Bijlage 2. Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 mei 2023
Tekst van het document
Integrale kaart verstedelijkingsakkoord SGE
62
Zie voor totale kaart en legenda pagina 20 en 21
en rond de OV-knopen van Geldrop, Best, Veldhoven en Helmond-BSD. •
Na afronding van de majeure locaties is er in het SGE geen ruimte meer voor grootschalige uitleglocaties voor woningbouw.
•
Inzetten op duurzame vormen van vervoer (lopen, fiets en OV) en mobiliteitstransitie in combinatie met een schaalsprong OV (Eindhoven internationale knoop en busstation Neckerspoel).
•
Binnenstedelijk bouwen op een manier die ruimte geeft aan (binnenstedelijk) groen en water ten behoeve van zowel natuur, mens (recreatie, luchtkwaliteit) als een klimaatrobuust watersysteem. Daarbij versterken van bestaande en nieuwe groenstructuren in en rond dorpen en steden.
Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant Medio 2022 heeft de regio Zuidoost-Brabant besloten om voor de hele regio Zuidoost-Brabant één ontwikkelperspectief te maken in plaats van een aparte ontwikkelstrategie per subregio (SGE, De Peel, De Kempen en de A2-gemeenten). Voor de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant zijn onderstaande ontwikkelprincipes vastgesteld: Het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) heeft op basis van het MIRT-onderzoek “Verstedelijking en mobiliteit Brainportregio” in het BO-Leefomgeving 2022 een verstedelijkingsakkoord met provincie en Rijk gesloten. Voor de subregio SGE in
•
richtinggevend voor alle nieuwe ontwikkelingen (lagenbenadering). •
gezonde leefomgeving, klimaatadaptatie, duurzaamheid en toekomstbestendig
komen tot duurzame verstedelijking. De hoofkeuzes voor het SGE zijn:
bouwen. Na afronding van ‘majeure locaties’ kiezen we voor deze schaalsprong
De bodem, het watersysteem en het landschap zijn dragers voor de
in principe niet meer voor (grootschalige) uitleglocaties, maar voor versterking
netwerken en de inrichting van het SGE. Verstedelijking vindt plaats binnen de mogelijkheden die bodem- en watersystemen bieden en wordt aangegrepen om bodem en watersystemen te versterken. •
Zwaartepunt van woningbouw (tussen 2020 en 2040) ligt in de grootschalige binnenstedelijke verstedelijkingslocaties (Eindhoven binnen de ring, Helmond Centrum+ en ontwikkelas HOV4), afbouw van huidige verstedelijkingslocaties
Focus op inbreiding, transformatie en kwalitatief “aanbreiden” gericht op een kwaliteitsslag en koppelkansen met andere opgaven op brede welvaart,
Zuidoost-Brabant ligt er dus al een verstedelijkingsstrategie en set afspraken om te •
Bodem-, water- en landschappelijke structuren zijn in belangrijke mate
van bestaande steden en (regionale) kernen; •
Faciliteren en stimuleren van duurzame economische toplocaties en regionale bedrijventerreinen, primair voor het Brainport ecosysteem (de kennis- en maakindustrie), waarbij nieuw aanbod complementair moet zijn aan bestaand aanbod;
63
•
Inzetten op een mobiliteitstransitie voor personen en goederenvervoer met robuuste structuren van (H)OV, fiets, lopen en mobiliteitshubs en een robuust hoofd- en onderliggend wegennet;
•
Revitalisering van bestaande bedrijventerreinen en binnenstedelijke locaties;
•
Behoud en ontwikkeling van natuur en groen op alle schaalniveaus.
5.2.
