Rechtspositieregeling raads- en commissieleden 2026
Tekst van het document
Rechtspositieregeling Raads- en commissieleden Oisterwijk 2026 De raad van de gemeente Oisterwijk, gelezen het voorstel van het presidium van 22 december 2025; gelet op de artikelen a. 82, 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, 98 en 99 van de Gemeentewet b. 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, 3.1.4a, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3 tweede lid, 3.3.8, 3.4.1, eerste lid en 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit; besluit vast te stellen de volgende verordening: Rechtspositieregeling raads- en commissieleden Oisterwijk 2026. Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Commissielid: lid van een gemeentelijke commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat geen raadslid of ambtenaar is; b. Rechtspositiebesluit: Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; c. Rechtspositieregeling: Rechtspositieregeling raads- en commissieleden Oisterwijk 2026.
Artikel 2. Toelage raadslid voor bijzondere taken 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet, ontvangt voor de duur van die activiteiten een toelage. De toelage is per jaar maximaal drie keer de maandelijkse vergoeding, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit. 2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, Rechtspositiebesluit ontvangt voor de duur van die activiteiten een toelage. De hoogte daarvan volgt de jaarlijks vastgestelde bedragen van het ministerie van BZK. 3. Een raadslid dat benoemd is tot vaste commissievoorzitter zoals bedoeld in art. 82 van de gemeentewet, ontvangt een vaste maandelijkse vergoeding voor de extra werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit.
Artikel 3. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden Voor werkreizen die vanuit de functie als raads- of commissielid worden gemaakt, vergoedt de gemeente: 1. Openbaar-vervoerkosten; 2. Bij gebruik van eigen vervoer: a. de kilometervergoeding volgens het landelijke, onbelaste maximum per kilometer; b. parkeerkosten, stallingskosten, veer- en tolkosten, uitgezonderd boetes en naheffingskosten 3. Bij een functionele beperking kan incidenteel een geschikte vervoersvoorziening vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4. Noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten. 1
Artikel 4 Scholing 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitieke scholing in verband met zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3, Rechtspositiebesluit, dient daarvoor vooraf een verzoek in bij de griffier. 2. Deze aanvraag omvat een motivatie, inhoudelijke informatie en een kostenoverzicht. 3. De maximale vergoeding van de scholing wordt jaarlijks door de griffier in overleg met het presidium bepaald, afhankelijk van het in de begroting opgenomen budget. Dit bedrag kan per fractie of ineens voor de gehele raadsperiode worden besteed. 4. De griffier beslist op de aanvraag op basis van de overgelegde stukken.
Artikel 5 Toelage commissielid voor bijzondere taken De raad kan een hogere vergoeding toekennen tot maximaal 110% van de normale vergoeding per vergadering als: a. het commissielid is aangetrokken vanwege bijzondere beroepsmatige deskundigheid en/of b. de normale vergadervergoeding niet in verhouding staat tot de zwaarte van de taak of de omvang van het werk.
Artikel 6 Informatie- en communicatievoorzieningen 1. Een raads- of commissielid ontvangt een ICT-middel en tekent daarvoor een bruikleenovereenkomst. Dit ICT-middel is tijdelijk en bedoeld voor de uitoefening van de functie. 2. Na beëindiging van zijn functie levert een raads- of commissielid dit ICT-middel weer in bij de gemeente.
Artikel 7 Vergoedingen en belasting (eindheffingsbestanddeel) 1. Bepaalde vergoedingen en tegemoetkomingen vallen onder de werkkostenregeling (Wet op de loonbelasting 1964). Die worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel. 2. Ook vergoedingen uit deze verordening vallen hieronder, als ze horen bij de kosten in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a t/m h van die wet.
Artikel 8 Betaling vaste vergoedingen Tenzij landelijke regels anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding per bijgewoonde vergadering voor commissieleden per kwartaal plaats.
Artikel 9 Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij landelijke regels anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen, plaats door: a. Betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur of b. Betaling vooruit uit eigen middelen. 2
3. Een declaratie bestaat uit een declaratieformulier en bewijsstukken. Bij een forfaitair (vast) bedrag zijn geen bewijsstukken nodig. 4. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen twee maanden na factuurdatum of eigen betaling ingediend bij de griffier. 5. De gemeente zorgt, waar nodig, voor betaling binnen twee maanden na het indienen van de aanvraag.
Artikel 10 Ongevallenbescherming en Politiek molestverzekering Bij overlijden, blijvend letsel, geneeskundige kosten, psychische hulpverlening en zaakschade die het gevolg is van het optreden van een raads- of commissielid uit hoofde van zijn functie, keert de verzekering een vergoeding uit.
