Schriftelijke inbreng 1 - Natuurmonumenten
Tekst van het document
In overleg met mw. Lok (Gebiedsmanager Natuurmonumenten) en wethouder Dankers is onderstaande brief aangeboden aan de gemeenteraad (als schriftelijke inbreng bij de vergaderstukken “Toekomstscenario Staalbergven”.)
Geachte heer Dankers, Naar aanleiding van de bespreking met de raad van afgelopen maandag verneem ik graag hoe een en ander ingestoken zal worden voor wat betreft het raadsvoorstel gelet op het gegeven dat 4 van de 7 fracties (met een meerderheid) dit voorstel als ‘niet rijp voor de raad hebben bestempeld’. Naar aanleiding van onze recente overleggen (1 en 4 december jl) en de bespreking met de raad van afgelopen maandag breng ik onderstaand een aantal concrete aandachtspunten vanuit Natuurmonumenten in herhaling: Als benoemd in de vergadering: de behoefte aan financiële helderheid als bedoeld in artikel 13.3 reikt verder dan het accorderen van de 250.000 euro aan onderzoeksgelden. De intentie om te komen tot een geakkordeerde begroting om te komen tot de renovatie en een concreet perspectief op de structurele betaalbaarheid van de gerenoveerde accommodatie is voor Natuurmonumenten aanhoudend randvoorwaardelijk. Er is een welbewuste afspraak gemaakt, vastgelegd in artikel 13.3 van de huurovereenkomst, dat de raad uiterlijk in 2023 een beslissing zou nemen over het vrijmaken van budget voor de renovatie (van de gehele Accommodatie, alle opstallen) zelf.
Die beslissing -en de gestelde termijn- heeft krachtens huurovereenkomst geen betrekking op het verlengen van de ‘onderzoeksfase’ die al enkele jaren loopt en waarvan in onderling draagvlak is afgesproken dat die onderzoeksfase in 2023 definitief zou moeten worden afgesloten. De afspraak is dat ten aanzien van de renovatie van het “Staalbergven” uiterlijk dit kalenderjaar een go of een (permanente) no go wordt gegeven. In artikel 13.3 is bovenal vastgelegd dat enkel een toereikende financiering voor de Accommodatie als geheel ertoe leidt dat Natuurmonumenten niet mag ontbinden. De financiële goedkeuring zoals in het voorliggende raadsvoorstel staat omschreven richt zich op scenario 3b waarbij het wedstrijdbad geheel komt te vervallen. Dit schuurt in juridische zin met de geldende huurovereenkomst wat ik onderstaand zal onderbouwen direct gevolgd met een denklijn hoe ik eventueel (afhankelijk van vele variabelen) hier wél in mee wil denken gelet op de haalbaarheid van de renovatie. Overweging a: Het door de gemeente geëxploiteerde “Strand- en Recreatiebad Staalbergven” bevindt zich op het Perceel als verhuurd aan de gemeente. Hier is dus vastgelegd dat het “Strand- en Recreatiebad Staalbergven” zich bevindt op het perceel zoals dat wordt verhuurd. Dit volgt uit deze definitie. Overweging b: Dit bad bestaat uit de daar nu aanwezige opstallen, het terrein en deel van het ven.
Hier wordt ook verwezen naar het horecagebouw. Alle opstallen tezamen worden aangeduid als “de Accommodatie”. Art. 1.2: “Het gehuurde, alsmede de Accommodatie, zal na de Renovatie worden bestemd om te worden gebruikt als Strand- en Recreatiebad”. Door het afstoten van het 50-meter bad zouden meerdere bepalingen uit de huurovereenkomst niet worden nagekomen. In het bijzonder de bepalingen die zien op de beschermingsgedachte van het ven. Het is tevens een aanpassing op het bestaande gebruik wat getoetst dient te worden door bevoegd gezag (provincie en/of omgevingsdienst). De kwaliteit van het ven mag niet achteruit gaan, maar moet worden behouden, versterkt en ontwikkeld, zo volgt uit art. 11.4 van de huurovereenkomst. Artikel 11.4 bepaalt dat ten aanzien van de uit te voeren Renovatie het behoud, de versterking en de ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden als randvoorwaardelijk worden beschouwd. De naar alle waarschijnlijkheid te verwachten extra belasting van het ven door het wegbezuinigen van het 50meter bad is hiermee in strijd. We hebben in voorliggende uitwerking in het raadsvoorstel geen enkele zekerheid teruggevonden dat het vervallen van het wedstrijdbad geen extra druk op gaat leveren op (het gebruik van) het ven. Dat is in strijd met de contractuele en wettelijke zorgplicht voor de Habitat van het ven.
