CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Inwoner- Input voor Raadsplein 27 september over het bestemmingsplan ruimte-voor-ruimtekavel Merodelaan- bijlage 1

RAAD 14 oktober 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Schriftelijke inbreng inwoners / belanghebbenden1.771 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12

<naam bekend bij griffie> Merodelaan OISTERWIJK

Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043

Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route

Onderwerp

WOB-verzoek Merodelaan Datum

27 oktober 2020 Ons kenmerk

Geachte heer <naam bekend bij griffie>,

C2268558/4772276 Uw kenmerk

Bij brief van 31 augustus 2020 (die wij op 2 september 2020 hebben ontvangen) verzoekt u ons mede namens <naam bekend bij griffie> en <naam bekend bij griffie> om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) informatie toe te sturen inzake de procedure voor een Ruimte-voorRuimtewoning aan de Merodelaan inOisterwijk. Op 18 september 2020 hebben wij u per mail laten weten dat wij het verzoek in goede orde hebben ontvangen. Op 30 september 2020 is een formele ontvangstbevestiging met een verdaging van de beslistermijn verzonden. Tevens spraken we met u af om de documenten per mail uit te wisselen en dat u als contactpersoon optreedt, mede namens <gegevens bekend bij griffie> Toetsingskader Op basis van art. 3, eerste lid, van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie richten tot een bestuursorgaan. Uitgangspunt van de Wob is dat informatie openbaar is, tenzij er sprake is van een van de uitzonderingsgronden van artikel 10 van de Wob of een van de beperkingen van artikel 11 van de Wob. Inventarisatie Naar aanleiding van uw verzoek hebben wij geïnventariseerd welke van de door u verzochte documenten onder ons berusten. Dit heeft het volgende resultaat opgeleverd: 1. 2005-10-11 principeverzoek door gemeente aan provincie 2. 2017-06-13 akkoordverklaring RvR 3. 2019-10-28 aanmelding door gemeente bij provincie 4. 2019-10-28 bijlagen bij voorontwerp 5.

2019-10-28 regels voorontwerp 6. 2019-10-28 toelichting voorontwerp 7. 2019-10-28 verbeelding voorontwerp 8. 2019-11-08 intern advies Merodelaan

Contactpersoon

Telefoon

Email

Bijlage(n)

-

9. 2019-11-29 integrale afweging voorontwerpplan 10. 2019-12-03 interne mail over 3 jaarstermijn RvR 11. 2019-12-03 mail aan gemeente 12. 2019-12-03 mail van en aan gemeente 13. 2019-12-16 vooroverleg provincie 14. 2020-01-07 mail gemeente inzake termijn RvR Merodelaan 15. 2020-01-07 Nadere onderbouwing RvR Merodelaan 16. 2020-01-20 Team Landelijk Gebied Merodelaan Oisterwijk_kaart 17. 2020-01-20 Team Landelijk Gebied Merodelaan Oisterwijk_verslag 18. 2020-01-20 Team Landelijk gebied onderbouwing 19. 2020-02-12 mail 3 jaarstermijn 20. 2020-09 WOB-verzoek Merodelaan Oisterwijk

Datum

27 oktober 2020 Ons kenmerk

C2268558/4772276

De documenten behorende bij het ontwerp-bestemmingsplan zijn niet bijgevoegd omdat deze door de gemeente zijn gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl.