Artikel 11 Beroepsverenigingen De gemeente vergoed het lidmaatschapsgeld voor deze beroepsverenigingen: a. Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (NVR); b. Vereniging voor plaatselijke politieke groeperingen (VPPG). Artikel 12 Slotbepalingen 1. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Rechtspositieregeling raads- en commissieleden Oisterwijk 2026’. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2026. 3. Met het in werking treden van deze verordening wordt de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2024 ingetrokken.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 januari 2026 De griffier,
de voorzitter,
Aletta van der Veen
Hans Janssen
3
Toelichting Verordening rechtspositieregeling raads- en commissieleden Oisterwijk 2026 ALGEMEEN DEEL Wettelijke regelingen Veel regels over raads- en commissieleden staan al in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit zoals: 1. Vergoedingen voor raads- en commissieleden; 2. De vaste maandelijkse netto onkostenvergoeding voor raadsleden; 3. De toelage voor fractievoorzitters en leden van de vertrouwenscommissie als bedoeld in artikel 61 van de Gemeentewet; 4. Compensatie bij WW- of arbeidsongeschiktheid; 5. Tegemoetkoming in de ziektekosten; 6. Voorzieningen bij een fysieke beperking; 7. Beveiliging; 8. Reiskostenvergoeding. Deze verordening regelt aanvullende zaken die niet dwingend landelijk zijn vastgelegd.
Jaarlijkse wijzigingen Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) publiceert jaarlijks circulaires waarin artikelen uit het Rechtspositiebesluit en de onderliggende Regeling wijzigen. Deze wijzigingen kunnen van invloed zijn op de gemeentelijke verordening.
Arbeidsrelatie en belastingen Raads- en commissieleden hebben geen dienstbetrekking bij de gemeente. Zij vallen daarom niet onder WW, ZW of WIA. Hun inkomsten worden belast via de Wet inkomstenbelasting 2001 (bij overige werkzaamheden). Hierin kan een raads- of commissielid een keuze maken:
•
Fictief werknemerschap oftewel Opting-in: een raads- of commissielid kan ervoor kiezen om loonheffing toe te passen en vult daarvoor een opt-in verklaring in bij de Belastingdienst.
•
Aangifte via de inkomstenbelasting van vergoedingen en onkosten waarbij gemaakte beroepskosten mogen worden afgetrokken. De gemeente meldt jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen aan de Belastingdienst via IB-47.
Raads- en commissieleden zijn geen ondernemers voor de belasting. Er is geen VAR of modelovereenkomst nodig. De Appa-pensioenwet geldt niet voor raads- en commissieleden.
4
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 1. Begripsomschrijvingen Geen nadere toelichting.
Artikel 2. Toelage raadslid voor bijzondere taken Omdat het lidmaatschap van een aantal zware commissies een verhoogde werkbelasting opleveren naast het gewone raadswerk, is dit artikel bedoeld voor raadsleden die lid zijn van o.a.
• • •
Vertrouwenscommissie (bij benoeming van een burgemeester) Onderzoekscommissie Vaste commissievoorzitter
In landelijke regels is de volgende toelage vastgesteld:
• • •
Vertrouwenscommissie: € 137,84 per maand (bruto/belast). Bijzondere commissie: maximaal € 137,84 per maand. Vaste commissievoorzitter: maximaal het bedrag dat in het Rechtspositiebesluit staat.
Een toelage is alleen van toepassing tijdens de activiteiten van de commissie; als de commissie (tijdelijk) niet actief is, wordt geen toelage verstrekt.
Artikel 3. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden Ook buitenlandse dienstreizen kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. Het Rechtspositiebesluit vermeldt niets over de vergoeding voor ‘noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte kosten’ en is dus een lokale aangelegenheid. In dit geval kan aangesloten worden bij de regeling voor wethouders.
Artikel 4. Scholing Partijpolitieke scholing betekent: scholing die niet opleidt in het gedachtegoed van een partij. Deze scholing komt niet in aanmerking voor vergoeding vanuit de gemeente. Afhankelijk van de inhoud kan scholing door een politieke partij soms toch niet-partijpolitiek zijn. Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing, gericht op het verwerven of actueel houden van kennis en vaardigheden voor de functie als raads- of commissielid. Overigens kan de gemeente ook zelf dit soort scholing (laten) verzorgen. Die lasten komen voor rekening van de gemeente.
Artikel 5. Toelage commissielid voor bijzondere taken Het is mogelijk om aan commissieleden een hogere vergadervergoeding toe te kennen dan bepaald is in het Rechtspositiebesluit. Het kan bijvoorbeeld gaan om een raadscommissie met een bijzondere opdracht waarvoor een bijzondere deskundigheid nodig is en een hogere belasting kent. Door deze optie in de verordening op te nemen, kan lokaal een algemene en politieke afweging worden gemaakt. 5
Artikel 6. Informatie- en communicatievoorzieningen Geen nadere toelichting.
Artikel 7. Vergoedingen en belasting (eindheffingsbestanddeel) Sommige vergoedingen kun je belastingvrij ontvangen, omdat de gemeente de belasting als eindheffing betaalt. Binnen de vrije ruimte (percentage van de fiscale loonsom) mag de gemeente vergoeden zonder extra belasting. Gaat de gemeente over die ruimte heen, dan betaalt zij 80% eindheffing.
Artikel 8 t/m 12 Geen nadere toelichting
6