CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Transformatiekader kloosterterrein Nieuwenhof

RAAD 12 december 2024, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Vaststelling stedenbouwkundige visie Moergestel-Noord / Wonen aan het Beekdal - AANGENOMEN8.580 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kloosterterrein Nieuwenhof Transformatiekader Gemeente Oisterwijk 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Contactpersoon FRANK EIKENAAR Adviseur Erfgoed

Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Nederland

2

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding

4

1.1

Aanleiding en doel

4

1.2

Afbakening en leeswijzer

4

Waardering klooster(terrein) Nieuwenhof

5

2.1

Waarderingsmethode

5

2.2

Samenvatting ontwikkeling Nieuwenhof

5

2.2.1

Conclusie

12

2.3

Elementen uit de kasteeltijd

13

2.4

Elementen uit de kloostertijd

13

2.5

Waardering kloosterterrein

14

2.6

Waardering kloostergebouw

16

2.7

Kernwaarden kloostercomplex

17

Transformatiekader klooster Nieuwenhof

19

3.1

Erfgoedambitie

19

3.2

Ruimtelijke uitgangspunten

20

3.2.1

Sferen

20

3.2.2

Ruimtelijke uitgangspunten kloosterterrein

21

3.2.3

Ruimtelijke uitgangspunten Kloostergebouw

25

Bronvermelding

Colofon

3

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

27

28

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Nieuwenhof is een voormalige kasteel- en kloosterterrein aan de rand van het dorp Moergestel in de gemeente Oisterwijk. Het klooster met het bijbehorende terrein heeft de kloosterfunctie verloren en wordt op dit moment tijdelijk deels gebruikt als opvanglocatie. Voor het kloostergebouw en het bijbehorende terrein worden door de eigenaar plannen gemaakt voor herontwikkeling. Daarnaast wordt het kloosterterrein, nu nog aan de rand van het dorp, onderdeel van de gebiedsontwikkeling Moergestel-Noord. Voor het gebied rondom het terrein worden plannen gemaakt voor circa 250 woningen. Het kloostergebouw is beschermd als rijksmonument, de twee bruggen, poort en toegangshek zijn beschermd als gemeentelijk monument. De toekomstige ontwikkelingen op en om het terrein hebben invloed op de erfgoedwaarden van het gehele kloostercomplex. Om inzichtelijke te maken wat de mogelijke impact is van de herontwikkeling van het terrein en de omgeving is een waardering opgesteld. Vervolgens kunnen op basis van deze waardering uitgangspunten geformuleerd worden voor de herontwikkeling van het gehele terrein. Dit vormt het transformatiekader voor Klooster Nieuwenhof.

1.2

Afbakening en leeswijzer

Dit onderzoek richt zich hoofdzakelijk op het kloosterterrein Nieuwenhof. Toch zijn in de omgeving aanwezige elementen die betrekking hebben op de kasteel- of kloosterperiode ook meegenomen in de waardering, en zo ook onderdeel geworden van het transformatiekader. De waardering en transformatiekader van Nieuwenhof gaat ten dele in op de omgeving van het kloosterterrein omdat het terrein bij een herontwikkeling niet op zichzelf staat, en onderdeel is en in de toekomst (mogelijk) verder onderdeel wordt van de dorpsstructuur van Moergestel. Dit rapport bestaat uit twee onderdelen: de waardering en het daaropvolgende transformatiekader. Op basis van de waardering kunnen de kernkwaliteiten van het complex beschreven worden. Dit vormt de basis voor het transformatiekader.

4

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

2

Waardering klooster(terrein) Nieuwenhof

Deze waardering bestaat uit twee onderdelen, namelijk een waardering van het kloosterterrein en kloostergebouwen en de kernkwaliteiten van het geheel. In paragraaf 2.3 en 2.4 worden de nog aanwezige elementen en objecten uit de kasteel en kloostertijd afzonderlijk beschreven. Dit zijn grotendeels onderdelen die ook beschreven zijn in het onderzoek van BAAC, maar deels met een andere beschrijving. Paragraaf 2.5 bevat de waardering van de in 2.3 en 2.4 beschreven onderdelen van het terrein.

2.1

Waarderingsmethode

Voor de waarderingsmethodiek is gebruik gemaakt de waarderingsmethodiek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In de waardering wordt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën: • Hoge monumentwaarde (blauw); deze delen zijn van cruciaal belang voor de structuur en/of de betekenis van het object of gebied. • Positieve monumentwaarde (groen); deze delen zijn van belang voor de structuur en/of de betekenis van het object; • Indifferente monumentwaarde (geel); deze delen zijn van relatief weinig belang voor de structuur en/of betekenis van het object of gebied. Elementen met een hoge waarde zijn van essentieel belang voor de structuur en/of de betekenis van het gebied. Een indifferente waarde houdt in dat het element een erfgoedwaarde bezit, maar dat het element van minder belang is voor de structuur en/of betekenis van het gebied. Elementen met een positieve waarde zijn elementen die van belang voor de structuur en/of de betekenis van het gebied. De scores zeggen iets over welke kwaliteiten het element wel en niet bezit en waar kansen liggen voor benutting, versterking of verbetering. Kloosterterrein De door BAAC geïnventariseerde elementen uit het archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek zijn gewaardeerd met behulp van de erfgoedwaarderingsmethodiek uit de publicatie ‘Eenheid en verscheidenheid’ door de Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed.

Omdat het een waardering van en voormalig kasteel- en kloosterterrein betreft is er gekozen om waarderingscriteria uit de publicatie ‘Een toekomst voor kloosters’ te hanteren. Deze publicatie uit 2013 is eveneens van de Rijksdienst voor het cultureel Erfgoed. Deze waardering bestaat uit 4 waarderingscriteria: • Cultuurhistorische waarden • Architectuur- en kunsthistorische waarden • Situationele en ensemblewaarden • Gaafheid en zeldzaamheid Kloostergebouw Het kloostergebouw zelf is al gewaardeerd in de bouwhistorische verkenning van BAAC. Hierbij is gebruik gemaakt van de in 2009 opgestelde richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2009). Deze waardering wordt alleen samengevat, om op basis hiervan de kernkwaliteiten van het gehele kloostercomplex te kunnen beschrijven.

2.2

Samenvatting ontwikkeling Nieuwenhof

De ontwikkeling van kasteel- en kloosterterrein is op te delen in een kasteelperiode tot en met de 19e eeuw en een kloosterperiode vanaf de 19e -eeuw tot begin twintigste eeuw. Het kasteelterrein bestond in het derde kwart van de 18e eeuw uit een omgracht terrein met een voorhof en laan naar de dorpskern van Moergestel. Begin 19e eeuw werd de omliggende laan doorgetrokken rond het voorhof. De kasteelvijver was rond die periode waarschijnlijk al gedempt.

5

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Figuur 2 Kasteel Nieuwenhof en omgeving, ca 1775.

Figuur 1 Kasteel Nieuwenhof en omgeving, ca

6

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Na aankoop van de bisschop Joannes Zwijsen in 1840 werd het kasteelterrein verbouwd tot kloostercomplex, met verschillende bouwperioden in de 19e eeuw. Vermoedelijk werd bij de bouw gebruik gemaakt van een oude kasteelvleugel. Het midden 19e -eeuwse kloostergebouw werd in 1887 uitgebreid met twee vleugels. Twee bruggen vormden de toegang tot het kloosterterrein, waarvan de zuidelijke brug vermoedelijk op de locatie van de brug uit de kasteeltijd werd aangelegd. In de tweede helft van de 19e eeuw werden de grachten rondom het voorhof gedempt. Ook verschijnt er een gebouw op de hoek van de Kloosterlaan buiten de gracht, in de zichtlijn op het voormalige kasteel. Grote veranderingen vonden plaats na het midden van de twintigste eeuw. In de jaren vijftig werd het kloosterterrein in noordoostelijke richting uitgebreid. Een deel van het terrein wordt ingericht als begraafplaats voor de zusters. Hiervoor werd het oostelijk gelegen deel van het uitgebreide terrein gebruikt, en een deel van het al bestaande kloosterterrein. De begraafplaats werd door een groenstrook afgescheiden van de rest van het uitgebreide terrein. Op dit deel van het terrein werd afgezien van de Lourdesgrot niet gebouwd.

