RIB - Bijlage 2 rapport WMO 2024
Tekst van het document
juni 2025
RAPPORT
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 Gemeente Oisterwijk
Cliëntervaringsonderzoek 2024 Gemeente Oisterwijk – Wmo Deze factsheet presenteert de belangrijkste uitkomsten van het cliëntervaringsonderzoek (CEO) Wmo over 2024. De doelgroep van dit onderzoek is tweeledig en bestaat uit inwoners die in 2024 een aanvraag voor een Wmo voorziening hebben gedaan (toegang); en uit inwoners die in 2024 gebruik hebben gemaakt van een individuele maatwerkvoorziening vanuit de Wmo (kwaliteit en effect). Respondenten konden de vragenlijst schriftelijke of digitaal invullen. Bij elke score staat – waar mogelijk – ook de score van het voorgaande meetjaar vermeld. Het kan zijn dat de verschillen op toeval berusten (er is geen significantietoets gedaan). Het onderzoek is uitgevoerd door onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau ZorgfocuZ.
De hulpvraag
61
Kwaliteit en effect Uitgenodigd:
903
Ingevuld:
324
Respons:
36%
5 (13) 3 (5)
12 (17)
12 (20)
79 (66)
wist waar zij moesten zijn met hun hulpvraag (in %)
81 (72)
werd snel geholpen (in %)
41% 38% heeft gebruik gemaakt van de onafhankelijke cliëntondersteuner
92 (83)
96 (85)
voelde zich serieus genomen (in %)
“Veel sneller contact gehad met de wmo-consulent dan gedacht, gezien de wachttijden, daarvoor mijn dank.”
Cliëntondersteuning
Toegang Ingevuld:
2 (10) 2 (5)
7 (14)
9 (14)
Responsoverzicht
vond de medewerker deskundig (in %)
“Heb een heel fijn gesprek met de medewerker van de gemeente had.”
4% 9% had er wel gebruik van willen maken als ze het hadden geweten
96% 90% is tevreden over de onafhankelijke cliëntondersteuner
Door afrondingsverschillen kan het zijn dat de som van de percentages niet uitkomt op exact 100%. Kleuren: groen is ‘(helemaal) eens’, grijs is ‘neutraal’ en rood is ‘(helemaal) oneens’.
4
2 (6) 2 (4)
Andere hulp
Resultaat van hulp
Ervaring met hulp
Het gesprek
2 (5) 2 (3)
4 (9)
96 (92)
96 (90)
De medewerker luisterde naar het verhaal (in %)
Kon de vragen stellen die zij wilden (in %)
81% 79% Vond de wachttijd korter dan verwacht of zoals verwacht
96 (85) Is tevreden over het gesprek (in %)
77% 78%
79% 80%
79% 63%
Vond de kwaliteit van de hulp goed
Zegt dat de hulp past bij de hulpvraag
Maakt gebruik van alle toegewezen hulp/hulpmiddelen
Heeft een betere kwaliteit van leven (in %)
Kan beter de dingen doen die ze willen (in %) 2024
79
17
4
78
17
5
2023
75
21
3
81
16
4
0%
20%
40%
60%
80%
100%
0%
20%
40%
60%
80%
100%
“Mijn echtgenoot zorgt voor mij, en met de rolstoel die wij hebben van het wmo kunnen we ons goed redden.”
“Ja, ze is nog heel jong (18 jaar), heel lieve meid, gezellig, een praatje maken. Moet nog veel leren, maar als ik haar corrigeer doet ze het heel goed! Ben heel blij met haar!”
44% 57%
73% 71%
krijgt naast hulp vanuit de Wmo ook hulp van familie, vrienden, buren of vrijwilligers
Degene die helpt kan dit goed aan
Door afrondingsverschillen kan het zijn dat de som van de percentages niet uitkomt op exact 100%. Kleuren: groen is ‘(helemaal) eens’, grijs is ‘neutraal’ en rood is ‘(helemaal) oneens’.
