Bijlage 9 - afwegingskader wijziging Wgr
Tekst van het document
Bijlage 9, afwegingskader wijziging Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) Bij een aantal bepalingen uit de gewijzigde Wgr die geïmplementeerd moeten worden, moet een keuze worden gemaakt: 1. actieve informatieplicht door het bestuur (art. 17 Wgr). 2. participatie inwoners en belanghebbenden(art. 10 lid 7 en 8 Wgr), 3. zienswijze raden bij specifieke besluiten (bovenop de reeds wettelijk vereiste bij begroting en tekst GR, art. 10 lid 6 Wgr), 4. raadsadviescommissie (wordt op verzoek gezamenlijke raden ingesteld, er hoeft in de GR geen keuze te worden gemaakt art. 24a Wgr), 5. evaluatie (de regeling moet expliciet een keuze maken, art. 11 Wgr), en 6. uittreding (er moet een bepaling zijn art. 9 Wgr). Om een systematische keuze te maken, is door Proof Adviseurs, een externe organisatie die ons in dit proces adviseert, voorgesteld om met een afwegingskader te werken, waarbij per keuze drie varianten worden onderscheiden: • Een specifieke variant, die helemaal gedetailleerd uitwerkt hoe men te werk gaat in toekomstige situaties. Voordeel is, alles is meteen toetsbaar vastgelegd. Nadeel is, niemand kan in de toekomst kijken, en men legt zich toch vast voor de toekomst. • Een dynamische variant, die juist per geval mogelijk maakt om een eigen dynamiek te creëren. Voordeel is, men maakt dynamiek mogelijk.
Nadeel is op voorhand staat niet onomstotelijk vast hoe in toekomstige gevallen wordt gehandeld. • Een minimale variant. Met deze variant wordt voldaan aan het wettelijk vereiste, zonder te veel te tornen aan huidige, goed werkende praktijken. Hieronder worden de verschillende varianten uitgewerkt per onderdeel waarin een keuze gemaakt dient te worden. 1. Actieve informatieplicht Specifiek In de GR expliciteren welke informatie in ieder geval op welke wijze gedeeld wordt en details (of eventuele aanvullingen) opnemen in een (door het algemeen bestuur) vast te stellen informatieprotocol. Dynamisch In de GR vastleggen dat het algemeen bestuur in een informatieprotocol vastlegt welke informatie op welke wijze wordt gedeeld (al dan niet met zienswijze voorafgaand aan het vaststellen van het informatieprotocol). Minimaal Er wordt volstaan met de algemene bepaling dat het bestuur (algemeen en dagelijks) gevraagd en ongevraagd aan de raden alle inlichtingen verstrekt door toezending die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid. 2. Participatie Specifiek Specifiek in de GR benoemen bij welke besluiten participatie van belanghebbenden en ingezetenen plaats vindt en op welke manier.
Dynamisch Het algemeen bestuur laten besluiten (al dan niet na zienswijze) wanneer en op welke onderwerpen een bijeenkomst voor ingezetenen en belanghebbenden wordt gehouden. Minimaal In de GR opnemen dat ingezetenen en belanghebbenden inbreng kunnen hebben op de voorbereiding, uitvoeringen evaluatie van beleid via de gebruikelijke mogelijkheden bij de gemeenten waar de bestuursorganen van deelnemen aan de GR. 3. Zienswijze raden bij specifieke besluiten van het bestuur Specifiek In de GR expliciet vastleggen op welke besluiten (naast de wettelijk verplichte, zoals bijvoorbeeld de conceptbegroting) zienswijze gegeven moet worden. Dynamisch In de GR bepalen dat alle besluiten die aanzienlijk politiek of financieel belang hebben door het algemeen bestuur ter zienswijze aan de raden moeten worden voorgelegd. Minimaal 1
In de GR opnemen dat buiten de wettelijk verplichte, er geen aanvullende besluiten ter zienswijze aan de raden worden voorgelegd. 4. Raadsadviescommissie Specifiek In de GR bepalen een raadsadviescommissie gewenst is en in de GR expliciteren wat het doel is en de wijze waarop de raadsadviescommissie ingezet wordt. Dynamisch In de GR bepalen hoe de procedure tot instellen van een raadsadviescommissie verloopt. Minimaal Huidige situatie laten voortbestaan: geen adviescommissie. De GR vermeldt slechts de wettekst, dat op gezamenlijk verzoek van de raden een raadsadviescommissie wordt ingesteld door het AB. 5. Evaluatie Specifiek In de GR een vaste cyclus van evaluatie opnemen (passend bij de cyclus van de betreffende GR) waarbij ook wordt vastgelegd op welke punten in ieder geval geëvalueerd wordt. Dynamisch Opnemen in de GR dat op verzoek van één of meer van de deelnemers evaluatie gestart kan worden en dat het algemeen bestuur beslist over het wel of niet en over de onderzoeksopdracht. Ook kan een maximum worden opgenomen, bijvoorbeeld maximaal eens in de drie jaar, of eens in de vijf jaar. Eventueel kan worden opgenomen dat het besluit om wel of niet te evalueren of de onderzoeksopdracht ter zienswijze aan de raden wordt voorgelegd.
Minimaal In de GR opnemen dat op voorhand geen afspraken gemaakt worden over evaluatie, of waar al een evaluatiebepaling bestaat deze ongewijzigd laten. 6. Uittreding Specifiek In de GR alle afspraken precies vastleggen, waarbij zowel het proces als de wijze van het bepalen van de uittreedsom in de GR wordt vastgelegd. Dynamisch In de GR de procedure en de wijze van het bepalen van de uittreedsom vastleggen, tenzij het algemeen bestuur bij unanimiteit bepaalt dat afgeweken wordt van de betreffende uittreedregeling, waarbij het unanieme besluit van het algemeen bestuur eventueel ook ter zienswijze aan de raden voorgelegd dient te worden. Minimaal In de GR opnemen welke kaders in ieder geval gelden voor het proces en voor de bepaling van de uittreedsom en op basis van die kaders het algemeen bestuur een uittredingsrichtlijn laten vaststellen, eventueel nadat deze uittredingsrichtlijn aan de raden ter zienswijze is voorgelegd.
2