Bijlage - Strategische aanpak Delta Rhine Corridor brief provincie
Tekst van het document
Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat Minister voor Klimaat en Energie R.A.A. Jetten Postbus 20401 2500 EK 'S-GRAVENHAGE
Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043
Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route
Onderwerp
Strategische aanpak Delta Rhine Corridor Datum
30 mei 2024 Ons kenmerk
C2336399/5923113
Geachte heer Jetten,
Uw kenmerk
DGKE/45320178 Contactpersoon
S.A.R. (Stefan) Ruizendaal Telefoon
Veel dank voor uw brief van 7 februari 2024, waarin u de Delta Rhine Corridor (DRC) omschrijft als “een strategisch project met de potentie om de noodzakelijke schaalsprong te creëren voor de realisatie van klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen, de energie- en grondstoffentransitie en verduurzaming van de industriële clusters langs het tracé, in Nederland en Duitsland”. Ook wij zien de DRC als een belangrijk strategisch project. Voor Brabant zien we een duidelijke meerwaarde, onder andere om onze inwoners meer en veiligere woningen te kunnen bieden. Door ons bedrijfsleven middels elektrificatie en waterstof te verduurzamen blijft o.a. de Brainportregio de aantrekkelijke innovatieve hotspot die het nu is. DRC valt uiteen De richting waarin het project DRC beweegt, baart ons echter steeds grotere zorgen. De oorspronkelijke ambitie van de DRC, om gelijktijdig meerdere buisleidingen en ondergrondse gelijkstroomverbindingen gebundeld aan te leggen, is volledig losgelaten. Het project wordt nu opgeknipt in losse onderdelen zowel in tijd als proces, waarbij er geen sprake meer is van integraliteit, efficiëntie in aanleg en zo min mogelijk overlast voor de omgeving of een langetermijnstrategie. Hier maken wij ernstig bezwaar tegen.
Nederland kan een groot competitief voordeel realiseren door al zo veel als mogelijk op de toekomstige behoefte aan veranderende energie- en grondstoffenstromen te anticiperen. In het huidige beleid worden deze stromen
SRuizendaal@brabant.nl Bijlage(n)
-
echter als een private verantwoordelijkheid gezien. Deze insteek past niet bij een brede, integrale blik op de toekomst. Het is immers inherent aan een transitie dat nog niet overal een rendabele business case voor bestaat, waardoor de markt terughoudend is. Buisleidingen leg je echter nu aan, voor de komende vijftig jaar. De DRC is onderdeel van het ordenend netwerk voor energie en (circulaire) economie in de energie- en grondstoffentransitie en dat vraagt om een structurele en langetermijnaanpak. De brede, integrale blik op de toekomst lijkt ingewisseld te worden voor een blik op resultaten op korte termijn, namelijk het alleen maar bedienen van de hoofdinitiatiefnemer en private initiatiefnemers zonder oog voor het brede maatschappelijke belang.
Datum
30 mei 2024 Ons kenmerk
C2336399/5923113
De problematiek rondom netcongestie is genoegzaam bekend. We kunnen de hiervan geleerde lessen in de praktijk brengen bij de DRC. Laten we vanaf nu bij realisatie van nieuwe infrastructuur tijdig de juiste keuzes maken. Hierbij is een sturende rol van de rijksoverheid hard nodig. De energie- en grondstoffentransitie vraagt op lange(re) termijn om andere stoffen, zoals bijvoorbeeld methanol. De DRC zou daarop moeten worden gedimensioneerd en uitgevoerd. Er ligt nu een kans om dit optimaal op te pakken, sturing proactief ter hand te nemen en niet enkel datgene te faciliteren waar private initiatiefnemers een business case voor hebben. In het proces tot nu toe voeren de belangen van de afzonderlijke initiatiefnemers en de businesscase echter de boventoon. De aandacht voor de maatschappelijke opgaven waar we als gezamenlijke overheden op alle niveaus voor staan, is in het geval van het project DRC ver te zoeken. Door de focus op resultaten op korte termijn te leggen in plaats van op lange termijn, is er nu geen gezamenlijk commitment voor realisatie van de DRC bij de betrokken provinciale en lokale overheden. DRC als nationaal project vraagt interdepartementale inzet. Er liggen hele duidelijke afstemmingsvragen voor uw collega’s van I&W en BZK. Er is in Brabant sprake van een substantiële stapeling van nationale opgaven en doelen.