Figuur 3 Kloosterterrein Nieuwenhof in jaren veertig (links) en na de uitbreiding in de jaren vijftig (rechts) van de vorige eeuw.

Na uitbreiding en herinrichting van het terrein in de jaren vijftig werden in de jaren zestig delen van het klooster gesloopt. Zowel de kapel, verbindingsvleugel en het (bij)gebouw (Figuur 4) nabij de oudste kloostervleugel zijn gesloopt. De kapel en verbindende vleugels werden opnieuw gebouwd. Bij deze verbouwing verdween ook de kas. Over de verdere tuininrichting van het terrein is weinig bekend. Op basis van foto’s uit de tweede helft van de twintigste eeuw lijkt er rondom de kas en kapel fruitbomen aanwezig, waardoor dit deel als sier- en nutstuin in gebruik zijn geweest. Aan de achterzijde werd het terrein functioneel opgedeeld met de rechthoekige begraafplaats en de meer (landschappelijke) tuininrichting in de noordwestelijke hoek van het terrein. De rechthoekige padenstructuur, verdere verharding van het terrein en de nieuwe toegang voor autoverkeer tot het terrein aan de oostzijde stammen uit de periode na de verbouwing van het klooster, vermoedelijk uit de jaren zeventig. Van de tuininrichting tussen de kloostervleugels in eveneens weinig bekend. Foto’s uit de jaren tachtig laten een sobere inrichting zien met bestrating, gazon en vrijwel geen beplanting.

7

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Figuur 4 Kapel en kloosteronderdelen voor de sloop, 1965

Figuur 5 Hoofdvleugel en kapel, 1965. 8

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Figuur 6 Tuin en kloostervleugels voor de sloop en nieuwbouw, 1965.

9

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Figuur 7 Achterzijde klooster vanaf de westelijke laan, 1988.

Figuur 8 Aanzicht kloostervleugels vanaf de westelijke brug, 1988

10

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

In de jaren negentig werden er nogmaals wijzigingen gedaan aan het klooster. Verschillende tussen de vleugels gelegen bouwdelen werden hierbij gesloopt, waardoor de huidige situatie is ontstaan. Ook de omgeving van het kloosterterrein was intussen ingrijpend veranderd. Het dorp was tegen het voorheen vrijliggende kloosterterrein komen te liggen. Met name de nieuwbouw op het voormalige voorhof blijkt ingrijpend (Figuur 9). In verschillende bouwfasen werden meerdere vleugels van een woon-zorgcomplex gebouwd, recht tegenover de hoofdvleugel van het kloostergebouw.

Figuur 9 Nieuwbouw van het Sint Stanislaus klooster in Moergestel, 1988. Regionaal Archief Tilburg

Na het vertrek van de Zusters in 2019 werd de volledige begraafplaats inclusief Calvarieberg verwijderd. De huidige inrichting van het terrein weerspiegelt de laatste herinrichtingen van het terrein na de oorlog en de wijzigingen na het buiten gebruik raken van het terrein als klooster.

11

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Figuur 10 Huidige situatie Nieuwenhof vanuit het noordwesten, 2024.

Figuur 11 Huidige situatie Nieuwenhof vanuit het zuidoosten, 2024.

2.2.1

Conclusie

Uit het cultuurhistorisch en archeologisch onderzoek blijkt dat er weinig elementen uit de kasteeltijd nog aanwezig en herkenbaar zijn op het terrein. Ook in de bebouwing zijn er weinig (zichtbare) elementen die resteren uit deze periode. 12

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Wat nog resteert uit deze periode zijn de meer landschappelijke elementen, voornamelijk rondom en buiten het plangebied, in de vorm van lanen en de gracht. Uit het archeologisch bureauonderzoek blijkt dat het voormalige kasteelterrein een hoge archeologische verwachtingswaarde heeft voor resten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd. In de kloosterperiode vanaf de 19e eeuw tot de 21ste eeuw zijn het kloosterterrein en de bebouwing veelvuldig aangepast. Met vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw verandert zowel de liggen van het terrein in de omgeving, als het terrein en de gebouwen zelf. Het kloostercomplex bestaat uit een samengesteld gebouw uit verschillende perioden en met verschillende architectuurstijlen. De huidige, vrij sobere, terreininrichting stamt uit de tweede helft van de twintigste eeuw, binnen een ouder raamwerk van deels kasteel- en vroege kloostertijd, en deels de naoorlogse periode.

2.3

Elementen uit de kasteeltijd

Lanen en gracht De omstreeks 1775 aangebrachte dreef verbond het kasteel met de dorpskern van Moergestel. Hiervoor lag er ter plaatse een kerkpad. De dreef vormde een zichtlijn van het midden van het Kasteel richting Moergestel en andersom. Deze laan is nog aanwezig en wordt gevormd door de huidige Kloosterlaan, met de eveneens geknikte vorm ter plaatse van het huidige kloosterterrein. Deze zichtlijn is deels verstoord door het gebouw van de brandweer op de hoek. Ook de voormalige laan in zuidwestelijke richting is nog aanwezig als pad en zichtlijn in het herontwikkelde terrein van het voormalige voorhof. Deze verbinding is zichtbaar op de kaart uit het begin van de 19e eeuw. Waar er eind 18e eeuw een pad strak langs de bebouwing op het voorhof liep, is er vanaf het begin 19e eeuw een pad in het verlengde van de omgrachting. Deze voormalige laan wordt nu gevormd door het voetpad langs de nieuwbouw, tussen de Kloosterdreef en de Kloosterlaan. De gracht aan de voorzijde langs de kloosterdreef lijkt nog deel te zijn van de oorspronkelijke omgrachting van het kasteel. De huidige toegang aan de kloosterdreef ligt op min of meer dezelfde locatie als in de kasteeltijd.

2.4

Elementen uit de kloostertijd

Gebouw en toegangspoorten Het huidige kloostergebouw bestaat uit meerdere 19e -eeuwse vleugels. De eerste vleugel werd in het midden van de 19e eeuw gerealiseerd, nog in combinatie met overgebleven kasteelbebouwing. In 1887 is ten zuiden van deze vleugel een nieuwe uitbreiding met twee vleugels gedaan. Vermoedelijk is bij deze uitbreiding ook de tweede toegangsbrug met hekpijlers aan de noordwestelijke zijde toegevoegd. De oude toegang is vermoedelijk al eerder vervangen door de huidige bakstenen variant met pijlers en toegangshek. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd de 19e -eeuwse verbindende vleugel met kapel en oudste bouwdelen uit de kasteeltijd gesloopt. De huidige bebouwing bestaat dan ook uit de 19e -eeuwse vleugels, met een verbindende vleugel, aanbouw en kapel uit de jaren zestig. Lanen en gracht In het midden van de twintigste eeuw werd het omgrachtte terrein in noordoostelijke richting verggroot, in noordoostelijke richting. Ook de bestaande lanen rondom het terrein zijn uitgebreid en (opnieuw) beplant, waardoor de huidige afbakening van het terrein ontstond. Binnenterrein Het binnenterrein werd na de vergroting heringericht. Aan de oostelijke zijde werd een begraafplaats aangelegd met Calvarieberg, rond 1950. De Lourdesgrot die achter in de tuin werd aangelegd heeft mogelijk al elders een plek gehad, blijkt uit het 19e -eeuwse hekwerk.

