanzien van de fysieke leefomgeving in de provincie Groningen. De regels in de Omgevingsverordening richten zich op thema's zoals ruimtelijke ordening, water, mobiliteit en milieu. Door middel van diverse kaartbladen behorende bij de verordening, is te achterhalen welke regels waar gelden. Daarnaast bevat de verordening algemene regels. Specifiek voor dit plan zijn de volgende onderwerpen van belang: Bescherming beeldbepalende en/of karakteristieke gebouwen (artikel 2.9.1) Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het aardbevingsgebied stelt regels ter bescherming van de hoofdvorm van de karakteristieke en beeldbepalende gebouwen. Vertaling in onderhavig bestemmingsplan: De gemeente is op basis van de Omgevingsverordening aangewezen als aardbevingsgebied. Er is een inventarisatie gemaakt van de beeldbepalende en/of karakteristieke panden (zie hoofdstuk 4, paragraaf ‘Karakteristieke panden’). In de planregels is voor dergelijke panden de aanduiding ‘overige zone – karakteristiek’ opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding gelden nadere regels voor het behoud van de karakteristieke hoofdvorm van panden.
Gebruik vrijgekomen gebouwen in het buitengebied (artikel 2.13.2) Een bestemmingsplan dat voorziet in hergebruik van vrijgekomen gebouwen in het buitengebied voor de functie wonen, is slechts toegestaan in het hoofdgebouw of in een bij het hoofdgebouw behorend karakteristiek gebouw, mits het toevoegen van nieuwe woningen past in een woonvisie als bedoeld in artikel 2.15.1 van de Omgevingsverordening.
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|8
Vertaling in onderhavig bestemmingsplan: Om de regels in overeenstemming te brengen met artikel 2.13.2 uit de Omgevingsverordening, is in artikel 3.7 van het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die voorziet in de mogelijkheid een agrarische bestemming te wijzigen naar ‘Wonen’, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Eén van deze voorwaarden betreft dat het wijzigingen ten behoeve van wonen is toegestaan, mits de wijziging past binnen de regionale woonvisie. Bouw- en verbouwmogelijkheden vrijgekomen gebouwen in het buitengebied (artikel 2.13.3) Een gedeelte van het plangebied wordt op basis van de Omgevingsverordening tot het ‘buitengebied’ gerekend. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op vrijgekomen gebouwen in het buitengebied voorziet niet in het vergroten van gebouwen of het oprichten van nieuwe gebouwen, anders dan vervangende nieuwbouw. In afwijking daarvan kan een bestemmingsplan wél bouw- en verbouwingen mogelijk maken, mits aan een aantal voorwaarden voldaan wordt. Vertaling in onderhavig bestemmingsplan: Om de regels in overeenstemming te brengen met artikel 2.13.3 uit de Omgevingsverordening, is een algemene afwijkingsregel opgenomen, waarmee wordt voorzien in bouw- en verbouwmogelijkheden voor vrijgekomen gebouwen.
In deze algemene afwijkingsregels word geregeld dat in geval van het vergroten van vrijgekomen (voormalige agrarische) gebouwen, de gezamenlijke oppervlakte met niet meer dan 20% toeneemt. Ook mag geen afbreuk worden gedaan aan de ruimtelijk relevante kenmerken van gebouwen. Aan het vergroten van vrijgekomen (voormalige agrarische) gebouwen met een grotere oppervlakte dan 20% van de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen, worden voorwaarden gesteld. Zo moet een dergelijke uitbreiding onder begeleiding van een provinciale deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur plaatsvinden (maatwerkmethode) en dient dergelijke uitbreiding overeenkomstig een erfinrichtingsplan te worden uitgevoerd. Maximale oppervlakte woningen in het buitengebied (artikel 2.13.8) De Omgevingsverordening geeft aan dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het buitengebied, regels bevat over de oppervlakte van woningen en bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen. Deze regels zorgen er in elk geval voor dat de gezamenlijke grondoppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, niet groter is dan 200 m² bij percelen met een kleinere oppervlakte dan 600 m2 en niet groter is dan 300 m2 bij percelen met een grotere oppervlakte dan 600 m2.
Vertaling in onderhavig bestemmingsplan: In de bouwregels van de bestemming ‘Wonen – 1’ en ‘Centrum’ is opgenomen dat de gezamenlijke oppervlakte van een hoofdgebouw met de daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelegen achter de aanduiding ‘gevellijn’ of in het verlengde daarvan: a. 200 m² bedragen, bij percelen met een kleinere oppervlakte dan 600 m², tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de bestaande oppervlakte als maximum geldt; b. 300 m² bedragen, bij percelen met een grotere oppervlakte dan 600 m², tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de bestaande oppervlakte als maximum geldt. Invloedsgebied provinciaal basisnet Groningen (artikel 2.23.3) Op en rondom de spoorlijn Groningen – Duitse grens is de aanduiding ‘veiligheidszone 3’ opgenomen en op en rondom de Provincialeweg N967 (Nieuweweg - Oostwolderweg) en de N966 (Hoofdstraat) zijn de aanduidingen 'veiligheidszone 2' en ‘veiligheidszone 3’ opgenomen. De toelichting op een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de op kaart 3 aangegeven ‘veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciale wegen' en ‘veiligheidszone 3 transport’ bevatten een nadere verantwoording van het groepsrisico en biedt inzicht in de manier waarop rekening is gehouden met het advies van de Veiligheidsregio Groningen.
