CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Verordening gemeentelijke adviescommissie erfgoed en omgevingskwaliteit Oisterwijk 2024

RAAD 14 december 2023, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Verordening adviescommissie erfgoed en omgevingskwaliteit - aanvaard1.787 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Onderwerp: Vaststellen Verordening gemeentelijke adviescommissie erfgoed en omgevingskwaliteit Oisterwijk 2024

Zaaknummer: 1012696

Raadsvergadering d.d. 14 december 2023 Domein/Afdeling: Fysieke leefomgeving

Voorstel Wij stellen u voor 1. de Verordening gemeentelijke adviescommissie erfgoed en omgevingskwaliteit Oisterwijk 2024 vast te stellen; 2. Gelijktijdig het Reglement monumentencommissie gemeente Oisterwijk 2013 in te trekken; 3. De bevoegdheid, als bedoeld in artikel 17.7, lid 2 van de Omgevingswet, om de leden van de adviescommissie te benoemen, te mandateren aan het college en te bepalen dat het college van elke benoeming de raad op de hoogte stelt. 4. De (her-)benoeming van de leden van de adviescommissie door het college bij besluit 31 oktober 2023 te bekrachtigen.

Inleiding Het is verplicht voor iedere gemeente om een verordening vast te stellen waarin de inschakeling van een monumenten- of een bredere erfgoedcommissie is geregeld. Op dit moment heeft Oisterwijk een monumentencommissie. De gemeente is, door de invoering van de Omgevingswet (1 jan. 2024), verplicht om de monumentencommissie te vervangen door een gemeentelijke adviescommissie. Immers de taken en bevoegdheden van de huidige monumentencommissie vervalt van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet . Ter continuering van de advisering moet de gemeente een nieuwe gemeentelijke adviescommissie instellen. Het Rijk legt daarbij enkele wettelijke regels op. De wettelijke taak van de commissie is het uitbrengen van advies over vergunningaanvragen met betrekking tot rijksmonumenten (uitgezonderd archeologische rijksmonumenten) en over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een andere activiteit, in door de raad aangewezen gevallen of als het college daartoe aanleiding ziet op basis van de Welstandsnota 2015 . Op 16 april 2015 is de Welstandsnota Oisterwijk 2015 vastgesteld. Daarin is bepaald dat binnen de gemeente geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn. In de welstandsnota is bepaald dat gemeente Oisterwijk voor sommige projecten, van grotere omvang of op een bijzondere locatie, een bijzondere ruimtelijke kwaliteit nastreeft.

In voorkomend geval kan het college advies van de commissie vragen.

De leden van de commissie moeten deskundig zijn op het gebied van cultureel erfgoed. Ook kan het college de commissie advies vragen over het ontwikkelen van beleid. Met deze nieuwe verordening die aansluit op de Erfgoedverordening worden alle adviseurs op het gebied van (gebiedsgerichte) monumentenzorg, cultureel erfgoed, bouwkundige monumenten, architectuur, restauratie/bouwkunde, herbestemming, stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit en kennis van de lokale historie in één samenhangend adviesstelsel opgenomen. Daarnaast wordt de commissie de mogelijkheid geboden om met initiatiefnemers in de geest van de wet aan de voorkant van het proces vooroverleg te voeren en uit te dagen om hun initiatieven binnen de door de raad vastgelegde kaders met zo veel mogelijk kwaliteit en consensus te realiseren. Gemeente Oisterwijk heeft geen eigen adviseurs in dienst op het gebied van de hierboven genoemde onderwerpen. Voorgesteld wordt het (her-) benoemingsbesluit van het college te bekrachtigen. In het (her-) benoemingsbesluit worden omwille van de continuïteit de huidige leden van de monumentencommissie verzocht de nieuwe adviescommissie van de gemeente Oisterwijk vorm te geven.