STEDELIJKE REGIO ’S-HERTOGENBOSCH-OSS (SRSHO)
Zie voor totale kaart en legenda pagina 20 en 21
De Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch-Oss heeft als onderdeel van de Brabantse Stedenrij tot 2040 een opgave op duurzame verstedelijking van ongeveer 50.00060.000 nieuwe woningen, 35.000-42.000 extra arbeidsplaatsen. Daarnaast is er ruimte nodig voor de berging van 36 miljoen kuub water en voor 8,7 PJ aan duurzame energieopwekking. Doel is een leefbare, werkbare en klimaatrobuuste stedelijke regio door verdichting, vergroening en verduurzaming. Netwerkregio bij uitstek Uitgangspunt is het versterken van het netwerk van aantrekkelijke steden en vitale kernen en dorpen (het polycentrisch model) in deze stedelijke regio. Dan profiteren alle inwoners profiteren van de kracht van de stad en de pracht van de kernen en dorpen. De principes van stedelijkheid en nabijheid zijn belangrijk voor de brede welvaart in deze regio. Dit betekent een keuze voor (hoog)stedelijkheid in woonen werkmilieus in de spoorzones van ’s-Hertogenbosch en Oss, vernieuwing en verdichting in de middelgrote kernen en wijken en verbindingen maken met de dorpen. Daarbij past een duurzaam mobiliteitssysteem dat is gebaseerd op BRT,
64
OV-knopen en hubs en een brede mobiliteitstransitie. Dit wordt uitgewerkt in een regionaal mobiliteitspakket dat gekoppeld is aan deze verstedelijkingsopgave. Daarin worden de ontbrekende stukken in het regionaal netwerk in beeld gebracht en de maatregelen die vervolgens nodig zijn. Dit uitgangspunt vertaalt zich ook in de behoefte aan een uitgekiend netwerk voor duurzame energie en een compleet netwerk van groen- en blauwe verbindingen. De ambities op verstedelijking lopen parallel met investeringen in natuur en landschap, de regionale landschapsparken en de stad-land relaties. Een schaalsprong in stedelijkheid Zwaartepunt van de verstedelijkingsopgave ligt in de Brede Binnenstad (Spoorzone + Binnenstad) van ’s-Hertogenbosch en de Spoorzone van Oss (inclusief Pivot Park). Een schaalsprong in verdichting zorgt voor (hoog)stedelijke dynamiek. Dit is randvoorwaardelijk voor nieuwe woon- en werkgebieden die iets toevoegen aan de regio en de Brabantse stedenrij en het versterken van de regionale economie voor MKB, Agrifood, Logistiek, Life Science & Health en DATA. ’s-Hertogenbosch bouwt ca. 80% binnenstedelijk en werkt aan versnelling van de ontwikkelingen in de Spoorzone op onder meer het OV-Knooppunt, Willemspoort, JBZ, EKP, Innovatiekwartier, Bossche Stadsdelta en de Onderwijsboulevard inclusief inzet van de NOVEX Rijksbijdrage van 110 miljoen t.b.v.
infrastructurele maatregelen Noordelijke Spoorzone en Station Oost en omgeving. ‘s-Hertogenbosch is door de lage ligging kwetsbaar voor wateroverlast en daarom
Aanpak van centrumgebieden en naoorlogse wijken
wordt er gewerkt aan een vernieuwd regionaal watersysteem gebaseerd op
Knooppunt- en centrumontwikkeling is de hoofdopgave van de middelgrote kernen
sponswerking boven- en benedenstrooms. Dit komt ook terug in het Position Paper
(Veghel, Waalwijk, Boxtel, Uden, Meierijstad, Vught, Boxmeer en Cuijk) . Doel is
Brede Binnenstad. Voor Oss moet de aantrekkelijkheid en bereikbaarheid van de
versterking van het polycentrisch netwerk van de regio. Dit betekent de ontwikkeling
stations opgewaardeerd worden, de barrièrewerking van het spoor beslecht worden
van (nieuwe) stedelijke interactiezones tussen centrum, economische kerngebieden
voor fiets- en autoverkeer en moet er een oplossing komen voor goederenvervoer
en HOV-knooppunten. Om dit te kunnen realiseren zijn er verschillende barrières
van en naar de Osse Haven. Dit komt terug in het Masterplan Spoorzone Oss en de
te slechten die de stedelijke ontwikkeling belemmeren. Dit betreft de barrière
Spooragenda Oss dat deel uitmaakt van het regionale mobiliteitspakket.
