Bijlage 2 Overzicht wijzigingen - Verzamelverordening PW IOAW IOAZ en Bbz Gemeente Oisterwijk 2023
Tekst van het document
Overzicht van de wijzigingen in de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz. In de linker kolom staan de bepalingen uit de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2022. In de middelste kolom staan dezelfde bepalingen, zoals deze zijn opgenomen in de (concept) Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2023. In de rechter kolom staat een (korte) toelichting Verzamelverordening 2022
Verzamelverordening 2023 Artikel 1 lid b, i, cc, ff en oo
Artikel 4 lid 3
Artikel 7: participatie(plaats) voor personen ouder dan 27 jaar
Artikel 7A: participatie(plaats) voor personen ouder dan 27 jaar Artikel 7B: persoonlijke ondersteuning bij werk
Toelichting Enkele nieuwe definities zijn toegevoegd als gevolg van het opnemen van nieuwe artikelen en beschrijvingen. Nieuw lid. Op grond van artikel 8a, tweede lid, onderdeel g, van de Participatiewet dienen er regels opgenomen te worden over de samenwerking binnen het gehele sociale domein als dat nodig is voor een integrale ondersteuning van de persoon. Het gaat zowel om de integraliteit van de geboden ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als de continuïteit van de geboden ondersteuning bij de overgang van onderwijs naar werk, van werk naar onderwijs en van werk naar werk. Het is belangrijk om hier bij de inzet van voorzieningen rekening mee te houden en dit te benoemen in het plan van aanpak. Deze bepaling biedt ook een grondslag voor het uitwisselen van de noodzakelijke informatie binnen het sociaal domein om tot de integrale aanpak te kunnen komen. Een numerieke wijziging van artikel 7 naar artikel 7A Nieuw artikel toegevoegd ter verwijzing naar de nadere uitwerking in
Artikel 7C: Proefplaats
paragraaf 2.3. De verordeningsplicht op dit onderwerp is uitgebreid. Dat heeft geleid tot meerdere artikelen. Om de leesbaarheid te vergroten is gekozen dit in een aparte paragraaf uit te werken. Volgens artikel 8a, tweede lid, onder d, van de Participatiewet moet de gemeente in de verordening de voorwaarden aangeven waaronder het college toestemming verleent aan een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, om op een proefplaats gedurende twee maanden met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, werkzaamheden te verrichten. Het doel van deze verplichting is om meer harmonisatie tot stand te brengen. Voor de termijn is aangesloten bij de wetgeving die wordt uitgevoerd door het UWV en het door het UWV gevoerde beleid Artikel 7C geeft hier invulling aan. Het na een proefplaatsing inzetten van een dienstverband met een forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de Participatiewet is onwenselijk. Partijen in de (landelijke) Werkkamer hebben zich in die zin ook expliciet uitgesproken. Als het noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te voeren, kan het college persoonlijke ondersteuning
Artikel 8: Participatievoorziening beschut werk Artikel 9: vaststelling doelgroep loonkostensubsidie en loonwaarde 1. Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: a. een persoon moet behoren tot de doelgroep reintegratie zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet en; b. die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en c. die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. d. een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 10d, tweede lid, Participatiewet. 3. De loonwaarde wordt bepaald aan de hand van een regionaal overeengekomen gevalideerde methodiek.
Artikel 7D: Participatievoorziening beschut werk Artikel 7E: Loonkostensubsidie 1.
Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing.
2.
Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon.
3.
Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald
toekennen aan de persoon op de proefplaats. Het artikel is verplaatst naar paragraaf 2.2 Voorzieningen. De verordeningsplicht op grond van artikel 6, tweede lid, met regels over de wijze van bepalen van de doelgroep en loonwaardebepaling vervalt. Dit komt doordat de doelgroep nu in de Participatiewet nader is omschreven en door de komst van de landelijk uniforme loonwaardesystematiek. Dit nieuwe artikel 7E is een uitwerking van de wettelijke verplichting voor gemeenten om bij verordening te bepalen hoe het administratief proces met betrekking tot het verstrekken van loonkostensubsidie is vormgegeven (artikel 8a, eerste lid en tweede lid, onder c, van de Participatiewet).
door middel van de Praktijkroute. 4.
Paragraaf 2.3 voorzieningen voor belanghebbenden met verminderde loonwaarde of beperking richting werk
Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht.
