Bijlage 3. ETFAL motivering
Tekst van het document
ETFAL motivering Wijziging Omgevingsplan voor dorpskern Haaren 19 mei 2026
Zaaknummer: 1054263
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
1
Samenvatting
3
1.
4
Inleiding
Inleiding
4
Aanduiding besluitgebied
4
Leeswijzer
4
2.
De huidige en de nieuwe situatie
5
De huidige situatie
5
De nieuwe situatie
5
3.
Participatie
7
Gekozen vorm van participatie
7
Omgang met zienswijzen
8
4.
Toetsing aan beleid
Rijksoverheid
9 9
Nationale Omgevingsvisie
9
Nationale Omgevingsprogramma’s
9
Provincie Noord-Brabant
9
Provinciale Omgevingsvisie
9
Provinciale Omgevingsprogramma’s
10
Waterschap De Dommel
10
Regionaal beleid
10
Stedelijke Regio Breda-Tilburg
10
Hart van Brabant
10
Samenwerkingsverband Goirle-Hilvarenbeek-Oisterwijk
10
Oisterwijks beleid
11
Beleidscyclus
11
Oisterwijkse Omgevingsvisie
12
Oisterwijkse Omgevingsprogramma’s
12
Aspecten fysieke leefomgeving
13
5.
Samenvatting
13
Milieueffectrapportage
14
Omgevingswaarden
16
Bodem 16 Water 16 Gezondheid
17
1
Zaaknummer: 1054263
Klimaatadaptatie
17
Duurzaamheid
17
Luchtkwaliteit
18
Geluid en trillingen
18
Geur
18
Licht
19
Verkeer en mobiliteit
19
Ruimtelijke kwaliteit
19
Landschappelijke inpassing
20
Erfgoed
20
Ecologie
20
Stikstofdepositie
21
Groen en bomen
21
Beperkingengebieden
21
Wettelijk kader
21
Specifiek voor deze omgevingsplanwijziging
22
Omgevingsveiligheid
22
Wettelijk kader
22
Specifiek voor deze omgevingsplanwijziging
24
Financiële haalbaarheid
25
6.
Kostenverhaal
25
Bibob 25 Nadeelcompensatie
25
2
Zaaknummer: 1054263
Samenvatting Voor u ligt de samenvatting van de motivering van de wijziging van het omgevingsplan voor de dorpskern Haaren. De gemeente Oisterwijk heeft per 1 januari 2024 een tijdelijk omgevingsplan. Dit tijdelijke omgevingsplan moet uiterlijk december 2031 zijn omgezet naar het nieuwe omgevingsplan. De eerste stap in de transitie is het vertalen van bestemmingsplan-regels voor het dorp Haaren naar het nieuwe omgevingsplan. Het ontwerp van deze wijziging heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen tot en met 31 december 2025. In december 2025 heeft een inloopmoment plaatsgevonden in Haaren. Met de provincie Noord-Brabant en het waterschap De Dommel heeft in de periode december 2025 – maart 2026 contact plaatsgevonden over deze omgevingsplanwijziging. In deze omgevingsplanwijziging zijn geen beleidskeuzes gemaakt en zijn ook geen beleidsdocumenten vertaald naar het omgevingsplan. De planologische mogelijkheden zijn, in de vergelijking tussen de situatie vóórafgaand aan vaststelling en ná vaststelling, niet gewijzigd. De wijziging van het omgevingsplan past binnen de nationale, regionale en lokale beleidskaders. Uit de toetsing aan de aspecten van de fysieke leefomgeving blijkt dat geen andere gevolgen ontstaan dan reeds aanwezig.
Dit komt omdat er geen inhoudelijke aanpassingen zijn gedaan aan regels en omdat het omgevingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt ten opzichte van wat al mogelijk was op basis van het tijdelijke omgevingsplan.
3
Zaaknummer: 1054263
1. Inleiding Inleiding Op 31 december 2031 moet de gemeente Oisterwijk over één omgevingsplan voor het hele grondgebied beschikken. Op dat moment vervalt namelijk het tijdelijke deel van het omgevingsplan, waaronder alle bestemmingsplannen en de bruidsschat. Voor die tijd moeten alle regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan worden geschrapt of verhuisd naar het nieuwe omgevingsplan. De eerste stap in de transitie naar het nieuwe omgevingsplan is voor het dorp Haaren. De voor de dorpskern geldende regels uit bestemmingsplannen zijn omgezet naar omgevingsplanregels. In die omzetting zijn geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt of beperkt. Dat wil zeggen: wat mogelijk is op basis van de situatie vóórafgaand aan vaststelling van deze omgevingsplanwijziging, is inhoudelijk niet anders dan wat mogelijk zal zijn ná vaststelling van deze omgevingsplanwijziging.
