CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij RIB 1 - Uitvoeringsprogramma VTH 2026

RAAD 29 januari 2026, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Overzicht ingekomen stukken - gewijzigd aangenomen5.037 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inhoud Inhoud ..................................................................................................................................................... 2 Managementsamenvatting ..................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1 Inleiding .............................................................................................................................. 4 Hoofdstuk 2 Vergunningen ..................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 3 Toezicht en handhaving ...................................................................................................... 9 3.1 Uitvoering taken ............................................................................................................................ 9 3.2 Capaciteit....................................................................................................................................... 9 Hoofdstuk 4 Werken aan doelstellingen ............................................................................................... 11 4.1 Doelstellingen 2024 – 2027 .........................................................................................................

11 4.2 Uitvoering doelstellingen 2026 ................................................................................................... 14 4.2.1 De risicoanalyse bepaalt de prioriteit .................................................................................. 15 4.2.2 Versterken integrale samenwerking .................................................................................... 16

2

Managementsamenvatting Het Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (hierna: uitvoeringsprogramma) voor het jaar 2026 is onderdeel van de ‘Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Oisterwijk 2024 – 2027’ (hierna: U&H-strategie), welke op 21 december 2023 is vastgesteld. In de U&H-strategie is de basis vastgesteld hoe de gemeente Oisterwijk haar rol en die van haar inwoners ziet voor taken op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Op grond van artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit is het verplicht een uitvoeringsprogramma vast te stellen. Onderliggend uitvoeringsprogramma beschrijft hoe invulling wordt gegeven aan de VTH-taken voor het komende kalenderjaar. Om uitvoering te kunnen geven aan de doelstellingen en prioriteiten zoals aangegeven in de U&H-strategie moet een realistische raming van de beschikbare capaciteit worden gemaakt en worden verdeeld over de reguliere werkzaamheden, prioriteiten en thema’s. De risicoanalyse uit de U&H-strategie vormt hierbij de basis en rekening wordt gehouden met de prioriteiten, de organisatorische en financiële mogelijkheden en de actuele ontwikkelingen. De raming van de activiteiten van de geplande en de te verwachten benodigde inzet is een inschatting die is gebaseerd op cijfers en ervaringen uit het verleden.

De Omgevingswet (hierna: Ow) en de Wet kwaliteitsborging bouwen (hierna: Wkb) brengen ook het komende kalenderjaar onzekerheden met zich mee en een deel van de ambtelijke capaciteit voor het fysieke domein zal alsnog ingezet worden om deze nieuwe wet- en regelgeving te waarborgen. Van belang is in ieder geval het handhaven van een goede kwaliteit van de dienstverlenging. In de U&H-strategie zijn de doelstellingen bepaald voor de komende vier jaar (2024-2027) waarbij jaarlijks een aantal doelstellingen extra aandacht krijgt. Gezien de beperkte capaciteit kunnen niet alle doelstellingen tegelijk worden opgepakt. Het komende jaar gaat de gemeente Oisterwijk zich focussen op de volgende doelstellingen: 1) De risicoanalyse bepaalt de prioriteit 2) Versterken integrale samenwerking

3

Hoofdstuk 1 Inleiding Dit uitvoeringsprogramma beschrijft de uitvoering en borging van de doelstellingen uit de U&Hstrategie. Voor de uitvoering van de VTH-taken zijn de benodigde financiële en personele middelen opgenomen in de begroting, inclusief de inzet van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (hierna: OMWB). Wanneer extra middelen nodig zijn kunnen wij binnen de bestaande formatie onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Het uitvoeringsprogramma biedt voor zowel inwoners als voor de ambtelijke organisatie duidelijkheid over de VTH-taken en de speerpunten voor het komende jaar. De basis voor dit programma vormt de risicoanalyse uit de U&H-strategie, waarop prioriteiten zijn gebaseerd en die zijn vertaald naar de benodigde personele capaciteit. Voor de uitvoering van de activiteiten en bijbehorende informatiestromen maken we gebruik van toezichtprotocollen, werkinstructies, checklists en geautomatiseerde werkprocessen. Hiermee waarborgen we uniformiteit en kwaliteit. Bij een uitvoeringsprogramma hoort ook een jaarverslag VTH. Begin 2026 wordt dit jaarverslag opgesteld, waarin de resultaten van vergunningverlening en de uitgevoerde toezicht- en handhavingsactiviteiten in 2025 worden weergegeven. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft, kan dit programma worden aangepast.

Daarnaast kunnen ontwikkelingen vanuit wet- en regelgeving of de praktijk aanleiding zijn om gedurende het jaar wijzigingen door te voeren. Leeswijzer Het onderdeel vergunningen komt in hoofdstuk 2 aan bod. Hier wordt ingegaan op de omgevingsvergunningen. Hoewel de aanvragen moeilijk voorspelbaar zijn, vormen zij een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden van de gemeente Oisterwijk. Hoofdstuk 3 gaat in op de toezichts- en handhavingsinspanningen op het gebied van milieu, bouwen, ruimtelijke ordening, brandveiligheid, APV en bijzondere wetten. Daarbij wordt steeds rekening gehouden met de beschikbare capaciteit. Hoofdstuk 4 omschrijft de doelstellingen voor het komende jaar. Hierin staat beschreven waarop de gemeente Oisterwijk de focus legt en op welke wijze deze doelstellingen worden gerealiseerd.