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|9
Vertaling in onderhavig bestemmingsplan: Met de zones moet rekening worden gehouden bij nieuwe ontwikkelingen. Op de verbeelding is de ‘veiligheidszone 3’ voorzien van een gebiedsaanduiding. In paragraaf 5.4 wordt ingegaan op het aspect externe veiligheid. Stilte en duisternis (artikel 2.24) Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het buitengebied, biedt inzicht hoe met de aspecten stilte en duisternis rekening is gehouden. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het buitengebied voorziet niet in een nieuwe stal waarbinnen de lichtsterkte meer dan 150 lux bedraagt, tenzij de stal tussen 20.00 uur en 6.00 uur is voorzien van voorzieningen die de lichtuitstraling met tenminste 90% reduceren. Vertaling in onderhavig bestemmingsplan: In de planregels behorende bij de bestemming ‘Agrarisch – Bedrijf’ is tot een gebruik, strijdig met de bestemming opgenomen: het gebruik van gebouwen, niet zijnde kassen, zodanig dat, indien de lichtsterkte in de bedrijfsgebouwen meer dan 150 lux bedraagt, de lichtuitstraling vanuit de gevels van de bedrijfsgebouwen tussen 20.00 uur en 6.00 uur met minder dan 90% wordt gereduceerd. Gestapeld houden van vee (artikel 2.30) Een bestemmingsplan stelt regels die erin voorzien dat binnen gebouwen voor een agrarisch bedrijf ten hoogste één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren.
Vertaling in onderhavig bestemmingsplan: In de planregels behorende bij de bestemming ‘Agrarisch – Bedrijf’ is tot een gebruik, strijdig met de bestemming opgenomen: het gebruik van gronden en gebouwen voor het houden van dieren. Zonneparken (artikel 2.42.1) Een bestemmingsplan voorziet niet in de plaatsing van zonneparken. Van een zonnepark is sprake wanneer de oppervlakte meer dan 200 m2 bedraagt. Van het verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken. Vertaling in onderhavig bestemmingsplan: In de planregels is een algemene afwijkingsbevoegdheid opgenomen om in afwijking van de bouwregels die gelden ten aanzien van de bestemming ‘Agrarisch – Bedrijf’, ‘Agrarisch – Kwekerij’, ‘Bedrijf’, ‘Maatschappelijk’, ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie 1’, ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie 2’ en/of ‘Sport’ zonneparken te plaatsen tot een oppervlakte van 10.000 m2, mits voldaan wordt aan de voorwaarden overeenkomstig artikel 2.42.1 van de Omgevingsverordening. NNN en Bos- en natuurgebieden buiten het NNN (artikelen 2.45 en 2.47) Een aantal stroken in het plangebied zijn in de Omgevingsverordening aangewezen als Bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland.
In de verordening staat dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die deel uitmaken van de op kaart 6 aangegeven 'bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland', niet voorziet in wijziging van de bestemming of wijziging van de regels voor het gebruik van de grond, als door die wijziging significant afbreuk wordt gedaan aan het areaal van de gronden die tot het bos- of natuurgebied behoren of aan de actuele natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het bosof natuurgebied. Vertaling in onderhavig bestemmingsplan: De gronden in het plangebied die in de Omgevingsverordening worden gerekend tot de bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland zijn onder de bestemmingen ‘Bos’ of ‘Natuur’ gebracht. Er is – ter bescherming van de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het gebied – een omgevingsvergunning noodzakelijk voor het uitvoeren van bepaalde werken of werkzaamheden binnen deze bestemmingen.
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|10
Grootschalig open landschap (artikel 2.51) Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het op kaart 7 als grootschalig open landschap aangegeven gebied, bevat regels gericht op de bescherming van de landschappelijke openheid. Deze regels bevatten in elk geval een verbod op nieuwe houtteelt en op de aanleg van nieuw bos en boomgaarden. Vertaling in onderhavig bestemmingsplan: De dorpen Drieborg, Ganzedijk, Hongerige Wolf en Nieuw Beerta zijn in de Omgevingsverordening aangewezen als ‘grootschalig open landschap’. Ter plaatse zijn de gronden in het bestemmingsplan mede bestemd voor ‘Waarde – Open gebied’ (dubbelbestemming). De voor ‘Waarde – Open gebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de uitbouw van de landschappelijke waarden van het grootschalige open gebied. Binnen deze bestemming is het gebruik van gronden ten behoeve van houtteelt en de aanleg van boomgaarden niet toegestaan. Glaciale ruggen (artikel 2.57.1) Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de op kaart 7 aangegeven glaciale ruggen stelt regels gericht op bescherming van het reliëf en de herkenbaarheid daarvan. Een deel van Beerta, Finsterwolde, Heiligerlee en Westerlee ligt op een glaciale rug. Vertaling in onderhavig bestemmingsplan: Ter bescherming van het reliëf en de herkenbaarheid van de glaciale rug is hiertoe de dubbelbestemming ‘Waarde – Glaciale rug’ opgenomen.
Binnen deze bestemming is het diepploegen, egaliseren en afgraven van gronden en het afschuiven van de rug niet toegestaan. Tevens zijn activiteiten ten behoeve van houtteelt en de aanleg van bos en boomgaarden niet toegestaan. Middels een omgevingsvergunning kan hier eventueel van worden afgeweken. Groene linten (artikel 2.59.3) Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op de op kaart 7 aangegeven groene linten stelt regels gericht op de bescherming van wegbeplanting en de daarmee samenhangende slingertuinen, de voorkoming van onnodige kap en het verplichten van herplant. Vertaling in onderhavig bestemmingsplan: Ter bescherming van wegbeplanting en de daarmee samenhangende slingertuinen, de voorkoming van onnodige kap en het verplichten van herplant, is de dubbelbestemming ‘Waarde – Groene linten’ opgenomen. Voor het verwijderen van wegbeplanting, het graven en/of dempen van watergangen en waterpartijen, het ondergronden, het afgraven, egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur is een omgevingsvergunning vereist.
