CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling

RAAD 12 december 2024, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Bindend advies Flexwoningen Moergestelseweg - AANGENOMEN1.879 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Creatief met leefomgeving Sterk in omgevingsrecht

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling “Flexwoningen Moergestelseweg” Oisterwijk Gemeente Oisterwijk

www.burogkracht.nl

Schijfstraat 8 | Postbus 323, 5060 AH Oisterwijk | 06 232 74 307 | info@burogkracht.nl | burogkracht.nl ABN Amro NL75 ABNA 0248112600 | BTW NL857748117B01 | KvK 69127816

2 oktober 2024

Inleiding 1.1

Aanleiding

De gemeente Oisterwijk is voornemens aan Moergestelseweg 40a, 24 kleine, tijdelijke woningen in het sociale segment te vergunnen. De ontwikkeling is in strijd met de regels uit het tijdelijk omgevingsplan. Voor de ontwikkeling wordt een Bopa-procedure doorlopen.

1.2

Samenvatting

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is deze m.e.r.- aanmeldingsnotitie opgesteld. Deze notitie dient als onderbouwing voor de afwijkingsprocedure. De gronden waarop de woningbouw wordt gerealiseerd hebben momenteel de bestemmingen ‘Wonen” waar slechts één woning is toegestaan en de bestemming Maatschappelijk. Binnen deze bestemming is het parkeren voorzien. Het parkeren is toegestaan binnen deze bestemming echter niet voor woondoeleinden. Deze notitie maakt aantoonbaar dat bij de afwijking van de regels uit het tijdelijk omgevingsplan geen uitgebreide m.e.r.-procedure hoeft te worden doorlopen.

1.3

Bijlage V, Omgevingsbesluit

Bijlage V bij het Omgevingsbesluit in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit bepalen of een besluit project-merplichtig of mer-beoordelingsplichtig is. Bijlage V bij het Omgevingsbesluit heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van projecten waarvoor een mer-(beoordelings)plicht geldt. In kolom 4 zijn de besluiten opgenomen die betrekking hebben op projecten waarvoor de mer-(beoordelings)plicht geldt. Of er voor het besluit een mer-plicht of een merbeoor- delingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Met die planvoornemen wordt een aantal nieuwe tijdelijk vergunde woningen gerealiseerd. Voorgenomen ontwikkeling betreft een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor een stedelijk ontwikkelingsproject is een mer-plicht niet van toepassing (zie tabel 4.1, kolom 2). Er is sprake van aanleg, wijziging of uitbreiding, waarvoor een merbeoordelingsplicht geldt (zie tabel 4.1, kolom 3). Onderzocht is of er aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Aan de hand van de bevindingen, zoals beschreven in de aanmeldnotitie, kan worden geconcludeerd dat er rekening houdend met; 1. 2. 3.

De kenmerken van het project; De plaats van het project; en De kenmerken van het potentiele effect;

Onderdeel J11 van bijlage V van het Omgevingsbesluit In deze aanmeldnotitie is beschreven of milieueffecten kunnen optreden en zo ja in welke mate deze plaatsvinden.

2

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Kenmerken van de activiteit 2.1

Inleiding

Als eerste hoofdcriterium wordt genoemd: de kenmerken van de activiteit. Hierbij komen naast algemene gegevens van het project, zoals de omvang en de aard van de voorgenomen activiteit ook mogelijke cumulatieeffecten met andere nabijgelegen projecten aan de orde.

2.2

Omvang en aard van de activiteit

De realisatie van de 24 nieuwe tijdelijke woningen is niet mogelijk binnen het tijdelijk omgevingsplan. Daarom zal primair een ruimtelijke procedure moeten worden doorlopen door middel van een buitenplanse omgevingsplan activiteit (Bopa-procedure). In de bestaande situatie is het terrein deels bebouwd met een inmiddels niet meer gebruikt schoolgebouw. Het betreft gronden die zijn gelegen aan de rand van het dorp Oisterwijk binnen de gemeente Oisterwijk. De planologische procedure zal uiteindelijk resulteren in de bouw van 24 tijdelijke woningen, de aanleg van een nieuw parkeerterrein en openbaar groen en verblijfsgebied. De nieuwe woningen worden via een nieuw aan te toegangsweg ontsloten op de bestaande infrastructuur.