4

Hoofdstuk 2 Vergunningen Op 1 januari 2024 is de Ow in werking getreden. Dit heeft gevolgen voor de manier waarop het bevoegd gezag de taken ten aanzien van vergunningverlening en het behandelen van meldingen uitvoert. Naast een aanzienlijke verkorting van de termijnen waarbinnen de meeste vergunningen verleend moeten worden, krijgen vergunningverleners (op termijn) te maken met de regelgeving in het omgevingsplan. Vooralsnog blijven de bestemmingsplannen het kader voor de toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning. Alle bestemmingsplannen zijn per 1 januari 2024 van rechtswege omgezet in het omgevingsplan. Daarnaast zijn de algemene rijksregels op het moment van inwerkingtreding van de Ow van rechtswege toegevoegd aan het omgevingsplan (zogenaamde bruidsschat). Dit zijn onder andere regels over bouwwerken en over activiteiten die effect hebben op het milieu (onder de Ow de 'milieubelastende activiteiten') die onder het oude recht in wetgeving op rijksniveau staan, zoals het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm). Onder de Ow zijn deze regels opgenomen in het omgevingsplan, waaraan zij worden toegevoegd in de vorm van de bruidsschat en waarna gemeenten deze regels kunnen aanpassen gedurende de overgangsfase. Bouwactiviteiten worden beoordeeld volgens vaststaande methodieken.

De uitgangspunten daarvoor zijn vastgelegd in de U&H-strategie. Door het vastleggen van het werkproces worden bouwplannen eenduidig, consequent, transparant en adequaat getoetst. Milieuregelgeving is in nationale en Europese wet- en regelgeving en in een groot aantal richtlijnen vastgelegd. Veel normen staan niet vast maar moeten door het bevoegd gezag worden bepaald in op maat gemaakte voorschriften. De werkzaamheden voor vergunningverlening zijn overwegend vraaggestuurd en afhankelijk van initiatieven van bedrijven en burgers. Hierdoor is het aantal aanvragen vooraf lastig in te schatten. 2.1 Omgevingsvergunningen De medewerkers inzake vergunningen zijn verantwoordelijk voor de vergunningverlening, het afhandelen van principeverzoeken en het in behandeling nemen van meldingen in het kader van de Ow. Voor de uitvoering van de taken van vergunningverlening op grond van de Ow beschikt de afdeling over de volgende capaciteit en middelen. Tabel 1 Middelen Budget gemeentelijke adviescommissie

€ 25.000,00

7 medewerkers waarvan: • 3 fte1 in vaste dienst • 2,67 fte inhuur

7.938 uur

Het team beschikt niet over alle expertise als het gaat om omgevingsvergunningen. In het geval van bepaalde activiteiten, zoals kapvergunningen of het afwijken van ruimtelijke regels, vraagt de casemanager advies bij het team Beleid van het domein Fysieke leefomgeving. Voor de activiteit milieu wordt advies gevraagd aan de OMWB. In het werkprogramma OMWB 2026 is vastgelegd welke producten en diensten de gemeente in 2026 naar verwachting afneemt en welke kosten daarvoor worden geraamd. Deze verwachte uitgaven zijn in de begroting 2026

5

van de gemeente Oisterwijk opgenomen. Wanneer een bouwplan gelegen is in beschermd Stads- en Dorpsgezicht of een pand betreft een gemeentelijk monument of rijksmonument, dan wordt een plan voorgelegd aan de gemeentelijke adviescommissie erfgoed en omgevingskwaliteit (voorheen: monumentencommissie). Met de ontvangen adviezen rondt de casemanager de vergunningprocedure af. In het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met het belang en behoud van cultureel erfgoed en werelderfgoed. Dit kan door het inventariseren en analyseren van het bestaande erfgoed binnen de gemeente. Op basis hiervan worden regels toegevoegd in het omgevingsplan. Cultureel erfgoed als onderdeel van de fysieke leefomgeving bestaat uit: • monumenten (zoals (bouw)werken, tuinen en parken); • stads- en dorpsgezichten; • cultuurlandschappen (of delen van); • roerend of immaterieel cultureel erfgoed, wanneer dat verbonden is aan specifieke locaties in het omgevingsplan (zoals een haven met historische schepen). De gemeenteraad van Oisterwijk heeft besloten dat per 1 juli 2013 voor het gehele grondgebied van Oisterwijk geen redelijke eisen van welstand meer van toepassing zijn. In aanvulling op dit raadsbesluit heeft de raad op 16 april 2015 voor een aantal nieuwe ontwikkelingen een Welstandsnota vastgesteld.