Aanduiding besluitgebied Een wijziging van het omgevingsplan gaat altijd over gehele ambtsgebied, tenzij specifiek anders benoemd. Deze omgevingsplanwijziging gaat over de dorpskern van Haaren. Er is gekozen om als begrenzing de planbegrenzing te hanteren van het bestemmingsplan “Kom Haaren” (december 2013).
Leeswijzer De motivering van deze wijziging van het omgevingsplan bestaat uit zes hoofdstukken. Na de inleiding (hoofdstuk 1) wordt in hoofdstuk 2 het plan beschreven. Hier staat ook de context van het omgevingsplan: het tijdelijk deel van het omgevingsplan en instructieregels van hogere overheden die ingrijpen op het omgevingsplan. Het participatie proces is uitgelegd in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van beleid en andere kaders van de gemeente Oisterwijk, andere overheden en aanwezige samenwerkingsverbanden. Het omgevingsplan moet immers hieraan voldoen. In hoofdstuk 5 wordt per aspect van de fysieke leefomgeving onderbouwd of de wijziging van het omgevingsplan tot andere effecten leidt of kan leiden. Met tenslotte in hoofdstuk 6 aandacht voor de financiële haalbaarheid van deze omgevingsplanwijziging.
4
Zaaknummer: 1054263
2. De huidige en de nieuwe situatie De huidige situatie In de huidige situatie geldt het tijdelijk omgevingsplan voor het dorp Haaren. Voor deze locatie bestaat dat met name uit: • Ruim 30 verschillende bestemmingsplannen (inclusief postzegelplannen en parapluplannen), én • De met de inwerkingtreding van de Omgevingswet overgedragen regels (“bruidsschat”), zoals die in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan zijn geplaatst. Alleen onherroepelijke plannen zijn betrokken in de huidige situatie. Nog niet onherroepelijke plannen (inclusief lopende procedures) zijn voor deze omgevingsplanwijziging beschouwd als niet voldoende zeker.
De nieuwe situatie Na vaststelling van deze omgevingsplanwijziging geldt voor het dorp Haaren: • Het nieuwe (permanente) deel van het omgevingsplan, én • De met de inwerkingtreding van de Omgevingswet overgedragen regels (“bruidsschat”), zoals die in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan zijn geplaatst. De bruidsschat blijft in zijn geheel bestaan en blijft behouden in hoofdstuk 22. Dat komt omdat een wijziging aan de bruidsschat (hoe klein ook) betekent dat het gewijzigde onderdeel juridisch onderdeel wordt van het permanente omgevingsplan. Dat heeft ongewenste gevolgen, zoals navolgend toegelicht. In die omzetting (van bestemmingsplannen naar het omgevingsplan) zijn geen of beperkte ontwikkelingen mogelijk gemaakt . Dat wil zeggen: wat mogelijk is op basis van de situatie vóórafgaand aan vaststelling van deze omgevingsplanwijziging, is inhoudelijk niet anders dan wat er mogelijk zal zijn ná vaststelling van deze omgevingsplanwijziging. Met deze wijziging omgevingsplan is óók de relatie geregeld met het in maart 2026 vastgestelde TAM-Omgevingsplan De Noenes. Dat komt omdat ook een TAM-omgevingsplan vanuit juridisch perspectief deel is van het nieuwe, permanente omgevingsplan. Als dit niet geregeld zou zijn, wordt dit TAM-omgevingsplan als het ware “verwijderd”, omdat in de laatste wijziging van het omgevingsplan dit niet genoemd is.
Totdat de planregels van dit TAM-omgevingsplan in het geheel zijn verhuisd naar het nieuwe omgevingsplan, blijft het nodig om de juridische relatie te regelen.
Relatie tussen permanent en tijdelijk deel omgevingsplan Er geldt een voorrangsbepaling die de relatie tussen het permanente en het tijdelijke deel van het omgevingsplan regelt. Dit betekent dat het permanente (‘nieuwe’) deel voorgaat op het tijdelijke deel van het omgevingsplan.