van infrastructuur (spoorweg, vaarweg of autoweg), geïsoleerde ligging van werklocaties, noodzakelijke transformatie van fabrieks- of bedrijfsruimten,
65
de dorpenstrategie) een regionale aanpak met bijbehorend instrumentarium (planologisch, juridisch en financieel) om maatwerk te kunnen bieden om de leefbaarheid in de kernen te verbeteren en transformatie van bestaande voorraad te versnellen. De werkwijze richt zich op de ontwikkeling van innovatieve oplossingen en maatwerk op het niveau van wet- en regelgeving (tot uitvoeringsniveau (opwaardering publieke ruimte in de kernen). Het kan ook experimenten met welstand, woningsplitsing, eigen bouw en tijdelijkheid betreffen. Het principe “inbreiden voor uitbreiden” staat centraal. Dit principe betekent niet dat bouwen aan de randen van bestaande bebouwing op voorhand niet mogelijk is. Er wordt ontwikkelpotentie BRT/HUBS, versteende openbare ruimte of veiligheidsissues t.a.v. water, gevaarlijke stoffen of geluid/trilling. De maatregelen die nodig zijn om deze barrières te slechten en die een hefboom zijn voor vergroening en kwaliteitsverbetering worden in beeld gebracht. De naoorlogse wijken bieden kansen voor verdichting (met name in stedelijke gebieden op korte afstand van OV-knooppunten). Vergrijzing en huishoudensverdunning heeft negatieve gevolgen voor het voorzieningenniveau en daarmee de leefbaarheid. Versnelling van de woningbouw in combinatie met het verrijken, verduurzamen en vergroenen van de bestaande wijken is belangrijk.
Dat betekent dat samen met de woningbouwcorporaties de revitalisering van de naoorlogse woonwijken meer prioriteit krijgt met als doel deze concurrerend, duurzaam en vitaal te houden. Dit leidt bovendien tot meer differentiatie in het woningaanbod, versterking van de sociaal-economische structuren en een hefboom voor opgaven als klimaatadaptatie, energie, mobiliteit en leefbaarheid (met een kwaliteitsslag in de buitenruimte). Maatwerk in het landelijk gebied Voor toekomstvaste, leefbare en vitale kernen en dorpen is maatwerk en vernieuwing nodig. Hier kunnen kleine ingrepen voor grote veranderingen zorgen. Uitgangspunt is daarom (in combinatie met de Brabantbrede werkwijze voor
66
voorgebouwd op de geleerde lessen uit het Regiodealproject “Leefbaarheid van de dorpen in Noordoost-Brabant” en de aanbevelingen van de Raad voor de Leefomgeving. Samenwerken als 1 overheid De komende periode werken regio, Rijk en provincie samen aan uitvoeringsafspraken die gaan helpen in de duurzame verstedelijking in de stedelijke regio. Richting het BO MIRT 2023 betreft het o.a. concrete afspraken over het regionale multimodale mobiliteitspakket en de schaalsprong in stedelijkheid in ‘s-Hertogenbosch en Oss.
5.3
STEDELIJKE REGIO BREDA-TILBURG (SRBT)
leefbaar te houden. De systeemsprong gaat uit van een integrale aanpak en omvat tevens een sprong naar een robuust en klimaatadaptief water-, bodem-,
Zie voor totale kaart en legenda pagina 20 en 21
natuur- en energiesysteem. Op deze manier zijn we in staat de brede welvaart voor alle inwoners van de regio te verhogen en eerlijk, inclusief over stad en land te verdelen. De verstedelijkingsopgave in de SRBT is daarmee ook een sociaalmaatschappelijke opgave. (Inter-)nationale schakel- en kennispositie De stedelijke regio Breda Tilburg heeft een internationale schakelpositie in het stedelijk Netwerk van Nederland via water (zeehaven), spoor (HSL), weg en buisleidingen. De strategische ligging tussen de zee, de Randstad, Antwerpen, Brainport Eindhoven en Chemelot, belangrijke economische clusters en energievoorzieningen, in combinatie met aantrekkelijke steden en dorpen in een aantrekkelijk en gevarieerd landschap (drie nationale parken) en topleisureattracties als de Efteling en Beekse Bergen, vormen de basis voor de ruimtelijke keuzen van de regio.