Dit betekent dat in veel gevallen bouwplannen niet preventief getoetst hoeven te worden aan redelijke eisen van welstand. De werkzaamheden op het gebied van omgevingsvergunningen, en dan vooral wat betreft de activiteit bouwen, worden aanzienlijk beïnvloed door de schommelingen van de economische groei. Het werk is dus sterk vraaggestuurd. Op dit moment is niet goed in te schatten hoeveel en wat voor soort aanvragen op grond van de nieuwe wetgeving in 2026 worden ingediend. Dit heeft vooral te maken met de onzekerheden rondom het nieuwe stelsel. Het jaar 2025 is gebruikt om voor 2026 een eerste inschatting te kunnen maken. Op basis van de nog op te bouwen ervaringscijfers kunnen daarna betere inschattingen worden gemaakt en kunnen eventueel ook de gevolgen voor de personele capaciteit in beeld worden gebracht. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat met de huidige personele capaciteit kan worden volstaan. Op basis van de cijfers uit het jaar 2025 worden voor 2026 de volgende aantallen verwacht wat betreft vergunningverlening op grond van de Ow. Tabel 2 Verwachte aanvragen vergunningen Omgevingswet Type vergunning/melding

2026

Principeverzoek omgevingsplanactiviteit

117

Omgevingsplanactiviteit

225

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit

108

Meldingen brandveilig gebruik

27

Kapvergunning (APV)

64

Milieumelding + slopen (met en zonder asbest)

261

6

Overige meldingen (niet in te delen in overkoepelende 140 categorie) Het aantal te verwachten aanvragen om een omgevingsvergunning blijft onvoorspelbaar. Zo zijn er op dit moment, naast de invoering van het nieuwe stelsel, onduidelijkheden rondom de stikstofproblematiek. Dit zijn factoren waar een gemeente weinig invloed op heeft. Een andere factor is het feit dat de wetgever steeds meer bouwactiviteiten vergunningsvrij maakt. Naast het in behandeling nemen van aanvragen zien we een forse toename van vragen over zeer uiteenlopende zaken die met vergunningsvrije en vergunningplichtige bouw- en gebruiksmogelijkheden te maken hebben. Deze vragen leggen steeds meer beslag op de beschikbare tijd van de casemanagers. De grens tussen de wettelijke taak en adviesfunctie moet binnen de werkzaamheden bewaakt worden. 2.2 Vergunningverlening APV, Alcoholwet en andere bijzondere wetgeving Binnen het domein zijn drie medewerkers belast met vergunningverlening op het gebied van de APV, de Alcoholwet en andere bijzondere wetgeving. Voor de uitvoering van deze taken beschikt het domein over de volgende capaciteit. Tabel 3 Middelen 3 medewerkers (1,54 fte)

2.156 uur

Op basis van de cijfers uit voorgaande jaren worden voor 2026 de volgende aantallen verwacht wat betreft vergunningverlening op grond van bijzondere wetgeving. Tabel 4 Verwachte aanvragen vergunningen bijzondere wetgeving Type vergunning/melding

2026

Evenementenvergunning- en melding

166

Alcoholwetvergunning

15

Alcoholwetvergunning (melding leidinggevenden)

5

Exploitatievergunning (droge horeca)

0

Melding incidentele festiviteit

3

Ontheffing sluitingsuur (jaarwisseling)

0

Terrasvergunning (tijdelijke uitbreiding)

10

Speelautomatenvergunning

13

Vergunning plaatsen driehoeks- en sandwichborden

38

Standplaatsvergunning

6

Kennisgeving incidentele detailhandel

2

Overige vergunningen/meldingen

17

7

2.3 Administratieve ondersteuning Voor de ondersteuning bij de uitvoering van de taken van omgevingsvergunningverlening en de vergunningverlening op het gebied van de APV, de Alcoholwet en andere bijzondere wetgeving beschikt het domein over de volgende capaciteit. Tabel 5 Middelen 3 medewerkers (1,89 fte)

2.644 uur

2.4 Prestatie-indicatoren In de U&H-strategie zijn prestatie-indicatoren benoemd. Jaarlijks zal worden gemonitord of de gestelde doelen zijn behaald. 2.5 Projecten en ontwikkelingen Naast de reguliere werkzaamheden worden in 2026 de volgende projecten uitgevoerd en/of spelen de volgende ontwikkelingen: • In samenwerking met team Communicatie wordt de leesbaarheid van de vergunningen (zowel omgevingsvergunningen als vergunningen op basis van de APV) verder verbeterd. Dit is een doorlopend traject en eveneens belangrijk in het kader van de Ow; • De vergunningenprocessen worden kritisch bekeken en zo nodig aangepast met als doel de kwaliteit van de vergunningen te verbeteren (doorlopend proces). Sinds 2022 is het nieuwe VTH-systeem in gebruik genomen (CLO-Wabo). Met de inwerkingtreding van de Ow is CLO-Wabo vervangen door CLO-Omgevingswet (CLO-Ow). Van CLO-Ow wordt door meerdere disciplines gebruik gemaakt (Vergunningen, Toezicht, Handhaving, Ruimte, Juridische zaken). Dit bevordert de (interne) samenwerking bij het behandelen van een vergunningaanvraag; • Vergunningverleners stemmen tijdens het vergunningenproces veel af met de beleidsadviseurs ruimtelijke ordening. Vanaf 1 januari 2026 komen de vergunningverleners en de beleidsadviseurs ruimtelijke ordening samen in één team. Dit komt de samenwerking en daarmee naar verwachting de kwaliteit ten goede.

