CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Was wordt tabel Oisterwijk

RAAD 14 december 2023, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Wijziging Algemene plaatselijke verordening - aanvaard17.727 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Artikel 3:6 Sluitingstijden 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02.00 en 06.00 uur. 2. Het bevoegd bestuursorgaan kan, door middel van een voorschrift als bedoeld in artikel 1:4, voor een afzonderlijke seksinrichting, andere sluitingstijden vaststellen. 3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn. 4. Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de op de Omgevingswet gebaseerde voorschriften.

Artikel 3:13 (artikel I, onderdeel T, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

19

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:13 Weigeringsgronden 1. De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien: a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen; b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid worden geweigerd, dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege worden gelaten, in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; c. de veiligheid van personen of goederen; d. de verkeersvrijheid of -veiligheid; e. de gezondheid of zedelijkheid of f. de arbeidsomstandigheden van de prostituee.

Artikel 3:13 Weigeringsgronden 1. De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien: a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen; b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan. c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid worden geweigerd, dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege worden gelaten, in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; c. de veiligheid van personen of goederen; d. de verkeersvrijheid of -veiligheid; e. de gezondheid of zedelijkheid of f. de arbeidsomstandigheden van de prostituee.

Artikel 4:1 (artikel I, onderdeel U, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

20

- incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 en 4:3 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; - onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

- incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 en 4:3 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; - onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

Artikel 4:5 (artikel I, onderdeel V, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:5 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale milieuverordening NoordBrabant. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:5 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:10 (artikel I, onderdeel W, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:10 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. boom: een houtig opgaand gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3meter hoogte

Artikel 4:10 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. boom: een houtig opgaand gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3meter hoogte

21

boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; b. houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van een boomvlak of boomstructuur; c. boomvlakken: begrensd gebied met houtopstanden die samen een functioneel geheel vormen; d. boomstructuur: lijnvormige beplanting van houtopstanden dat een functioneel geheel vormt; e. beschermde houtopstand: - een houtopstand, binnen de bebouwde kom, die is vastgelegd op de door het college vastgestelde Groene Kaart in de vorm van lijnvormige beplanting (boomstructuren), vlakvormige gebieden met houtopstanden die een functionele eenheid vormen (boomvlak) en solitaire bomen; - houtopstanden buiten de bebouwde kom, uitsluitend voor zover het betreft (a) houtopstanden bestaande uit één of meer bomen met een diameter > 40 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld op erven of in tuinen, en (b) houtopstanden bestaande uit één of meer bomen met een diameter > 40 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld welke een zelfstandige eenheid vormen, en hetzij geen groter oppervlakte beslaan dan 10 are, hetzij in geval van rijbeplanting, gerekend over het totaal aantal rijen, niet meer bomen omvatten dan 20. f.

Groene Kaart: een door het college vastgestelde kaart, die concreet bestaat uit drie deelkaarten (één kaart voor de kern Oisterwijk, één kaart voor de kern Moergestel en één kaart voor de kern Haaren) en een bijbehorend bomenregister. De Groene Kaart bevat een samenhangend geheel van de volgende houtopstanden: (a) boomvlakken binnen de bebouwde kom, (b) boomstructuren binnen de bebouwde kom

boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; b. houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van een boomvlak of boomstructuur; c. boomvlakken: begrensd gebied met houtopstanden die samen een functioneel geheel vormen; d. boomstructuur: lijnvormige beplanting van houtopstanden dat een functioneel geheel vormt; e. beschermde houtopstand: - een houtopstand, binnen de bebouwde kom, die is vastgelegd op de door het college vastgestelde Groene Kaart in de vorm van lijnvormige beplanting (boomstructuren), vlakvormige gebieden met houtopstanden die een functionele eenheid vormen (boomvlak) en solitaire bomen; - houtopstanden buiten de bebouwde kom, uitsluitend voor zover het betreft (a) houtopstanden bestaande uit één of meer bomen met een diameter > 40 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld op erven of in tuinen, en (b) houtopstanden bestaande uit één of meer bomen met een diameter > 40 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld welke een zelfstandige eenheid vormen, en hetzij geen groter oppervlakte beslaan dan 10 are, hetzij in geval van rijbeplanting, gerekend over het totaal aantal rijen, niet meer bomen omvatten dan 20. f.