5
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
Inhoudsopgave
1.2.1 Doelgroep
6
1.2.2 Methode
6
1.2.3 Respons
6
4
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
1| Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Voor de gemeente Oisterwijk is het belangrijk om te weten hoe inwoners de ondersteuning vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) ervaren. Deze ondersteuning wordt door de gemeente georganiseerd. Voorbeelden zijn: hulpmiddelen (een rolstoel of scootmobiel), woningaanpassingen (een traplift), vervoer (taxi), hulp bij huishouden, of begeleiding. De gemeente Oisterwijk heeft in samenwerking met ZorgfocuZ en de andere gemeenten binnen het samenwerkingsverband (Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek en Dongen) een cliëntervaringsonderzoek (CEO) uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek geven inzicht in hoe de dienstverlening van de gemeente en de ondersteuning ervaren wordt. Aan de hand van de resultaten kunnen verbeterpunten worden geïdentificeerd en kunnen, waar nodig, verbeteringen worden doorgevoerd. Daarnaast voldoet de gemeente aan haar verplichting het CEO Wmo uit te voeren. In het onderzoek zijn ervaringen opgehaald rond onderstaande thema’s: 1) De hulpvraag. De gemeente wil inzicht krijgen in de ervaringen van inwoners met het melden van een hulpvraag (toegang tot de Wmo). Wanneer inwoners een melding doen komen ze in contact met de gemeente. 2) Cliëntondersteuning. De gemeente is benieuwd naar de ervaringen van inwoners met de hulp van een onafhankelijke cliëntondersteuner.
Deze persoon helpt de weg te vinden naar zorg en ondersteuning. 3) Het persoonlijke (keukentafel)gesprek. Na de melding wordt een gesprek ingepland om te bepalen wat de hulpvraag precies is. De gemeente gaat na wat de inwoner zelf kan en waar de gemeente kan ondersteunen. De gemeente wil graag weten wat inwoners van dit gesprek vinden. 4) Het opstarten van de hulp. De gemeente wil inzicht in hoe inwoners de periode tussen het eerste contact met de gemeente en het opstarten van de hulp ervaren. 5) Ervaringen met de hulp. Na het gesprek wordt bepaald of inwoners in aanmerking komen voor een Wmo-voorziening. De gemeente wil inzicht krijgen in de ervaringen van inwoners met het opstarten van de hulp en met de kwaliteit van de hulp die ze vanuit de gemeente of vanuit een zorgaanbieder ontvangen. Ook is de gemeente benieuwd of inwoners alle hulp/hulpmiddelen ontvangen die aan hen is toegekend. 6) Het resultaat van de hulp. Het doel van de hulp is om inwoners te helpen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen en deel te kunnen nemen aan de maatschappij. De gemeente wil graag inzicht krijgen in het resultaat van de hulp. 7) Andere hulp. Naast hulp vanuit de Wmo, kunnen inwoners ook hulp van naasten, kennissen of vrijwilligers ontvangen. De gemeente is benieuwd wat de ervaringen hiermee zijn.
5
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
1.2 Aanpak onderzoek 1.2.1 Doelgroep De doelgroep van dit onderzoek bestaat uit inwoners van de gemeente Oisterwijk die in 2024 een aanvraag voor een Wmo-voorziening hebben gedaan. Op basis van de aanvraag hebben inwoners een positieve of negatieve beschikking ontvangen. Afhankelijk van de beschikking hebben inwoners in 2024 wel of geen gebruik mogen maken van een Wmo-voorziening. Daarnaast zijn voor het onderzoek over de kwaliteit/het effect ook inwoners uitgenodigd die al langere tijd gebruik maken van een Wmo voorziening.
