Bijlage 5 Beslispuntenmemo GR Stadsgewest 's-Hertogenbosch ambtelijk advies
Tekst van het document
PROOF Adviseurs BV. Aan
Van
Postbus 2704
Gemeenschappelijke regeling Stadsgewest ‘sHertogenbosch T.a.v. mevrouw C. Mulder
Jan Willem Botter en Maarten Waleboer
3000 CS Rotterdam
Plaats/datum
Betreft
btw NL8550.87.250.B01
Rotterdam, 24 augustus 2023
Beslispuntenmemo mbt wijziging GR
KvK 63089068
info@proofadviseurs.nl (+31)850471007 proofadviseurs.nl Rabo NL43RABO0303425660
1 Inleiding Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) gewijzigd. Deze wetswijziging dient voor 1 juli 2024 in alle gemeenschappelijke regelingen (GR-en) geïmplementeerd te worden. Ook de gemeenschappelijke regeling Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch (hierna: de GR) moet worden gewijzigd. De deelnemende gemeenten (te weten de gemeenten Boxtel, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Maasdriel, Meierijstad, Oisterwijk, Sint Michielsgestel, Tilburg en Vught werken via het openbaar lichaam samen ten aanzien van alle aan het Stadsgewest ’s-Hertogenbosch opgedragen taken en verplichtingen op het gebied van de Afvalverwerking voor (delen van) hun gemeenten. Meer in het bijzonder het beheer van de gesloten stortplaats Vlagheide, gelegen in de gemeente Meierijstad. De ambtelijke ondersteuning aan het Stadsgewest ’s-Hertogenbosch wordt vanuit de gemeente Meierijstad verleend. De beperkte activiteiten van het Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch ten aanzien van de stortplaats spelen mede een rol bij de keuzen die gemaakt worden over het nieuwe instrumentarium in de Wgr. Deze beslispuntenmemo geeft inzicht in de wijzigingen van de Wgr die noodzakelijkerwijs leiden tot wijziging van de GR.
1.1 Gewijzigde procedure totstandkoming GR-wijziging Een eerste belangrijke wijziging ziet op het proces tot de totstandkoming van een GR-wijziging. Bij alle GR-en waar raden niet aan deelnemen is het vanaf 1 juli 2022 verplicht om zienswijze over de concept gewijzigde regeling te vragen aan de raden. Nadat gemotiveerd op deze zienswijzen is gereageerd en aanpassingen in de concept-GR zijn doorgevoerd, kan aan de raden toestemming worden gevraagd voor het wijzigen van de GR. Deze procedurewijziging heeft overigens voor de GR geen gevolgen. De GR is een gemengde regeling waarbij zowel de raden als colleges van burgemeester en wethouders (hierna: colleges) en de burgemeesters deelnemer zijn. Dit betekent dat de raden, tezamen met de colleges en de burgemeesters, besluiten tot wijziging van de GR zodat de wetgever het niet noodzakelijk heeft geacht verplicht een zienswijze te laten geven door de raden op de conceptregeling. In het geval de raden – om welke reden dan ook – zouden uittreden uit GR, dan is het vragen van een zienswijze op toekomstige wijzigingsvoorstellen van de GR wel verplicht.
1.2 Niet alle wijzigingen van de Wgr leiden tot een te maken keuze in de GR Een aantal van de wijzigingen in de Wgr leiden tot verplichte toepassing en leiden soms tot een verplichte wijziging van GR-en waarbij geen keuze te maken valt in de wijze waarop deze wordt toegepast. Andere wijzigingen van de Wgr geven de deelnemers de vrijheid om te kiezen of, en
proofadviseurs.nl
Pagina 1 van 9
zo ja op welke manier, zij de wijzigingen implementeren in de eigen GR. Onderstaande tabel maakt dit inzichtelijk voor GR-en die gesloten worden tussen gemeentelijke1 bestuursorganen. Wijziging
Geregeld in:
Keuze?
