CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 mei 2023

RAAD 26 oktober 2023, gemeente OisterwijkBij agendapunt: SRBT Ontwikkelstrategie en Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant - aanvaard21.533 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040

Een nieuwe koers voor een duurzame ontwikkeling van de stedelijke regio’s van Brabant

CEPT

N EINDCO

INHOUDSOPGAVE

1.

SAMENWERKEN AAN DUURZAME VERSTEDELIJKING

2.

AFSPRAKEN OVER SAMENWERKING

3.

ONTWIKKELPERSPECTIEF NOVEX-GEBIED STEDELIJK BRABANT

4.

AFSPRAKEN PER ONTWIKKELPRINCIPE

-

4.1.

Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking

-

4.2.

Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking

-

4.3.

Nieuwe woningen versterken bestaande steden en dorpen

-

4.4.

Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp

-

4.5.

Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor circulaire economie

5.

EERSTE UITWERKING VOOR DE BRABANTSE REGIO’S

-

5.1.

Regio Zuidoost Brabant

-

5.2.

Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch – Oss

-

5.3.

Stedelijke Regio Breda-Tilburg

-

5.4.

Stedelijke Regio West Brabant West

BIJLAGE.

Instrumenten ontwikkelprincipe 1 en 2

Vooraf De dynamiek in stedelijk Brabant is groot, het is het tweede verstedelijkte gebied van Nederland. Er ligt een forse verstedelijkingsopgave, zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin. Die dynamiek willen we inzetten om slimmer en duurzamer te verstedelijken. We willen de vraag naar ruimte voor woningen en bedrijvigheid inzetten voor de doelen die we in onze omgevingsvisies hebben gesteld m.b.t klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteitstransitie, biodiversiteit, gezondheid, brede welvaart en circulaire economie. Rijk, provincie, waterschappen en stedelijke regio’s erkennen dat een gezamenlijke

Voor u ligt het Ontwikkelperspectief met eerste uitvoeringsafspraken. In dit Ontwikkelperspectief werken we de vijf ontwikkelprincipes die we in het kader van de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 (BO Leefomgeving 21 juni 2022) hebben opgesteld uit in concrete opgaven op het schaalniveau van heel Brabant én op het schaalniveau van de vier stedelijke regio’s daarbinnen. De Brabantse stedenrij bestaat uit vier stedelijke regio’s die samen het stedelijk netwerk van Brabant vormen. Deze vier stedelijke regio’s verschillen van elkaar, vullen elkaar aan, maar zijn ook nauw verweven met elkaar. Er is sprake van sterke relaties met aangrenzende stedelijke netwerken in Nederland, Duitsland en België. De daily urbansystems zijn als uitgangspunt genomen bij het bepalen van de vier stedelijke regio’s.

inzet op de verstedelijkingsopgave cruciaal is en hebben daarom in het BO MIRT van 2020 afgesproken dat ze samen, als één overheid, werken aan een verstedelijkingsstrategie en die vertalen naar een ontwikkelperspectief met

Proces

uitvoeringsafspraken. Het proces om te komen tot een Ontwikkelperspectief voor stedelijk Brabant heeft t plaatsgevonden op twee schaalniveaus: namelijk het schaalniveau van het hele Brabantse stedelijk netwerk en dat van de vier stedelijke regio’s daarbinnen. Omdat het onderzoek, de analyse en het ontwerpproces tegelijkertijd op beide schaalniveaus heeft plaatsgevonden konden we schakelen tussen de schalen, waardoor we scherper inzicht kregen in de opgaven, oplossingsrichtingen en benodigde aanpak. We hebben dit vormgegeven door te werken met zowel een Brabantbrede stuurgroep (waarin alle partijen vertegenwoordigd zijn) alsook met regionale stuurgroepen. De centrale steden hebben daarbij een schakelrol tussen het Brabantbrede proces en het proces in de stedelijke regio. Waterschappen en provincie zijn op beide schaalniveaus vertegenwoordigd. Het Rijk haakt aan bij de regionale processen zodra daar een opgave speelt die direct een nationaal belang/ opgave raakt.

5

In de eerste fase van het proces hebben de partijen gewerkt aan een

blijkt dat aanvullende uitvoeringsafspraken nodig zijn met het Rijk, bijvoorbeeld

verstedelijkingsstrategie voor het hele Brabantse netwerk en voor de afzonderlijke

op basis van de multimodale mobiliteitspakketten die per regio worden opgesteld,

stedelijke regio’s. In deze fase zijn verschillende verstedelijkingsmodellen voor

dan kunnen die, via de Brabantbrede stuurgroep, geagendeerd worden op de

de stedelijke regio’s onderzocht met behulp van het Dashboard Verstedelijking.

tafels met het Rijk (BO MIRT en BO Leefomgeving). De betrokken partijen werken

De resultaten daarvan zijn vertaald naar Brabantbrede ontwikkelprincipes.

de ontwikkelprincipes en uitvoeringsafspraken uit in hun eigen planologisch

In het BO-Leefomgeving van 21 juni 2022 zijn de ontwikkelprincipes uit de

instrumentarium zoals Omgevingsvisies, Omgevingsplannen en beleidskaders.

Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 voor een duurzame stedelijke ontwikkeling van Brabant met breed draagvlak en complimenten vastgesteld. In de tweede fase hebben partijen de ontwikkelprincipes uitgewerkt en vertaald naar een meer concreet Ontwikkelperspectief met eerste uitvoeringsafspraken. In het BO-MIRT van november 2022 hebben Rijk, provincie Noord-Brabant, Brabantse Waterschappen en de stedelijke regio’s het Ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied stedelijk Brabant op hoofdlijnen onderschreven en besloten de periode tot aan het BO Leefomgeving te gebruiken om draagvlak op te halen bij de betreffende colleges. Op basis van het verkregen draagvlak stellen deze partijen het Ontwikkelperspectief en de eerste uitvoeringsafspraken vast in het BO Leefomgeving van 2023. Proces na vaststelling in BO Leefomgeving 2023 Na vaststelling van het Ontwikkelperspectief vertalen partijen de afspraken naar beleid, naar een uitvoeringsagenda (Brabantbreed en per stedelijke regio) en naar het Ruimtelijk Voorstel voor de provincie Noord-Brabant. In het Ruimtelijk Voorstel

Van Verstedelijkingsstrategie naar Ontwikkelperspectief

komen de opgaven voor verstedelijking, landelijk gebied , energie en klimaat voor de hele provincie bij elkaar.

Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten hebben in de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 drie hoofdopgaven benoemd voor de

6

De ruimtelijke hoofdkeuzes voor de stedelijke regio’s (zie hoofdstuk 5) worden

verstedelijkingsopgave tot 2040:

uitgewerkt in uitvoeringsafspraken tussen stedelijke regio en provincie.

1.

Nieuw stedelijk Brabant

Voor die afspraken waar betrokkenheid van het Rijk aan de orde is zijn de

2.

Nieuwe relaties tussen stad en land

uitvoeringsafspraken opgenomen in hoofdstuk 4. Wanneer in de komende periode

3.

Een strategie om de nieuwe opgaven op te kunnen pakken.

Deze zijn in de verstedelijkingsstrategie uitgewerkt en onderzocht in relatie tot de demografische ontwikkelingen, de verwachte ontwikkelingen in ons mobiliteitssysteem, de opgaven voor klimaatadaptatie, energietransitie, stikstof, de wens om te komen tot een meer circulaire economie etc. Duidelijk is geworden dat op dezelfde manier doorgaan betekent dat we gaan vastlopen op de Brabantse wegen, we ons water -en bodemsysteem, alsmede landschap en natuur verder aantasten, onze voorzieningenstructuur onder druk zetten, de verduurzamingsslag in de bestaande steden, dorpen en bedrijventerreinen onvoldoende van de grond komt en we in kwalitatieve zin niet de woningen bouwen die aansluiten op de toekomstige behoefte. Vanuit drie kernwaarden voor Brabant hebben we 5 ontwikkelprincipes benoemd die ons gaan helpen bij het opstellen van een integrale verstedelijkingsstrategie waarin we deze opgaven bij de kop pakken. De kernwaarden voor Brabant zijn: 1.

Kwaliteit van leven staat voorop

2.

Klimaatpositief

3.

