Koersdocument Oostflank geamendeerd juli 2024
Tekst van het document
De natuur staat onder druk. Ga versnippering tegen en reduceer de hoge milieudruk. Beeld uit: - "Op weg naar Basiskwaliteit Natuur", Naturalis Biodiversity Center, 2021. - Visie Buitengebied, gemeente Oisterwijk.
36
2
Natuurdoelanalayse Loonse en Drunense Duinen, de Brand en Leemkuilen en Kampina & Oisterwijkse Vennen, februari 2023 (Klik hier voor de Natuurdoelanalayse Loonse en Drunense Duinen en hier voor de Natuurdoelanalayse Kampina & Oisterwijkse Vennen) Bron: https://www.brabant.nl/subsites/brabantse-bomen/ actueel/nieuws/2022/uit-de-startblokken-met-actieplanbrabantse-bomen
De Oostflank zal een stevige bijdrage leveren aan de Bossenstrategie door de aanplant van nieuwe bossen en landschapselementen, zoals houtwallen, lanen en bosjes.
Voor de Oostflank zettten we in op een kleinschalig landschap, waar plek is voor natuur, recreatie en landbouw. Uit Groene Schakels, Voorbeeldenboek ecologische verbindingszones, Provincie Noord-Brabant.
Voorbeeld van verbinding tussen natuurgebieden, met o.a. bomenlanen en bosschages. Uit: Versailles van het Noorden van ZLTO en Treeport Midden Brabant. Beelden: West8
37
natuurinclusief gebouwd worden waarbij natuurlijke
Natuurnetwerk Brabant en maximaal 5.000 hectare
habitats moeten worden behouden.
daarbuiten. De Bossenstrategie dient diverse doelen. Er
Een van de instrumenten voor landschapsontwikkeling
is behoefte aan andere typen bossen, het vastleggen van
is de Brabantse Bossenstrategie. De provincie Noord-
CO2, het verbeteren van de biodiversiteit, het scheppen
Brabant streeft in haar Bossenstrategie naar een
van recreatiewaarde en het aantrekkelijker maken van
uitbreiding van het bosareaal met 13.000 hectare
woon- en werklocaties. Naast bos zet de provincie in op
bos in 2030 (nu ca. 75.000 ha)2, binnen en buiten het
een toename van het aantal houtige landschapselementen
huidige Natuurnetwerk Brabant (NNB). De invulling
(zoals houtwallen, struiken, heggen, losse bomen) in het
van deze bossenstrategie gaat van zowel bos naar
landelijk gebied. Ook in en rond het stedelijk gebied
kleine landschapselementen, waardoor je ook wel
moeten meer bomen komen. Hier hebben ze een positieve
kunt spreken van een ‘bomenstrategie’. Van de nieuwe
invloed op de infiltratie (bij extreme buien) en helpen ze
bossen ligt straks 8.000 hectare binnen het bestaande
hittestress voorkomen.
De koers De diverse bestaande natuurgebieden zullen via robuuste en brede landschaps-ecologische zones met elkaar worden verbonden en onderdeel vormen van een sterk samenhangend (natuur)netwerk. Dit zorgt ervoor dat diersoorten beter en eenvoudiger kunnen migreren en zorgt ervoor dat het landschap aantrekkelijker wordt voor recreanten. Op de overgangen van stedelijk naar landelijk gebied wordt het landschap versterkt, om de bestaande dorpen beter met het buitengebied te verbinden. De Oostflank zal een stevige bijdrage leveren aan de Bossenstrategie door de aanplant van nieuwe bossen. Die komen met name rond de Natura 2000-gebieden en de natte natuurparels en vormen dan ook ruimtelijke buffers. In die nieuwe bossen wordt veel CO2 vastgelegd en ligt het accent op natuur en recreatiewaarde. Ook komen er op grote schaal landschapselementen, zoals houtwallen en bosjes die de dorpsranden versterken en deze verbinden met de natuurgebieden. Door slimme combinaties van landschaps-ecologische zones en wandelpaden ontstaat een toegankelijk platteland. —
We zetten sterk in op het realiseren van robuuste landschapsecologische verbindingszones: van duinen naar kuilen naar vennen. Dit zijn brede zones in het bestaande landschap waarin de natuurwaarden worden gestimuleerd. We zorgen met de landschapsecologische zonering voor een robuuste en betere verbinding tussen de bestaande natuurgebieden en een samenhangend natuurnetwerk, waardoor diverse diersoorten beter kunnen migreren.
—
We willen de bestaande natuurgebieden (Natura 2000 en NNB) versterken: dit willen we doen door op passende plekken ‘groene’ en ‘blauwe' landschapselementen te creëren.
—
Samen met de grondeigenaren willen we de landbouw rondom Natura 2000 en NNB gebieden combineren met natuur: Rondom de Natura 2000 en NNB-gebieden wordt geleidelijk een netwerk van landschapselementen gerealiseerd, als onderdeel van de ca. 400 ha aan poelen, bossen, houtwallen, hagen en struweel. In de Overgangsgebieden rondom de natuurgebieden streven we naar 10-15% groenblauwe dooradering, in de overige gebieden 5-10% groenblauwe dooradering. We geven prioriteit aan de Groene Kern rondom de Leemkuilen en richting De Brand, waar we inzetten op versterking van de Brabantse Leembossen. Om dit te realiseren wordt een uitvoeringsplan opgesteld.
—
We stimuleren duurzame landbouw: Samen met de agrariërs wordt een perspectief op duurzame landbouw ontwikkeld die bijdraagt aan bescherming van natuurwaarden. Daarbij wordt ook gedacht aan nieuwe vormen van de combinatie natuur & boomteelt om opgaven bij elkaar te brengen, waarbij we oog hebben voor de verhouding van natuurwaarden i.r.t. (inheemse) beplantingsoorten. We slaan graag de handen ineen met de initiatiefnemers van Versailles Van Het Noorden en alle andere grondeigenaren om hier vorm aan te geven. Voor de realisatie van de natuur zoeken naar het deels verweven van natuurinclusieve boomteelt en natuur/bos. De omvang hiervan kan nu nog niet worden vastgesteld. Allereerst willen we op korte termijn gezamenlijk met boomtelers en natuur- en milieu organisaties en kennisinstellingen een stevige pilot opzetten. Een monitoringsprogramma op bijdrage aan biodiversiteit en watermanagement hoort daarbij. Bij gebleken succes kan deze integratie van natuur/bos en natuurinclusieve boomteelt wellicht geleidelijk worden opgeschaald tot een omvang van ca 50-100 hectare binnen de genoemde 400 ha natuur en landschapsontwikkeling.
— 38
We willen het mozaïeklandschap rondom de dorpen versterken: ter versterking van de natuur en om
De ze ui ka ts a pr rt ak is en i l ov lus er tr ex ati ac ef te en pe d rc oe el t g en e . en
Koerskaart Natuur
Weelderige en gevarieerde natuurgebieden.
Nieuwe recroducten (passages voor dieren).
Robuuste landschapsecologische verbindingszones maken tussen de belangrijke natuurgebieden. Zoekgebied natuurinclusieve landbouw in overgangsgebieden (ca. 500m rondom Natte Natuurparels). Ecologische basiskwaliteit herstellen in het Brabants cultuurlandschap. 39
te zorgen voor een buffer rond te dorpen wordt hier extra ingezet op het toevoegen van nieuwe landschapselementen, tevens als onderdeel van ca. 400 ha aan bossen, houtwallen, hagen en struweel. —
We willen ook het bestaande landschap behouden en versterken: ook buiten de natuurgebieden en de overgangsgebieden rondom de dorpen wordt gezorgd voor een goede ecologische basiskwaliteit van het landschap (groenblauwe dooradering). Door de aanleg van gemiddeld 10% groenblauwe dooradering, waaronder ca. 20 strekkende kilometer nieuwe houtwallen, singels en ca. 20 strekkende kilometer nieuwe laanbeplanting, als ook nieuwe poelen en natuurvriendelijke oevers, worden de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten van het landschap versterkt.
Kweek- en voedselbos als kans om kwekers en opgaven bij elkaar te brengen. Foto: Voedselbos Ketelbroek
De bossenstrategie pakken we aan als bomenstrategie. Dus naast nieuwe bossen bouwen we aan het landschap met nieuwe houtwallen, singels, en lanen zoals deze prachtige laan in de Berkhoek 40
Samenwerken aan boomteelt passend in de stedelijke context en bij de beoogde landschappelijke ontwikkeling. Op de foto: Arie Idema van boomkwekerij M. van den Oever uit Haaren.