1.2.2 Methode Toegang tot de Wmo Voor de vragenlijst over toegang is gebruik gemaakt van continu meten. Dit betekent dat de dataverzameling het hele jaar door plaatsvindt met als doel om beter bij de klantreis aan te sluiten. De gemeente heeft daarom de vragenlijst over de toegang tot de Wmo met de beschikking meegestuurd. In de beschikkingsbrief werd het onderzoek kort uitgelegd. De vragenlijst (gedrukt op geel papier) bevatte ook een website, zodat het voor inwoners mogelijk was om de vragenlijst eventueel online in te vullen. Doordat inwoners de vragenlijst snel na de aanvraag krijgen, is het onderwerp actueel en zijn ervaringen betrouwbaarder.
Kwaliteit en resultaat van de Wmo Voor de vragenlijst over de kwaliteit en het effect van de hulp is gebruik gemaakt van een eenmalige puntmeting na afloop van het kalenderjaar. Inwoners kregen in februari 2025 een uitnodigingsbrief met een vragenlijst en antwoordenvelop van ZorgfocuZ. Na drie weken kregen inwoners een herinneringsbrief. Het betreft inwoners die de vragenlijst nog niet hadden ingevuld en zich ook niet hadden afgemeld. Inwoners konden de vragenlijst zowel schriftelijk als digitaal via een website of via een QR-code in de brief invullen. In totaal kregen inwoners zes weken de tijd om te reageren.
Vragenlijsten Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de landelijke (en voorheen verplichte) standaardvragenlijst voor het cliëntervaringsonderzoek Wmo, zoals opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Om aan te sluiten op de informatiebehoefte van gemeente Oisterwijk zijn – in samenspraak met de en de andere gemeenten binnen het samenwerkingsverband (Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek en Dongen) – enkele thema’s toegevoegd aan de vragenlijsten. Beide vragenlijsten zijn opgenomen in het bijlagenrapport en gaan in op de volgende thema’s: 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7)
De hulpvraag Cliëntondersteuning Het persoonlijke (keukentafel)gesprek Het opstarten van de hulp vanuit de gemeente Ervaringen met de hulp vanuit de gemeente Het resultaat van de hulp vanuit de gemeente Andere hulp
1.2.3 Respons De vragenlijst over de toegang was niet voorzien van een persoonlijke inlogcode. Een controle op dubbelingen heeft dan ook niet plaatsgevonden. Het is niet bekend hoeveel vragenlijsten exact met de beschikking zijn meegestuurd.
6
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
De vragenlijst kwaliteit en effect bevatte wel een persoonlijke inlogcode. Inwoners konden zich via deze persoonlijke inlogcode anoniem afmelden en/of konden anoniem hun vragen stellen aan de helpdesk van ZorgfocuZ. De respons omvat alle respondenten die de vragenlijst over kwaliteit en effect hebben ingevuld. Daarbij is gecontroleerd op dubbelingen (wanneer een persoon de vragenlijst zowel digitaal als schriftelijk heeft ingevuld, is de respons van één van beide vragenlijsten meegenomen). In de responstabel staat het aantal ingevulde vragenlijsten over de toegang, het aantal uitnodigingen voor de vragenlijst over de kwaliteit en effect, het aantal respondenten en de bijbehorende respons en nauwkeurigheidsmarge. Onderzoeksresultaten van vragenlijstonderzoek wijken altijd in enige mate af van de werkelijkheid. Dit komt onder andere doordat meestal niet de gehele populatie deelneemt aan het onderzoek. Op basis van het resultaat van degenen die deelnemen wil men vaak wel uitspraken doen over eigenschappen van de gehele populatie. Het betrouwbaarheidsinterval maakt dit mogelijk. Het betrouwbaarheidsinterval geeft het gebied van waarden aan, waarbinnen de werkelijke waarde in de populatie met een zekere graad van waarschijnlijkheid ligt. +
+
Het betrouwbaarheidsinterval wordt bepaald door de nauwkeurigheidsmarge, die de onder- en bovengrens van het betrouwbaarheidsinterval aangeeft. Hoe kleiner het interval, dus hoe dichter die grenzen bij elkaar liggen, des te nauwkeuriger is de schatting van de werkelijke waarde. De nauwkeurigheidsmarge is onder andere afhankelijk van het aantal deelnemers. Hoe meer deelnemers (ook in verhouding tot de totale doelpopulatie), des te smaller is het interval. Voor de graad van waarschijnlijkheid wordt meestal (vanuit statistische overwegingen) 95% gebruikt. Dit betekent dat, wanneer het onderzoek 100 keer in dezelfde populatie onder dezelfde omstandigheden herhaald zou worden, in 95 van de herhalingen de werkelijke populatiewaarde binnen het betrouwbaarheidsinterval zal vallen.