Meerwaarde maken

In de Verstedelijkingstrategie Brabant 2040 (zie bijlage) zijn deze kernwaarden en ontwikkelprincipes verder uitgewerkt en toegelicht. In het Ontwikkelperspectief voor stedelijk Brabant zetten de gezamenlijke partners de nieuwe koers uit. Deze koers helpt ons de grote opgave te realiseren en daarbij rekening te houden met de draagkracht van ons milieu, ons water-, energie- en mobiliteitssysteem. Randvoorwaardelijk voor het realiseren van de verstedelijkingsopgave is het slagen van de transities die op het gebied van deze systemen nodig zijn. Die opgave komt vooral voort uit een sterk veranderende bevolkingssamenstelling (gezinsverdunning, vergrijzing, migratie) en de transitie naar een meer circulaire economie. De koers die we samen inslaan is dus geen belemmering voor de groei, maar maakt die juist op een duurzame manier mogelijk. Dit vraagt om een werkwijze waarin meer aandacht is voor integraliteit,

7

8

duurzaamheid en het oppakken van opgaven op het juiste schaalniveau. We zetten samen stappen met dit Ontwikkelperspectief door een aantal strategische

•

De hoofdkeuzes voor de vier Brabantse stedelijke regio’s: •

hoofdkeuzes en samenwerkings- en procesafspraken met elkaar te maken. Dit

1.

Regio Zuidoost-Brabant, met daarbinnen het Stedelijk

Gebied Eindhoven (zie Verstedelijkingsakkoord SGE juni 2022)

hebben we nodig om de koerswijziging nu te maken én vast te houden voor de

•

2.

Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch

langere termijn. Het Ontwikkelperspectief is nadrukkelijk een startpunt in dit proces.

•

3.

Stedelijke Regio Breda-Tilburg

We formuleren nu de eerste uitvoeringsafspraken waar we mee aan de slag gaan.

•

4.

Stedelijke regio West-Brabant West

In het BO MIRT van 2023 maken we vervolgafspraken die betrekking hebben op de betrokkenheid van het Rijk, in de Brabantbrede stuurgroep en de bestuurlijke overleggen in de vier stedelijke regio’s maken we vervolgafspraken die betrekking hebben op de afspraken tussen provincie, waterschappen en stedelijke regio’s. De nieuwe koers voor een duurzame ontwikkeling van de stedelijke regio’s van Brabant bestaat uit; 1.

De Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 van maart 2022 zoals gepresenteerd bij het BO-Leefomgeving met daarin de ontwikkelprincipes voor duurzame verstedelijking van Brabant; (zie bijlage)

2.

Het Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040: vertaling van de ontwikkelprincipes uit de verstedelijkingstrategie in strategische hoofdkeuzes en uitvoeringsafspraken voor stedelijk Brabant en de vier Brabantse regio’s daarbinnen. Het Ontwikkelperspectief bestaat uit de volgende onderdelen: •

Samenwerken aan duurzame verstedelijking; de hoofdopgaven m.b.t. de samenwerking die nodig is t.b.v. het werken vanuit meer integraliteit en duurzaamheid

•

Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied stedelijk Brabant: de strategische hoofdkeuzes

•

Afspraken per ontwikkelprincipe;

9

1.

SAMENWERKEN AAN DUURZAME VERSTEDELIJKING

Onze gezamenlijke ambities zijn helder; we willen duurzame verstedelijking om voor

•

Via de concrete projectvoorstellen voor ingrepen en investeringen in de

langere termijn de provincie toegankelijk en leefbaar te houden én als tweede motor van

versnellingslocaties en grootschalige NOVEX woningbouwlocaties van Eindhoven

Nederland van nationaal belang te blijven. Daarbij willen we naast de vraag naar ruimte voor

Internationale Knoop XL en de Brabantse Stedenrij (te weten de spoorzones van

passende woningen bij een veranderende bevolkingssamenstelling en ruimte voor de groei,

’s-Hertogenbosch, Breda en Tilburg);

innovatie en transitie naar een circulaire economie ook andere opgaven oplossen m.b.t. mobiliteitstransitie, klimaatrobuustheid, energietransitie en biodiversiteit. We blikken daarin

•

En middels eerste uitvoeringsafspraken over de duurzame verstedelijking in Brabant en de vier Brabantse regio’s.

vooruit door te kijken naar sociaal-maatschappelijke trends, de digitalisering, duurzame mobiliteit en het nieuwe werken. Om deze opgaven voor elkaar te krijgen is echter meer

Tussen deze twee niveaus zit een belangrijk faseverschil. In de Brabantse stedenrij en

nodig dan we nu al doen. We gaan namelijk niet snel genoeg en vaak liggen oplossingen of

het Stedelijk Gebied Eindhoven zijn de afgelopen 10 jaar al flinke stappen gezet richting

middelen buiten onze invloed en hebben daarvoor provincie of Rijk nodig.

duurzame verstedelijking en staat helder voor ogen waar ingrepen en investeringen

“Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg” zeggen we als Brabanders graag, echter dat

noodzakelijk zijn. Het proces in de stedelijke regio’s loopt nu twee en een half jaar en heeft

“normaal” is niet meer zo vanzelfsprekend. Op veel wegen sta je vast, de woningbouw kan de

geleid tot veel samenwerking, energie, integraliteit en ambities om de ontwikkelprincipes op

vraag niet bijbenen en sluit onvoldoende aan bij de veranderende vraag, onze economisch

alle schaalniveaus toe te passen en te verbinden. De concrete uitwerking richting ruimtelijke

kracht staat onder druk door de krapte op de arbeidsmarkt en ons buitengebied wordt

keuzes en afspraken heeft nog wel tijd nodig, juist om de energie die is losgemaakt goed te

eenzijdiger. De bestaande systemen dreigen vast te lopen, de ontwikkeling van onze wijken

benutten.

en dorpen stagneert en dat terwijl er als gevolg van de klimaatverandering Brabant een

Het samenwerken aan duurzame verstedelijking is ‘work in progress’. Dit

gigantische wateropgave kent. Ook de crisissituaties op landelijk en internationaal toneel

Ontwikkelperspectief is een tussenstand en tegelijkertijd een noodzakelijke stap om keuzes

hebben diepe impact op Brabant. Hoe nuchter de Brabanders ook zijn en niet snel om hulp

in beeld te brengen, eerste afspraken te maken en van start te kunnen gaan om door te

zullen vragen, toch kunnen we dit allemaal niet alleen oplossen.

pakken op onderdelen die we al scherp in beeld hebben en vervolgstappen te zetten op onderdelen die nog uitwerking vragen, voor zover dat niet in andere overleggen tussen Rijk

10

We zijn daarom als Rijk, provincie, waterschappen, B5-steden en gemeenten samen op weg

en regio danwel binnen de regio al plaatsvindt. We concluderen namelijk uit de bestuurlijke

om te ontdekken wat de juiste koers is voor de duurzame verstedelijking van Brabant en

besluitvorming in het BO Leefomgeving van juni 2022 dat de strategie en principes voor

welke ingrepen of koerswijzigingen daarvoor nodig zijn. Het Dashboard Verstedelijking heeft

de duurzame verstedelijking van Brabant in de stedelijke regio’s breed gedragen en

ons daarin een flink eind op weg geholpen en de intensieve samenwerking tussen partijen

onderschreven worden. Tegelijktijdig constateren we dat op verschillende vlakken een

heeft veel energie losgemaakt en kansen in beeld gebracht. We willen daarom verder bouwen

verandering van koers noodzakelijk is. Samenwerking is daarvoor een eerste vereiste en

op de “Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040” en de regionale Ontwikkelstrategieën van de

het maken van afspraken die perspectief bieden. Met deze eerste uitvoeringsafspraken die

Metropoolregio Eindhoven/Stedelijke Regio Eindhoven, Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch,

nu voorliggen gaan we samen aan de slag omdat we zien dat dit nodig is voor een gezonde

Stedelijke Regio Breda-Tilburg en stedelijke regio West-Brabant-west van medio 2022 door

duurzame toekomst van Brabant. Inclusief een zorgvuldig proces en organisatievorm die

als partners afspraken te maken over het realiseren van onze ambities.

daarbij passend is en op betrokkenheid en draagvlak kan rekenen van alle partijen. Met als

Dat doen we op twee niveaus;

basis ruimte en vertrouwen en elkaar te ondersteunen waar dat nodig is.

