Bijlage 7 Aanvullend participatietraject agrarische en natuurpartijen voorjaar 24 versie 10-06-24
Tekst van het document
Bijlage 7 - Aanvullend participatieproces agrarische en natuurpartijen voorjaar ‘24 Inhoudsopgave is klikbaar
1.
Plan van aanpak gesprekken landbouw d.d. 26-3-24 ..................................................................................... 2
2.
Verslag sessie 1 landbouworganisaties 2-4-24 ............................................................................................... 3
3.
Verslag sessie 2 landbouworganisaties 12-4-24 ............................................................................................. 9
4.
Verslag sessie natuurorganisaties 17-4-24 ................................................................................................... 17
5.
Verslag sessie 3 landbouworganisaties 23-4-24 ........................................................................................... 23
6.
Notitie sessies landbouw AANPASSINGEN KOERSDOCUMENT .................................................................... 31
7.
Reactie Treeport en ZLTO 6 mei 2024 .......................................................................................................... 37
8.
Reactie Natuurmonumenten, Brabants Landschap, BMF en Biodiversiteitsteam Oisterwijk 6 mei 2024 ... 39
9.
Reactie Duinboeren 10 mei 2024 ................................................................................................................. 41
10. Brief Pieter van Geel 15 mei ’24 ................................................................................................................... 42 11. Aanpassingen coöperatie Biezenmortel ....................................................................................................... 43 12. Verslag extra sessie landbouworganisaties 21-5-24 .................................................................................... 45
1
1. Plan van aanpak gesprekken landbouw d.d. 26-3-24 Doel Vertrouwen herstellen én het gesprek aangaan op belangrijke onderwerpen in het koersdocument aangaande landbouw, natuur en de economie van het buitengebied met de agrarische partners, ten einde nader tot elkaar te komen en bij voorkeur gezamenlijk concrete aanbevelingen te doen voor bijstelling van het koersdocument. Wat moet er aan koersdocument worden toegevoegd, veranderd etc. om een redelijke mate van tevredenheid over en weer te realiseren? Inclusief duidelijkheid waar we het wel en niet over eens zijn Doorspreken hoe we na de vaststelling verder samen optrekken in de uitvoering. We benaderen dit vanuit de doelen. Wat beogen we op te lossen? Om vervolgens gezamenlijk tot conclusies te komen. Wie ZLTO Den Bosch (#) én afdeling Hart van Brabant (#), Treeport Midden Brabant (#), Duinboeren (#), Gemeente Tilburg (Rik Grashoff en Bas van der Pol), Gemeente Oisterwijk (Eric Logister en Anne Cristien Spekle) Onafhankelijk gespreksleider: Pieter van Geel Onafhankelijk (externe) verslaglegging: # Hoe en waar Sessie 1: 2 april: 17.00 – 22.00 uur (De Mooie Schuur Udenhout) 17.00-17.30u: Inloop 17.30-17.45u Bespreken en vaststellen plan van aanpak 17.45-18.15u Terugblik doorlopen proces en leerpunten formuleren.
Hoe is het proces vanuit partijen over en weer ervaren? 18.15-18.45u Presentatie Versailles van het Noorden door West 8 (#) 18.45-19.15u: Presentatie Gebiedsplan Duinboeren. Eten 20.15-21.45u: Doorpraten relatie VVHN, Gebiedsplan en koersdocument en wat we kunnen “zwaluwstaarten”. Sessie 2: 12 april: 15.00-19.00 uur (ntb) 15.00-16.30: Bespreken van alle onduidelijkheden en vragen van partijen. Waar mogelijk sturen partijen hun vragen van te voren al toe, zodat we daar zo goed mogelijk op kunnen voorbereiden. Pauze 17.00-19.00 Gesprek op doelstellingenniveau langs de thema’s uit het koersdocument. Waar zitten de overeenkomsten in de doelen en waar zitten de verschillen in doelen? Incl. het waterschap. Separate sessie op 17 april: gesprek Natuurmonumenten, Brabants Landschap, BMF en B-team Oisterwijk Sessie 3: Plannen tijdens eerste sessie Concrete oplossingsrichtingen: Die zich vertalen in concrete aanpassingen in koersdocument Die zich vertalen in verdere uitwerking. En hoe zich dit verhoudt tot GGA’s Samenwerking, GGA’s, uitvoering. Hoe nu verder?
2
2. Verslag sessie 1 landbouworganisaties 2-4-24 Verslag
Gesprek gemeenten met agrarische partners inzake onderwerpen aangaande landbouw, natuur en economie buitengebied - sessie 1
Datum Locatie
Dinsdag 2 april 2024 (17.00-21.30 uur) De Mooie Schuur, Molenhoefstraat 18 te Udenhout
Deelnemers
Pieter van Geel, onafhankelijk gesprekleider #, namens ZLTO afd. ’s-Hertogenbosch, lid regiegroep Van Gogh Nationaal Park #, agrariër en namens ZLTO afd. Hart van Brabant (Tilburg, Oisterwijk en Goirle) #, boomkweker en namens ZLTO afd. Hart van Brabant #, adviseur Treeport Midden Brabant #, boomkweker en namens Treeport Midden Brabant #, namens Stichting Duinboeren #, biologische melkveehoudster en namens stichting Duinboeren Rik Grashoff, wethouder gemeente Tilburg Bas van der Pol, wethouder gemeente Tilburg Eric Logister, wethouder gemeente Oisterwijk #, projectleider koersdocument gemeente Tilburg #, projectleider koersdocument gemeente Oisterwijk #, programmamanager stedelijke ontwikkeling gemeente Tilburg #, landschapsarchitect West 8 urban design & landscape architecture B.V.
Gasten:
#, Kempenadvies #, landschapsarchitect gemeente Tilburg
Verhinderd:
Anne Cristien Spekle, wethouder gemeente Oisterwijk #, Strootman Landschapsarchitecten
Verslag
#, onafhankelijke verslaglegging
Een tweede gesprek staat gepland op 12 april (15.00-19.00u). Als datum voor de derde sessie is gekozen voor dinsdag 23 april (17.00-22.00 uur). Met de partijen Natuurmonumenten, Brabants Landschap, BMF en B-team Oisterwijk vindt separaat overleg plaats op 17 april. 1. Opening Gespreksleider en voorzitter Pieter van Geel opent het gesprek met de woorden dat het goed is dat de partijen aan tafel zitten met de bereidheid met elkaar in gesprek te gaan over de kwesties waarover discussie is ontstaan. Hij stelt vast dat er bij de deelnemers gemeenschappelijk draagvlak is voor zijn voorzitterschap. Vervolgens volgt er een korte voorstelronde. Wethouder Rik Grashoff deelt mee dat vanwege de gewijzigde collegesamenstelling onderdelen uit zijn portefeuille, t.w. Groen en water in en om de stad, Klimaatadaptatie en Natuur- en landschapsontwikkeling, zijn overgedragen aan zijn collega-wethouder Evelien Kostermans. Het proces rondom het koersdocument blijft vooralsnog onder zijn regie totdat er in de gemeenteraad besluitvorming heeft plaatsgevonden. [Planning is nu: De gemeenteraad van Tilburg neemt op 1 juli een definitief besluit over de Oostflank; de gemeenteraad van Oisterwijk op 27 juni] 2. Bespreken en vaststellen plan van aanpak De voorzitter stelt vast dat iedereen instemt met het voorgestelde plan van aanpak voor de te voeren gesprekken.
Dit eerste gesprek is gericht op herstel van het wederzijdse vertrouwen, leerpunten te benoemen aangaande het proces, en het verhelderen van standpunten aangaande belangrijke onderwerpen. De onduidelijkheden en vragen van partijen die naar voren komen, zullen uitgangspunt zijn voor het tweede
3
gesprek. Dan zullen de thema’s op doelstellingenniveau (wat beogen we op te lossen? ) worden langsgelopen om vast te stellen waar overeenkomsten dan wel verschil van inzichten zitten. Ook het Waterschap sluit aan bij de tweede sessie. Oplossingsrichtingen zullen in het derde gesprek verkend en verankerd worden, met de vertaalslag naar concrete aanpassingen in het koersdocument en met afspraken over het vervolgproces. Concreet zijn de vragen: - Wat moet er aan het koersdocument worden toegevoegd, veranderd etc. om een redelijke mate van tevredenheid over en weer te realiseren? Inclusief duidelijkheid waar we het wel en niet over eens zijn. Doorspreken hoe we na de vaststelling van het koersdocument verder samen optrekken in de uitvoering. 3. Terugblik op het doorlopen proces en leerpunten formuleren Partijen geven een korte reflectie op hoe ze over en weer het proces hebben ervaren. Er worden leerpunten geformuleerd. ▪ Treeport ervoer de gespreksmomenten in het traject dat voorafging aan het opstellen van het koersdocument niet als serieuze inspraak. Het plan Oostflank zoals reeds opgesteld, bleef het vertrekpunt. Op inhoud kwam men niet in gesprek en daarover ontstond irritatie. Daarom besloot de belangenvereniging voor de boomkwekerijsector in samenwerking met ZLTO en Van Gogh NP zelf een integraal plan op te stellen (Versailles van het Noorden).