De stedelijke regio Breda Tilburg heeft als onderdeel van NOVEX Stedelijk Brabant tot 2040 een opgave van ongeveer 80.000 woningen en ongeveer 70.000 -80.000 extra arbeidsplaatsen. De regio wil deze woningbouwopgave inzetten om een noodzakelijke systeemsprong te maken. De regio is namelijk relatief uitgestrekt en de interactiemilieus van Breda en Tilburg - nodig voor innovatie van de economische topsectoren - zijn nog te weinig verbonden met de over de regio verspreide economische clusters. Die verbinding moet zowel qua fysieke infrastructuur (m.n. OV) als qua netwerk en ecosysteem van stedelijke innovatiehotspots en incubators die ondersteunend zijn aan de innovatiekracht van de productielocaties op industrieterreinen en platteland worden versterkt. De stedelijke regio Breda Tilburg zet daarom in op het intensiveren van bestaand stedelijk gebied, versterking van de multimodale connectiviteit om daarmee de stedelijke interactiemilieus impulsen te geven en de bestaande dorpen
Naast de geografische schakelpositie onderscheidt de SRBT zich van andere regio’s door een unieke combinatie van kennis en kunde op het gebied van toegepaste, mensgerichte digitale technologieën. We noemen dit Human Centered Innovation (HCI). In de SRTBT-regio komen ‘alfa’ (gedragswetenschappen, juridisch-ethische vraagstukken, vrijetijdswetenschappen, creatieve industrie, verbeelding) en ‘bèta’ (AI, data, gaming, immersive technology, robotica) bij elkaar en versterken elkaar. Met de Universiteit van Tilburg, BUas, NLDA en de Avans en Fontys Hogescholen als focuspunten, maar ook bij MBO-instellingen als Curio en ROC Tilburg heeft een sterke kennisbasis. Het benutten van die basis en de transitie naar een kennisintensieve, digitale en circulaire economie vraagt om een diversiteit van werkmilieus die meer dan vroeger met elkaar verbonden zijn. Stedelijke innovatiemilieus, fieldlabs, campussen en klassieke bedrijventerreinen moeten in de SRBT met elkaar een innovatie ecosysteem gaan vormen. Het mobiliteitssysteem moet daarop worden afgestemd.
67
Stedelijke interactiemilieus en mobiliteit Het zwaartepunt van de systeemsprong en groeien naar meer stedelijkheid ligt in de oost-west band van verstedelijking, in het midden van de stedelijke regio inclusief Oosterhout en Waalwijk. Centrumsteden zijn Breda en Tilburg. We zetten in op hoogstedelijke en stedelijke mixmilieus in de spoorzones en binnensteden van Breda en Tilburg. Zo draagt de verstedelijking bij aan de economische kracht van deze regio en het aantrekken van talent. Op deze plaatsen zetten we in op stedelijke klimaatadaptatie en duurzaam verplaatsen (voet, fiets, bus en trein). Daarmee blijft er op regionale schaal ruimte om te verplaatsen per (vracht)auto. De geconstateerde spanning tussen de opgave van wonen in de spoorzones en het gebruik van het spoor voor het vervoer van gevaarlijke stoffen speelt nadrukkelijk ook in SRBT en vraagt om handelingsperspectief. De groeiende mobiliteitsvraag vangen we zo veel mogelijk op door het beter benutten van de huidige systemen en infrastructuur w.o. de stations, door het versterken van de assen Breda-Oosterhout-Gorinchem-Utrecht en TilburgWaalwijk met (nieuwe) HOV/BRT-hubs en door met de verstedelijkingskeuzes bij te dragen aan gedragsverandering en het tegengaan van mobiliteitsarmoede.
Het goederenvervoer versterken we door ontwikkelingen te concentreren rond multimodale plekken, weg, water, spoor en buisleidingen, en door het versterken van havens en het geschikt maken van vaarwegen voor hogere vaarklassen. De kennisclusters (Kennis-as Tilburg en Innovatiekwartier Breda) zijn van belang voor de innovatiekracht van de hele regio. Deze kennisclusters willen we beter verbinden met de economische clusters (zoals Moerdijk, Waalwijk, Amercentrale, Oosterhout, Mar Werkendam, Zundert ) die meer aan de randen van de regio liggen, o.a. door verbetering van de OV-structuur. Ook realiseren we meer gevarieerde en stedelijke woonmilieus rond de stations van Tilburg Reeshof, Gilze-Rijen, Ettenleur, Zevenbergen en Oisterwijk en bij HOV-HUBs in Waalwijk en Oosterhout. Deze stations en dat van Lage Zwaluwe worden omgebouwd tot mobiliteitshubs voor het achterland.
