Vaststelling Programma Water en Riolering 2023 - 2027 - Raadsvoorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp: Programma Water en Riolering 2023-2027
Zaaknummer: 1002816
Raadsvergadering d.d. 6 juli 2023 Domein/Afdeling: Fysieke leefomgeving
Voorstel Wij stellen u voor: 1. het Programma Water en Riolering 2023-2027 vast te stellen; 2. de afschrijvingstermijn voor vrijvervalriolering vast te stellen op 80 jaar (i.p.v. 50 jaar); 3. het kostendekkingsplan zoals benoemd in 6.2.2 volgens het “Scenario financiële afschrijving investeringen in 80 jaar” vast te stellen.
Inleiding In een gemeentelijk rioleringsplan (nu Programma Water en Riolering) wordt weergegeven hoe de gemeente haar zorgplichten vorm wil geven. In 2014 is het huidige vigerende Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (v-GRP) opgesteld en in 2015 vastgesteld. In verband met de komst van de Omgevingswet is deze in 2019 verlengd. Omdat ons huidige v-GRP inmiddels is verouderd hebben we een nieuw plan opgesteld. De provincie adviseerde ons om de beheerplannen, waaronder voor riolering, te actualiseren. De provincie heeft aangegeven dat we uiterlijk bij de begroting 2024 geactualiseerde beheerplannen moeten hebben, zodat zij haar oordeel kan vormen over de mate waarin onze begroting 2024 structureel sluitend is. De Omgevingswet kent twee instrumenten voor beleid: de omgevingsvisie die door de gemeenteraad wordt vastgesteld en het grondgebied van de hele gemeente bestrijkt en omgevingsprogramma’s die door het college worden vastgesteld en die uitwerkingen van dat beleid bevatten voor een thema of voor een kleiner gebied dan de hele gemeente. Naast beleid voor een thema of deelgebied bevat een omgevingsprogramma ook de maatregelen die het college wil nemen ter uitvoering van dat beleid.
Het voorliggende Programma Water en Riolering is al conform de nieuwe omgevingswet opgesteld en dus een voorbeeld van een (thematisch) programma rondom het thema water en riolering, maar valt op dit moment nog onder de wetgeving van de Wet Milieubeheer. Het vaststellen van het PWR valt hiermee onder de bevoegdheid van de gemeenteraad. Argumenten 1.1 Het hebben van een actueel rioleringsplan is een wettelijke verplichting. Volgens de Wet Milieubeheer, art. 4.22, geldt er een verplichting om een door de raad vastgesteld plan te hebben voor de zorg voor de gemeentelijke riolering. Een bestaand gemeentelijk rioleringsplan blijft geldig, nadat de Omgevingswet in werking is getreden, totdat
de looptijd van het rioleringsplan is verstreken of totdat de gemeente het plan laat vervallen (artikel 4.93, Invoeringswet). Via het overgangsrecht zal het PWR na ingang van de omgevingswet dus blijven gelden. 1.2. Het PWR volgt uit de Visie Openbare Ruimte en is onderdeel van het operationele deel van het beheer van de openbare ruimte. Op 13 april 2023 is de “Visie openbare ruimte” vastgesteld door uw raad. Deze visie vormt tezamen met andere visies (zoals de Visie Buitengebied) input voor de nog op te stellen (actualisatie van de) omgevingsvisie (Omgevingsvisie Oisterwijk d.d. 22-12-2016 en de Structuurvisie Haaren 2013). Uit onderstaand schema wordt duidelijk hoe de beleidscyclus eruit ziet en hoe dit PWR zich verhoudt tot Visie Openbare Ruimte en de overige beleidskaders en beheerplannen. Het PWR betreft zowel de beleidskaders als een beheerplan op operationeel niveau. Daarbij is het PWR ook het beleidsdocument waarin de kwaliteitsniveau’s vastliggen.
1.3. Het PWR geeft invulling aan het verzoek om actuele beheerplannen vanuit het provinciale toezicht hierop. Door de provincie wordt in de toezichtbrief aangegeven dat de gemeente actuele beheerplannen moet hebben, die financieel vertaald zijn in de begroting. Provincie geeft in haar brief aan dat het jaar 2023 het laatste jaar is waarin zij ontbrekende of verouderde beheerplannen vanuit de toezichthoudersrol kan accepteren. Dat betekent dat we uiterlijk bij de begroting 2024 geactualiseerde beheerplannen moeten hebben, op basis waarvan de Provincie kan beoordelen dat we voldoende middelen in onze begroting hebben opgenomen voor het in stand houden van het rioolareaal op de door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau’s. De huidige beheerplannen van openbare ruimte worden nu allemaal geactualiseerd. Met het PWR wordt voldaan aan deze eis.