Daarin komen alle - in hun ogen ook de gemeentelijke - opgaven aan bod én is een toekomst weggelegd voor de boomkwekerij. Als leerpunt geven ze mee: Geef als overheid helderheid over de status van het overleg. En handel daarnaar. ▪ De wethouders zien het traject dat is doorlopen rondom het koersdocument anders, maar stellen dat er mogelijk sprake is van misverstanden. Zij zeggen dat de gemeenten oprecht serieus hebben geluisterd en hebben gekeken naar de zowel mondeling als schriftelijk geleverde input en zienswijzen, getuige de vrijwel volledig herschreven (en verbeterde) landbouwparagraaf. Vanuit Treeport wordt gesteld dat vooral de toon is aangepast en niet zo zeer de inhoud. ▪ ZLTO stelt dat werkelijke participatie in een proces om tot planvorming te komen, iets anders is dan een lijst van contactmomenten. Volgens hen zijn er in het traject kansen gemist in het gezamenlijk optrekken teneinde de ambities van alle betrokken partijen meer met elkaar te verbinden en gebruik te maken van elkaars kwaliteiten. Wethouder Van der Pol zegt dit signaal te herkennen en vindt ook dat dit anders en beter kan, echter tijdens de contactmomenten is wel goed geluisterd naar de reacties en is naar aanleiding van de geleverde kritiek behoorlijk op inhoud gesleuteld aan de landbouwparagraaf. Volgens Treeport en ZLTO is dat echter niet voldoende.
▪ De Duinboeren hebben geconstateerd dat hun gebiedsplannen in het koersdocument niet terugkomen, doch vanuit de gemeenten is toegezegd dat ze richting de uitvoering wel zullen worden meegenomen. Hoe ze concreet in het koersdocument worden vervat, komt in de laatste gesprekssessie aan de orde. ▪ Hoe naar de gemeenteraden uit te leggen dat na een traject van 4 jaar het koersdocument in enkele maanden wordt herschreven, vraagt de heer # (ZLTO). Zijn kritiek is gericht op de opeenstapeling van allerlei opgaven in het koersdocument - niet realistisch in zijn ogen - en het krappe tijdpad voor het samen met belanghebbende partijen op te trekken over de natuur- en landbouwopgave. Die opgave is pas 2 jaar geleden aan de (SRBT-) woningbouwopgave gekoppeld waarbij de vraag is of die koppeling terecht is. ▪ Wethouder Van der Pol geeft toe dat vanuit zijn portefeuille sterk de focus is gelegd op de woningbouwopgave, maar wel met de visie om de dorpen ruimtelijk niet aan elkaar te laten groeien om zoveel mogelijk natuur- en landbouwgebied te sparen. Hij erkent dat het economische belang van de sectoren in het buitengebied nog onvoldoende in het koersdocument is belicht. Die integrale benadering wordt voortaan bij volgende ruimtelijke gebiedsontwikkelingen wel expliciet gedaan.
Om het been bij te trekken, zijn deze gesprekken bedoeld opdat er draagvlak is voor de economische paragraaf in het koersdocument. Duidelijk is dat er op het buitengebied een enorme druk ligt, doch met slim ruimtegebruik en elkaar vinden op inhoud, willen de beide gemeenten stappen vooruit zetten. Uit voorgaande reflecties proeft de voorzitter de bereidheid bij partijen om gezamenlijk invulling te geven aan het verdere proces, de inhoud en de uitvoering met de focus op wat er in het gebied mogelijk is. Om de gemeenten de ruimte te bieden het been bij te trekken, zijn de twee navolgende presentaties van Treeport/ZLTO en de Duinboeren bedoeld. 4.
Presentatie Versailles van het Noorden, door # (West 8) 4
De presentatie is als bijlage bij dit verslag gevoegd. Aangegeven is dat het landschap een sterke transformatie zal ondergaan doordat de kwekerijsector, die zeer prominent aanwezig is in het gebied, enorm innoveert en op allerlei fronten verduurzaamt in navolging van regelgeving, marktwerking en technologische vernieuwingen. Sprake is van een samenwerkingsnetwerk van Brabantse kwekers en bedrijven die op internationale schaal producten van hoge kwaliteit leveren. Het kwekerijenlandschap van de toekomst ontstaat door nog meer integraal samen te werken. Dit document is een eerste houtkoolschets die aangeeft hoe de verschillende lagen bij elkaar komen. Verhelderingsvragen en discussie n.a.v. de presentatie: - Wethouder Logister stelt vast dat twee relevante en verbindende slides ontbreken in het document dat eerder met de gemeenten is gedeeld. Die informatie is voor hen dan ook nieuw. Dat hierop wordt aangegeven dat men kiest voor een coöperatieve benadering in de sector en een integraal gelaagde koppeling met natuur, water, landschap en recreatie, vinden alle drie de wethouders absoluut positief. Echter veel groenschetsen zijn volgens wethouder Grashoff nog multi-interpretabel; wat is concreet ingetekend? Bos, natuur, kwekerslandschap? Hij mist een legenda bij de tekeningen.
- Blijft het aantal kwekers inderdaad (zoals door de heer #(West 8) in zijn presentatie gesteld) gelijk, of wordt het minder? Op die vraag van wethouder Logister is het antwoord niet eenduidig: ‘persoonlijke mening’, ‘dit betreft een planschets’. De heer # (ZLTO) verduidelijkt dat de gemeenten en de provincie het plan VVHN moeten beschouwen als een ‘zich ontwikkelend perspectief’ en – in het kader van onderhavig proces – als een uitnodiging hierover met de belanghebbenden in het gebied in gesprek te gaan en te kijken waar verbindingen te maken zijn, zoals bijvoorbeeld met het plan van de Duinboeren. De gesprekken die West8 heeft gevoerd met de boomkwekers heeft veel inzichten opgeleverd over de kwekerijsector. Die manier van participatie krijgt van de boomkwekers veel waardering en het wordt zeer op prijs gesteld als daar een vervolg op komt. De voorzitter concludeert dat het plan VVHN geen kwantitatief programma is, maar een mogelijke invulling toont die voortkomt uit de structuur van het landschap.
- In reactie op het geschetste perspectief in de presentatie van de uitdijende stad (landhonger), licht wethouder Van der Pol toe wat de woningbouwopgave voor Tilburg is, waarbij hij aangeeft dat slechts 10% van die opgave is geprojecteerd in dit buitengebied, en dat daarbij als uitgangspunten gelden het zoveel mogelijk behouden van het dorpse karakter en het niet aan elkaar groeien van de dorpen. Nadrukkelijk is het gemeentelijke beleid gericht op het zoveel mogelijk sparen van het landschap. De term ‘landhonger’ is dan ook volgens wethouder Grashoff niet op zijn plaats; hij noemt voorbeelden van plannen die de gemeente om reden van landbouw- en natuurontwikkeling in het afgelopen decennium heeft weggestreept. Wethouder Logister verwijst naar de Woonzorgvisie 2020 waarin de gemeente Oisterwijk nadrukkelijk heeft vastgelegd dat de dorpen niet aan elkaar mogen groeien. Hij vindt de in het plan VVHN voorgestelde ‘landschappelijke kamers’ – soort verbindingszones tussen de natuurgebieden - zeer vergelijkbaar zijn met hetgeen reeds hierover in het koersdocument staat beschreven. Er zijn aldus overeenkomsten tussen de in het plan VVHN getoonde ambities en die in het koersdocument, met (h)erkenning van de ruimtedruk.