Opnemen in GR?
Zienswijze van raden over ontwerpregeling, wijziging regeling of toeen uittreding als raden geen deelnemer zijn aan de GR. NB: aan GR nemen raden deel, dus het vragen van zienswijze op een concept gewijzigde GR is niet verplicht.
Art. 1 Wgr
Nee
Ja, tenzij verwijzing naar wettelijke bepaling.
Reactie van (dagelijks) bestuur op zienswijze begroting.
Art. 35 Wgr
Nee
Ja, tenzij verwijzing naar wettelijke bepaling.
Aanpassing termijnen in de begrotingscyclus
Art. 34, 34b en 35 Wgr.
Nee
Ja, tenzij verwijzing naar wettelijke bepaling.
Gezamenlijke enquête naar gevoerde bestuur als raden geen deelnemer zijn. NB: omdat de raden deelnemen aan GR hebben de raden direct invloed op het reilen en zeilen binnen GR, dus het instrument van gezamenlijke enquête is niet van toepassing.
Art. 155 Gemeentewet
Nee
Nee, bevoegdheid altijd van toepassing.
Uitbreiding van de bevoegdheid van de rekenkamer tot bestuur van het samenwerkingsverband.
Art. 184 Gemeentewet
Nee
Nee, bevoegdheid altijd van toepassing.
Zienswijze over specifieke besluiten van het bestuur
Art. 10 lid 6 Wgr
Ja
Ja, vastleggen welke keuze.
Participatie van inwoners en belanghebbenden
Art. 10 lid 7 en 8 Wgr
Ja
Ja, vastleggen welke keuze.
Actieve informatieplicht door bestuur
Art. 17 Wgr
Ja
Ja, vastleggen hoe dit wordt ingevuld
Gemeenschappelijke adviescommissie
Art. 24a Wgr
Ja
Niet verplicht.
Evaluatie van de GR
Art. 11 Wgr
Ja
Ja, vastleggen welke keuze.
Voorwaarden en gevolgen van uittreding, waaronder de gevolgen van de rechtspersoon en voor het vermogen van de gemeenten waarvan bestuursorganen deelnemen.
Art. 9 Wgr
Ja
Ja, vastleggen welke keuze.
1
De bepalingen die verwijzen naar regelingen tussen provinciale bestuursorganen of bestuursorganen van waterschappen laten wij in deze memo buiten beschouwing.
proofadviseurs.nl
Pagina 2 van 9
In het volgende hoofdstuk worden in verschillende paragrafen alle lichtpaars gekleurde rijen van bovenstaande tabel besproken. Van belang daarbij is dat de inzet van de instrumenten niet op zichzelf dienen te worden bezien, maar in onderlinge samenhang met elkaar beoordeeld kunnen worden. In de ambtelijke sessie op 14 november 2023 met de ambtelijke ondersteuning van het Stadsgewest ’s-Hertogenbosch (ambtelijk secretaris en operationeel manager) zijn deze instrumenten doorgenomen en zijn unaniem adviezen naar voren gekomen. De gemaakte keuzes worden in de deze memo per onderdeel apart vermeld bij “ambtelijk voorstel”.
2 Keuzes voor in de GR In de inleiding is reeds aangegeven en wordt hierbij nogmaals vooropgesteld dat bij de keuzes rekening is gehouden met het feit dat de aan GR Stadsgewest ’s-Hertogenbosch opgedragen taken en verplichtingen voornamelijk nog zien op het beheer van de gesloten stortplaats Vlagheide, gelegen in de gemeente Meierijstad.
