Ontwikkelstrategie SRBT en Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant - Raadsvoorstel NIEUWE VERSIE
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp: Ontwikkelstrategie SRBT en Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant
Zaaknummer: 1010393
Raadsvergadering d.d. 26 oktober 2023 Domein/Afdeling: Fysieke Leefomgeving Voorstel Wij stellen u voor 1. Kennis te nemen van de ‘Ontwikkelstrategie Stedelijke Regio Breda - Tilburg’ en eindconcept ‘Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040’. 2. Kenbaar maken van geen wensen en bedenkingen in het Bestuurlijk Overleg Stedelijke Regio Breda – Tilburg en aan de stuurgroep. Inleiding Het proces voor het opstellen van een gezamenlijke koers voor de integrale verstedelijkingsopgave van Brabant en van de Stedelijke Regio Breda - Tilburg (SRBT) is in 2020 gestart. Dit proces heeft als eerste in 2021 geresulteerd in de uitwerking van de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040. Parallel daaraan is op de schaal van de SRBT gewerkt aan de uitwerking van de Verstedelijkingsstrategie SRBT. Een conceptversie daarvan is in mei 2022 opgeleverd. Tezamen met de concept Verstedelijkingsstrategie Brabant, en aan alle colleges in de regio voorgelegd voor een bestuurlijke reactie. Op 14 juni 2022 heeft behandeling in het college van Oisterwijk plaatsgevonden. In september 2022 zijn de raden in de SRBT doormiddel van een Webinar geïnformeerd over het proces. Vanaf het najaar van 2022 is de verdere uitwerking in een intensief regionaal proces doorgezet tot de eindvorm die het nu heeft: de Ontwikkelstrategie SRBT.
Gelijktijdig is op de schaal van stedelijk Brabant op basis van de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 een Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 uitgewerkt, waarin de Brabantbrede verstedelijkingsopgaven worden beschreven. De Ontwikkelstrategie SRBT is hiervoor een bouwsteen geweest. Voorafgaand aan het BO Leefomgeving van 13 juni 2023, waar het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant ter bespreking voor lag met het Rijk, is het bestuurlijk draagvlak in de regio gesondeerd. Ons college heeft zich op 16 mei 2023 over de concept stukken gebogen. Uw raad is over het ingenomen collegestandspunt met een raadsinformatiebrief d.d. 16 mei 2023 geïnformeerd. Ook heeft op 9 mei een beeldvormende bijeenkomst in GHO verband plaatsgevonden en op 17 mei is opnieuw vanuit de SRBT een Webinar georganiseerd. Naar aanleiding van de bestuurlijke consultatie in de regio zijn zowel de Ontwikkelstrategie SRBT als het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant aangepast. De colleges in de SRBT is nu gevraagd om in te stemmen met de Ontwikkelstrategie SRBT en het eindconcept van het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040. Ons college vindt het belangrijk dat er daarvoor voldoende draagvlak in de raad aanwezig is. Daarom wordt uw raad in de gelegenheid gesteld om eventueel wensen en bedenkingen kenbaar te maken voordat een definitief besluit genomen wordt.
Parallel aan de Ontwikkelstrategie SRBT en het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant werkt de gemeente Oisterwijk samen met de gemeente Tilburg aan het Koersdocument Oostflank.
Argumenten 1.1 De uitwerking van het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 en parallel daaraan de Ontwikkelstrategie SRBT, bieden het handvat om slimmer en duurzamer te verstedelijken. De uitwerking van het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 en parallel daaraan de Ontwikkelstrategie SRBT, betekent een koerswijziging in de ruimtelijke ontwikkeling van Brabant. Er ligt een forse bouw-, transformatie- en herstructureringsopgave. Om ruimte te bieden aan al die opgaven met behoud van onze ruimtelijke kwaliteit, moeten we slimmer en duurzamer verstedelijken. De grote vraag naar ruimte voor woningen en bedrijvigheid moeten we in samenhang bezien met het oplossen van de opgaven op het vlak van klimaatadaptatie, energietransitie, slimme mobiliteit, biodiversiteit, gezondheid, inclusiviteit en circulaire economie. De Ontwikkelstrategie SRBT en het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 bieden het handvat voor de wijze waarop we onze verstedelijkingsopgaven in de SRBT slimmer en duurzamer kunnen oppakken. De inzet en het ‘hoger doel’ van de Ontwikkelstrategie SRBT is: leven, wonen en werken in een groene, gezonde en inclusieve stedelijke regio en het vergroten van die brede welvaart in een goede verdeling over stad en land.