2.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Ter voorbereiding op de nieuwe Omgevingswet heeft de gemeenteraad van de gemeente Oldambt op 30 oktober 2017 de Omgevingsvisie vastgesteld. In de visie staat hoe de gemeente over de toekomst van Oldambt denkt en welke koers er gevolgd gaat worden. In de visie worden een aantal centrale opgaven geformuleerd aan de hand van drie ambities: 1. Eigentijdse, duurzame graanrepubliek. • Voor de identiteit van Oldambt zijn een aantal kernwaarden van belang. Die kernwaarden worden in stand gehouden en worden, zo mogelijk, versterkt bij ontwikkelingen. • Mobiliteit: het scala aan verbindingen op peil houden en zo nodig verbeteren. Specifieke aandacht wordt gevraagd voor de Blauwe Roos, de Rondweg Finsterwolde en de bereikbaarheid centrum Winschoten. Nadere uitwerking dient plaats te vinden in een programma Mobiliteit.
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|11
•
2.
3.
Met inachtneming van de factor aantrekkelijkheid is het zaak in te spelen op klimaatveranderingen door de aanleg van robuuste systemen voor de opvang van water. • Een sociale gemeente streeft naar verbetering van de economische vitaliteit en stimulering van de werkgelegenheid. Bij de zorg staat stimulering van zelfredzaamheid en mantelzorg voorop. Waar nodig vindt ondersteuning plaats. Water- en natuurgemeente. • Voor een betere beleving worden natuurwaarden geïntensiveerd en beter bereikbaar gemaakt. • Versterking binnenstad Winschoten. • Streven naar leefbare, vitale dorpen en wijken. Veilige omgeving, bereikbaarheid van voorzieningen en sociale cohesie zijn belangrijke randvoorwaarden. • Streven naar gezond gedrag door stimulering en inrichting van de fysieke ruimte daartoe. • Uitbouw recreatieve verbindingen, onder meer voor varen en de doorkruisbaarheid van het buitengebied. • Stimulering en flexibiliteit ten opzichte van festivals en andere culturele initiatieven. Ruimte voor pionieren. • Focus op de aanpassing van de bestaande woningvoorraad op behoeften en wensen met aandacht voor kwaliteit en ruimte voor innovatieve concepten. • Ruimte voor economische activiteiten in bestaande panden, met een voorrang voor karakteristieke panden. • Vergroten van het aantal duurzame energieopties en een verdergaande energiebesparing.
• Behoud agrarische en landschappelijke identiteit met als een basis een onderscheid van de gebieden (kleipolder, hoogveenontginning, verwevingsgebied). • Doorontwikkeling uniciteit Blauwestad in relatie tot Winschoten en de dorpenring. • Ruimte bieden en behouden voor bedrijven op de bestaande bedrijventerreinen. • Ruimte bieden voor nieuwe technologie met als speerpunt intensivering van een proactieve en faciliterende aanpak door de aanleg van snel internet. • Aandacht voor de aardbevingsproblematiek en de bodemdaling (als gevolg van veenoxidatie, droogte etc.).
Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan: In de ruimtelijke regelgeving is rekening gehouden met de ambities en opgaven uit de Omgevingsvisie. Kwalitatief Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief Met als doel om regieaanwijzingen te geven bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is, in gezamenlijk overleg tussen de provincie Groningen, de stichting Libau en de gemeente Oldambt, enige jaren geleden het Kwalitatief Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief Oldambt opgesteld. Daarin staat een beschrijving van de ruimtelijke structuren en kernwaarden van de gemeente met ‘regieaanwijzingen’ voor de toekomst. De dorpen Hongerige Wolf, Drieborg, Nieuw Beerta, Beerta en Westerlee liggen gedeeltelijk in het karakteristieke hoofdelement ‘Wiede Leegte’ en gedeeltelijk in ‘Dollardrand’. De dorpen Finsterwolde, Ganzedijk en Heiligerlee liggen geheel binnen het karakteristieke hoofdelement ‘Dollardrand’. Voor de Wiede Leegte zijn de volgende regieaanwijzingen opgenomen: • Intensieve veehouderijen en andere vormen van schaalvergroting van agrarische bedrijven vragen om een ontwerpend onderzoek naar de (on)mogelijkheden en implicaties voor het open weidse polderlandschap van de Wiede Leegte. • Vermeden moet worden dat het tracé van de snelweg zelf drager wordt van ontwikkelingen omdat zo de leesbaarheid van het onderliggende landschap verloren gaat.
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|12
•
De natuurontwikkeling dient zo te worden gestuurd dat de wezenlijke kenmerken van het weidse open polderlandschap van de Wiede Leegte behouden blijft. • Voorkomen moet worden dat nieuwe omleidingswegen en kortsluitingen gaan concurreren met de oude lintstructuren en zelf drager worden van de ontwikkelingen, waardoor het contrast tussen het open polderlandschap en de meer besloten doorgaande linten van de Dollardrand vervaagt. Voor de Dollardrand zijn de volgende regieaanwijzingen opgenomen: • Bij nieuwe ontwikkelingen dient te worden gestuurd op behoud van het bijzondere doorgaande karakter en continuïteit voor wat betreft het silhouet en de verbindende rol van de Dollardrand en het Oldambtster landschap. Bij ontwikkelingen wordt bovendien ingezet op behoud van het huidige transparante karakter van grote delen van de lintenstructuur. • Het beleid is gericht op het afleesbaar houden van de karakteristieke lintstructuur in het Oldambtster landschap, met de doorgaande hoofdlinten en dwars hierop de laantjes en de verbindingslinten. • De doorgaande oude hoofdlinten worden qua bebouwing en inrichting opgevat als ruimtelijke eenheid. Nieuwe – grotere – invullingen langs de oude structuren worden zorgvuldig ingepast binnen de ruimtelijke karakteristiek van deze gebieden.