Echter zijn volgens wethouder Van der Pol bepaalde thema’s, zoals technologische vernieuwingen, nieuwe gewassen, veranderende arbeidsmarktomstandigheden etc., in het koersdocument niet uitgewerkt, wat alsnog in de economische paragraaf aan bod moet komen. - Vanuit Treeport wordt erop gewezen dat het koersdocument echter wél reeds hectares invult, terwijl partijen het gesprek over de ontwerpprincipes nog moeten voeren. De voorzitter wijst erop dat later in dit proces de kwantitatieve ruimtevragen zeer zeker op tafel moeten en zullen komen. De heer #(ZLTO) geeft desgevraagd een inschatting van de in de boomkwekerijsector te verwachte ruimteclaim: er is momenteel in de markt meer vraag dan aanbod (door de vergroeningsopgave van stedelijke gebieden in heel Europa); de Brabantse delta is bijzonder vruchtbaar grondgebied voor boomteelt. De heer #(Treeport) verwacht dat dankzij mechanisatie op eenzelfde ruimteoppervlak meer kan worden geproduceerd, doch de markt vraagt om meer bomen. Het is de vraag of daardoor ook meer ruimte nodig zal zijn. - In dit verband wordt nogmaals benadrukt dat in de benadering en de te maken keuzes het principe geldt dat bodem en water sturend zijn, vervolgens welke doelen er worden beoogd vanuit de claims die erop liggen. Een verdiepingsslag hierop volgt in de vervolgsessies.
Als een van de doelstellingen noemt de heer # (ZLTO) het behouden van de huidige kwaliteit van het buitengebied met de grote diversiteit aan landbouwbedrijven.
5
-
-
-
-
-
Vast wordt gesteld dat de term ‘natuurinclusiviteit’ zoals het plan VVHN en het koersdocument dit begrip hanteren, geen werkdefinitie is. In de verdere gesprekken moet verkend worden wat partijen hieronder verstaan. Wethouder Grashoff wenst meer inzicht te krijgen in het aandeel melkveehouderij, boomteelt en #(Gem Tilburg)bouw in (delen van) het buitengebied. Vanuit ZLTO wordt gesteld dat in principe water en bodem daarin altijd sturend was en voor een natuurlijk evenwicht zorgt. In opdracht van Treeport en ZLTO is het Waterschap een onderzoek gestart naar de waterbehoeften van de kwekerijsector in het gebied en de effecten van hun teelt op de waterloop. Beoogd wordt dat er op een andere manier zal worden omgegaan met de watersturing, daarbij rekening houdend met de beekdalen. Onder de boomtelers is draagvlak voor het plan VVHN, ofschoon ze weten dat het geen gemakkelijke opgave zal zijn omdat het zal leiden tot herverkaveling. De boomtelers hebben zich daarom in Treeport verenigd. Niet alleen voor de boomtelers maar voor alle agrariërs in het gebied is dit plan een gespreksonderwerp. T.a.v. de status van het plan VVHN: de presentatie is het schetsboek. Plan VVHN is een praatschets. Er ligt geen rapport onder en er is ook geen legenda.
Treeport zou graag willen dat VVHN 2.0 als een gezamenlijk project wordt opgepakt teneinde op elk relevant onderwerp verdiepingsslagen te kunnen maken. Gevraagd naar hoe plan VVHN zich verhoudt tot de transitieopgaven van de provincie (BPLG, NPLG) wordt vanuit ZLTO uitgelegd, dat het een ontwikkelend perspectief biedt en voorsorteert op de transitieopgaven van de provincie op het gebied van water, bodem, biodiversiteit en recreatie. Desgevraagd zegt de heer #(ZLTO) dat het thema stikstofproblematiek geen uitgangspunt was voor het opstellen van dit plan.
Afspraak: Treeport zal alsnog de meest complete versie van het plan Versailles van het Noorden met de gemeenten delen. 5. Presentatie Gebiedsplan Duinboeren, door de heer # (Duinboeren) De presentatie is gedeeld met de deelnemers. Stichting Duinboeren is een uitvoeringsorganisatie en geen belangenorganisatie zoals ZLTO of Treeport. Dat is een andere rol in het proces. Als Duinboeren zien zij zeker ook kansen in het koersdocument. Het Gebiedsplan Duinboeren, een visie tot 2028, is in december j.l. ondertekend. De presentatie toont hoe Duinboeren werken en hoe zij hun productielandschappen beschouwen met de boer als hoeder van het prachtige landschap. In ateliersessies is met de Duinboeren gebrainstormd over ideeën en mogelijkheden die de grond biedt voor veranderende teelten met bodem en water als uitgangspunt. Doel is behoud van het prachtige Brabantse mozaïeklandschap, in hun visie d.mv. structurele samenwerking in het gebied, als het ware in één groot gemengd bedrijf. Een project is opgestart waarbij een #(Gem Tilburg)bouwer, melkveehouder, varkenshouder en boomteler aan elkaar zijn gekoppeld om te onderzoeken hoe o.a. het probleem van mestoverschot gezamenlijk op te pakken. De Duinboeren zien overlap op onderdelen met het plan VVHN waaraan zij mee invulling kunnen geven. Dit verhaal van de Duinboeren willen ze inbrengen in het Koersdocument Oostflank.
Verhelderingsvragen en discussie n.a.v. de presentatie: - Gevraagd wordt waar voor de Duinboeren de spanning op zit. Dat is als een ander gebruik van de grond/ruimte m.n. vanuit de boomtelers wordt geclaimd, aldus de heer #(Duinboeren). Een aantal boomtelers zijn lid van de Duinboeren en met hen wordt weliswaar gebrainstormd over meer gezamenlijk grondgebruik, echter het beeld is dat daar (nog) geen draagvlak voor is. De Duinboeren hebben aan Treeport en ZLTO aangegeven dat ze bij hun traject in het kader van hun plan VVHN graag willen aanhaken. - Een vraag van de heer # (ZLTO) is, waarom de gemeente toch ‘stempels’ op het buitengebied wil zetten (o.a. natuurinclusieve, biologische landbouw) terwijl ze de manier waarop de Duinboeren met het landschap omgaan, omarmen. Boeren willen liefst extensiveren maar het wordt hen op deze manier lastig gemaakt. De heer #(Duinboeren) wijst er op dat zij ook de jonge Duinboeren graag willen bedienen. Discussie ontstaat over de term natuurinclusieve landbouw. Volgens wethouder Grashof sluit de ambitie van de Duinboeren naadloos aan op hetgeen over natuurinclusief in het koersdocument als transitieopgave wordt beschreven, en hoeft het niet gekwantificeerd te worden. Natuurinclusieve landbouw kan ook natuurinclusieve boomteelt zijn. [N.B. n.a.v.
het verslag stelt de heer #(Treeport) dat juist met een nadere kwantificering er nagedacht moet worden over de te behalen doelstellingen]. De heer #(ZLTO) merkt op dat in het plan VVHN ook elementen zitten die de transitie naar natuurinclusief omarmen, maar daarnaast ook andere transitiepaden bewandelen (zoals technologische vernieuwingen, 6
-
-
veranderende arbeidsomstandigheden e.d.). Conclusie/afspraak: Over de transitiepaden die van onderop zijn en worden ingezet, zal over worden doorgepraat in volgende sessies vanuit de doelstellingenbenadering, aldus de voorzitter. Welk eindbeeld hebben de Duinboeren voor ogen als Brabants mozaïeklandschap, vraagt wethouder Van der Pol. Het antwoord hierop is: een divers landschap met kleine ondernemingen en houtwallen. Ca. 70% van het Duinboerengebied is al ingericht met kleine percelen en landschapselementen. De overige 30% moet nog een dergelijke invulling krijgen. Hoe kijken de Duinboeren naar eventuele ruilverkaveling? Antwoord van de heer #(Duinboeren): Met het zgn. Catan-spel (10 hectare per fiche) hebben de Duinboeren zelf aangegeven waar zij zelf mogelijkheden en oplossingen zien. De kracht van dit traject is dat bewustwording en draagvlak ontstaat voor de uitvoerbaarheid. Wethouders geven aan dat ze als gemeenten deze benadering graag willen faciliteren waar nodig en mogelijk. De heer #(Duinboeren) wijst in dit verband op hun ambitie om een uitvoeringsorganisatie op te richten voor Duinboeren Loonse en Drunense Duinen, en voor dit deel van de Oostflank. Wethouder Logister merkt op dat dit in de GGA LDD reeds gespreksonderwerp is. Vanuit Treeport is de wens om aan de GGA-gesprektafels deel te nemen.
