RIB - Van opvang t/m integratie
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Van opvang tot en met integratie Aan
de gemeenteraad
Van
het college
Behandeld in de collegevergadering d.d
19 augustus 2025
Bijlagen
1a. Toezichtsoordeel provincie 2024-II 1b. Toezichtsoordeel provincie 2025-I, 2. Tabellen bij paragraaf III Inburgering, 3. Europese en landelijke ontwikkelingen
Onderwerp
Van opvang tot en met integratie
Inleiding Met deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de laatste stand van zaken in de lokale keten van opvang tot en met integratie en de gevolgen van de landelijke ontwikkelingen. Met deze raadsinformatiebrief beschouwen wij motie 385 Huisvesting statushouders als afgedaan.
Kennisnemen van De stand van zaken in de lokale keten van opvang tot en met integratie en de Europese en landelijke ontwikkelingen en de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de huisvesting van statushouders in bestaand vastgoed van derden. I.
Opvang
Asielzoekerscentrum In de bestuursovereenkomst met het COA is opgenomen dat op de Regionale Opvang Locatie in Oisterwijk (AZC Oisterwijk) 450 opvangplekken zijn (inclusief 50 voor Alleenstaande Minderjarige Vluchtelingen. Daarnaast zijn er tot 1 oktober 2025 100 extra plekken crisisnoodopvang op voormalig camping de Reebok. Het COA investeert in nieuwbouw op de huidige locatie van het AZC. Het voorlopig ontwerp hiervoor is tijdens de raadsontmoeting van 9 januari 2025 met u gedeeld. Inmiddels is het ontwerp definitief en is voor de eerste fase van de bouw de omgevingsvergunning aangevraagd. Tijdens de bouw blijft het AZC zoveel mogelijk in gebruik.
Spreidingswet en samenwerking in Hart van Brabant Gemeenten hebben sinds 1 februari 2024 met de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ (Spreidingswet) een wettelijke taak in de opvang van asielzoekers. Oisterwijk werkt samen met gemeenten in Hart van Brabant (regionale regie-tafel) aan voldoende duurzame en flexibele opvangcapaciteit, ‘als zijnde één gemeente’. De afspraken hierover kunt u teruglezen via deze raadsinformatiebrief. Hiermee leveren wij een bijdrage aan de provinciale regietafel. De gemeenten van Hart van Brabant hebben een bezwaar ingediend tegen het verdeelbesluit in het kader van de Spreidingswet. Dit bezwaar is gegrond verklaard en het verdeelbesluit is aangepast. Het aantal verplichte opvangplekken voor Oisterwijk is hierdoor niet gewijzigd. Opvang ontheemden OEK en derdelanders Nederland biedt tijdelijke bescherming aan ruim 125.000 Oekraïense ontheemden, waarvan bijna 95.000 in gemeentelijke opvang. De richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) is verlengd tot 4 maart 2026. Op 17 april 2025 vroeg toenmalig minister Faber om uitbreiding van opvangplekken naar 109.000, maar Oisterwijk gaf hier geen gehoor aan vanwege beperkte capaciteit bij ketenpartners en onzekerheid over financiering.
De gemeente biedt momenteel 305 opvangplekken (55 op Nieuwenhof en 250 op Klein Oisterwijk) en daarnaast vangen particulieren gemiddeld 100 Oekraïners op. Derdelanders De bescherming van derdelanders die tijdelijk in Oekraïne verbleven, eindigde op 4 maart 2024. Alleen derdelanders met een permanente verblijfsvergunning in Oekraïne blijven onder de RTB vallen. In Oisterwijk worden zes derdelanders met een permanente status opgevangen. De meeste derdelanders met een tijdelijke status zijn al vertrokken of hebben een asielaanvraag ingediend.
II.
Huisvesting/taakstelling statushouders
Het Rijk bepaalt elk half jaar hoeveel statushouders gemeenten een plaats moeten geven om te wonen: de taakstelling. De provincie houdt toezicht op het behalen van de taakstelling. Omdat de taakstelling twee perioden na elkaar niet was gerealiseerd en de achterstand groter was geworden, is de gemeente Oisterwijk in 2024 onder actief toezicht geplaatst (trede 3A van de ‘interventieladder’). Daarop is er door ons een plan van aanpak vastgesteld.
Gelet op het uitblijven van voortgang en de ernst van de achterstand, heeft de provincie onlangs besloten het toezicht op de gemeente Oisterwijk op te schalen naar trede 3B van de interventieladder.
De actuele stand van zaken rondom de taakstelling staat in het volgende schema. We zien een stijging van de achterstand. Het oordeel van de provincie over de periode 2024-II is te vinden in bijgevoegde brief.
Jaar
Taakstelling
Achterstand vorige perioden
Totaal te behalen
Realisatie
Achterstand
2024-I
35
19
54
21
33
2024-II
32
33
65
8
57
2025-I
28
57
85
17
68
2025-II
24
68
92
n.t.b.
n.t.b.
Stand van zaken ingezette oplossingsrichtingen plan van aanpak Het plan van aanpak kent vier oplossingsrichtingen. Hieronder volgt de stand van zaken:
1. Flexibele woonvormen Gemeente Oisterwijk heeft hospitabewoning planologisch toegestaan en hiervoor beleidsregels opgesteld. De eerste hospita huurovereenkomst is inmiddels gesloten. Daarnaast wordt samen met Leystromen het concept ‘friendscontracten’ onderzocht, waarmee vrienden die geen huishouden vormen samen een woning kunnen delen. Dit wordt getest in Goirle en Hilvarenbeek en daarna toegepast in Oisterwijk.