5
Zaaknummer: 1054263
Deze regeling is zeer wenselijk. In de bruidsschat wordt geen onderscheid gemaakt tussen gebiedstypen. Op basis van uitsluitend de regels in de bruidsschat zou op elke plek in de gemeente een woning gebouwd mogen worden, en zou op elke plek in de gemeente een lpgtankstation mogen komen. Daarom is geregeld dat het tijdelijk deel (zoals de bestemmingsplannen) vóórgaat. De genoemde woning en het lpg-tankstation, kunnen dus alleen op een locatie komen waar dit volgens het tijdelijk omgevingsplan (bestemmingsplan) mogelijk is. Als in de bruidsschat zelf (dus in de regels van hoofdstuk 22) aanpassingen gedaan worden, vervalt deze bescherming. Dat komt omdat de gewijzigde bruidsschatregel dan vanuit juridisch oogpunt tot het nieuwe deel van het omgevingsplan behoort. En de gewijzigde bruidsschat-regel gaat dan vóór op het bestemmingsplan (en andere delen van het tijdelijk omgevingsplan). Dat is een ongewenste situatie. Bij het stellen van regels in het permanente (‘nieuwe’) deel van het omgevingsplan, is daarmee aandacht nodig voor waar bepaalde activiteiten wel (of juist niet) wenselijk en haalbaar zijn. Zodat op basis van de gemaakte omgevingsplanregels niet wordt afgeweken van de planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan. Hetzelfde geldt met betrekking tot regels uit bestemmingsplannen. Het nieuwe deel van het omgevingsplan gaat vóór op regels uit bestemmingsplannen.
Daarmee zijn twee situaties mogelijk: 1. Het plangebied van de wijziging omgevingsplan omvat het gehele plangebied van een bestemmingsplan. Dat is onder andere het geval voor bestemmingsplan “Kom Haaren” (onherroepelijk sinds december 2013) en het bestemmingsplan “Reitselaan/Lindelaan” (vastgesteld in oktober 2020). 2. Het plangebied van de wijziging omgevingsplan omvat een deel van het plangebied van een bestemmingsplan. Dat is onder andere het geval voor bestemmingsplan “Parapluplan Parkeren 2024” (vastgesteld mei 2024). Bestemmingsplannen die in de eerste categorie vallen kunnen met deze omgevingsplanwijziging volledig worden ingetrokken. Bestemmingsplannen die in de tweede categorie vallen kunnen deels worden ingetrokken met deze omgevingsplanwijziging. De keuze is gemaakt om op dit moment niet te kiezen voor intrekking (de juridische term is “ponsen”). Die keuze is gemaakt om inwoners, ondernemers en andere gebruikers van het omgevingsplan zo eenvoudig mogelijk in staat te stellen om de oude planologische situatie te vergelijken met de planregels in het omgevingsplan. Daarbij is het nogmaals belangrijk om te onderstrepen dat de regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan vóórgaan op regels uit het tijdelijk deel, zoals bestemmingsplannen.
In de praktijk komt dat erop neer dat de regels uit deze bestemmingsplannen niet meer gelden, omdat ze zijn overschreven door regels uit het omgevingsplan.
6
Zaaknummer: 1054263
3. Participatie Hoe participatie bij een wijziging van het omgevingsplan wordt ingericht, is afhankelijk van de inhoud van de wijziging. In dit geval gaat het om een beleidsarme omzetting van regels uit het tijdelijke omgevingsplan (‘bestemmingsplanregels’) naar het nieuwe omgevingsplan (‘omgevingsplanregels’), op initiatief van de gemeente zelf. Er gelden de volgende minimale eisen aan participatie: • Een kennisgeving publiceren waarin wordt aangekondigd dat de gemeente het omgevingsplan gaat wijzigen voor een specifiek gebied en/of thema, en op welke wijze participatie zal worden vormgegeven. • De ontwerp-wijziging van het omgevingsplan ter inzage leggen als ontwerp, zodat eenieder hierop een zienswijze kan indienen. Het ontwerp is digitaal raadpleegbaar via het Omgevingsloket en kan ook, op afspraak, op het gemeentehuis geraadpleegd worden. • Tegelijkertijd met, of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van het definitieve besluit op de omgevingsplanwijziging, doet de gemeente een mededeling in de vorm van een kennisgeving over dit besluit. Aan deze eisen is/wordt voldaan. De gemeente heeft participatie breder vormgegeven dan de hierboven genoemde minimale eisen, zoals navolgend toegelicht. De reden hiervoor is dat op die manier ook voldaan wordt aan het gemeentelijk participatiebeleid en participatieverordening.
Gekozen vorm van participatie In de fase van het voorbereiden van de wijziging is op meerdere niveaus overwogen welke vorm van participatie bij een wijziging omgevingsplan past. Er is gekozen voor raadplegend informeren. Zoals aangegeven zijn de planologische mogelijkheden ongewijzigd. Wel leest en werkt het omgevingsplan beduidend anders dan een bestemmingsplan. De volgende momenten hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden als het gaat om participatie, communicatie en anderszins informeren over deze omgevingsplanwijziging: • Informeren van de Raad over het omgevingsplan, via raadsontmoetingen op 2 oktober en 13 november 2025. • Inloopbijeenkomst in het dorp Haaren (op 10 december 2025), bedoeld voor inwoners en lokale bedrijven. • Afstemming met de provincie en het waterschap in de periode december 2025 – maart 2026. • Informeren van de Raad over het omgevingsplan als onderdeel van het besluitvormingstraject, deze raadsontmoeting is gepland op 4 juni 2026. De inloopbijeenkomst van 10 december 2025 is goed bezocht. Meerdere inwoners zijn langs geweest met vragen over het omgevingsplan en/of de planologische mogelijkheden.