De voorzitter vat samen dat beide presentaties visionaire doelen tonen. De vraag is of de ontwikkelingen die de boomtelers en de Duinboeren zien en inzetten, passen in de ambities en doelstellingen die de gemeenten voor ogen hebben. Van gemeentezijde is gesteld dat zij dat niet uitsluiten. In dit traject zal dat de komende tijd verder worden verkend, namelijk waar raakvlakken zijn of knelpunten zitten, waar eventueel spanning zit tussen de doelstellingen van het ruimtegebruik en uitvoeringsmogelijkheden. 6.
Relatie VVHN, Gebiedsplan en Koersdocument (wat is te “zwaluwstaarten”?)
Geïnventariseerd is dat op doelstellingenniveau overeenstemming is over de navolgende uitgangspunten in het koersdocument: - De maatschappelijke noodzaak van de woningbouwopgave (maar er is geen overeenstemming over op wélke gronden). - Dorpen niet aan elkaar laten groeien - Verbindingen tussen natuurgebieden LDD en Kampina - De manier van bekijken van de N65 is in het koersdocument identiek met de benadering in plan VVHN - Kavelgrenzen vanuit natuurlijke inrichting Als structuur voor het vervolgoverleg worden onderwerpen gebundeld waar op doelstellingenniveau verder over zal worden doorgepraat: 1) De verstedelijkingsopgave Discussie over bruto/netto, al dan niet gepaard gaand met natuurcompensatie, met welke begrenzing. 2) Natuurinclusief Blijkt containerbegrip, de betekenis nader definiëren. Hiervan afgeleide en te bespreken onderwerpen: - Groene tuin van Brabant voor inwoners; relatie stad - landschap - Bedreiging natuurgebieden (o.a. recreatiedruk in Natura 2000 gebieden) - Rol landbouw, boomkwekerij en andere sectoren (‘functionele landbouw’) die positief bijdraagt aan de maatschappelijke opgaven, niet enkel minder achteruitgang biodiversiteit en beter bodemleven, maar ook oplevering van energie voor stad en dorpen.
- Economische dragers buitengebied (rol #(Natuurmonumenten)aal, nationaal en internationaal) 3) Overgangsgebieden Zonering natuurgebieden (500 mtr.): hoe, met welke doelstellingen, welke implicaties. 4) De functie van de beekdalen, watergebied Bij dit onderwerp lopen de opvattingen uiteen en is er discussie over de vraag of bespreking al dan niet aan deze overlegtafel thuishoort. Gemeenten vinden van wel, Treeport en ZLTO vinden het thuishoren aan de overlegtafel met het Waterschap. Term Beekdal roept bij hen weerstand op gelet
7
op de beperkende wet- en regelgeving die er voor hen aan komt, met ruimteclaims. Conclusie: De beekdalen-/waterstructuur staat ter discussie en ook het instrumentarium voor verdroging/vernatting (hydrologisch systeemherstel). In overleg met het Waterschap hiernaar kijken alsook naar de regelgeving en rechtsgevolgen. De wateropgave is breder dan alleen de beekdalen. Het Waterschap sluit volgende keer aan. Stikstofopgave Die opgave vraagt om generiek beleid, een kwantificering in het koersdocument is niet aan de orde. Die discussie hoort volgens wethouder Logister thuis op de tafel van de GGA’s. Besloten is om een apart tekstblok aan dit onderwerp te wijden, hoe de stikstofopgave zich verhoudt tot het koersdocument, opvattingen over stikstofreductie, als mogelijke resultante van dit proces. Lange termijn ambities en koppeling met uitvoerbaarheid en financiering Hoe dit te bewaken? Besloten is ook hier een formulering voor te bedenken. T.a.v. de juridische context en het toetsingskader dat gemeenten hanteren i.r.t. het koersdocument, wordt uitgelegd dat in principe getoetst wordt aan de hand van relevante documenten t.a.v. een voorliggende casus. De voorzitter zal t.a.v. het aspect ruimtelijk en planologisch toetsingskader een tekstvoorstel maken. 7.
Tot slot/rondvraag
-
Aangaande de samenwerking vanuit dit proces met GGA LDD en GGA Kampina: Wethouder Logister heeft in beide GGA’s de vraag laten agenderen of deze partijen ook daar mogen aanschuiven. In het GGA Kampina was het voorstel om de koppeling te maken via de werkgroep.
Volgend overleg: 12 april 15.00-19.00 uur. Locatie: volgt. In dat overleg zal gekeken worden in hoeverre er overeenstemming is of nog te vinden is op doelstellingniveau. Indien de deelnemers nog aanvullende onderwerpen willen agenderen voor de vervolgsessie, graag vooraf aangeven. Wethouder Grashoff is het eerste uur verhinderd. Agenda-technisch wordt daarmee rekening gehouden (Economie buitengebied als eerste agenderen). ----------------------
8
3. Verslag sessie 2 landbouworganisaties 12-4-24 Verslag
Gesprek gemeenten met agrarische partners inzake onderwerpen aangaande landbouw, natuur en economie buitengebied - sessie 2
Datum Locatie
Dinsdag 12 april 2024 (15.00-19.00 uur) De Mooie Schuur, Molenhoefstraat 18 te Udenhout
Deelnemers
Pieter van Geel, onafhankelijk gesprekleider #, namens ZLTO afd. ’s-Hertogenbosch, lid regiegroep Van Gogh Nationaal Park #, agrariër en namens ZLTO afd. Hart van Brabant (Tilburg, Oisterwijk en Goirle) #, boomkweker en namens ZLTO afd. Hart van Brabant #, adviseur Treeport Midden Brabant #, boomkweker en namens Treeport Midden Brabant #, namens Stichting Duinboeren #, biologische melkveehoudster en namens stichting Duinboeren Anne Cristien Spekle, wethouder gemeente Oisterwijk Rik Grashoff, wethouder gemeente Tilburg Bas van der Pol, wethouder gemeente Tilburg Eric Logister, wethouder gemeente Oisterwijk #, projectleider koersdocument gemeente Tilburg #, projectleider koersdocument gemeente Oisterwijk #, Kempenadvies #, landschapsarchitect gemeente Tilburg
Waterschap:
#(Waterschap) en #(Waterschap)
Verhinderd:
#, programmamanager stedelijke ontwikkeling gemeente Tilburg #, Manager Domein Fysieke Leefomgeving gemeente Oisterwijk
Verslag:
#, onafhankelijke verslaglegging
1. Opening en vaststellen agenda Gespreksleider en voorzitter Pieter van Geel opent deze tweede gespreksessie. Wethouder Rik Grashoff, wethouder Bas van der Pol en #(Duinboeren) sluiten iets later aan. Bij de agenda is gevoegd het vanuit Treeport Midden Brabant aangereikte document (datum 5 april 2024) als input voor dit vervolggesprek (waarnaar in dit verslag wordt verwezen). Jan #(Treeport) wijst op een storende fout op pag. 2 onder de paragraaf Water; ‘200’ m.z. ‘20’ in de zin betreffende de beperkingen voor de boomteelt voor de 500 m: 1 ha per 20 meter beekdal. 2. Vaststelling conceptverslag sessie 1: 2 april 2024 Vanuit Treeport en ZLTO wordt verzocht om de navolgende tekstuele aanpassingen/verduidelijkingen: - Overgang pag. 3 naar 4 de zin als volgt wijzigen en aanvullen: De heer #(Treeport) verwacht dat dankzij mechanisatie op eenzelfde ruimteoppervlak meer kan worden geproduceerd, doch de markt vraagt om meer bomen. Het is de vraag of daardoor ook meer ruimte nodig zal zijn. - Pag. 4, tweede gedachtestreep hier toevoegen: ‘en het koersdocument’ in de zin: de term ‘natuurinclusiviteit’ zoals het plan VVHN en het koersdocument dit begrip hanteren, geen werkdefinitie is. - Pag. 5, n.a.v.
de woorden van wethouder Grashoff onder de eerste gedachtestreep over niet noodzaak tot kwantificering, merkt de heer Houben op: dat juist wel met een nadere kwantificering er nagedacht moet worden over de te behalen doelstellingen. - Pag. 5, laatste gedachtestreep; deze zin als volgt wijzigen: ‘Vanuit Treeport is de wens om aan de GGAgesprektafels deel te nemen.’