De open gazons en verharde paden stammen vermoedelijk van na de verbouwing in 1968. Ook de nieuwe toegang aan de oostzijde van de gracht is pas op kaarten uit de jaren tachtig zichtbaar op kaartmateriaal. Van de tuinaanleg uit de kasteeltijd zijn geen restanten meer terug te vinden. Ook van de (functionele) tuininrichting uit de vroegere kloosterperiode – vóór de laatste verbouwing – zijn geen herkenbare onderdelen meer aanwezig. Enkel het begin twintigste –-eeuwse bijgebouwtje is naast de Lourdesgrot een van de weinige vooroorlogse restanten. Hagen De hagen rondom een groot deel van de kloostergracht zijn vermoedelijk uit de naoorlogse periode, omdat deze hagen ook de naoorlogse begraafplaats inkaderen. Toch is de toepassing van hagen rondom de binnenzijde van de 13

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

gracht een onderdeel van in ieder geval de vroeg twintigste -eeuwse aanplant op het kloosterterrein. Op historische foto’s is er een haag aan de voorzijde van het kloosterterrein, langs de Kloosterdreef, te zien. De haag aan de voorzijde is op basis van historische foto’s te dateren van na 1990.

2.5

Waardering kloosterterrein

Figuur 12. Overzicht waardering kloosterterrein

Lanen naar het klooster De Kloosterlaan is van hoge cultuurhistorische en ensemblewaarde met het klooster en voormalige kasteelterrein. De 18e -eeuwse dreef die voorgegaan werd door een kerkpad is nog steeds aanwezig als de huidige Kloosterlaan. De verbinding én de zichtlijn vanaf het kasteel naar het dorp is nog intact en duidelijk herkenbaar in de stedenbouwkundige structuur van Moergestel. Ter plaatse van het kloosterdreef wordt de laan onderdeel van de laanbeplanting rondom de gracht. In de huidige staat is de Kloosterlaan vanaf de dorpskern tot aan de omgrachting op straatniveau niet meer goed herkenbaar als zichtlijn en verbinding met het voormalige kasteel en huidige kloosterterrein. De zichtlijn op het klooster wordt onderbroken door het gebouw van de brandweer. De Kloosterlaan is daarnaast onderdeel van de dorpsstructuur geworden. Door erfgrenzen van omliggende bebouwing dicht op de laan is de laan minder als zodanig beleefbaar. Ten dele is er nog wel sprake van oudere laanbomen, afgewisseld met jongere aanplant. In noordwestelijke richting eindigt de laan in de parkeerplaats van het woonzorgcentrum. Het pad richting de zuidoostelijk gelegen deel van de Kloosterlaan heeft positieve cultuurhistorische, stedenbouwkundige en enseblewaarden. Het pad is onderdeel van de zichtlijn van de oostelijke laan langs de omgrachting vanaf het begin van de 19e -eeuw.

Ondanks dat er van het voormalige voorhof geen resten meer aanwezig of herkenbaar zijn is het rechte pad behouden in de relatieve nieuwbouw van de basisschool en het woonzorgcomplex. Het pad is op stedenbouwkundig niveau duidelijk herkenbaar als structuur, maar niet meer ingericht als laan. Daarnaast wordt het pad ter plaatse van de bebouwing onderbroken door groen. Het pad vormt wel een zichtlijn naar de bomenlaan langs de oostelijke gracht. Lanen rondom de gracht De lanen rondom het kloosterterrein is van hoge waarde vanwege cultuurhistorische, stedenbouwkundige en ensemblewaarde met het klooster en voormalige kasteelterrein. De lanen zijn in samenhang met de gracht onderdeel van de oorspronkelijke structuur van het kasteelterrein en onderdeel van de 18 e en 19e -eeuwse zichtlijnen vanuit de Kloosterlaan en het pad tussen de Kloosterlaan en Kloosterdreef. Ook zijn de lanen nog nadrukkelijk onderdeel van de kloostertijd en ontwikkeling van het kloosterterrein. De laanbeplanting zelf is grotendeels nieuwe aanplant uit midden 14

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

jaren vijftig, wat ten tijde van het verlengen van de gracht uitgebreid is. De oostelijke laan is gedeeltelijk bestraat voor de nieuwe toegang tot het terrein. De laanbomen zijn op dit deel niet meer aanwezig. Ook de westelijke laan is deels vervangen door verharding en in gebruik als parkeerterrein. Gracht De gracht rondom het kloosterterrein is van hoge cultuurhistorische en ensemblewaarde met het klooster en voormalige kasteelterrein. De gracht langs de Kloosterdreef en het eerste deel van de oost- en westzijde van de gracht is een van de weinige elementen uit de kasteeltijd. Daarnaast is het met de overbrugging nadrukkelijk onderdeel van de vroege kloostertijd. De uitbreiding van de gracht in noordelijke richting is een belangrijk onderdeel van de ontwikkelgeschiedenis van het terrein in de kloosterperiode. Ondanks dat dit deel van de gracht aanzienlijk jonger is, is er een sprake van een cultuurhistorische en ensemblewaarde met de ontwikkeling van het gehele kloosterterrein en bebouwing. Toegangsbruggen De twee toegangsbruggen met hekpijlers aan de zuidzijde en westzijde hebben een hoge waarde vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische, ensemblewaarden en gaafheid. De locatie van de hoofdtoegang is overeenkomstig met de toegang uit de kasteeltijd. De toegangen zijn onderdeel van de ontwikkeling van de eind 19e eeuwse uitbreiding van het klooster.

Beide toegangen met blokpijlers en toegangshekken zijn beschermd als gemeentelijke monumenten. Lourdesgrot De Lourdesgrot heeft positieve cultuurhistorische en ensemblewaarden, als onderdeel van de tuininrichting van het kloosterterrein. Vermoedelijk is de Lourdesgrot gezien het laat 19e -eeuwse hekwerk ouder dan de naoorlogse uitbreiding van het terrein en herplaatst op de huidige locatie na uitbreiding van het kloosterterrein. Bijgebouw Het bijgebouw heeft positieve ensemblewaarden als onderdeel van het vooroorlogse kloosterterrein. De ligging markeert ook de voormalige begrenzing van de verlegde gracht. Het samengestelde gebouwtje heeft geen architectonische waarde. Heggen De hagen rondom de omgrachting hebben als inrichtingselement een positieve ensemblewaarde. Vanaf begin 20ste eeuw zijn er al hagen rondom het terrein zichtbaar, als afbakening van het terrein en de omgrachting. Binnenterrein De inrichting van het binnenterrein is op de bovengenoemde onderdelen van indifferente tuinhistorische en beperkte gebruikshistorische waarden. Door het volledig verwijderen van de begraafplaats is enkel de functionele scheiding op het terrein tussen gazon en voormalige begraafplaats afleesbaar. De inrichting van het terrein met verharding voor autoverkeer en het vierkante pad rondom het gazon resteren volledig uit de late kloosterperiode.

De groeninrichting tussen de kloostervleugels en rondom het klooster resteren ook van de laatste kloostertijd en hebben geen (tuin)historische waarden. De oostelijke toegang is van indifferente en zelfs detonerende waarde. Deze naoorlogse toegang voor autoverkeer wijkt in met de schuine vorm, materiaal en beplanting sterk af van de 19 e -eeuwse toegangen, en heeft negatieve invloed op de sterke afbakening van het terrein. Voor de archeologie is er wel een hoge verwachting voor het voormalige kasteelterrein.