1.4 Met ingang van de Omgevingswet blijft vastlegging van de zorg voor gemeentelijke riolering verplicht. Met ingang van 1 januari 2024 treedt de omgevingswet in werking. Hierin worden regels voor de ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigd en samengevoegd. Na ingang van de Omgevingswet dienen gemeenten de volgende stukken op te stellen: - Omgevingsvisie; visie van een gemeente voor de lange termijn: aan welke maatschappelijke opgaven wil de gemeente voor de lange termijn werken - Omgevingsplan; alle regels over de fysieke leefomgeving zoals verordeningen, die een gemeente heeft opgesteld binnen haar grondgebied (opvolger van bestemmingsplan). Naar keuze: - Omgevingsprogramma’s; Hierin kunnen overheden beleid en maatregelen opstellen om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken voor een bepaald onderdeel van de fysieke leefomgeving (thema) of voor een gebied dat kleiner is dan het grondgebied van de hele gemeente (deelgebied). Dit heeft gevolgen voor het Programma Water en Riolering (Gemeentelijk Riolerings Plan, GRP). Momenteel is het vaststellen van een rioleringsplan door de gemeenteraad verplicht op grond van de Wet Milieubeheer. Onder de Omgevingswet is dat niet meer het geval. Vastlegging van de zorg voor gemeentelijke riolering blijft wel verplicht, maar mag in andere vormen.
Er kan dan voor gekozen worden om een gemeentelijk rioleringsprogramma op te stellen (artikel 3.14, Omgevingswet). Evenzeer is het mogelijk om een multi-sectoraal programma op te stellen, waarbij riolering een onderdeel is van een bredere benadering of om riolering mee te nemen in een integraal gebiedsprogramma. Via het overgangsrecht zal het PWR na ingang van de omgevingswet de komende jaren nog blijven gelden. Voor welke vorm daarna gekozen wordt, bepaalt het college van burgemeester en wethouders. De financiële aspecten worden onder de Omgevingswet in de reguliere (procedures van de) begrotingscyclus vastgesteld door uw raad. 1.5 Het Programma Water en Riolering gaat over het gehele grondgebied dus nu inclusief Haaren. Op 1 januari 2021 is het dorp Haaren toegevoegd aan de gemeente Oisterwijk, waarmee het areaal een flink stuk groter werd. De zorg voor de riolering in Haaren is onderdeel van het voorliggend programma.
2.1 Met afschrijving in 80 jaar wordt er afgeweken van de nota waardering en afschrijving In de nota waardering en afschrijving, vastgesteld op 17 februari 2017 (17/06) is het advies opgenomen om voor vrijvervalriolering een afschrijvingstermijn te handteren van 50 jaar. Met afschrijving in 80 jaar wordt in dit voorstel hiervan afgeweken. Hiervoor worden de volgende argumenten genoemd in het PWR: -de huidige kwaliteit van onze rioolstelsels en goede grondslag in onze gemeente; - een groot deel van de huidige riolering is al 70 jaar oud; - technisch gaan de investeringen in riolering veelal 80 jaar of langer mee; - door geavanceerde onderhoudstechnieken gaat riolering langer mee dan in het verleden; - kapitaalvernietiging van wegen (afschrijvingstermijn van 40 jaar) wordt voorkomen door uit te gaan van een afschrijvingstermijn van 80 jaar voor riolering, zodat via een integrale aanpak “werk met werk” gemaakt kan worden.
3.1 Flexibiliteit in inzet van investeringen op locaties met hoogste prioriteit. In het programma is de jaarlijkse investering in vervanging van riolering vastgesteld. De locaties voor vervanging van de riolering worden op ambtelijk niveau integraal met andere disciplines bepaald. De prioriteringen worden gedaan aan de hand van de actueel beschikbare informatie.
Kanttekeningen 1.1 “Klimaatadaptatie” is niet compleet behandeld Klimaatadaptatie is in de afgelopen jaren meer omvattend geworden dan enkel de omgang met water. Het onderwerp “klimaatadaptatie” omvat beleid op vele disciplines, waaronder ook water. De aspecten die betrekking hebben op regenwater en grondwater zijn opgenomen in dit PWR. Andere klimaataspecten zoals bijvoorbeeld het verwijderen van verharding en vergroening van straten en tuinen worden opgenomen in andere beleidstukken c.q. omgevingsplan en/of programma’s. 1.2 Provincie is niet intensief betrokken De provincie heeft een formele toetsende rol wanneer het gaat om het kostendekkingsplan (zie paragraaf 6.2.2 van het programma Water en Riolering 2023-2027). De Provincie werd in het verleden wel vaak betrokken bij het opstellen van dergelijke programma’s, maar uit ervaring van de opsteller (adviesbureau Arcadis Nederland B.V.) blijkt dat provincie weinig inbreng levert. Voorliggend programma is wel aan de provincie verstrekt. Waterschap de Dommel is wel nauw betrokken geweest bij het opstellen van dit PWR.
