Bijlage 2 Toelichting wijzigingen Verordening Wmo gemeente Oisterwijk 2024.docx
Tekst van het document
Toelichting wijzigingen/ was-wordt lijst Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gemeente Oisterwijk 2024 De huidige Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Oisterwijk 2023 moet worden aangepast vanwege de indexatie van het abonnementstarief voor Wmo-voorzieningen per 1 januari 2024. Dit is aangepast in Artikel 6.1 lid 2. Op advies van de VNG is besloten om geen bedrag te benoemen in de Verordening maar om te verwijzen naar het wetsartikel waarin de eigen bijdrage wordt benoemd. Dit voorkomt dat de Verordening bij elke indexering opnieuw moet worden vastgesteld. Door de te verwijzen naar de desbetreffende wetsbepaling is altijd het meest actuele bedrag terug te vinden. WAS
HOOFDSTUK 6 BIJDRAGE IN DE KOSTEN Artikel 6.1 Maatwerkvoorziening
1. De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt dan wel gedurende de looptijd van de voorziening dan wel gedurende de periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt toegekend. 2. De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste €19 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 3. De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een lagere bijdrage is verschuldigd. 4. Indien een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget wordt toegekend ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage verschuldigd door: a. de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen; en b. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
WORDT
HOOFDSTUK 6 BIJDRAGE IN DE KOSTEN Artikel 6.1 Maatwerkvoorziening
1. De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt dan wel gedurende de looptijd van de voorziening dan wel gedurende de periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt toegekend. 2. De bijdrage, bedoeld in Artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bedraagt het bedrag zoals genoemd in Artikel 2.1.4a. vierde lid Wmo 2015. Tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, derde lid, van de Wmo 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 3. De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een lagere bijdrage is verschuldigd. 4. Indien een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget wordt toegekend ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage verschuldigd door: c. de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen; en d. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.