7
Zaaknummer: 1054263
Omgang met zienswijzen Er zijn meerdere zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een reactie in de (separate) Nota zienswijzen. Waar een zienswijze aanleiding geeft tot het aanpassen van het omgevingsplan, wordt dat toegelicht in deze Nota zienswijzen. Voor de volledigheid wordt het volgende opgemerkt: Het is alleen mogelijk om een zienwijze in te dienen met betrekking tot een regel in het omgevingsplan als die regel daadwerkelijk gewijzigd is. Dat komt omdat het één omgevingsplan is, die elke keer als geheel als ontwerp ter inzage gaat en elke keer als geheel aan de gemeenteraad wordt aangeboden ter vaststelling. Alleen delen die gewijzigd zijn, staan open voor besluitvorming. Concreet betekent dat bijvoorbeeld dat de inhoud van hoofdstuk 22 niet open staat voor besluitvorming. Hier kunnen dus geen zienswijzen op worden ingediend. Deze situatie heeft zich niet voorgedaan bij deze omgevingsplanwijziging. Het is voorstelbaar dat dit in de toekomst wel voorkomt.
8
Zaaknummer: 1054263
4. Toetsing aan beleid De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages.
Rijksoverheid Nationale Omgevingsvisie Er zijn geen nationale belangen in het geding, zoals benoemd in de geldende Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Kijkend naar het concept van de geactualiseerde nationale omgevingsvisie (door het Rijk “Nota Ruimte” genoemd) is deze conclusie niet anders.
Nationale Omgevingsprogramma’s Door het Rijk zijn meerdere omgevingsprogramma’s gepubliceerd als ontwerp danwel als definitief (peildatum 30 maart 2026): 1. 2. 3. 4. 5.
Omgevingsprogramma Ruimte voor Defensie (14 januari 2026) Omgevingsprogramma Integraal Riviermanagement (10 april 2025) Omgevingsprogramma Energiehoofdstructuur (20 februari 2025) Omgevingsprogramma PAWOZ / Aansluiting Wind op Zee – Eemshaven (24 juli 2025) Omgevingsprogramma Overgedragen Milieuregels Omgevingswet (ontwerp, 31 maart 2025) 6. Omgevingsprogramma Landelijk Gebied (ontwerp, 21 januari 2024) In geen van deze vastgestelde omgevingsprogramma’s staan beleidskeuzes, uitvoeringsacties of anderszins die raakvlakken hebben met deze omgevingsplanwijziging. Omgevingsprogramma’s met status “ontwerp” zijn buiten beschouwing gelaten.
Provincie Noord-Brabant Provinciale Omgevingsvisie In de Provinciale Omgevingsvisie (POVI), zoals vastgesteld in december 2018, van de provincie Noord-Brabant staat het beleid op hoofdlijnen: hoe de provincie zichzelf ziet ontwikkelen de komende jaren tot 2050. De provincie is zelf verantwoordelijk voor dat de regels in de provinciale omgevingsverordening in overeenstemming zijn met haar eigen beleid. In deze vastgestelde POVI staan een aantal beleidskeuzes, uitvoeringsacties of anderszins die raakvlakken hebben met deze omgevingsplanwijziging. Deze zijn door de provincie al opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.
9
Zaaknummer: 1054263
Provinciale Omgevingsprogramma’s Door de provincie zijn twee omgevingsprogramma’s gepubliceerd: • Omgevingsprogramma Water en Bodem (april 2025). • Omgevingsprogramma Actieplan geluid (december 2024) De provincie is zelf verantwoordelijk voor dat de regels in de provinciale omgevingsverordening in overeenstemming zijn met haar eigen beleid en uitvoering. In deze vastgestelde omgevingsprogramma’s staan een aantal beleidskeuzes, uitvoeringsacties of anderszins die raakvlakken hebben met deze omgevingsplanwijziging. Deze zijn door de provincie al opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.
Waterschap De Dommel Het waterschap heeft een waterschapsverordening en een KEUR, maar geen equivalent van een omgevingsvisie of omgevingsprogramma. Voor het wetenschapsbeleid is hierom volstaan met een toetsing aan de waterschapsverordening.