Responstabel aantal verzonden vragenlijsten aantal ingevulde vragenlijsten responspercentage nauwkeurigheidsmarge
Toegang 61 -
Kwaliteit en effect 903 324 35,9% 4,4%
Omdat de toegang en kwaliteit en effect met twee verschillende metingen zijn uitgevraagd moeten deze als aparte onderzoeksgroepen behandeld worden. Omdat de precieze aantallen voor de toegang vragenlijst niet bekend zijn kan hier geen nauwkeurigheidsmarge voor worden berekend. Voor dit onderzoek is de nauwkeurigheidsmarge voor kwaliteit en effect 4,4%. Het betrouwbaarheidsniveau is vooraf vastgesteld op 95%. Idealiter ligt de nauwkeurigheidsmarge onder de 5% om heel nauwkeurig uitspraken te kunnen doen 1. De nauwkeurigheidsmarge 4,4% betekent dat met 95% zekerheid de mening van de gehele onderzoekspopulatie maximaal 4,4% onder of boven de uitkomst van dit onderzoek ligt. Als voorbeeld: als 50% van de deelnemers uit dit onderzoek het helemaal eens is met een stelling, dan zal dit in de gehele onderzoekspopulatie, met 95% zekerheid, tussen de 45,6% en 54,4% zijn. De nauwkeurigheidsmarge voor kwaliteit en effect ligt onder de gewenste grens van 5%, waardoor het mogelijk is om op basis hiervan betrouwbare uitspraken te doen over de populatie.
1
Bron: Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (2017). Instructie Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2015. P7
7
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
1.3 Leeswijzer Dit rapport betreft de resultaten van het Wmo-onderzoek 2024. Hoofdstuk 2 bevat de resultaten van de toegang vragenlijst. Hier wordt ingegaan op de ervaringen van de respondenten met de aanvraag en de toegang tot de Wmo, het contact met het gemeente en het persoonlijke gesprek. Hoofdstuk 3 bevat de resultaten van de kwaliteit en effect vragenlijst. Hier wordt ingegaan op de kwaliteit en het effect van de hulp, en eventuele andere vormen van hulp waar respondenten gebruik van maken. In hoofdstuk 4 is een vergelijking van de resultaten tussen de regiogemeenten Alphen-Chaam, Gilze en Rijen en Baarle-Nassau, en de omliggende gemeenten Goirle, Hilvarenbeek en Dongen opgenomen. De resultaten in hoofdstuk 2 en 3 zijn in grafieken gerapporteerd. De percentages in de grafieken hebben betrekking op de antwoordopties zonder ‘geen mening’, ‘niet van toepassing’ en ‘weet ik niet (meer)’. Deze antwoordopties zijn buiten beschouwing gelaten om de interpretatie van de resultaten te vergemakkelijken. Als de percentages niet optellen tot 100% is dit het gevolg van afrondingsverschillen. Bij elke grafiek wordt het aantal respondenten weergegeven (n). Antwoorden op de open vragen en de antwoordopties ‘anders, namelijk’ zijn integraal en geanonimiseerd opgenomen in het bijlagerapport. De regiovergelijking in hoofdstuk 4 is in een tabelvorm weergegeven.