De ze ui ka ts a pr rt ak is en i l ov lus er tr ex ati ac ef te en pe d rc oe el t g en e . en
Koerskaart Bossen
—
Natura 2000 en NNB gebieden
—
Landbouwgebieden
Versterken van natuurgebieden op passende
Bestaande mozaïeklandschap met
plekken met het planten van landschapselementen.
bijbehorende landschapselementen behouden. Versterken mozaïeklandschap met nieuwe
—
Landbouw in overgangsgebieden
landschapselementen (als onderdeel van ca 400 ha
Netwerk van landschapselementen (als onderdeel
aan bossen, houtwallen, hagen en struweel). Een
van ca 400 ha aan bossen, houtwallen, hagen
stevig raamwerk voor natuur en ingevuld door
en struweel) met daartussen vormen van
een mozaïek van landbouw, natuur, bos, of wonen/
natuurinclusieve landbouw en boomteelt (en de
werken.
andere genoemde vormen). — 41
Station Oisterwijk (foto: Gemeente Oisterwijk)
42
3.2 Middelste laag: netwerken De Oostflank ligt in de driehoek tussen Den Bosch, Tilburg en Eindhoven en wordt voor de auto ontsloten via de A58 in het zuiden richting Eindhoven en Breda en via de N65 richting Den Bosch. Daarnaast is het via het spoor mogelijk om snel van het station in Oisterwijk naar het station in Eindhoven te reizen en via het station in Tilburg is het mogelijk snel in Breda of Den Bosch te komen. Op deze lijn ligt wel een grote kans om de OV-ontsluiting van het gebied sterk te verbeteren door de realisatie van een nieuw NS-station. Als nieuwe hoeksteen van het OV-netwerk kunnen we de mobiliteitstransitie in de Oostflank verder vormgeven. Dat betekent dat prioriteit wordt gegeven aan duurzame mobiliteit: het versterken van het openbaar vervoer en het wandel- en fietsnetwerk, naast betere voorzieningen rondom het OV en het breed stimuleren van het gebruik van OV Langzaam verkeer krijgt zoveel mogelijk voorrang. Deelmobiliteit kan zorgen voor een betere benutting van de infrastructuur. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de bereikbaarheid per auto op orde blijft, onder meer met een integrale aanpak van de ‘Parkway N65’, de imposante historische rijksweg met veel monumentale bomen. Op basis van een uitvoerige scenario-studie door Goudappel is een mobiliteitsstrategie voor de Oostflank ontworpen.
Voor wat betreft het thema energie zijn op hoofdlijnen een aantal dingen te noemen: Vanuit de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) maakt de Oostflank geen onderdeel uit van een gebied waar grote opgaven een plek moeten krijgen. Daarom wordt dit in het Koersdocument niet als aparte laag verder uitgewerkt en toegelicht. Wel is het tracé van de toekomstige Delta Rhine Corridor op de integrale kaart weergegeven, die ook de Oostflank doorkruist. In het vervolgproces wordt de inpassing van diverse regelstations, middenstations, laagspanningstations en ondergrondse leidingstracés verder onderzocht.
Thema's middelste laag: netwerken
○ ○ ○ OV en deelmobiliteit
Langzaam verkeer
Auto
43
04
OV en deelmobiliteit
De opgave en kans Met uitzondering van Oisterwijk is de OVbereikbaarheid van de dorpen in de Oostflank zeer beperkt. De aanwezigheid van twee spoorlijnen
is tegelijkertijd een unieke factor en grote kans in de Oostflank om de OV-bereikbaarheid sterk te verbeteren en vervolgens de toekomstige mobiliteitstransitie verder in te zetten.
De koers Door stevig in te zetten op de OV-driehoek met stations in Tilburg – Oisterwijk – Udenhout verbetert de bereikbaarheid van de kernen aanzienlijk. Verbindingen via het OV zijn dan in alle (wind)richtingen mogelijk. —
We willen het NS-station Oisterwijk versterken: de aanwezigheid van een NS-station in Oisterwijk is een belangrijke factor in de Oostflank. Het zorgt voor een goede bereikbaarheid van de nabijgelegen kernen, zeker in combinatie van goede (snel)fietsroutes en andere OV-voorzieningen. Door hier extra op in te zetten wordt de bereikbaarheid van de andere kernen nog extra verbeterd. Tevens door het toevoegen van een onderdoorgang van het spoor wordt de bereikbaarheid verbeterd.
—
We zetten in op een nieuw NS-station in de Oostflank: Een extra stop op de lijn Tilburg-Den Bosch is opgenomen in het Toekomstbeeld OV 2040 van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Uit onderzoek van ProRail blijkt dat er voldoende ‘vervoerswaarde’ is voor een station tussen Tilburg en Den Bosch. Zo’n station kan een enorme impuls geven aan de bereikbaarheid van alle dorpen in de Oostflank. Tevens biedt dit de kans voor een verantwoorde verdichting van de dorpscentra en (beperkte) uitbreiding van de dorpen. De voorgenomen woningbouw sluit dan naadloos aan bij de doelstellingen van de Nationale Omgevingsvisie, de Brabantse verstedelijkingsstrategie én de ontwikkelstrategie van de SRBT.
—
We verbeteren van OV-netwerken van (snel)bussen: Het verbeteren van de onderliggende (H)OVnetwerken van (snel)bussen is een belangrijke voorwaarde om de OV-bereikbaarheid voor alle doelgroepen in de Oostflank te waarborgen. Het gaat dan onder meer om het beter voeden van de NS-stations Udenhout en Oisterwijk, om de beoogde OV-driehoek beter te benutten. We zetten nadrukkelijk in op een betere OV verbinding van de diverse kernen én nieuw geplande en recent opgeleverde woongebieden. Als er zekerheid is over de komst van een station op een specifieke locatie, wordt daar de ontsluiting van de bus op afgestemd. Naast deze OV-verbinding bezien we een andere route voor de huidige ontsluitende lijn 9, waarbij optimaal aanhaken op het nieuwe spoorwegstation Udenhout het uitgangspunt is en een verbetering betreft van de OV-ontsluiting van Udenhout/Berkel-Enschot en Biezenmortel. Ook in de kleine kernen willen we inzetten op duurzame mobiliteit door middel van goed openbaar vervoer en deelmobiliteit (zie hieronder).
—
We stimuleren deelmobiliteit: Een hoogwaardig en betaalbaar aanbod van deelmobiliteit zien we daarnaast als een randvoorwaarde voor de mobiliteitstransitie. Daarbij onderscheiden we drie belangrijke doelgroepen: De OV-bezoeker, die vanaf ieder OV-knooppunt straks kan overstappen op andere vormen van vervoer, waardoor de hele regio bereikbaar wordt. De fiets/scooterrrijder die op een veilig en prettig van huis naar overstappunt of bestemming kan reizen. En de autorijder.
44
Koerskaart Mobiliteit Helvoirt
Loon op Zand
Biezenmortel
Udenhout
De ze ui ka ts a pr rt ak is en i l ov lus er tr ex ati ac ef te en pe d rc oe el t g en e . en
Haaren
BerkelEnschot
Oisterwijk
Tilburg
Moergestel
—
Mobiliteit
—
Snelweg
—
Visualisatie OV driehoek
—
Weg
—
Fietssnelweg
—
Knooppunt / Afrit
—
Fietsverbinding
—
Opwaarderen knooppunt (onderzoek)
—
Recreatieve fietsroute
—
Mogelijke nieuwe autoverbinding
—
Autoluwe zone —
Onderzoek respectievelijke ingrepen autonetwerk Moergestel:
—
Intercity-station
—
Sprinter-station
—
Aanpassen inrichting dorpsstraat
—
Optie nieuw sprinter-station
—
Opwaarderen A58
—
Spoorlijn
—
Verplaatsen op- en afrit
—
Ongelijkvloerse kruising
—
Nieuwe rondweg
— 45
Toelichting nieuw NS-station
Toelichting deelmobiliteit
Verschillende overwegingen hebben ertoe
Binnenstedelijk en binnendorps verdichten én
geleid dat we in dit Koersdocument de voorkeur
tegelijkertijd invulling geven aan de ambities met
uitspreken over een station in Udenhout:
betrekking tot klimaatadaptatie en leefbaarheid, lukt alleen als we erin slagen wél te groeien in het
1
2
Prorail heeft onderzoek gedaan naar het
aantal inwoners, maar niet in het aantal auto’s.
aantal potentiele reizigers. Uit dat onderzoek
Dit richt zich op de inwoners van het gebied
komt naar voren dat de vervoerwaarde voor
rondom de OV-knooppunten, echter met een focus
een station in Udenhout gunstiger is dan een
op de mensen die geen eigen auto bezitten. Deze
station in Berkel-Enschot. Samen met ProRail
specifieke doelgroep is een direct gevolg van deze
wordt een nadere verkenning naar het station
verdichtingsopgave. De inwoners zonder eigen
opgesteld.
auto moeten dan voor iedere verplaatsing wel
Een ‘OV-driehoek’ Tilburg-Udenhout-Oisterwijk
een goed en betaalbaar alternatief hebben. We
zal in het geheel bezien het meest efficiënt
stimuleren daarom als gemeentes het aanbieden
functioneren. Een station in Udenhout is
van deelmobiliteit. Op sommige plekken zullen we
makkelijk te ontsluiten vanaf de N65 en is goed
hier ook zelf de regie op nemen.
te bereiken per fiets. Het biedt tevens kansen om de stations goed met het OV én de fiets te verbinden. 3
Gezien de centrale ligging van Udenhout in de Oostflank kan een nieuw station ook de OVbereikbaarheid van dorpen als Biezenmortel en Haaren verbeteren.