Onze overwegingen U geeft in uw verzoek aan informatie te willen over het verkrijgen van een RvRtitel door de gemeente in verband met de beëindiging van een intensieve veehouderij op de locatie <gegevens bekend bij griffie>. Daarnaast vraag u of er toezeggingen zijn gedaan aan de gemeente Oisterwijk voor een bouwkavel aan de Merodelaan en vraagt u om informatie over de beoordeling van het (voor) ontwerpbestemmingsplan voor deze bouwkavel aan de Merodelaan. Het oudste document dat wij hebben kunnen achterhalen dateert van 11 oktober 2005. Dit betreft een brief van de gemeente aan de provinciale dienst ROH waarin de gemeente vraagt om een advies over twee bouwlocaties, waaronder die aan de Merodelaan. In ons archief hebben wij geen antwoordbrief aangetroffen. Vermoedelijk is er wel een antwoord verstuurd, maar door het lange tijdsverloop is dit niet meer te achterhalen. De gemeente geeft aan dat de provinciale dienst ROH in 2005 positief heeft geadviseerd over het verzoek om het plan in procedure te brengen. Wij gaan ervanuit dat dit inderdaad het geval is, al kunnen wij dat dus niet staven met documenten. Het was in die tijd, waarin ons college nog goedkeuring moest verlenen aan bestemmingsplannen, gebruikelijk dat voorafgaande aan een formele procedure aan de provincie een principeverzoek werd gedaan.

Een dergelijk principeverzoek bevatte echter nooit een toezegging dat het plan dan ook definitief akkoord was. Een volledige toets vond pas plaats op het moment dat de formele procedure was gestart en voorzien was van alle benodigde stukken (tenminste regels, toelichting en plankaart). Een positief advies om een plan in procedure te brengen kan dan ook niet gelijk worden gesteld met een toezegging dat een plan definitief akkoord is. Kortom, van een harde toezegging uit de periode 2005 is naar ons oordeel geen sprake.

2/5

Daar komt bij dat, zoals u zelf al aangeeft, sprake is van een lang tijdsverloop tussen het moment van het principeverzoek en het moment waarop het (voorontwerp) bestemmingsplan in procedure is gebracht. Inmiddels is zowel de landelijke wetgeving als provinciale regelgeving ingrijpend gewijzigd. Zo was in 2005 nog sprake van goedkeuring van bestemmingsplannen door het college van GS, terwijl dat nu niet meer het geval is. Wij hebben het voorontwerp-bestemmingsplan dan ook getoetst aan de vigerende regelgeving, te weten de interim-omgevingsverordening NoordBrabant. Het feit dat de provincie in 2005 een positieve principe-uitspraak heeft gedaan heeft bij de beoordeling nu, 15 jaar later, geen rol van betekenis gespeeld, gelet op het lange tijdsverloop en de sterk veranderde landelijke wetgeving en provinciale regelgeving.

Datum

27 oktober 2020 Ons kenmerk

C2268558/4772276

De gemeente heeft het bestemmingsplan op 28 oktober 2019 aangemeld voor vooroverleg. De documenten die de gemeente ter onderbouwing heeft bijgevoegd, alsmede interne adviezen hebben wij bijgevoegd. Zoals u daaruit kunt opmaken heeft de ambtelijke organisatie negatief geadviseerd op het voorontwerp-bestemmingsplan. Het negatieve advies was ingestoken vanuit het feit dat naar het ambtelijk oordeel geen sprake was van een bebouwingsconcentratie (de gemeente diende dit nader te onderbouwen) en het feit dat er langer dan drie jaar zat tussen het moment van het stoppen van het agrarisch bedrijf aan de <gegevens bekend bij griffie> en de aanvraag voor een Ruimte- voor-Ruimtetitel. De vooroverlegreactie is op 16 december 2019 aan de gemeente verstuurd. In de periode tussen het voorontwerp- en ontwerpbestemmingsplan heeft op ambtelijk niveau overleg plaatsgevonden met de gemeente. Dat is gebruikelijk, zeker als er een negatieve vooroverlegreactie is verstuurd. De gemeente heeft op 7 januari 2020 een nadere onderbouwing gestuurd. Deze is op 20 januari 2020 besproken in een intern overleg met buitengebiedplanologen en juristen (het team Landelijk Gebied). Het Team Landelijk Gebied geeft aan dat dit geen plek is voor meer verstedelijking en vraagt zich daarbij af of dit een kernrandzone is. Ook is van belang wat de visie van de gemeente op het plangebied en de omgeving is.