Regionaal beleid Stedelijke Regio Breda-Tilburg In deze omgevingsplanwijziging worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt ten opzichte van de bestaande situatie. Hierom is niet getoetst aan beleid, acties of anderszins vanuit de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (“SRBT”).
Hart van Brabant In deze omgevingsplanwijziging worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt ten opzichte van de bestaande situatie. Hierom is niet getoetst aan beleid, acties of anderszins vanuit Hart van Brabant.
Samenwerkingsverband Goirle-Hilvarenbeek-Oisterwijk In deze omgevingsplanwijziging worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt ten opzichte van de bestaande situatie. Hierom is niet getoetst aan beleid, acties of anderszins vanuit het samenwerkingsverband GHO. Opgemerkt wordt dat gemeente Hilvarenbeek een vergelijkbare aanpak hanteert in de transitiefase omgevingsplan, waardoor het onderling mogelijk is om ervaring uit te wisselen.
10
Zaaknummer: 1054263
Oisterwijks beleid Het doel van deze paragraaf is het kort toelichten van de beleidscyclus onder de Omgevingswet, daarna wordt ingegaan op de inhoud van het gemeentelijke beleid.
Beleidscyclus De belangrijkste gemeentelijke instrumenten in de beleidscyclus zijn: 1. De omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zijn de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelingen, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het gemeentelijk grondgebied opgenomen, evenals de hoofdzaken van het integrale beleid. De gemeente heeft één omgevingsvisie. 2. Het omgevingsprogramma. In een omgevingsprogramma wordt voor één of meerdere gemeentelijke doelstellingen het beleid uitgewerkt voor dit thema en/of de ontwikkeling van een bepaald initiatief, evenals het gebruik, het beheer, de bescherming en/of het behoud hiervan. In een omgevingsprogramma kunnen ook maatregelen staan, bijvoorbeeld om aan een omgevingswaarde te voldoen (er is dan sprake van een verplicht omgevingsprogramma). Er is geen beperking aan het aantal omgevingsprogramma’s. 3. Het omgevingsplan. In het omgevingsplan staat aan welke regels activiteiten moeten voldoen om tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te komen. Dit zijn onder andere regels voor bouwactiviteiten en gebruiksactiviteiten, en thema’s als gezondheid, geur en cultuurhistorie. 4. De omgevingsvergunning. Dit kan gaan om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (d.w.z.
op grond van het tijdelijke/nieuwe omgevingsplan is een vergunningplicht aangewezen) of om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (d.w.z. dat deze activiteit niet is toegestaan op grond van het tijdelijke/nieuwe omgevingsplan). 5. Terugkoppeling, in de vorm van toezicht & handhaving én monitoring & evaluatie. Zonder terugkoppeling is niet duidelijk óf beleid en regels doen wat beoogd is, en wat er nodig is om de werking hiervan te verbeteren. De terugkoppeling heeft betrekking op álle instrumenten. Visueel ziet dat er zo uit:
11
Zaaknummer: 1054263
Oisterwijkse Omgevingsvisie In Oisterwijk wordt gewerkt aan het actualiseren van de Omgevingsvisie. De gemaakte regels in het omgevingsplan zijn zo opgesteld dat deze niet in strijd zijn met het nu geldende beleid van de gemeente.
Oisterwijkse Omgevingsprogramma’s Er zijn nog geen vastgestelde Omgevingsprogramma’s.
12
Zaaknummer: 1054263
5. Aspecten fysieke leefomgeving In dit hoofdstuk wordt de wijziging van het omgevingsplan getoetst aan de verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving: de ETFAL-beoordeling. Hierbij wordt opgemerkt dat voor alle aspecten getoetst is aan: o Instructieregels van de Rijksoverheid, zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. o Instructieregels van de provincie Noord-Brabant, zoals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. o Regels in de waterschapsverordening van waterschap De Dommel, zodat de gemeentelijke regels en de waterschapsregels op elkaar aansluiten. Instructieregels van het Rijk en van de provincie zijn direct bindend voor de gemeente: deze moeten volgens de gegeven instructie worden opgenomen in het omgevingsplan. Daarbij geldt dat deze instructieregels óók gelden in de bestaande situatie: ze kennen een directe doorwerking naar initiatieven. Het doel van opnemen in het omgevingsplan is dat deze regels duidelijk en zichtbaar zijn voor alle gebruikers.
Samenvatting Aspect Milieueffectrapportage
Toelichting Er is geen sprake van een verplichting tot het uitvoeren van een volledig MER en ook niet tot het uitvoeren van een merbeoordeling.
Omgevingswaarden
Er zijn nog geen omgevingswaarden opgenomen in het omgevingsplan.