4
In Udenhout liggen meer ruimtelijke mogelijkheden om een relatief dicht woon-werkmilieu te realiseren en ook bedrijventerrein Kreitenmolen, direct liggend langs het spoor in Udenhout, wordt beter ontsloten en bereikbaar. Het biedt ook kansen voor economische verdichting op het bedrijventerrein, passend bij de stadsbrede revitaliserings- en verdichtingsopgave.
5
en NS-station in Udenhout zal ook beter als ‘recreatieve buitenpoort’ kunnen functioneren. De Loonse en Drunense Duinen worden zo beter bereikbaar voor treinreizigers. Met goede overstapmogelijkheden op de fiets, zal dit ook de druk van het autoverkeer op de duinen kunnen verminderen.
Nader onderzoek, in samenwerking met NS en ProRail, zal uiteindelijk uitwijzen welke locatie het meest kansrijk is. Het gaat daarbij o.a. om vervoerswaarde, ligging ten opzichte van de dorpen, aansluiting op snelle fietsverbinding en niet te vergeten de (on)mogelijkheden voor wat betreft de fysieke inpassing. Mochten de twee optionele locaties in Udenhout toch onverhoopt niet mogelijk zijn, dan zal alsnog een andere locatie gevonden moeten worden. 46
Referentiebeeld: Nieuw NS-station als ‘recreatieve buitenpoort’.
Nieuwe hoogwaardige openbaar vervoersverbindingen tussen de stations.
47
03
Langzaam verkeer
De opgave Het (regionale) fietsnetwerk vervult een belangrijke rol in het verbeteren van de bereikbaarheid in de Oostflank. Voor recreatie, maar ook voor de dagelijkse verplaatsingen. Door bestaande wegen tussen dorpskernen en stations op te waarderen tot comfortabele snelfietsroutes, kan het fietsgebruik worden gestimuleerd.
De koers —
Er wordt intensief ingezet op snelle (fiets)verbindingen tussen de kernen en de (nieuwe) OV-knooppunten en tussen de kernen met de voorzieningen van de stad Tilburg. Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren van het langzaam verkeersnetwerk (lopen en fietsen) voor de dagelijkse verplaatsingen in de directe woonomgeving. Voor verplaatsingen in en rondom de kern moet lopen en fietsen de aantrekkelijkste manier zijn. We zetten fors in op het verbeteren van de oversteekbaarheid van de N65. Daar is een integrale aanpak van de N65 voor nodig. Er komen minimaal twee ongelijkvloerse kruisingen voor fiets- en voetgangersverkeer voor verdere studie in aanmerking: een nieuwe ongelijkvloerse fietsverbinding bij de kruising Heusdensebaan i.c.m. een ecologische passage (“recroduct”) en een ongelijkvloerse fietsverbinding ter hoogte van de Kreitenmolenstraat, om t.z.t. de twee stations Oisterwijk en Udenhout met elkaar te verbinden. De route via de Heusdensebaan vormt voor langzaamverkeer ook een regiodekkend netwerk (zie ook koers Auto). Doelstelling is dat men zoveel mogelijk met de fiets, te voet, met het OV of met deelmobiliteit van en naar de huidige en nieuwe stations komt. Dit wordt gefaciliteerd en gestimuleerd.
—
We creëren een snelle fietsverbinding vanaf Moergestel, via station Oisterwijk richting een mogelijk nieuw station in Udenhout: door deze verbinding te realiseren wordt het OV beter benut en worden de dorpen via het OV beter bereikbaar. Dit vraagt wel om een goede doorgaande route en optimalisering van de aansluiting N65-Pannenschuurlaan. Ongelijkvloers lijkt het best passend. Echter, hiervoor is nader onderzoek nodig wat beste profiel is van de Pannenschuurlaan en welke aansluiting het best geschikt is.
—
We verbeteren de mogelijkheid voor wandelen vlakbij huis: voor de mensen in de dorpen worden de mogelijkheden om te wandelen in de directe nabijheid van hun woonomgeving vergroot. Een dagelijks en vanzelfsprekend contact met het landschap is belangrijk. Daartoe zullen fijne wandelrondjes rondom de dorpen worden aangelegd. Verdwenen kerk- en kloosterpaden wordt nieuw leven ingeblazen.
—
Voetgangers krijgen meer ruimte in de dorpskernen: door de dorpskernen autoluwer te maken, wordt er ruimte geboden voor de voetganger in de dorpskernen om eenvoudig van de eigen woning naar de voorzieningen te kunnen lopen.
48
(foto: Gerdien Wolthaus Paauw)
Referentie: Fiets- en wandelbrug over de rondweg bij Delden (foto: Harry Cock). 49
05
Auto
De opgave De N65 en A58 functioneren als belangrijke hoofdontsluitingswegen van de Oostflank. Dat blijft zo, hoewel de mobiliteitstransitie hier ook op van invloed zal gaan zijn. De N65 is nu de grens tussen de beide gemeentes. Maar de rijksweg werkt ook als
De verkeersveiligheid en oversteekbaarheid van de weg moet verbeterd worden. Daarnaast moeten de dorpen goed bereikbaar blijven voor lokaal autoverkeer, maar moeten we iets doen aan de kernen, zodat deze ook voor de voetganger leefbaarder en toegankelijker worden.
een barrière voor mens (fietsers en voetgangers) en dier.
De koers We willen de Oostflank bereikbaar houden voor auto’s, maar het verkeer door de kernen niet aanmoedigen door meer in te zetten op autoluwe kernen. De N65 blijft een belangrijke doorgaande verkeersader, maar moet meer deel worden van het landschap. Ook moet de barrière die de N65 nu vormt grotendeels worden weggenomen. De onderstaande voorstellen worden onderzocht op de mogelijke effecten, en hierover blijven we in gesprek met onze kernen en dorpsraden. —
De N65 wordt als centrale parkway de ruggengraat van de Oostflank: In plaats van een barrière willen we de N65 tot spil maken, de entree en ruggengraat van de Oostflank. Een centrale parkway met relaxte oversteken en een of meerdere ‘recroducten’, waarmee we de barrièrewerking van infrastructuur voor mens en dier opheffen. De groene uitstraling van de weg wordt versterkt door de laanbeplanting te respecteren, waar nodig aan te helen en extra te versterken. De uitstraling van de weg moet passen bij de omgeving, en het heeft daarbij ook sterk de voorkeur om geen geleiderails te plaatsen. De N65 wordt ook in de studie van ‘Versailles van het noorden’ als belangrijk boegbeeld bestempeld met de aanduiding “Eikensnelweg”. Met de sterkere landschappelijke uitstraling van de weg willen we de doorstroming verbeteren, de veiligheid vergroten en zorgen voor betere handhaving van de bestaande snelheid. Dat in tegenstelling tot het verdiepen van de weg of fly-overs, waardoor de snelheid (en de uitstoot) alleen maar omhoog zal gaan. Wij pleiten voor een effectieve snelheidsbegrenzing door middel van trajectcontrole. De N65 blijft wel de centrale verkeersader van de Oostflank.
50
—
We willen de doorstroming en verkeersveiligheid op de N65 verbeteren: Voor een betere verkeersafwikkeling vanuit de dorpen naar de N65 en om de doorstroming en verkeersveiligheid op de N65 te verbeteren zullen we enkele verkeersmaatregelen moeten nemen. Het autoverkeer van en naar de kernen wordt via drie regionale ontsluitingswegen in de Oostflank op de N65 afgewikkeld: •
Pannenschuurlaan-Kreitenmolenstraat: daarvoor is het wel van belang dat deze kruising en aansluiting wordt opgewaardeerd en verbeterd. Deze kruising kan vervolgens fungeren als belangrijke ontsluitingsweg voor Udenhout en het westelijk deel van Oisterwijk.