68
Ook de kernen Berkel-Enschot, Goirle, Vlijmen, Bavel, Ulvenhout, Prinsenbeek en Terheijden zijn vanwege hun nabijheid van stations onderdeel van de stedenband. Hier willen we inzetten op intensivering van HOV. Steeds met nadrukkelijke aandacht voor bycicle oriented development. Revitaliseringsopgave naoorlogse wijken De naoorlogse wijken en buurten bieden kansen voor verdichting, met name in stedelijke gebieden op korte afstand van OV-knooppunten, maar in de dorpen elders in de regio. Vergrijzing en huishoudensverdunning heeft negatieve gevolgen voor het voorzieningenniveau en daarmee de leefbaarheid. Daarom zetten we in op het versnellen van de woningbouw in combinatie met het verrijken, verduurzamen en vergroenen van de bestaande wijken. Hier is de hefboom in de bestaande voorraad groot. Samen met de woningbouwcorporaties geven we de naoorlogse woonwijken meer prioriteit en gaan we aan de slag om onze buurten aantrekkelijk, duurzaam en vitaal te houden. Dit doen we om het woningaanbod te differentiëren,
de sociaal-economische structuren te versterken en een hefboom te zijn voor
systeemsprong in stedelijkheid en een klimaatadaptieve stad. Blauw-groene
opgaven als klimaatadaptatie, energie, mobiliteit, inclusiviteit en leefbaarheid (met
dooradering tot diep in stad en dorp draagt ook bij aan een gezonde regio. We
een kwaliteitsslag in de buitenruimte).
versterken de relatie tussen het buitengebied en de steden en de dorpen en bouwen op plekken die verantwoord zijn vanuit een duurzaam watersysteem. We
Dorpenstrategieën
zetten in op ruimte voor landschappelijke verbindingen (groene scheggen) als
In de dorpen in het zuiden, het midden en het noorden van de regio zetten we in op
geleding van het bebouwd gebied, groene buffers tussen de dorpen en steden
het opgang brengen van doorstroming in de woningmarkt door het toevoegen van
en de ontwikkeling van stadsregionale landschapsparken tussen, Etten-Leur
woonmilieus in die aansluiten bij veranderende behoefte (met name de groei van
en Breda, Breda – Gilze en Rijen en Oosterhout, Gilze en Rijen en Tilburg en
het aantal één en twee persoonshuishouden) en de leefbaarheid. We onderzoeken
tussen Waalwijk, Drunen en ’s-Hertogenbosch die de steden en dorpen beter
strategieën voor verdichten, transformeren, mixen en kleinschalig uitbreiden met
verbinden met de omliggende natuurgebieden. Deze parken zorgen bovendien
koppelkansen ter versterking van de leefbaarheid en het dorpse karakter .
voor een betere ecologische verbinding tussen de zandgronden ten zuiden van
In de centrumdorpen zetten we in op het in stand houden van de voorzieningen
de stedenband en de kleigebieden ten noorden daarvan. De landbouw zien we
en (nieuwe vormen van) OV bereikbaarheid en/of nieuwe vormen van gedeelde
daarbij als belangrijke drager en beheerder van het landschap, gericht op een
mobiliteit. In de dorpen in het kleigebied vraagt waterveiligheid aandacht in relatie
doorontwikkeling van agrarische gebieden naar natuurinclusieve en duurzame
tot nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de dorpen op het zand zetten we in op
voedselproductielandschappen, grondstoffenproductielandschappen en
verstedelijking in combinatie met het langer vasthouden van water (versterken
natuurlandschappen.
sponsfunctie). Samenwerken als 1 overheid Powerport Moerdijk
We werken als negentien regio-gemeenten en vier waterschappen de komende
De opgave om te komen tot energietransitie heeft grote impact op Moerdijk.
periode samen met Rijk en Provincie aan uitvoeringsafspraken voor duurzame
Het betreft de ontwikkeling van Powerport Moerdijk (o.a. aanlandingspunt voor
verstedelijking in de SRBT. Richting het BO MIRT 2023 werken we o.a.
windenergie van zee op land) in combinatie met de transitie naar een meer
verder aan concrete afspraken met het Rijk over de systeemsprong, over het
circulaire economie (o.a. Deltacorridor). De regio zet met rijk en provincie in op een
regionale multimodale mobiliteitssysteem, over het water-, bodem- natuur- en
gebiedsgerichte aanpak voor de nationale opgave van Powerport Moerdijk, waarbij
energiesysteem en de economische innovatie van de regio. Als BZK-pilot RIA willen
de kansen, opgaven en impact van de energietransitie en grondstoffentransitie
we in 2023 ook de publiek-private samenwerking, (co)financieringstrategieën,
(circulariteit) op de verstedelijkingsstrategie in beeld worden gebracht.
regionale fondsvorming verder onderzoeken en vormgeven.