Zoals eerder bij u onder de aandacht gebracht als coördinerend minister voor Klimaat en Energie voor de DRC verwachten wij steeds meer problemen met het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor en de relatie met de woningbouw- en verstedelijkingsopgaven langs datzelfde spoor. De huidige situatie waarin de verschillende departementen met elkaar concurreren is ongezond. Wij dringen er bij u nogmaals op aan om samen met uw collega’s van I&W en BZK binnen het nationaal project DRC naar integrale oplossingen te zoeken. Het gaat daarbij om: •
De 20.000 ketelwagens met gevaarlijke stoffen (vooral LPG) die jaarlijks over de Brabantroute o.a. Roosendaal, Breda, Tilburg, Eindhoven en Deurne blijven doorkruisen. Uit onderzoek van de provincie ZuidHolland blijkt dat routering op het spoor wel degelijk mogelijk is om het Brabantspoor te ontlasten. Ook het begrenzen en beprijzen zijn instrumenten die benut kunnen worden om vervoer van gevaarlijke
2/6
stoffen per spoor te beperken. Eventuele juridische opties gaan wij nu zelf verkennen omdat het Platform Spoorgoederenvervoer en Leefomgeving en de “deep dive” bijeenkomsten van I&W voor het project DRC onvoldoende concrete resultaten opleveren. De LPG-leiding is vooralsnog geschrapt uit de scope van de DRC vanwege het ontbreken van een initiatiefnemer en vanuit de verwachting dat de vraag naar LPG eindig zou zijn. Niemand kan ons echter garanderen dat over 10 jaar LPG is uitgefaseerd door de chemische industrie. •
Transport van ammoniak. Wij zien nu al een beweging binnen het Rijk ontstaan om transport van meer ammoniak over het spoor mogelijk te maken. Hier maken wij ernstig bezwaar tegen. Bij ammoniaktransport van de zeehavens naar Duitsland en Chemelot zal dit een te grote stijging van het aantal vervoersbewegingen (honderdduizenden ketelwagens) tot gevolg hebben ten opzichte van de huidige situatie. Risicoplafonds verwijderen is een schijnoplossing. Gekoppeld aan het aantal vervoersbewegingen zal ook een onacceptabele stijging van het risiconiveau optreden, zowel door de kans (meer treinen) als het effect (gifwolk en meer woningen). Dit leidt voor gemeenten tot een onwerkbare situatie in hun veiligheidsbeleid en – handhaving.
•
Een integraal eindbeeld. Om toe te werken naar een integraal eindbeeld is, naast de departementen van EZK en I&W, ook betrokkenheid van het departement van BZK nodig vanwege de ruimtelijke opgaven. In opdracht van het Rijk en samen met andere overheden heeft de provincie Noord-Brabant in beeld gebracht welke ruimtelijke keuzes er nodig zijn voor een duurzaam, leefbaar en welvarend Brabant in 2050. Dit ruimtelijk voorstel zet ruimtelijke opgaven op een rij en vormt een startpunt voor een integrale aanpak van ruimtelijke opgaven. De DRC zou hierbij een bouwsteen moeten zijn voor enkele grote (energie-) programma’s waar we samen aan werken, zoals het provinciaal meerjarenprogramma infrastructuur energie en klimaat (pMIEK), de regionale energie strategieën (RES-en), de Cluster Energie Strategieën (CES-en), de ontwerptafel Powerport regio Moerdijk en NOVEX Stedelijk Brabant.