• Voorzieningen horen van oudsher thuis aan het hoofdlint; qua dynamiek en representatie behouden de hoofdlinten hun belangrijke ruimtelijke functie. Het woonkarakter van de verbindingslinten en de meer informele dwarslaantjes worden beschermd. • Inzet van het beleid is om die objecten en ensembles te behouden die ankerpunten vormen in de ruimtelijke opbouw van linten. Bij functieverlies van beeldbepalende objecten wordt ingezet op het zoeken naar nieuwe, passende functies zodat deze karakteristieke objecten behouden kunnen blijven. Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan: In de ruimtelijke regelgeving is rekening gehouden met regieaanwijzingen uit het Kwalitatief Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief. Zo wordt bijvoorbeeld het weidse open polderlandschap beschermd middels de dubbelbestemming ‘Waarde – Open gebied’. Programma Wonen Oldambt De gemeente Oldambt heeft recent het Programma Wonen vastgesteld (voorheen Woonvisie). In het Programma Wonen staan de belangrijkste beleidsmatige uitgangspunten op het gebied van wonen voor de komende 5 jaar. Het nieuwe Programma Wonen laat een duidelijke koerswijziging zien ten opzichte van de vorige Woonvisie (Woonvisie Oldambt 2015-2020). De woningmarkt in Oldambt is veranderd, de vraag naar woningen is sterk aangetrokken en de bevolkingsprognoses zijn een stuk positiever.
Dat biedt kansen om de woningmarkt in Oldambt te vernieuwen en te verbeteren. In het Programma Wonen zit meer ruimte om goede woningen te bouwen. Daarnaast spreekt de gemeente de ambitie uit om bestaande woningen te verbeteren en de woningvoorraad als geheel toekomstbestendiger te maken. Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan: Onderhavig bestemmingsplan is conserverend van aard. In beginsel wordt niet voorzien in nieuwe bouwmogelijkheden. Nota Archeologie en Beleidskaart Archeologie In 2010 heeft de gemeenteraad van Oldambt de Nota Archeologie en de bijbehorende Beleidskaart Archeologie vastgesteld. In de Nota Archeologie wordt beschreven hoe de gemeente omgaat met de archeologische, cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke waarden binnen haar grondgebied. Bekende en te verwachten archeologische waarden zijn op de beleidskaart weergegeven.
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|13
Anderzijds zijn grote delen van de bebouwde kernen vrijgesteld van archeologisch onderzoek omdat door moderne verstoringen hier al geen sprake meer is van archeologische waarden. De beleidskaart kent een vierdeling voor te beschermen gebieden. De eerste twee groepen zijn bekende terreinen en onder 3 en 4 betreft het terreinen met verwachtingswaarden: 1. AMK-terreinen en andere terreinen van cultuurhistorische waarde: voor deze terreinen wordt gestreefd naar behoud. Als dat niet mogelijk is, vindt bureauonderzoek plaats; 2. Historische dorpskernen en bebouwing, alsmede cultuurlandschappelijke waardevolle relicten: bij ingrepen > 100 m² vindt bureauonderzoek en eventueel vervolgonderzoek plaats; 3. Gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarden: bij ingrepen >200 m² vindt bureauonderzoek en eventueel vervolgonderzoek plaats; 4. Gebieden met lage archeologische verwachtingswaarden: bij ingrepen >500 m² vindt bureauonderzoek en eventueel vervolgonderzoek plaats. Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan: De Nota Archeologie geeft richtlijnen voor planregels. In onderhavig bestemmingsplan zijn de verwachtingswaarden vertaald naar de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1 t/m 4’. Dergelijke gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden.
Per dubbelbestemming is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden die grondbewerkingen als gevolg kunnen hebben. Ook gelden vanuit dit oogpunt regels voor het bouwen. Zie ook paragaaf 5.1. Welstandsnota De gemeente Oldambt heeft in 2013 de Welstandsnota vastgesteld. In de Welstandsnota zijn de welstandseisen omschreven die aan een bouwwerk worden gesteld. Het gaat om welstandscriteria die betrekking hebben op onder andere de hoofdvorm, het materiaalgebruik, de kleurkeuze en de detaillering van een concreet bouwwerk. Er zijn verschillende typen criteria te onderscheiden: algemene welstandsaspecten en gebiedsgerichte criteria. Algemene welstandsaspecten gelden als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling. Gebiedsgerichte criteria worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen. Excessenregeling Ook bouwwerken waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd, moeten aan minimale welstandseisen voldoen. Indien het uiterlijk van een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand, kan het college van burgemeester en wethouders de eigenaar van het betreffende bouwwerk verzoeken om binnen een door hen te bepalen termijn die strijdigheid op te heffen. Een bouwwerk is in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand indien sprake is van een exces.
Hiervan is sprake indien overduidelijke strijdigheid bestaat met de in de welstandsnota opgenomen algemene, gebiedsgerichte en objectgerichte criteria. Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan: De ruimtelijke relevante zaken voor de inrichting van het dorpsgebied zijn in onderhavig bestemmingsplan vastgelegd. Het gaat hierbij vooral om de ruimtelijke hoofdvorm van gebouwen. De welstandshalve aspecten, zoals kleurstellingen, erfafscheidingen, inrichting van de openbare ruimte etc., worden op grond van het welstandsbeleid beoordeeld. Notitie Duurzame Energie, zonne-energie Duurzame energie is energie waarover de mensheid voor onbeperkte tijd kan beschikken en waarbij, door het gebruik ervan, het leefmilieu en de mogelijkheden voor toekomstige generaties niet worden benadeeld. Vormen van duurzame energie zijn bijvoorbeeld zonne-energie, windenergie en aardwarmte. De Notitie Duurzame Energie gaat over de eerste vorm, zonneenergie.