9
-
-
Pag. 5, punt 6, derde gedachtestreep (opsomming waar overeenstemming over is bereikt) de zin ‘respecteren van het landschap en structuurherstel’ schrappen, omdat op dit moment niet helder is wat partijen bedoelen met ‘structuurherstel’. De discussie hierover is nog niet afgerond. Vanuit de notitie VVHN wordt bedoeld het respecteren van het landschap en de bestaande structuren. Pag. 6, punt 4, 2e alinea, het woord ‘niet’ schrappen; voor Treeport staat de beekdalen-/waterstructuur wél ter discussie en ook het instrumentarium voor verdroging/vernatting (hydrologisch systeemherstel). In deze vergadering zal met het Waterschap hierover worden gesproken.
Met deze aanpassingen en verduidelijkingen wordt het verslag als vastgesteld beschouwd. T.a.v. het proces: De voorzitter licht toe welke structuur het document gaat krijgen dat de uitkomst zal weergeven van de gevoerde gespreksessies met de landbouwpartijen. Er zullen leerpunten in staan m.b.t. het proces, en vervolgens afspraken en voorgestelde aanpassingen voor in het koersdocument. Per thema zal uitleg gegeven worden over de status van het verhaal, de haalbaarheid ervan en de betrokkenheid van partijen bij de gebiedsgerichte uitwerking. Het conceptdocument zal vervolgens ter vaststelling aan partijen worden voorgelegd. Desgevraagd geven partijen aan in te kunnen stemmen met de voorgestelde opzet en aanpak. Treeport ziet nog niet alle discussiepunten terug op de agenda, zoals het thema ‘economische dragers buitengebied en innovatie’. Er wordt besloten dat in een aparte paragraaf in het document het thema economie waar nodig zal worden belicht. Aan het eind van deze sessie wordt dit nog besproken. 3. Status koersdocument Discussie over de stelling: De gemeentes toetst toekomstige plannen aan het geheel van relevante beleidsstukken, regels en documenten. Waaronder het koersdocument. De raad bindt zichzelf aan het koersdocument nadat het is vastgesteld. Het koersdocument zelf kent geen directe juridische doorwerking.
[De gemeenteraad van Tilburg neemt op 1 juli een definitief besluit over de Oostflank; de gemeenteraad van Oisterwijk op 27 juni] Aan de orde komt de vraag wat de feitelijke status is van het koersdocument. Weliswaar heeft het geen directe juridische doorwerking, maar blijkbaar wel indirect in combinatie met andere beleidsdocumenten. De voorzitter licht hierop toe dat beleid altijd in ontwikkeling is. Bij de juridische toetsing van een plan kijkt de rechter naar de onderbouwing en haalbaarheid op basis van Rijks-, provinciaal, en het sectoraal en financieel beleid van de betreffende gemeente. Wethouder Logister voegt hieraan toe dat enerzijds het koersdocument met de lange scope een wenkend perspectief biedt naar beleid van medeoverheden, anderzijds helpt het de #(Natuurmonumenten)ale overheid om richting te geven aan #(Natuurmonumenten)aal planologisch beleid op kortere termijn, in de tijd en gebiedsgericht. De heer #(ZLTO) constateert een link met de nota Ruimte en het verstedelijkingsprogramma NOVEX van de overheid en vraagt hoe, in het licht van de participatie en de uitnodiging aan het gebied er mee invulling aan te geven, met het koersdocument de bouwstenen zijn opgehaald. Hij pleit ervoor om het plan van de Duinboeren en plan VVHN in dat proces een plek in te geven.
De heer #kempenadvies licht toe dat het koersdocument de #(Natuurmonumenten)ale transitieopgaven beschrijft die geduid worden met het NPLG, BPLG en NOVEX. Het zijn transities die nooit af zijn, een lerend proces waarin steeds nieuwe inzichten naar boven komen zoals die in het plan VVHN en van de Duinboeren worden weergegeven. De heer #(ZLTO) stelt dat met het oog op toekomstige voorzienbaarheid van belang is dat in dit stadium van het koersdocument aan het begrip uitnodigingsplanologie wel invulling wordt gegeven door plan Duinboeren en plan VVHN een volwaardige plek erin te geven. Wethouder Logister geeft aan dat de gemeenten daar open voor staan, maar de manier waarop de beide plannen er een plek in krijgen, vraagt om een nadere uitwerking. Vast wordt gesteld dat in het proces de visies Strootman en West 8 elkaar nog niet hebben ontmoet. De vraag is nu waar op de onderdelen waar ze elkaar raken, overeenstemmingen zijn te vinden op doelstellingenniveau. In de presentatie van het plan VVHN zijn er twee slides getoond die raakvlakken laten zien; mogelijk zitten daar inzichten die te zwaluwstaarten zijn. Wethouder Logister noemt een belangrijk discussiepunt: de groei en groeipotenties van de boomsector in het gebied.
Vanuit Treeport wordt gesteld dat het daarom belangrijk is alsnog de visies van de beide landschapsarchitecten naast elkaar op hun merites en conclusies te beoordelen.
10
Wethouder Van der Pol schetst t.a.v. de status van het koersdocument Oostflank (betreft het oostelijke gebied stedelijke regio Brabant-Tilburg) de context en de schaalniveaus waar er besluitvorming plaatsvindt over de ruimtelijke en stedelijke ontwikkelingsstrategieën. Dat gebeurt in het kader van de nota Ruimte, NOVEX, BPLG en SRBT. In de koers van onderop wordt gezocht naar samenhang en integraliteit, maar het wil niet zeggen dat alles gaat lukken. Van belang is dát de gemeenten de richting aangeven en dat daarover consensus is. Over de uitwerking zullen partijen elkaar moeten vinden aan de verschillende overlegtafels. Vanuit Treeport wordt erop gewezen dat de geschetste koers voor bepaalde sectoren enerzijds bedreigend kan zijn, omdat details al vergaand zijn ingevuld, anderzijds is het de vraag hoe men op beloftes kan bouwen. T.a.v. de status van het koersdocument stelt de heer #(ZLTO) dat een terugkoppeling naar de hogere overheden kan zijn, dat er van onderop een andere visie leeft t.a.v. natuurontwikkeling in relatie tot de landbouwsector. Nu is het signaal in het koersdocument dat natuurdoelen dominant zijn op de rest, wat voor hem geen gedeelde visie is.
Hierop noemt wethouder Logister als voorbeeld dat van onderop wordt geluisterd, dat SRBT bij het afwegen van doelen wel richting provinciaal beleid expliciet zoekgebieden voor boomteelt heeft aangeduid (Haaren en Zundert). De voorzitter rondt het gesprek af met de vervolgafspraak dat gehoord hebbende de discussie er in het document een tekstvoorstel zal volgen met nadere uitleg over de status wat recht zal doen aan de naar voren gebrachte opvattingen. 4. Haalbaarheid Discussie over de stelling: Middels het koersdocument wordt een lange termijn ambitie vastgesteld. Dat betekent wel dat e.e.a. haalbaar moet kunnen zijn. Er moeten dus financieringsmogelijkheden in beeld zijn. Het betekent niet dat alle financiering bij vaststelling geregeld hoeft te zijn (denklijn). Partijen stellen vast dat status en financiële haalbaarheid in elkaars verlengde liggen. In de tekst zal die verwevenheid expliciet tot uitdrukking worden gebracht. Bij een visieplan zoals het koersdocument is een volledig uitgewerkte financiële onderbouwing niet mogelijk. Daarover zijn partijen het eens. Het koersdocument verwijst wel naar voorzienbare budgetten binnen het kader van bestaand en nieuw beleid van Rijk, Provincie, Europa en Waterschappen. De voorzitter schetst als een manier van werken, dat mocht in de uitwerking van de koers ervan worden afgeweken, een expliciete onderbouwing daarvan noodzakelijk is.