15

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Figuur 13 Kaart met historisch-geografische waarden. Bron: BAAC

2.6

Waardering kloostergebouw

Dat het hoofdgebouw van het kloostercomplex historische betekenis heeft, is evident: het is een rijksmonument. Inschrijving vond plaats in 1967 (rijksmonument 29943), ten tijde van een grootschalige verbouwing van het complex waarbij onder andere de nieuwe kapel aangebouwd werd. Door BAAC is in 2019 een bouwhistorische verkenning naar het hoofdgebouw van het klooster uitgevoerd vooruitlopend op eventuele ontwikkelingen na de verkoop van het complex. Concluderend is in het rapport een waardestelling opgenomen, waarin verschillende elementen van het gebouw op basis van het onderzoek gewaardeerd worden. Samenvattend kan worden gesteld dat het gefaseerd tot stand gekomen gebouw een hoge (cultuur)historische waarde heeft, maar dat niet alle onderdelen van het gebouw op eenzelfde manier bijdragen aan die hoge waardering. Alle drie de hoofdvleugels hebben in de basis een hoge waarde, maar er wordt in de waardering een onderscheid gemaakt tussen de oudste (noordelijke) kloostervleugel en de twee negentiede-eeuwse vleugels uit 1887-1888. Dat onderscheid kan bepalend zijn voor de omgang met deze bouwdelen bij eventuele ingrepen. De oudste vleugel is hoog gewaardeerd omdat deze in grote mate nog in tact is. Dat gaat intern bijvoorbeeld over balklagen, plafonds en vloeren, maar ook over de interne structuur (m.n.

de aanwezigheid van de centrale gang ) en het interieur waar de oudere zusterkamers (op de begane grond) nog herkenbaar aanwezig zijn. De hoge waardering van deze vleugel ziet veel minder toe op de verschijningsvorm van het gebouw en meer op de (authentieke) materialisatie ervan. De twee vleugels uit 1887-1888 (vrijwel) parallel aan de oudste vleugel zijn intern significant meer aangetast, waardoor de huidige interne indeling veel minder waardevol wordt geacht. Het interieur en interieurelementen van deze vleugels zijn – op enkele uitzonderingen zoals de het trappenhuis en de trap - van ondergeschikt belang. De waarde van deze twee vleugels is veel meer gerelateerd aan de architectonische expressie en de herkenbaarheid 16

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

ervan als kloostergebouw uit de negentiende eeuw. De klokkentoren is een belangrijk architectonisch structurerend element, en is daarom waardevol voor de herkenbaarheid en de architectonische expressie van het klooster. Eenzelfde waardering is van toepassing op de kapel. Deze is met name hoog gewaardeerd omdat het (typologisch) een belangrijk onderdeel is van het kloostercomplex, en omdat deze nog vrijwel oorspronkelijk en onaangetast is. Het bijgebouwtje bij de kapel en de nieuwere verbindingsvleugel zijn van ondergeschikt belang. Bovenstaand is een zeer beknopte samenvatting van het gepresenteerde onderzoek, voor zover dat relevant is voor het uitwerken van het transformatiekader. In het rapport van het bouwhistorisch onderzoek is een uitvoerige waardestelling inclusief -tekening opgenomen.

2.7

Kernwaarden kloostercomplex

Het voormalige kasteel- en kloosterterreinterrein is vanaf de 19e -eeuw veelvuldig en ingrijpend gewijzigd. Ondanks dat weinig onderdelen meer herinneren aan de kasteeltijd, en ook veel elementen uit de kloostertijd de gewijzigd of verdwenen zijn, bestaat het kloosterterrein inclusief bebouwing uit een waardevol complex. De waarden van het kloostercomplex zijn te vatten in vijf kernwaarden: 1. Stedenbouwkundige structuren en zichtlijnen Met de uitbreiding van Moergestel kwam het terrein aan de rand van het dorp te liggen. Vanaf de jaren zeventig is er aan weerszijden van de Kloosterlaan gebouwd, waardoor het terrein opgenomen is in de dorpsstructuur van Moergestel. In combinatie met de herontwikkeling en nieuwbouw op het voormalige voorhof is de vrije ligging, op afstand van het dorp, verdwenen. Toch zijn er structuren aanwezig en herkenbaar uit zowel de kasteel als kloosterperiode, zoals de Kloosterlaan, Kloosterdreef en lanen om de gracht, inclusief de bijbehorende zichtlijnen. 2. Omkadering en afbakening Het terrein is vanaf de kasteeltijd al een sterk afgebakend geheel, later in combinatie met het voorhof. Deze sterke omkadering is in de naoorlogse periode deels tenietgedaan door herontwikkeling van het voorhof, maar heeft zich doorgezet bij de naoorlogse uitbreiding van het kloosterterrein.

Bij het verleggen van de gracht en het doorzetten van de laanbeplanting en hagen behield het terrein haar van oudsher sterk afgebakende karakter, wat het terrein duidelijk onderscheid van de omgeving. 3. Sterke positionering en zichtbaarheid van (monumentale) bouwdelen Het terrein bevat monumentale onderdelen. Dit zijn het kloostergebouw zelf – beschermd als rijksmonument – en de twee bruggen, poort en toegangshek – beschermd als gemeentelijk monument. Deze bouwwerken zijn van grote waarde als onderdeel van het complex en duidelijk zichtbaar vanaf de (voormalige) hoofdtoegang aan de Kloosterdreef. De zuidwestelijke vleugel inclusief toren vormt in architectuur en oriëntatie een duidelijke voorkant en representatieve hoofdtoegang van het complex. Ook de in de jaren zestig vernieuwde kapel heeft een duidelijke positie aan deze zijde en vormt een samengestelde gevelwand, die in functie en vormgeving een uitgesproken voorkant en hoofdentree vormen. Deze sterke voorkant geeft een duidelijke oriëntatie en functionele deling aan het gehele terrein. 4. De (on)zichtbare ontwikkelgeschiedenis van het terrein en gebouw De ontwikkeling van het terrein van kasteel tot kloosterterrein en vervolgens de verschillende ontwikkeling uit de kloostertijd zijn op al dan niet opvallende wijze zichtbaar.

De lanen, grachten en toegangen zijn een samensmelting van uitbreidingen en aanpassingen in zowel kasteel- als kloosterperiode, waarbij nieuwe functies zijn toegevoegd en ook weer zijn verdwenen. Het terrein oogt als een geheel, maar is in verschillende fasen aangepast en uitgebreid. Ook in de huidige verschijningsvorm van het gebouw zijn de verschillende fasen herkenbaar door verschillen in architectonische expressie, materiaalgebruik, detailleringen en massa. Verder is met name in de aansluitingen tussen verschillende bouwdelen en vleugels zichtbaar dat het gebouw gefaseerd – en dus niet in één ontwikkeling – tot stand is gekomen. Aan de hand van deze ontwikkelgeschiedenis is het verhaal van deze plek, ook in relatie tot de wijdere setting, beleefbaar. 5. Groene karakter van het binnenterrein

17

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Ondanks de indifferente waarde van de huidige inrichting van het binnenterrein is zowel in de kasteel -als kloostertijd sprake van een functionele en landschappelijke inrichting van het terrein. Het terrein is ondanks de toevoeging van extra verharding na de oorlog grotendeels groen ingericht. Het overwegend (gecultiveerde) groene karakter draagt bij aan de identiteit van het terrein en ondersteunt de duidelijke afbakening van het terrein met de omgeving.