Bodem
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Water
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Gezondheid
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Klimaatadaptatie
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Duurzaamheid
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Luchtkwaliteit
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Geluid en trillingen
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
13
Zaaknummer: 1054263
Geur
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Licht
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Verkeer en mobiliteit
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Ruimtelijke kwaliteit
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Landschappelijke inpassing
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Erfgoed
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Ecologie
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Stikstofdepositie
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Groen en bomen
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Beperkingengebieden
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Omgevingsveiligheid
Er is geen sprake van een ander/gewijzigd effect omdat het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden ten opzichte van de bestaande situatie.
Milieueffectrapportage In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG, Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een omgevingsprogramma, een omgevingsplan en een projectbesluit. Een omgevingsplanwijziging is daarmee MER-plichtig (/mer-beoordelingsplichtig) als omgevingsplanregels kaderstellend zijn of kunnen zijn voor een ontwikkeling zoals genoemd in het Omgevingsbesluit (bijlage V) én één of meerdere van de daar genoemde drempelwaarden wordt overschreden. Daar is geen sprake van bij deze omgevingsplanwijziging. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt ten opzichte van de huidige situatie.
14
Zaaknummer: 1054263
Er is geen noodzaak tot het uitvoeren van een milieueffectrapport of een mer-beoordeling. Er is geen sprake van “oprichting, aanleg, wijziging of uitbreiding” van een nieuwe ontwikkeling.
Duiding: hoe Bijlage V van het Omgevingsbesluit lezen? In Bijlage V van het Omgevingsbesluit staat een overzichtstabel1 met meerdere kolommen: •
In kolom 1 staan type projecten genoemd. Elk type project heeft een eigen nummer, zoals A1 en J11.
•
In kolom 2 staat wanneer er sprake is van de verplichting om een volledig MER uit te voeren. o
Voor categorie A1 is een drempelwaarde opgenomen. Als minimaal één van deze drempels wordt overschreden, moet een volledig MER worden gedaan.
o
Voor categorie J11 is aangegeven dat er geen volledig MER uitgevoerd hoeft te worden.
•
In kolom 3 staat wanneer er sprake is van de verplichting om een mer-beoordeling uit te voeren. Een mer-beoordeling is een toets of de effecten van een project dusdanig significant zijn dat er alsnog aanleiding is om een volledig MER uit te voeren. Ook als er op grond van kolom 2 geen aanleiding is om een volledig MER te doen. o
Voor categorieën A1 en J11 geldt deze verplichting als er sprake is van “oprichting, wijziging of uitbreiding”.
•
In kolom 4 gaat het over besluiten. Een MER (/mer-beoordeling) kan niet op zichzelf staan: die hoort altijd bij een besluit. o
Voor categorie A1 hoort het MER (/mer-beoordeling) bij het besluit met betrekking tot een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. Dit kan een besluit zijn om deze vergunning te verlenen of te weigeren.
o
Voor categorie J11 hoort de mer-beoordeling bij het besluit tot vaststelling van een omgevingsplanwijziging.
Nr.
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Projecten
Gevallen waarin de mer-plicht
Gevallen waarin de
Besluiten
geldt
merbeoordelingsplicht geldt
A1
Installaties voor intensieve
Oprichting, wijziging of
Oprichting, wijziging
De
veehouderij
uitbreiding die betrekking heeft
of uitbreiding
omgevingsvergunning
op meer dan:
voor een
1°. 85.000 plaatsen voor
milieubelastende
mesthoenders;
activiteit
2°. 60.000 plaatsen voor hennen; 3°. 3.000 plaatsen voor mestvarkens; of 4°. 900 plaatsen voor zeugen J11
Stedelijk ontwikkelingsproject met
Niet van toepassing
Aanleg, wijziging of
Het omgevingsplan
uitbreiding
inbegrip van de bouw van
1 Te vinden via: https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041278&bijlage=V&z=2026-01-
21&g=2026-01-21
15
Zaaknummer: 1054263
winkelcentra en parkeerterreinen
Omgevingswaarden De gemeente Oisterwijk heeft de mogelijkheid om omgevingswaarden te stellen in het omgevingsplan. Dit kan pas als in de omgevingsvisie staat aangegeven dat er voor een bepaald thema, aspect, gebied of anders een omgevingswaarde zal worden vastgesteld. Hier is sprake van als in de omgevingsvisie staat dat, bijvoorbeeld, in de dorpen een strengere norm geldt voor een milieuaspect (zoals geluid, geur, luchtkwaliteit, enzovoort) dan de landelijke waarde. Er is nog geen vastgestelde geactualiseerde omgevingsvisie, waarmee er nog geen aanleiding is om het aspect omgevingswaarde te betrekken bij het omgevingsplan. Als een andere overheid een omgevingswaarde vaststelt die (deels) binnen het grondgebied van de gemeente Oisterwijk valt, dient deze overheid dit vast te leggen via een instructieregel. Op die manier wordt geborgd dat deze altijd op de juiste wijze worden overgenomen in het omgevingsplan.