2.1 Termijnen begrotingscyclus Wat betreft de gewijzigde termijnen geldt dat deze vanaf 1 juli 2022 in werking zijn getreden. De termijnen zoals in de GR zijn opgenomen worden hierop aangepast. Omdat het uiterste termijnen betreft, behoeft hier in beginsel geen keuze te worden gemaakt. Op dit moment zijn in artikel 31 en 32 van de GR termijnen opgenomen voor de begroting en rekening, daarom is het goed om na te denken over de wijze waarop de termijnen in de GR opgenomen kunnen worden. Er kan voor gekozen worden om de wettelijke of andere termijn in de GR op te nemen, bijvoorbeeld vanwege de P&C-cyclus van de verschillende gemeenten of omdat er regionale afspraken over zijn gemaakt. Als hiervoor gekozen wordt dan laat dit onverlet dat de uiterste wettelijke termijnen hoe dan ook gelden, dus afwijkende termijnen moeten in ieder geval passen binnen de uiterste wettelijke termijnen. Afwijkende termijnen hoeven dus niet in de GR te worden vastgelegd, maar als deze in de GR worden vastgelegd dan dient iedere deelnemer zich daar ook aan te houden. Afwijkende termijnen kunnen daarmee als zogenoemde ‘stok achter de deur’ worden gebruikt. In dit kader wordt voor de volledigheid nog opgemerkt dat, als er zienswijzen worden ingediend voor de ontwerpbegroting, het dagelijks bestuur daarop richting de raden inhoudelijk reageert voordat het algemeen bestuur de begroting vaststelt.
Artikel 31 GR, vijfde lid, van de GR dient daarop aangepast te worden. Keuze: Welke termijnen in de artikelen 31 en 32 van GR opgenomen? De nieuwe wettelijke termijnen kunnen hier worden overgenomen opgenomen. Dit kan overigens op verschillende manieren: of door het verwijzen naar de toepasselijke wetsbepaling of – voor een verbeterde zelfstandige leesbaarheid van de GR – door het opnemen van de termijnen in de GR. Aangezien op dit moment van het laatste sprake is, ligt het ook voor de hand dit voor de gewijzigde regeling op dezelfde wijze op te nemen. Ambtelijk voorstel: De termijnen aan te passen aan de Wgr en de daarin genoemde uiterste termijnen te hanteren. Schematisch in beeld gebracht voor:
proofadviseurs.nl
Pagina 3 van 9
•
de begroting;
•
de jaarrekening;
2.2 Zienswijze over specifieke besluiten van het bestuur Volgens artikel 10, vijfde lid, Wgr moet in een GR worden opgenomen welke bestuursbesluiten, voorafgaand aan het nemen ervan, voor het geven van een zienswijze moeten worden voorgelegd aan de raden van de gemeenten waarvan bestuursorganen deelnemen in een GR. Er is een aantal verplichte besluiten waarvoor zienswijze gegeven moet worden 2. Naast deze wettelijk verplichte zienswijzeprocedures, is het verplicht om iets op te nemen over de bestuursbesluiten die voor zienswijze aan de raden voorgelegd worden. Er kan voor worden gekozen om te bepalen dat er geen besluiten van het bestuur voor zienswijzen aan de raden worden aangeboden. Als het wel wenselijk wordt geacht bepaalde besluiten voor zienswijze aan de raden voor te leggen, ligt het voor de hand te kiezen om ingrijpende besluiten of besluiten met een (grote) financiële consequentie voor zienswijze aan de raden voor te leggen. Oftewel, besluiten die de kaderstellende, controlerende en budgettaire bevoegdheden van de raden raken.
2 Denk aan de zienswijze op de begroting en de zienswijze op het oprichten van en deelnemen in een
privaatrechtelijke rechtspersoon door het bestuur van een gemeenschappelijke regeling en de wensen en bedenkingen bij het instellen van een bestuurscommissie.
