Nieuwe versie - petitie Fire-Up
Tekst van het document
Dossier: Fire-up International B.V. Gemeenteraadsvergadering 11 juli 2022 Spreker namens omliggende bedrijven: Walter Veneman Oisterwijk, 11 juli 2022
Geachte leden van de gemeenteraad, Graag grijp ik namens de omliggende ondernemers van Fire-up de mogelijkheid aan om onze visie en gevoel van onveiligheid met u te delen. Er is al veel gezegd en geschreven over de vernietigende brand van 14 juni jl. Laten we voorop stellen dat we ook begrijpen dat de brand voor Fire-up zelf weer een enorme tegenslag is geweest. Dat staat buiten kijf. Mijn betoog van nu is lichtelijk afwijkend van hetgeen ik u afgelopen weekend op papier toezond. Dat komt omdat er hedenmiddag een gesprek met de Burgemeester heeft plaatsgevonden. Wij, en dan spreek ik namens de omliggende ondernemers, maken ons nog steeds grote zorgen over de veiligheid van onze medewerkers, de omliggende bedrijfspanden en de burgers aan de overzijde van het spoor. Het is niet de eerste brand die is ontstaan en waarschijnlijk ook niet de laatste. Dat roepen we al jaren. Hoewel de brandoorzaak momenteel nog in onderzoek is, zijn in het verleden al diverse branden ontstaan door broei. Tijdens het Raadsplein van 30 juni jl. heeft Burgemeester Janssen een aantal vragen van raadsleden beantwoord. De conclusie van het College was toen: het opstarten van de productie is veilig en verantwoord. Hoewel wij begrijpen dat B&W hier voor een lastige keuze staat, zijn we het daar absoluut niet mee eens en hechten we eraan om onze visie aan u voor te leggen.
We vinden het allereerst positief dat de opslag blijvend is verplaatst naar een andere locatie en er gesprekken gaande zijn over een definitieve verplaatsing van het bedrijf. Dat neemt echter niet weg dat er in strijd met de vergunning lijkt te zijn (en te worden) gehandeld en het opstarten van de productie op dit moment vanuit veiligheid in elk geval naar onze mening onacceptabel is. Ik zal u uitleggen wat onze zorgen zijn. 1. Niet-vergunde olie Zoals in het verleden is gebleken is het van cruciaal belang welke specifieke olie er tijdens het productieproces wordt gebruikt. Dit om broei te voorkomen. Vandaar dat er in de geldende vergunning het gebruik van één specifieke olie is voorgeschreven, namelijk: “Vegetable Oil FV als vermeld in MSDS blad 453/2010”. Dat dit zo van belang is, bleek ook uit de brand in de productiehal op of omstreeks 8 september 2021. (https://www.bd.nl/oisterwijk/directeur-baalt-dat-brandweer-weer-naar-fire-up-moest-maar-onzeprocedures-werken-dus-wel~a7fda6b3/). Dhr. Van Opstal verklaarde toen in de pers, en ik citeer: "We waren juist bezig om andere plantaardige oliën te testen, zo veilig mogelijk in een afgesloten container. Daarbinnen is het vermoedelijk gaan broeien.
We hadden het met de brandslang zelf afgekund, maar voor de zekerheid hebben we er toch maar de brandweer bij geroepen." Hieruit blijkt al direct dat het werken met een andere niet vergunde plantaardige olie volgens Fire-up zelf levensgevaarlijk is.
Tijdens het Raadsplein van 30 juni jl. was de Burgemeester nog in de veronderstelling dat er na de brand van 2019 geen nieuwe branden meer in de productiehal hadden plaatsgevonden, maar dat is dus onjuist gebleken. Na de brand van 2019 zijn er volgens ons meerdere meldingen van (beginnende) brand ontvangen. De exacte cijfers hebben we opgevraagd, maar nog niet mogen ontvangen. Vraag is ook of die incidenten wel allemaal zijn gemeld bij de brandweer. Ik wil hierbij expliciet benadrukken dat het gebruik van een andere niet vergunde olie dus letterlijk spelen met vuur is. In de productiehal wordt maar liefst 90.000 liter (!) plantaardige olie opgeslagen en deze productiehal beschikt niet over een geavanceerd blussysteem. Als deze 90.000 liter olie in brand vliegt hebben we mogelijk te maken met een grote ramp. Op 16 mei j.l. verzoekt Fire-up het College om het vergunningsvoorschrift van deze specifieke olie in te trekken, omdat deze olie niet meer gefabriceerd wordt. Ik citeer uit het verzoek van Fire-up zelf: “Zelfs al zou het dus wenselijk zijn dat Fire-up slechts bij één leverancier zou inkopen, dan nog kan aan dit voorschrift al niet meer worden voldaan.
De bewuste MSDS met deze aanduiding bestaat inmiddels niet meer, zodat het op dit moment niet meer mogelijk is om olie in te kopen met het bewuste MSDS genoemd in het voorschrift." Fire-up geeft dus zelf op 16 mei 2022 (dus vlak voor de laatste brand) te kennen dat de vergunde olie niet meer bestaat en ze daarom niet meer aan de vergunningsvoorwaarde kan voldoen. Dat roept bij ons de vraag op met welke olie er dan wel tijdens de brand werd gewerkt? Dat moet dan toch een andere olie zijn geweest dan die is vergund? 2. Aanpassing productieproces Tijdens het Raadsplein van 30 juni jl. gaf Burgemeester Janssen aan dat Fire-up haar productieproces had gewijzigd en daardoor de kans op broei zou zijn geëlimineerd. Dat zou een belangrijke reden zijn om de productie weer te mogen opstarten. De blokjes zouden nu – nadat ze zijn afgekoeld - meteen als eindproduct worden verpakt en voor vervoer worden klaar gezet. Wij begrijpen echter niet hoe daarmee het risico op broei kan zijn geëlimineerd. Ik leg u uit waarom. Tijdens de productie worden blokjes in een bad met plantaardige olie gedompeld en daarna worden ze gekoeld en gedroogd. Tijdens het droogproces bestaat er risico op broei en brand (https://www.interpolis.nl/-/media/files/preventiekaart-broei.pdf).
Hoe je het dus ook wendt of keert: ergens tijdens het productieproces zullen de blokjes na het dompelbad moeten drogen en dát is het moment waarop gevaar voor broei aanwezig is. Dat risico valt dus niet te elimineren door ze meteen te verpakken. Het komt ons bovendien voor dat de blokjes pas verpakt kunnen worden als ze daadwerkelijk gedroogd zijn. En dat betekent dus dat ze eerst zullen drogen in de productiehal. Die productiehal beschikt verder ook niet over een geavanceerd blussysteem en op het bedrijventerrein zijn onvoldoende blusvoorzieningen voorhanden. Dat is ook de reden dat tijdens grote branden bij Fire-up telkens het bluswater aan de overzijde van het spoor moest worden gehaald. 3. Verplaatsing opslag Tot slot de verplaatsing van de opslag. We hebben vandaag tijdens een gesprek met de Burgemeester vernomen dat de opslag momenteel buiten de gemeentegrenzen plaatsvindt. Dames en heren, ik kom tot een afronding. Als er op dit moment broei ontstaat in de productiehal die niet is voorzien van een geavanceerd blussysteem, waar 90.000 liter olie is opgeslagen en waar bekend is dat het bedrijventerrein Laarakkers over onvoldoende bluswatervoorzieningen beschikt, volgt er mogelijk een gigantische ramp. Wij wensen alle betrokkenen veel wijsheid toe met het nemen van de nodige besluiten voor de korte en de lange termijn. Ik dank u hartelijk voor uw aandacht.