•
De Heusdensebaan. Deze aansluiting richting Udenhout en Biezenmortel blijft noodzakelijk om andere wegen en kernen in het gebied niet te veel te belasten. Aan de noordzijde blijft de Heusdensebaan dus open voor verkeer. Voor de zuidzijde onderzoeken we of de inrichting van de Heusdensebaan specifiek aangepast kan worden om hier een langzaam verkeer verbinding te realiseren. Daarbij is het dan ook van belang om, zoals aangegeven op de kaart mobiliteit, bij Haaren de locatie van de ontsluiting verder in onderzoek te nemen.
•
Een oostelijk gelegen ontsluitingsweg: waarschijnlijk gebruikmakend van onder andere de Koolhofweg-Zwijsenstraat richting Oisterwijk. Daarvoor moeten zowel de kruising als de ontsluitingswegen ernaar toe aangelegd of opgewaardeerd worden. Deze kruising kan vervolgens fungeren als belangrijke ontsluitingsweg voor Haaren, en het oostelijk deel van Oisterwijk. Dit zorgt ook voor het voorkomen van onnodig verkeer in de dorpskernen (o.a. Haaren en Oisterwijk).
Randvoorwaardelijk voor veranderingen in aansluiting op de N65 is dat de dorpskern Udenhout niet zwaarder belast wordt met verkeersbewegingen en dat de bereikbaarheid van Kreitenmolen gewaarborgd is. —
Autoluwe dorpskernen: Om de leefbaarheid van de dorpen te verbeteren zetten we in op het verluwen van de dorpskernen. Dit wordt op verschillende manieren gedaan, zowel door te proberen gedrag te beïnvloeden als door inrichtingsmaatregelen. Tot slot (als eerdere maatregelen niet voldoende zijn) wordt gekeken naar het toevoegen van nieuwe infrastructuur. Dit wordt integraal afgewogen ten opzichte van de effecten die dit heeft op de ruimtelijke kwaliteit, ongewenste verkeersaantrekkende werking, het landschap en overige waarden. De ontwikkelingen en infrastructuur in de dorpen zijn ook belangrijk voor de sociale cohesie in het dorp. Wijzigingen in de infrastructuur heeft ook effecten heeft op de sociale cohesie en daarmee ook op de leefbaarheid in het dorp. Deze aspecten spelen bij de uitwerking van plannen een belangrijke rol in de afwegingen. Zie hoofdstuk 4 voor de specifieke maatregelen per dorp (zoals bijvoorbeeld de verlenging van de Koningsoordlaan).
51
Berkel-Enschot (foto: Dolph Cantrijn)
52
3.3 Bovenste laag: occupatie Zowel Tilburg als Oisterwijk staan voor een grote en urgente woningbouwopgave. Deze woningbouwopgave wordt deels ingevuld in de Oostflank. Er ligt een extra opgave voor betaalbare woningen in het sociale en lagere middenhuur segment en betaalbare koop, gezien het huidige beperkte aanbod in deze segmenten. We blijven kritisch kijken waar deze woningbouwopgave kan worden gerealiseerd, zodat dorpen niet aan elkaar groeien. Bij het toevoegen van woningen hoort ook dat er integraal gekeken wordt naar het voorzieningenniveau economisch klimaat en verenigingsleven van de dorpen. Naast de woningbouwopgave is er ook sprake van vraag naar extra bedrijfsruimte. Dit is een forse opgave die regiobreed speelt. Met een frictieleegstand onder een gezond niveau (<5%) op de verschillende bedrijventerreinen, zal ook gekeken moeten worden naar nieuwe ruimte. Er wordt gekeken naar verdichtingsmogelijkheden, maar ook (met name in Oisterwijk) naar nieuwe bedrijfsruimte. Een gedeelte van de bestaande bedrijfsruimte wordt getransformeerd naar wonen De Oostflank biedt op dit moment veel mogelijkheden voor recreatie, vanwege de vele natuurgebieden. We zetten in op het versterken van recreatie en toerisme. Landbouw is de belangrijkste drager van het landschap in de Oostflank, waarbinnen de boomteelt met diverse gewasgroepen een belangrijke plek inneemt.
En de transitie naar een meer duurzame landbouw zorgt voor een gezondere bedrijfsvoering, en ook voor grote bijdragen aan waterkwaliteit, biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit. Samen met boomkwekers, akkerbouwers, veetelers maken we daarom een perspectief op duurzame boomteelt en landbouw, passend bij de beoogde landschappelijke ontwikkeling.
Thema's bovenste laag: occupatie
○ ○ ○ ○ Wonen
Werken
Recreatie
Landbouw
53
06
Wonen
De opgave De Oostflank kent een divers palet aan dorpen, gehuchten en landgoederen. Oisterwijk, BerkelEnschot en Udenhout zijn grotere vitale kernen die (in de toekomst) goed zijn verbonden met het regionale OV-netwerk. Ze hebben een levendig centrum met een bijpassend voorzieningenniveau. Haaren, Moergestel, Biezenmortel en Heukelom hebben een dorps-landelijk karakter en woonmilieu.
Het is op dit moment nog wel een relatief exclusieve woningmarkt, met een aantoonbaar tekort aan betaalbare woningen. Ook is er door demografische ontwikkeling een ‘mismatch’ ontstaan in de woningbouwvoorraad. De opgave is om in de Oostflank op een ruimtelijk verantwoorde wijze voldoende betaalbare woningen te realiseren en deze woningen als hefboom te gebruiken voor meer en bredere maatschappelijke opgaven.
De koers —
We realiseren maximaal ca. 4.000-5.000 woningen in de Oostflank tot 2040, waarvan de helft t/m 2030: In Tilburg zien we momenteel ruimte voor ruimte voor ca. 3.000 woningen en in Oisterwijk ca. 2.000 woningen op de bekende locaties en zoekgebieden.
—
We sluiten aan bij de SRBT-woondeal, waarin we hebben afgesproken om minimaal 70% van de woningbouwprogrammering in de Oostflank als geheel in te zetten voor betaalbare woningen: Concreet: 30% sociale huurwoningen en 40% middenhuur en/of betaalbare koopwoningen (€390.000, betaalbaarheidsgrens 2024). Beiden gemeenten houden zich hiernaast uiteraard tevens minimaal aan hun eigen beleid.
—
De verdeelsleutel sociaal/betaalbaar hoeft niet gelijk verdeeld te worden over de dorpen: Het uitgangspunt is voldoende diversiteit binnen de dorpen, met de lokale behoefte in ogenschouw. Echter, gezien de dorpen voor een vergelijkbare betaalbaarheidsopgave staan zijn deze percentages voor ieder dorp een redelijk uitgangspunt.
—
De bouwopgaven krijgt een streekeigen signatuur die aansluit op de aanwezige landschapskarakteristieken. We gaan actief op zoek naar nieuwe vormen van dorps wonen: zowel binnen het dorp (dorps verdichten) als daarbuiten (landschappelijk wonen). We zetten daarbij kwaliteit voorop en innovatief bouwen en hoogwaardige architectuur.
—
Het voorzieningenniveau in het dorp dient passend mee te groeien met de woningen en inwoners. Daarbij is te denken aan onderwijs, kinderopvang, ontmoetings-, kunst-, cultuur-, sport- en speelfaciliteiten maar ook aan voldoende zorgvoorzieningen.
—
We bouwen woningen passend bij de behoefte van de verschillende doelgroepen. Om doorstroming te faciliteren bouwen we verschillende woningtypen, passend bij de woonbehoefte van de dorpsbewoners en de verschillende doelgroepen.
—
Vanuit het bebouwd en stedelijk gebied leveren we een bijdrage aan natuur en biodiversiteit. We sluiten aan bij door beide gemeentes vastgesteld beleid en ambities op het gebied van duurzaam bouwen (van o.a. natuurinclusief bouwen, energieneutraal, klimaatadaptief en waterzuinig bouwen, waar mogelijk ecologisch beheer van parken en bermen, waterberging en soortenbescherming).