18

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

3

Transformatiekader klooster Nieuwenhof

Voor de toekomstige ontwikkelingen op en om het terrein van klooster Nieuwenhof is in dit hoofdstuk een transformatiekader uitgewerkt. Het transformatiekader verbindt de in voorgaande hoofdstukken vastgestelde erfgoedwaarden aan uitgangspunten voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Een transformatiekader gebaseerd op cultureel erfgoed geeft een invulling aan de wettelijke taken om het belang van erfgoed mee te wegen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het kader geeft vooraf duidelijkheid over wat het belang van cultureel erfgoed behelst en over de ontwikkelingsruimte in relatie tot de te borgen waarden van het monument. Vanwege de beschermde status van het klooster is het erfgoedbelang leidend. Het kader een heeft sturend karakter, omdat het behoud van de beschermde erfgoedwaarden voorop staat. Het transformatiekader wordt vastgesteld door het bevoegd gezag (gemeente Oisterwijk), biedt daarmee duidelijkheid aan initiatiefnemers en eigenaren en dient als toetsingsinstrument.

3.1

Erfgoedambitie

Nu duidelijk is wat de cultuurhistorische betekenis van het plangebied is en welke ruimtelijke opgave er ligt, wordt er in deze paragraaf een ambitie vanuit cultureel erfgoed worden geformuleerd. Hierin staat de inzet vanuit cultureel erfgoed voor geplande ontwikkeling om de vastgestelde erfgoedwaarden optimaal te behouden en te benutten. Op de grotere schaal gaat dat onder andere om het behouden of herstellen van ruimtelijke structuren en patronen en het streven naar een samenhang van volumes en buitenruimtes. De volgende ambities en verbeterpotentieel zijn gedefinieerd voor het terrein en kloostergebouw:

19

-

Benut de gebruiks- en ontwikkelgeschiedenis voor een nieuwe functie van het terrein en de bebouwing De door de eeuwen heen veelvuldig gewijzigde structuur van zowel het terrein als bebouwing van Nieuwenhof biedt ruimte voor nieuw gebruik en nieuwe toevoegingen. De geschiedenis biedt zowel programmatisch als ruimtelijk voldoende aanknopingspunten voor een goede herbestemming. Laat de herontwikkeling van het terrein een duidelijk nieuw hoofdstuk zijn in de geschiedenis van het omgrachte terrein. Een woonfunctie, al dan niet gecombineerd met een maatschappelijke functie, past bij herontwikkeling van het terrein en de bestaande bebouwing. Sluit bij het toevoegen van functies en bebouwing op het terrein aan bij de gelaagde ontwikkelgeschiedenis, maar voorkom dat nieuwe ontwikkelingen en toevoegingen op zichzelf komen te staan. Een herontwikkeling van het terrein als geheel moet het uitgangspunt zijn, zowel het toevoegen van nieuwbouw als revitalisering van de bestaande gebouwen. Bij herontwikkeling van het bestaande hoofdgebouw zijn ingrepen in de massa’s niet ondenkbaar, maar ook daarbij is het belangrijk een nieuwe tijdslaag aan te brengen en de bestaande gelaagdheid te handhaven.

-

Behoud en versterk het duidelijk afgebakende karakter Het voormalig vrijliggende terrein is in de afgelopen decennia steeds verder binnen de dorpsstructuur van Moergestel komen te liggen. Bij een herontwikkeling van het terrein én van de omgeving is het essentieel dat het terrein als sterk afgebakend geheel herkenbaar en functioneel blijft. Behoud en versterk elementen als de hagen, lanen en gracht. De oostelijke entree voor autoverkeer heeft dit sterke karakter afgezwakt. Het herstellen van het afgebakende karakter op deze plek is een goed verbeterpotentieel. Dit kan zonder de toegang op te heffen, maar door de toegang duidelijker als toegang vorm te geven en de laanbeplanting te herstellen. Ook het herstellen van de westelijke laan waar nu parkeerplaatsen en verharding aanwezig is biedt verbeterpotentieel.

-

Behoud en versterk het representatieve karakter van de hoofdvleugel aan de Kloosterdreef De kloosterdreef met de zichtlijn vanuit de Kloosterlaan is vanaf de kasteeltijd al de representatieve zijde van het terrein, mede bepaald door de oriëntatie van de bebouwing. Ook bij nieuwbouw van de kloostervleugels in de 19e eeuw en ver(nieuw)bouw in de 20ste eeuw bleef dit de duidelijke voorkant van het terrein. Bij nieuwe ontwikkelingen op het terrein moet daarom voorkomen worden dat de oriëntatie van het terrein wijzigt door het toevoegen van nieuwe volumes die zorgen voor een nieuwe ‘voorkant’ van het terrein. Vermijd ook storende functies en toevoegingen aan de representatieve zijde rondom het kloostergebouw en versterk het gebruik van voormalige hoofdentree(s). Geef bij herontwikkeling de twee bruggen een nadrukkelijke functie als toegang tot het terrein. Ook de relatie van het kloosterterrein met het gebied rondom het kloosterterrein de bestaande Kloosterdreef en Kloosterlaan zijn belangrijk voor de beleving van het klooster en dient behouden en waar mogelijk versterkt te worden..

-

Integreer karakteristieken van het terrein Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Na de herinrichting van het terrein rond de verbouwing in de jaren zestig zijn er weinig elementen uit de vroegere kloostertijd behouden. Na het ruimen van de begraafplaats zijn enkel de Lourdesgrot en het schuurtje nog resterende bouwwerken uit de kloostertijd. Het behouden en integreren van deze objecten doet recht aan zowel de ontwikkelgeschiedenis als cultuurhistorische waarden van het terrein. -

Ontzie bij herontwikkeling de archeologische (verwachtings-)waarden van het voormalige kasteelterrein Het terrein heeft een hoge archeologische verwachting ter plaatse van het voormalige kasteelterrein. De nieuwe uitbreiding van het terrein en de begraafplaats, die ten dele het voormalige kasteelterrein beslaat, hebben een lage verwachting of zijn verstoord. Bij nieuwe ontwikkelingen moet het uitgangspunt zijn om de archeologische waarden zoveel mogelijk te ontzien, wat mogelijk is bij nieuwbouw ter plaatse van de naoorlogse uitbreiding van het terrein en de begraafplaats.

-

Benut en versterk het groene karakter De huidige inrichting van het terrein is het restant van de naoorlogse ontwikkelingen van het kloostercomplex. Met de nieuwe toegang voor autoverkeer is er sinds de jaren zeventig veel verharding toegevoegd. Het in de kasteel- en kloostertijd groene karakter van het terrein heeft daarop deels ingeboet, al is het terrein in de huidige situatie nog overwegend groen in de vorm van gazons en borders. Het terrein kan bij herontwikkeling juist een kwaliteitsimpuls verkrijgen, en het kloostergebouw in een historische setting zetten. Hierbij kan inspiratie worden geput uit de verschillende historische onderzoeken. Zo ligt het voor de hand om voor het ontwerp terug te grijpen op de (locatie van) de voormalige nutstuinen en de scheiding tussen de het voormalige kasteelterrein en de latere uitbreiding van het kloosterterrein aan te grijpen als een logische grens.

3.2

Ruimtelijke uitgangspunten

In de doorwerking naar ruimtelijke uitgangspunten wordt de erfgoedambitie in dit hoofdstuk concreet gemaakt. Het gaat hierbij om een koppeling van waarden naar (ruimtelijke) consequenties voor een ontwikkeling op het kloosterterrein. Het doel is niet om een uitputtend ruimtelijk kader te formuleren, maar in beeld te brengen op welke aspecten en thema’s cultureel erfgoed relevant is en wat geregeld dient te worden om integrale kwaliteit en het realiseren van de ambitie cultureel erfgoed te bereiken.

