Bijlage 3 - Exploitatieprognoses bij revitalisatie Staalbergven vlgs. scenario 3A en 3B
Tekst van het document
Bijlage 3 - Exploitatieprognoses bij revitalisatie Staalbergven vlgs scenario 3A en 3B Inleiding In hoofdstuk 5 van de geactualiseerde rapportage van de Hospitality Group (HG) d.d. 14 juni 2024 zijn de exploitatieprognoses terug te vinden voor de scenario’s 3A en 3B. In deze exploitatieprognoses zijn alle inkomsten en uitgaven meegenomen. Voor wat betreft de raming van de inkomsten is ervan uitgegaan dat de in het raadsvoorstel van december 2023 voorgestelde tariefsverhogingen daadwerkelijk worden doorgevoerd. Omdat de wijze waarop de toekomstige horeca-exploitatie wordt ingericht nog bepaald moet worden, zijn daar vooralsnog geen inkomsten en uitgaven voor geraamd. De raming van de uitgaven betreft zowel de jaarlijkse instandhoudingskosten (kapitaallasten en reservering groot onderhoud) als de dagelijkse beheer- en exploitatiekosten van het zwembad. Daarbij zijn de door HG gehanteerde kapitaallasten als gevolg van een aanpassing van de investeringsramingen naar prijspeil juli 2024 door ons naar boven toe bijgesteld met een bedrag van respectievelijk € 35.672 (scenario 3A) en € 53.655 (scenario 3B). Daarnaast is voor de post verzekeringen en belastingen de bestaande raming uit de begroting van de gemeente Oisterwijk gehanteerd, in plaats van het door HG geprognosticeerde bedrag.
Te dekken saldo in begroting Uit de exploitatieprognoses van HG komen, kort samengevat, de volgende resultaten naar voren. Tabel 1 – Jaarlijks verwachte inkomsten en uitgaven scenario’s 3A en 3B
Totaal inkomsten Totaal uitgaven Saldo (te dekken in begroting)
Scenario 3A
Scenario 3B
Verschil scenario 3A-3B
€ 276.500 € 809.172 € 532.672
€ 204.500 € 597.155 € 392.655
€ 72.000 € 212.017 € 140.017
Uit bovenstaande tabel die is opgesteld aan de hand van de exploitatieprognoses uit tabel 14 t/m 16 (paragraaf 5.2 t/m 5.4) uit de rapportage van HG, wordt duidelijk dat in scenario 3A jaarlijks voor een bedrag van € 72.000 aan hogere inkomsten uit entreegelden wordt gerealiseerd dan in scenario 3B. Daar staat echter een bedrag van € 212.000 aan hogere lasten in scenario 3A tegenover. Dit betekent dat een keuze voor scenario 3B naar verwachting volgens de berekeningen van HG jaarlijks € 140.000 minder budget vraagt dan een keuze voor scenario 3A. Aanvullend benodigd budget Als we het benodigde budget na revitalisatie voor beide scenario’s afzetten tegen het totale (netto) budget van € 166.550 dat thans in de gemeentebegroting voor de instandhouding, exploitatie en beheer van Staalbergven is opgenomen, ontstaat het volgende beeld. Tabel 2 – Aanvullend benodigd budget scenario’s 3A en 3B
Scenario 3A Scenario 3B Verschil
Benodigd budget na revitalisatie
Benodigd budget gecorrigeerd
Budget in huidige gemeentebegroting
Aanvullend benodigd budget
€ 532.143 € 397.126 € 135.017
€ 444.643 € 350.126 € 94.517
€ 166.550 € 166.550 --
€ 278.093 € 183.576 € 94.517
Inschatting kosten meerjarig onderhoud € 87.500 € 47.000 € 40.500
In bovenstaande tabel hebben wij naast de kolom ‘benodigd budget na revitalisatie’ een kolom ‘benodigd budget gecorrigeerd’ toegevoegd. Dit hebben we gedaan om de vergelijking met het huidige in de gemeentebegroting opgenomen budget voor Staalbergven van (netto) € 166.550 zuiver te houden. In dit bedrag van € 166.550 is geen rekening gehouden met een reservering voor toekomstig groot onderhoud. Daarom is in de kolom ‘benodigd budget gecorrigeerd’ voor beide scenario’s een correctie toegepast ter grootte van de jaarlijkse uitgaven die in de HG-rapportage voor toekomstig groot onderhoud zijn geraamd. In scenario 3A gaat het om een bedrag van € 87.500 en in scenario 3B om een bedrag van € 47.000. Conclusie Uit tabel 2 wordt duidelijk dat bij een keuze voor scenario 3B structureel voor een bedrag van € 183.576 extra budget binnen de gemeentebegroting moet worden gezocht. Dit is op basis van de geactualiseerde exploitatieprognoses van HG, zonder rekening te houden met een jaarlijkse reservering i.v.m. toekomstig groot onderhoud. Bij een keuze voor scenario 3A gaat het om een aanvullend benodigd budget van € 278.093. Gelet op het grote verschil van € 94.517 dat bestaat tussen de jaarlijkse extra last in scenario 3A en scenario 3B, spreekt het college een voorkeur uit voor scenario 3B. Zoals vermeld resulteert dit in een extra benodigd budget van € 183.576 per jaar.