54
Koerskaart Wonen Helvoirt
Loon op Zand
Biezenmortel
Udenhout
De ze ui ka ts a pr rt ak is en i l ov lus er tr ex ati ac ef te en pe d rc oe el t g en e . en
Haaren
BerkelEnschot
Oisterwijk
Tilburg
Moergestel
—
Ontwikkellocatie
—
Landschappelijke afronding dorp
—
De gemeente zet zich in om woningbouw toe te staan op de gemarkeerde ontwikkellocaties
—
Potentieel woon-werkmilieu
Potentiele ontwikkellocatie
—
Landgoedontwikkeling Haarendael en Assisië
1. Oude stationshal 2. Sportvelden —
Nog nader te onderzoeken op geschiktheid voor woningbouw
—
Centrumversterking
55
Kwalitatieve uitgangspunten wonen Oostflank —
aan de randen van de kernen gepland. Die worden vormgegeven als groene dorpsranden, met een bijzondere
We laten de dorpen niet aan elkaar laten groeien: De dorpen hebben elk hun eigen karakteristiek die we willen behouden en
landschappelijke signatuur. —
en -prijzen: Vanwege de exclusiviteit van de
versterken. De ruimte tussen de dorpen en
woningmarkt in de Oostflank is het lastig voor
zeker tussen Berkel-Enschot en Oisterwijk
starters om aan hun wooncarrière te beginnen.
is al zo beperkt dat deze extra aandacht en
Hiervoor bouwen we betaalbare woningen.
bescherming verdienen. We doen dit onder
Dit vraagt om een nieuw type dorps wonen,
meer door goede (definitieve) landschappelijk
een typologie die we nog niet kennen in de
afgeronde dorpsranden te maken met
Oostflank. Het aanplakken van ‘een gewone
houtwallen, bossen, boomweides, tuinen, lanen
wijk’ passen daar niet bij. Denk hierbij aan
etc. —
nieuwe collectieve woonvormen met gedeelde
Het landschap is leidend voor nieuwe
voorzieningen en gedeelde openbare ruimte.
ontwikkelingen: We zetten zoveel mogelijk
Specifiek voor ouderen zetten we in op
in op integrale deelgebiedsontwikkelingen,
levensloopgeschikte (nultreden) woningen met
waarin de woningbouwontwikkelingen in
een diversiteit aan woningplattegronden en
samenhang met landschap, cultuurhistorie,
afmetingen en een goede (collectieve en/of
mobiliteit en economie (incl. voorzieningen)
individuele) buitenruimte. Per ontwikkellocatie
worden gepland. We werken daarin vanuit
kijken we naar wat het beste past en werken
het landschappelijk casco: eerst landschap, dan woningbouw. Daarnaast willen we zoveel mogelijk natuur- en landschapsinclusief bouwen en heeft de gemeente Tilburg als doel in 2045 een volledig circulaire gemeente te zijn. —
We hanteren het principe inbreiding voor uitbreiding: Met name in Biezenmortel, Udenhout en Haaren liggen kansen om binnendorps te verdichten, waarbij we de ambitieladder met betrekking tot klimaatadaptief binnendorps verdichten als hulpmiddel gebruiken.
—
De ruimte voor herstructurering en kwaliteitsverbetering wordt benut. In Oisterwijk, Moergestel en Berkel-Enschot heeft de laatste jaren al veel inbreiding plaatsgevonden. Uiteraard blijft inbreiding ook hier zeker gewenst en zullen de komende jaren nieuwe mogelijkheden ontstaan, naast de nu al bekende inbreidingscapaciteit. Voorbeeld van inbreiding in het hart van centrum van Oisterwijk is project Beekdalpark. Een voormalig zwem- en sportcentrum met parkeerplaats maakt plaats voor minimaal 75 woningen. Ruim de helft van de woningen valt in de sociale of betaalbare categorie. Onderdeel van het project is versterking van de groenstructuur langs de Voorste stroom. Daarnaast zijn hier ook woningbouwlocaties
56
We streven naar een mix van woningtypen
we de typologieën gebiedsgericht uit. —
Natuurinclusief en circulair bouwen speelt een essentiële rol in het behoud en de versterking van het Brabantse landschap en de levenskwaliteit van onze dorpsgemeenschappen. In de Oostflank, met zijn pittoreske dorpjes, fijnmazig landschap en weelderige natuur, neemt het belang toe van het ontwikkelen van duurzame leefomgevingen die in harmonie zijn met de omringende natuur. Natuurinclusief bouwen houdt in dat gebouwen en infrastructuur worden ontworpen en geïntegreerd met respect voor lokale ecosystemen, het behoud van natuurlijke habitats, en dat er bewust ruimte voor biodiversiteit wordt gecreëerd op, aan, of in het gebouw of de omgeving. Hierdoor ontstaat een naadloze overgang tussen bebouwde omgevingen en natuurlijke landschappen, waardoor dorpen in de Oostflank zich verankeren in een groen en aangenaam landschap. Tegelijkertijd richt circulair bouwen zich op het minimaliseren van afval en het efficiënt benutten van grondstoffen door hergebruik en recycling, wat zowel de ecologische voetafdruk verkleint als de lokale economie stimuleert.
Om dit te bereiken willen wij aansluiten op
woningbouwopgave oplossen in de Oostflank.
het Rijksprogramma. ‘Een nieuwe bouwcultuur
Een extra station in combinatie met een
in biobased en natuurinclusief bouwen’. We
hoogwaardig OV-netwerk tussen Tilburg,
zetten daarbij in op:
Eindhoven en Den Bosch maakt dat de Oostflank een
•
Verduurzaming van de woningbouw;
•
Het vormgeven van een streekeigen
• •
•
interessant gebied is voor wonen.
bouwcultuur;
Het Rijk heeft vorig jaar bestuurlijke afspraken
Een interactie aangaan met het
met de provincie Noord-Brabant gemaakt met
aangrenzende landschap;
een inspanningsverplichting voor de realisatie
Door het natuurinclusieve landschap
van 130.600 woningen tot en met 2030. Deze
integraal onderdeel te laten uitmaken
afspraken zijn uitgewerkt in vier regionale
van de bouwopgaven;
woondeals, met nadere afspraken. Met het
En in te zetten op biobased bouwen met
ondertekenen van de SRBT-woondeal hebben de
lokale materialen.
gemeenten afgesproken om minimaal 70% van de woningbouwprogrammering in te zetten voor
Toelichting wonen
betaalbare woningen. In Tilburg stelt de Update
Aantallen
september 2021 dat de gemeente tot 2030 zo’n
De gemeenten Tilburg en Oisterwijk staan voor
15.000 woningen moet bouwen.1 Verdichten vindt
een grote en urgente woningbouwopgave. Daarin
plaats volgens de voorkeursvolgorde van de NOVI.
stedelijke ontwikkelingsstrategie Wonen Tilburg,
staan deze gemeenten niet alleen: landelijk zijn tot 2030 zo’n 1 miljoen extra woningen nodig.
Tilburg zal de woningbouwopgave grotendeels
Zowel Tilburg als Oisterwijk willen een deel van de 1
https://www.tilburg.nl/fileadmin/files/Gemeente/ Gebiedsontwikkeling/toekomst_van_tilburg/02_Update_ Stedelijke_Ontwikkelingsstrategie_Wonen.pdf
2
https://asd-oisterwijk.nl/wp-content/uploads/2022/04/ Woonzorgvisie-Oisterwijk-def.pdf
Aantallen per kern/project tot 2030 min max
Aantallen per kern/project 2030 ‐ 2040 min max
min
Berkel Enschot Biezenmortel Udenhout
250 350 100
500 400 200
250 300 450
500 650 550
1000 700 1000
Bestaande plancapaciteit subtotaal Gemeente Tilburg
240
240
240
240
940
1240
1000
1500
1940
2940
Oisterwijk Moergestel Haaren
550 515 410
555 515 605
100 20 140
180 20 240
650 535 550
735 535 845
Bestaande plancapaciteit subtotaal Gemeente Oisterwijk
285
285
285
285
1760
1960
2020
2400
3960
5340
Totaal
260
500 300 800
440
Totaal aantallen 2024‐2040
max
Voorziene woningbouw aantallen kernen Oostflank (Tilburg en Oisterwijk) tot 2030 (min. en max.), tussen 2030 en 2040 (min. en max.) en in totaal tot 2040.
57
realiseren binnen bestaand stedelijk gebied.
moeten er wel geschikte woningen en specifieke
Tilburg schaalt in dit koersdocument zijn beoogde
woonzorgconcepten voorhanden zijn. Slechts
woningbouwprogramma in de dorpen Berkel-
een klein aantal van de woningen in de dorpen
Enschot, Udenhout en Biezenmortel t.o.v. deze
is nultreden (op de begane grond of ontsloten
ontwikkelstrategie af van ca 3.000-4.000 naar
met lift). Een aanzienlijk deel van de zelfstandig
ca 2.000-3.000. Dit is met name ingegeven door
wonende ouderen woont op dit moment in een
het uitgangspunt om de dorpen niet aan elkaar
‘niet-geschikte’ woning. Ook in de Oostflank moet
te laten groeien, daarbij blijven we op zoek naar
voor iedereen voldoende keuze zijn. Dat leidt tot
mogelijkheden om aanvullende opgave te realiseren,
meer diversiteit binnen de dorpen. Dat betekent
onder meer door nader onderzoek naar kansen voor
dat mensen van verschillende leeftijden, met
verdichting en een typologie voor landschappelijk
verschillende inkomens en woonwensen een fijne
wonen in hogere dichtheden.
plek kunnen vinden. Wooncarrière moet mogelijk zijn binnen het eigen dorp. Dat biedt ook draagvlak
Ook Oisterwijk heeft in haar Woonzorgvisie
voor een breed voorzieningenniveau.