Daarnaast stellen wij u voor om de bevoegdheid de leden van de adviescommissie te benoemen met ingang van 1 januari 2024 te mandateren aan het college en daarbij te bepalen dat wij u op de hoogte stellen van elke benoeming. Argumenten 1.1. Erfgoedvisie 2020-2025 -kernproject De eerste bouwsteen van de Erfgoedvisie geeft aan dat de gemeente haar fundament op orde wil hebben in de aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Daarbij is het verplicht voor iedere gemeente om een verordening vast te stellen waarin de inschakeling van een monumenten- of een bredere erfgoedcommissie is geregeld. De gemeente is, door de invoering van de Omgevingswet, verplicht om de monumentencommissie te vervangen door een commissie omgevingskwaliteit. De nieuwe sluit aan bij de Omgevingswet en is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. 1.2. Het vaststellen van een verordening is een wettelijke verplichting De taken en bevoegdheden van de huidige monumentencommissies vervallen van rechtswege bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ter continuering van de advisering moet de gemeente een nieuwe gemeentelijke adviescommissie instellen.

Door het vaststellen van de Verordening gemeentelijke adviescommissie erfgoed en omgevingskwaliteit Oisterwijk 2024 geeft de raad uitvoering aan artikel 1.3 van de wet (het bereiken van een goede omgevingskwaliteit) en artikel 17.9 van de wet (het verplicht instellen van een gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit). De verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt. Dit en het intrekken van het huidige reglement is geregeld in deze verordening.

1.3. Minimale acties VNG

We voldoen hiermee aan een van de door de VNG geformuleerde ‘Minimale acties Omgevingswet’ Deze lijst met actiepunten geeft aan welke voorbereidingen de gemeente minimaal moet treffen voor de inwerkingtredingsdatum om te kunnen starten met werken volgens de Omgevingswet. Zie ook https://vng.nl/publicaties/minimale-acties-omgevingswet 1.4. Taken adviescommissie De adviescommissie heeft op grond van de wet de primaire taak de (rijks-)monumentale toetsing. Op gemeentelijk niveau adviseert zij op een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument of een beschermd stads- en dorpsgezicht; Daarnaast in voorkomend geval kan zij een bredere adviestaak hebben als het college daar aanleiding toe ziet, of de gemeenteraad activiteiten aangewezen heeft op grond van de wet met het oog op het bereiken of in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Cultureel erfgoed maakt onderdeel uit van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet, een goede omgevingskwaliteit. De landelijke standaardverordening (VNG-model) heeft met een groeimodel voorgesorteerd op de toekomst door taken op te nemen die de commissie in de toekomst kan gaan vervullen in het kader van de omgevingskwaliteit.

De huidige situatie vraagt hier niet om daarom is vooralsnog geen invulling gegeven aan deze mogelijkheid en concentreren de taken zich met name op erfgoed. Dat laat onverlet dat het college in voorkomend geval een beroep kan doen op de commissie bij de invulling van de beoordelingsruimte die door de Omgevingswet is voorzien. Het college houdt de regie over dit proces.

1.5. Relatie met het omgevingsplan Volgens de wet stelt de raad het omgevingsplan vast dat voor het gehele grondgebied regels bevat die nodig zijn voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. Deze regels worden gesteld met het oog op de doelen van de wet. Een van de doelen van de wet is het bereiken van een goede omgevingskwaliteit. Voor het omgevingsplan gelden er instructieregels van de Rijksoverheid. Deze staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving en hebben onder meer betrekking op cultureel erfgoed en werelderfgoed. De gemeenten worden verplicht om in het omgevingsplan rekening te houden met cultureel erfgoed. Daar vallen naast archeologische monumenten, monumenten en stads- en dorpsgezichten ook cultuurlandschappen onder. De gemeenten zullen het cultureel erfgoed moeten inventariseren en waar nodig bescherming moeten bieden via het omgevingsplan, bijvoorbeeld door de toekenning van de functie van beschermd stads- of dorpsgezicht aan een locatie. De provincies kunnen ook instructieregels stellen, bijvoorbeeld ten aanzien van de kernkwaliteiten van cultureel erfgoed of landschappen van bijzondere waarde, op grond van de provinciale omgevingsverordening. De verantwoordelijkheid voor de elementen van de omgevingskwaliteit ligt op gemeentelijk niveau. De gemeente heeft de plicht de zorg voor de omgevingskwaliteit zelf in te vullen.