In de daaropvolgende weken is dit telefonisch ambtelijk besproken met de gemeente. De gemeente heeft daarbij de planologische planologisch aanvaardbaarheid nader geduid. Overleg met collega’s van Ruimte voor Ruimte heeft uitgewezen dat in 2005 reeds duidelijk was dat de beëindiging van het bedrijf gepaard ging met de ontwikkeling van een RvR-woning en dat het bedrijf feitelijk is gesloopt. Het zou daarom onredelijk zijn om de eigenaar van het voormalige agrarisch bedrijf de titel te onthouden. Om deze redenen hebben wij geen zienswijze ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan.

3/5

U stelt, naar aanleiding van de door u aangehaalde uitspraak van de Raad van State, dat de gemeente de bestaande bebouwing binnen bestaand stedelijk gebied niet mag betrekken bij de beoordeling of sprake is van een overgangszone met relatief veel bebouwing. Deze uitspraak heeft bij de provinciale beoordeling niet de aandacht gekregen die het verdient. Het had in de rede gelegen dat wij, met verwijzing naar de uitspraak, de gemeente hadden verzocht te onderbouwen waarom naar haar mening sprake is van een bebouwingsconcentratie. Omdat de periode van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is verstreken, is het niet meer mogelijk om een dergelijke zienswijze op het plan in te dienen. Wij achten het niet juist om thans, nu een dergelijke onderbouwing van de gemeente ontbreekt, een inhoudelijk oordeel te geven over de juistheid van de locatie.

Datum

27 oktober 2020 Ons kenmerk

C2268558/4772276

Op 23 september 2020 hebben wij op ambtelijk niveau de gemeente telefonisch geïnformeerd over de ontstane situatie. Wij zullen de gemeente een afschrift van deze brief sturen. Het is nu aan de gemeenteraad om het plan al dan niet vast te stellen. U geeft ook aan dat de nadere onderbouwing die de gemeente op 7 januari 2020 heeft toegestuurd feitelijke onjuistheden bevatten. Temeer daar wij thans geen partij meer zijn binnen de procedure, nemen wij deze bemerking vooralsnog voor kennisgeving aan. Tot slot merken wij op dat u in uw brief nog enkele argumenten aanvoert tegen het plan zoals het feit dat naar uw oordeel sprake is van eigendomsplanologie door de gemeente en dat het plan niet past binnen het eigen gemeentelijk beleid. Deze zaken hebben geen betrekking op provinciaal beleid. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,

P.M.A. van Beek, projectleider uitvoering Wet RO

4/5

Rechtsmiddel Bezwaren tegen dit besluit kunnen binnen zes weken na de bekendmaking ervan worden ingediend bij:

Datum

27 oktober 2020 Ons kenmerk

C2268558/4772276

College van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant p.a. secretariaat van de Hoor- en Adviescommissie Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch U wordt verzocht om in de linker bovenhoek van de enveloppe het woord ‘bezwaarschrift’ te vermelden. Het bezwaarschrift moet zijn voorzien van een handtekening, naam en adres van de indiener, de dagtekening en ons kenmerk van het besluit. Ook dient u een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is en de gronden van het bezwaar hierin op te nemen. Daarnaast vragen wij u vriendelijk om een kopie van dit besluit bij te voegen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer geven? De provincie kan dan, mocht dit nodig zijn, u bellen om samen de beste aanpak van behandeling van uw bezwaarschrift te bespreken. Meer informatie over de behandeling van bezwaarschriften vindt u op www.brabant.nl/bezwaar. U kunt het secretariaat van de Hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e mailadres

Voorlopige voorziening

Bovenstaand besluit treedt in werking, ook al wordt een bezwaarschrift ingediend. Het is daarom mogelijk om gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een zogenaamde “voorlopige voorziening” te vragen bij: de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 70584, 5201 CZ 's-Hertogenbosch. Een voorlopige voorziening is in feite het nemen van een tijdelijke maatregel, bijvoorbeeld het schorsen van het besluit gedurende de tijd die nodig is om de bezwaren te behandelen en daarop een besluit te nemen. Voorwaarde om zo’n voorlopige voorziening te vragen is, dat er sprake is van spoedeisend belang. Voor het vragen van een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10567821/1