3.2.1

Sferen

Het kloosterterrein is te vatten in vier verschillende sferen (Figuur 14). Deze sferen hebben een eigen karakter en daarmee ook eigen (ruimtelijke) uitgangspunten bij een transformatie. De sferen zijn als volgt getypeerd: 1. Representatief 2. Besloten groen 3. Nutstuin 4. Ontwikkelruimte De uitwerking van de uitgangspunten binnen de verschillende sfeergebieden is hieronder verder uitgewerkt.

20

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Figuur 14 Weergave van de verschillende deelgebieden op het kloosterterrein

3.2.2

Ruimtelijke uitgangspunten kloosterterrein

Waar niet te bouwen Het terrein rondom het kloostergebouw, bijna volledig de contour van het voormalig kasteel- en kloosterterrein van voor de naoorlogse uitbreiding, is ongeschikt voor het toevoegen van extra bebouwing (sferen 1, 2 en 3). Extra bebouwing zou op dit deel van het terrein niet passen door de hoge archeologische verwachtingswaarde, de invloed op de directe omgeving van het rijksmonumentale klooster en de mogelijk negatieve effect op de representatieve kanten en zichtlijnen van het klooster. Het is essentieel om de zuidelijke, oostelijke en westelijke zone rondom de gracht zoveel mogelijk open te houden, met zicht op de kloostervleugels. Voor het toevoegen van nieuwe bebouwing is dit deel van het terrein dan ook erg ongeschikt. Waar wel te bouwen (zoekgebieden) De naoorlogse uitbreiding van het voormalige kasteel- en kloosterterrein is een geschikte ruimte voor herontwikkeling van het terrein (sfeer 4). Wanneer er toevoeging van nieuwe bebouwing wordt gedacht vormt dit deel van het terrein 21

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

het zoekgebied voor nieuwbouw. Dit geldt eveneens voor het deel van de begraafplaats dat overlapt met de oorspronkelijke contouren van het voormalige kasteel- en kloosterterrein. Binnen het zoekgebied van de naoorlogse uitbreiding van het terrein ligt een kans om een nieuwe functie te realiseren, aangezien dit deel van het terrein functie heeft verloren.

Opties binnen het zoekgebied De nog te herkennen functionele inrichting van dit deel van het terrein kan gebruikt worden bij een herinrichting, al is dit geen must. Hiervoor zijn twee opties: 1. Handhaven groene afscheiding begraafplaats Binnen het zoekgebied is er de ruimte om de groene afscherming van de begraafplaats te handhaven, met aan de westzijde ruimte voor nieuwbouw. De voormalige begraafplaats blijft dan ruimtelijk afscheiden van de nieuwbouw en kan functioneel een andere rol vervullen, bijvoorbeeld in de vorm van een groene inrichting of parkeren. Zo wordt er aangesloten bij de functieverdeling van het terrein na de oorlog. Gevolgen voor het handhaven van de verdeling van het terrein zijn het behouden van een groene afscherming van de nieuwbouw, maar een kleiner zoekgebied voor deze nieuwbouw. 2. Volledig herinrichten van het zoekgebied Er is vanuit de waardering van het binnenterrein geen aanleiding om de huidige inrichting met de groene afscheiding van de begraafplaats te handhaven. Daarom kan het kansen bieden om de huidige inrichting van het zoekgebied niet te handhaven en te kiezen voor een volledig nieuwe inrichting. Wanneer hiervoor gekozen wordt vormt dit een duidelijk herkenbaar nieuwe tijdslaag die wordt toegevoegd aan het terrein.

Hieruit volgt de ontwerpopgave Gevolgen zijn het verliezen van de groene afscheiding van de nieuwbouw, maar een minder ingekaderd zoekgebied voor deze nieuwbouw, wat ontwerp- en bewegingsruimte in de uitwerking oplevert. Basisprincipes nieuwbouw Bij het toevoegen van nieuwbouw binnen het zoekgebied is het essentieel dat dit past binnen de ruimtelijke kaders die het terrein met de bebouwing en omliggende bebouwing bieden. Hiervoor zijn de volgende basisprincipes leidend: 1. Het klooster met representatieve gevels blijft (visueel) hoofdgebouw Dit betekent dat ook nieuwbouw op het terrein zich moet voegen naar maat en schaal van de kloostervleugels. Ten alle tijde moet worden voorkomen dat de nieuwbouw al dan niet letterlijk het kloostergebouw overstijgt in zichtbaarheid of vormgeving. Voorkom dat de nieuwbouw gaat domineren en het klooster overschaduwt, zoals ook op het voormalige voorhof is gebeurd met de bouw van het woon-zorgcomplex. 2. Bouw voort op de typologie van een aaneengeschakelde vleugels Zowel de kloostervleugels als het woon-zorgcomplex op het voormalige voorhof zijn typologisch vergelijkbaar door de opbouw van verschillende vleugels die noordwest-zuidoost georiënteerd zijn en onderling verbonden met een dwarsvleugel.

Gebruik de typologie van vleugels voor nieuwbouw, door bijvoorbeeld een of meerdere vleugels in eenzelfde oriëntatie te combineren met een verbindende dwarsvleugel, maar ook andere invullingen zijn denkbaar. 3. Nieuwbouw als uitbreiding van het klooster(terrein) Nieuwe bebouwing wordt vanzelfsprekend onderdeel van het terrein. Het is daarom essentieel dat een nieuwe toevoeging geen standalone wordt op het terrein, door de afstand van het zoekgebied ten opzichte van het kloostergebouw. In vormgeving zal de nieuwbouw familie moeten zijn van de bestaande bebouwing. Omdat het kloostergebouw vele transformaties en verbouwingen kent die nog zichtbaar zijn in de bestaande vleugels en aanbouwen biedt dit een veelheid aan inspiratie voor de vormgeving van een nieuw bouwwerk op het terrein. De nieuwbouw moet wel herkenbaar als familie zijn

Hoewel het de ambitie is om de beslotenheid van het kloosterterrein te handhaven en waar mogelijk te versterken, zal een eventuele nieuwbouw ook onderdeel van de nieuwe woonomgeving buiten het terrein uit gaan maken. Deze ambitie is ook opgenomen in de totale stedenbouwkundige en landschappelijke visie. Het kloostercomplex ligt in dat scenario namelijk niet meer aan de rand van het dorp, maar ligt in, en maakt onderdeel uit van, een grotere dorpsrand aan de Reusel.

22

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Vanuit de steenbouwkundige visie is een oriëntatie op de nieuwe aangrenzende ontwikkeling gewenst, terwijl vanuit de erfgoedambitie het handhaven van de beslotenheid en omkadering van het kloosterterrein het uitgangpunt zijn. Hoewel op het eerste oog tegenstrijdig, sluit het een het ander niet uit. Om een visuele relatie tussen het kloosterterrein en de toekomstige nieuwe wijk hoeft de beslotenheid ervan niet te verstoren. Een zichtlijn vanuit het noordwesten op een nieuwbouw op het achterterrein kan ook juist de beslotenheid van het kloosterterrein benadrukken. Een smalle brug of een andere precieze doorsnijding van het kader van het kloosterterrein maakt de beslotenheid beleefbaar voor de passant. Het is belangrijk daarbij zoveel als mogelijk de aantasting van de doorgaande lijnen van de gracht en laanstructuur te beperken. Architectonische uitgangspunten nieuwbouw De bovenstaande basisprincipes geven ook al richting aan de meer architectonische uitgangspunten van de nieuwbouw: • Hoofdvorm en volume De hoofdvorm als kloostervleugel betekent in basis één of twee langwerpige hoofvolumes met dwarsvleugel, die evenwijdig georiënteerd moet worden aan de vleugels van het klooster. De noordelijke vleugel is het oudste bouwdeel van het klooster, met een andere oriëntatie dan de twee eind 19e -eeuwse vleugels.