proofadviseurs.nl
Pagina 4 van 9
Te denken valt bijvoorbeeld aan algemeen verbindende voorschriften, al dan niet financieel, de vaststelling van meerjarenbeleidsplannen of het instellen van bestuurscommissies. Voor de GR geldt dat sprake is van een openbaar lichaam waar de raden, evenals de colleges en burgermeesters deelnemen aan de regeling. Dit betekent dat de raden rechtstreeks invloed hebben op besluitvorming in het AB en dat wellicht de noodzaak minder gevoeld wordt om bestuursbesluiten voor zienswijze aan de raden te laten voorleggen. Er kan voor worden gekozen om te bepalen dat er geen besluiten van het bestuur voor zienswijzen aan de raden worden aangeboden. In de huidige GR zijn op dit onderdeel geen bepalingen opgenomen. Keuze: Worden er bestuursbesluiten genomen in de GR waarop de raden voorafgaand hun zienswijze mogen geven? Zo niet: dan wordt vastgelegd dat daarvan geen gebruik wordt gemaakt, buiten de besluiten waarvan wettelijk of reeds in de GR is bepaald dat ze voor zienswijze langs de raden moeten. Zo wel: dan adviseren wij scherp te hebben welke besluiten dit dan betreffen. Ambtelijk voorstel: De belangrijkste besluiten die aan de raad voorgelegd worden zijn de ontwerpbegroting, inclusief de meerjarenbegroting en de jaarrekening. Deze worden op grond van de Wgr verplicht aan de raden ter zienswijze voorgelegd. Daarin worden ook inhoudelijke vraagstukken met financiële gevolgen opgenomen.
Voor de ontwerpbegroting geldt een verplichte zienswijzeprocedure. Verder wordt op dit punt maatwerk toegepast. Indien naar het oordeel van het algemeen bestuur andere besluiten genomen worden die aanzienlijk politiek of financieel belang hebben en de kaderstellende, controlerende of budgettaire rol van de raden raken, worden de ontwerpbesluiten aan de raden voorgelegd voor zienwijzen. De termijn hiervoor bedraagt tien weken. Daarbij wordt in acht genomen dat de raden, indien zich dat voordoet, op adequate, dat wil zeggen voldoende en tijdige, wijze door het bestuur via de informatieplicht op de hoogte worden gesteld. Dit is in lijn met de informatieverschaffing zoals die op dit moment plaatsvindt bij ontwikkelingen rond Vlagheide.
2.3 Evaluatie van de GR In artikel 11a van de Wgr is opgenomen dat een gemeenschappelijke regeling bepalingen omtrent de evaluatie van de regeling moet bevatten. Uit de toelichting op de wetswijzing volgt dat verplicht is om in elke regeling iets op te nemen over evaluatie, maar dat dit ook mag betekenen dat wordt opgenomen dat er geen verplichte evaluatie plaats zal vinden. Wordt er niet geëvalueerd dan wordt dat opgenomen in de GR en hoeven er geen verdere keuzes gemaakt te worden. Wordt ervoor gekozen om wel te evalueren dan is het ook goed om na te denken over de frequentie en de termijn van de evaluatie. Bijvoorbeeld minstens eens per zes jaar of elke vier jaar. Ook kan er iets worden opgenomen over het moment. Zo is het bijvoorbeeld aan te raden om de evaluatie niet vlakbij of rondom raadsverkiezingen te laten plaatsvinden omdat dan de evaluatie mogelijk niet de aandacht krijgt of het momentum mee heeft om het een nuttige evaluatie te laten zijn. Overigens kan de keuze voor het moment van de evaluatie ook buiten de GR gelaten worden om niet ‘vast te liggen’. Hoe specifieker in de GR wordt opgenomen hoe met de evaluatie om te gaan, hoe ‘vaster’ dit ligt en hoe minder flexibiliteit er is daarvan af te wijken. Tot slot is het ook goed om bij voorbaat na te denken over wát het onderwerp van de evaluatie dient te zijn.