Oisterwijk 2022-30272 een aantal speerpunten gesteld, waaronder het bouwen van 1.500 woningen
Om doorstroming te stimuleren zijn woningtypen
in de komende tien jaar. Vanuit de grotere
nodig die voor verschillende doelgroepen
woningbouwopgave van de SRBT wil Oisterwijk
interessant zijn. Hierbij focussen wij ons met
in totaal ca. 2.000 woningen realiseren tot 2040.
name op starters en ouderen. Voor starters zijn
Daarbij houdt ze rekening met het feit dat sommige
betaalbare woningen nodig zodat zij zich kunnen
woningbouwprojecten wellicht geen of in mindere
vestigen in de Oostflank. Voor ouderen realiseren
mate doorgang vinden en wordt rekening gehouden
we een mix van levensloopgeschikte woningtypen en
met een plancapaciteit van ongeveer 130%. De
woonvormen waarmee lange verhuisketens ontstaan
woningen zijn gericht op de lokale behoefte en
en doorstroming verbetert. Voor vermogende
waar kansen zijn, worden inbreidingsplekken direct
en minder vermogende ouderen. Om passend en
benut.
toekomstbestending te bouwen sluiten we aan op de (regionale) woonzorgvisies en in Tilburg
Doelgroepen
tevens op het uitvoeringsprogramma GGoud.
De woningmarkt in de Oostflank is nu exclusief.
In Oisterwijk geldt hiervoor het uitgangspunt
Het aandeel sociale huur is laag: alle kernen in de
uit de woonzorgvisie waarin is opgenomen dat
Oostflank zitten ruim onder het gemiddelde van de
Woonkeur de basis is. Zie ook visie buitengebied
regio Hart van Brabant, van 28%. In de gemeente
Oisterwijk en de regeling (pre)mantelzorgwoningen
Oisterwijk is het percentage sociale huur ca. 20%.
van Oisterwijk. Daarnaast faciliteren we CPO(+)-
Ook in de kernen van de gemeente Tilburg is dit
initiatieven en collectieve woonvormen.
aandeel aanmerkelijk lager dan in de gemeente in totaal. Zo is het percentage sociale huur in Berkel-
In de Gemeente Tilburg is beleid voor
Enschot 15%, in Udenhout 22% en in Biezenmortel
particuliere woningbouw en functiewijziging
maar 8%.
in het buitengebied vastgesteld. Dit beleid is toegesneden op kleinschalige ontwikkelingen door
Zeker voor starters is het lastig om een betaalbare
particulieren en zal ook gelden voor het plangebied
huur- of koopwoning te vinden. De verhuizing
van de Oostflank. Meer informatie is te vinden op
van ouderen binnen dorpen naar nieuwbouw leidt
www.tilburg.nl/ gemeente/gebiedsontwikkeling/
tot doorstroming op de woningmarkt. Dit biedt
oostflank/woningbouw-buitengebied.
starters, waaronder gezinnen, de kans op een passende woning. Zeker in de dorpen, waar een relatief groot deel van de inwoners 65 jaar of ouder is en sterk met het dorp verbonden is, ligt een grote uitdaging gezien de demografische ontwikkeling waarbij het aantal ouderen zal toenemen. Want voor doorstroming
58
(foto: Claudia den Boer)
59
07
Werken
De opgave In de Oostflank wordt werk verzet! Zowel in de centra van de vijf dorpen, waar gewerkt en gewinkeld wordt, als op bedrijfslocaties. De Oostflank kent enkele bedrijventerreinen, waaronder het Bedrijvenpark Enschot en Rhijnkant in Berkel- Enschot, Laarakkers en Kerkhoven in Oisterwijk, Kreitenmolen in Udenhout, Sonman in Moergestel en Haaren Noord. Voor alle bestaande bedrijventerreinen in het gebied ligt er een opgave om te verdichten, verduurzamen en te vergroenen. Tilburg kiest ervoor om binnen de Oostflank bedrijventerreinen in beginsel niet verder uit te breiden, maar in te zetten op revitalisering van bestaande locaties en het afronden van overgangen tussen bedrijvigheid en omliggende dorpse en landschappelijke omgeving. Voor alle bedrijventerreinen is er nog een vraag voor meer kwalitatieve doorontwikkeling. Naast revitalisering is er in Oisterwijk een kleine behoefte aan 5 tot 8 hectare extra bedrijfsruimte tot 2030 (Stecrapport). Met de aanstaande ontwikkelingen en transformaties (wonen naar werken) kan de
behoefte aan extra bedrijfsruimte mogelijk toenemen tot ongeveer 10 hectare. Er wordt een onderzoek uitgevoerd wat leidt tot een integraal plan voor bedrijventerrein in de gemeente Oisterwijk, waarbij de inbreng van belanghebbenden wordt meegenomen. De 3 genoemde locaties in het Koersdocument Oostflank namelijk, De Bedrijfsweg in Oisterwijk, Sonman II in Moergestel en de locatie ten noorden van bedrijfspark Laarakkers en Kerkhoven in Oisterwijk worden hierin meegenomen. Op bestaande bedrijventerreinen moet gewaakt worden voor versnippering van grote bedrijven over het gehele terrein. Waar men ooit gestart is met een bedrijf aan huis, wordt nu soms grootschaliger geproduceerd. Er kan dan versnippering plaatsvinden van een bedrijf over het gehele bedrijfsterrein. Dit leidt tot onwenselijke extra verkeersbewegingen en moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Ook gaan we aan de slag met het landschappelijk afronden van bestaande en potentieel nieuwe terreinen.
De koers —
Voor alle werkterreinen van de Oostflank geldt dat er eerst wordt gekeken naar optimaal ruimtegebruik en kansen voor verdichting, verduurzaming en vergroening, voordat bedrijventerreinen worden uitgebreid: •
Het intensiveren van bestaande bedrijventerreinen kan bijvoorbeeld door het verdichten van bedrijfskavels middels sloop en nieuwbouw, of door optoppen. Dat kan hand in hand gaan met het vergroenen en verduurzamen (energieneutraal en circulair) van deze werklocaties.
•
De bestaande Oisterwijkse en Tilburgse bedrijventerreinen zijn al redelijk verdicht. Het leegstandspercentage ligt ver onder frictieniveau. Daarentegen is er nog voldoende ruimte om op deze terreinen te verduurzamen en vergroenen op deze terreinen. Zo ligt op het merendeel van het dakoppervlak geen zonnepanelen en is er relatief weinig groen.
•
Gebruik van fiets en het openbaar vervoer kan de druk van de auto op de nieuwe en bestaande terreinen verlichten. Daarom wordt ingezet op goede langzaam verkeersverbindingen op- en naar de terreinen.
60
Koerskaart Werken Helvoirt
Loon op Zand
Biezenmortel
Udenhout
De ze ui ka ts a pr rt ak is en i l ov lus er tr ex ati ac ef te en pe d rc oe el t g en e . en
Haaren
BerkelEnschot
Oisterwijk
Tilburg
Moergestel
—
Bestaande werklocatie
—
Intensiveren werklocatie
—
Potentiële uitbreidingslocatie werken
—
Potentieel woon-werkmilieu
—
Landschappelijke afronding
—
Alternatieve uitbreidingslocatie werken
61
—
Extra ruimte in Oisterwijk wordt gezocht aan de Bedrijfsweg en in Moergestel op Sonman II. Alternatieve ruimte kan worden gezocht, indien haalbaar, ten noorden van het bedrijfspark Laarakkers en Kerkhoven. We streven naar het ontwikkelen van bedrijfsruimte voor het lokale MKB, mede om schuifruimte te creëren. In Moergestel is de lokale vraag beperkt. Die kan worden opgevangen door kleine kavels te ontwikkelen op Sonman II (waar ca. 4 ha beschikbaar is). De resterende vraag landt in Oisterwijk. Dit heeft deels te maken met verplaatsingen/functie wijzigingen vanuit Kerkhoven/KVL-terrein en deels vanwege de uitbreidingsbehoefte. Een voorwaarde voor deze uitbreidingen is een goede kwalitatieve landschappelijke inpassing. Want ook de werkterreinen kunnen beter verbonden worden met het landschap. Werknemers moeten makkelijk met de fiets naar hun werk kunnen, en tijdens het lunchrondje in het groen of het buitengebied kunnen wandelen. Daarvoor moet de omgevingskwaliteit worden verbeterd. Nader onderzoek moet duidelijk maken wat haalbare en kwalitatieve ontwikkelingen zijn. Er wordt een integraal plan voor bedrijventerreinen (Oisterwijk, Moergestel, Haaren) opgesteld. (onderdelen: zin naar opgave en uitbreiden met onderzoek dat moet plaatsvinden dat uitmondt in een integraal plan. Inbreng belanghebbenden wordt meegenomen.)