Vanuit Treeport wordt ingebracht dat in het samenspel met de andere overheden en actoren het diffuus is wie wat wanneer gaat betalen. En óf er wel geld beschikbaar komt. Zo niet, dan is de vraag of dat op aspecten het koersdocument onderuit zal halen. Hoe doelen te behalen zonder wat meer financiële houvast, wordt er gesteld. De bossenstrategie wordt als voorbeeld aangehaald waaraan de provincie slechts 10% financieel ter beschikking heeft. Wethouders Spekle en Logister benadrukken dat vanuit de doelstellingen geredeneerd een gezamenlijk commitment nodig is om juist dat gesprek met provincie en andere overheden te kunnen voeren om geld binnen te halen, zoals dat ook gebeurt bij de andere opgaven (woningbouw, logistiek). Hierop wordt door de heer #(ZLTO) ingebracht dat gelet op de enorme ambitie t.a.v. natuur (500 ha) waar veel geld mee is gemoeid, wel de richting voor financieringsmogelijkheden concreter in beeld moet zijn. De heer #(ZLTO) doet als suggestie, vanuit het koersdocument (pag. 102) ingegeven, erover na te denken hoe de transitie en opgaven voor een verdere verduurzaming van het landelijk gebied te verbinden met gewenste transities op het gebied van wonen, werken en mobiliteit, en daarvoor integraal financiering te zoeken. Te denken hierbij is aan het inrichten van een transitiefonds om initiatieven te stimuleren.
Vooraf moet in dat geval wel met de landbouwsector zelf afgestemd zijn welke transitie reëel is, stelt de heer #(ZLTO). Daarbij zullen gemeenten ook zelf geld moeten vrijmaken voor het realiseren van hun ambities, vult de heer #(ZLTO) aan, en moet men niet enkel richting overige overheden kijken. De voorzitter merkt op dat de vertaalslag van hectares naar geld helder is, maar qua aanpak voor de notitie stelt hij een getrapte benadering voor: algemeen de koers aangeven met welke partners de transitie op gang te brengen, vanuit een bepaald abstractieniveau en mogelijke financieringsbronnen in de richting van het uitwerkingsniveau waar de concrete afwegingen zullen plaatsvinden. In die benadering komt vanzelfsprekend de verwevenheid van status en haalbaarheid terug. 5. Doelstellingen rondom verstedelijking De gemeente Tilburg wil in totaal ca. 5000 woningen toevoegen, maar we willen de dorpen niet aan elkaar laten groeien. Vragen m.b.t. maatregelen: - Hoe gaan we om met natuurcompensatie? 11
- Waar past verstedelijking? Desgevraagd geven de landbouwpartijen aan geen moeite te hebben met de opgave voor uitbreiding van het areaal woningen, naar wel is voor hen daarbij de vraag hoe om te gaan met natuurcompensatie en waar de verstedelijking in het buitengebied gaat landen. Het begrip natuurcompensatie vraagt om een nadere verduidelijking. Is de 500 ha nieuwe natuur bedoeld als natuurcompensatie? Uitgelegd wordt dat het principe is, zoals ook in de NOVEX en bossenstrategie is vastgelegd, dat groen meegroeit met de verstedelijking om zo nieuwe uitloopgebieden te creëren. Dat is niet nader gekwantificeerd. Gebiedsgericht wordt daar samenhangend naar gekeken. Dat geldt eveneens voor omzoming van werklocaties. Waar toch vanuit woningbouw natuurcompensatie nodig is, valt dat binnen de gestelde norm van ca.500 ha. Vragen die het bij de landbouwpartners oproept: Waarop is het getal 500 hectare gebaseerd? Welke consequenties heeft het juridisch-planologisch voor landbouwgrond? De heer #(ZLTO) verwijst naar het plan VVHN en dat van de Duinboeren waarin elementen van recreatief en agrarisch landgebruik geïntegreerd worden. Bijvoorbeeld het omzomen van kwekerijkavels als verbindingszones tussen de natuurgebieden. Deze plannen nodigen uit om verbindingen te maken.
Absoluut een punt voor nadere uitwerking, beaamt ook wethouder Logister, waarbij hij erop wijst dat de verstedelijkingsopgave meer is dan alleen het bouwen van woningen. Wat het in kwalitatieve en kwantitatieve zin betekent voor de landbouw is dan de vervolgvraag, aldus de voorzitter. -
16.45 uur: Er volgt een korte pauze –
De voorzitter heropent het overleg. Wethouder Grashoff en de woordvoerders van het Waterschap (mevrouw #(Waterschap) en de heer #(Waterschap)) zijn inmiddels aangesloten. 6. Doelstellingen rondom water Stelling: We willen verdroging tegengaan (verwijzing naar rapport: “Zonder water geen later”) en de waterkwaliteit verbeteren. Hydrologisch systeemherstel voor het gehele gebied. Vragen m.b.t. maatregelen: Zijn we het eens met het vervolg? Dat we er dus rekening mee moeten houden dat lager gelegen delen niet altijd bruikbaar zijn voor alles? Over welke watergangen hebben we het? Is hier een onderscheid in? Beekdalen? A-watergangen? KRW? Hoe gaan we om met mogelijke bufferzones? Hoe kunnen we de landbouw water geven? Hoe gaan we om met de waterzuivering en de zandleij? Treeport t.a.v. thema water (uit aangeleverd document): • beken en hoofdwaterlopen geven we de ruimte en richten we natuurlijk in • natuurlijkere oevers van de beekdalen • groenblauwe dooradering • grondwaterpeilen zullen mogelijk met 10 tot 35 centimeter worden verhoogd De kern van de discussie omtrent het thema water richt zich op de term ‘beekdal’ die gekoppeld is aan de verschillende watergangen nadat het Waterschap strenger beleid heeft vastgelegd, constateert de heer #(ZLTO).
Het uitgangspunt ‘zonder water geen later’ onderschrijven de agrariërs volledig, maar het moet wel kloppen met de huidige situatie en verwachtingen. De nota handelingsperspectief watertransitie van het Waterschap richt zich volgens de heer #(ZLTO) met name op verwachtingen als gevolg van klimaatveranderingen. Over een feitelijke daling van de grondwaterstanden heeft hij geen statistieken gezien. In het koersdocument ontbreekt daarover een nadere onderbouwing. Ook de heer #(Treeport) stelt dat het koersdocument enkel generiek beleid voorstelt, terwijl het gebiedspecifiek moet worden bekeken. Mevrouw #(Waterschap) legt uit dat de vastgestelde nota handelingsperspectief watertransitie uitgaat van wat nu reeds zichtbaar is en is doordrongen van de noodzaak vaart te maken met de transitie gelet op de enorme opgave in dit gebied. Sinds 1950-1960 is sprake van een grote daling van het grondwaterpeil, gemiddeld een halve meter, met fluctuaties in gebieden. De betreffende informatie hierover kan zij desgewenst aanleveren. Beide natura 2000-gebieden (De Kampina en Loonse en Drunense Duinen) kampen met een enorme verdroging en hadden al veel eerder beschermd moeten worden. De koers die nu is uitgezet, is gericht op het ophogen van de grondwaterpeilen op de hoge koppen, de flanken en de beekdalen. Deze aanpak krijgt gestalte vanuit de beide GGA’s.
De waterbalans in Brabant is dusdanig dat in gewone jaren 2 keer zoveel water uit de bodem 12
gehaald wordt dan erin infiltreert. Daardoor kampt Brabant met een structurele verdroging. En daarbovenop spelen de gevolgen van de klimaatverandering een rol; er is sprake van kortdurende intensieve regenval en lange periodes van grote droogte. In het Brabantbreed bestuurlijk grondwateroverleg, waar ook ZLTO aan deelneemt, worden dienaangaande afspraken gemaakt. Desgevraagd wat er bedoeld wordt met ‘functie volgt peil’ licht mevrouw #(Waterschap) toe, dat vanuit het principe dat water en bodem sturend zijn, we moeten toewerken naar een bij die eigenschappen passend bodemgebruik. Het Waterschap wil sectoren stimuleren die transitie te maken. Brabantbreed willen we de waterbasis ombouwen. Het Waterschap juicht toe dat hun visie al in het koersdocument Oostflank is geland. Voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn op diverse fronten nog enorme stappen te zetten (grondwatervervuiling, schoner maken waterlopen). ‘Water en bodem sturend’ is meer dan ‘functie volgt peil’, het is het algemene vertrekpunt voor alle ruimtelijke opgaven in Nederland. Er is wel enige ruimte om lokaal hier iets andere invulling aan te geven, aldus wethouder Grashoff en hij citeert actueel provinciaal beleid: “Verdroging in Brabant komt op zo’n grote schaal voor dat de maatregel om alleen op specifieke locaties de grondwatersituatie te verbeteren, niet meer volstaat.