Om meer brede welvaart goed over het mozaïek van stad én land te verdelen moeten we gelijktijdig: de kwaliteit van water, landschap en natuur benutten en versterken; de economie toekomstbestendig maken; het vestigingsklimaat voor wonen en werken verbeteren; de ruimtelijke kwaliteit verhogen; samen gericht investeren in de - voor de regio extra grote - mobiliteitstransitie. In SRBT willen we verstedelijken met een zachte G: verstedelijking die groen en gezond is en waar brede welvaart goed gedeeld wordt. 1.2 De Ontwikkelstrategie SRBT en het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 zijn het resultaat van een gezamenlijke planvormingsproces. De Ontwikkelstrategie SRBT schetst een gezamenlijk toekomstperspectief van 19 gemeenten uit de regio SRBT op de ontwikkeling van de stedelijke regio Breda- Tilburg. In woord en beeld is het perspectief uitgewerkt in een integrale visie op de kernwaarden, de opgaven, en de ontwikkelprincipes van de regio, evenals de strategieën om die opgaven tot uitvoering te brengen. In het proces zijn meerdere bijeenkomsten georganiseerd, zowel op ambtelijk- en bestuurlijk niveau als met de raden. In dit proces hebben wij het lokale beleid, zoals vastgesteld in de Omgevingsvisie en de verschillende programma’s en beleidskaders, nadrukkelijk ingebracht.
Dit heeft geresulteerd in een Ontwikkelstrategie SRBT die goed aansluit bij ons eigen beleid en de kaders die door de gemeenteraad zijn vastgesteld Het proces om te komen tot een Ontwikkelperspectief voor stedelijk Brabant heeft plaatsgevonden op het schaalniveau van het hele Brabantse stedelijk netwerk en dat van de vier stedelijke regio’s daarbinnen. Er is daarbij gewerkt met een Brabantbrede stuurgroep en met de regionale stuurgroepen, waaronder de stuurgroep SRBT. Deze heeft de relatie met de Ontwikkelstrategie SRBT Bij het Ontwikkelperspectief voor stedelijk Brabant zijn ook de Waterschappen en provincie vertegenwoordigd. 2.1 Voordat het college een definitief besluit neemt, wil zij draagvlak bij de raad peilen. Het besluit is een collegebevoegdheid. Tot begin mei 2023 heeft het college steeds ’slechts’ kennis genomen van alle stukken. Nu de Ontwikkelstrategie SRBT verder is uitgewerkt wil het college de raad betrekken en eventuele input ophalen. Ook andere SRBT-gemeenten doen dit. Door middel van deze wensen en bedenkingen procedure wordt het bestuurlijk draagvlak voor beide documenten gepeild. 2.2 De Ontwikkelstrategie SRBT is in lijn met het in de maak zijnde koersdocument Oostflank, de vastgestelde visie Buitengebied en de Woonzorgvisie van onze gemeente. De Ontwikkelstrategie SRBT is opgebouwd vanuit vijf ontwikkelprincipes: 1.
Bodem- en watersystemen zijn sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen; Robuustheid van de ondergrond is leidend. 2. We realiseren, faciliteren en stimuleren interactiemilieus en innovatie; Economische innovatie en verstedelijking gaan hand in hand.
3.
De juiste woning op de juiste plek; Werk-met-werk-maken voor een duurzame woningvoorraad. 4. Versnellen mobiliteitstransitie en vergroten nabijheid; Meer mobiliteitsgelijkheid. 5. Groen en voorzieningen groeien mee met verstedelijking; Verstedelijking bevordert gezondheid in SRBT. Deze vijf ontwikkelprincipes zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze vormen in samenhang het ambitiepakket en de beleidsinhoudelijke basis voor de strategieën en de uitwerkingen die daaruit voort komen. Deze ontwikkelprincipes komen voor een belangrijk deel overeen met de koers die we kiezen in het in de maak zijnde koersdocument Oostflank. Ook ons koersdocument Oostflank is gebaseerd op de zogenaamde lagenbenadering en kiest de bodem en het watersysteem, het landschap en cultuurhistorie als sturende principes. Wij begrijpen dat dit ook betekent dat er een verstedelijkingsopgave ligt om de bijbehorende ruimteclaims op te vangen en willen hieraan bijdragen als het gaat om woningbouw, energie, klimaatadaptatie, natuur, recreatie en werken. Ook wij willen woningen op de juiste plek, de beschikbare ruimte daarbij optimaal gebruiken en een leefbare, vitale en diverse omgeving bieden waar mensen graag wonen, recreëren en ondernemen. De SRBT geeft tevens ruimte en kansen voor versnelling van de mobiliteitstransitie. Wij zetten ons ook specifiek in op ruimte voor duurzame mobiliteit.