Bodem Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of • Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt. Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect bodem.
Water Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of
16
Zaaknummer: 1054263
•
Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.
Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect water.
Gezondheid Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of • Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt. Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect gezondheid.
Klimaatadaptatie Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of • Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt. Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect klimaatadaptatie.
Duurzaamheid Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of
17
Zaaknummer: 1054263
•
Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.
Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect duurzaamheid.
Luchtkwaliteit Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of • Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt. Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect luchtkwaliteit.
Geluid en trillingen Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of • Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt. Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect geluid en trillingen.
Geur Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of
18
Zaaknummer: 1054263
•
Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.
Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect geur.
Licht Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of • Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt. Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect licht.
Verkeer en mobiliteit Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of • Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt. Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect verkeer en mobiliteit.
Ruimtelijke kwaliteit Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of
19
Zaaknummer: 1054263
•
Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.
Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect ruimtelijke kwaliteit.
Landschappelijke inpassing Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of • Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt. Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect landschappelijke inpassing.
Erfgoed Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of • Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt. Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect erfgoed.
Ecologie Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of
20
Zaaknummer: 1054263
•
Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt.
Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect ecologie.
Stikstofdepositie Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of • Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt. Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect stikstofdepositie.
Groen en bomen Het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit aspect is alleen betrokken in het omgevingsplan als de bestemmingsplanregels die 1-op-1 zijn overgezet, over dit aspect gaan. Er kunnen geen nieuwe/gewijzigde regels over dit aspect worden gemaakt, tenzij: • De omgevingsvisie hiervoor kaders meegeeft, en/of • Er een vastgesteld omgevingsprogramma is over dit onderwerp, en/of • Het gaat om een wijziging omgevingsplan die een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt waarbij dit aspect een rol speelt. Met de gekozen aanpak van de wijziging omgevingsplan is geen sprake van een gewijzigd effect ten opzichte van het aspect groen.
Beperkingengebieden Wettelijk kader Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object.
21
Zaaknummer: 1054263
Elke overheid kan deze aanwijzen. Aanwijzingen van hogere overheden werken door naar lagere overheden. Het is afhankelijk van de wijze waarop dit verwerkt is in een instructieregel, op welke wijze de gemeente hier invulling aan moet geven. De gemeente mag ook zelf, gebruikmakend van de eigen bestuurlijke afwegingsruimte, ervoor kiezen om een eigen beperkingengebied aan te wijzen. Als die wens bestaat, dient dit ook beschreven te zijn in de omgevingsvisie die momenteel wordt geactualiseerd.
Specifiek voor deze omgevingsplanwijziging In het omgevingsplan zijn meerdere beperkingengebieden door de gemeente aangewezen. Het gaat om beperkingengebieden ten behoefte van buisleidingen: brandstof- en aardgasleidingen evenals water- en rioolleidingen. Bij de laatste twee gaat het om de grote transportleidingen. Daarnaast zijn er door de provincie (in de provinciale omgevingsverordening) en het Rijk (zoals het omgevingsprogramma Ruimte voor defensie) meerdere beperkingengebieden aangewezen. Het is niet verplicht om deze over te nemen in het omgevingsplan. Enkel dat de gemeente voor deze locaties regels stelt die ertoe leiden dat het in de instructieregel gestelde doel wordt bereikt. Dat betekent dat in het omgevingsplan regels zijn opgenomen ter bescherming van de belangen die aanleiding zijn voor het aanwijzen van beperkingengebieden op nationaal en provinciaal niveau. Hiermee voldoet de gemeente aan haar wettelijke verplichting. Daarnaast gaat het niet om “nieuwe regels”: deze instructieregels zijn reeds in werking. En deze instructieregels moeten al worden toegepast bij het beoordelen van initiatieven. De gemeente is niet verplicht om beperkingengebieden op te nemen die door het waterschap zijn aangewezen. Dit komt omdat het omgevingsplan en de waterschapsverordening op gelijke hoogte met elkaar staan. Dit is een taak van het waterschap.
Omgevingsveiligheid Wettelijk kader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Onder het oude wettelijke stelsel (vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet) heette dit externe veiligheid. De term externe veiligheid wordt soms nog steeds gebruikt. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
22
Zaaknummer: 1054263
Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving) worden in een omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Besluit kwaliteit leefomgeving). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Besluit kwaliteit leefomgeving). Groepsrisico Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Binnen een aandachtsgebied moet rekening gehouden worden met het groepsrisico. Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer mensen overlijdt als direct gevolg van een incident.