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|14
In deze beleidsnotitie worden vuistregels gegeven zodat zonnepanelen op een zorgvuldige wijze met respect voor het Oldambtster landschap en de Oldambtster bebouwingskarakteristieken geplaatst kunnen worden. Deel één geeft de mogelijkheden voor het realiseren van zonnepanelen op daken en voor grondopstellingen wanneer het niet mogelijk is om zonnepanelen op daken te plaatsen. Deel twee van deze notitie geeft richtlijnen voor het plaatsen van zonnepanelen in beschermde dorpsgezichten en op rijks- en gemeentelijke monumenten. De bestemmingsplannen die door de gemeenteraad zijn vastgesteld zeggen niets over zonneenergie. Bedrijfsmatige opwekking van zonne-energie is op dit moment in de gemeente Oldambt niet mogelijk. Zonne-energie opwekken mag alleen voor eigen gebruik en beperkte teruglevering aan het net is mogelijk. De landelijke wetgeving heeft bepaald dat zonnepanelen op daken veelal vergunningsvrij geplaatst kunnen worden. Dit beleid geldt alleen voor niet-monumenten en voor percelen die niet in een beschermd dorpsgezicht liggen. Grondopstellingen van zonnepanelen zijn niet vergunningsvrij. 1. Voorkeur: op daken, vergunningsvrij Het heeft de voorkeur zonnepanelen op daken te plaatsen, om daarmee zo weinig mogelijk tuin of landschap qua oppervlak te verstedelijken.
De initiatiefnemer moet in de eerste plaats onderzoeken of plaatsing van zonnepanelen op daken van gebouwen of op daken van bouwwerken (overkappingen zonder wanden) zowel binnen als buiten de bebouwde kom, mogelijk is. Voor plaatsing op daken geldt dat het initiatief in het algemeen vergunningsvrij is 2. Geen dakopstelling mogelijk dan grondopstelling binnen woonbestemming voor eigen gebruik In sommige gevallen is het niet mogelijk zonnepanelen op daken te plaatsen. Dan behoort een grondopstelling tot de mogelijkheden. Omdat de bestemmingsplannen op dit moment niets zeggen over grondopstellingen van zonnepanelen is dit niet toegestaan. Via een ontheffing van het bestemmingsplan kan een tijdelijke vergunning worden verleend voor maximaal 30 jaar, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. 3. Grondopstelling binnen (agrarisch) bedrijfskavel voor eigen gebruik (Agrarische) bedrijven hebben voor eigen gebruik meer energie nodig dan een woonhuis. (Agrarische) bedrijven kunnen energie ten behoeve van hun bedrijf opwekken door het plaatsen van zonnepanelen. Plaatsing op daken van (agrarische) bedrijfspanden heeft de voorkeur. Als dat niet mogelijk is, is een grondopstelling mogelijk. Dan moet voldaan worden aan de door de provincie opgestelde voorwaarden in artikel 2.42 van de Omgevingsverordening.
Omdat per (agrarisch) bedrijf het eigen gebruik wisselt, wordt dit per geval beoordeeld aan de hand van door de initiatiefnemer aangeleverde stukken. Via een tijdelijke ontheffing kan medewerking aan een dergelijk verzoek worden verleend. Hiervoor geldt de maatwerkmethode. 4. Grondopstelling binnen of direct aansluitend aan stedelijk gebied; niet alleen voor eigen gebruik Een opstelling van zonnepanelen tot 200 m² is passend binnen een woonbestemming. Een oppervlakte van meer dan 200 m² wordt gezien als bedrijfsmatig gebruik en is veelal in strijd met het bestemmingsplan. Percelen zullen veelal bestemd zijn voor 'Wonen' of 'Agrarisch'. Een zonnepark groter dan 200 m² past niet binnen deze bestemmingen. Voor een dergelijk gebruik moet het bestemmingsplan de mogelijkheden bieden. Er kan een tijdelijke ontheffing worden verleend van het bestemmingsplan, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. 5. Grondopstelling in het buitengebied groter dan 10.000 m² Een grondopstelling in het buitengebied groter dan 10.000 m² moet volgens de provinciale Omgevingsverordening via de maatwerk methode onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur. Ook vanuit de gemeente wordt bij verzoeken om een dergelijk groot zonnepark gekeken naar de geschiktheid van de locatie. Het door de raad vastgestelde Ruimtelijk
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|15
Ontwikkelingsperspectief (2013) vormt daarvoor mede het toetsingskader. Per geval zal een verzoek voor een groter zonnepark dan 10.000 m² beoordeeld worden. In de Omgevingsvisie is dit onderwerp nader uitgewerkt. Voor panden in een beschermd dorpsgezicht en op rijks- en gemeentelijke monumenten is het plaatsen van zonnepanelen niet vergunningsvrij. Bij panden gelegen in een beschermd dorpsgezicht en op rijks- en gemeentelijke monumenten weegt de zichtbaarheid van de panden vanuit de openbare ruimte en de inpassing ervan aan de architectuur van het pand, zwaarder dan de optimale plaatsing van de panelen. Mogelijk kan dit tot gevolg hebben dat het rendement ervan minder hoog is, omdat deze niet optimaal op de zon zijn georiënteerd. Sinds vaststelling van dit beleid (december 2016) en heden is gebleken dat de richtlijnen, zoals die zijn opgesteld in bepaalde gevallen, te beperkend zijn. De gemeente vindt duurzaamheid belangrijk en wil ook binnen een beschermd dorpsgezicht de bewoners de mogelijkheid geven zonnepanelen voor eigen gebruik te plaatsen. Daarom is besloten de richtlijnen aan te passen zodat ook in een beschermd dorpsgezicht meer mogelijkheden zijn om zonnepanelen te plaatsen.
