Inwoner- Input voor Raadsplein 27 september over het bestemmingsplan ruimte-voor-ruimtekavel Merodelaan- bijlage 2
Tekst van het document
Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12
Statenfractie van GroenLinks Mevrouw H. Roijackers De heer T. Ludwig Postbus 90151 5200 MC ‘s-HERTOGENBOSCH
Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043
Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route
Onderwerp
Schriftelijke vragen van GroenLinks over ruimte voor ruimte aan de Merodelaan in Oisterwijk
Datum
16 november 2020 Ons kenmerk
C2271391/4786323
Geachte mevrouw Roijackers/heer Ludwig,
Uw kenmerk
-
Bij brief van 26 oktober 2020, ingekomen op 26 oktober 2020, heeft u namens de GroenLinks fractie schriftelijke vragen gesteld.
Contactpersoon
M.A.T. (Marije) Koopman Telefoon
Wij beantwoorden deze vragen als volgt.
(06) 27 74 50 67 Email
1. Hoe kijkt u aan tegen de beslissing van de gemeente Oisterwijk om het perceel aan de Merodelaan als kernrand aan te merken tegen het oordeel van de Raad van State in? Hoe beoordeelt u deze ontwikkeling binnen de provinciale interim-Omgevingsverordening (art 3.80, lid 1)? En binnen de regels van Ruimte voor Ruimte? Antwoord: De provinciale ambtelijk reactie op het ingediende voorontwerp was kritisch. Hierop heeft gemeente een nadere ruimtelijke onderbouwing gegeven waarin de gemeente beredeneerde dat sprake was van een kernrandzone en de locatie derhalve planologisch aanvaardbaar is. Wij hebben deze redenering gevolgd en geen zienswijze uitgebracht op het ontwerpbestemmingsplan. Wij moeten thans constateren dat daarbij de uitspraak van de Raad van State waar u naar verwijst, niet de aandacht heeft gekregen die het verdient. Het had in de rede gelegen dat wij, met verwijzing naar de uitspraak, de gemeente middels een zienswijze hadden verzocht te onderbouwen waarom naar haar mening sprake is van een kernrandzone. De regels met betrekking tot Ruimte voor Ruimte zijn geheel opgenomen in art. 3.80 van de Interim Omgevingsverordening (hierna IOV). Er zijn daarnaast geen nadere regels.
mkoopman@brabant.nl Bijlage(n)
-
2. Beschouwt u deze situatie (met twee monumentale langgevelboerderijen op 150 meter van elkaar gelegen) ruimtelijk gezien als ‘kernrand’? Antwoord: In artikel 3.80 IOV staat, ten aanzien van een zogenoemde Ruimte voor Ruimtekavel, dat er sprake moet zijn van een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie. Hierbij is de definitie van een bebouwingsconcentratie: “een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster”. Een kernrandzone wordt gedefinieerd als ‘overgangszone van bestaand stedelijk gebied naar het buitengebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar met een toenemende menging van functies’. In de afweging of een locatie planologische aanvaardbaar is, is de definitie zoals die is opgenomen in de IOV leidend. Hoewel naast de twee langgevelboerderijen in het gebied ook andere bebouwing en functies aanwezig zijn, zetten wij thans vraagtekens bij de gemeentelijke conclusie dat sprake is van een kernrandzone. Zie hierover onze beantwoording onder 1.
Datum
16 november 2020 Ons kenmerk
C2271391/4786323
3. Hebt u een zienswijze ingediend tegen deze gang van zaken? Antwoord: Nee, hier hebben wij geen zienswijze over ingediend.
4. Ziet u het risico van belangenverstrengeling waar de gemeente optreedt als projectontwikkelaar van bouwkavels en daarmee eerder geneigd zal zijn het bouwen op een ‘groene A-locatie’ mogelijk te maken omdat dit financieel aantrekkelijk is? Antwoord: Nee, de burger mag erop vertrouwen dat de overheid de publieke taakuitoefening en belangen vanuit eigendom, gescheiden houdt. Daarnaast zijn de procedures om te komen tot een ontwikkeling met verschillende waarborgen omkleed.
5. Is er sprake van dat de provincie de eigen regels rondom Ruimte voor Ruimtekavels oprekt teneinde de investeringen van destijds te kunnen terugverdienen? Zo nee, gaat de provincie dan optreden tegen de gemeente Oisterwijk? Zo ja, wat betekent dit voor kavels in andere Brabantse gemeenten; waar zullen nog meer villa’s/grote woningen gaan verrijzen in het groen langs dorps- en stadsranden? Antwoord: Nee, er is geen sprake van het oprekken van onze regels. Nu wij geen zienswijze hebben ingediend zijn wij geen partij meer binnen de lopende procedure. Wel zijn de gerezen vraagtekens omtrent de locatie ambtelijk onder de aandacht van de gemeente gebracht. Het is thans aan de gemeenteraad om een besluit te nemen. De casus in Oisterwijk zal niet leiden tot precedentwerking. Elke toekomstige locatie zal, binnen de bepalingen van de IOV op haar merites worden beoordeeld.
2/3
6. Klopt het dat de gemeente Oisterwijk zich baseert op afspraken die 15 jaar geleden zijn gemaakt met de provincie? Om welke afspraken gaat het dan? En hebben deze nu nog zeggingskracht? Antwoord: De gemeente Oisterwijk noemt als één van de argumenten inderdaad afspraken van 15 jaar geleden. In 2005 is door de toenmalige provinciale dienst Ruimtelijke Ordening een positieve principe-uitspraak gedaan over de ontwikkelingen van een woning aan de Merodelaan vanuit de toen geldende richtlijnen. Een dergelijke principe-uitspraak bevatte echter nooit een toezegging dat het plan dan ook definitief akkoord is. Er is sprake van een lang tijdsverloop tussen het moment van het principeverzoek en het moment waarop het (voorontwerp) bestemmingsplan in procedure is gebracht. Inmiddels is zowel de landelijke wetgeving als provinciale regelgeving ingrijpend gewijzigd. Naar ons oordeel is er geen sprake van een harde toezegging. Dit argument van de gemeente heeft in die zin dan ook geen deel uitgemaakt van onze afweging.
Datum
16 november 2020 Ons kenmerk
C2271391/4786323
7. De te bouwen woningen liggen dicht bij een belangrijk Natura 2000gebied. Dit gebied is ook nog stikstofgevoelig. Is onderzocht wat de stikstofeffecten zijn op dit gebied van de aanleg van eventuele nieuwe woningen en de bijbehorende verkeer aantrekkende werking (door middel van een AERIUS-berekening)? En is onderzocht welke soorten nu gebruik maken van het huidig terrein, en of er mogelijke verstoring optreedt voor soorten door bouw en bewoning (bijvoorbeeld door geluid en lichthinder)? Antwoord: Ja, deze onderzoeken zijn uitgevoerd.
Overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant genomen besluit, namens deze,
H.B.W. van den Berg, programmamanager Wonen en Leefomgeving (In verband met de corona-maatregelen is deze brief, na vaststelling door het college, digitaal door de verantwoordelijk programmamanager ondertekend)
3/3