(*1) https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/natuur-en-landschap/2023/ analyses-bevestigen-slechte-staat-natuur-brabant

Relatie met andere sporen

Ontwikkelperspectief voor stedelijk Brabant. In dit Ontwikkelperspectief zetten we de koers

Programma NOVEX - In het voorjaar van 2022 heeft het Rijk het programma NOVEX

uit voor de periode tot 2040. De woningbouwopgave voor de periode tussen 2030 en 2040

gelanceerd. Dat bestaat uit twee sporen: het Ruimtelijk Voorstel en de aanpak van de

is nog indicatief: elke 2-3 jaar stelt de provincie een nieuwe prognose op. De woondeals

NOVEX-gebieden.

worden periodiek bijgesteld. Het is belangrijk dat de woningbouwplanning adaptief is. De

Het Rijk vraagt de provincies om een Ruimtelijk Voorstel te ontwikkelen op basis van het

genoemde getallen in dit Ontwikkelperspectief met betrekking tot de woningbouwopgave

startpakket dat de provincies in het najaar van 2022 hebben ontvangen. Dat startpakket

tot aan 2040 zijn indicatief en hebben als doel grip te krijgen op de aard en omvang van de

bestaat uit alle ruimtelijke claims die voortkomen uit alle Rijksprogramma’s met een

verstedelijkingsopgave. Het is belangrijk om het spoor van het Ontwikkelperspectief en de

ruimtelijke component. Het Ontwikkelperspectief stedelijk Brabant is een belangrijke

woondeals goed met elkaar af te stemmen. De stuurgroep stedelijk Brabant is de logische

bouwsteen voor het Ruimtelijk Voorstel. Met het leggen van de puzzel op provinciaal niveau

tafel voor partijen om te zorgen voor een goede afstemming tussen Ontwikkelperspectief en

wordt duidelijk waar opgaven elkaar kunnen versterken en waar opgaven elkaar zo in de weg

de regionale woondeals.

zitten dat het niet lukt om een Ruimtelijk Voorstel l te maken. In dat geval wordt de opgave teruggelegd op Rijksniveau met de vraag om op dat niveau een knoop door te hakken

Stikstof en Natuurdoelanalyses - De Natuurdoelanalyses (NDA’s) die in februari 2023 zijn opgeleverd (*1) laten een verslechterd beeld van de natuur zien. Het gevolg van

Het tweede spoor is gebiedsgericht: het Rijk heeft 16 gebieden aangewezen waar een

de geconstateerde verslechtering is dat de vergunningverlening voor aanvragen met

complexe opgave ligt waarbij hulp van het Rijk nodig is. Een van die gebieden is het NOVEX-

stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden voorlopig stil komt te liggen. Deze ligt stil totdat

gebied stedelijk Brabant. Het ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied stedelijk Brabant

de benodigde aanvullende maatregelen zijn geborgd en de effecten ervan voldoende zeker

is een van de drie perspectieven die samen moeten komen in het Ruimtelijk Voorstel. Samen

zijn. Dit betekent niet dat de hele verstedelijking daarmee per direct stil ligt. Momenteel staan

met perspectieven voor het landelijk gebied/water/bodem en klimaat/energie/circulaire

veel projecten in aanbouw (zo wordt er in 2023 een groei van de Brabantse woningvoorraad

economie kan de puzzel voor Brabant het komend jaar gelegd worden.

verwacht van tussen de 10.500 en 11.000 woningen, exclusief aantal flexwonenprojecten die in ontwikkeling zijn) en zijn de afgelopen tijd ook nog de nodige vergunningen verleend.

Woondeals - Het Rijk heeft in oktober bestuurlijke afspraken met de provincie gemaakt met

Projecten die al beschikken over een onherroepelijke vergunning in het kader van de Wet

een inspanningsverplichting voor de realisatie van 130.600 woningen tot en met 2030. Deze

natuurbescherming (Wnb) of een onherroepelijke omgevingsvergunning met daarin een

afspraken zijn uitgewerkt in vier regionale woondeals (ondertekening 9 maart 2023).

Verklaring van Geen Bedenkingen van Gedeputeerde Staten kunnen doorgaan. Ook projecten waarvan uit een berekening blijkt dat er geen toename van stikstofdepositie op een Natura

In de woondeals is de minimale woningbouwprogrammering tot en met 2030 vastgelegd.

2000-gebied plaatsvindt kunnen doorgaan. Veel (kleine) woningbouwprojecten zullen

Daarnaast zijn afspraken gemaakt over onder andere versnelling, betaalbaarheid,

hieronder vallen. Voor de wat langere termijn moeten met name voor de grotere projecten de

flexwoningen, herstructurering en diverse aandachtsgroepen en de uitwerking van de

consequenties nog duidelijker worden. Dit is o.a. afhankelijk van de omvang en ligging van

opgave in concrete locaties. De regionale woondeals zijn ondertekend door het Rijk,

het betreffende woningbouwplan ten opzichte van stikstofgevoelige Natura2000-gebieden en

provincie, gemeenten en andere partners (o.a. woningcorporaties). Met deze woondeals

van de methode van bouwen.

is een belangrijke stap gezet in de uitvoering voor de periode tot en met 2030 van het

11

2.

AFSPRAKEN OVER SAMENWERKING

Werken als 1 overheid Gedurende het traject is geconstateerd dat er niet alleen inhoudelijke opgaven zijn die een stap naar duurzame verstedelijking in de weg zitten. Oplossingen moeten ook gevonden worden in zaken als ambtelijke capaciteit bij gemeenten, waterschappen en provincie, opschaling van project- naar systeemniveau, nieuwe financieringsmodellen en uitbreiding instrumentaria. Als samenwerkende partners maken we daarom een aanvullende afspraak waarbij we elkaars kennis, kunde, capaciteiten en werkbudgetten efficiënt inzetten voor de uitvoering van deze afspraken. Stuurgroep Stedelijk Brabant De stuurgroep ‘Stedelijk Brabant’ (Rijk, provincie, de waterschappen en de 4 Brabantse stedelijke regio’s) is het voorportaal voor het BO Leefomgeving en het BO MIRT over de ontwikkeling van het NOVEX-gebied stedelijk Brabant. De stuurgroep bespreekt en bewaakt de integrale samenhangende ruimtelijke opgave m.b.t de verstedelijking en de voortgang van de uitvoeringsafspraken uit dit Ontwikkelperspectief. Wanneer er sprake is van een thematische uitwerking of verdieping kan thematisch overleg plaatsvinden in eigen overleggen. Zo zijn er overleggen over de woonagenda/woondeals die zich richten op de versnellingsopgave van de woningbouw.

Met betrekking tot mobiliteit betreft dat onder andere het bestuurlijk overleg Slimme en Duurzame Mobiliteit BrabantStad, de Programmaraad SmartwayZ.NL, BO-Goederenvervoercorridors, BO Brainport, de nationale en landsdelige OV- en spoortafel. Afspraken die daar gemaakt worden, zijn input voor de stuurgroep Stedelijk Brabant en passen in de integrale ruimtelijke koers die partijen met elkaar hebben afgesproken in de stuurgroep Stedelijk Brabant. Nadrukkelijk worden over die onderwerpen geen nieuwe afspraken gemaakt in de stuurgroep Stedelijk Brabant. Wel kan de stuurgroep ideeën, wensen en behoeften agenderen in de andere overleggen. In de stuurgroep Stedelijk Brabant zorgen partijen voor een goede Brabantbrede regie en ondersteuning van de afspraken die de partijen maken in dit

12

Ontwikkelperspectief ten behoeve van de uitvoering van de Brabantbrede

Aansluiting Land van Cuijk en subregio’s Zuidoost-Brabant

verstedelijkingsstrategie en de uitwerkingen daarvan op regionaal niveau.