Landschap, natuur en landbouw in de stedelijke regio SRBT Het investeren in de kwaliteit van het landschap, in combinatie met een klimaatrobuust watersysteem, zien we als belangrijke randvoorwaarde voor de
69
5.4
STEDELIJKE REGIO WEST-BRABANT WEST
Versterken steden Bergen op Zoom en Roosendaal en omliggende middelgrote kernen Uitgangspunt is het versterken van de twee complementaire middelgrote
Zie voor totale kaart en legenda
steden Bergen op Zoom en Roosendaal in samenhang met de omliggende
pagina 20 en 21
middelgrote kernen. De woningbouw wordt ingezet als hefboom voor de opgaven van wijken en dorpen (denk daarbij aan energietransitie, mobiliteitstransitie, klimaatadaptatie, vergroening en sociale opgaven, waaronder het afnemende draagvlak voor voorzieningen en versterking van zwakkere wijken). Het accent voor de woningbouw ligt op het verdichten in de steden. Met verdichting in de spoorzones van Bergen op Zoom en Roosendaal worden nieuwe stedelijke woningtypes en stedelijke interactiemilieus toegevoegd. In Zevenbergen en Oudenbosch wordt de ontwikkelen van meer stedelijke milieus gekoppeld aan de stationslocaties. De realisatie van huisvesting voor internationale werknemers (shortstay en midstay) is belangrijk in het kader van het beter afstemmen van de woningbouw op de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt Het gaat hierbij zowel om productiemedewerkers als kenniswerkers. Daarbij wordt ook geëxperimenteerd met flexibele bouw- en woonvormen om daarmee een bijdrage te leveren aan de acute woningnood. Woningbouw voor vitale dorpen Woningbouw in de kleinere kernen wordt ingezet om kleinere kernen vitaal te houden. Dat betekent o.a. aandacht voor huisvesting voor internationale
De stedelijke regio West-Brabant-West kent een lagere ruimtedruk dan de
werknemers (shortstay en midstay) en flexibele woningbouw. Het betreft bij
omliggende stedelijke regio’s. Dat biedt meer mogelijkheid dan elders om
voorkeur ontwikkelingen die helpen binnendorpse opgaven aan te pakken.
ruimtevragers een plek te geven. Dat maakt een goede afweging in het kader van
Uitleglocaties voor woningbouw passen we slechts toe, als er binnendorps geen
zorgvuldig ruimtegebruik des te belangrijker. De regio bouwt voort op de kansen die
ruimte of opgave ligt en de woningbouw bijdraagt aan het realiseren van groen-
dat geeft in combinatie met de goede bereikbaarheid, maar dan wel op een manier
blauwe opgaven.
die inspeelt op de opgaven voor de komende decennia op gebied van klimaat,
70
energie, arbeidsmarkt en woon- en leefkwaliteit. De versterking van het karakter
Specialiseren en verduurzamen economische clusters
van West-Brabant West als regio op het snijvlak van “zand”, “klei” en “water” staat
Belangrijk voor deze regio is de specialisatie van de bestaande economische
daarbij centraal
clusters en focus op Human Capital. Dit betekent dat de bestaande
Het spoornetwerk is drager van het totale vervoersnetwerk waar de belangrijke woon- en werklocaties op aangesloten worden. Soms via (bestaande) treinstations of HOV-haltes, soms door mobiliteitshubs of lokaal maatwerk. Er is een belangrijke rol voor de fiets voor verplaatsingen tussen de kernen en naar de werklocaties. Belangrijke gebieden die multimodaal goed ontsloten moeten worden zijn: het regionaal ziekenhuis in Roosendaal, de economische hotspots in Bergen op Zoom, cluster Moerdijk, Aviolanda Woensdrecht in combinatie met de vliegbasis en AFC Nieuw-Prinsenland als ook de toeristische stadjes Klundert, Oudenbosch, Steenbergen, Willemstad, Zevenbergen en de toeristische gebieden op de Brabantse Wal rond Woensdrecht en Rucphen. Landschap West-Brabant-West groeit mee De ontwikkeling van natuur en landschap groeit mee met groei van woningbouw en economie, met het versterken van het omliggende landschappen (o.a. NLDelta landschap, Zuiderwaterlinie, Grenspark Kalmthoutse Heide, Geopark) en het topsectorbedrijfslocaties (Green Chemistry/Logistiek in Moerdijk, Aircraft maintenance in Woensdrecht, Agrifood/ Green Chemistry /Biobased Materials in Bergen op Zoom, Outlet/Leisure in Roosendaal, Agrifood in Steenbergen) verder uitgebouwd worden. Specialisatie in het onderwijs moet nauw aansluiten bij behoeften in het regionale bedrijfsleven.