2.3

Mogelijke cumulatie-effecten

Cumulatie met andere projecten is in deze situatie niet aan de orde. De ontwikkeling vindt plaats in de rand van het bestaand stedelijk gebied van het dorp Oisterwijk. De realisatie van deze woningen en de aanleg van het verblijfsgebied versterkt de ruimtelijke kwaliteit. De woningen voorzien in de geraamde actuele regionale behoefte. Dit is ook afgestemd in het regionaal ruimtelijk overleg waarmee sprake is van een duurzame ontwikkeling. In dit stadium kan niet gesproken worden van enige cumulatie – effecten.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

3

Plaats van het project 3.1

Inleiding

Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop een project van invloed kan zijn, dient te worden betrokken het bestaande grondgebruik, de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, het opnamevermogen van het natuurlijke milieu met in het bijzonder aandacht voor de beschermde gebieden.

3.2

Kenmerken van de locatie en natuurwaarden

Het plangebied is omsloten door infrastructuur, sportaccommodaties, woningen en agrarische gronden. Het plangebied heeft een bebouwd oppervlakte van 805 m2. Het terrein is op dit moment deels onbebouwd, deels verhard en bebouwd met een voormalig schoolgebouw. Natuurwaarden, Flora en fauna Het plangebied is niet gelegen in een stiltegebied of binnen het Natuurnetwerk Nederland (in de wet aangeduid als de ecologische hoofdstructuur). Voor de ontwikkeling is een natuuronderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er geen natuurwaarden worden geschaad onder de voorwaarden dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden; De werkzaamheden dienen buiten de broedperiode (deze loopt van maart-augustus) uitgevoerd te worden. Wanneer het niet mogelijk is om de werkzaamheden in deze periode uit te voeren of op te starten dient er een broedvogelcheck maximaal 3 dagen voorafgaand aan de werkzaamheden door een ecoloog uitgevoerd te worden. Indien nesten aanwezig zijn dienen werkzaamheden uitgesteld te worden totdat de jongen het nest hebben verlaten. Gelet op de gevonden en te verwachten ecologische waarden en de beoogde planontwikkeling is de verwachting dat de voorgenomen plannen uitvoerbaar zijn. Ook is een onderzoek gedaan naar de effecten van stikstof op nabijgelegen natuurgebieden.

Op basis van dit onderzoek is gebleken dat er geen nadelige effecten te verwachten zijn onder de voorwaarde dat machines en werktuigen gebruikt worden die minimaal stageklasse IV zijn en uitgerust zijn met het AdBlue-systeem; Het is essentieel dat de aannemer ten tijde van de bouwwerkzaamheden bij de op diesel aangedreven machines en werktuigen gebruik maakt van minimaal stageklasse IV materiaal (met AdBlue-systeem). Ten aanzien van de inzet van graafmachines, hijskranen en verreikers is minimaal een stage V-klasse nodig. Met deze uitgangspunten blijft onderhavige aanlegfase binnen de gewenste drempelwaarde van 0,00 mol/ha/jr. Uit de rekenresultaten blijkt dat de gewenste ontwikkeling in de gebruiksfase niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie in de beoogde situatie bedraagt 0,00 mol/ha/jr. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de beoogde situatie, geen significant nadelige gevolgen met betrekking tot het aspect verzuring op Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Conform de “Handreiking Voortoets Stikstof van BIJ12 is geen passende beoordeling noodzakelijk.

4

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Kenmerken van de potentiele effecten 4.1 Geluid Omdat met het planvoornemen nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk worden gemaakt, is een beoordeling van het wegverkeerslawaai uitgevoerd. Uit deze beoordeling is gebleken dat als gevolg van het wegverkeer van de standaardwaarde op enkele meetpunten wordt overschreden maar dat er grond is om van de standaardwaarde af te kunnen wijken. De beoogde ontwikkeling heeft zelf geen effecten voor de geluidssituatie voor omliggende gebouwen en percelen. De verkeersaantrekkende werking van de extra woningen die met deze ontwikkeling wordt gerealiseerd is nihil in vergelijking met wat de bestaande maatschappelijke functie aan verkeer met zich mee kan brengen en tot voor kort toen de school nog in gebruik was met zich meebracht.