Het Land van Cuijk is in het voorjaar van 2023 aangesloten bij het proces voor NOVEX stedelijk Brabant. De subregio’s De Kempen, De Peel en de A2-gemeenten

Deze afspraken zijn adaptief en de voortgang daarvan wordt besproken in het BO-

van de regio Zuidoost-Brabant sluiten in de loop van 2023 aan. Het Land van Cuijk

MIRT of het BO Leefomgeving. Ook kunnen we via de stuurgroep samenwerken

(met relaties met de regio Arnhem/Nijmegen en Noord-Limburg) is aangesloten bij

in het ontschotten van fondsen en ruimte creëren om naast het Mobiliteitsfonds

het proces voor de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch. De subregio’s van Zuidoost-

o.a. ook het Klimaatfonds, Groeifonds en Transitiefonds (NPLG) in te zetten op het

Brabant stellen gezamenlijk met de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven (Het

schaalniveau van de Stedelijk Brabant en de regio’s.

SGE) een ontwikkelstrategie Zuidoost Brabant op. Daarin worden de verbindingen gelegd met NOVEX stedelijk Brabant.

Stuurgroepen in de vier stedelijke regio’s Provincie, waterschappen en gemeenten spreken met elkaar af dat de stedelijke regio’s het bestuurlijk verband zijn waarbinnen partijen komen tot een integrale aanpak van de verstedelijkingsopgave. De hoofdopgaven zoals die geformuleerd zijn in hoofdstuk 5 zijn daarbij een gezamenlijk uitgangspunt evenals de Brabantbrede ontwikkelprincipes en uitvoeringsafspraken. Nadat afstemming en besluitvorming heeft plaatsgevonden binnen de stedelijke regio’s kan verdere programmering of uitwerking indien nodig plaatsvinden in de daartoe meest geëigende gremia (wanneer dat niet de stedelijke regio zelf is, betreft dat meestal de vier Brabantse regio’s Zuidoost-Brabant, Noordoost-Brabant, Midden- en WestBrabant (of de subregio’s voor het wonen). Strategisch overleg Stedelijke regio’s, waterschap en provincie spreken met elkaar af dat zij binnen de stedelijke regio een periodiek overleg ruimtelijke plannen organiseren waar zij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en plannen met een bovenlokale component integraal met elkaar bespreken en vroegtijdig richtinggevende adviezen geven of keuzes maken.

Partijen werken de benodigde werkstructuur voor het integrale overleg en voortgang van de ruimtelijke plannen en ontwikkelingen in de stedelijke regio’s in relatie tot de bestaande overlegstructuren uit en nemen daar over een besluit in de betreffende gremia, uiterlijk eind 2023.

13

3.

ONTWIKKELPERSPECTIEF NOVEX-GEBIED STEDELIJK BRABANT

Stedelijk Brabant is het tweede grote verstedelijkte gebied van Nederland met

werken en leven. De ruimte is echter schaars doordat in het landelijk gebied grote

een forse bouw-, transformatie- en herstructureringsopgave. Kenmerkend voor

veranderingen op stapel staan met bijbehorende ruimteclaims; energieopwekking,

stedelijk Brabant is de nabijheid en de sterke verwevenheid met het omliggende

omslag naar robuust en klimaatbestendig watersysteem en vernatting,

landelijke gebied. Dit is een belangrijke kracht van Brabant. Natuur en landelijk

veranderingen in de landbouw en het vinden van een nieuwe balans tussen natuur

gebied liggen op maximaal 10 minuten fietsafstand. Stedelijk Brabant is een

en bedrijvigheid (o.a. stikstof). Binnen het bebouwd gebied spelen daarbovenop ook

sterk samenhangend stedelijk netwerk, met daarbinnen vier stedelijke regio’s die

opgaven op mobiliteit (verduurzaming en een vol wegennetwerk), duurzaamheid,

bestaan uit een netwerk van centrumsteden, middelgrote steden en vitale dorpen.

vitaliteit van kernen, leefbaarheid van wijken, een veranderende demografie

Met het Ontwikkelperspectief stedelijk Brabant zetten we in op vernieuwing en

(vergrijzing, gezinsverdunning), een mismatch op de woningmarkten de behoefte

verduurzaming in het hele stedelijke netwerk van Brabant. Zo leveren wij onze

aan meer gemengde stedelijke woon/werk milieus.

bijdrage aan de ambities in de NOVI/NOVEX. Schaalsprong Brabantse Stedenrij We kiezen voor een schaalsprong van de verstedelijking in de Brabantse stedenrij. Die schaalsprong is al ingezet in de centrumsteden. Daar is een nieuw stedelijk Brabant aan het ontstaan. De schaalsprong in stedelijkheid die Eindhoven, Helmond, Breda, Tilburg en ’s-Hertogenbosch maken is gestart in de spoorzones, maar komt pas echt van de grond als die wordt doorgezet in het omliggende stedelijk gebied en de middelgrote steden van Brabant. Dit is een belangrijke stap te zetten naar verduurzaming van het stedelijk netwerk, een gezond leefklimaat en de broodnodige mobiliteitstransitie: Brabant staat nog bekend als autoprovincie met veel files. We hebben een duurzamer mobiliteitssysteem nodig, waarin het aandeel lopen, fiets en OV substantieel groeit, om de groei te kunnen accommoderen. Zo blijft er bovendien ruimte op het wegennet voor die delen van Brabant die een minder goede aansluiting hebben op het OV-netwerk. Daarom gaan we ook in de middelgrote steden anders bouwen. De focus op grootschalige uitleglocaties verschuift ook hier naar het verstedelijken in de stad zelf. Hier ligt nog veel ruimte in en rond de centra, de spoorzones, rond OV-knooppunten en in verouderde De economie in Brabant groeit de komende decennia door, met name dankzij internationale bedrijven, het MKB en de logistiek.

Daarbij groeit de bevolking mee van ca. 2.5 miljoen tot bijna 3 miljoen inwoners in 2050, die samen willen wonen,

14

wijken en bedrijventerreinen. Uitleg kan nog steeds nodig zijn, maar dan altijd als onderdeel van een strategie gericht op het maken van een schaalsprong en verduurzamingsslag in het bestaand stedelijk gebied zelf en op plekken die vanuit een duurzaam bodem- watersysteem, het landschap, de energietransitie

15

de verbinding tussen het landschap en de steden. We investeren niet alleen in de groen/blauwe kwaliteit van de steden zelf, maar ook in de landschappen tussen de steden en het Brabantse natuurnetwerk, de groene buffers tussen stedelijke gebieden en groene scheggen waarmee het landschap de stad in prikt. Landschap en natuur groeien mee met de verstedelijking. Met dit Ontwikkelperspectief kiezen we voor leefbare en vitale dorpen, als essentieel onderdeel van het stedelijk netwerk. We zorgen voor meer betaalbare woningen die goed passen bij de vergrijzingsopgave en arbeidsmigratie. Een meer divers palet aan woonmilieus is goed voor de vitaliteit, leefbaarheid en de kwaliteit van voorzieningen in de dorpen. Met een beter OV- en (snel-)fietspadennetwerk worden ze sneller verbonden met de Brabantse stedenrij en met elkaar. Ook hier en bereikbaarheid goed scoren. Doel is versterking en verduurzaming van de hele Brabantse stedenrij.

uitgedachte strategie voor de ontwikkeling van de dorpen waarin alle opgaven en

Wonen en werken hebben zich altijd op korte afstand van elkaar ontwikkeld in

gaan samenwerken.

Brabant, maar zijn in de loop der tijd uit elkaar gegroeid. We kiezen daarom voor het creëren van nieuwe interactiemilieus tussen wonen en werken, niet alleen in de spoorzones van de grote steden, maar juist ook in de middelgrote steden (bijvoorbeeld Waalwijk, Oss, Veghel). Ook de komende decennia is er nog behoefte aan ruimte voor bedrijven in Brabant. Het wordt steeds lastiger om in het intensief

kansen voor de dorpen worden meegenomen. Hier willen we op een nieuwe manier

Vijf integrale ontwikkelprincipes De vijf ontwikkelprincipes die we in de verstedelijkingsstrategie voor stedelijk Brabant hebben opgesteld helpen ons bij het vertalen van bovenstaand ontwikkelperspectief naar een concrete aanpak: 1.

Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking

2.

Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking

3.

Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp

de beschikbare ruimte beter te benutten.

4.

Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp

5.

Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie

Kwaliteitsimpuls landelijk gebied en dorpen

De principes werken we uit in afspraken op het schaalniveau van stedelijk Brabant

gebruikte en waardevolle Brabantse landschap ruimte te vinden. Daarom zetten we in op verdichten, vergroenen en verduurzamen van bedrijventerreinen. Ook wordt gekeken hoe we bestaande locaties beter kunnen clusteren en specialiseren om zo

De kwaliteit van het landschap en de dorpen is een essentieel onderdeel van een goed functionerend stedelijk netwerk in Brabant. Dit Ontwikkelperspectief kiest daarom voor het versterken van het Brabantse landschap en het versterken van

16

kan uitleg nodig zijn, maar niet als automatisme. Het wordt onderdeel van een goed

(hst 4) en de stedelijke regio’s (hst 5).

Energietransitie als randvoorwaarde voor verstedelijking

verbinding met aantrekkelijke landschappen tussen de steden en het Brabantse

Een goede energievoorziening is een belangrijke randvoorwaarde voor duurzame

natuurnetwerk als onderdeel van een robuust landschappelijk raamwerk voor

verstedelijking. De energiebehoefte zal de komende jaren flink groeien en parallel

Brabant.

daaraan vindt de transitie naar duurzame vormen van energie plaats. Het is

De ontwikkeling van de grote groenstructuren buiten de stad wordt opgepakt in het

belangrijk dat de energieopgave integraal onderdeel uit gaat maken van de

programma landelijk gebied. Vanuit stedelijk Brabant zorgen we voor een goede

verstedelijkingsopgave (m.b.t. locatiekeuze, ruimtebeslag, opwek, besparing etc.).

aansluiting van deze gebieden op stedelijk Brabant.

In dit Ontwikkelperspectief zetten we hiervoor de eerste lijnen uit en benoemen we eerste uitvoeringsafspraken (als onderdeel van het ontwikkelprincipe ‘Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp’). Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking Het eerste principe ‘Water en bodem als basis voor de verstedelijking’ is het vertrekpunt in de locatiekeuze voor verstedelijking. We zetten de stap van hydrologisch neutraal verstedelijken naar klimaatrobuuste verstedelijking. We ontzien plekken die minder geschikt zijn voor nieuwe woon- en werklocaties. Daarvoor hanteren we een signaleringskaart voor het water- en bodemsysteem bij uitleglocaties en een ambitieladder voor verdichtingslocaties. Dit wordt onderdeel van de integrale afweging van locaties. Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking Groen in en om de stad is noodzakelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving, ecologie en klimaatadaptatie. We werken op drie schaalniveaus aan de ontwikkeling van natuur en landschap: •

Groen/blauw in de stad: Ontwikkeling groen/blauw loopt gelijk op met verdichting of herstructurering

•

Groen/blauwe stad-land verbindingen en scheggen: groen/blauwe structuren vanuit het landelijk gebied laten we zo veel mogelijk doorlopen in de steden. Daar waar nodig versterken of ontwikkelen we deze groen/blauwe structuren;

•

Groen/blauw om de stad: Inzetten op de ontwikkeling van groene buffers en landschapsparken die zorgen voor groene geleding in de stedelijke regio’s en

Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp Het zwaartepunt van de verstedelijking landt binnen bestaand bebouwd gebied in steden, kernen en op OV-knopen om de mobiliteitstransitie, de groei in werkgelegenheid, de sprong in leefomgevingskwaliteit en vorming van (hoog) stedelijk centra en vitale dorpen te dragen. Daarbij zetten we tot 2030 in op het versnellen en ontwikkelen van woningbouwlocaties (zie woondeals) en versneld realiseren van bestaande (harde en zachte) plannen. Tegelijkertijd onderzoeken we de kansen voor (kleinere) inbreidingsplannen in steden en dorpen (dorpenstrategie) tot 2040.

17

18

Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp Om de groei van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen per stedelijke regio te kunnen accommoderen wordt voor elke stedelijke regio een meerjarig en samenhangend pakket aan mobiliteitsmaatregelen opgesteld (inclusief kosten, financiering en fasering). Deze pakketten faciliteren de gewenste mobiliteitstransitie

Toelichting kaartbeelden In dit document zijn de volgende kaarten opgenomen: •

hiernaast). Deze vormt de samenvatting van de thematische kaarten uit

en de beoogde schaalsprong in het OV-systeem. Hierin worden de uitgangspunten van nabijheid en duurzame mobiliteit vertaald in concrete doelstellingen en maatregelen en worden onder andere de volgende aspecten meegenomen: bereikbaarheid van werklocaties, een sturende parkeeraanpak, een passende OV-exploitatie, mobiliteit voor iedereen, stadslogistiek, herinrichting/herroutering stedelijke hoofdstructuur auto en de relatie met goederennetwerken. Provincie en betrokken gemeenten werken de genoemde mobiliteitspakketten in 2023 verder uit, waarbij het Rijk regelmatig wordt bijgepraat over de vorderingen. Tijdens het BOMIRT van 2023 worden de pakketten geagendeerd. Als in de pakketten onderdelen zitten die betrekking hebben op de nationale infrastructuur, die de financiële draagkracht van de regio’s overstijgen of onderdeel (kunnen) uitmaken van andere afspraken met het Rijk, wordt overleg gevoerd met het Rijk. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie We zetten in op verdichten en verduurzamen van werklocaties via revitalisering en intensivering van bedrijventerreinen. Ook wordt gekeken hoe we bestaande werklocaties beter kunnen clusteren en specialiseren om zo de beschikbare ruimte beter te benutten.

We stellen een ontwikkelkader op waarin we op basis van een economische strategiebepaling en een ruimtelijke integrale afweging (inclusief de mogelijkheden voor aansluiting op het energienetwerk) komen tot een integratie van programmering van (nieuwe en bestaande) bedrijfslocaties.

Integrale kaart van alle ontwikkelprincipes voor heel Brabant (zie pagina hoofdstuk 4.

•

Voor alle vijf de ontwikkelprincipes is in de betreffende paragraaf in hoofdstuk 4 een thematische kaart opgenomen.

•

Voor iedere stedelijke regio is in hoofdstuk 5 een uitsnede uit de integrale kaart van heel Brabant opgenomen. Voor het Stedelijk Gebied Eindhoven is de kaart uit het in het BO-MIRT 2022 vastgestelde verstedelijkingsakkoord opgenomen.

De legenda van kaarten is opgebouwd uit de kernbegrippen die centraal staan in dit document in de vorm van eerste uitvoeringsafspraken. De legenda van de thematische kaarten in hoofdstuk 4 geeft voor iedere legendaeenheid een beknopte beschrijving van de betekenis van de legendaeenheid en gebruikte databron. Bij de integrale kaartbeelden is per legendaeenheid alleen de titel weergegeven. De kaarten in dit document zijn een ruimtelijke weergave van het ontwikkelperspectief, opgebouwd langs de vijf principes, dat in dit document in eerste aanleg neergelegd wordt. Net als de afspraken in dit document betreffen de kaarten een tussenstand met een weergave van ‘waar partijen het over eens zijn’. Zo’n voorbeeld waar partijen het over eens zijn is de globale ligging van de hoogstedelijke transformatiegebieden. Terwijl bijvoorbeeld keuzes voor nieuwe werklocaties nog gemaakt moeten worden, deze zijn dus ook niet ingetekend. In de verdere uitwerking worden de hoofdkeuzes verder ingevuld en ruimtelijk bepaald. Daarmee zullen ook de kaarten zich verder vullen en specifieker worden over welke interventies waar gepleegd worden. De meeste procesafspraken uit dit document zijn bijvoorbeeld nog niet op kaart geland. Daartoe moet dan eerst het proces doorlopen zijn en komt het inhoudelijk resultaat van de afweging t.z.t. op kaart.

19

KAART. Integrale kaart van alle ontwikkelprincipes

Nieuwe woningen versterken bestaande steden en dorpen

Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp

Transformatie naar hoogstedelijk milieu

(hoog)stedelijke mobiliteitstransitie

Transformatie naar stedelijk milieu

Hoogwaardig Openbaar Vervoer en/of Bus Rapid Transit

Versterken van de centrumdorpen

Frequentie spoor groeit mee met verstedelijking

Inzet op duurzame leefbaarheid van de kernen

Ontwikkeling snelfietspadennetwerk

Revitalisering van naoorlogse wijken

Opwaardering/verbetering stations

Afmaken uitleglocaties

Afmaken verbetering bestaande hoofd- en regionaal autowegennet Ontwikkeling/ verbetering internationale verbindingen

Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking Te versterken groene buffer tussen de steden

Bedrijven met bijzondere knoopwaarde doorontwikkelen

Te ontwikkelen landschapsparken

Reeds geprogrammeerde regionale bedrijventerreinen

Te ontwikkelen groene scheggen

Bestaande werklocaties

Natuurnetwerk Brabant

20

Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwarde voor circulaire economie

21

4.