In de wijken en kernen is dit met name gericht op langzaam verkeer. Regionaal is dat gericht op een mix van schone auto’s en openbaar vervoer, maar ook op realisatie van snelfietsroutes en (H)OV verbindingen. 2.3 Het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 is in lijn met de Ontwikkelstrategie SRBT. In het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant zijn de vijf ontwikkelprincipes uit de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 vertaald naar een aantal hoofdkeuzes en eerste uitvoeringsafspraken op het schaalniveau van heel stedelijk Brabant en op het niveau van de vier stedelijke regio’s daarbinnen. De vijf ontwikkelprincipes Brabantbreed zijn: 1. Water en bodemsysteem als basis voor de verstedelijking 2. Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking 3. Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp 4. Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp 5. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie Deze ontwikkelprincipes sluiten goed aan bij de uitgangspunten van de Ontwikkelstrategie SRBT en vice versa. 2.4 De overwegingen die het college in juni 2022 heeft meegegeven, hebben in de definitieve stukken grotendeels voldoende vertaling gekregen.
Het college heeft vorig jaar besloten om voor het vervolgtraject de volgende aandachtspunten mee te geven: - De ontwikkelstrategie SRBT en het ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 dienen aan te sluiten bij het in de maak zijnde Koersdocument Oostflank. Dit lijkt op dit moment goed aan te sluiten. Tevens is ook Haaren inmiddels opgenomen binnen het stedelijk gebied, wat voor de gemeente Oisterwijk ook een belangrijk punt was. - In de ontwikkelstrategie SRBT en het ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 wordt uitgegaan van binnenstedelijk en binnendorps bouwen. Dit wordt het nabijheidsbeginsel genoemd. Dit was en is voor Oisterwijk een erg belangrijk punt, aangezien wij binnen de pilot “Bouwen binnen strakke contouren” jarenlang binnenstedelijk hebben getransformeerd. Wij zijn nu op een punt aangekomen dat wij ook uitbreiding noodzakelijk achten. Wat ons betreft past ook uitbreiding prima binnen de ontwikkelprincipes. Echter was er wel een herformulering van de verstedelijkingsstrategie nodig. Dit is tijdens het BO van 30 juni 2023 nogmaals benadrukt en biedt nu voldoende comfort onder kanttekening 2.1.
2.5 De Ontwikkelstrategie SRBT en het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 bieden kansen voor Oisterwijk. Bij ontwikkelingen die passen binnen de Ontwikkelstrategie SRBT en het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 mag verwacht worden dat we andere overheden aan onze zijde hebben en indien er sprake is van een gemeenschappelijk belang dat we ook op steun van Rijk / provincie kunnen rekenen (o.a. in de vorm van cofinanciering). Het gezamenlijk belang is ook onderstreept in de SRBT-Woondeal. Voor het realiseren van woningbouw op sleutellocaties en het benoemden van kansrijke locaties trekken we samen op bij het realiseren van meer betaalbare woningen in de regio. Onze woonambities gaan verder dan (het versnellen van) de bouwopgave en de gezamenlijke inzet in onze regio. We staan voor een goed en kwalitatief woon- en leefklimaat in onze regio. We maken (proces)afspraken over de huisvesting van een aantal aandachtgroepen en de uitwerking van regionale kaders op het gebied van wonen en zorg. Daarnaast zien wij ook veel kansen in het verdichten rondom het station in Oisterwijk, door het verkleuren naar wonen aan de noordrand van het KVL terrein en het toevoegen van werklocaties. Verdichten betekent uiteraard niet dat we gaan verstenen, dus naast verdichting wordt er ook vol ingezet op natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en het toevoegen van groen.
