CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Monumentenverordening gemeente Oisterwijk 2010 (in te trekken)

RAAD 26 oktober 2023, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Vaststellen Erfgoedverordening gemeente Oisterwijk 2023 - aanvaard2.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Monumentenverordening gemeente Oisterwijk 2010

De raad van de gemeente Oisterwijk, Gezien het voorstel van het college d.d. 25 mei 2010; Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 14 en 15 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; besluit vast te stellen de volgende: Monumentenverordening gemeente Oisterwijk 2010

HOOFDSTUK 1 Artikel 1

ALGEMENE BEPALINGEN Begripsbepalingen

HOOFDSTUK 2 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

GEMEENTELIJKE MONUMENTEN Gebruik van het monument Aanwijzing tot gemeentelijk monument Termijnen advies en aanwijzingsbesluit Mededeling aanwijzingsbesluit Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst Wijzigen van de aanwijzing Intrekken van de aanwijzing Verbodsbepaling Vergunning De schriftelijke aanvraag Termijnen advies Weigeringsgronden Kerkelijk monument Intrekken van de vergunning

HOOFDSTUK 3 Artikel 16

BESCHERMDE RIJKSMONUMENTEN Vergunning voor beschermd rijksmonument

HOOFDSTUK 4 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22

BESCHERMDE STRAATWANDEN Aanwijzing beschermde straatwanden Wijzigen en intrekken van de aanwijzing Verbodsbepaling Vergunning De schriftelijke aanvraag Termijnen advies

HOOFDSTUK 5 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26

BESCHERMDE GEMEENTELIJKE STADS- EN DORPSGEZICHTEN Aanwijzing tot beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht Termijn advies en aanwijzingsbesluit Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst Bescherming in bestemmingsplan

Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31

Wijziging en intrekking van de aanwijzing Verbodsbepaling Vergunning De schriftelijke aanvraag Termijnen advies

HOOFDSTUK 6 Artikel 32 Artikel 33 Artikel 34

OVERIGE BEPALINGEN Schadevergoeding Strafbepaling Toezichthouders

HOOFDSTUK 7 Artikel 35 Artikel 36 Artikel 37 Artikel 38

SLOTBEPALINGEN Intrekken oude regeling Overgangsrecht Inwerkingtreding Citeertitel

HOOFDSTUK 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. monument: 1. zaak die van algemeen belang is vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; 2. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1; b. gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen. c. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a; d. beschermd rijksmonument: beschermd monument, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; e. kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst; f. monumentencommissie: de op basis van art. 15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de verordening en het monumentenbeleid; g. bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek bouwhistorische kwaliteit van een monument;

naar

de

bouwgeschiedenis

en

de

h. gemeentelijk beschermde stads- en dorpsgezicht: een groep van onroerende zaken en terreinen, hieronder begrepen banen, straten, pleinen, plantsoenen, parken, bruggen en water, die een samenhangend deel vormt en die van algemeen belang is wegens haar schoonheid, haar onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel haar wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en welke groep geplaatst is op de gemeentelijke monumentenlijst; i. redengevende omschrijving: de omschrijving van de specifiek te beschermen waarden en kwaliteiten van gemeentelijke monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten;

j. beschermde straatwanden: een groep van gevels van onroerende zaken die een samenhangend geheel vormt en die van belang is vanwege haar schoonheid, het karakter van het geheel, de onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang en/of wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde; k. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; l. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk; m. vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; n. Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

HOOFDSTUK 2

GEMEENTELIJKE MONUMENTEN

Artikel 2 Gebruik van het monument Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument. Artikel 3 Aanwijzing tot gemeentelijk monument 1. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument. 2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. 3. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. 4. Het college brengt de gemeenteraad in kennis van het besluit over de aanwijzing van een gemeentelijk monument. 5. Voordat het college een kerkelijk monument als gemeentelijk monument aanwijst, voert het college overleg met de eigenaar. 6. Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 6 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 9 tot en 13 van overeenkomstige toepassing. 7. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van

de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Noord-Brabant. Artikel 4 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit 1. De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van het college. 2. Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag. Artikel 5 Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers. Artikel 6 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst 1. Het college registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst. 2. De gemeentelijke monumentenlijst bevat: • de plaatselijke aanduiding; • de datum van de aanwijzing; • de kadastrale aanduiding; • de tenaamstelling; • een redengevende omschrijving. Artikel 7 Wijzigen van de aanwijzing 1. Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een belanghebbende wijzigen. 2. Artikel 3, tweede lid tot en met zesde lid, alsmede artikel 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit. 3.

Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege. 4. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. 5. Van het besluit tot wijzigen monumentencommissie gezonden.

van

de

aanwijzing

wordt

een

kopie

aan

de

Artikel 8 Intrekken van de aanwijzing 1. Het college kan de aanwijzing intrekken. 2. Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede, vierde en vijfde lid, en

artikel 4 van overeenkomstige toepassing. 3. De aanwijzing wordt geacht te zijn ingetrokken, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan de monumentenverordening van de provincie Noord-Brabant. 4. De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst geregistreerd. 5. Van het besluit tot het intrekken van de aanwijzing wordt een kopie gezonden aan de monumentencommissie. Artikel 9 Verbodsbepaling Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen. Artikel 10 Vergunning Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: a. een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b. een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Artikel 11 De schriftelijke aanvraag Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in drievoud ingediend. Artikel 12 Termijnen advies 1. Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de monumentencommissie voor advies. 2.

Binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het college. Artikel 13 Weigeringsgronden De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument. Artikel 14 Kerkelijk monument Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een kerkelijk monument, geen vergunning als bedoeld in artikel 10, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.

Artikel 15 Intrekken van de vergunning 1. De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft; c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen. 2. Van het besluit tot intrekking monumentencommissie gezonden.

HOOFDSTUK 3

van

een

vergunning

wordt

een

kopie

aan

de

BESCHERMDE RIJKSMONUMENTEN

Artikel 16 Vergunning voor beschermd rijksmonument 1. Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de monumentencommissie. 2. De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift. 3. Bij overschrijding van de in het tweede lid monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.

HOOFDSTUK 4

genoemde

termijn

wordt

de

BESCHERMDE STRAATWANDEN

Artikel 17 Aanwijzing beschermde straatwanden 1. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, besluiten een groep van gevels welke voor bescherming in aanmerking komen aan te wijzen als een beschermde straatwand. 2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. 2. Op de aanwijzing van beschermde straatwanden zijn artikel 3, derde tot en met zesde lid, alsmede artikel 4 en 5 van toepassing. 3. De aanwijzing kan geen betrekking hebben op panden die zijn aangewezen op grond van artikel 6 en 35 van de Monumentenwet 1988 of artikel 3 en 20 van deze verordening. De aanwijzing tot beschermde straatwand vervalt, indien de objecten worden aangewezen als monumenten of als onderdeel van een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 6 respectievelijk 35 van de Monumentenwet of artikel 3 respectievelijk 20 van deze verordening.

4. Het college registreert de beschermde straatwand op de gemeentelijke monumentenlijst. Artikel 6, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 18 Wijzigen en intrekken van de aanwijzing 1. De artikelen 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 8, tweede lid voor “artikel 3 van de Monumentenwet 1988” wordt gelezen “artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of artikel 20 van deze verordening”. 2. De aanwijzing als beschermde straatwand wordt ingetrokken als het besluit tot aanwijzing krachtens artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of krachtens artikel 20 van deze verordening onherroepelijk is geworden. Artikel 19 Verbodsbepaling Het is verboden een beschermde straatwand te beschadigen of te vernielen. Artikel 20 Vergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van het college van het bevoegd gezag of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: a. een beschermde straatwand af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b. een beschermde straatwand te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2. Geen vergunning is vereist voor het uitvoeren van werkzaamheden ingevolge een aanschrijving van het college. Artikel 21 De schriftelijke aanvraag Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2.

Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 18 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in drievoud ingediend. Artikel 22 Termijnen advies Voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 18, eerste lid, is artikel 12 van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK 5

BESCHERMDE GEMEENTELIJKE STADS- OF DORPSGEZICHTEN

Artikel 23 Aanwijzing tot beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van het college, stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 2. Voordat het college de gemeenteraad een voorstel doet tot aanwijzing, vraagt zij advies aan de monumentencommissie.