•
De door het Rijk zelf gehanteerde principes. In de Contourennotitie Ruimte zijn de urgente keuzes benoemd die overheden moeten maken op het gebied van energie, natuur, woningbouw, landbouw, economie en infrastructuur. Daarin is sprake van drie leidende principes voor het rechtvaardig verdelen van de ruimte. Het eerste principe luidt: Keuzes moeten niet leiden tot het afschuiven van problemen. Niet naar volgende generaties. Niet naar andere gebieden. De handelswijze van het Rijk voor de DRC is duidelijk in strijd met dit principe. In de huidige aanpak wordt Noord-Brabant enkel geconfronteerd met het ‘zuur’ zonder dat daar ‘zoet’ tegenover staat.
Datum
30 mei 2024 Ons kenmerk
C2336399/5923113
3/6
Datum
Brabants Bod Onze zorgen rondom de DRC zijn inmiddels bij u bekend. We zien echter ook dat u te maken heeft met veel stakeholders en een zorgvuldige belangenafweging betracht. Graag zetten wij een stap naar voren om tot een oplossing te komen die tot een optimale invulling van de DRC leidt en de druk op de Brabantse ruimte verlicht. Daarvoor zijn wij bereid om een duidelijke rol te pakken en zelf inzet en middelen te leveren. Noem het een ‘Brabants Bod’, mede ondersteund door gemeenten Eindhoven en Tilburg, Brainport Development en VNO-NCW Brabant-Zeeland. Dat levert de volgende voordelen op: •
30 mei 2024 Ons kenmerk
C2336399/5923113
Versterking van Nederlandse concurrentiepositie door versnelde verduurzaming in Noord-Brabant. De Brabantse industrie verduurzaamt sneller als de aanwezige meekoppelkansen en aansluitkansen direct worden meegenomen. Zo zijn er bijvoorbeeld veel bedrijven die waterstof willen in Moerdijk, Oosterhout, Dongen, Tilburg en in de Brainportregio Eindhoven. Door meteen al “T-stukken” te plaatsen op de hoofdtransportleiding voor waterstof kunnen deze bedrijven sneller verduurzamen. Wij zien daarom net als u graag zo veel mogelijk van deze kansen verzilverd en zetten ons in om dat mogelijk te maken. In het licht van de netcongestie zou een goede waterstofinfrastructuur met regionale aftakkingen tot verlichting van de problematiek kunnen leiden. Waar de inzet van de innovatieve Brabantse maakindustrie mogelijk is, zullen wij daar proactief in handelen. Dat zorgt tegelijkertijd voor een versterking van de concurrentiepositie van Nederland op Europees en wereldtoneel.
•
Betrouwbaar en optimaal transport van de stoffen van de toekomst door realisatie van een multipurposeleiding. Verschillende onderzoeksrapporten laten zien1 dat met het uitfaseren van LPG andere stoffen in grote volumes gaan opkomen. Daarom zetten wij in op een multipurposeleiding voor de stoffen van de toekomst, waarin in de eerste periode ook LPG getransporteerd kan worden. Transport van deze stoffen (ook LPG) per spoor en weg moet en kan zo veel mogelijk worden beperkt door het inzetten van de instrumenten routeren, begrenzen en beprijzen. De inherente onzekerheid die de grondstoffentransitie en de lange horizon van dit project met zich meebrengt, heeft ertoe geleid dat zich tot nu toe geen initiatiefnemer gemeld heeft voor een multipurposeleiding. Wij zetten daarom een stap naar voren door (een deel van) de onderzoekskosten voor deze multipurposeleiding te betalen, zodat deze in de integrale ruimtelijke procedure voor alle
1
Bijvoorbeeld Buck Consultants International (2023), Verkenning behoefte buisleidingen vervoer
gevaarlijke stoffen
4/6
buisleidingen en gelijkstroomkabels kan meelopen. Ook gaan we op zoek naar een initiatiefnemer die de multipurposeleiding wil realiseren. We sluiten niet uit dat we hier zelf in gaan participeren om de business case sluitend te krijgen. Een belangrijk aandachtspunt blijft de beperking van overlast in de aanlegfase: het is van belang dat de grond maar één keer open gaat. Dat scheelt veel overlast voor inwoners en bedrijven langs het gehele tracé en het scheelt ook uitvoeringskosten. •
Datum
30 mei 2024 Ons kenmerk
C2336399/5923113
Grotere aantallen woningbouw en bijbehorende voorzieningen. Wij gaan aan de slag met een verhoging van het aantal langs het spoor te bouwen woningen inclusief bijbehorende voorzieningen. Voorwaarde hiervoor is dat het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Brabantroute aanzienlijk wordt verminderd. Het gaat vooral om de huidige vervoersstromen voor LPG die van spoor naar multipurposeleiding moet, waarbij de vrijkomende ruimte op het spoor wordt afgeroomd en niet wordt ingevuld door andere gevaarlijke stoffen.