In het Besluit kwaliteit leefomgeving staat in artikel 5.12 dat risicovolle activiteiten één of meerdere aandachtsgebieden hebben. Afhankelijk van de aard van de risicovolle activiteit kan er sprake zijn van een aandachtsgebied brand en/of een aandachtsgebied explosie en/of een aandachtsgebied giftige wolk. Een aandachtsgebied kan enkele meters tot enkele kilometers (bij bepaalde gifwolk-aandachtsgebieden) groot zijn. Een aandachtsgebied ontstaat automatisch als gevolg van het verrichten van een risicovolle activiteit. Het is daarmee niet verplicht om aandachtsgebieden op te nemen in een omgevingsplan. Dit is wel mogelijk, en wordt alleen gedaan als de omgevingsvisie hiervoor kiest. In de gemeente Oisterwijk ligt bijvoorbeeld een deel van het dorp Oisterwijk in het aandachtsgebied (brand, explosie én gifwolk) van het spoor. Ook buisleidingen met aardgas hebben aandachtsgebieden. Hetzelfde geldt voor een aantal bedrijven op bedrijventerreinen. Wel moeten alle aandachtsgebieden worden opgenomen in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV). Als er een omgevingsvergunning verleend wordt waarbij er sprake is van één of meerdere aandachtsgebieden, wordt dit ook verwerkt in het REV. Voor sommige risicovolle activiteiten zijn vaste afstanden aangewezen voor het aandachtsgebied of de aandachtsgebieden.
Voor de andere risicovolle activiteiten moet het aandachtsgebied (of de aandachtsgebieden) rekenkundig bepaald worden. Deze aanwijzingen en de methode voor het berekenen van het aandachtsgebied (of aandachtsgebieden) staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Als in het omgevingsplan een aandachtsgebied wordt opgenomen, mag ook een voorschriftengebied worden aangewezen. Ook dat is niet verplicht. Het voorschriftengebied komt overeen met het aandachtsgebied, of gaat over een deel van het aandachtsgebied. In het voorschriftengebied gelden extra regels (“voorschriften”) met als doel de mensen in deze gebouwen te beschermen. Deze regels moeten daarom een directe relatie hebben met het risico van het aandachtsgebied. Dit kunnen eisen zijn over (technische) bouwaspecten, maar ook over de bereikbaarheid van het gebouw voor bijvoorbeeld hulpdiensten.
23
Zaaknummer: 1054263
De regels gekoppeld aan een voorschriftengebied kunnen alleen betrekking hebben op nieuwbouw of vervangende nieuwbouw. Transformatie van bestaande bouw kan tellen als vervangende nieuwbouw, afhankelijk van de aard van de transformatie. Voor nieuwbouw van zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, verzorgingstehuizen en ziekenhuizen, geldt dat er altijd een voorschriftengebied moet worden aangewezen. Dit is zo bepaald in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Concreet betekent dat, dat er voor dit type gebouwen altijd aanvullende bouweisen gelden als er sprake is van nieuwbouw of vervangende nieuwbouw. Om het beeldend te maken:
Bron: IPLO
Specifiek voor deze omgevingsplanwijziging Deze wijziging van het omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. In de gebieden die onderdeel zijn van het nieuwe omgevingsplan zijn risicovolle activiteiten aanwezig, namelijk aardgasbuisleidingen en een gasontvangststation. Voor dergelijke activiteiten gelden standaard afstanden voor het plaatsgebonden risico en het aandachtsgebied, deze zijn aangegeven in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Omdat het om standaard afstanden gaat, zijn deze al aangewezen in het REV. In het Besluit kwaliteit leefomgeving staan ook instructieregels die gemeenten moeten opnemen voor buisleidingen. Deze instructieregels gaan onder meer over regels voor het plaatsgebonden risico, het aandachtsgebied en het belemmeringengebied. Deze zijn verwerkt in het omgevingsplan.
24
Zaaknummer: 1054263
6. Financiële haalbaarheid Kostenverhaal Met deze omgevingsplanwijziging worden, zoals reeds aangegeven, geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Er is daarom geen aanleiding om in te gaan op kostenverhaal, de verplichte en/of de vrijwillige financiële bijdrage.
Bibob Met deze omgevingsplanwijziging worden, zoals reeds aangegeven, geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Daarnaast vindt deze omgevingsplanwijziging plaats op initiatief van de gemeente zelf. Er is daarom geen aanleiding om een Bibob toets uit te voeren.
Nadeelcompensatie Met deze omgevingsplanwijziging worden, zoals reeds aangegeven, geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Ook worden er geen mogelijkheden beperkt ten opzichte van de bestaande situatie. Er is daarom geen aanleiding om te verwachten dat aanspraak gemaakt kan worden op nadeelcompensatie.
25