—
Op een aantal bestaande bedrijventerreinen zetten we in op het realiseren van gemengde woonwerkmilieus: ruimte voor wonen gecombineerd met kleinschalige werkfuncties en voorzieningen kunnen bijdragen aan een levendig en aantrekkelijk woon-werkmilieu. Locaties die goed bereikbaar zijn en in de nabijheid van OV-voorzieningen liggen zijn het meest kansrijk hiervoor (bijvoorbeeld Kreitenmolen met een mogelijk station in Udenhout en het KVL-terrein nabij het station in Oisterwijk).
—
Op Kreitenmolen kiezen we voor een kwaliteitsimpuls. Uit studies van de Stec groep blijkt dat er zowel in bouwvlak als in bouwhoogte ruimtewinst te behalen is. Bovendien zou een nadere verdieping op de structuur van het bedrijventerrein, eigenaren en gebruikers er ook toe kunnen leiden dat er beter en meer samenhangende indeling van het terrein komt, wat op zichzelf ook ruimtewinst kan bewerkstelligen. Dit moet onder andere ten goede komen voor goede parkeerruimte, en goede openbare ruimte. Een rondje voor een lunchwandeling wordt zo ook prettiger, zeker als we het terrein beter aansluiten op het landschap rondom. Kreitenmolen maakt deelt uit van het 'Revitaliseringsprogramma Bedrijventerreinen'. De helft van de medewerkers woont op een afstand binnen de 15 kilometer en woont daarmee binnen een afstand die goed met de fiets of e-bike te doen is. Ook de inrichting van het wegprofiel in Kreitenmolen vraagt aandacht. Hier zit een opgave voor de verbetering van de verbinding tussen de Kreitemolenstraat en De Mortel. Op deze verbinding moet de positie van de fietser zeker verbeterd worden. Het is belangrijk onnodig verkeer van het bedrijventerrein te weren.
—
Circulair centrum. In een gebied waar zoveel ontwikkelingen plaatsvinden en mensen wonen, werken en recreëren is het onvermijdelijk dat er (wat we nu nog noemen) afval wordt geproduceerd. Passend in de circulaire ambities van de gemeentes Tilburg en Oisterwijk is dat dit afval zo goed mogelijk wordt gesorteerd en wordt hergebruikt of recycled. Daarom wordt er ruimte gecreëerd voor een circulair centrum waar bewoners hun grof huishoudelijk afval zoals bijvoorbeeld oude meubels of groenafval naar toe kunnen brengen. Ofwel een locatie waar een milieustraat met een innamepunt en opslag ten behoeve van een Circulaire Ambachtsnetwerk samen komen. Een Circulair Ambachtsnetwerk is een netwerk waarbij partijen samenwerken aan het verminderen van afvalstromen en het realiseren van hoogwaardig producten materiaalgebruik. Daarbij worden de functies van een milieustraat, kringloopwinkel en reparatiewerkplaats gecombineerd in een netwerk, waardoor spullen en materialen langer in gebruik blijven en onnodig storten en verbranden wordt voorkomen. Dit circulair centrum wordt zorgvuldig in het landschap ingepast. Daarnaast zal ook hier een afsprakensysteem gehanteerd worden waardoor eventuele wachttijden en verkeersoverlast worden voorkomen. De gemeente Tilburg en Oisterwijk zoeken momenteel samen naar een locatie voor een circulair centrum in de nabijheid van de N65.
De milieustraat Hoolstraat in Tilburg en de milieustraat Oisterwijk worden in dat geval opgeheven. Uit het locatieonderzoek voor een circulair centrum komen twee zoeklocaties naar voren die verder onderzocht worden: in de buurt van de McDonalds (eerste
62
voorkeurslocatie) en op bedrijfsterrein Kreitenmolen (terugvaloptie).
Voormalige Zuivelfabriek Udenhout (foto: Ton van Rooij)
63
08
Recreatie
De opgave De Oostflank kent prachtige natuurgebieden, met uitstekende mogelijkheden voor recreatie. Het natuurgebied de Loonse en Drunense Duinen is een van de meest bezochte natuurgebieden in Noord-Brabant en trekt jaarlijks 1,5 tot 2 miljoen unieke bezoekers. De natuurgebieden Kampina en de Oisterwijkse Bossen en Vennen trekken jaarlijks naar schatting 500.000-800.000 bezoekers. Toch zijn er nog wel wat opgaven in de Oostflank om de recreatie in het gebied te verbeteren. Zo kan de onderlinge samenhang tussen de kernen en het buitengebied versterkt worden en kan het bezoek
Het verder ontwikkelen van De Leemkuilen als Groene Kern is hierbij cruciaal. De N65 is op dit moment nog een barrière voor mens en dier. Die barrièrewerking moet worden verminderd om de natuurgebieden beter met elkaar te verbinden en om fietsbewegingen door het gebied aantrekkelijker te maken. Bij nieuwe recreatieve functies moeten we goed kijken waar die het best passen in het gebied. De gemeente Oisterwijk heeft deze opgaven recent ook vastgelegd in haar ‘Visie toerisme en recreatie 2022’. Kansen liggen in vernieuwing en verbreding van het huidige aanbod en (omgevings) kwaliteitsverbetering,
beter worden verspreid over het gebied.
De koers In nauwe samenhang met de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten die in de Oostflank worden ontwikkeld, zetten we ook in op de verdere ontwikkeling van natuurbeleving en duurzaam (cultuur) toerisme. Dat kan door de kwaliteit van voorzieningen te verbeteren en het erfgoed en het landschap, waaronder de beekdalen beleefbaar te maken. Voorbeelden zijn het uitbreiden van de toeristische routes in het gebied (dorpsrondjes), en betere fiets- en wandelpassages over de N65 om de barrièrewerking voor mens en dier te verkleinen. Recreatie wordt onder meer gestimuleerd door investeringen in communicatie, positionering en gastheerschap en de ontwikkeling van iconische landmarks. Hiervoor liggen veel kansen in historisch waardevolle complexen als entrees/knooppunten in het gebied. Goede voorbeelden zijn Landpark Assisië en Haarendael (zie hoofdstuk 3). Om overtoerisme te voorkomen letten we goed op toerisme naar draagkracht van het gebied (spreiden en verleiden). —
We sluiten aan bij het Van Gogh Nationaal Park: Van Gogh Nationaal Park en Van Gogh Homeland zijn ontwikkelingen waarbij de focus ligt op het versterken van de kwaliteiten van het Brabantse landschap. Midpoint Brabant, de provincie, VisitBrabant, Libéma en de Efteling zijn enkele van de betrokken partijen bij Van Gogh Nationaal Park en Van Gogh Homeland. Van Gogh Nationaal Park wil de kwaliteiten van het Brabantse landschap verenigen. Van Gogh Homeland bouwt hierop voort door het accentueren van Brabantse kwaliteiten. Ten behoeve van de beeldvorming worden ze uitvergroot tot een typisch Brabants (natuur)fenomeen. Daarbij zetten we de verbeeldingskracht van Vincent van Gogh in om het verhaal meer impact te geven. Vanuit deze ontwikkeling worden bezoekbare landmarks gecreëerd, waarbij we een vergrootglas leggen op de uitdagingen van deze tijd. Het doel is bewustwording en gedragsverandering, op weg naar een duurzame toekomst. We sluiten hier als Oostflank graag bij aan als onderzoeksgebied.
64
Fotomontage van de Molenbaan richting de N65. Met het doortrekken van het fietspad en een simpele brug kan de historische verbinding van Oisterwijk naar Udenhout worden hersteld.
Voorbeeld van een laagdrempelig en toegankelijk buitengebied. Een dorp past goed in het landschap als voor inwoners het contact met het landschap vanzelfsprekend is.