Op de hoger en lager gelegen delen is herstel van het systeem als geheel nodig”. De heer #(ZLTO) merkt op dat de land- en tuinbouwbedrijven in dit gebied het belang van water volledig onderkennen, ook voor hun bedrijfsvoering. Vanuit ZLTO worden daarom projecten geëntameerd om water meer vast te houden in de landbouwgebieden. De landbouw is de grootste netto grondwaterleverancier, zo stelt hij. Er spelen in het gebied meer zaken dan alleen de landbouw die invloed hebben op de waterkwaliteit (Zandleij, Waterzuivering de Dommel, riooloverstorten). Zij vinden het ernstig als de landbouw moet inleveren vanwege de slechte waterkwaliteit. Als vervolgafspraak stelt de voorzitter voor, de context van het nationaal en provinciaal kader in de tekst bij dit thema goed neer te zetten (water en bodem sturend, waterkwaliteit) en wat het betekent voor het landbouwgebied en deze overlegtafel. Een suggestie van de heer #(ZLTO) is om in het grondwaterconvenant, waarin gedetailleerd wordt ingegaan op watergebruik door de landbouw, ook iets op te nemen over het watergebruik en noodzakelijke innovaties in het stedelijk gebied. Zo ook de opgave om waterzuinig te bouwen, vult mevrouw #(Waterschap) aan. Het kenmerk voor dit landbouwgebied is, dat de natuurlijke waterlopen bepalend zijn voor wat wel/niet mogelijk is.
Ter vergadering wordt een kaart uitgedeeld met de belangrijkste beeksystemen in onderhavig gebied waarvoor verschillende opgaven gelden en die mevrouw #(Waterschap) nader toelicht. A - Nieuwe Leij/Voorste Stroom; en B - Reusel/Achterste Stroom: zijn KRW-beken C - Ruijsbossche waterloop; D – Roomleij en E – Koolvenseloop: dit zijn geen officiële KRW-beken, hiervoor gelden overige inrichtingsmaatregelen, worden projecten voor geïnitieerd voor de functie van ecologische verbindingszones F - Raamse loop; hiervoor geldt geen opgave, maar gewaardeerd wordt als wel gewerkt wordt aan een natuurherstelproject. De ‘koppen’ zijn op kaart bruin gekleurd; dit zijn de stedelijke gebieden en daar zit het grondwater diep. De ‘flanken’ zijn op kaart geel gemarkeerd; dit zijn de overgangsgebieden. Met blauw worden de ‘laagtes’ op kaart aangegeven en worden - in de terminologie van de watertransitie door het Waterschap ‘beekdalen’ genoemd. Zoals NPLG en BPLG de term beekdalen hanteren, is niet de definitie die het Waterschap gebruikt. Voor het Waterschap zijn alleen op de beekdalen Nieuwe Leij/Voorste Stroom en Reusel/Achterste Stroom de KRW-maatregel van toepassing. Bij landbouwpartners is er verwarring ontstaan over het begrip beekdalen. Deze omissie dient in het koersdocument te worden aangepast.
Men constateert dat maar 2 waterlopen in het gebied KRW-beken zijn: de Nieuwe Leij/Voorste Stroom en Reusel/Achterste Stroom. Mevrouw #(Waterschap) legt uit dat de Provincie bezig is met een doorvertaling van de NPLG-opgave (t.w. herstel van de beekdalen in de zandgebieden) en het is niet bekend of dat impact zal hebben op het regime voor de niet KRW-beken. De heer #(Treeport) benadrukt dat door het gebruik van de term ‘beekdalen’ in het koersdocument er een claim wordt gelegd op álle waterlopen in het hele gebied en daarop de zone van 250 m van toepassing wordt verklaard. Het heeft dus een grote impact. Conclusie n.a.v. de uitleg: een beekdal is alleen de waterloop waar de KaderRichtlijnWater beleid op voorschrijft en dat beleid geldt niet voor de andere waterlopen.
13
Afgesproken wordt dat in het koersdocument de begrippen nader zullen worden geduid om de ontstane verwarring over welk regime wel of niet van toepassing is, weg te nemen. De kaart die het Waterschap in de vergadering beschikbaar heeft gesteld, is hiervoor bruikbaar. De gemeenten volgen in deze het handelingsperspectief van het Waterschap. Een beekdal is dat wat in de KaderRichtlijnWater is opgeschreven. Het nadrukkelijke verzoek vanuit Treeport aan het Waterschap is, vanwege de onduidelijkheid die de terminologie ‘beekdalen’ veroorzaakt, met de Provincie tot een eenduidige definitie te komen. Desgevraagd zegt mevrouw #(Waterschap) dat een stijging van de grondwaterspiegel overal in het gebied hard nodig is: in de koppen gemiddeld 35 cm; de flanken gemiddeld 25 cm; in de beekdalen gemiddeld 10 cm. Aan de orde komt de vraag wat het regime is in de bufferzones bij de KRW-waterlopen (100 tot max. 250 m aan weerszijden). Vanuit Treeport wordt vastgesteld dat in de als bufferzones aangemerkte KRW-gebieden nagenoeg geen boomkwekerijen zijn. Als de lijn van het Waterschap wordt gevolgd, betekent dat in die zones enkel nog biologische landbouw is toegestaan, concludeert de heer #(ZLTO).
Mevrouw #(Waterschap) legt uit dat er een onderscheid is tussen bufferzones en bufferstroken en dat de bufferstrokenregeling al geruime tijd van toepassing is en de landbouwers er al mee van doen hebben. Het houdt in dat rondom elke watergang een bepaalde zone mestvrij (5, 3 of 1 meter) dient te zijn hetgeen positief is voor de waterkwaliteit. Waterschap De Dommel volgt in deze het landelijke beleid en beleid uit Brussel. Suggestie van de heer #(ZLTO) om voor het koersdocument gebruik te maken van teksten uit het grondwaterconvenant omdat daar aanknopingspunten in te vinden zijn, zoals innovatieve oplossingen rondom het langer vasthouden van water en de inrichting van bufferzones. Een goede suggestie die wordt overgenomen. Zo ook de conclusie dat gemeenten in het koersdocument enkel het provinciaal beleid volgen. M.b.t. de Ruijsbossche waterloop geeft wethouder Logister aan, met verwijzing naar pag. 88 van het koersdocument (passage over de nog op te stellen visie Ruijsbossche loop), dat ook bij eventuele woningbouw er rekening gehouden moet worden met de beekdaalvormige laagte aldaar. M.b.t. de Zandleij wordt gemeld dat het Waterschap er een pittige kluif aan heeft om de zuiveringstrappen op tijd voor elkaar te krijgen.
Het Waterschap haalt hier de norm niet voor 2027, wel zal in 2029 het water zuiverder zijn, licht mevrouw #(Waterschap) desgevraagd toe, waarbij zij toelicht dat er een enorme investering mee is gemoeid. De Zandleij overstroomt niet, wordt in een bak vastgehouden, maar het Waterschap adviseert de agrariërs om niet te beregenen met water uit de Zandleij. Over de aanpak van de riooloverstorten zijn met de gemeenten afspraken gemaakt. In stedelijke gebieden is men al geruime tijd druk doende met het ontvlechten van het gemengde rioolstelsel met infiltratievoorzieningen voor schoon regenwater, zo ook ten behoeve van de land- en natuurgebieden rondom de stad. Als kritische kanttekening is vanuit Treeport en ZLTO eerder aangegeven dat in de discussie over waterkwaliteitsproblemen er onevenredig veel in de richting van de landbouwsector wordt gekeken terwijl er meer vraagstukken in deze problematiek spelen. In de tekst voor het koersdocument zal het breder getrokken worden en de samenhang worden geduid. 7. Doelstellingen rondom landbouw of landelijk gebied We willen een landbouw die in balans is met de natuur en het milieu, geen achteruitgang van de biodiversiteit en een buitengebied dat een bijdrage levert aan de stikstofproblematiek. Ook willen we minder recreatiedruk in de natura 2000 gebieden. We hebben ons te houden aan landelijke en Europese regelgeving.