8

Hoofdstuk 3 Toezicht en handhaving 3.1 Uitvoering taken De toezichts- en handhavingstaken op het gebied van milieu, bouwen, ruimtelijke ordening, brandveiligheid, APV en bijzondere wetten worden uitgeoefend door medewerkers van de gemeente Oisterwijk, maar ook door externe medewerkers, die worden ingehuurd door de gemeente Oisterwijk. Met externe medewerkers worden onder andere bedoeld toezichthouders van de OMWB, brandweer, andere gemeenten (bijvoorbeeld op het gebied van hennepteelt en andere druggerelateerde overtredingen) en bijzondere opsporingsambtenaren. De taken die de OMWB namens de gemeente Oisterwijk uitvoert op het gebied van toezicht en handhaving worden in een afzonderlijk werkprogramma opgenomen en afzonderlijk door het college vastgesteld. 3.2 Capaciteit Om uitvoering te kunnen geven aan de doelstellingen moet een realistische raming van de beschikbare capaciteit worden gemaakt. De beschikbare capaciteit wordt verdeeld over de reguliere werkzaamheden, prioriteiten en thema’s zoals weergegeven in de U&H-strategie. Voor de uitvoering van de VTH-taken zijn de benodigde financiële en personele middelen opgenomen in de begroting, inclusief de inzet van de OMWB. Personeel wordt toegerekend aan het betreffende taakveld. Deze taakvelden landen in thema’s, die op hun beurt landen in programma’s. De programma’s worden ter instemming voorgelegd aan de raad.

Op die manier zijn de personele kosten en overige kosten voor het uitvoeren van de handhavingstaken verankerd in de begroting. De beschikbare capaciteit is als volgt: Boa: 2 fte Toezichthouders: 4 fte Juridische ondersteuning: 3 fte Naast de primaire taken worden werkzaamheden uitgevoerd met betrekking tot klachtenbehandeling en handhavingsverzoeken. Op dit moment is dit ongeveer 15% van de beschikbare uren voor toezicht en 30% voor juridische handhaving. Inzet wordt gericht op premediation om te komen tot passende oplossingen waarbij verantwoordelijkheid blijft waar het hoort.

Handhavingstaken

Uren toezichthouders en boa

Uren juristen

Overige

Bouwen en gebruik van gronden en gebouwen Illegale bouw en gebruik in strijd met het omgevingsplan

1900

1100

Controle omgevingsvergunning bouwen, bestaande bouw, slopen (zonder asbest)

1800

400

9

en vergunningsvrij bouwen, met extra aandacht voor constructieve veiligheid Cultureel erfgoed; beschermd stads- en dorpsgezicht en monumentenbescherming

300

300

Brandveiligheid en brandveilig gebruik bouwwerken

300

100

Tegengaan en voorkomen van geluidoverlast

100

100

Controles geluid worden uitgevoerd door de OMWB

Controleren op het gebied van veiligheid (o.a. tijdelijke constructies, vluchtroutes en gebruik van gasflessen)

500

100

De brandweer houdt hiervoor risico gestuurd toezicht. Hoe groter het risico, hoe intensiever het toezicht

(Ondermijnende) criminaliteit (onder andere uitvoering artikel 13b-beleid, integrale controles buitengebied/recreatieparken en bedrijventerreinen, Bibob-beleid, tegengaan van mensenhandel)

300

400

Burenruzies/wet aanpak woonoverlast/Wet goed verhuurderschap

250

250

APV/overlastfeiten in de openbare ruimte/overige taken brede handhaving

3600

500

Evenementen

Openbare orde en veiligheid

Milieu Controles op leegstaande of illegaal gebruik van panden Periodieke integrale toezicht controles op en handhaving van bedrijven (vergunningplichtige bedrijven met milieubelastende activiteit(en)

Deze taken zijn opgenomen in het Werkprogramma OMWB 2026. Voor de juridische procedures van niet-basistaken op het gebied van handhaving worden 200 uren geraamd.

