Verordening amb. bijstand en fractieondersteuning 2026
Tekst van het document
Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Oisterwijk 2026 De raad van de gemeente Oisterwijk, gelezen het voorstel van het presidium van 22 december 2025, gelet op artikel 33 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Oisterwijk 2026;
Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Ambtelijke bijstand: bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere ambtelijke bijstand niet zijnde een verzoek om informatie. b. Fractie: raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn, worden bij aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. c. Fractiemedewerker: persoon die werkzaamheden verricht voor een fractie uit de raad en bij de griffie is aangemeld als medewerker. d. Ambtenaar: ambtenaar van de gemeente, niet zijnde een medewerker van de griffie. Artikel 2. Verzoek tot informatie en advies 1. Een raadslid, dat informatie of advies wenst, kan zich wenden tot de griffier. Een verzoek kan namens een raadslid door een commissielid of fractiemedewerker worden gedaan. 2. De griffier verstrekt zo snel mogelijk de verzochte informatie, voor zover deze daarover kan beschikken. Voor zover niet aan het verzoek kan worden voldaan, verzoekt de griffier de gemeentesecretaris de resterende informatie zo snel mogelijk te verstrekken. Artikel 3. Ambtelijke bijstand
1. Een raadslid dat ambtelijke bijstand wenst, dient een verzoek in bij de griffier. 2. De ambtelijke bijstand wordt in eerste instantie verleend door de griffier of een medewerker van de griffie. 3. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan worden verleend, verzoekt de griffier de gemeentesecretaris om één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen. Artikel 4. Weigeringsgronden Ambtelijke bijstand wordt verleend tenzij: a. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt, dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; b. dit het belang van de gemeente kan schaden; c. de taakuitoefening van de betreffende functionarissen hierdoor aanmerkelijk zou worden belemmerd en de bijstand niet tot geringere, meer aanvaardbare proporties kan worden teruggebracht. Artikel 5. Procedure weigering ambtelijke bijstand Wanneer de gemeentesecretaris van mening is, dat géén ambtelijke bijstand kan of behoort te worden verleend, legt deze het verzoek voor aan de burgemeester en doet daarvan mededeling aan de griffier. De burgemeester beslist zo snel mogelijk op het verzoek.
Artikel 6. Geschil over verleende ambtelijke bijstand 1. Een raadslid dat niet tevreden is over de verleende ambtelijke bijstand, kan in overleg treden met de gemeentesecretaris. 2. Als overleg met de gemeentesecretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing, kan het raadslid de zaak voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester neemt hierover zo snel mogelijk een besluit. Artikel 7. Informatie over verzoek tot ambtelijke bijstand 1. De gemeentesecretaris informeert het college over het verzoek tot ambtelijke bijstand of over de inhoud van verleende ambtelijke bijstand. 2. Indien (een lid van) het college informatie wenst over achtergrond of de inhoud van het verzoek of de verleende ambtelijke bijstand, kan die zich rechtstreeks wenden tot het betrokken raadslid. Artikel 8. Recht op financiële bijdrage
1. De raad verstrekt een fractie jaarlijks een financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie. 2. Deze bijdrage bestaat uit een vast deel voor die fracties die bij de aanvang van de zittingsperiode deel uitmaken van de raad. Daarnaast ontvangt elke fractie een variabel deel per raadszetel. Via de begroting stelt de raad jaarlijks deze bedragen vast. Artikel 9. Besteding financiële bijdrage
1. Een fractie besteedt de bijdrage om de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol van de fractie te versterken. 2. De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: a. uitgaven die in strijd zijn met enige wettelijke bepaling; b. betalingen en contributies aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie of arbeidsovereenkomst; c. giften, leningen en sponsoring; d. uitgaven ten behoeve van verkiezingsactiviteiten; e. uitgaven die op grond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komen voor vergoeding. Artikel 10. Voorschot financiële bijdrage Een fractie ontvangt jaarlijks uiterlijk 31 januari een voorschot ter hoogte van de financiële bijdrage voor het betreffende kalenderjaar, op voorwaarde dat de verantwoording over het voorgaande jaar is ontvangen. Artikel 11. Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie
1. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt het variabele deel per zetel met ingang van de eerste volle maand na de wijziging overgeheveld. De verrekening van voorschotten vindt achteraf plaats. 2. Een nieuwgevormde groepering kan op geen enkele wijze aanspraak maken op de vaste component van de vergoeding.