AFSPRAKEN PER ONTWIKKELPRINCIPE

Om ruimte te bieden aan de integrale aanpak van woningbouw, ruimte voor

uitleg van steden en dorpen (zie bijlage).

economie, groen/blauw, mobiliteit, duurzaamheid, klimaat en energie hebben

Op basis van de indicatoren uit de ‘Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040’

Rijk, provincie en gemeenten samen een verstedelijkingsstrategie voor Stedelijk

(wateroverlast, waterveiligheid en ruimte voor en robuust watersysteem) is een

Brabant opgesteld die vertaald is in een integraal ontwikkelperspectief. Per

signaleringskaart voor het watersysteem opgesteld. Deze signaleringskaart heeft

ontwikkelprincipe lichten we toe wat de belangrijkste afspraken zijn die we met

een signalerende werking voor de geschiktheid van gebieden voor stedelijke

elkaar willen maken in het kader van dit ontwikkelperspectief.

uitleg. De wijze waarop de signaleringskaart is opgebouwd wordt toegelicht in de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040. De signaleringskaart vervangt uitdrukkelijk

4.1

BODEM EN WATERSYSTEEM ALS BASIS VOOR DE VERSTEDELIJKING

niet de integrale afweging die nodig is om te komen tot goede locatiekeuzes. Het is een bouwsteen voor die integrale afweging. Voor de signaleringskaart met

Het eerste principe ‘Water en bodem sturend’ is het vertrekpunt. Voor een robuuste

betrekking tot de bodem spelen andere indicatoren dan voor het water een rol. Het

en klimaatadaptieve inrichting van Brabant is het belangrijk om de water- en

gaat daarbij onder meer over indicatoren als bodemdaling, breuklijnen, aardkundige

bodemstructuur goed mee te nemen in de afweging van nieuwe ontwikkelingen.

waarden en archeologie. De signaleringskaart voor een duurzaam watersysteem

Daarom zetten we de stap van hydrologisch neutraal verstedelijken naar

bij uitleg en het hanteren van de ambitieladder bij stedelijke inbreiding levert een

klimaatbestendige en waterrobuuste verstedelijking. Dat betekent een andere

goede bijdrage aan het principe water sturend voor ruimtelijke ontwikkeling zoals

manier van werken en goede afspraken over hoe we invulling geven aan een

beschreven in de ‘Ruimtelijk Ordeningsbrief van de minister van V.R.O. van 17 mei

klimaatbestendige en waterrobuuste verstedelijking en daarmee water en bodem

2022 aan de Tweede Kamer.

sturend maken. Dat betekent dat we streven naar verstedelijking die netto bijdraagt aan de aanvulling van de grondwatervoorraad vanuit het principe de ‘Stad als

Het ontwerpprincipe ‘water en bodemsysteem als basis voor de verstedelijking’

spons’. Dit kan door het afkoppelen van hemelwater, het verminderen van de

omvat meer dan het vinden van een klimaatrobuuste locatie. Het gaat ook over

bestaande verharding, via circulair en verminderen van het watergebruik. Dit is ook

klimaat robuust bouwen aan de hand van bouwcriteria en ontwerpprincipes. Ook

de inzet van de Landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving en

daarvoor maken we afspraken in navolging van en in aanvulling op de landelijke

de ambitieladder voor binnenstedelijke en dorpse inbreiding (zie bijlage). Hiermee

afspraken die daarvoor in ontwikkeling zijn zoals de ‘Landelijke maatlat Groene

sluiten we aan bij de ‘Ruimtelijke Ordeningsbrief’ van 17 mei 2022 waarin de

klimaatadaptieve gebouwde

herwaardering van het nationaal ruimtelijk beleid met betrekking tot het sturend zijn

Omgeving’.

van water en bodem voor alle ruimtelijke plannen is geagendeerd. Klimaatrobuust verstedelijken willen we op de volgende manier handen en voeten geven:

Signaleringskaart watersysteem

•

Het hanteren van de ambitieladder in combinatie met de Landelijke maatlat

De signaleringskaart watersysteem heeft een signalerende functie: de kaart helpt in

voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving bij stedelijke

het gesprek over de geschiktheid van uitleglocaties voor wonen en werken in relatie

verdichting (zie 3.2 en bijlage)

tot een duurzaam watersysteem. Het is geen toets- of verordeningskaart. Het

Het hanteren van een signaleringskaart voor het water- en bodemsysteem bij

brengt de mogelijke geschiktheid van een gebied voor verstedelijking in beeld. Met

•

22

INSPIRATIE. Nieuwe haven draagt bij aan stedelijke kwaliteit (Nieuwe Mark, Breda) Nadat eind jaren ‘1930 rivier de Mark binnen de singels gedempt was, had de

Sinds 2007 is de haven weer open. Ze vormt weer een belangrijke identiteitsdrager

Bredase haven geen doorstroming meer. De haven werd een bron van stankoverlast

in de binnenstad. Met een kade waar boten kunnen aanmeren, daarboven bomen,

en een onderwaterstort voor heel wat fietsen en bedden. Demping van de haven in

horeca met terrassen. Onder de naam Nieuwe Mark wordt de haven de komende tijd

1965 paste in de filosofie van de jaren zestig die er van uitging dat autoverkeer de

uitgebreid richting de zuidelijke singels.

binnenstad vlot moest kunnen binnendringen. Bovengronds vormde de gedempte haven een brede autoweg; ondergronds bevond zich de eerste ondergrondse parkeergarage van Nederland. 2000

2020

23

de signaleringskaart in de hand wordt sneller duidelijk wat mogelijke risicofactoren vanuit het watersysteem zijn waar mee rekening gehouden moet worden. Zo kan vertraging in de planvorming worden voorkomen. In de bijlage wordt de signaleringskaart en de wijze waarop die gebruikt kan worden toegelicht.

Eerste uitvoeringsafspraken Gemeenten, provincie en waterschappen gebruiken het instrument signaleringskaart bij de afweging van uitleglocaties voor wonen en werken van steden en dorpen. De kaart signaleert de mogelijkheden, belemmering/grenzen en ontwerpopgaven op locatieniveau van een stedelijke ontwikkeling in relatie tot waterveiligheid, wateroverlast en ruimte voor een robuust watersysteem. Hierbij worden ook de financiële consequenties in beeld gebracht. Het gebruik van de signaleringskaart verankeren deze partijen in hun eigen planologisch instrumentarium. 1.

Eerste botsproeven met het gebruik de signaleringskaart laten zien dat

kaart geschikt is om gesprek over het toepassen van het principe ‘water en bodem als basis voor verstedelijking ‘als onderdeel van de integrale afweging te starten. De komende periode wordt de relatie van de signaleringskaart met de onderliggende kaartlagen nog verduidelijkt door waterschappen, gemeenten en provincie. 2.

Met de huidige versnelling in klimaatverandering (zeespiegelstijging &

weersextremen) moet de planvorming hoog adaptief blijven. De provincie houdt daarom, in samenspraak met de waterschappen en de stedelijke regio’s, de signaleringskaart actueel en actualiseren de kaart elke twee jaar. 3.

Waterschappen, provincie en stedelijke regio onderzoeken waar in de

stedelijke regio de grootste risicogebieden liggen, nu en over 50 jaar, en maken afspraken over het ruimtegebruik op deze plekken. Dit kan gaan over actieve (her)

24

inrichting of reservering voor waterberging). De resultaten hiervan worden, waar

•

relevant, meegenomen bij de actualisatie van de signaleringskaart.

Het Rijk doet via de praktijktoepassingen van gemeenten, waterschappen en provincie ervaringen op met de toepassing van de maatlat en brengt zo in beeld hoe toepassing door medeoverheden en bouwende partijen verder verbeterd

4.