Groene Kaart: een door het college vastgestelde kaart, die concreet bestaat uit drie deelkaarten (één kaart voor de kern Oisterwijk, één kaart voor de kern Moergestel en één kaart voor de kern Haaren) en een bijbehorend bomenregister. De Groene Kaart bevat een samenhangend geheel van de volgende houtopstanden: (a) boomvlakken binnen de bebouwde kom, (b) boomstructuren binnen de bebouwde kom en (c) waardevolle bomen binnen de

22

en (c) waardevolle bomen binnen de bebouwde kom. De Groene Kaart omvat in ieder geval een voor een ieder goed herkenbare omschrijving, de locatie, de eigenaar en/of zakelijk gerechtigde en de reden van registratie van de houtopstanden opgenomen op de Groene Kaart; g. vellen: rooien, kappen, verplanten, het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben; h. kandelaberen: het tot op de hoofdtakken korten van de houtopstand; i. dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; j. hakhout: speciale onderhoudsvorm, waarbij een of meerde bomen periodiek op circa 20 tot 80 centimeter boven de grond worden afgezaagd, waarna ze op de stronk weer opnieuw uitlopen; k. knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als (periodiek) noodzakelijk onderhoud; l. publieke houtopstand: houtopstand staande op grond van overheden, zoals bijvoorbeeld een gemeente of provincie, met uitzondering van een houtopstand met pootof gedoogrecht; m.

bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting. n. bebouwde kom: de bebouwde kom voor de toepassing van de Wet natuurbescherming van de gemeente, vastgesteld door de gemeenteraad; o. vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef

bebouwde kom. De Groene Kaart omvat in ieder geval een voor een ieder goed herkenbare omschrijving, de locatie, de eigenaar en/of zakelijk gerechtigde en de reden van registratie van de houtopstanden opgenomen op de Groene Kaart; g. vellen: rooien, kappen, verplanten, het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben; h. kandelaberen: het tot op de hoofdtakken korten van de houtopstand; i. dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; j. hakhout: speciale onderhoudsvorm, waarbij een of meerde bomen periodiek op circa 20 tot 80 centimeter boven de grond worden afgezaagd, waarna ze op de stronk weer opnieuw uitlopen; k. knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als (periodiek) noodzakelijk onderhoud; l. publieke houtopstand: houtopstand staande op grond van overheden, zoals bijvoorbeeld een gemeente of provincie, met uitzondering van een houtopstand met pootof gedoogrecht; m. bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting. n.

bebouwingscontour houtkap: zolang in het omgevingsplan geen bebouwingscontour houtkap is aangewezen, geldt de bij besluit van de gemeente Oisterwijk van 5 oktober 2017 aangewezen bebouwde kom, bedoeld in artikel 4.1, onder a, van de Wet natuurbescherming, zoals dat artikel luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 3.1 van de

23

en onder g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

aanvullingswet natuur Omgevingswet, als bebouwingscontour houtkap. o. vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 aanhef en onder a van de Omgevingswet.

Artikel 4:11a (artikel I, onderdeel X, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:11a Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 1. Het is zonder vergunning van bevoegd gezag verboden binnen de bebouwde kom een houtopstand die is opgenomen op de door het college vastgestelde Groene Kaart en bomen die in het kader van een herplantplicht zijn geplant te vellen, te doen vellen of te laten vellen. 2. Het is zonder vergunning van bevoegd gezag verboden buiten de bebouwde kom (a) houtopstanden bestaande uit één of meer bomen met een diameter > 40 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld op erven of in tuinen, en (b) houtopstanden bestaande uit één of meer bomen met een diameter > 40 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld die een zelfstandige eenheid vormen, en hetzij een oppervlakte beslaan van maximaal 10 are, hetzij in geval van rijbeplanting, gerekend over het totaal aantal rijen maximaal 20 bomen omvatten en; (c) bomen die in het kader van een herplantplicht zijn geplant te vellen, te doen vellen of te laten vellen. 3. Het in het eerste lid en tweede lid van dit artikel gestelde verbod geldt niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:11e; b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; c.