Bodemverontreiniging en indirecte lozingen Controle meldingen/klachten (geluid/geur/overig) Slopen met asbest

10

Hoofdstuk 4 Werken aan doelstellingen In de U&H-strategie zijn doelstellingen bepaald die de gemeente Oisterwijk de komende vier jaar (2024-2027) nastreeft. Deze doelstellingen worden in paragraaf 4.1 weergegeven. Het is niet realistisch om op alle doelstellingen te focussen. In de tweede paragraaf wordt ingegaan op de doelstellingen waarop het komende jaar wordt gefocust en wordt een beschrijving gegeven op welke wijze invulling wordt gegeven aan de doelstellingen.

4.1 Doelstellingen 2024 – 2027 Doelstelling

Uitvoering

1. De U&H-strategie en wettelijke regels vormen de basis voor professionele vergunningverlening, toezicht en handhaving.

- VTH-medewerkers passen de U&Hstrategie, met bijbehorende strategieën en protocollen correct toe - Er wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria - Wkb- en Omgevingswetproof werken - Inzetten op tijdige en volledige vergunningverlening

VTH-medewerkers passen U&H-strategie, met bijbehorende strategieën en protocollen, correct toe; Om balans te houden voor de VTH-medewerkers heeft de gemeente Oisterwijk strategieën en protocollen opgesteld. Het is van belang dat de VTH-medewerkers dit beleid toepassen in de praktijk. Het handhaven van de gemaakte afspraken is hierbij een belangrijke factor. Er wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria; De kwaliteitscriteria beschrijven de ervaring en deskundigheid waarover een omgevingsdienst en medewerkers van de gemeente Oisterwijk moet beschikken voor de uitvoering van de VTH-basistaken. De nieuwe competentieprofielen op basis van de Ow worden toegevoegd aan de zogeheten kwaliteitscriteria. De criteria bestonden tot nu toe vooral uit harde eisen en met de nieuwe wetgeving zijn de competenties verzacht. Wkb- en Omgevingswetproof werken De Ow en Wkb trad op 1 januari 2024 in werking. De veranderingen die deze wetten met zich mee brengen zullen logischerwijs pas na inwerkingtreding plaatsvinden. Op voorhand is een beeld gevormd van de te maken beleidskeuzes en de gevolgen van die keuzes voor organisatie, processen en systemen, in samenwerking met uitvoeringsorganisaties en ander bevoegd gezagen.

In 2026 ligt de focus nog steeds op het toepassen van de nieuwe wetgeving, onderzoeken hoe de gemeente om wil gaan met de bruidsschat en hoe het werken met “de knip” uit de Wkb (de scheiding van technisch en ruimtelijke bouwen) in de praktijk gaat werken. Inzetten op tijdige en volledige vergunningverlening Vergunningaanvragen en meldingen moeten binnen de gestelde wettelijke termijnen beoordeeld en afgehandeld worden. De reguliere periode voor de behandeling van een omgevingsvergunningaanvraag is onder de Ow acht weken. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten is dit veranderd en brengt een behoorlijke uitdaging voor de medewerkers met zich mee. Daarnaast wordt een omgevingsvergunning niet meer

11

automatisch verleend wanneer de beslistermijn voorbij is. Op deze doelstelling wordt in de volgende paragraaf nader ingegaan. Doelstelling

Uitvoering

2. De risicoanalyse bepaalt de prioriteit

- Klachten en meldingen worden geprioriteerd - Afhandeling vindt plaats op basis van prioriteit - Capaciteit en middelen worden inzichtelijk gemaakt

Klachten en meldingen worden geprioriteerd Een gedegen inventarisatie en risicoanalyse zijn noodzakelijk om effectieve prioriteiten te bepalen en de beschikbare handhavingscapaciteit efficiënt in te zetten. Het is namelijk niet realistisch te veronderstellen dat bijvoorbeeld alle bestaande gebouwen in de gemeente Oisterwijk in één jaar kunnen worden gecontroleerd op naleving van de bouwregelgeving. Voor de volledige risicoanalyse en prioriteitenstelling wordt verwezen naar de U&H-strategie. Hierin is een risicoanalyse opgenomen waarbij een afweging is gemaakt per onderwerp. Per categorie is aangegeven of deze als hoog, gemiddeld of laag wordt gezien. Klachten en meldingen worden naast de prioriteitenlijst neergelegd. Wanneer er sprake is van een handhavingsverzoek is dit anders en gelden er wettelijke termijnen waarbinnen een besluit genomen moet worden. Afhandeling vindt plaats op basis van prioriteit Handhaving heeft als primaire taak de kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid van de ruimte te waarborgen. Prioriteit geven aan essentiële thema's is noodzakelijk, gezien de onmogelijkheid om alle wet- en regelgeving in de fysieke leefomgeving even adequaat te handhaven. De risicoanalyse, gebaseerd op kans op overtreding en het negatieve effect daarvan, staat centraal bij het bepalen van prioriteiten.