Aangezien de noordelijke vleugel aansluit op het zoekgebied ligt het voor de hand de oriëntatie van deze vleugel door te zetten in de nieuwbouw. Dit sluit eveneens beter aan op de wat geknikte omgrachting van het terrein. Hier ligt wel ontwerpvrijheid; ook op een andere manier kan een nieuwbouw qua volume en vorm aansluiten op het bestaande. De gootlijn- en eventuele nokhoogte dient evenwel lager te zijn dan die van (de hoofdvleugels van) het hoofdgebouw, om overstemming van het kloostergebouw te voorkomen. Wanneer er een hellend dak wordt toegepast, kan voor de kap zowel een zadel- als schilddak gekozen worden, met een rokrichting parallel aan de bestaande daken van de kloostervleugels. Een sobere vormgeving van de kopgevels en dakvlakken met strakke detailleringen moet het uitgangspunt zijn, om te voorkomen dat de nieuwbouw een te dominante uitstraling krijgt en teveel als ‘voorkant’ van het terrein kan worden gezien. Een eventuele centrale entree van de nieuwbouw mag zichtbaar en herkenbaar zijn, maar dient ook ondergeschikt te zijn aan de oriëntatie van het hoofdgebouw. • Vormgeving Om ervoor te zorgen dat de nieuwbouw ‘familie’ blijft van het klooster, dient er samenhang te zijn tussen klooster en nieuwbouw. De samenhang wordt deels gevonden in de situering, door de positionering van het nieuwe bouwvolume evenwijdig aan de noordelijke vleugel van het klooster.

De samenhang kan op de volgende aspecten zichtbaar zijn: bouwvorm, gevelkarakteristiek, kleur en/of materiaal. De bouwdelen van het klooster uit de verschillende periodes zijn onderling duidelijk te onderscheiden. De nieuwbouw (op afstand) kan dan ook een duidelijk herkenbaar en te onderscheiden bouwwerk worden, maar op specifieke aspecten juist overeenkomsten vertonen en daarmee de verwantschap herkenbaar maken. Het is wenselijk om de eigenheid van het klooster prominent het beeld te laten bepalen en met recentere ontwikkelingen een nieuwe tijdslaag toe te voegen, die ook als zodanig herkenbaar is. De kapel is hiervan een voorbeeld. Een letterlijke kopie van het klooster, of in een afgezwakte vorm daarvan als imitatie, doet afbreuk aan de eigenheid en uniciteit van het monumentale pand. Nieuwbouw dient daarom ‘familie’ te zijn van het origineel, door erop geïnspireerd te zijn. Maar ook een eigen, voldoende onderscheidend karakter te hebben. Functie en inrichting terrein Qua functie zal de terreininrichting ten dienste komen te staan van de nieuwe gebruiksfunctie van het klooster en (eventuele) nieuwbouw. Voor de aanpassing van het terrein gelden er zowel ruimtelijke uitgangspunten als kansen voor kwaliteitsverbetering, om het kloosterterrein nadrukkelijk als geheel opnieuw vorm te geven en de kernkwaliteiten te behouden.

Binnen de volgende sferen horen de daaronder beschreven ruimtelijke uitgangspunten: Sfeer 1 Het representatieve karakter van het klooster staat voorop op dit deel van het terrein. Dit betekent dat er langs deze zijde geen plek is voor functies als (bij)gebouwen, parkeren of hoog opgaand groen. De ruimtes tussen de vleugels lenen zich goed voor een groene invulling, maar de kloostervleugels dienen zichtbaar te blijven. Sfeer 2

23

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Dit tussengebied tussen representatief en de ontwikkelruimte is leent zich voor een groene kwaliteitsimpuls. Deze groene buitenruimte hoort qua nog nadrukkelijk bij het klooster, maar dan met een minder formeel karakter. Het gebied moet een buffer vormen tussen het klooster en de ontwikkelruimte. Idealiter krijgt het aanwezige schuurtje een functie in dit gebied.

24

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Sfeer 3 In dit deel van het terrein is ruimte voor de 21ste -eeuwse nutstuin van het klooster. Ondersteunende functies kunnen hier in een groene omgeving een plek krijgen zoals (fiets)parkeren, installaties voor de energieopwekking, een incidenteel bijgebouw of gemeenschappelijke tuin. Sfeer 4 Dit gebied biedt ontwikkelruimte voor een nieuwe toevoeging aan het terrein. Een gebouw met bijbehorende functies kunnen ergens binnen het gearceerde gebied een plek krijgen, al dan niet binnen de ruimtelijke verdeling die nu aanwezig is op dit deel van het terrein. Uitgangspunten bij een invulling van deze ontwikkelruimte zijn het integreren van de aanwezige Lourdesgrot, enige afstand houden van de sterke omkadering en het aansluiten van de groene inrichting op de rest van het terrein. • Parkeren en routes Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw is er ruimte gecreëerd voor autoverkeer op het terrein, door toevoeging van de nieuwe toegang en verharding. Hierbij is een route over het terrein ontstaan tussen de oostelijke en de westelijke brug. Het opheffen van deze route voor autoveerkeer versterkt het karakter van een sterk omsloten gebied en biedt ruimte voor meer groen en verblijfsruimte op het terrein. Parkeren moet zo direct mogelijk na de oostelijke entree een plek krijgen.

De brug aan de Kloosterdreef zou ook voor autoverkeer in gebruik kunnen blijven, al moet hier geen (ongewenst) parkeren ontstaan. Voor de westelijk gelegen brug geldt hetzelfde. Gebruik door autoverkeer is mogelijk, zonder dat dit een entree wordt voor het terrein. Parkeren of een doorgaande route moet vanaf de historische bruggen niet mogelijk zijn. Bij de herontwikkeling van het terrein kan de wens ontstaan om een extra toegang toe te voegen. Dit is rondom het achterterrein denkbaar, mits de duidelijke afbakening van het terrein in stand blijft. Bij voorkeur is dit dan ook een brug, waarbij de doorgaande lijn (en dus de zichtbaarheid) van de omgrachting in stand gehouden wordt. Aantasting van de lanen mag geen gevolg van deze nieuwe toegang zijn. Voor de bestaande (oostelijke) toegang voor autoverkeer is er een duidelijk verbeterpotentieel, door deze ook duidelijk als brug óver de gracht vorm te geven, waarbij de doorgaande lijn van het water teruggebracht wordt.

3.2.3

Ruimtelijke uitgangspunten Kloostergebouw

Om het bestaande hoofdgebouw te integreren in de plannen voor de ontwikkelingen op en rond het kloosterterrein, is het onoverkomelijk aanpassingen te doen aan de bestaande bebouwing. Naast het verhelpen van het achterstallig onderhoud, kan dat om het vervangen of toevoegen van volumes om het gebouw beter bruikbaar te maken, bijvoorbeeld ten behoeve van de routing of om aan te sluiten bij een nieuw gebruik in het kader van een herbestemming. Daarnaast zal er ook aandacht gegeven moeten worden aan de verduurzaming van het gebouw om het bruikbaar en aantrekkelijk te maken voor een voortgezet gebruik. Het bouwhistorisch onderzoek biedt concrete handvaten voor bouwkundige ingrepen bij een eventuele transformatie van het gebouw. De waardering geeft aan welke elementen monumentwaarde vertegenwoordigen en wat hun belang is voor het complex. Een hoge waardering betekent niet dat ingrepen per definitie onmogelijk of onwenselijk zijn. Wel betekent een hoge waardering dat er nauwkeurig moet worden ontworpen aan ingrepen op deze plekken. Op eenzelfde manier betekent een indifferente waarde niet dat elementen zonder overweging aangepast of gesloopt kunnen worden. Een combinatie van de waarderingen van de onderdelen en de hierboven geformuleerde kernwaarden levert een kader op waarbinnen oplossingen gezocht kunnen worden bij een transitie.