Beeld: recroduct tussen de Efteling en de Loonse en Drunense Duinen waar plek is voor recreanten en dieren. Om de Leemkuilen beter te verbinden met de Oisterwijkse vennen en de duurzaamheidsvallei, zetten wij ons in voor een recroduct over de N65. 65
Van Gogh Homeland biedt mogelijkheden om de Oostflank nationaal op de kaart te zetten als voorbeeld van Brabantse innovaties in het landelijk gebied. —
We zetten in op een spreiding van bezoekers van de natuurgebieden, zowel in tijd als in ruimte: In Oisterwijk wordt een zonering gehanteerd (zie: Visie toerisme en recreatie 2022, Gemeente Oisterwijk). Met deze zonering kan sturing worden aangebracht in de ruimtelijke verdeling van het toeristisch-recreatieve aanbod. Om tot een goed werkend toeristisch product te komen, moeten alle onderdelen in balans zijn. Het gaat hierbij om de kwaliteit en vitaliteit van verblijfaccommodaties, de beleefbaarheid van landschap of erfgoed of verbindingen tussen bezienswaardigheden. Er worden drie zones onderscheiden:
•
Hogere dynamiek: Richting Moergestel en het KVL-terrein. Onder voorwaarden is er in dit gebied ruimte voor ontwikkeling en nieuw vestiging van toeristische bedrijvigheid.
•
Gemiddelde dynamiek: het overige buitengebied m.u.v. de Oisterwijkse bossen en vennen. Hier is ruimte voor kleinschaliger toeristisch-recreatieve ontwikkelingen.
•
Lagere dynamiek: voornamelijk de Oisterwijkse bossen en vennen. Nieuwvestiging is in principe niet toegestaan. De focus ligt op bestaande exploitaties. Uitbreiding is eventueel mogelijk in het landschappelijke gedeelte rond de echte natuurgebieden. Daar kan de samenwerking worden gezocht met de agrariërs, de beheerders van het landschap. Hier zien we ook mogelijkheden om aan te sluiten bij Van Gogh Nationaal Park.
—
We zetten in op het autoluwer maken van de natuur- en recreatiegebieden door het aanbieden van andere mobiliteitsvormen in ten behoeve van de recreatiegebieden: de natuurgebieden willen we beter ontsluiten met fietsroutes, wandelpaden en goede OV verbindingen. En we zorgen bijvoorbeeld voor deelmogelijkheden vanaf het mogelijke nieuwe station in Udenhout. We willen ook de Oisterwijkse en Kempense Vennen middels nieuwe mobiliteitsvormen aansluiten op het station in Oisterwijk.
—
Beekdalen maken we in recreatief opzicht aantrekkelijker: naast het beter ecologisch inrichten van de beekdalen willen we de beekdalen ook in recreatief opzicht aantrekkelijker maken. Dit doen we bijvoorbeeld door ze met wandel en fietspaden beter te verbinden aan de dorpen, zodat het eenvoudiger en aantrekkelijker wordt om vanuit de bestaande en nieuwe woningen snel naar een beekdal toe te kunnen. In de beekdalen zelf zetten we in op onverharde wandelpaden.
—
We ontwikkelen een natuurinclusieve recreatiezone Strijdhoef-Groene Wellen: Er is ruimte voor het ontwikkelen van een natuurinclusieve recreatiezone in de noordoostelijke rand van Udenhout. Daarin liggen onder andere Kasteel de Strijdhoef en buitenzwembad De Groene Wellen. Door dit gebied als een geheel te beschouwen, ontstaan nieuwe kansen. Er kunnen kleinschalige recreatieve voorzieningen worden toegevoegd, met name gericht op de lokale behoefte. De mogelijkheden worden verder onderzocht, met als prioriteit voor de korte termijn het vinden van een nieuwe en duurzame exploitatie van het zwembad.
—
Versterking van de Rauwbraken als recreatieve voorziening: Buitenplas de Rauwbraken in BerkelEnschot wordt deels geëxploiteerd als strandbad en horecavoorziening Arbies Beachhouse. Slechts een deel van de plas en het omliggende gebied wordt daadwerkelijk benut. Aan de westzijde liggen tennisvelden. Ook in dit gebied ligt onderbenut potentieel. Aan de andere kant van het spoor komt verdere woningbouw: de Nieuwe Warande. Dat biedt extra draagvlak voor de recreatieve functie van het gebied.
—
Versterking van het gebied rondom de Steenfabriek Udenhout: Deze plek, in nabijheid van Natura 2000-gebied De Leemkuilen, leent zich voor verdere versterking met bijvoorbeeld een natuureducatiecentrum. Dit wordt verder onderzocht binnen het kader van de uitwerking van ‘De Kreitenheide/Groene Kern’ als vergrote landschaps-ecologische zone, met ruimte voor natuur, natuurinclusieve landbouw en boomteelt en buitenrecreatie.
—
Openluchtbad Staalbergven: Op dit moment worden er diverse scenario’s onderzocht of het openluchtbad behouden kan blijven als recreatieve voorziening.
—
Bezoekerscentrum Oisterwijk: Groot Speijck is een aantrekkelijk bezoekerscentrum van Natuurmonumenten en deze plek functioneert als natuurpoort binnen het netwerk van fiets- en wandelroutes. Om piekbelasting op de Oisterwijkse natuur beter te managen is een goede spreiding van recreanten in Oisterwijk is een Natuurpoort/ bezoekerscentrum noodzakelijk. Door de noodzaak van spreiding is de ambitie om de bestaande Natuurpoorten beter te benutten, aan
66
te vullen, en mogelijk uit te breiden.
De ze ui ka ts a pr rt ak is en i l ov lus er tr ex ati ac ef te en pe d rc oe el t g en e . en
Koerskaart Recreatie
—
De N65 wordt de ruggegraat van de Oostflank:
—
een centrale parkway met relaxte oversteken en
—
'recroducten'.
—
Dorpswandelrondjes voor allerdaags contact met
—
Natuurinclusieve recreatiezone. Barrièrewerking van infrastructuur voor mens en dier opheffen:
—
het landschap.
of mensen. —
—
Landschappelijk en historisch waardevolle
Ongelijkvloerse kruisingen toevoegen voor dieren Ongelijkvloerse recroducten toevoegen bij belangrijkste kruisingen voor mensen én dieren.
complexen als entrees/knooppunten in het gebied. —
Recreatiepoorten.
— 67
09
Landbouw
De opgave Landbouw is de grootste grondgebruiker en belangrijkste drager van het landschap in de Oostflank en beslaat nu ca. 3.400 hectare (waarvan ca. 2800 ha netto landbouwgrond). Daarmee vormt de landbouw een belangrijke economische drager in het gebied, voor de dorpen en hun inwoners. Met name in de kleinere kernen zorgt de bedrijvigheid in het buitengebied ook voor ondersteuning van de voorzieningen en het verenigingsleven. Deze waarde van het buitengebied willen we in stand houden en is een belangrijk onderdeel van de identiteit van het gebied en de dorpen. Het buitengebied Oostflank heeft een levendige economie Het buitengebied van de Oostflank kent een levendige economie. Buiten de kernen zijn ca. 600 bedrijven met ca. 3.730 banen te vinden. Dit is bijna 10% van alle vestigingen en 16,5% van alle banen in de Oostflank.
Er zijn verschillende branches die bijdragen aan de economie van het buitengebied in de Oostflank. Nieuwe economische dragers die flink zijn gegroeid in de afgelopen 10 jaar in het buitengebied van de Oostflank zijn: de bouwnijverheid, handel en financiële en zakelijke diensten. Ook de vrijetijdseconomie, bestaande uit horeca, cultuur, sport en recreatie, groeide in het aantal banen. De grootste werkgever in het buitengebied is de zorg. In het buitengebied van de Oostflank is een aantal grote zorginstellingen gevestigd. De werkgelegenheid in deze sector is de afgelopen jaren wel teruggelopen. Daarnaast zijn er de akkeren tuinbouw, veehouderij, de boom- en sierteelt en de agrarische diensten. Agrarische sector van belang voor het buitengebied De agrarische sector in het buitengebied van de Oostflank telt ruim 130 vestigingen. Tussen 2012 en 2021 is de sector stabiel gebleven in het aantal vestigingen en licht gegroeid in werkgelegenheid. Ongeveer een vijfde van de bedrijven en banen zit
Boomteelt met onderbeplanting die de biodiversiteit en aantrekkelijkheid van het landschap in de Oostflank vergroot.
68
Weides (en dus ook vee) zijn onderdeel van een afwisselend mozaïeklandschap. Beeld: Wilhelminapark, Boxtel
Spreiding agrarische bedrijven buitengebied Oostflank, Bron: LISA 2021
in een Natura2000 gebied of binnen 500 m afstand
zeer geschikt is voor het kweken van bomen.