Resultaten bevatten de gemiddelde scores op de vragen, welke onderling getoetst zijn op significantie.
8
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
2| Resultaten Toegang 2.1 De hulpvraag Wanneer inwoners een aanvraag voor een Wmo-maatwerkvoorziening doen komen ze in contact met de gemeente. De gemeente zorgt ervoor dat de aanvragen behandeld worden. Aan respondenten is gevraagd hoe ze dit contact hebben ervaren.
De toelichtingen bij antwoordoptie ‘Ja, anders’, zijn integraal en geanonimiseerd opgenomen in het bijlagenrapport.
De toelichtingen bij antwoordoptie ‘Anders’, zijn integraal en geanonimiseerd opgenomen in het bijlagenrapport.
9
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
Vraag 3 De toelichtingen bij vraag 3 ‘Kunt u aangeven waarom u uw hulpvraag niet meer zelf kon oplossen?’ zijn integraal en geanonimiseerd opgenomen in het bijlagenrapport.
Het gaat hier om een meerkeuzevraag; de percentages tellen mogelijk niet op tot 100%. De toelichtingen bij antwoordoptie ‘Anders’, zijn integraal en geanonimiseerd opgenomen in het bijlagenrapport.
10
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
2.2 Cliëntondersteuning Inwoners kunnen (gratis) hulp krijgen bij het vinden van zorg en ondersteuning. Dit kan via een onafhankelijke cliëntondersteuner, bijvoorbeeld een professional van MEE of een vrijwilliger, zoals een ouderenadviseur.
Vraag 11 en 12 zijn alleen beantwoord door respondenten die bij vraag 10 aangaven gebruik te hebben gemaakt van een onafhankelijke cliëntondersteuner.
11
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
2.3 Het persoonlijke (keukentafel)gesprek Inwoners kunnen verschillende redenen hebben om contact op te nemen met de gemeente. Na de aanvraag wordt een gesprek ingepland om te bepalen wat de hulpvraag precies is. Deze paragraaf toont de ervaringen met het gesprek.
De verdere vragen in dit thema zijn alleen beantwoord door respondenten die aangaven in de afgelopen maanden een persoonlijk gesprek te hebben gehad met iemand van de gemeente.
De toelichtingen bij antwoordoptie ‘Ja, iemand anders’, zijn integraal en geanonimiseerd opgenomen in het bijlagenrapport.
12
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
Vraag 21 De toelichtingen bij vraag 21 ‘Heeft u nog opmerkingen over uw melding/aanvraag?’ zijn integraal en geanonimiseerd opgenomen in het bijlagenrapport.
13
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
3| Resultaten Kwaliteit en effect 3.1 Het opstarten van de hulp vanuit de gemeente Naar aanleiding van de hulpaanvraag ontvangen inwoners een beschikking voor een Wmo-maatwerkvoorziening. Met een positieve beschikking kunnen inwoners gebruik maken van bijvoorbeeld hulp in het huishouden, begeleiding of een hulpmiddel, zoals een scootmobiel of traplift. Ook de ervaringen van respondenten met het wachten op de hulp staan in deze paragraaf.
De toelichtingen bij antwoordoptie ‘Anders’, zijn integraal en geanonimiseerd opgenomen in het bijlagenrapport.
14
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
3.2 Ervaringen met de hulp vanuit de gemeente Deze paragraaf toont de tevredenheid van respondenten met de kwaliteit van (de verschillende vormen van) hulp die ze vanuit de gemeente hebben ontvangen. Aan respondenten is gevraagd om alleen hun beoordeling te geven wanneer ze daadwerkelijk die vorm van hulp hebben ontvangen.
Antwoord “Niet van toepassing”: a (n=81), b (n=242), c (n=199), d (n=225), e (n=208), f (n=227), g (n=270), h (n=185).
