Bijlage 2 Verschillen met Nota kostenverhaal 2013
Tekst van het document
Nota kostenverhaal en financiële bijdragen gemeente Oisterwijk 2023 Wat verandert er ten opzichte van de Nota Kostenverhaal Gemeente Oisterwijk van 2013?
De Nota kostenverhaal gemeente Oisterwijk van 2013 is vastgesteld met het oog op de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De Wro bevatte met de afdeling Grondexploitatie een regeling over kostenverhaal (via de Grondexploitatiewet). Deze nota bevatte veel uitleg over inhoud, werking en toepassing van die regeling. De nieuwe nota is afgestemd op de Omgevingswet en heeft een bredere titel: Nota kostenverhaal en financiële bijdragen. De reden van die bredere titel is dat er niet alleen beleid in is opgenomen over het verplichte kostenverhaal (ook wel het ‘reguliere kostenverhaal’ genoemd), maar ook over de facultatieve mogelijkheden van het verkrijgen van financiële bijdragen. De Omgevingswet heeft een afzonderlijke regeling voor financiële bijdragen, naast de regeling over het reguliere kostenverhaal. Kostenverhaal is verplicht als er sprake is van 1. Een aangewezen bouwactiviteit; 2. Kosten van de kostensoortenlijst; 3. Een wijziging van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Die beiden worden hierna samengenomen onder de term ‘planologisch besluit’.
De nieuwe regeling van de Omgevingswet bouwt enerzijds voort op die van de Wro, maar maakt anderzijds op tal van onderdelen ook andere keuzes of werkt met andere termen. Mede om die reden is gekozen voor een andere opzet. Een andere reden om te kiezen voor een andere opzet is gelegen in de keus om een duidelijker onderscheid tussen enerzijds uitleg over de materie van kostenverhaal en financiële bijdragen en anderzijds de beleidskeuzes en de toelichting daarop. De nieuwe nota start met een korte uitleg (paragrafen 2.1 – 2.3) en verwijst verder naar bijlage 1. Het grootste deel van de hoofdtekst van de nieuwe nota is besteed aan de formulering van de beleidskeuzes en de toelichtingen daarop. Voor de uitleg over de regeling van kostenverhaal en financiële bijdragen kan op deze plek dan ook verwezen worden naar genoemde paragrafen en naar bijlage 1. Door deze andere opzet is het niet doenlijk alle concrete verschillen en overeenkomsten op een rij te zetten. Verschillen die wel concreet benoembaar zijn, zijn hierna in een schema ondergebracht. Nota kostenverhaal en financiële bijdragen 2023
Nota kostenverhaal 2013
Bij de kruimelgevallen, als genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit, past de gemeente de kostenverhaalsregeling van afdeling 13.6 Omgevingswet toe (par. 3.2, beleidsregel 10, p. 13).
Bij de kruimelgevallen, genoemd in artikel 6.2.1a Bro, verhaalt de gemeente de kosten via de leges op grond van de legesverordening (par. 3.2, stap 4a, p. 15 en par. 3.4, p. 17, par. 4.1, p. 19).
Toelichting: bij kruimelgevallen gaat het om situaties met relatief weinig impact; om te voorkomen dat er werk gestoken moet worden in het beoordelen óf er sprake is van een kruimelgeval wordt ervoor gekozen ook hier kostenverhaal toe te passen. Dit is nieuw ten opzichte van het beleid van 2013. In het voorstadium van behandeling van een plan van een initiatiefnemer wordt een voorovereenkomst 1
Er wordt gestreefd naar een anterieure overeenkomst. De figuur van een
gesloten met de plicht plankosten te betalen van het stadium tot aan de anterieure overeenkomst (par. 3.1,e beleidsregels 1 tot en met 4, p. 10/11). Vervolgens wordt gestreefd naar een anterieure overeenkomst (par. 3.1, beleidsregel 7, p. 12).
voorovereenkomst gesloten is niet benoemd (Par. 3.2, stap 4c, p. 15) .