De prioriteitsafweging dient als indicatie; in elk geval wordt beoordeeld of een andere prioriteit gerechtvaardigd is. Interne en externe risico's bepalen in grote mate de bestuurlijke aandacht voor een onderwerp. Het benoemen en afwegen van risico's is essentieel voor een organisatie waar toezicht en handhaving direct gerelateerd zijn aan de kans op problemen en de ernst van mogelijke gevolgen. De daadwerkelijke prioritering van de binnenkomende klachten en meldingen gebeurt in eerst instantie door de toezichthouders en/of juridische medewerkers, en indien nodig worden keuzes besproken met de portefeuillehouder. Capaciteit en middelen worden inzichtelijk gemaakt Om uitvoering te kunnen geven aan de doelstellingen en prioriteiten, moet een realistische raming van de beschikbare capaciteit worden gemaakt. De beschikbare capaciteit wordt verdeeld over de reguliere werkzaamheden, prioriteiten en thema's. De raming van de activiteiten en van de geplande/te verwachte benodigde inzet, is een inschatting die is gebaseerd op basis van cijfers en ervaringen uit het verleden. Dit is uitgewerkt in hoofdstuk 2 voor vergunningen en in hoofdstuk 3 voor toezicht en handhaving.

12

Doelstelling

Uitvoering

3. Er is sprake van een goede afstemming tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving, waarbij de scheiding tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving is gewaarborgd

- Regelmatig VTH-overleg - Afstemming V, T en H en beleid (op het gebied van veiligheid en ruimte)

Regelmatig VTH-overleg & afstemming V, T en H en beleid (op het gebied van veiligheid en ruimte) Om ervoor te zorgen dat er een scheiding is tussen de taken van vergunningverlening en toezicht/handhaving zijn deze taken bij verschillende medewerkers belegd. Er zijn afzonderlijke functiebeschrijvingen en aanstellingen voor vergunningverleners, handhavers (toezichthouders) en voor juridisch medewerkers. Zie ook hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit. Op deze manier wordt de veiligheid van burgers gewaarborgd. Overleg met toezichthouders, juridische afdeling, boa’s, medewerkers van toezicht en veiligheid vindt regelmatig plaats. Doelstelling

Uitvoering

4. Versterken integrale samenwerking

- Tijdig betrekken interne partners - Integrale controles

en

externe

Tijdig betrekken interne en externe partners Voor de uitvoering van de VTH-taken is samenwerking met verschillende partijen van essentieel belang. Zowel intern, met andere afdelingen, als extern met andere handhavingspartners. De gemeente Oisterwijk werkt samen met de OMWB ten aanzien van milieuregelgeving van inrichtingen. Er is een samenwerking met de gemeente Goirle en gemeente Hilvarenbeek op het gebied van VTH. Hierbij kan gedacht worden aan vraagstukken binnen de Ow. Verder is er een boa-pool en wordt samen gewerkt met de politie, Openbaar Ministerie en brandweer. Zo vinden er onder andere met enige regelmaat gezamenlijke toezichtcontroles en handhavingsacties plaats. Als laatste brengen sommige handhavingszaken complexe zorgsituaties. Hiervoor wordt samenwerking gezocht met de Wijk GGD-ers, maatschappelijk werk en het Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH)1. Per situatie is een andere aanpak nodig. Dit zorgt voor maatwerk waardoor niet altijd vooraf kan worden vastgesteld welke partners nodig zijn. Indien in een casus contact met externe partners van belang is wordt hiervoor tijdig contact gezocht met de desbetreffende. De lijnen hierin zijn kort. Dit om een burger de juiste hulp te bieden of bijvoorbeeld een zaak door te laten lopen. Andersom is ook van belang dat deze partners ons weten te vinden.

Integrale controles Een integrale controle is een brede, allesomvattende controle waarbij op diverse vlakken wordt gecontroleerd of de wet- en regelgeving naar behoren wordt nageleefd. Bij een integrale controle zijn meerdere samenwerkingspartijen betrokken. Iedere partij kijkt vanuit de eigen expertise en specialisme naar de situatie. Er wordt niet alleen gecontroleerd op

1

Binnen het ZVH zijn zowel partners uit de veiligheids- als de zorgketen vertegenwoordigd. Het Zorg- en Veiligheidshuis richt zich met name op complexe casuïstiek; woonoverlast etc.