Waterschappen, provincie en stedelijke regio onderzoeken waar in de

stedelijke regio de grootste kansen liggen om water in de stedelijke regio langer vast te houden (vergroten sponswerking).

kan worden. •

Het Rijk betrekt de gemeenten, waterschappen en de provincie bij de volgende trajecten: •

5.

De provincie brengt in 2023 samen met de bodem-bevoegde gezagen

(o.m. waterschappen, gemeenten) de randvoorwaarden die bodem en ondergrond

klimaatadaptief bouwen en inrichten minder vrijblijvend te maken; •

stellen aan de verstedelijkingsopgave in beeld en vertaalt dit samen met betrokken partijen naar een hanteerbare en eenduidige signaleringskaart voor het bodemsysteem voor stedelijke ontwikkelingen.

de verkenning om de juridische borging van de maatlat om de financiële verkenning om de kosten en baten van een brede toepassing van de maatlat en de verdeling ervan op een rij te zetten;

•

het onderzoek hoe de maatlat gebruikt kan worden bij het klimaatbestendig maken van de bestaande gebouwde omgeving;

Zodra deze trajecten zijn afgerond, vertalen de gemeenten, waterschappen en 6.

Gemeenten hanteren de ambitieladder binnenstedelijke en dorpse

inbreiding bij stedelijke ontwikkelingen (zie bijlage). Met de vaststelling van de

provincie de uitkomsten hiervan door in de herijking van de uitvoeringsafspraken voor NOVEX gebied Stedelijk Brabant en in de ambitieladder groen blauw.

Landelijke maatlat (voorjaar 2023) komen er concretere inrichtingsdoelen en – eisen voor inbreiding. Op basis van deze maatlat zorgen we, indien nodig, voor een

(*) Kamerbrief aanbieding provinciaal startpakket fysieke leefomgeving | Kamerstuk |

doorontwikkeling van de ambitieladder.

Rijksoverheid.nl. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/12/12/ kamerbrief-aanbieding-provinciaal-startpakket-fysieke-leefomgeving

7.

Vooruitlopend op de juridische borging van de Landelijk maatlat voor een

groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving, passen gemeenten, provincie en waterschappen samen met bouwende partijen de landelijke maatlat al zoveel mogelijk toe. Dit is ook opgenomen in de brief Water en Bodem Sturend en in de aanbiedingsbrief provinciaal startpakket fysieke leefomgeving (*). Het Rijk is met de medeoverheden en de bouwsector in gesprek over het maken van bestuurlijke afspraken. De Landelijke maatlat geeft aan hoe er klimaatbestendig ingericht en gebouwd kan worden - het richtinggevend kader geeft antwoord op de vraag waar het beste gebouwd kan worden.

25

KAART. Watersysteem als basis voor de verstedelijking

We hanteren een signaleringskaart voor het watersysteem bij uitleg van steden en dorpen. Deze signaleringskaart heeft een signalerende werking voor de geschiktheid van gebieden voor stedelijke uitleg.

•

•

26

GROEN. Vanuit watersysteem afweegbaar voor verstedelijking • Op basis van score in 1 of meerdere van de volgende indicatoren • Indicator 1a. Waterveiligheid extreem kleine kans (score matig kwetsbaar) • Indicator 1b. Waterveiligheid middelgrote kans (score matig kwetsbaar) • Indicator 2a. Grondwateroverlast (score zeer geschikt en matig geschikt) • Indicator 2b. Grondwateroverlast (score zeer geschikt en matig geschikt) ORANJE. Beperkte geschiktheid vanuit watersysteem voor verstedelijking • Op basis van score in 1 of meerdere van de volgende indicatoren • Indicator 1a. Waterveiligheid extreem kleine kans (score kwetsbaar en zeer kwetsbaar) • Indicator 1b. Waterveiligheid middelgrote kans (score kwetsbaar) • Indicator 2a. Grondwateroverlast (score minder geschikt) • Indicator 2b. Grondwaterstand (score minder geschikt)

•

ROOD. Niet geschikt voor verstedelijking vanuit het watersysteem • Op basis van score in 1 of meerde van de volgende indicatoren. Via de provinciale omgevingsverordening zijn nu al wettelijk beschermd: de reserveringsgebieden waterberging, de waterbergingsgebieden, de beekdalen (ecologische verbindingszones en beekherstel), de primaire dijken met hun beschermingszones en de Rijkskanalen. • Indicator 1b. Waterveiligheid middelgrote kans (score zeer kwetsbaar) • Indicator Ruimte voor robuust watersysteem (opgebouwd uit waterbergings- en waterreserveringsgebieden, beekdalen, dijktrajecten, rijkswateren en wijstgronden)

•

Bestaand stedelijk gebied • Op basis van satellietkaart (in ontwikkeling)

27

4.2.

LANDSCHAP EN NATUUR GROEIEN MEE MET VERSTEDELIJKING

De verstedelijkingsopgave benutten we voor de verbetering van de leefomgeving en de leefbaarheid in Brabant door het groen in en om de steden en dorpen mee te laten groeien. Nabij en in het stedelijk gebied wordt actief landschap en natuur ontwikkeld als integraal onderdeel van het intensievere gebruik en de groei van het stedelijk gebied voor wonen en werken. Hierbij wordt ingezet op het toevoegen van groen/blauw voor het vergroten van de kwaliteit van de stad (klimaat, biodiversiteit, leefbaarheid, gezondheid, vestigingsklimaat) en aanpakken van wateroverlast, hittestress, ecologie, stikstof in het stedelijk gebied. Dit speelt op meerdere niveaus die met elkaar in verbinding staan; van de relatie

Ambitie vraagt aandacht op 3 schaalniveaus

tussen landschap en verstedelijking op het hoogste niveau, tot interventies die de steden en dorpen beter verbinden met het omliggende landschap en natuurgebieden tot vergroening op buurt en straatniveau. Dit betekent dat we het in en rond de steden niet als contramal van de verstedelijking zien, maar als onderdeel van een integrale ontwikkeling, en dat plannen voor verstedelijking altijd inclusief de groenontwikkeling zijn. Op het schaalniveau van Brabant gaat het om de ontwikkeling van een robuust landschappelijk raamwerk dat zorgt voor de groene geleding tussen de stedelijke gebieden van de Brabantse stedenrij, een betere verbinding met de grote samenhangende natuurgebieden en landschappen van Brabant zoals het Van Gogh Nationaal Park, de Biesbosch, het Maasheggenlandschap (UNESCO), het Krekenlandschap in het zeekleigebied en het rivierenlandschap rond de Maas en het beschermen van belangrijke groene gebieden met cultuurhistorische, landschappelijke of landbouwkundige waarden en potenties. Binnen dat landschappelijk raamwerk benoemen we gebieden waar we gezien de verstedelijkingsopgave de kwaliteit van natuur en landschap verder willen ontwikkelen en de verbinding tussen stad/dorp en landschap willen verbeteren. Dit

28

zijn de (stadsregionale) landschapsparken en de groene scheggen die doorlopen tot in de stad. Hier zetten we in op de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige landschappen die de schakel vormen tussen stad en natuurgebieden. De opgaven in deze gebieden zijn landschappelijke herontwikkeling, een duurzaam perspectief voor de landbouw, het slechten van barrières van bijvoorbeeld infrastructuur of bebouwing, het samenvoegen van snippergroen en het doortrekken van waterlopen, ecologische en/of recreatieve verbindingen. Ook betrekken we de opgave om te komen tot meer bos in Brabant (de bossenstrategie), bij de deze opgaven. Afspraken zijn gericht op definitie, programmering, planvorming en een financieringsstrategie om de komende jaren stapsgewijs tot daadwerkelijke realisatie te komen.

aanpak van het landelijk gebied op elkaar af te stemmen. Op het schaalniveau van wijken en buurten wordt meer groen en blauw toegevoegd bij transformaties en herstructurering. Hiertoe wordt het instrument van de Ambitieladder ingezet. Afspraken zijn gericht op toepassing, doorontwikkeling en verankering van de Ambitieladder binnenstedelijk groenblauw, de verbinding met de systematiek van de signaleringskaart en de ontwikkeling van een financieringsstrategie. Bij de doorontwikkeling van de Ambitieladder wordt gebruik gemaakt van de uitkomsten van de Verkenning Gezonde verstedelijking van Het PON & Telos in opdracht van BrabantStad.