Toelichting: regelmatig duurt het vrij lang voordat bij een initiatiefplan duidelijk is wat het uiteindelijke programma wordt binnen welke stedenbouwkundige keuzes. Niet altijd komt het dan tot een anterieure overeenkomst terwijl de gemeente wel (forse) ambtelijke kosten maakt om in het voorstadium het initiatief te beoordelen. Het is raadzaam de kosten van dat voorstadium te borgen. Dat kan door een voorovereenkomst aan te gaan. Dat is nieuw ten opzichte van het beleid van 2013. In de regel wordt gestreefd naar een anterieure overeenkomst met de grondeigenaren en dat het opnemen van kostenverhaalsregels in het omgevingsplan wordt vermeden. Van dit streven kan worden afgezien als: een ontwikkellocatie zoveel eigenaren heeft dat het met iedereen onderhandelen over een anterieure overeenkomst te omslachtig is in vergelijking met het opnemen van een kostenverhaalsregel in het omgevingsplan; • onderhandelingen over een anterieure overeenkomst te lang duren terwijl de gemeente belang heeft bij voortgang met de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan. In het geval dat één van de genoemde afwijkingen van dit principe aan de orde is, of als het niet lukt om voor het geheel van de uitgeefbare delen van de locatie anterieure overeenkomsten aan te gaan, zal de gemeente een kostenverhaalsregel in het omgevingsplan opnemen (par. 3.2, beleidsregel 9, p. 12).
De gemeente Oisterwijk stelt een exploitatieplan vast wanneer: -
•
-
de gemeente wil meewerken aan een initiatief maar niet tot overeenstemming kan komen over de verdeling van de kosten; geen afspraken kunnen worden gemaakt over de inrichting en uitvoering van het plan en de gewenste fasering van het plan (Par. 3.2, stap 4c, p. 16).
Toelichting: de publiekrechtelijke route van kostenverhaal binnen de Omgevingswet krijgt een basis in het planologische besluit door het opnemen van een kostenverhaalsregel daarin.
Toelichting: de publiekrechtelijke route van kostenverhaal binnen de Wro krijgt een basis door bij het planologische besluit een exploitatieplan vast te stellen.
De gemeente maakt gebruik van de regeling voor financiële bijdragen. Getracht zal worden privaatrechtelijk overeenstemming te bereiken. Slaagt dat niet dan wordt, voor zover mogelijk, in het omgevingsplan een regel opgenomen over een afdwingbare financiële bijdrage (par. 3.2, beleidsregel 12, p. 13/14).
De gemeente Oisterwijk onderzoekt in hoeverre de toevoeging van de uitvoeringsparagraaf aan de huidige structuurvisie leidt tot meer mogelijkheden ten aanzien van kostenverhaal (par. 5.2, p. 23). Op basis van de uitvoeringsparagraaf kunnen de kosten buiten het plan cijfermatig verder uitgewerkt worden in een matrix, die als voorbeeld is
Voor de compensatie van sociale woningbouw (als onderdeel van de regeling voor financiële bijdragen) gaat de gemeente uit van de norm (het beleidspercentage) die de gemeentelijke 2
woonzorgvisie bevat voor sociale huurwoningen en opgenomen in deze nota (par. 5.3, p. sociale koopwoningen. Als het niet mogelijk is het 24). aandeel sociale huurwoningen conform het beleidspercentage te realiseren dan wordt dat gecompenseerd via een financiële bijdrage voor compensatielocaties (par. 3.2, beleidsregel 13, p. 14).
Toelichting: dit punt betreft het toerekenen van financiële bijdragen voor de ontwikkeling van gebieden. De publiekrechtelijke afdwingbaarheid voor zes categorieën is nieuw in de wettelijke regeling en ook in het beleid. Het toerekenen van financiële compensatie voor een tekort van sociale huur- en/of koopwoningen is één van de zes mogelijkheden van financieel afdwingbare categorieën. Hiervoor is een koppeling nodig aan de gemeentelijke beleidsnorm voor sociale huur- en/of -koopwoningen.
De Nota werkt met termijnen van toerekening: openbare voorzieningen en zaken voor financiële bijdragen worden niet meer toegerekend als ze meer dan 15 jaar geleden gerealiseerd zijn en niet verder weg in de toekomst liggen dan 2040. Toegerekend wordt aan (potentiële) ontwikkellocaties voor zover die niet verder dan 2040r in de toekomst worden voorzien (par. 3.2, beleidsregels 14 en 15, p. 14. Het werken met termijnen is nieuw.
3
Toelichting: dit punt betrof het toerekenen van bovenplanse kosten en het bedingen van financiële bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente had in 2013 geen structuurvisie; alleen een structuurvisie van 2011 voor bedrijventerrein Oisterwijk. Het plan was toen om in 2015 een gemeentelijke structuurvisie vast te stellen. Er was toen dus nog geen sprake van toerekening van bovenplanse kosten. De Nota werkte niet met termijnen; er was toen ook nog geen sprake van bovenwijkse toerekeningen.