3. De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988. 4. Het college maakt het besluit van de raad omtrent aanwijzing van een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht bekend binnen 4 weken na de datum van het besluit in een plaatselijk weekblad(en). Artikel 24 Termijn advies en aanwijzingsbesluit 1. De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college. 2. De gemeenteraad beslist binnen 16 weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag. Artikel 25 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst 1. Het college registreert het beschermde gemeentelijke stads- of dorpsgezicht op de gemeentelijke monumentenlijst. 2. De gemeentelijke monumentenlijst bevat: • de plaatselijke aanduiding; • de datum van aanwijzing; • de gebiedsaanwijzing van het beschermde stads- of dorpsgezicht; • een verwijzing naar de redengevende omschrijving. Artikel 26 Bescherming in bestemmingsplan 1. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. 2.

Bij het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt door de gemeenteraad bepaald, met inachtneming van het advies van het college, in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het eerste lid kunnen worden aangemerkt. 3. Alvorens het college de gemeenteraad monumentencommissie gehoord.

ter

zake

een

voorstel

doet,

wordt

de

4. De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college. Artikel 27 Wijziging en intrekking van de aanwijzing 1. De artikelen 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de raad de besluiten neemt en in artikel 8, derde lid voor “artikel 3 van de Monumentenwet 1988” wordt gelezen “artikel 35 van de Monumentenwet 1988”. 2. De aanwijzing als beschermd stads- en dorpsgezicht wordt ingetrokken als het besluit tot aanwijzing krachtens artikel 35 van de Monumentenwet 1988 onherroepelijk is geworden.

Artikel 28 Verbodsbepaling 1. Het is verboden bouwwerken die gelegen zijn in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht te beschadigen of te vernielen. Artikel 29 Vergunning 1. Het is verboden in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met de bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: a. bouwwerken te verstoren, te plaatsen, op te richten, af te breken, te verplaatsen of in enig ander opzicht te wijzigen; b. bouwwerken te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het stads- of dorpsgezicht wordt ontsierd of in gevaar gebracht; c. onroerende zaken, geen bouwwerk zijnde, hieronder begrepen straten, wegen, pleinen, wateren, bomen, erfscheidingen - niet zijnde een bouwwerk - te wijzigen. 2. Geen vergunning is vereist voor het afbreken ingevolge een aanschrijving van het bevoegd gezag. 3. De vergunning kan, ingeval van afbraak als bedoeld in het tweede lid, in ieder geval worden geweigerd wanneer de totstandkoming van de nieuwbouw binnen de karakteristieke eigenschappen van het beschermde gebied onvoldoende is verzekerd. Artikel 30 De schriftelijke aanvraag Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 27 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in drievoud ingediend.

Artikel 31 Termijnen advies Voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 27, eerste lid, is artikel 12 van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK 6

OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 32 Schadevergoeding 1. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen last behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe, indien de schade in relatie staat tot: a. de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in de artikelen 10, 20 en 29 te verlenen; b. de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in de artikelen 10, 20 en 29. 2. Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de procedureregeling bij

toepassing van afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Artikel 33 Strafbepaling (Vervallen) Artikel 34 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.

HOOFDSTUK 7

SLOTBEPALINGEN

Artikel 35 Intrekken oude regeling De Monumentenverordening gemeente Oisterwijk 2008, vastgesteld op 14 februari 2008 wordt ingetrokken. Artikel 36 Overgangsrecht 1. De op grond van de onder artikel 35 ingetrokken Monumentenverordening gemeente Oisterwijk 2008 aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten, beschermde straatwanden en beschermde gemeentelijke stads- of dorpsgezichten worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 2. Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in artikel 35 ingetrokken verordening. Artikel 37 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt. Artikel 38 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Monumentenverordening gemeente Oisterwijk 2010. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van Oisterwijk van 1 juli 2010. de griffier,

de voorzitter,

Nelleke van Wijk

Hans Janssen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13134524/2