3.

Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten gaan samen met natuur-

en landschapsbeheerders en ZLTO een verkennend onderzoek uitvoeren om de landschapsparken tot stand te brengen. Hierbij stemmen zij af met relevante strategie en planvorming in het landelijk gebied waaronder de stikstofaanpak, provinciale bossenstrategie en wateropgave, zodanig dat groen/blauwe structuren doorlopen in de steden, dorpen en kernen. 4.

De stedelijke regio’s stellen samen met de provincie en waterschappen een

aanpak op voor de groen/blauw ontwikkeling van de betreffende regio. Die bestaat uit:

Eerste uitvoeringsafspraken 1.

•

met het landelijk gebied als input voor locatiekeuzes en uitwerking van de

Rijk, provincie, waterschappen en stedelijke regio’s spreken af om

ontwikkeling van landschap en natuur gelijk op te laten lopen met verstedelijking. Bij het maken van de ruimtelijke plannen voor ontwikkeling van wonen en werken

ontwikkelperspectieven voor de stedelijke regio’s. •

schaalniveaus. Dit betekent de ontwikkeling van een robuust landschappelijk raamwerk op het schaalniveau van Brabant en uitwerking daarvan in de ontwikkelperspectieven voor de stedelijke regio’s. Belangrijk onderdeel daarvan is

biodiversiteit en gezonde groene leefomgeving. •

Rijk, provincie, waterschappen en stedelijke regio’s constateren dat

de versterking van groene en blauwe kwaliteiten van Brabant (het zand/ beekdalenlandschap en het zeekleilandschap en rivierkleilandschap) noodzakelijk is voor verdere verstedelijking. In het kader van de aanpak van het landelijk gebied onderzoeken de Provincie en stedelijke regio’s wat er op het schaalniveau van Stedelijk Brabant nodig is voor versterking van groene en blauwe kwaliteiten van het zand/beekdalenlandschap en het zeekleilandschap en rivierkleilandschap. Vanuit verstedelijking zal een koppeling gelegd worden met het NPLG/BPLG en de provinciale bossenstrategie om de uitwerking van het ontwikkelperspectief en de

Projecten die nodig zijn om bestaande gebieden en verbindingen te versterken en nieuwe gebieden en verbindingen te realiseren.

•

Een fasering en prioritering van deze projecten. Om de prioritering te onderbouwen wordt een data-gedreven aanpak ontwikkeld en vervolgens

een goede aansluiting op het stedelijk groene netwerk. 2.

eisen ten aanzien van klimaatadaptatie, mede aan de hand van de Landelijke maatlat voor een groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving, versterking

– zowel verdichting als nieuwe locaties – zal parallel en integraal worden gewerkt aan het concretiseren van de uitwerking van de groen/blauwe principes op alle

Een systeemanalyse op landschap en ecologie in de stad en in verbinding

toegepast. •

Een financieringsstrategie (incl verkenning mogelijkheden voor verevening).

Als onderdeel van de financieringsstrategie verkennen de provincie en het Rijk (LNV, BZK) hoe zij middelen voor landschapsontwikkeling, natuur, klimaatadaptiviteit en stikstof gebundeld in kunnen zetten voor de groene stad-land verbindingen, gekoppeld aan de voortgang van de stedelijke ontwikkeling op het gebied van wonen en werken. In Beleidskader Natuur en de bijbehorende Uitvoeringsagenda geeft de provincie aan welke mogelijkheden en verwachtingen er zijn over bijdragen

29

INSPIRATIE. Inspiratie voor beleefbaar groen en blauw in en nabij stad en dorp

30

Stads-Aa (Helmond) Terugbrengen van het water in Helmond centrum - Burgemeester Geukerspark.

Philips fruittuin (Eindhoven) Boomgaard, pannenkoekenhuis, bijeenkomsthuis en landwinkel - in Brainport Park.

Waterplein (Oudenbosch) Oud basketbalplein omgevormd tot klimaatadaptief waterplein. Combinatie van waterberging met groen, spelen en ontmoeten.

Park Overbos (Breda) Groene verbinding over de A16 bij Prinsenbeek.

Tiny Forests (’s-Hertogenbosch) Inheems bos midden in de stad, ter grootte van tennisbaan. Voor natuureducatie, luchtzuivering, wateropvang en verkoeling.

Groene Corridor (Oirschot-Eindhoven) Groene verbinding tussen de centra van Eindhoven, Oirschot en Het Groene Woud

Beekherstel (Oude Strijper Aa) Meanderende beek houdt meer water vast en fungeert als buffer. Voor drogere en nattere periodes.

Genneper Hoeve (Eindhoven) Biologisch-dynamische landbouw in Genneperk Parken.

Ecologische verbindingszone (Ekkersrijt) Ecologische verbindingszone van de beek Ekkersrijt op Brainport Industries Campus.

Speelpark Zilvermeeuw (Fijnaart) Wadi als speelelement. Aanpak wateroverlast gecombineerd met verbetering speelplek.

Vergroening Flight Forum (Eindhoven) Verwijderen van verharding om (commercieel) meer aantrekkelijke en koelere werkomgeving te creëren.

Stadsbos013 (Tilburg) Natuurgebied aan de rand van Tilburg, op fietsafstand van het centrum.

aan de opgaven van burgers, bedrijven en andere partijen (niet-overheden) aan

•

groen in de directe leefomgeving. 5. •

het versterken van het groen in en om de stad ondersteunt en het verkennen van de mogelijkheden hiertoe (naar verwachting eind 2023

Biodiversiteit stedelijk gebied: a.

In 2023 heeft de provincie verder verkend op welke wijze de

verstedelijkingsopgave zowel binnen- als buitenstedelijk samen kan gaan met

gereed). •

b.

soortenmanagementplannen (SMP’s). •

c.

In 2023 heeft de provincie een subsidieregeling opengesteld op het gebied

van soortenbescherming. Provincie Noord-Brabant heeft de acties uit pijler 3 van het Beleidskader Natuur uitgevoerd gericht op het verder vergroenen van de directe leefomgeving en het versterken van de beweging van vergroening (doelen pijler 3 Beleidskader Natuur). 6.

Groen in de directe leefomgeving: in 2024 is het Actieplan Vergroening

opgeleverd in samenwerking met de partners van de provincie. In 2027 zijn de provinciale activiteiten uit het Actieplan Vergroening uitgevoerd. 7.

verkenning van de Nationale Aanpak Klimaatadaptieve Gebouwde

In 2023 is op het gebied van soortenbescherming binnen de bebouwde

kom een gebiedsgerichte aanpak doorontwikkeld: in het bijzonder

het in beeld brengen van de financiële consequen¬ties van een grotere inzet op groen in en om de stad in afstemming met de financiële

een noodzakelijke impuls voor groenblauwe versterking. •

het formuleren van een juridisch kader dat een goede inzet op

Omgeving; •

het overleg met de EU over het EU-voorstel voor een EU-verordening Natuurherstel.

•

het nader informeren van de Tweede Kamer in oktober 2023 over de stand van zaken van de ontwikkeling samen met betrokken partijen van de inhoudelijke en juridische kaders voor een grotere inzet op groen in en om de stad en van de andere acties die in dit verband worden opgepakt.

Zodra deze trajecten zijn afgerond, vertalen de gemeenten, waterschappen en provincie de uitkomsten hiervan in de herijking van de uitvoeringsafspraken voor NOVEX gebied Stedelijk Brabant.

Rijk (LNV, BZK), provincie en gemeenten spreken af om binnen het

bestaand bebouwd gebied de doelstellingen voor groenblauw te expliciteren en realisatiekracht te vergroten. Provincie en gemeenten bekijken hoe programma’s en instrumenten binnen de gebiedsontwikkelingen gestroomlijnd kunnen worden en planningen en budgetten zo slim mogelijk te bundelen en in de uitvoering werk met werk te maken. Hierbij worden ook de uitkomsten van de PBL-studie naar een set criteria voor groen in en om de stad meegenomen. 8.

Het Rijk betrekt de gemeenten, waterschappen en de provincie bij de

volgende trajecten: •

het opstellen van een Handreiking Groen in en om de stad (naar verwachting eind 2023 gereed).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13078388/1