Doorwerking in onderhavig bestemmingsplan: In onderhavig bestemmingsplan is ten behoeve van bovenstaande onder punt 2 een afwijkingsbevoegdheid opgenomen in de regels van de bestemmingen 'Wonen – 1' en ‘Wonen – Wooncentrum’. Met deze afwijkingsbevoegdheid is het mogelijk om zonnepanelen in een grondopstelling te plaatsen. Hierbij is ten behoeve van de afwegingscriteria aangesloten op de voorwaarden zoals genoemd in de ‘Notitie Duurzame Energie, zonne-energie’. Zo mag de omvang niet groter zijn dan 200 m2 en wordt een landschappelijke inpassing/tuinplan bij de plannen toegevoegd. Het bouwperceel bij een woning inclusief de oppervlakte van de woning en bijgebouwen, mag voor maximaal 50% worden gebruikt voor zonnepanelen. Ten behoeve van de punten 3 en 4 is een algemene afwijkingsregel opgenomen. De mogelijkheden onder punt 5 zijn uitsluitend buitenplans mogelijk. Voor het plaatsen van zonnepanelen in een beschermd dorpsgezicht dient een omgevingsvergunningprocedure doorlopen te worden.
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|16
3.
BESTAANDE SITUATIE
3.1
Ontstaansgeschiedenis
Het plangebied ligt in het landelijke en rustieke Groningse Oldambt, de voormalige graanschuur van Nederland. Het betreft de oude Dollardboezem. Vroeger reikte de Dollard tot aan het Schiereiland van Winschoten: het gebied van Scheemda, Midwolda, Oostwold en Finsterwolde. In de loop der eeuwen werd de Dollard teruggedrongen. De eerste inpoldering van de Dollard heeft plaatsgevonden in 1545. De ingepolderde Dollard bestaat dan uit twee armen: het Oldambt in het westelijke deel en het Reiderland in het oostelijke deel, samen gescheiden door het Schiereiland. Langzamerhand werd het Schiereiland vasteland. In het centrum ontstond toen het Huningameer. Op de hoger gelegen glaciale zandruggen zijn dorpen ontstaan. In het gebied van de inpolderingen is zware klei afgezet. Deze grond werd slechts gebruikt voor de veeteelt. Al ruim voor de industriële revolutie kwam de landbouw in het gebied op gang. De landerijen werden door grote groepen arbeiders met de hand en met behulp van paarden bewerkt. De eerste grote herenboerderijen met slingertuinen ontstonden in het begin van de 18e eeuw. Daarentegen werden er ook vele kleine arbeiderswoningen gebouwd. De industriële revolutie zorgde voor de omslag naar grootschalige landbouw. Na de industriële revolutie kon de bodem met machines worden bewerkt, wat een grote welvaart betekenden voor de agrariërs in het gebied.
Het oude Huningameer heeft men aan het begin van de 19e eeuw laten verdwijnen en er bleef een landbouwgebied over. Door de ontstaanswijze, de smalle zandruggen en de bedijkingen, zijn er vooral wegdorpen ontstaan. Vanaf de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw komt daar echter verandering in. Door een toename van de bevolking heeft een planmatige uitbreiding van woningen plaatsgevonden. De linten boden daarvoor te weinig ruimte, waardoor er achter de linten nieuwe woonwijken zijn ontstaan. Tegenwoordig herbergen de dorpen een verscheidenheid aan functies: woningen, bedrijven, winkels, kerken en scholen. Ook het landschap is aan verandering onderhevig geweest. Door de ruilverkavelingen is het landschap nog weidser geworden. Er zijn tevens productiebossen aangeplant. Het gebied is hierdoor juist meer verdicht. In de twintigste eeuw, eind jaren tachtig, ontstond het idee om in het gebied van het Huningameer wederom een meer te creëren: het Oldambtmeer. Daarin is de ontwikkeling van Blauwestad mogelijk gemaakt.
3.2
Bestaande situatie
Het bestemmingsplan heeft betrekking op het bestaande dorpsgebied van de kernen Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee. Beerta Beerta kan worden getypeerd als lintdorp op een glaciale rug. De dorpslinten van de Hoofdstraat en de Veenweg zijn de belangrijkste dragers van de ruimtelijke structuur. Haaks op de Hoofdstraat zijn verder enkele zijlinten ontwikkeld. Achter de lintstructuur van de Hoofdstraat ligt het water Beertsterdiep. Dit water vormt de grens van het dorp aan de oostzijde. Daarbuiten zijn er nog enkele recreatie- en sportvoorzieningen aanwezig, maar geen woningbouw. De laatste jaren heeft Oost-Groningen te maken met een teruglopend bevolkingsaantal. Tevens vindt een ontgroening en vergrijzing in de bevolkingsopbouw plaats. Hierdoor loopt het voorzieningenniveau op het platteland in vooral de kleinere kernen terug. In Beerta zijn nog verschillende voorzieningen aanwezig, zoals een supermarkt, een basisschool, een verzorgingshuis en verschillende restaurants. De meeste functies liggen aan of nabij de linten van de Hoofdstraat en de Veenweg
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|17
Finsterwolde Finsterwolde hoort tot de wegdorpen met grootschalige bebouwingselementen, zoals die in het Oldambt worden aangetroffen. Het oude wegdorp ligt op reeksen lage zandopduikingen te midden van uitgestrekte klei- en veengebieden. De Hoofdweg vormt de ruggengraat van het wegdorp. Finsterwolde kenmerkt zich door de langgerekte woonlinten langs de Hoofdweg en Klinkerweg. Aan deze linten kenmerkt de bebouwing zich door lage arbeiderswoningen op relatief smalle maar diepe kavels. Dit type woningen is een typerend onderdeel van de graanrepubliek. Daarnaast zijn er de prachtige boerderijen en renteniershuizen aan de Wiegersweg, Hoofdweg en Goldhoorn. Aan de noordkant van het dorp bevindt zich de weidsheid van de polders. Aan de zuidoostkant het natuurgebied De Tjamme, welke verbonden is met het natuurgebied Reiderwolde. Aan de westkant sluit het bos aan op de bebouwing. Voorzieningen zijn voor een deel geconcentreerd rondom de Hardenberg. Hier zijn onder andere een brede school, gezondheidscentrum, zwembad en een sporthal gevestigd. Daarnaast zijn er elders in het dorp nog een aantal voorzieningen aanwezig. Drieborg / Ganzedijk / Hongerige Wolf Gelegen in het uitgestrekt polderlandschap bieden de dijkdorpen Drieborg, Ganzedijk en Hongerige Wolf een rustige, landelijk woonomgeving. De dijklichamen zijn nog goed te herkennen aan het hoogteverschil met het land aan weerszijden.