Vragen m.b.t maatregelen: Wat kan wel/niet binnen de landbouw? Gezamenlijk proberen meer grip te krijgen op de invulling van het begrip natuurinclusieve landbouw , De reguliere landbouw en boomteelt: draagt die al bij aan de biodiversiteit en stikstofproblematiek? Hoe gaan we om met overgangsgebieden? Omvang? Wat mag er wel/niet? Wat wenst de maatschappij? Stikstof is geen op zichzelf staand doel. Treeport t.a.v. thema Natuur en Landbouw (uit aangeleverd document): • duurzame en natuurinclusieve (kringloop) landbouw • landbouw die in balans is met een sterke en veerkrachtige natuur, met een robuust watersysteem en een toekomstbestendig klimaat • landbouw die in balans is met de onderliggende en bovenliggende lagen • landbouw die natuur en landschapswaarden in dat gebied versterkt 14
• • • •
landschapsecologische zones 20 strekkende kilometer nieuwe laanbeplanting netwerk van landschapselementen landbouw overgangsgebied
Voor de betekenis van ‘natuurinclusief’ verwijst wethouder Grashoff naar de definitie die BoerenNatuurBrabant hiervoor hanteert, geciteerd door #(Gem Tilburg): Natuurinclusieve landbouw wordt gedefinieerd als een economisch rendabel landbouwsysteem dat voedsel en gewassen produceert, in balans met de natuurlijke omgeving, natuurlijke hulpbronnen integreert in de bedrijfsvoering en zorgt voor biodiversiteit op en rond het bedrijf. Mevrouw Van #(Duinboeren) merkt op dat haar biologische melkveebedrijf niet wordt beschouwd als natuurinclusief wat opmerkelijk is. Blijkbaar gelden er geen duidelijke richtlijnen. De vraag wordt vanuit de landbouwpartijen geopperd of het voor onderhavig gebied wel nodig is om grenzen te trekken. Is het niet beter elkaar (Duinboeren, reguliere landbouwers) te vinden op na te streven doelen die in zijn algemeenheid bijdragen aan een verbetering van de kwaliteit van natuur (biodiversiteit, schoon water, robuust watersysteem etc.) en daarover afspraken te maken? De term natuurinclusief hebben de gemeenten niet bedacht, licht wethouder Grashoff toe. De definitie duidt een trend aan die ontwikkelingen gericht op meer biodiversiteit moeten stimuleren. Natuurinclusief is niet hetzelfde als biologische landbouw, omgekeerd is biologische landbouw wel natuurinclusief.
De Duinboerenorganisatie vindt de definitie zoals de organisatie BoerenNatuurBrabant die invult, heel goed in de uitvoering bruikbaar en is in de overgangszones al op die manier bezig. De voorzitter oppert de vraag hoe het concept ‘natuurinclusief’ wordt gebruikt; als kader om bepaalde landbouw te stimuleren, of als gebiedsgericht planologisch concept met wet- en regelgeving? Willen we in de overgangszones reguleren of stimuleren? Ook in het plan VVHN wordt de term ‘natuurinclusief’ gebruikt, echter landbouwpartners betwijfelen of die sticker wel nodig is, en stellen dat partijen elkaar kunnen vinden in de beweging die men met elkaar wil maken. Kijkend naar het fraaie landbouwgebied en de zittende landbouwers ligt een stimulans naar mogelijk andere verdienmodellen meer voor de hand, zo wordt gesteld. De afzet moet passen bij het aanbod. Maar ook hoe de consument er warm voor krijgen. Toegelicht wordt dat vanuit de provincie men naar 15% biologische landbouw wil. Het label ‘natuurinclusief’ is indertijd geïntroduceerd om binnen de landbouwsector die beweging langzaam op gang te brengen. De leidende principes onderschrijven de landbouwpartners, constateert de voorzitter, en het advies is dat in het koersdocument op te schrijven.
Wethouder Grashoff bevestigt dat met het begrip natuurinclusief niet de invulling wordt dichtgetimmerd of beperkende maatregelen worden opgelegd, maar het geeft een richting aan die gemeenten belangrijk vinden vanuit maatschappelijk belang. De invulling die BoerNatuurBrabant eraan geeft, toont ook aan dat het economisch rendabele landbouw is. Het kan ook boomteelt zijn met een duidelijke insteek op biodiversiteit zonder gewasbeschermingsmiddelen. Ermee beoogd wordt dat dat in die overgangsgebieden minder of geen schade optreedt voor de natuurgebieden (depositie stikstof), ze meer ondersteunend zijn aan die natuurgebieden, de biodiversiteit er verrijken, de verdroging helpen tegen te gaan etc. licht wethouder Grashoff desgevraagd toe. Het voorstel is de definitie die BoerenNatuurBrabant hanteert, over te nemen in het koersdocument en aan te vullen met de opmerking dat het dient als stimuleringskader. (N.B. Vanuit Treeport MB is n.a.v. dit verslag aangegeven zich niet in de definitie te herkennen). Voorts de suggestie om in het koersdocument de leidende principes op te schrijven en de beweging die men voorstaat, de ontwikkelrichting, de relatie met andere sectoren (bouw, wonen, zorg, mobiliteit). Ad zonering overgangsgebieden T.a.v. de zonering van de overgangsgebieden ziet de heer #(ZLTO) het probleem ontstaan van steeds nieuwe begrenzingen.
Steeds meer kaders en begrenzingen opleggen is volgens hem op den duur niet houdbaar. Uitgebreid wordt discussie gevoerd over de voors en tegens, de risico’s. Er is onduidelijkheid over de in het koersdocument gekwantificeerde 1200 hectare overgangsgebied. Hoe komt Strootman aan deze cijfers, vragen de landbouwpartners zich af. In het plan VVHN komt men uit op een ander getal. Het verzoek is om de architect rechtstreeks met Treeport te laten schakelen.
15
De voorzitter spreekt af dat de functie en het nut van de zonering van overgangsgebieden in het koersdocument nadere uitleg behoeft, hoe ze tot stand zijn gekomen (aantal hectares) en over het met partners in het gebied te voeren overleg. Eerder in dit overleg is vastgesteld dat het begrip ‘natuurcompensatie’ discussie en vragen oproept. Wethouder Grashoff stelt dat richting de provincie gemotiveerd moet worden welke opgaven er liggen o.g.v. woningbouw, bedrijvigheid, mobiliteit, in balans met de stikstofopgave, biodiversiteit, natuurdoelen etc. De 500 hectare natuur is niet absoluut, maar een kwalitatieve beoordeling. Zij zien een mogelijkheid om boomteelt en natuur te verweven in de natuuropgave, in de geest van het plan VVHN waarin een nieuwe vorm van productiebos wordt voorgesteld. Het voorstel is om het als een pilot in het gebied te gaan uitproberen. Vanuit de landbouwpartijen wordt dit voorstel positief ontvangen en omarmd. De realisatie acht men zeer kansrijk. Het biedt de mogelijkheid voor een flexibelere invulling van het landschap en is gekoppeld aan doelstellingen. Binnen de GGA zijn de Duinboeren al bezig met het ecologische project Manke tiens (productielandschappen). Voorts kijken naar aansprekende voorbeelden elders hoe landbouw een plek heeft gekregen in natuurgebieden: Ooijpolder Nijmegen, Levende Beerze, Heerlijkheid land van Cuijk. 8.
Economische dragers in buitengebied Zoals vorige keer is besproken behoeft het koersdocument op dit thema wellicht aanvulling, in de zin dat die opgave er ligt en dat partijen hier gezamenlijk mee aan de slag gaan. Het wordt niet nodig geacht een volledig economisch programma uit te schrijven, wel aangeven dat er op het spoor van innovatie er kansen liggen (bijv. robotisering). Wellicht dat in die ontwikkeling Midpoint een rol in kan vervullen, denkt de heer #(Treeport). Wethouder Spekle merkt op dat de gemeente Oisterwijk het al duidelijk gepositioneerd heeft in hun economische visie en dat is ook bruikbaar voor in het koersdocument. Vanuit de landbouwpartners wordt er op gewezen dat de economische effecten niet enkel gelden voor de bedrijven en de werkgelegenheid in het buitengebied, maar het heeft ook maatschappelijke impact op de leefbaarheid in de dorpen (sponsoring clubs). Specifiek met de dorpsraad Biezenmortel wordt over dit thema doorgepraat. 9. Tot slot, vervolgafspraak Voorafgaand aan het volgend overleg zal aan de deelnemers een conceptdocument worden aangereikt met tekstblokken over de besproken thema’s, welk document is bedoeld als aanvulling op c.q. wijziging in het koersdocument Oostflank. Een derde en laatste gespreksessie is gepland op dinsdag 23 april (17.00-22.00 uur).