We zijn bereid om middels nader onafhankelijk onderzoek en nadere afstemming te kijken naar scenario 3b met de randvoorwaarde dat voor 100 % zeker is dat de druk op het ven niet toeneemt. Denkkader hierbij om het maximaal aantal bezoekers en zwemmers in het ven concreter te begrenzen en vast te leggen zoals dit ook gedaan is in een eerdere verlengingsovereenkomst. Onderdeel van de bespreking met de raad was de exploitatie. Er zijn door de Raad diverse ideeën geopperd en de revue gepasseerd waarvan het merendeel van de ideeën niet past binnen de uitgangspunten van de huurovereenkomst. Het is mij niet geheel helder of de Raad gekend is met de inhoud van de feitelijke huurovereenkomst. Wellicht is het helpend om deze (nogmaals) aan hen ter beschikking te stellen? Artikel 7.1 bepaalt namelijk dat de gemeente het Strand- en Recreatiebad zelf dient te exploiteren of deze ‘als geheel’ aan een ‘maatschappelijke’ sportorganisatie kan uitbesteden (de exploitatie). Vb de geopperde denklijn om een vereniging van vrijwilligers het bad te laten runnen is geenszins in lijn met dit artikel. Ook de suggestie om de horeca te verplaatsen naar het naastgelegen perceel van de rugbyvelden is in strijd met de huurovereenkomst omdat daardoor de exploitatie van het zwembad wordt ‘gesplitst’.
Ten aanzien van het naastgelegen perceel en de mogelijke uitbreiding van de bestaande ‘configuratie’ op het perceel dat Natuurmonumenten nu verhuurt, geldt dat is overeengekomen dat het Recreatiebad zich bevindt op het gehuurde perceel. Indien de gemeente daar het eigen in eigendom zijnde perceel bij betrekt wordt daardoor -zonder goedkeuring van Natuurmonumenten- het object van de huurovereenkomst aangepast. Ik acht het daarnaast zeer realistisch dat we daarnaast ook uit hoofde van ons burenrecht (als eigenaar van het buurperceel) opkomen tegen deze geschetste plannen gelet op toename van druk. We zien dit als strijdig met artikel 12: we hebben (naast geldende wet- en regelgeving) in onze overeenkomst vastgelegd dat de gemeente i.v.m. de bijzondere ligging van het gehuurde in Natura-2000 gebied zich conformeert aan de daarbij horende zorgplicht. Ondanks de welbewust in december 2022 gemaakt afspraak om na december 2023 niet nog een keer een onderzoekstraject in te gaan (of het bestaande onderzoekstraject te verlengen), is Natuurmonumenten uit oogpunt van coulance en gelet op de goede relatie met de gemeente onder voorwaarden bereid de in de overeenkomst opgenomen ontbindingstermijn met een zo kort als mogelijke periode te verlengen.
Indien die wens tot een verlenging van de gestelde termijn in artikel 13.3 inderdaad aanwezig is bij de gemeente ontvang ik graag zo spoedig mogelijk een onderbouwd verzoek wat inzicht geeft in concreet te zetten stappen in een specifiek afgebakende periode. Ik zal dit verzoek dan in overweging kunnen nemen wanneer het verzoek blijk geeft van rekenschap van en instemming op bovenstaande punten. Gezien de rol van de gemeenteraad, de recente bespreking met de Raad van 4 december waar ik bij heb ingesproken en tevens de aanstaande vergadering van 14 december, stuur ik een kopie van deze mail aan de griffie(r) van de raad. Vriendelijk verzoek met hen af te stemmen dat en hoe deze informatie op passende wijze gedeeld kan worden met de Raad. Met vriendelijke groet, Carolien Lok Gebiedsmanager Midden-Brabant