Deze regio zet in op het stimuleren van de transitie naar waterstof, groene elektriciteit en circulaire grondstoffen en het hergebruik van warmte uit de industrie. Mobiliteitstransitie voor personen en goederenvervoer Uitgangspunt voor deze regio is een mobiliteitstransitie in personen- en goederenvervoer met focus op lopen en fietsen, verblijfskwaliteit, slimme (deel) mobiliteit en openbaar vervoer voor de brede stedelijke regio, inclusief het landelijke gebied en de kleinere kernen.
realiseren nieuwe zones die de verbinding leggen tussen bestaande landschappen en de woon- en werkgebieden voor recreatie, klimaatadaptatie (o.a. goede waterbalans en hittestress voorkomen), natuurversterking (o.a. buffer stikstofdepositie) en natuurinclusieve landbouw. Waar mogelijk wordt dit gecombineerd met interventies in het kader van de stikstofaanpak en de transitie van de landbouw.
Bijlage. Instrumenten ontwikkelprincipe 1 en 2; signaleringskaart Water en ambitieladder. Signaleringskaart watersysteem - Om te komen tot een goede afweging van uitleglocaties, kijken we integraal naar de kansen en belemmeringen in een regio. Rijk, Provincie en stedelijke regio’s hebben met elkaar een signaleringskaart water ontwikkeld. De kaart is bedoeld om het gesprek te starten over nieuwe stedelijke ontwikkelingen in relatie tot klimaatrobuust ontwikkelen. Voor de uiteindelijke afweging ten aanzien van klimaatrobuust ontwikkelen zijn de onderliggende kaartlagen belangrijk. Voor ontwerpprincipes op locatieniveau kan geput worden uit de Landelijke maatlat Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving ‘ als uitgangspunt. De signaleringskaart brengt de geschiktheid van een gebied voor stedelijke uitleg in relatie tot een klimaatbestendig en waterrobuust systeem op hoofdlijnen in beeld. De kaart is opgebouwd uit drie indicatoren:
ingrepen voor de waterhuishouding en klimaatadaptatie (infiltratie hemelwater,
•
Waterveiligheid
circulaire huishoudwatersystemen etc.) waarbij het waterschap een
•
Wateroverlast
adviserende rol heeft vanuit de weging van het waterbelang.
•
Ruimte voor robuust watersysteem.
•
Groen zijn de gebieden die vanuit het watersysteem bekeken, en met
De komende periode lopen er verschillende processen die kunnen bijdragen
klimaatverandering in acht genomen, afweegbaar zijn voor nieuwe stedelijk
aan verfijning van de signaleringskaart (zoals stresstesten van gemeenten
woon-en werkmilieus. Klimaatrisico’s zijn hier relatief beperkt en toekomstige
en waterschappen, een nadere uitwerking principe ‘Water en bodem sturend’
kosten voor klimaatmaatregelen overzichtelijk. Uiteraard vraagt ieder ontwerp
in het kader van het Rijksprogramma/ nadere richtinggevende uitspraken
specifieke ingrepen voor de waterhuishouding en klimaatadaptatie (infiltratie
NPLG, Waterdoelen provincie en waterschappen, Brabant Advies etc). Nieuwe
hemelwater, circulaire huishoudwatersystemen etc.