Op dit moment is in de GR geen evaluatiebepaling opgenomen. Keuze: wordt het wenselijk gevonden om alsnog een evaluatiebepaling in de GR op te nemen en zo ja, hoe dan?
proofadviseurs.nl
Pagina 5 van 9
Ambtelijk voorstel: Deze GR is aflopend. Derhalve is er geen reden om de GR te evalueren. Het AB kan, indien daartoe alsnog de noodzaak voor wordt gezien, evalueren. Dat wordt opgenomen om de GR. Zie nieuw artikel 39 lid 4 GR.
2.4 Gemeenschappelijke adviescommissie Met de inwerkingtreding van de gewijzigde Wgr is het mogelijk om een gemeenschappelijke adviescommissie, zie artikel 24a Wgr, in te stellen. Als de raden van de gemeenten waarvan bestuursorganen deelnemen in de GR unaniem verzoeken om de instelling ervan, is het algemeen bestuur zelfs verplicht om tot de instelling van een dergelijke gemeenschappelijke adviescommissie over te gaan. In een gemeenschappelijke adviescommissie kunnen alleen raadsleden deelnemen. Het is niet verplicht dat elke raad een ‘eigen’ lid aanwijst. Een gemeenschappelijke adviescommissie kan ingezet worden voor drie doelen: adviseren aan raden over en afstemmen van zienswijzen die raden mogen indienen, adviseren aan het bestuur over te nemen besluiten en voor de verbinding van de raden met het bestuur van het openbaar lichaam. De raadsadviescommissie heeft, zoals ook de naam al weggeeft, geen besluitvormende bevoegdheden. Dat betekent dat altijd sprake is van een advies aan de raden of het bestuur van het openbaar lichaam, maar dat de betreffende raden en het bestuur zelf de besluiten nemen. Een gemeenschappelijke adviescommissie is een instrument dat een actieve rol en dus tijd vraagt van de raden die daarin participeren. Dat betekent dat ook goed moet worden nagedacht over de vraag of het inzetten van een gemeenschappelijke adviescommissie gewenst is.
Bij GRen die hoofdzakelijk uitvoerend van aard zijn en waar weinig tot geen beleid wordt vastgesteld ligt het minder voor de hand om een gemeenschappelijke adviescommissie in te zetten. Als binnen het bestuur van het openbaar lichaam weinig tot geen besluiten genomen worden die voor zienswijze aan de raden worden voorgelegd, ligt het niet voor de hand om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen omdat dan sprake is van weinig praktisch nut. Daarmee zou de afweging gemaakt kunnen worden dat als er in de GR, naast de begroting, geen andere besluiten worden opgenomen om ter zienswijze aan de raden voor te leggen, ook geen gemeenschappelijke adviescommissie wordt ingesteld. Wat betreft de huidige GR is van belang dat de raden deelnemen aan de regeling. Dat betekent dat zij direct invloed hebben op de besluitvorming en veel minder ‘op afstand staan’ dan bij een collegeregeling het geval is. Alhoewel de wet zich er niet tegen verzet, lijkt het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie van weinig toegevoegde waarde. Overigens is het niet noodzakelijk dat in de GR een ‘kapstokbepaling’ wordt opgenomen om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. Dit betekent dat ook op een later moment, zonder de GR te hoeven wijzigen, het mogelijk is tot instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie over te gaan.
Keuze: Is het op dit moment gewenst voor de GR een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen? Zo ja, dient deze in de GR te worden opgenomen? Ambtelijk voorstel: Omdat de raden deelnemers zijn aan de GR, wordt de adviescommissie niet in de GR opgenomen. Bij unaniem besluit van de raden kan op een later moment nog beslist worden tot instelling van de gezamenlijke adviescommissie. Dat hoeft niet geregeld te worden in de GR.