4.2 Bodem Ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling wordt de bestemming en de toegestane gebruiksvormen van het perceel aangepast. Daarom is een bodemonderzoek uitgevoerd. De geplande bouwactiviteitenen en de beoogde functie (wonen) geven geen aanleiding om te veronderstellen dat ze een nadelig effect hebben op de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem. Bovendien concludeert het onderzoek dat er op een enkel meetpunt sprake is van een mogelijke verontreiniging van het freatisch grondwater. Dit zal met de beoogde ontwikkeling als nader onderzoek daar aanleiding voor geeft, worden gesaneerd. In dat geval zal de bodem en de kwaliteit van het grondwater door de ontwikkeling zelfs worden verbeterd.

4.3 Luchtkwaliteit De realisatie van 24 woningen blijft ruim onder de grens van 1.500 woningen. Het project draagt niet in betekende mate bij aan de luchtverontreiniging. Voor de ontwikkeling is onderzoek naar de effecten van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit in de omgeving niet noodzakelijk.

4.4 Omgevingsveiligheid Het plaatsgebonden risico van risicobronnen vormt geen knelpunt. Ter verantwoording van het groepsrisico is een inventarisatie gedaan naar eventuele aandachtsgebieden in de omgeving. Deze beoordeling betreft alle risicobronnen die kunnen leiden tot een groepsrisico, zoals Bevi-inrichtingen, buisleidingen en autowegen. Met de plannen worden geen nieuwe risicobronnen mogelijk gemaakt. Het project heeft geen invloed op het aspect omgevingsveiligheid.

4.5 Bedrijven- en milieuzonering In de omgeving zijn enkele bedrijfsactiviteiten aanwezig. Deze zijn op voldoende afstand van de nieuwe tijdelijke woningen gelegen. Met de beoogde ontwikkeling worden geen nieuwe bedrijfsactiviteiten bestemd die niet passen binnen de omgeving. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de omgeving.

4.7 Archeologie De locatie heeft volgens de Archeologische verwachtingskaart van de gemeente een lage beschermende archeologische waarde. De kans op verstoring van het archeologisch bodemarchief door de beoogde ontwikkeling is nihil.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

5

4.8 Water Door de beoogde realisatie van het planvoornemen is sprake van een verharding van circa 1,491 m2. Voor de afvoer van hemelwater geldt het uitgangspunt 'hydrologisch neutraal ontwikkelen'. Dit houdt in dat het hemelwater dat op daken en verhardingen valt, niet versneld mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Deze verharding zorgt bij een zware bui voor een te bergen/ infiltreren hoeveelheid hemelwater van 90 m3. In het plangebied is de mogelijkheid aanwezig om deze hoeveelheid ter plaatse van het nieuwe openbaar terrein eventueel in laagtes op te vangen. Het plangebied biedt voldoende ruimte om deze hoeveelheid in te passen. Voor deze en alle andere mogelijke oplossingsrichtingen geldt sowieso dat het regenwater en afvalwater gescheiden wordt ingezameld. Dit planvoornemen heeft dan ook geen nadelige gevolgen voor de waterhuishoudkundige situatie binnen het plangebied.

4.9 Gebiedszonering Het plangebied is niet gelegen binnen een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Daarnaast is het plangebied niet gelegen binnen aardkundig waardevolle gebieden. Dit planvoornemen heeft dan ook geen nadelige gevolgen voor de aanwezige waarden in de bodem.

6

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Conclusie Zoals weergegeven in hoofdstuk 1 dient in de m.e.r. aanmeldnotitie aandacht te worden besteed aan de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. De criteria luiden als volgt: • kenmerk van de activiteit; • plaats van de activiteit; • kenmerken van het potentiële effect (in samenhang met bovenstaande omstandigheden). Deze aspecten zijn in voorgaande hoofdstukken aan bod gekomen en hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet van negatieve invloed is op Natura – 2000 gebieden dan wel andere natuurwaarden zoals het NNB en de groenblauwe mantel. Tevens blijkt dat uit de beschrijving van de verwachte milieueffecten die is opgenomen in hoofdstuk 3 volgt dat de realisatie van de tijdelijke woningen niet zal leiden tot belangrijke negatieve milieugevolgen. Op basis van voorgaande beoordeling wordt geconcludeerd dat de beoogde nieuwbouw, gezien de kenmerken, plaats en potentiele effecten geen belangrijke negatieve milieueffecten kan veroorzaken die een volwaardige m.e.r.-procedure wenselijk of noodzakelijk maken.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14782058/1