Een ander belangrijk aspect dat nu is meegenomen in de Ontwikkelstrategie SRBT is de boomteelt, een belangrijke economische drager van onze regio. Dit is toegevoegd op de kaart. Tevens willen we sterk inzetten op de mobiliteitstransitie, door verbeteringen in het (H)OV netwerk in onze regio, het (snel)fietsnetwerk en wandelroutes. Dit kunnen wij echter niet alleen en vergt grote (financiële) inspanningen. Voor het borgen van een goede bereikbaarheid hebben we onze partners op regionaal-, provinciaal en rijksniveau nodig. 2.6 Het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 vormt input voor het gesprek met het Rijk Het Rijk maakt op basis van het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 verdere afspraken met provincie, waterschappen en stedelijke regio’s. Er worden geen aparte verstedelijkingsakkoorden (meer) afgesloten met de stedelijke regio’s. De regio SRBT wordt in het gesprek met provincie en Rijk bestuurlijk vertegenwoordigd. Gemeenten sluiten niet afzonderlijk aan. Het Ontwikkelperspectief betreft dus zowel het Brabantbrede als het regionale schaalniveau. Samen met de provincie gaan we de hoofdkeuzes en de eerste uitvoeringsafspraken verder uitwerken. Wanneer er een rijksbelang is sluit het Rijk ook aan. 2.7 De Ontwikkelstrategie SRBT vormt input voor beleid van provincie en Rijk.
De Ontwikkelstrategie SRBT is input geweest voor de uitwerking van het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040. Dat geldt met name voor de regionale paragraaf in hoofdstuk 5 en voor de eerste uitvoeringsafspraken in hoofdstuk 4 van het Ontwikkelperspectief. De Ontwikkelstrategie SRBT zal ook een belangrijke bouwsteen zijn voor het zogenaamde ruimtelijk voorstel dat elke provincie in het kader van de nieuwe nationale Nota Ruimte dit jaar nog aan het Rijk moet doen. 2.8 De Ontwikkelstrategie SRBT en het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 vormen input voor het gemeentelijk beleid. Zowel de Ontwikkelstrategie SRBT als het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant hebben het karakter van beleidsvoornemens en als zodanig geen eigenstandige, formeel-juridische of planologische status of werking. Het is de bedoeling dat de voornemens en afspraken door de bevoegde gezagen vertaald gaan worden in hun eigen (omgevings-)beleid. De verdere doorvertaling gericht op de uitvoering vindt plaats in een uitvoeringsagenda die nog opgesteld zal worden in samenwerking met Rijk, provincie, waterschappen en de stedelijke regio’s. Omdat de Ontwikkelstrategie SRBT en het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant in hoofdlijnen aansluiten bij ons koersdocument Oostflank, is de verwachting dat vanuit deze perspectieven geen ingrijpende wijzigingen in het koersdocument Oostflank nodig zijn.
2.9 Oisterwijk neemt graag deel aan pilot voor dorpen strategieën. De dorpen strategieën vormen een zeer wezenlijk onderdeel van de ontwikkelstrategie van de
SRBT. Op de schaal van de SRBT lijken de lokale opgaven in de dorpen relatief beperkt maar bij elkaar opgeteld is de impact op de regio omvangrijk. Daarom zetten we graag in op het ontwikkelen van dorpen strategieën. Het ontwikkelen van dorpen strategieën, gericht op behoud en versterking van de leefbaarheid, nabijheid en draagvlak van voorzieningen in dorpen kleine kernen en buurtschappen. Onderzoek of en hoe programmatische ruimte in en aan de rand van de kern kan worden ingezet voor maximaal effect op de breedte aan opgaven. Met een strategische visie en aanpak wordt er een kwaliteitsslag gemaakt voor de dorpen Haaren en Moergestel. De dorpen strategieën zullen in lijn zijn met het koersdocument Oostflank en worden afgestemd op de toekomstplannen voor Haaren en Moergestel met de desbetreffende wijkregisseurs. 3.1 Onze bestuurlijke reactie van mei 2023 is voldoende vertaald in de voorliggende stukken, dus hebben we nu geen wensen en bedenkingen. In de voorliggende stukken en in het proces is hierop voldoende ingespeeld. In de Ontwikkelstrategie is verduidelijkt dat de SRBT een samenhangende regio is waarin alle kernen (dorps en stedelijk) een rol hebben en daarom programmatische ruimte hebben voor de duurzame, op een leefbare omgeving gerichte ontwikkeling van de SRBT.