•
Goede coördinatie van beheer en onderhoud in de buisleidingstrook. Omdat de ruimte in de voorziene strook beperkt is en er een diversiteit aan gevaarlijke stoffen in die beperkte ruimte bedacht is, is goed georganiseerd beheer strikt noodzakelijk. Wij werken en betalen mee aan een organisatie die deze coördinerende rol heeft voor beheer en onderhoud van de buisleidingstroken. Er zijn goede ervaringen opgedaan met LSNed voor beheer van de buisleidingstraat en wij willen voor de DRC op een vergelijkbare manier zorgen voor goede coördinatie van beheer en onderhoud.
Zoals u zelf schreef in uw brief van 5 oktober 2023 aan de Tweede Kamer: “Een goede samenwerking met en draagvlak van regionaal bestuurders en stakeholders (provincies, gemeenten en waterschappen) is één van de randvoorwaarden." Indien u op ons Brabants Bod ingaat zorgt dit voor meer draagvlak in de zuidelijke provincies en bij gemeenten aan de Brabantroute, wat realisatie van de DRC bespoedigt. Daarnaast zorgt een hernieuwde strategische blik op het project DRC ervoor dat Nederland niet alleen in 2030, maar ook ver daarna veel profijt heeft van de buisleidingenbundel. Een goed aangepakte en uitgewerkte DRC draagt bij aan meerdere nationale doelstellingen en opgaven van andere ministeries, zoals bijvoorbeeld ook het project ‘Beethoven’ dat doet. Dit zit hem enerzijds in de combinatie van veiliger transport van gevaarlijke stoffen en maximale stedelijke ontwikkeling. Anderzijds voorkomen we in de toekomst situaties zoals die zich nu voordoen met netschaarste. Ook blijven het zuiden van Nederland en Duitse stedelijke gebieden zoals Düsseldorf en Aken-Keulen beter bereikbaar omdat de ruimte op het spoor niet wordt bezet door stoffen die via een buisleiding vervoerd kunnen worden. Een sneller verduurzaamde Brabantse industrie levert
5/6
een mooie bijdrage aan een duurzaam Nederland en de internationale concurrentiepositie van Nederland.
Datum
30 mei 2024 Ons kenmerk
Wij gaan graag met u in gesprek om het project DRC gezamenlijk verder vorm te geven en tot het door iedereen gewenste succes te maken.
C2336399/5923113
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, de voorzitter,
de secretaris,
mr. I.R. Adema
drs. G.H.E. Derks MPA
Deze brief is gesteund door VNO-NCW Brabant-Zeeland en Brainport Development en mede ondertekend door:
Rik Thijs Wethouder gemeente Eindhoven
Rik Grashoff Wethouder gemeente Tilburg
Kopie: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, minister Harbers en staatssecretaris Heijnen; Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, minister Adriaansens; Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, minister De Jonge; Tweede Kamer: vaste commissies voor Binnenlandse Zaken, Infrastructuur en Waterstaat en Economische Zaken en Klimaat; Provincie Limburg, College van Gedeputeerde Staten; Provincie Zuid-Holland, College van Gedeputeerde Staten.
6/6