Paragraaf 2.3 Specifieke bepalingen bij persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
Paragraaf 2.3.1. Generieke bepalingen bij persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel 8A: Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
Artikel 8B: aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
De Participatiewet voorziet in een uitgebreide verordeningsplicht op het gebied van enkele specifieke voorzieningen. Die worden in deze paragraaf gebundeld. De paragraaf is opgedeeld in 3 subparagrafen. In deze subparagraaf worden enkele generieke bepalingen uitgewerkt. Nieuw artikel toegevoegd met een aantal voorwaarden voor de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen aan personen met een arbeidsbeperking. Deze voorwaarden dragen bij aan een evenwichtige verdeling van de beschikbare voorzieningen over de doelgroep, zoals bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onderdeel a, van de Participatiewet. Nieuw artikel toegevoegd. Dit artikel regelt de aanvraagprocedure voor persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen. Het artikel vloeit voort uit artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de Participatiewet “op welke wijze het college voorzieningen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, verstrekt” en onderdeel g “op welke wijze waar nodig
Paragraaf 2.3.2. Specifieke bepalingen bij persoonlijke ondersteuning bij werk
Artikel 9A: Persoonlijke ondersteuning bij werk
Artikel 9B: Jobcoaching Artikel 9C: Jobcoaching in natura Artikel 9D: Subsidie voor het organiseren van jobcoaching Artikel 9E: Interne werkbegeleiding Paragraaf 2.3.2. Specifieke bepalingen bij overige voorzieningen
Artikel 9F: specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening
voor een persoon als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, onderdeel a, of 10d, tweede lid, wordt voorzien in integrale en voortgezette (persoonlijke) ondersteuning”. De paragraaf is opgedeeld in 3 subparagrafen. In deze subparagraaf worden enkele specifieke bepalingen t.a.v. persoonlijke ondersteuning bij werk uitgewerkt. Nieuw artikel toegevoegd. Tezamen met de artikelen 9B, 9C, 9D, 9E en 9F wordt aangegeven op welke wijze het college zorgdraagt voor het verstrekken van persoonlijke ondersteuning aan de doelgroep in natura en in de vorm van een subsidie (artikel 8a, tweede lid, onder e, sub 1, van de Participatiewet). Nieuw artikel toegevoegd. Zie vorige toelichting. Nieuw artikel toegevoegd. Zie vorige toelichting. Nieuw artikel toegevoegd. Zie vorige toelichting. Nieuw artikel toegevoegd. Zie vorige toelichting. De paragraaf is opgedeeld in 3 subparagrafen. In deze subparagraaf worden enkele specifieke bepalingen t.a.v. enkele overige voorzieningen uitgewerkt. Artikel 8a, tweede lid, onder f, onderdeel 1, van de Participatiewet bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voor het verstrekken van een vervoersvoorziening die ertoe strekt dat de persoon zijn werkplek, proefplaats
Artikel 14 lid 7 7. Als door beëindiging van de uitkering de verlaging niet of niet volledig kan worden toegepast kan bij een nieuwe aanvraag binnen de termijn van 1 jaar de verlaging of het deel dat nog niet is uitgevoerd alsnog worden geëffectueerd.
of opleidingslocatie kan bereiken. Dit artikel regelt dat. Artikel 9G: specifieke Nieuw artikel toegevoegd. voorwaarden noodzakelijke Artikel 8a, tweede lid, intermediaire activiteit bij visuele onder f, onderdeel 2, van of motorische handicap de Participatiewet bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voor het verstrekken van een noodzakelijke intermediaire activiteit in het geval er sprake is van een visuele of motorische handicap. Dit artikel regelt dat. Artikel 9H: specifieke Nieuw artikel toegevoegd. voorwaarden meeneembare Artikel 8a, tweede lid, voorzieningen onder f, onderdeel 3, van de Participatiewet bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voor het verstrekken van meeneembare voorzieningen voor de inrichting van de werkplek, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingslocatie of de proefplaats en bij het werk of opleiding te gebruiken hulpmiddelen. Dit artikel regelt dat. Artikel 14 lid 7 De termijn van 1 jaar is niet 7. Als door beëindiging van de logisch. Oorzaak en gevolg uitkering de verlaging niet of liggen te ver van elkaar. Bij niet volledig kan worden effectueren van de toegepast kan bij een nieuwe verlaging moeten de aanvraag binnen de termijn omstandigheden van de verlaging, het deel dat beoordeeld worden.
De nog niet is uitgevoerd alsnog zwaarte van de gedraging worden geëffectueerd. op basis waarvan de verlaging wordt opgelegd weegt na een jaar niet meer op tegen de te verwachten omstandigheden van dat moment. Een termijn die aansluit bij de duur van de
Artikel 26: Hoogwaardig handhaven Eerste lid: Het voorkomen en bestrijden van uitkeringsfraude dan wel misbruik en oneigenlijk gebruik is ingericht naar het landelijk model voor hoogwaardig handhaven.
Artikel 26: Bevordering naleving Eerste lid: Het voorkomen en bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet is ingericht naar een landelijk vastgesteld model.
verlaging zal bij de beoordeling van de omstandigheden sneller leiden tot de beoogde effectuering. Het model voor hoogwaardig handhaven is overgegaan in een ander landelijk model. Met het oog hierop is dit artikel aangepast.