De dorpenstrategie zet dorpen niet op slot, maar is juist bedoeld om op zoek te gaan naar de specifieke vraagstukken en oplossingen. De ontwikkelstrategie SRBT sluit, net als in de NOVI, in- en uitbreiden niet uit. Wel verschuift de aandacht en inzet naar het bestaande bebouwd gebied, maar als er essentiële meekoppelkansen zijn, blijft er in de regio ruimte voor de realisatie van uitleglocaties. Daarmee wordt aangesloten op de afspraken uit de woondeal. Naast inzet op de mobiliteitstransitie, is meer nadrukkelijk in de Ontwikkelstrategie aangegeven dat ingrepen in de bestaande infrastructuur niet worden uitgesloten. Het onderzoeken naar en introduceren van nieuwe vormen van openbaar vervoer, collectief vervoer en gedeelde mobiliteit voor goed bereikbare dorpen wordt expliciet genoemd. Ook is verduidelijkt dat de signaleringskaart voor (risico’s in) het watersysteem bedoeld is als een sturend principe in het afwegen en uitwerken van ontwikkelingen en niet de bedoeling heeft om de regio op slot te gooien. Economie is aangevuld met inzet op het duurzaam doorontwikkelen van het sterk aanwezige Leisure klimaat en het behouden en versterken van de in de gehele regio aanwezige brede economische verscheidenheid inclusief die op het platteland.
Kanttekeningen 2.1 Het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 is al besproken met het Rijk voordat het college en de raad hebben ingestemd met de Ontwikkelstrategie SRBT. Het bespreken van het eindconcept ‘Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040’ op het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving van 13 juni 2023, voordat de gemeenteraad zich over de Ontwikkelstrategie SRBT heeft uitgesproken, sluit niet goed aan bij het standpunt van ons college dat het aan de gemeenteraad is om leidende en kaderstellende principes vast te stellen. In een ideaal proces was eerst de Ontwikkelstrategie SRBT vastgesteld door colleges en raden, was deze ingebracht en overgenomen in het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant en worden vervolgens afspraken met het Rijk gemaakt. Dit heeft echter niet plaatsgevonden. De Ontwikkelstrategie SRBT en het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant zijn gelijk opgelopen. Daardoor lijken de stukken erg op elkaar, wat laat zien dat de Ontwikkelstrategie SRBT op hoofdlijnen wel is overgenomen. 2.2 Kanttekeningen die al eerder gemaakt zijn door het BO van 7 april 2023 op het Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040 worden door ons onderschreven. Er wordt de ruimte geboden om overwegingen vanuit het college mee te geven.
Deze worden ook betrokken (al dan niet samengevat) bij het gesprek met de minister en provincie. In het Bestuurlijk Overleg SRBT van 7 april jl. is geoordeeld dat het eindconcept “Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040” voldoende rijp zijn om in de colleges te bespreken. Wel heeft het Bestuurlijk Overleg SRBT op voorhand een aantal opmerkingen gemaakt, die in een brief aan de Stuurgroep Stedelijk Brabant zijn meegeven ten behoeve van agendering in het BO Leefomgeving van 13 juni. Het gaat om het volgende:
1. De dorpenstrategieën vormen voor de SRBT een zeer wezenlijk onderdeel van de gezamenlijke ontwikkelopgave. Het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant, dat naar mening van het BO thans nog teveel de stad centraal stelt, moet het belang van sterke stad-land-relaties voor de hele regio (nog) meer articuleren, zoals we dat in de Ontwikkelstrategie SRBT doen. 2. Het BO onderschrijft de Voorkeursvolgorde verstedelijking uit de Nationale Omgevingsvisie maar wil in het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant de ruimte lezen om onderbouwd ook aan de randen van de steden en dorpen de woonopgave in combinatie met andere opgaven te kunnen realiseren. Daarmee wordt aangesloten op de afspraken uit de woondeal. 3. Ten aanzien van mobiliteit vindt het BO dat er te veel nadruk op louter de mobiliteitstransitie wordt gelegd. Aanvullende ingrepen in de bestaande infrastructuur inclusief wegontsluitingen, zijn nodig om de ontwikkelopgave in de SRBT te kunnen realiseren. 4. De signaleringskaart voor (risico’s in) het watersysteem moet zorgvuldig worden gehanteerd, maar mag de regio niet op slot gooien. 5. Voor versterkende landschappelijke en natuurverbindingen tussen de stedelijke en landelijke gebieden in de SRBT moet meer worden aangesloten op reeds in gang gezette ontwikkelingen zoals met Van Gogh Nationaal Park inclusief aandacht voor de landbouw.