2.1 Verhoging rioolbelasting In het PWR is door Arcadis een doorrekening gemaakt van alle benodigde investeringen en kosten voor water en riolering van ons gehele areaal. Gerekend is met 2 scenario’s: het 1e scenario is gebaseerd op de huidige afschrijvingstermijnen; het 2e scenario gaat uit van een meer realistische, langere, afschrijvingstermijn voor vrijvervalriolering van 80 jaren. Op basis van deze doorrekening van het 2e scenario blijkt het nodig om de rioolheffing de komende 20 jaren jaarlijks met 0,1% te verhogen (naast de reguliere indexering), zodat de opbrengst rioolheffing ook op termijn kostendekkend is. Hoewel uitgegaan is van realistische uitgangspunten wordt opgemerkt dat rekening gehouden moet worden met de onzekerheden die de rioolheffing kunnen beïnvloeden, zoals de ontwikkeling van het aantal heffingseenheden, kostenontwikkelingen van (bouw)materialen, energiekosten, rentestijgingen en toenemende opgaven rondom klimaatadaptatie. Om een kostendekkende rioolheffing te behouden, dient de in Figuur 8 (op pagina 49) weergegeven rioolheffing jaarlijks te worden geïndexeerd op basis van de optredende inflatie. Jaarlijks wordt, bij het vaststellen van de nieuwe begroting, het te hanteren indexatiepercentage bepaald. Naast deze indexatie moet tenminste de beleidsmatige verhoging toegepast worden om te zorgen voor een kostendekkende rioolheffing.
Wanneer het werkelijk aantal eenheden achterblijft, zal het tarief naar rato daarvan extra verhoogd moeten worden, bovenop de indexatie en beleidsmatige verhoging.
Samenwerking In 2019 is met samenwerkende gemeenten in de regio Hart van Brabant een blauwdruk voor het Programma Water en Riolering opgesteld. Op basis daarvan heeft Arcadis dit Programma Water en Riolering 2023 – 2027 opgesteld. Bij het opstellen van het programma Water en Riolering 2023 – 2027 is Waterschap de Dommel nauw betrokken geweest. Het waterschap heeft de nodige input geleverd en gedurende het proces hun adviezen en opmerkingen gegeven. Deze zijn verwerkt in het PWR. Financiën In het PWR is door Arcadis een doorrekening gemaakt van alle benodigde investeringen en kosten voor water en riolering van ons gehele areaal. In het rapport zijn 2 scenario’s in beeld gebracht: - het 1e scenario gaat uit van de huidige afschrijvingstermijnen voor vrijvervalriolering van 50 jaar. - Het 2e scenario gaat uit van een afschrijvingstermijn van 80 jaar. We stellen voor om te kiezen voor een afschrijvingstermijn van 80 jaar, conform het voorstel van Arcadis in het PWR. Op basis van het scenario waarin uitgegaan wordt van de afschrijvingstermijn van 80 jaar blijkt het nodig om de rioolheffing de komende 20 jaren jaarlijks met 0,1% te verhogen (naast de reguliere indexering), zodat de opbrengst rioolheffing ook op termijn de kosten van water en riolering dekt.
In het scenario waarin we blijven uitgaan van een afschrijvingstermijn van 50 jaar moeten we de tarieven rioolheffing de komende 20 jaren jaarlijks met 1,0% verhogen. Communicatie Conform de wet milieubeheer zal het raadsbesluit van vaststelling van het Programma Water en Riolering 2023 – 2027 worden bekend gemaakt in de lokale media. Na vaststelling door de raad wordt dit “Programma Water en riolering” gepubliceerd op officiële kanalen volgens geldende procedure. Provincie en waterschap worden hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Uitvoering Dit programma treedt in werking op de achtste dag volgend op die van haar bekendmaking. Dan wordt er door de gemeente Oisterwijk gehandeld naar het in dit programma opgenomen beleid. Na ingang van de omgevingswet wordt de inhoud van dit programma te zijner tijd verwerkt in de in het kader van de omgevingswet op te stellen stukken. Tot die tijd blijft het PWR via het overgangsrecht geldig. Samen met andere disciplines wordt er nog nadere invulling gegeven aan klimaatadaptatie.
Bijlagen - Programma Water en Riolering 2023-2027, d.d. 24 mei 2023 - Oplegnotitie programma Water en Riolering
Ter inzage gelegde stukken Geen
Oisterwijk 30 mei 2023,
Het college, de gemeentesecretaris a.i.,
de burgemeester,
Marco Wilke
Hans Janssen
Raadsbesluit Programma Water en Riolering 2023-2027
De raad van de gemeente Oisterwijk, gelezen het voorstel van het college d.d. 30 mei 2023, domein/afdeling fysieke leefomgeving;
gelet op Wet Milieubeheer, art. 4.22 besluit : 1. het Programma Water en Riolering 2023-2027 vast te stellen; 2. de afschrijvingstermijn voor vrijvervalriolering vast te stellen op 80 jaar (i.p.v. 50 jaar); 3. het kostendekkingsplan zoals benoemd in 6.2.2 volgens het “Scenario financiële afschrijving investeringen in 80 jaar” vast te stellen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Oisterwijk op 6 juli 2023 de griffier,
de voorzitter,
Daniëlle Robijns
Hans Janssen