De bebouwingstructuur in de dorpen kenmerkt zich door de overwegend kleinschalige bebouwing langs de (voormalige) dijken. Het betreffen voornamelijk woningen, plaatselijk afgewisseld met kleinschalige bedrijven. Voorzieningen zijn er niet of nauwelijks, slechts enkele maatschappelijke voorzieningen (school, kinderopvang en buurthuis). Daarentegen is de gemeenschapszin hoog en worden er door en in de dorpen veel activiteiten ontplooid, waardoor de leefbaarheid in de dorpen groot is. Nieuw Beerta Nieuw Beerta is een langgerekt streekdorp dat gekenmerkt wordt door zijn kapitale boerderijen langs het lint. Het lint van boerderijen is aangewezen als beschermd dorpsgezicht op basis van de Monumentenwet 1988. De te beschermen waarden hebben betrekking op: Het verloop van de weg vanaf Beerta via Nieuw Beerta naar Drieborg. Deze weg volgt oude dijktracés en kent plaatselijk een sterk slingerend beloop; Afwisseling tussen grote boerderijen en kleinere bebouwingselementen (arbeiderswoningen); Beeldbepalende erfbeplanting bij veel boerderijen, vaak bestaande uit slingertuinen; Rentenierswoningen van eclectisch, symmetrische type, of een regionale variant op Art Nouveau of Amsterdamse School; Veel arbeiders- en middenstandswoningen. De meeste voorzieningen zijn, mede door het teruglopende bevolkingsaantal, ontgroening en vergrijzing, uit het dorp verdwenen.
Ondanks dat de meeste voorzieningen zijn verdwenen, kent het dorp nog steeds een actieve dorpsgemeenschap die strijdt voor het behoud van de leefbaarheid. De Kerk Nieuw Beerta (1856) speelt hierbij een belangrijk rol. In de kerk worden allerlei activiteiten georganiseerd, zoals concerten, exposities, poëziemiddagen en theatervoorstellingen. Ook wordt de kerk gebruikt voor vergaderingen en andere bijeenkomsten. Verder wordt de kerk gebruikt voor huwelijksvoltrekkingen, uitvaartdiensten, erediensten en lezingen. Heiligerlee Het karakter van Heiligerlee wordt in eerste instantie bepaald door het slingerende beloop van de Provincialeweg met de daaraan gelegen gevarieerde bebouwing (woningen, voorzieningen, musea). De westelijke toegang van het dorp wordt gemarkeerd door het monument van de Slag bij Heiligerlee.
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|18
Karakteristiek is het patroon van kleine woningen op vrij smalle, diepe percelen langs onder meer de Oude Hornweg, Hoethslaan en Kloosterlaan. Vanaf deze wegen speelt ook het reliëf van de kleileem- en dekzandopduiking een rol in het beeld. De omgeving van de Nassaulaan en de Dillenburglaan heeft daarentegen het karakter van een naoorlogse uitbreiding. Tussen de bebouwing van Heiligerlee en het voormalige kloosterterrein liggen sportvelden en zijn bossen met wandelmogelijkheden en een beleefroute gelegen. Westerlee Het lintdorpachtige karakter van Westerlee wordt bepaald door de vele kleine vrijstaande woningen en enkele grote boerderijen. Verspreid in het lint komen enkele winkels en andere voorzieningen voor. De omgeving van de Molenstraat en Bikkershorn wordt gekenmerkt door smalle wegen en een gevarieerde bebouwing op relatief grote percelen. De Berkenlaan en omgeving herbergt recentere nieuwbouw. Aan de westzijde van Westerlee liggen sportvelden en op de hoger gelegen glaciale rug ‘Garst’ zijn wandelbossen aangelegd.
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|19
4.
TOEKOMSTIGE SITUATIE
Onderhavig bestemmingsplan is vooral conserverend van aard, waarbij de vigerende bestemmingsregels in overeenstemming worden gebracht met het actuele ruimtelijke beleid en de feitelijke situatie. Daarbij ligt de nadruk op het behoud van de kenmerkende ruimtelijke structuur van de dorpskernen. Tegelijk wordt er ruimte voor kwaliteitsverbetering gegeven. Er zijn geen grote ontwikkelingen die in onderhavig plan rechtstreeks mogelijk gemaakt worden. De omgevingsvergunningen die de afgelopen jaren zijn verleend (zie paragraaf 1.3) worden in het plan geformaliseerd. Gesteld kan worden dat de uitvoerbaarheid van de inmiddels gerealiseerde (bouw-)plannen reeds is aangetoond in de vergunning(en). In de toelichting zal hier derhalve niet verder op in gegaan worden. Voor een aantal locaties geldt dat er ontwikkelingen zijn of zijn geweest, en daarvoor is afgewogen welk planologisch beleid en welke bestemmingsregels hier passend zijn: Beerta Rozenstraat – Raadhuisstraat Beerta Bij de vaststelling van het vigerende bestemmingsplan “Beerta” in 2011 is het perceel op de hoek Rozenstraat – Raadhuisstraat bestemd als ‘Detailhandel’, met de functieaanduidingen ‘specifieke bouwaanduiding – garageboxen’ en ‘groen’. Destijds werd ter plaatse de bouw van een supermarkt beoogd. Deze supermarkt is echter nooit gerealiseerd en het perceel is momenteel ingericht als park.