Voorgesteld wordt om deze opmerkingen te onderschrijven, omdat deze zoals hierna blijkt, ook op de Oisterwijkse situatie van toepassing zijn. 2.3 Bodem en water sturend kan consequenties hebben. Bodem en water sturend betekent dat we het gebruik en de inrichting van de ruimte, in bebouwd en onbebouwd gebied, afstemmen op de ondergrond. Hoewel wij dit principe ook onderschrijven, moeten we ons realiseren dat dit wel consequenties kan hebben voor het gebruik, zowel bestaand als nieuw. Dat we met technische maatregelen oplossingen kunnen bedenken, zal steeds minder geaccepteerd worden. Voor de agrarische sector betekent dit het streven om het agrarisch gebruik zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de grondslag. Dit kan gevolgen hebben voor de toekomst van de agrarische sector in onze gemeente, met name in het buitengebied waar nu ruimte geboden wordt voor meer intensieve en productiegerichte landbouw. Het principe bodem en water sturend kan ook consequenties hebben voor andere ontwikkelingen, bijvoorbeeld de realisatie van woningbouw en/of een sportpark binnen de invloedsfeer van het grondwaterbeschermingsgebied nabij een beekdal. Dergelijke ontwikkelingen worden op voorhand niet uitgesloten, maar het kan wel beperkingen of voorwaarden opleggen aan lokale ambities en plannen.
2.4 Woningbouw wordt in principe niet in het groene buitengebied gerealiseerd In de Ontwikkelstrategie SRBT staat dat we zoveel mogelijk binnenstedelijk en binnendorps bouwen en dat we, volgens de NOVI prioriteiten en afwegingsprincipes en de Voorkeursvolgorde verstedelijking uit de NOVI 2, in principe niet bouwen in het groene buitengebied. Versnelling in het bouwen van woningen, zoals gewenst in de Woondeal, kan op gespannen voet komen staan met dit principe. Het realiseren van nieuwe woningen of andere rode functies op uitbreidingslocaties. Het wordt op voorhand echter ook niet volledig uitgesloten. Zoals in het Ontwikkelperspectief van de provincie is aangegeven kan uitleg nog steeds nodig zijn, maar dan altijd als onderdeel van een strategie gericht op het maken van een schaalsprong en verduurzamingsslag in het bestaand stedelijk gebied zelf en op plekken die vanuit een duurzaam bodem- watersysteem, het landschap, de energietransitie en bereikbaarheid goed scoren. Nieuwe uitlegplannen kunnen aan de orde komen als transformatie en inbreiding onvoldoende mogelijkheden bieden en er sprake van is essentiële meekoppelopgaven voor de betreffende ontwikkeling. Deze locaties moeten volgens het provinciale kader wel op regionaal niveau en integraal afgewogen worden, wat betekent dat we daar niet alleen het stuur in handen hebben.
Hoewel het niet principieel afwijkt van het huidige beleid van inbreiden voor uitbreiden op basis van de ladder van duurzame verstedelijking, wordt de drempel om uit te kunnen breiden naar verwachting wel steeds hoger. Dit kan consequenties hebben voor de mogelijkheden, de omvang en/of snelheid waarmee wij de potentiële woningbouwcapaciteit kunnen benutten. De vraag waar uitbreiding passend is binnen Oisterwijk, bezien we vanuit de cultuurhistorische basis van het landschap. Naast woningbouw kijken we ook welke ruimte er is voor (nieuwe)
economische dragers op het gebied van toerisme & recreatie; agrarische transformatie & innovatie, en andere nieuwe economische functies. We willen binnen deze context een substantiële bijdrage leveren aan de vraag naar betaalbare woningen, om de leefbaarheid en vitaliteit van de dorpen te versterken. Waarbij niet de kwantiteit, maar de kwaliteit van de woningbouw en een gevarieerd woningaanbod met aansluiting op de lokale woonbehoefte het vertrekpunt moet zijn. 2.5 De aanduiding stedelijk gebied kan conflicteren met onze centrale waarde van het dorpse karakter De Ontwikkelstrategie SRBT zet in op het ontwikkelen van hoogstedelijke milieus en vergroten van het aanbod aan stedelijke milieus. Een strategie gericht op het maken van een schaalsprong en verduurzamingsslag in het bestaand stedelijk gebied zelf en op plekken die vanuit een duurzaam bodem- watersysteem, het landschap, de energietransitie en goede mobiliteit van belang zijn. De kern Haaren is in de Ontwikkelstrategie SRBT aangemerkt als onderdeel van het stedelijk milieu van de regio. Hoewel dit aansluit bij het Koersdocument de Oostflank, waarin we hebben aangegeven een rol te willen vervullen in de regionale opgaven op het gebied van woningbouw, kan dit wel iets betekenen voor de wijze waarop we hier invulling aan kunnen geven.