15
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
De toelichtingen bij antwoordoptie ‘Anders’, zijn integraal en geanonimiseerd opgenomen in het bijlagenrapport.
Vraag 8 Wilt u in de toelichting eerst aangeven welke hulp u ontvangt en daarna welke verbetering u zou wensen? (voorbeeld: ‘Hulpmiddel: ik heb een scootmobiel nodig in plaats van een rolstoel’).
16
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
3.3 Het resultaat van de hulp van de gemeente Eén van de doelen van de Wmo is om inwoners te ondersteunen in hun zelfredzaamheid en zelfstandigheid. De vragen in deze paragraaf hebben betrekking op deze doelen.
17
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
3.4 Andere hulp Naast hulp vanuit de Wmo kunnen respondenten ook hulp van anderen ontvangen, zoals van familie, buren of vrijwilligers. Deze paragraaf laat zien of respondenten andere vormen van hulp ontvangen en wat hun ervaringen daarmee zijn.
Antwoord “Weet ik niet”: n=2.
Vraag 14 De toelichtingen bij vraag 14 ‘Heeft u nog opmerkingen?’ zijn integraal en geanonimiseerd opgenomen in het bijlagenrapport.
18
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
4| Vergelijking Regiogemeenten In de volgende tabellen zijn de gemiddelde scores van de regiogemeenten met elkaar vergeleken. De gemiddelde score van één gemeente is telkens vergeleken met die van de zes andere gemeenten. Alleen relevante vragen en stellingen zijn meegenomen in de vergelijking. Wanneer scores significant van elkaar afwijken, wordt dit aangegeven met een pijltje: een pijltje omlaag betekent een significant lagere score ten opzichte van de andere gemeenten, en pijltje omhoog betekent een significant hogere score. Een significante afwijking houdt in dat met 95% zekerheid kan worden gesteld dat er sprake is van een echt verschil (de kans op een toevalsbevinding is 5%). Het is mogelijk dat een gemiddelde score van een gemeente lager of hoger is dan die van andere gemeenten, zonder dat dit verschil statistisch significant is. In dat geval wordt gesproken van een absoluut verschil. Ook kan een significant verschil klein of groot zijn; significantie zegt alleen iets over de betrouwbaarheid van het verschil, niet over de omvang ervan. Hoewel er meerdere verschillen tussen de gemeenten significant zijn, zijn ze in absolute zin niet erg groot. Dit is belangrijk om in acht te nemen tijdens het interpreteren ervan. Opvallend is dat gemeente Gilze en Rijen op verschillende thema’s rondom toegang iets hoger scoort dan andere gemeenten.
Deze verschillen worden als statistisch significant aangemerkt. Het is belangrijk rekening te houden met de mogelijke verklaring dat voor deze gemeente een relatief hoog aantal respondenten heeft op de toegang vragenlijst. Dit vergroot de statistische power, waardoor ook kleine verschillen met grotere zekerheid als significant kunnen worden vastgesteld. Ook bij de kwaliteit en effect vragenlijst resultaten zijn enkele kleine significante verschillen te zien.