het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen,

Artikel 4:11a Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 1. Het is zonder vergunning van bevoegd gezag verboden binnen de bebouwde kom een houtopstand die is opgenomen op de door het college vastgestelde Groene Kaart en bomen die in het kader van een herplantplicht zijn geplant te vellen, te doen vellen of te laten vellen. 2. Het is zonder vergunning van bevoegd gezag verboden buiten de bebouwde kom (a) houtopstanden bestaande uit één of meer bomen met een diameter > 40 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld op erven of in tuinen, en (b) houtopstanden bestaande uit één of meer bomen met een diameter > 40 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld die een zelfstandige eenheid vormen, en hetzij een oppervlakte beslaan van maximaal 10 are, hetzij in geval van rijbeplanting, gerekend over het totaal aantal rijen maximaal 20 bomen omvatten en; (c) bomen die in het kader van een herplantplicht zijn geplant te vellen, te doen vellen of te laten vellen. 3. Het in het eerste lid en tweede lid van dit artikel gestelde verbod geldt niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:11e; b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; c.

het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen,

24

gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; d. het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan houtopstand met achterstallig onderhoud; e. dunning van houtopstand; f. het vellen van bomen die in het kader van productiematige teelt zijn aangeplant en ten behoeve van de reguliere bedrijfsvoering van een boomkwekerij worden geveld. g. houtopstanden hoger dan de toegestane bouwmassa binnen het molenbiotoop bij aantoonbare windhinder voor de molens in Oisterwijk en Moergestel. 4. Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; d. het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan houtopstand met achterstallig onderhoud; e. dunning van houtopstand; f. het vellen van bomen die in het kader van productiematige teelt zijn aangeplant en ten behoeve van de reguliere bedrijfsvoering van een boomkwekerij worden geveld. g. houtopstanden hoger dan de toegestane bouwmassa binnen het molenbiotoop bij aantoonbare windhinder voor de molens in Oisterwijk en Moergestel. 4. Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

Artikel 4:11b (artikel I, onderdeel Y, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:11b Criteria 1. De vergunning voor het vellen, het doen vellen of het laten vellen van een houtopstand die is opgenomen op de door het college vastgestelde Groene Kaart en bomen die in het kader van een herplantplicht in de bebouwde kom zijn geplant mag slechts en moet worden verleend indien alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht en een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang, van niet-tijdelijke aard opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of naar boomdeskundige maatstaven instandhouding van de houtopstand niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade. 2. De vergunning voor het vellen, het doen vellen of het laten vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 4:11a, tweede lid mag slechts en moet worden verleend indien

Artikel 4:11b Criteria 1. De vergunning voor het vellen, het doen vellen of het laten vellen van een houtopstand die is opgenomen op de door het college vastgestelde Groene Kaart en bomen die in het kader van een herplantplicht in de bebouwde kom zijn geplant mag slechts en moet worden verleend indien alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht en een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang, van niet-tijdelijke aard opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of naar boomdeskundige maatstaven instandhouding van de houtopstand niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade. 2. De vergunning voor het vellen, het doen vellen of het laten vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 4:11a, tweede lid mag slechts en moet worden verleend indien

25

a. de waardering van de houtopstand conform de beoordelingscriteria uit hoofdstuk 2 van het beleidskader “Groene Kaart Waardevolle Bomen Gemeente Oisterwijk” een puntentotaal < 19 oplevert; b. de waardering van de houtopstand conform de beoordelingscriteria uit hoofdstuk 2 van het beleidskader “Groene Kaart Waardevolle Bomen Gemeente Oisterwijk” een puntentotaal van 19 of meer oplevert en alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht en een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang, van niet-tijdelijke aard opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of naar boomdeskundige maatstaven instandhouding van de houtopstand niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt de vergunning voor het vellen, het doen vellen of het laten vellen van een houtopstand als bedoeld in deze artikelleden verleend indien deze wordt aangevraagd om te voldoen aan de verplichting van artikel 5:42 BW en aannemelijk is dat aan de eigenaar van de houtopstand objectief gezien geen beroep op verjaring van de rechtsvordering toekomt. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