Dit betekent naar verwachting ook voor ons het maken van een schaalsprong in de zin van hogere dichtheden en meer stedelijkheid. We worden daarmee echt geen steden, maar zullen wel transformeren naar meer een stedelijk dorp. 2.6 Moergestel is niet opgenomen binnen het stedelijk gebied, maar als dorpen gebied Zowel de kernen Oisterwijk als Haaren zijn in de Ontwikkelstrategie SRBT aangemerkt als onderdeel van het stedelijk milieu van de regio. De kern Moergestel wordt niet als onderdeel van het stedelijk milieu aangeduid. Ons college heeft gevraagd om Moergestel ook op te nemen binnen het stedelijk gebied, in plaats van dorpen gebied. De aanduiding in de Ontwikkelstrategie is echter ongewijzigd gebleven. Hiervoor wordt een andere methodiek gebruikt. Dit heeft te maken met de mobiliteit en het toe te voegen programma op een duurzame manier te ontsluiten, en ook om binnen redelijke afstand van de voorzieningen en OV te kunnen zijn. Ten slotte gaat het niet om een aanduiding, maar ook over wat de mogelijkheden zijn vanuit de dorpenstrategie. 2.7 Regionale samenwerking verschuift van Hart van Brabant naar (meer) SRBT. De regionale samenwerking in de (fysieke) leefomgeving vindt steeds meer plaats in SRBTverband (RIA, Woondeal, Ontwikkelperspectief).
In het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant staat dat we willen afspreken dat de stedelijke regio’s het bestuurlijk verband zijn waarbinnen partijen komen tot een integrale aanpak van de verstedelijkingsopgaven. De samenwerking met 19 gemeenten in SRBT verband brengt uitdagingen met zich mee voor een goede afstemming. Binnen de regionale samenwerking Hart van Brabant hebben we in de kernagenda projecten en prioriteiten vastgelegd. Vanuit de Ontwikkelstrategie SRBT worden daar projecten aan toegevoegd en wordt opgeroepen om mede-eigenaarschap te tonen voor de samenwerking en hierop naar vermogen inzet, kennis en capaciteit in te brengen. Wat hiervan ook voor Oisterwijk de consequenties zijn is op dit moment niet goed te overzien. Uit het stuk blijkt dat de komende periode wordt gebruikt om de Ontwikkelstrategie SRBT uit te werken in een uitvoeringsagenda (met programmalijnen en concrete projecten) en een bijbehorende realisatie- en (co)financiering strategie. Samenwerking De Ontwikkelstrategie SRBT is in regionaal verband opgesteld in een samenwerking tussen de regio Hart van Brabant en de regio Baronie. Het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 is gemaakt door de provincie met input vanuit de SRBT, de Waterschappen en de andere stedelijke regio’s in Brabant. Financiën De stukken die nu voorliggen hebben geen financiële consequenties.