Per onderdeel kan zo de aanraakbaarheid worden vastgesteld. Concreet betekent dat het volgende: •

25

Behoud in het gevelbeeld het individuele karakter van het specifieke bouwvolume zodat deze als zodanig herkenbaar blijft. – Bij eventuele vernieuwing van onderdelen dient het onderscheid tussen de verschillende bouwdelen gehandhaafd te blijven. Het behoud van de differentiatie in het karakter van de verschillende bouwdelen (zowel intern als extern) is essentieel om de gelaagde geschiedenis van het complex te kunnen begrijpen. Zo zal bij het vervangen van ramen, kozijnen of beglazing een oplossing gevonden moeten binnen de uniformiteit van elk bouwdeel, die tegelijk onderscheidend is voor de oplossingen die voor de andere bouwdelen zal worden toegepast. Zo blijft de herkenbaarheid van de verschillende bouwvolumes (lees: de historische gelaagdheid) ook in een aangepaste situatie afleesbaar. Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

•

•

•

•

•

•

26

Pas geen onnodige technofixes toe op het monument. Aanpassingen en toevoegingen aan het huidige gebouw moeten eerst uitgaan van het reduceren van de energie- en/of warmtevraag. Het opwekken van (hernieuwbare) energie en warmte hoort niet bij het gebouw. – Verduurzamingsmaatregelen dienen doelmatig en terughoudend te worden toegepast, waarbij behoud van de bestaande materialisatie, detaillering en uitstraling zo veel als mogelijk het uitgangspunt moet zijn. – Het plaatsen van zonnepanelen, warmtepompen en dergelijke dient bij voorkeur elders op het terrein plaats te vinden. Voor de opwekking van duurzame warmte is ruimte, maar juist omdat er een ontwerpopgave voor het gehele terrein ligt, ligt daar ook de kans om het gebouw gedeeltelijk te ontzien van toevoegingen die het kunnen verstoren. Op het terrein zijn mogelijkheden om installaties kwijt te kunnen (de nieuwe 'nutstuin') die beter geschikt zijn dan op/aan het gebouw zelf. – Bij het isoleren van de schil kan slim naar gebruik van de ruimte en de bijbehorende klimaateisen gekeken worden, zodat er gericht geïsoleerd kan worden. Als de zolderruimten niet gebruikt worden, ligt het bijvoorbeeld voor de hand de zoldervloeren te isoleren en daarmee het historische dakconstructie ongemoeid te laten. Er is op twee plaatsen ruimte voor vernieuwing van delen het gebouw.

Dat gaat om de kapel en de smalle verbindingsgang – De smalle verbindingsgang uit de jaren ’60 tussen de vleugels uit 1887-1888 heeft geen hoge monumentwaarde en is (voor het grootste deel) een relatief nieuwe toevoeging. Intern zorgt de vleugel voor frictie, omdat de maten niet aansluiten op het bestaande. Het vervangen van deze vleugel is denkbaar, indien dat de bruikbaarheid van het bestaande ten goede komt. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de mogelijke aanwezigheid van bouwsporen uit de kasteelperiode. De herbouw dient qua massa aan te sluiten op de bestaande vleugels; de nieuwe vleugel mag geen op zichzelf staande massa worden, maar dient als verbindend element gedimensioneerd te worden. – Het vervangen van de kapel is niet ondenkbaar. Daarbij dient de massa van de huidige kapel in hoofdlijnen als uitgangspunt. Een nieuwbouw op deze plek dient een representatieve voorkant aan de Kloosterdreef te hebben, en moet refereren in vormentaal aan de bestaande kapel. Herbouw van de oorspronkelijke kapel is niet wenselijk. Koppel uitbreidingen los. Er is maar zeer beperkt ruimte om nieuwe bouwdelen aan het gebouw toe te voegen, zeker gezien de ruimte die er is op het terrein voor nieuwbouw. Kleine aanbouwen aan het bestaande zijn denkbaar, mits noodzakelijk voor het gebruik van het gebouw. – De open ruimtes tussen de drie hoofdvleugels dienen open te blijven.

– Nieuwe bouwdelen en uitbreidingen zijn altijd ondergeschikt in massa, materialiteit en expressie aan de bestaande onderdelen – Zorg in het geval van uitbreiding het gebouw voor een hedendaagse toevoeging die de eigenschappen van de eerdere fases respecteert (samenstel van bouwvolumes, materiaalgebruik, daken, repeterende vensteropeningen, etc.) Behoud de structuur van de indeling waar deze nog oorspronkelijk (of waardevol) zijn, om de afleesbaarheid van de vroegere functie te behouden. – Bij het wijzigen van de interne indeling wordt in het geval van de muren aanbevolen de muuraanzet te behouden zodat de interne structuur herkenbaar blijft. Behoud de wand-, plafond- en vloerafwerkingen om de afleesbaarheid van de oorspronkelijke functie te behouden. – Bij het wijzigen van deze elementen dient het de voorkeur deze reversibel te wijzigen, zoals het plaatsen van een nieuwe vloer over de bestaande vloer. Dat geldt met name voor afwerkingen met een hoge of positieve monumentwaarde, maar ook voor de overige onderdelen geldt dat behoud gaat voor vernieuwing. Behoud de hooggewaardeerde elementen (zoals trappen, vloeren en muren), waaronder de specifieke interieurelementen zoals benoemd in de waardestelling.

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

4

Bronvermelding

Afbeelding 1.

Regionaal Archief Tilburg, Fotonummer 057043.

Afbeelding 2.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Objectnummer MIN10106A01

Afbeelding 3.

Topotijdreis.nl

Afbeelding 4.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Documentnummer 94.681

Afbeelding 5.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Documentnummer 94.680

Afbeelding 6.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Documentnummer 94.682

Afbeelding 7.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Documentnummer 268.614

Afbeelding 8.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Documentnummer 268.612

Afbeelding 9.

Regionaal Archief Tilburg, Fotonummer 1657154011023

Afbeelding 10. Foto auteur (Luc Timmermans) Afbeelding 11. Foto auteur (Luc Timmermans)

27

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Colofon KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF TRANSFORMATIEKADER

KLANT Gemeente Oisterwijk AUTEUR Frank Eikenaar PROJECTNUMMER 30222588 ONZE REFERENTIE 1.1 DATUM 17 juli 2024 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR

VRIJGEGEVEN DOOR

Luc Timmermans Adviseur gebouwd erfgoed

Luc Timmermans Adviseur gebouwd erfgoed

28

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

KLOOSTERTERREIN NIEUWENHOF

Over Arcadis Arcadis is de leidende wereldwijd opererende datagedreven duurzame ontwerp-, advies- en consultancyorganisatie op het gebied van de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij zijn met 36.000 architecten, data-analisten, ingenieurs, projectplanners, water- en duurzaamheidexperts. Onze gedeelde passie is: Improving quality of life. Toewijding aan de strategie ‘accelerating a planet positive future’ onderschrijft onze wereldwijde samenwerking met klanten en hoe we hen helpen met duurzame projectkeuzes. We combineren digitale met mensgerichte innovaties en omarmen toekomstgerichte vaardigheden op het gebied van milieu, energie, water, gebouwen, transport en infrastructuur. We werken vanuit meer dan dertig landen en rapporteerden in 2023 een bruto omzet van 5 miljard euro. www.arcadis.com www.arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Nederland T +31 (0)88 4261 261

Arcadis. Improving quality of life 29

Onze referentie: 1.1 - Datum: 17 juli 2024 - Internal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14785385/1