inzichten of concrete informatie uit deze trajecten verwerken we periodiek in de signaleringskaart
•
Oranje zijn de gebieden die vanuit het watersysteem, en met klimaatverandering in acht genomen, beperkt geschikt zijn voor nieuwe stedelijke woon-en werkmilieus. Elke stedelijke ontwikkeling vraagt een goede integrale afweging
De kaart kent 4 kleuren:
op regionaalniveau: zijn er binnen de regio alternatieve locaties die geschikter
•
Zwart zijn de bestaande steden, dorpen, kernen, bedrijventerreinen. Op deze
zijn? In de oranje gebieden zijn forse investeringen nodig om duurzame
gebieden is de signaleringskaart niet van toepassing. Hier kan inbreiding
verstedelijking technisch mogelijk te maken. Deze meerkosten moeten in
of herontwikkeling aan de orde zijn, dan passen we de ambitieladder voor
een vroeg stadium in kaart worden gebracht want de haalbaarheid van
binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding en de Maatlat Klimaatadaptief
klimaatrobuust- en veilig bouwen in oranje gebied is kostbaar. Om afwentelen
bouwen toe. Iedere binnenstedelijke ontwikkeling vraagt om specifieke
in tijd en ruimte te voorkomen moet het al dan niet stedelijk ontwikkelen van
•
oranje gebied onderdeel zijn van een regiobrede afweging.
en vanwege de positieve bijdrage aan gezondheid, aantrekkelijke leefmilieus en
Rood zijn de gebieden die vanuit het bodem- en watersysteem, en met
het tegengaan van hittestress. Om de binnenstedelijke en binnendorpse opgave
klimaatverandering in acht genomen, in principe ongeschikt zijn voor
inzichtelijk te maken stellen we de ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse
nieuwe duurzame stedelijke woon-en werkmilieus. Deze gebieden zijn zeer
inbreiding voor (de beschreven maatregelen zijn ter illustratie om gevoel te krijgen
kwetsbaar, onveilig en/of niet gewenst als uitleglocatie vanuit het streven
voor orde van grootte en zijn berekend op basis van een aantal casestudies in
naar een klimaatbestendig en waterrobuust systeem met voldoende
buurten uit verschillende tijdslagen).
ruimte voor water nu en in de toekomst. Deze gebieden zijn grotendeels al beschermd via de provinciale omgevingsverordening (namelijk. de
De minimale ambitie voor de buurt is >20% groen/blauw en <70% verharding. Dat
reserveringsgebieden waterberging, de waterbergingsgebieden, de beekdalen
komt voor
(ecologische verbindingszones en beekherstel) en de primaire dijken met hun
groen opgezette naoorlogse wijken neer op 0-5% vergroenen en betekent voor
beschermingszones). De Rijkskanalen zijn wettelijk beschermd.
versteende bedrijventerreinen en centrumgebieden (in stad en dorp) minimaal circa
Ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding Binnenstedelijk en binnendorps ligt er urgentie om een groen-blauwe opgave te
15-20% extra groen en blauw. Afhankelijk van de opgave in het stedelijk zullen vaak hogere ambities gesteld worden. De ambitieladder is hierin een hulpmiddel om ambities expliciet te maken en te voorzien van referentiebeelden.
realiseren. Vanuit de klimaatopgave het watersysteem anders in te richten en meer water vast te houden, infiltreren en te kunnen bufferen in stedelijk gebied
Ambitie 0
Ambitie 1
Ambitie 2
Ambitie 3
Ambitie 4
Ambitie 5
- groen/blauw
+ 0-5% groen/blauw
+ 5-15% groen/blauw
+ 15-30% groen/blauw
+ 30-70% groen/blauw
+ >70% groen/blauw
Denk aan: Ruimte voor groen en blauw neemt
Denk aan: Vergroening en verblauwing van
Denk aan: In hele buurt minimaal een vijfde van
Denk aan: In hele buurt transformatie naar groen-
Denk aan: In hele buurt alle daken vergroenen,
Denk aan: Stad te gast in de natuur. ‘Horizontale
af als gevolg van nieuwe
individuele straten,
alle straatverharding
blauwe leefstraten en
inclusief een deel van de
stadsdelen’ komen ten
ontwikkelingen.
gebouwen en tuinen
vergroenen (nieuwe
verspreid over de buurt
gevels en een vijfde van
goede aan groen en
(hier en daar tegels
bomen, watervertragende
individuele vergroening
het straatprofiel.
blauw. Verticaal ruimte
eruit en groen erin).
groenstroken, waterdoorlatende
van tuin en gebouw (groene gevels en daken,
verharding, geveltuinen en
waterdaken, waterpleinen,
groene hagen).
geveltuinen, waterlopen, groenstroken en wadi’s).
voor groene gevels.
Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040 Een nieuwe koers voor een duurzame ontwikkeling van de stedelijke regio’s van Brabant 28 maart 2023