Toegang
Dongen (n=73)
Gemiddeld (=665)
4,0
4,2
4,3
4,1
4,1
4,1
4,2
4,2
4,3
4,1
4,3
3,9
3,7
4,1
4,0
4,1
4,4
4,4
4,5
4,4
4,2
4,5
4,2
4,4
4,4
4,3
4,4
4,1
4,1
4,3
4,1
4,3
4,4
4,3
4,5
4,2
4,2
4,4
4,2
4,3
Goirle (n=136)
Oisterwijk (n=61)
Hilvarenbeek (n=85)
Gilze en rijen (n=190)
Baarle-Nassau (n=56)
Toegang
Alphen-Chaam (n=64)
Zowel bij de vragen over het contact met de gemeente als het persoonlijke gesprek valt het op dat de gemeente Gilze en Rijen vaak significant iets hoger scoort dan de andere gemeenten. Alleen bij de tevredenheid over de onafhankelijke cliëntondersteuner is er geen significant verschil te zien. De snelheid waarmee respondenten werden geholpen bij de toegang krijgt in de gemeente Hilvarenbeek met een gemiddelde van 3,7 een significant lagere score dan in de overige gemeenten (gemiddelde is 4,1). Deze score is 0,6 lager dan de best scorende gemeenten op deze vraag (Alphen-Chaam en Gilze en Rijen). Ook betreft het gevoel serieus genomen te worden door de medewerker scoort de gemeente Hilvarenbeek significant wat lager dan de andere gemeenten, echter, hier zijn zij niet de enige gemeente met deze score. Dit geldt ook voor de score voor tevredenheid over de deskundigheid van de medewerker van de gemeente Goirle, zij scoren significant wat lager, maar zijn niet de enige met een score van 4,2.
Contact met de gemeente (1=helemaal mee oneens; 5=helemaal mee eens) 5 6 7 8
9
Ik wist waar ik moest zijn met mijn hulpvraag Ik werd snel geholpen De medewerker nam mij serieus De medewerker en ik hebben in het gesprek samen naar oplossingen gezocht Ik was tevreden over de deskundigheid van de medewerker
19
Baarle-Nassau (n=56)
Gilze en rijen (n=190)
Goirle (n=136)
Hilvarenbeek (n=85)
Oisterwijk (n=61)
Dongen (n=73)
Gemiddeld (=665)
Toegang Ik ben tevreden over de 12 onafhankelijke cliëntondersteuner
Alphen-Chaam (n=64)
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
4,6
4,5
4,6
4,7
4,4
4,6
4,6
4,6
Het persoonlijke gesprek (1=helemaal mee oneens; 5=helemaal mee eens) 16 17 18 19
De medewerker luisterde naar mijn verhaal Ik kon de vragen stellen die ik wilde De medewerker gaf mij voldoende uitleg Ik ben tevreden over het (keukentafel)gesprek
4,6
4,5
4,7
4,4
4,5
4,5
4,4
4,5
4,6
4,5
4,7
4,4
4,5
4,6
4,5
4,6
4,5
4,5
4,7
4,3
4,5
4,4
4,4
4,5
4,5
4,5
4,6
4,4
4,5
4,6
4,3
4,5
Kwaliteit en effect
Dongen (n=481)
Gemiddeld (n=2155)
Oisterwijk (n=324)
Hilvarenbeek * (n=180)
Goirle (n=279)
Gilze en rijen (n=367)
Baarle-Nassau (n=248)
Kwaliteit en resultaat
Alphen-Chaam (n=276)
De gemeenten scoren vrijwel gelijk op de vragen over de kwaliteit en effect van de ondersteuning. De verschillen tussen de scores zijn maximaal 0,5. Deze verschillen zijn terug te vinden bij de ervaringen met de hulp en in hoeverre een naaste de ondersteuning aan de respondenten aankunnen. Zo scoort Alphen-Chaam op de ondersteuningsvorm ‘Hulp bij het hebben van dag invulling of dagbesteding’ met een gemiddelde van 2,9 significant lager dan de andere gemeenten (gemiddeld 3,2). Andere kleine verschillen die significant zijn, zijn te vinden bij het resultaat van de hulp, waar respondenten uit Hilvarenbeek en Oisterwijk iets lager de hulp in de huishouding scoren en in Dongen juist iets hoger. Ook bij de hulpmiddelen voor vervoer zijn er enkele kleine significante verschillen. Zo geven inwoners uit Baarle-Nassau en Hilvarenbeek een iets lagere score, waar respondenten uit Gilze en Rijen dit juist iets hoger scoren. Ook deze verschillen zijn klein, maar wel significant. Wanneer het gaat om het resultaat van de hulp geven inwoners uit Goirle iets minder vaak (2,0) aan dat zij door de hulp beter de dingen kunnen doen die zij willen en dat respondenten die van anderen dan de gemeenten (gemiddeld 2,3).