a. de waardering van de houtopstand conform de beoordelingscriteria uit hoofdstuk 2 van het beleidskader “Groene Kaart Waardevolle Bomen Gemeente Oisterwijk” een puntentotaal < 19 oplevert; b. de waardering van de houtopstand conform de beoordelingscriteria uit hoofdstuk 2 van het beleidskader “Groene Kaart Waardevolle Bomen Gemeente Oisterwijk” een puntentotaal van 19 of meer oplevert en alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht en een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang, van niet-tijdelijke aard opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of naar boomdeskundige maatstaven instandhouding van de houtopstand niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt de vergunning voor het vellen, het doen vellen of het laten vellen van een houtopstand als bedoeld in deze artikelleden verleend indien deze wordt aangevraagd om te voldoen aan de verplichting van artikel 5:42 BW en aannemelijk is dat aan de eigenaar van de houtopstand objectief gezien geen beroep op verjaring van de rechtsvordering toekomt. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:13 (artikel I, onderdeel Z, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of

Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde

26

buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. e. afvalstoffen 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale milieuverordening NoordBrabant.

direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. e. afvalstoffen 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 4:15 (artikel I, onderdeel AA, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak of hekwerk handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak of hekwerk handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. 2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.

Artikel 4:17 (artikel I, onderdeel AB, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:17 Definitie

Artikel 4:17 Definitie

27

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Artikel 4:18 (artikel I, onderdeel AC, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stads- of dorpsgezicht. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stads- of dorpsgezicht. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:5 (artikel I, onderdeel AD, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of

28

krachtens de Omgevingswet of het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 5:6 (artikel I, onderdeel AE, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen, binnen de bebouwde kom, op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien in de Verordening Wegen Noord-Brabant. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen, binnen de bebouwde kom, op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:18 (artikel I, onderdeel AF, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of

29

redelijke eisen van welstand; of b. indien een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

b. indien een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:20 (artikel I, onderdeel AG, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Verordening Wegen Noord-Brabant. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

Artikel 5:23 (artikel I, onderdeel AH, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. als de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of c. zonder voorafgaande melding. d. als de snuffelmarkt wordt gehouden voor 09:00 uur of na 22:00 uur. 2. De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c, binnen 10 werkdagen voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van:

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: a. wegens strijd met het omgevingsplan; b. als de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of c. zonder voorafgaande melding. d. als de snuffelmarkt wordt gehouden voor 09:00 uur of na 22:00 uur. 2. De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c, binnen 10 werkdagen voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van: a. naam en adres van de organisator; b. adres van het gebouw waar de

30

a. naam en adres van de organisator; b. adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden wordt; c. de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden; d. de frequentie van het houden van de snuffelmarkt; e. het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld; f. het aantal standplaatsen; en g. het te verwachten aantal bezoekers. 3. De snuffelmarkt kan worden gehouden als de burgemeester niet binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. 4. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 5. Van de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c, het verbod zoals bedoeld in het derde lid, de van rechtswege gegeven instemming zoals bedoeld in het derde lid en van een eventuele instemming, al dan niet onder voorschriften, met de melding door de burgemeester binnen 5 werkdagen na ontvangst ervan wordt kennis gegeven in het elektronisch gemeenteblad.

snuffelmarkt gehouden wordt; c. de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden; d. de frequentie van het houden van de snuffelmarkt; e. het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld; f. het aantal standplaatsen; en g. het te verwachten aantal bezoekers. 3. De snuffelmarkt kan worden gehouden als de burgemeester niet binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. 4. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 5. Van de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c, het verbod zoals bedoeld in het derde lid, de van rechtswege gegeven instemming zoals bedoeld in het derde lid en van een eventuele instemming, al dan niet onder voorschriften, met de melding door de burgemeester binnen 5 werkdagen na ontvangst ervan wordt kennis gegeven in het elektronisch gemeenteblad.

Artikel 5:24 (artikel I, onderdeel AI, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

31

2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven in het elektronisch gemeenteblad. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de Verordening water Noord-Brabant of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven in het elektronisch gemeenteblad. 5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Oisterwijk incl. toelichting 2009, en eventuele opvolgers daarvan.

Artikel 5:28 (artikel I, onderdeel AJ, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Verordening water Noord-Brabant.

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5:32 (artikel I, onderdeel AK, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

32

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op activiteiten zoals bedoeld in het eerste lid waarvoor een vergunning zoals bedoeld in artikel 2:25 is verleend en op door het college aangewezen terreinen. Het college kan regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.

Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op activiteiten zoals bedoeld in het eerste lid waarvoor een vergunning zoals bedoeld in artikel 2:25 is verleend en door het college aangewezen terreinen. Het college kan regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.

Artikel 5:33 (artikel I, onderdeel AL, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het

33

gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 6.

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de Provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 6.

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:34 (artikel I, onderdeel AM, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

34

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale omgevingsverordening. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 6:5 (artikel I, onderdeel AN, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 6:5 Overgangsbepalingen 1. Beschikkingen genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4 die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige beschikkingen kent, gelden als beschikkingen genomen krachtens deze verordening. 2. Beschikkingen genomen krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening 2013,

Artikel 6:5 Overgangsbepalingen 1. Beschikkingen genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4 die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige beschikkingen kent, gelden als beschikkingen genomen krachtens deze verordening. 2. Beschikkingen genomen krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening 2013,

35

wijziging 2018 zoals op 22 november 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van Haaren en voor zover die geldig zijn op het grondgebied dat per 1 januari 2021 aan de gemeente Oisterwijk is toegevoegd, zijn geldig tot 1 januari 2023. 3. Het aanwijzingsbesluit in- en verkoopregister voor handelaren berust op artikel 2.67 van deze verordening. 4. Het Aanwijzingsbesluit vechtsportevenementen Oisterwijk 2019 berust op artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, van deze verordening. 5. Aanwijzingsbesluit inzake het houden van hinderlijke of schadelijke dieren binnen de bebouwde kom 2014 berust op artikel 2:60 van deze verordening. 6. Het aanwijzingsbesluit genotmiddelenverbod omgeving Scheibaan/gebied ten oosten van de Gemullehoekenweg en Achterste Stroom berust op artikel 2:48 van deze verordening. 7. Het Aanwijzingsbesluit cameratoezicht Oisterwijk en Moergestel en het Aanwijzingsbesluit cameratoezicht omgeving AZC Oisterwijk berusten op artikel 2:77 van deze verordening. 8. De Nadere regels voor terrassen Gemeente Oisterwijk 2016, de Nadere regels voor bouwobjecten gemeente Oisterwijk 2016 en de Nadere regels uitstallingen Gemeente Oisterwijk 2020 berusten op artikel 2.10, tweede lid van deze verordening.

wijziging 2018 zoals op 22 november 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van Haaren en voor zover die geldig zijn op het grondgebied dat per 1 januari 2021 aan de gemeente Oisterwijk is toegevoegd, zijn geldig tot 1 januari 2023. 3. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag om een vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd – op grond van onderhavige verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit nog niet op die aanvraag is beslist, is daarop de bepaling van toepassing zoals die gold voorafgaand aan inwerkingtreding van dit besluit. 4. In afwijking van lid 3 is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen), niet van toepassing op een aanvraag als bedoeld in lid 3, voor zover dit een aanvraag betreft voor een vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd- op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals deze wet luidde direct voorafgaand aan inwerkingtreding van de Omgevingswet. 5. Het aanwijzingsbesluit in- en verkoopregister voor handelaren berust op artikel 2.67 van deze verordening. 6. Het Aanwijzingsbesluit vechtsportevenementen Oisterwijk 2019 berust op artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, van deze verordening. 7.

Aanwijzingsbesluit inzake het houden van hinderlijke of schadelijke dieren binnen de bebouwde kom 2014 berust op artikel 2:60 van deze verordening. 8. Het aanwijzingsbesluit genotmiddelenverbod omgeving Scheibaan/gebied ten oosten van de Gemullehoekenweg en Achterste Stroom berust op artikel 2:48 van deze verordening. 9. Het Aanwijzingsbesluit cameratoezicht Oisterwijk en Moergestel en het Aanwijzingsbesluit cameratoezicht omgeving

36

AZC Oisterwijk berusten op artikel 2:77 van deze verordening. 10. De Nadere regels voor terrassen Gemeente Oisterwijk 2016, de Nadere regels voor bouwobjecten gemeente Oisterwijk 2016 en de Nadere regels uitstallingen Gemeente Oisterwijk 2020 berusten op artikel 2.10, tweede lid van deze verordening.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13461978/2