Wij doen dit bijvoorbeeld via de omgevingsvisie, maar ook in het omgevingsplan dat we in een later stadium definitief zullen opstellen. Bij het omgevingsplan kan worden bepaald wanneer de commissie in ieder geval in de gelegenheid wordt gesteld om advies uit de brengen over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. 3.1 Benoeming leden van de commissie

In de Omgevingswet (art. 17.7) is de benoeming van de commissieleden, het aantal leden en de benoemingstermijn een bevoegdheid van de raad. Daarnaast bestaat voor de raad de mogelijkheid deze bevoegdheid van het benoemen of ontslaan van de leden te mandateren (art. 10:3 e.v. Awb) aan het college. De raad kan het mandaat ook ieder moment weer intrekken. Hierdoor blijft de rol bij de raad maar de benoeming van de leden komt bij het college, en is er een voortzetting van de bestaande, praktische, werkwijze. Sinds het opstellen van de VNG-Modelverordening in 2020 is er sprake van voortschrijdend inzicht. Destijds was de conclusie dat mandaat werd afgeraden. Nu komt de VNG tot de conclusie dat er geen aanleiding is deze voorzichtige benadering te handhaven en dat delegatie en mandaat mogelijk zijn binnen de algemene kaders die daarvoor gelden. Door de VNG wordt geadviseerd dat mandatering de voorkeur heeft boven delegatie. Dit doet het meest recht aan de centrale rol die de gemeenteraad vervult bij de onafhankelijke advisering over ruimtelijke kwaliteit in de gemeente. Voor een goede overgang wordt nu voorgesteld de (her-) benoeming door het college van de zittende commissieleden te bekrachtigen. De bevoegdheid van het benoemen van commissieleden, als bedoeld in artikel 17.7, lid 2 van de Omgevingswet, vervolgens te mandateren aan het college, conform voorstel van de VNG.

Kanttekeningen n.v.t. Samenwerking We werken momenteel niet samen in GHO-verband op het gebied van monumentenzorg. Oisterwijk kiest voor een eigen commissie. Financiën De vervanging van de verordening is een verplichte aanpassing als gevolg van de Omgevingswet. De aanpassing heeft geen financiële consequenties. Communicatie De verordening wordt conform de toepasselijke regels bekendgemaakt in het digitale Gemeenteblad. De Verordening gemeentelijke adviescommissie erfgoed en omgevingskwaliteit Oisterwijk 2024 wordt ook bekendgemaakt op de gemeentelijke website en wordt gepubliceerd op www.wetten.nl. Uitvoering De Verordening gemeentelijke adviescommissie erfgoed en omgevingskwaliteit Oisterwijk 2024 treedt in werking tegelijk met de Omgevingswet op 1 januari 2024, na de digitale bekendmaking.

Raadsbeslui t Bijlagen 1. Verordening gemeentelijke adviescommissie erfgoed en omgevingskwaliteit Oisterwijk 2024, met toelichting. 2. Advies monumentencommissie 17 oktober 2023 3. Reglement monumentencommissie gemeente Oisterwijk 2013 (in te trekken)

Oisterwijk 31 oktober 2023, Het college, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

Marco Wilke

Hans Janssen

Voorstel vaststelling ‘Verordening gemeentelijke adviescommissie erfgoed en omgevingskwaliteit Oisterwijk 2024’

De raad van de gemeente Oisterwijk, gelezen het voorstel van het college d.d. 31 oktober 2023, domein/afdeling Fysieke leefomgeving;

gelet op artikel 17.9 van de Omgevingswet; tevens gelet op art.17.7 van de Omgevingswet en art 10:3 e.v. Awb gelet op de Gemeentewet;

besluit : 1. de Verordening gemeentelijke adviescommissie erfgoed en omgevingskwaliteit Oisterwijk 2024 vast te stellen;

2. Gelijktijdig het Reglement monumentencommissie gemeente Oisterwijk 2013 in te trekken; 3. De bevoegdheid, als bedoeld in artikel 17.7, lid 2 van de Omgevingswet, om de leden van de adviescommissie te benoemen, te mandateren aan het college en te bepalen dat het college van elke benoeming de raad op de hoogte stelt; 4. De (her-) benoeming van de leden van de adviescommissie door het college bij besluit van 31 oktober 2023 te bekrachtigen.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Oisterwijk op 14 december 2023 de griffier,

de voorzitter,

Daniëlle Robijns

Hans Janssen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13445373/2