2.5 Participatie van inwoners en belanghebbenden Volgens artikel 10 lid 7 Wgr wordt in een gemeenschappelijke regeling opgenomen op welke wijze de ingezetenen (van de gemeenten waarvan bestuursorganen deelnemen aan een
proofadviseurs.nl
Pagina 6 van 9
gemeenschappelijke regeling) en belanghebbenden betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Het originele wetsvoorstel liet de ruimte om per gemeenschappelijke regeling een afweging te maken of er mogelijkheden voor participatie van inwoners en belanghebbenden in worden opgenomen. Echter, in het aangenomen amendement van Bromet is opgenomen dat het niet mogelijk is in een gemeenschappelijke regeling op te nemen dat geen ruimte wordt gegeven voor participatie. Er moet, met andere woorden, in elke gemeenschappelijke regeling een minimale variant van participatie worden opgenomen. Voor de GR geldt dat zowel raden als colleges deelnemen aan de regeling. In artikel 5 zijn alle bevoegdheden van regeling en bestuur van de deelnemende bestuursorganen toegekend aan het openbaar lichaam. Dit duidt op delegatie van bevoegdheden. Dit betekent dat sprake kan zijn van de inzet van ingrijpende besluiten. Er dient daarom nagedacht te worden over de wijze waarop participatie wordt opgenomen in de gemeenschappelijke regeling zodat inwoners en belanghebbenden op effectieve wijze kunnen participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid op grond van de regeling GR. Zijn de bevoegdheden gedelegeerd, dan kan het AB zelf een participatieverordening maken, waarin de mogelijkheden en vormen van participatie worden ingevuld.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan participatie via de elektronische weg naar aanleiding van voorgenomen besluiten over de voorbereiding, vaststelling of uitvoering van beleid die bij de publicatie van vergaderagenda’s van AB of DB openbaar worden gemaakt. Het is ook mogelijk dat het bestuur per voorgenomen besluit bepaalt of, en zo ja, hoe er geparticipeerd wordt. In de Wgr is bepaald dat participatie wordt doorlopen met de uitgebreide voorbereidingsprocedure bedoeld in afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Niet elke procedure vraagt om het doorlopen van zo’n uitgebreide procedure, daarom dient in de regeling aangegeven te worden dat er van afgeweken mag worden door een ander proces vast te stellen. Keuze: Op welke manier wordt in de GR invulling gegeven aan participatie? Ambtelijk voorstel: Het AB te laten bepalen dat bij besluiten met belangrijke politieke en financiële gevolgen participatie wordt toegepast, waarbij qua participatie aangesloten wordt bij wat gebruikelijk is in de deelnemende gemeenten. Afwijking van de standaardprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 Awb wordt mogelijk gemaakt. (zie nieuw artikel 10, lid 5, GR)
2.6 Voorwaarden en gevolgen uittreding uit GR Alhoewel in alle gemeenschappelijke regelingen (voor onbepaalde tijd) bepalingen zijn opgenomen over de wijze waarop deelnemers kunnen uittreden, is het sinds de wetswijziging van 1 juli 2022 verplicht om deze bepalingen uit te breiden. Uit de bepaling moet ten aanzien van uitreding duidelijk worden: a. welke gevolgen dit heeft voor het vermogen van de rechtspersoon; b. welke gevolgen dit heeft voor de uittredende gemeente en c. welke gevolgen dit heeft voor het vermogen van de gemeenten waarvan de bestuursorganen deelnemen in de gemeenschappelijke regeling. Dit betekent dat in de GR moet worden opgenomen op welke wijze wordt bepaald wat de gevolgen van de uittreding zijn en op welke manier het vermogen van de deelnemers wordt beïnvloed.
proofadviseurs.nl
Pagina 7 van 9
Op dit moment is in artikel 34 van de GR opgenomen dat uittreding mogelijk is, waarbij het algemeen bestuur aan de uittreding voorwaarden kan verbinden en de uittreding goedkeurt door vaststelling en regeling van de financiële en overige gevolgen van uittreding. Dat betekent dat op dit moment de GR niet voldoet aan de minimale eisen die de Wgr stelt aan uittredingsbepalingen, omdat niet het AB, maar de deelnemende bestuursorganen de gevolgen van uittreding dienen vast te stellen. Keuze: bepaal op welke wijze de uittredingsbepaling van GR aanpassing behoeft. Ambtelijk voorstel: In de regeling wordt de uittreding zodanig geregeld dat deze voldoet aan de Wgr. Daarom wordt in de uittredingsbepaling verwerkt wat de gevolgen zijn voor de uittredende gemeente, het openbaar lichaam en de ‘achterblijvende’ gemeenten.