Artikel 12. Verantwoording, controle en vaststelling financiële bijdrage
1. Een fractie dient jaarlijks vóór 31 januari aan de hand van een format de verantwoording over de besteding van de voorschotten (incl. kopie betalingsbewijzen) in bij de griffier. 2. De griffier legt de verantwoording voor aan het presidium, waarna het presidium een voorstel voorlegt aan de raad. 3. Gezien het voorstel van het presidium legt de raad de hoogte vast van a. de financiële bijdrage; b. het te verrekenen verschil tussen de vastgestelde financiële bijdrage en het ontvangen voorschot. 4. Als de verantwoording over het afgelopen jaar niet vóór 31 januari is ingediend, wordt de bevoorschotting opgeschort, tot het moment dat de verantwoording ingediend is. 5. De fractie is verantwoordelijk voor een rechtmatige besteding van de ontvangen tegemoetkoming en het voldoen aan de verplichtingen zoals gesteld in deze verordening. Artikel 13. Slotbepaling
1. De verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Oisterwijk 2026’. 2. De verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2026. 3. Met het in werking treden van deze verordening wordt de ‘Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Oisterwijk 2019’ ingetrokken. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 januari 2026 De griffier,
de voorzitter,
Aletta van der Veen
Hans Janssen
Toelichting Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Algemeen Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel legt expliciet vast, dat de raad en individuele raadsleden recht hebben op ambtelijke bijstand. Daarnaast bestaat voor fracties een recht op fractieondersteuning. De uitwerking van deze rechten moet bij verordening worden geregeld. In dualistische verhoudingen wordt de raad bijgestaan door de griffier en staat de gemeentesecretaris het college terzijde. De griffier is het eerste aanspreekpunt voor de raad als het gaat om verzoeken om informatie en bijstand. Als directeur van de ambtelijke organisatie is de gemeentesecretaris de aangewezen persoon om informatie aan te leveren en ambtelijke bijstand te organiseren. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1. Begripsomschrijvingen Geen nadere toelichting. Artikel 2. Informatie en advies Raadsleden die feitelijke informatie van geringe omvang nodig hebben, hoeven zich niet via de formele weg van artikel 169, tweede en volgende lid, van de wet tot het college te richten. Voor verzoeken om informatie en advies is de griffier is het eerste aanspreekpunt voor de raad. Als de griffier niet (volledig) in staat is om tegemoet te komen aan het verzoek, kan hij de gemeentesecretaris vragen deze informatie vanuit de ambtelijke organisatie te leveren.
De griffier blijft de aangewezen persoon is om de voortgang in het proces te bewaken. Artikel 3. Ambtelijke bijstand Hoewel de raad over een griffier met een griffie beschikt die bijstand kan verlenen, kan specialistische hulp nodig zijn bij het maken van amendementen, moties en initiatiefvoorstellen. In die gevallen is een beroep op de ambtelijke organisatie nodig. Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de ambtelijke organisatie, zal de gemeentesecretaris de ambtenaar die bijstand verleent moeten aanwijzen. Artikel 4. Weigeringsgronden Het is aan de gemeentesecretaris om te beoordelen of een van de genoemde ‘weigeringsgronden’ voor ambtelijke bijstand zich voordoet. Bij een conflict over het al dan niet verlenen van ambtelijke bijstand is het redelijk dat de burgemeester, als voorzitter van de raad en het college, hierover overleg voert met de secretaris, de griffier en indien nodig ook het betrokken raadslid. Artikel 5. Procedure weigering ambtelijke bijstand De uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand wordt genomen door de burgemeester. Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg het college verzoeken hierover verantwoording af te leggen (artikel 169 Gemeentewet). Artikel 6.
Geschil over verleende ambtelijke bijstand Wanneer – naar de mening van het raadslid – onvoldoende gehoor of inhoud wordt gegeven aan zijn of haar verzoek, kan de zaak worden voorgelegd aan de burgemeester.
De positie van de burgemeester is in deze bij uitstek geschikt om een bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol te spelen. Artikel 7. Informatie over ambtelijke bijstand Degene die de ambtelijke bijstand verleent staat op dat moment ten dienste van het raadslid. Om de aangewezen ambtenaar bescherming te bieden, informeert de gemeentesecretaris het college over het verzoek en de manier waarop de ambtelijke bijstand vorm krijgt. Indien het (lid van het) college achtergrondinformatie wenst over het verzoek tot ambtelijke bijstand, kan deze zich rechtstreeks tot het raadslid wenden. Artikel 8. Recht op financiële bijdrage Geen nadere toelichting. Artikel 9. Besteding financiële bijdrage In de verordening is met name een aantal doelen genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt voorkomen, dat met de bijdrage b.v. verkiezingscampagnes worden gefinancierd of raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk, vastgelegd in artikel 2 van de Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden, aanvullen met de bijdrage voor fractieondersteuning. Daarnaast zijn voor o.a. opleidingen, cursussen en congressen andere individuele budgetten voor raads- en commissieleden beschikbaar en hoeven dus niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning te worden bekostigd. Artikel 10. Voorschot financiële bijdrage Geen nadere toelichting. Artikel 11.
Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie Als de verhoudingen in de raad wijzigen door een afsplitsing of het beëindigen van een fractie, heeft dit gevolgen voor de berekening van de fractieondersteuning. De wijzigingen worden vanaf de volle maand na het ingaan van de wijzigingen ingevoerd. De fractieondersteuning bestaat uit een vaste component per fractie en een variabele component per raadslid. De vaste component is beschikbaar voor fracties die zijn gevormd op basis van de uitslag van de laatst gehouden verkiezingen. Hieruit volgt dat bij splitsing van een fractie tijdens de zittingsperiode, de nieuwe groepering alleen aanspraak kan maken op de variabele component. Op deze manier wordt zoveel mogelijk recht gedaan aan de verkiezingsuitslag. Indien een fractie gedurende de zittingsperiode ophoudt te bestaan, heeft de oorspronkelijke fractie recht op de vaste component gedeeld door het aantal maanden waarin de fractie actief is geweest. Dit om te voorkomen dat (een deel van) de vaste component wordt overgeheveld naar een andere fractie. De oorspronkelijke fractie blijft belast met de verantwoording van de bestedingen. Artikel 12. Verantwoording, controle en vaststelling financiële bijdrage Geen nadere toelichting.
Artikel 13. Slotbepaling Geen nadere toelichting.