2. Beter benutten van vastgoed van derden (of van gemeente zelf) De gemeente Oisterwijk staat onder toezicht van de provincie vanwege een achterstand in het huisvesten van statushouders. Tegelijkertijd is er een groot tekort aan woonruimte voor starters. Om deze tekorten aan te pakken wordt er op een tweetal locaties in Oisterwijk onderzocht of huisvesting van deze doelgroepen geschikt is.
3. Uitbreiden van huidige woningvoorraad met sociale woningbouw Een programmateam werkt aan de Aanpak Woningbouwversnelling om de voortgang en programmering van projecten te verbeteren. Dit kan een positieve impact hebben op de huisvesting van statushouders.
4. Ontwikkeling Flexwoningen Op drie locaties (De Scheerman, Gildepad en Moergestelseweg) worden flexwoningen ontwikkeld, waarvan een deel wordt verhuurd aan statushouders.
Ondanks de inzet op de in ons plan van aanpak genoemde maatregelen hebben we in 2024 en het eerste deel van 2025 geen inhaalslag gemaakt.
Risico’s door niet behalen van/achterlopen op taakstelling Het niet-behalen van de taakstelling leidt tot meerdere negatieve gevolgen: Voor de statushouders (en asielzoekers):
-
-
Belemmering van inburgering en integratie: Een stabiele woonplek is essentieel voor het opbouwen van een zelfstandig leven, het starten van inburgering en werk en deelname aan de samenleving. Onrust in AZC’s: Langdurig verblijf in AZC’s verhoogt de kans op onrust, omdat statushouders langer moeten wachten op huisvesting. Het bezet opvangplekken onnodig lang en kan leiden tot frustratie en demotivatie.
Voor de gemeente: -
-
Financieel risico: Statushouders kunnen starten met inburgering voordat ze gehuisvest zijn, maar Rijksfinanciering volgt pas na huisvesting. Dit leidt tot een voorfinanciering door de gemeente. Verhoogd toezicht: De provincie kan het bestuurlijk toezicht opschalen en op kosten van de gemeente zelf huisvesting realiseren indien de taakstelling niet wordt behaald.
Er wordt door het huidig (demissionair) kabinet gesproken over het afschaffen van de voorrangsregeling en taakstelling. Zie hiervoor verder bijlage 3.
III.
Inburgering
Per 1 januari 2022 is de gemeente verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van de Wet inburgering (Wi2021). Inburgeringsplichtigen hebben 3 jaar om aan hun inburgeringsplicht te voldoen. In Oisterwijk hebben de eerste Wi2021-ers inmiddels aan hun inburgeringsverplichting voldaan (zie schema 1 en 2 in bijlage 1).
Nieuwe contracten voor inburgering In 2021 hebben we contracten met inburgeringpartners afgesloten die eindigen aan het einde van 2025. Concreet betekent dit er per 1 januari 2026 nieuwe contracten afgesloten moeten zijn om aan onze wettelijke verplichtingen te voldoen en inburgeringsdienstverlening te kunnen aanbieden. Gezien onze geringe aantallen bestaat er, om interessant voor een aanbieder te zijn, voor een deel van de dienstverlening een afhankelijkheid in de regio Hart van Brabant (voornamelijk Tilburg). Voor dat deel sluiten we aan bij de werkwijze van Tilburg1. Voor het andere deel van de dienstverlening, kunnen we inkopen conform ons gemeentelijke inkoopbeleid (zie schema 3 in bijlage 2). Bij de nieuwe contracten is er onder meer aandacht voor: •
Passend aanbod van dienstverlening voor specifieke groepen, zoals jongeren, gezinsmigranten en werkenden.
•
Verbetering dualiteit: taal en participatie/werk: de koppeling tussen participatieactiviteiten vanuit de Wi2021 en de Participatiewet kan beter.
•
Meer maatwerk: mogelijkheden zoals het verkorten van het brede-intake programma en het onder bepaalde voorwaarden zelfstandig leren van taal worden onderzocht.
•
Een herzieningsclausule, zodat er flexibiliteit is als het landelijke beleid in de komende jaren wijzigt.
Het college van de gemeente Tilburg heeft het besluit genomen om gezien alle landelijke onduidelijkheden, met de huidige partners een overbruggingsovereenkomst af te sluiten voor een jaar 1
Deze verbeterpunten worden meegenomen in de nieuwe contracten om de uitvoering effectiever en beter afgestemd op de doelgroep te maken2.
IV.
Integratie
Binnen de gemeente is er geen specifiek integratiebeleid. De lijn is dat alle basisondersteuning ‘inclusief’ werkt en daarmee passend is voor de diversiteit in onze samenleving. De gemeente heeft dit opgenomen in de verstrekte subsidies aan de organisaties in de basisstructuur. Daarnaast heeft VluchtelingenWerk een specifieke opdracht om samen met nieuwkomers kennis te maken in de buurt.
Vervolg Op het brede dossier van opvang tot en met integratie werken wij zoveel mogelijk integraal, dat wil zeggen dat we op de verschillende samenhangende onderwerpen samenwerken. De informatie over deze verschillende samenhangende onderwerpen blijven wij u twee maal per jaar aanbieden via een (integraal opgezette) raadsinformatiebrief.
Communicatie nvt
Bijlagen Bijlage 1a: Toezichtsoordeel provincie 2024-II Bijlage 1b: Toezichtsoordeel provincie 2025-I Bijlage 2: Tabellen bij paragraaf III Inburgering Bijlage 3: Europese en landelijke ontwikkelingen
Als de taakstelling verdwijnt, wordt het onzeker hoeveel mensen naar Oisterwijk verhuizen en welk inburgeringsaanbod nodig is. Dit bemoeilijkt afspraken met inburgeringspartners en vermindert financiële zekerheid. Partners vragen om garanties om hun organisatie stabiel te houden (zie verder in bijlage 3). 2