13

strafbare feiten, ook op bestuursrechtelijke overtredingen.2 Denk bij de partijen o.a. aan de brandweer, politie, boa’s, (wijk) GGD en het sociaal team van Oisterwijk. Het gaat om organisaties met ieder een eigen deelgebied om zorg te dragen voor toezicht en handhaving. Dit draagt tevens bij aan het bieden van maatwerk, iedere casus vergt immers een andere aanpak en hulpverlening. Doelstelling

Uitvoering

5. Borgen van afspraken en processen, zowel intern als extern

- Opstellen procesbeschrijvingen - Volledigheid dossiers - Juist gebruik van de VTH-applicatie

Opstellen procesbeschrijvingen De werkwijzen van vergunningverlening, afhandeling van meldingen en toezicht en handhaving zijn vertaald naar specifieke procesbeschrijvingen. Deze procesbeschrijvingen zijn bekend gemaakt bij alle betrokken medewerkers en worden geborgd binnen het digitale zaaksysteem. Nieuwe medewerkers worden ingewerkt aan de hand van deze werkbeschrijvingen. Volledigheid dossiers De behandelend ambtenaar draagt zorg voor een volledig dossier. In de werkprocessen staat beschreven welke stukken nodig zijn voor het vormen van dit dossier. Daarnaast zijn interne werkafspraken gemaakt hoe dossiers opgesteld moeten worden. Denk hierbij aan het opstellen van controlerapporten en onderdelen van omgevingsvergunningen. Juist gebruik van de VTH-applicatie De VTH-applicatie is een digitale ondersteuning voor digitale dossiers. Een onderdeel van de Ow is het Digitaal Stelsel Omgevingswet (hierna: DSO). Het DSO kent één online verzamelpunt waar alle digitale informatie over de fysieke leefomgeving samenkomt. In de VTH- applicatie wordt aan de hand van een stappenplan alle stappen doorlopen die gekoppeld zijn aan een bepaald dossier. Per onderwerp kunnen dit andere stappen zijn.

4.2 Uitvoering doelstellingen 2026 De doelstellingen waarop de gemeente Oisterwijk zich focust in 2026 zijn: 1) De risicoanalyse bepaalt de prioriteit 2) Versterken integrale samenwerking Dat er het komende jaar op deze doelstellingen wordt gefocust betekent niet dat de overige doelstellingen onbelangrijk zijn en terzijde worden geschoven bij de uitvoering van de VTHwerkzaamheden. De vijf doelstellingen zoals opgenomen in de U&H-strategie vormen immers voor de komende vier jaren de uitgangspunten van de beleidsmatige basis voor de VTHwerkzaamheden. De hiervoor genoemde doelstellingen worden in het volgende nader toegelicht.

2

Deze controles hebben niet dezelfde bevoegdheid als in het strafrecht. Bij deze controles hoeft geen sprake te zijn van een verdenking (hard vereiste in het strafrecht) en eenieder wordt geacht aan deze controles mee te werken. Indien er wel een verdenking is, zal dit dan ook de basis van de doorzoeking van het pand/woning moeten zijn. Uiteraard kunnen bij controles strafbare feiten worden geconstateerd waardoor opsporing in stelling wordt gebracht.

14

4.2.1 De risicoanalyse bepaalt de prioriteit Klachten en meldingen worden geprioriteerd De gemeente is verantwoordelijk voor veel toezicht- en handhavingstaken en het is niet mogelijk om alles te controleren of elke overtreding aan te pakken. In de U&H-strategie zijn daarom keuzes gemaakt. Een risicoanalyse en prioritering is tot stand gebracht met behulp van een risicomatrix en evaluatie. In 2026 wordt nadrukkelijk gewerkt volgens het principe dat de risicoanalyse en prioriteitenstelling richtinggevend is voor de uitvoering van de VTHwerkzaamheden. Dat betekent dat binnenkomende signalen, meldingen en toezichtstaken niet langer enkel op volgorde van binnenkomst worden opgepakt, maar worden beoordeeld op hun risico voor veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en de fysieke omgeving. Toezichthouders en juridisch medewerkers wegen dit in eerste instantie zelf af, waarbij de bekende risicomatrix het vaste instrument blijft voor het bepalen van urgentie. Deze werkwijze vraagt dat medewerkers niet alleen de inhoud van signalen zorgvuldig duiden, maar ook de bredere context herkennen, bijvoorbeeld wanneer eerdere overtredingen, kwetsbare doelgroepen of brandveiligheidsrisico’s een rol spelen. Door deze werkwijze ontstaat een transparant en herleidbaar proces, waarbij duidelijk is waarom bepaalde klachten sneller worden opgepakt dan andere.

Meldingen die bijvoorbeeld betrekking hebben op brandveiligheid, constructieve veiligheid of ernstige hinder voor de leefomgeving krijgen hierdoor aantoonbaar voorrang boven meldingen met een beperkt en tijdelijk karakter. Informatie uit eerdere dossiers, herhaalde meldingen over dezelfde locatie en signalen van zoals politie, brandweer of omgevingsdienst worden expliciet betrokken bij de weging. Afhandeling vindt plaats op basis van prioriteit De prioritering bepaalt in 2026 daadwerkelijk de volgorde en wijze van afhandeling. Dossiers met hoge prioriteit worden binnen strakkere interne termijnen opgepakt en waar nodig voorzien van versnelde inzet van toezicht ter plaatse, overleg met interne en externe partners en besluitvorming over handhavingsmaatregelen. Bij meldingen met een lagere prioriteit wordt de inzet meer planmatig ingepland, bijvoorbeeld door deze te combineren met thematische of gebiedsgerichte controles. Binnen de organisatie worden interne werkafspraken gemaakt over de maximale doorlooptijden per prioriteitscategorie en over de rolverdeling tussen toezichthouders, juristen en beleidsmedewerkers. Door in het CLO-systeem nauwkeurig bij te houden hoe dossiers zich ontwikkelen en welke prioriteit zij hebben, wordt het mogelijk om vroegtijdig te zien waar vertraging of knelpunten ontstaan.