Het realiseren van een supermarkt in de toekomst is ter plaatse niet langer wenselijk. Derhalve wordt beoogd om de bestemming ter plaatse (weer terug) te bestemmen als ‘Groen’, overeenkomstig het naastgelegen perceel. Hoofdstraat 172 Beerta Het perceel Hoofdstraat 172 betreft een vrijstaande woonboerderij bestaande uit een woonhuis en een inpandige schuur (vigerende bestemming ‘Woongebied’). Momenteel wordt het perceel gebruik voor de activiteit wonen met een opslagruimte ten behoeve van het agrarische bedrijf op het perceel Hoofdstraat 281 (teelt van champignons en het bewerken van zaden). Voornemend is het gebruik ter plaatse van het perceel uit te breiden met het hydrateren van granen (weken in water), het verpakken van de granen, het stomen van de granen en het enten van granen met mycelium, waarna de granen gereed zijn voor verkoop. Gezien de relatief kleinschalige aard van de activiteiten, kan gestelde worden dat deze qua aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn aan ‘kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten’ welke verenigbaar zijn met een woonbestemming. Derhalve blijft ter plaatse de woonbestemming behouden en wordt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – bewerken van zaden’ opgenomen. Bouwvlak agrarische bedrijven Aan de Hoofdstraat zitten nog een tweetal agrarische bedrijven. Het gaat hierbij om de percelen Hoofdstraat 199 en 283.
Beide percelen behouden de agrarische bestemming (Agrarisch – Bedrijf), maar krijgen een bouwvlak die past binnen de kern, met een maximale oppervlakte van 1 hectare. Gevellijnen Op een aantal locaties zijn de voorgevels een punt van aandacht, onder andere langs de Julianastraat (nr. 95) en Hannie Schaftstraat. In onderhavig bestemmingsplan zullen de gevellijnen overeenkomstig de feitelijke situaties worden ingetekend.
Bestemmingsplan Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Nieuw Beerta, Ganzedijk, Hongerige Wolf, Heiligerlee en Westerlee
|20
Finsterwolde Hoofdweg 90 Finsterwolde Het perceel Hoofdweg 90 kent de bestemming ‘Centrum’ met de aanduiding ‘gevellijn’. Op het perceel was voorheen een woning aanwezig. De woning is recent gesloopt door de gemeente. Het realiseren van een nieuwe woning ter plaatse wordt niet wenselijk geacht. Derhalve wordt beoogd om de centrumbestemming ter plaatse te behouden, maar dan zonder bouwmogelijkheden. Het perceel krijgt geen gevellijn waarachter gebouwd mag worden. Goldhoorn 9 & 13 Finsterwolde Op basis van het vigerend bestemmingsplan kennen de perceel Goldhoorn 9 en 13 de bestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – verkoop van diervoeders’. Onlangs is een ontheffing aangevraagd voor wonen; de bedrijfswoning wordt ter plaatse losgetrokken van het bedrijf (enkel nog wonen). Hiertoe wordt de voormalige bedrijfswoning in onderhavige bestemmingsplan omgezet naar een woonbestemming (Wonen – 1) overeenkomstig de naastgelegen percelen. Daarnaast is voor het perceel in 2017 een vergunning verleend voor het realiseren van een bedrijf voor in- en verkoop van machines ten behoeve van tuin, park en landbouw, alsmede voor onderhoud en reparatie van deze machines (zie paragraaf 1.3). Derhalve is ter plaatse de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - handel in machines voor tuin, park en landbouw’ opgenomen.
De ter plaatse geldende aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – verkoop van diervoeders’ wordt verwijderd. Klinkerweg 52 Finsterwolde Het perceel Klinkerweg 52 kent op basis van het vigerend bestemmingsplan de bestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – autohandel’. Voor het perceel is in 2017 een omgevingsvergunning verleend (zie paragraaf 1.3) voor het gebruiken van het perceel en de bebouwing voor (enkel) wonen/bewoning. Derhalve krijgt het perceel in onderhavig bestemmingsplan de bestemming ‘Wonen – 1’. Klinkerweg 65 Finsterwolde Het perceel Klinkerweg 65 kent op basis van het vigerend bestemmingsplan de bestemming ‘Bedrijf’. Ter plaatse vinden al geruime tijd geen bedrijfsactiviteiten plaats en het pand wordt volledig gebruikt ten behoeve van de functie ‘wonen’. Omdat er geen bedrijfsactiviteiten meer plaatsvinden en het pand is gelegen in een buurt met alleen maar woonbestemmingen, is het gerechtvaardigd de bestemming te wijzigen naar ‘Wonen – 1’. Klinkerweg 122 Finsterwolde Het perceel Klinkerweg 122 kent op basis van het vigerend bestemmingsplan de bestemming ‘Wonen’. Rondom het perceel bevinden zich diversen woningen. In het verleden was ter plaatse een transportbedrijf gevestigd. Op het perceel staan een woning en een tweetal loodsen voor de stalling van vrachtwagens en opslag.