2.7 Actieve informatieplicht door bestuur Sinds 1 juli 2022 moet ook in gemeenschappelijke regelingen opgenomen worden op welke wijze inlichtingen door het bestuur van een gemeenschappelijke regeling worden verstrekt aan de raden van gemeenten waarvan bestuursorganen deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling. Dit is bepaald in artikel 17 van de gewijzigde Wgr. De ratio van dit artikel is dat alle bestuursorganen van de verschillende gemeenten in een gelijke informatiepositie verkeren. Dat betekent dat door GR beslist moet worden op welke wijze dit gebeurt en dit dient in de regeling te worden opgenomen. Op dit moment is in de GR in artikel 23 de actieve informatieplicht al opgenomen. Deze voldoet aan de minimale variant die de Wgr voor schrijft. Dat betekent dat alleen in het geval een meer uitgebreide regeling wenselijk is, op dit punt de GR gewijzigd dient te worden. Keuze: op welke wijze worden de raden actief geïnformeerd zodat zij hun taken goed kunnen uitoefenen? Is het nodig de huidige minimale regeling van artikel 22 GR hierop aan te passen? Ambtelijk voorstel: In artikel 23 Gr is de informatieplicht al opgenomen. Deze voldoet aan de Wgr en behoeft geen wijziging.
2.8 Overig: Archief De aanleiding voor het wijzigen van de GR ligt ook mede in het interbestuurlijk toezicht dat de provincie Noord-Brabant heeft ten aanzien van het archief van het openbaar lichaam. Naast de wijzigingen die voortvloeien uit de wijziging van de Wgr, dient daarom ook beoordeeld te worden of, en zo ja hoe de archiefzorg ten aanzien van de GR geregeld moet worden. De Archiefbepaling is aangepast aan de laatste archiefwetgeving. Verder zijn een paar kleine aanpassingen aangebracht om de tekst van de GR in overeenstemming te brengen met de huidige Wgr.
3. Proces tot wijziging GR Een voorstel tot wijziging kan worden gedaan door het algemeen bestuur (artikel 35 GR), Het proces tot wijziging doorloopt de volgende stappen: 1. Het AB besluit tot een voorstel van wijziging van de GR aan de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten.
proofadviseurs.nl
Pagina 8 van 9
2. De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten stellen het ontwerp van een wijziging van de GR vast. 3. De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten verzoeken de raden om toestemming voor het wijzigen van de GR (op grond van artikel 1, lid 4, van de Wgr) 4. De raden van de deelnemende gemeenten besluiten over de te verlenen toestemming en stellen de gewijzigde GR vast (op grond van artikel 1, lid 1 en 5, Wgr). 5. De colleges van burgemeesters en de burgemeesters stellen de gewijzigde GR vast (op grond van artikel 1, lid 1 en 5, Wgr. 6. De gemeente ’s-Hertogenbosch publiceert de gewijzigde GR ten behoeve van de inwerkingtreding van de gewijzigde GR. Schematisch ziet dat er als volgt uit.
Besluit AB voorstel concept ontwerpwijziging GR
Burgemeesters en colleges stellen ontwerp wijziging GR vast
Burgemeesters en colleges vragen raden om toestemming wijziging GR
Q1 2024
Q1 2024
Q1 2024
proofadviseurs.nl
Besluiten van raden, colleges en burgemeesters tot vaststelling van de definitieve wijziging Q2 2024
Publicatie en inwerkingtreding GR
Vóór 1 juli 2024
Pagina 9 van 9