Bijlage 2 - Overzicht wijzigingen verordening individuele inkomenstoeslag 2026
Tekst van het document
Overzicht wijzigingen Verordening Individuele inkomenstoeslag 2026 Oud Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Wet: Participatiewet; b. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk; c. Raad: de gemeenteraad van de gemeente Oisterwijk; d. Peildatum: datum waartegen een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt, voor zover deze dag niet ligt vóór de dag waarop belanghebbende zich heeft gemeld om individuele inkomenstoeslag aan te vragen; e. Referteperiode: periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum; f. Individuele inkomenstoeslag: toeslag zoals bedoeld in artikel 36 van de wet; g. Vermogen: het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de wet; h. WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; i. WSF 2000: Wet Studiefinanciering; j. Voor de individuele inkomenstoeslag
Nieuw Artikel 1: Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Wet: Participatiewet: b. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk; c. Raad: de gemeenteraad van de gemeente Oisterwijk; d. Peildatum: datum waartegen een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt, voor zover deze dag niet ligt vóór de dag waarop belanghebbende zich heeft gemeld om individuele inkomenstoeslag aan te vragen; e. Referteperiode: periode van 36 maanden voorafgaande aan de peildatum; f. Individuele inkomenstoeslag: toeslag zoals bedoeld in artikel 36 van de wet; g. Vermogen: het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de wet; h. Uitkering: een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW/IOAZ of Bbz; i. WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; j. WSF 2000: Wet studiefinanciering;
Toelichting Toevoeging begrip “Uitkering” om de bepalingen te laten gelden voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ en Bbz.
gaan we uit van de volgende normen: norm gehuwden: de norm zoals genoemd in artikel 21 sub b Participatiewet; norm alleenstaande ouder: 90% van de norm gehuwden; norm alleenstaande: 70% van de norm gehuwden
k. Voor de individuele inkomenstoeslag gaan we uit van de volgende normen: a. Norm gehuwden: de norm zoals genoemd in artikel 21 sub b van de wet, exclusief vakantietoeslag; b. Norm alleenstaande ouder: 90% van de norm gehuwden, zoals benoemd in lid j, sub a; c. Norm alleenstaande: 70% van de norm gehuwden, zoals benoemd in lid j, sub a.
Artikel 2 Voorwaarden 1. Voor een individuele inkomenstoeslag komt in aanmerking de persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende de referteperiode aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan 120% van de voor hem geldende norm, zoals opgenomen in artikel 1, onder j, van deze Verordening, geen in aanmerking te nemen vermogen heeft, en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. 2. Niet voor de individuele inkomenstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000. 3. Een verzoek als bedoeld in artikel 36,
Artikel 2: Voorwaarden 1. Voor een individuele inkomenstoeslag komt in aanmerking de persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende de referteperiode aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan 120% van de voor hem geldende norm, zoals opgenomen in artikel 1, onder k, van deze Verordening, geen in aanmerking te nemen vermogen heeft, en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. 2. Niet voor individuele inkomenstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000. 3. Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid van de wet, wordt ingediend middels een door het college
Toevoeging ambtshalve toekenning en geldende voorwaarden; toevoeging omgang met wisselende inkomsten (formaliseren werkinstructie)
1
eerste lid, van de Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier. 4. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden 5. Voor toepassing van het eerste, tweede en vierde lid is de situatie op de peildatum bepalend.
vastgesteld formulier. 4. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 5. De individuele inkomenstoeslag wordt eenmaal per 12 maanden ambtshalve toegekend aan personen die: a. in het voorafgaande kalenderjaar deze toeslag toegekend hebben gekregen en op de peildatum een lopende uitkering ontvangen; of b. op de peildatum 36 maanden of langer aaneengesloten een uitkering ontvangen. 6. Voor toepassing van het eerste, tweede en vierde lid is de situatie op de peildatum bepalend. 7. In afwijking van lid 5 geldt bij wisselende inkomsten tijdens de referteperiode zoals benoemd in artikel 1, lid e, dat de inkomsten gemiddeld worden teruggerekend per 12 maanden vanaf de peildatum.
2