In het proces is input geleverd vanuit de regulier formatie. De uitvoering van de Ontwikkelperspectieven kan wel
financiële consequenties hebben. De oproep in de Ontwikkelstrategie SRBT om medeeigenaarschap te tonen voor de samenwerking en hierop naar vermogen inzet, kennis en capaciteit in te brengen kan resulteren in meer ambtelijke capaciteit. De uitvoering van de Ontwikkelperspectieven in concrete projecten kan resulteren in benodigde co-financiering. Wat dit voor Oisterwijk betekent kan op dit moment niet geduid worden. Pas wanneer in de loop van dit jaar concrete voorstellen gepresenteerd voor een uitvoeringsagenda en de governance- en organisatievraagstukken kunnen we dit beoordelen. Communicatie De bestuurlijke trekker(s) van de Stedelijke regio Breda - Tilburg ontvangen schriftelijk het definitieve standpunt van het college. Uitvoering Het college zal met de wensen en bedenkingen van de raad een (definitief) besluit nemen en deze in het SRBT-overleg inbrengen. De formele instemming van Ontwikkelperspectief Brabant is voorzien medio september wanneer het nieuwe college van GS naar verwachting is aangetreden. Dat betekent dat dan definitief wordt ingestemd met de eerste afspraken die we maken voor de uitvoering van de opgaven die we gezamenlijk hebben onderschreven. De bestuurlijke afspraken gaan over beleidsvoornemens die na instemming een doorvertaling moeten krijgen in beleid waarvan we de uitvoering samen oppakken.
De verdere doorvertaling gericht op de uitvoering vindt plaats in een uitvoeringsagenda die nog opgesteld zal worden in samenwerking met Rijk, provincie, waterschappen en de stedelijke regio’s. Voortbouwend op de Ontwikkelstrategie SRBT (inclusief de versnellingslocaties en NOVEXgebieden), het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant, de gewenste (versnelling van de) mobiliteitstransitie en de boogde schaalsprong van OV en fiets, wordt gewerkt aan het Multimodaal Mobiliteitspakket SRBT. Dit afsprakenpakket geeft invulling aan de bestuurlijke afspraken in het BO MIRT van november 2022. Het doel van dit pakket is het bereiken van overeenstemming tussen gemeenten in de regio, de provincie Noord Brabant en het Rijk over een meerjarig, adaptief en samenhangend pakket aan mobiliteitsmaatregelen dat bijdraagt aan het accommoderen van de verstedelijkingsopgave (1), het versnellen van de mobiliteitstransitie (2) en het verminderen van de gevolgen van het uitstel van de verbreding van A58 (3). Het voorgestelde Multimodaal Mobiliteitspakket SRBT is gericht op de agendering in het BO-MIRT van november 2023. In het najaar van 2022 hebben de provincies van de Minister voor VRO de opdracht gekregen om dit jaar een integraal Ruimtelijk Voorstel op te stellen.
In dit Ruimtelijk Voorstel worden alle ruimtelijke opgaven die in de provincie spelen ten opzichte van elkaar afgewogen voor de periode tot 2030 en met een doorkijk naar 2050 (de ruimtelijke puzzel). Het gezamenlijk opgestelde Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 is een van de drie perspectieven die in het Ruimtelijk Voorstel gaan landen. Dus ook via het Ruimtelijk Voorstel krijgt het Ontwikkelperspectief zijn doorwerking. De andere twee perspectieven in dit verband zijn het perspectief voor natuur, water en landbouw (het Brabants Programma Landelijk Gebied/GGA) en het perspectief voor klimaat en energie (REKS/PMIEK).
Bijlagen 1. Ontwikkelstrategie Stedelijke Regio Breda - Tilburg ‘Samen bouwen aan het goede nest’ (juli 2023) 2. Eindconcept ‘Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040’ (mei 2023) 3. Integrale kaart Ontwikkelstrategie SRBT
Ter inzage gelegde stukken n.v.t.
Oisterwijk 29 augustus 2023, Het college, de gemeentesecretaris a.i.,
de burgemeester,
Marco Wilke
Hans Janssen
Raadsbesluit Voorstel tot Ontwikkelstrategie Stedelijke Regio Breda – Tilburg en Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant
De raad van de gemeente Oisterwijk, gelezen het voorstel van het college d.d. 26 oktober 2023, domein/afdeling Fysieke Leefomgeving; gelet op de gemeentewet; besluit: 1. Kennis te nemen van de ‘Ontwikkelstrategie Stedelijke Regio Breda - Tilburg’ en eindconcept ‘Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040’. 2. Kenbaar maken van geen wensen en bedenkingen in het Bestuurlijk Overleg Stedelijke Regio Breda – Tilburg en aan de stuurgroep.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Oisterwijk op 26 oktober 2023 de griffier,
de voorzitter,
Daniëlle Robijns
Hans Janssen