Daarnaast wordt ingezet op een uniforme werkwijze door soortgelijke meldingen op een vergelijkbare manier te beoordelen en behandelen. Hierdoor zijn zowel de doorlooptijden als de handelingen in dossiers voorspelbaar en goed te verantwoorden. De jaarlijkse evaluatie wordt gebruikt om te beoordelen of de gekozen prioritering in de praktijk daadwerkelijk bijdraagt aan een betere bescherming van de leefomgeving en om vast te stellen waar eventuele bijsturing nodig is. Capaciteit en middelen worden inzichtelijk gemaakt Een goede prioritering is alleen effectief als duidelijk is welke capaciteit en middelen beschikbaar zijn. In 2026 wordt het inzicht in de beschikbare capaciteit en middelen verder aangescherpt, zodat de uitvoering van de VTH-werkzaamheden beter kan worden afgestemd op de vastgestelde prioriteiten. Uitgangspunt is dat duidelijk moet zijn hoeveel tijd en expertise nodig

15

is om de werkzaamheden binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving zorgvuldig en tijdig uit te voeren. Dit inzicht maakt het mogelijk om vooraf te bepalen welke werkzaamheden haalbaar zijn binnen de beschikbare middelen en waar mogelijke knelpunten ontstaan. Hierdoor kan de organisatie tijdig bijsturen, keuzes onderbouwen en het bestuur en de inwoners realistische verwachtingen meegeven. Bovendien draagt dit bij aan een continue verbetering van de VTH-uitvoering, doordat capaciteit en prioriteit structureel in samenhang worden beoordeeld. Hierop kan vervolgens worden ingespeeld in de toekomst zoals herprioritering in de U&H-strategie. 4.2.2 Versterken integrale samenwerking Tijdig betrekken interne en externe partners In 2026 wordt extra ingezet op het tijdig en structureel betrekken van interne en externe partners bij VTH-casuïstiek. In een vroeg stadium wordt beoordeeld welke partners, zoals politie, brandweer, omgevingsdienst of de GGD, een rol kunnen spelen. Door deze beoordeling ontstaat vanaf het begin een integrale aanpak. De bestaande overlegvormen, waaronder de handhavingsoverleggen worden gebruikt om gezamenlijk de meest passende route te bepalen. Daarbij wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan het uitwisselen van relevante informatie binnen de wettelijke kaders, zodat partners voldoende zicht krijgen op elkaars rol en bevoegdheden.

De korte lijnen die reeds bestaan, worden verder versterkt door het actualiseren van samenwerkingsafspraken, het afstemmen van processen en het periodiek samen evalueren van gezamenlijke casussen. Op die manier groeit het wederzijdse vertrouwen en wordt voorkomen dat dossiers blijven hangen tussen organisaties. Ook intern wordt de samenwerking geïntensiveerd. Medewerkers van VTH, veiligheid, sociaal domein en ruimtelijke ontwikkeling worden eerder aangesloten bij signalen die meerdere beleidsvelden raken. Dit draagt bij aan integrale afwegingen bij zowel vergunningverlening als handhaving en zorgt ervoor dat maatregelen elkaar versterken in plaats van overlappen of tegenwerken. Integrale controles Integrale controles vormen in 2026 een belangrijk instrument om risicovolle situaties breed in beeld te brengen. Waar reguliere controles zich vaak richten op één specifiek aspect, zoals bouwen of gebruik, wordt bij integrale controles op meerdere thema’s tegelijk gecontroleerd. Daarbij zijn, afhankelijk van de casus, onder meer toezichthouders van de gemeente Oisterwijk, de omgevingsdienst, brandweer, politie, boa’s en eventueel zorg- of veiligheidspartners betrokken. Na afloop van een integrale controle wordt de uitkomst niet alleen per dossier vastgelegd, maar ook gezamenlijk geëvalueerd.

De leerpunten uit deze evaluaties worden gedeeld in de verschillende overlegstructuren en benut om toekomstige integrale acties verder te verbeteren. De gemeente Oisterwijk maakt onderdeel uit van het BIT Hart van Brabant (Bestuurlijk Interventieteam). Naast de gemeente(n) bestaat het BIT uit externe partners zoals politie, Belastingdienst, Nederlandse Arbeidsinspectie en NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit). Het BIT voert in 2026 minimaal tien integrale controles uit. Deze controles richten zich onder meer op recreatieparken, illegale prostitutie en mensenhandel, huisvesting arbeidsmigranten en opslaglocaties.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16414161/1