3,5
3,5
Het opstarten van de hulp vanuit de gemeente (1=korter dan verwacht; 4 = te lang)
1
Wat vond u van de wachttijd vanaf het eerste contact met de toegang tot de start van de hulp?
3,6
3,4
3,6
3,5
3,4
3,7
Ervaringen met de hulp vanuit de gemeente (1=helemaal mee oneens; 5=helemaal mee eens) 3 4
Ik vind de kwaliteit van de hulp die ik krijg goed De hulp die ik krijg past bij mijn hulpvraag
4,1
4,1
4,1
4,1
4,1
4,0
4,2
4,1
4,1
4,1
4,1
4,1
4,1
4,0
4,1
4,1
20
Baarle-Nassau (n=248)
Gilze en rijen (n=367)
Goirle (n=279)
Hilvarenbeek * (n=180)
Oisterwijk (n=324)
Dongen (n=481)
Gemiddeld (n=2155)
Kwaliteit en resultaat Hulp bij het 5a schoonmaken van mijn huis Hulp bij het regelen van 5b geldzaken en/of administratie Hulp bij mijn dagelijkse 5c leven Hulp bij het hebben van 5d dag invulling of dagbesteding Hulp bij het opbouwen 5e van een fijne en veilige thuissituatie Hulp bij het opbouwen 5f van sociale contacten Rolstoel, scootmobiel, of 5g ander hulpmiddel voor vervoer Maakt u gebruik van alle hulp/hulpmiddelen die 6 aan u is/zijn toegekend? (1=nee, 2=ja)
Alphen-Chaam (n=276)
Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2024 - Oisterwijk
3,2
3,3
3,3
3,2
3,1
3,1
3,3
3,2
3,4
3,0
3,2
3,3
3,3
3,1
3,4
3,2
3,0
3,1
3,0
3,2
3,2
3,2
3,2
3,1
2,9
3,3
3,1
3,2
3,2
3,1
3,2
3,2
2,9
3,2
3,0
3,2
3,1
3,1
3,2
3,1
2,8
3,1
2,9
3,1
3,1
3,0
3,0
3,0
3,3
3,1
3,4
3,2
3,0
3,2
3,3
3,2
1,7
1,7
1,7
1,7
1,7
1,7
1,7
1,7
Het resultaat van de hulp van de gemeente (1=helemaal mee oneens; 5=helemaal mee eens) Door de hulp die ik krijg, kan ik beter de dingen 4,0 4,1 4,0 3,9 4,0 4,0 4,1 doen die ik wil Door de hulp die ik krijg, 10 4,0 4,1 4,1 4,0 4,1 4,1 4,2 kan ik mij beter redden Door de hulp die ik krijg, 11 heb ik een betere 3,9 4,1 4,0 4,0 4,0 4,0 4,1 kwaliteit van leven Andere hulp (1=helemaal mee oneens; 5=helemaal mee eens) Diegene die mij helpt 13 2,4 2,3 2,2 2,0 2,5 2,3 2,2 kan dit goed aan * Nauwkeurigheidsmarge is 5,6%. Deze resultaten dienen zorgvuldig geïnterpreteerd te worden. 9
4,0
4,1
4,0
2,3
21
Hoofdkantoor Groningen Schweitzerlaan 4 9728 NP Groningen Postbus 473 9700 AL Groningen Kantoor Utrecht Arthur van Schendelstraat 650 3511 MJ Utrecht
Uw contactpersonen Savanne Grotenhuis – s.grotenhuis@zorgfocuz.nl Martin Bloem – m.bloem@zorgfocuz.nl
T. 050 – 82 00 461 contact@zorgfocuz.nl www.zorgfocuz.nl