CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Nota zienswijzen bestemmingsplan Holleneind 1, Haaren

RAAD 30 mei 2024, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Holleneind 1, Haaren - AANVAARD2.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota zienswijzen Bestemmingsplan Holleneind 1, Haaren

Inhoudsopgave Pagina

1. INLEIDING........................................................................................................................... 3 2. Zienswijzen........................................................................................................................ 4 2.1 Provincie Noord-Brabant................................................................................................... 4 2.2 Een omwonende............................................................................................................... 5 2.3 Een omwonende............................................................................................................... 6 3. Ambtshalve aanpassingen................................................................................................ 10

Nota zienswijzen bestemmingsplan Holleneind 1, Haaren

2

1.

INLEIDING

Het ontwerp van het bestemmingsplan Holleneind 1, Haaren met bijbehorende stukken heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening ter inzage gelegen van 1 december 2023 tot en met 11 januari 2024. Ook is het ontwerpbestemmingsplan digitaal raadpleegbaar gemaakt via de gemeentelijke website en de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende de periode van tervisielegging zijn drie schriftelijke zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn binnengekomen en zijn derhalve ontvankelijk. In hoofdstuk 2 van deze nota is de reactie samengevat en beantwoord.

Nota zienswijzen bestemmingsplan Holleneind 1, Haaren

3

2.

Zienswijzen

Gedurende de periode van tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn drie schriftelijke zienswijzen ingediend door de onderstaande instantie/personen:   

De provincie Noord-Brabant; Een omwonende; Een omwonende.

Hierna zijn de zienswijzen samengevat weergegeven en beantwoord. Dat de zienswijzen zijn samengevat, betekent overigens niet dat deze slechts gedeeltelijk is beoordeeld. Bij de beantwoording van de zienswijze is de volledige zienswijze betrokken.

2.1

Provincie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant vraagt aandacht voor de volgende punten: 1. Wij verzoeken nader te onderbouwen op welke wijze het landschappelijk inpassingsplan past binnen de analyse van het gebied, zoals afgesproken in de regio. Daarbij zal onderbouwd moeten worden hoe het plan past binnen de cultuurhistorische waarden van het landschap. Beantwoording: Naar aanleiding van bovenstaande opmerking van de provincie Noord-Brabant is het landschappelijk inpassingsplan enigszins uitgebreid. Middels een landschappelijke analyse en een analyse van de cultuurhistorische waarden van het landschap is onderbouwd op welke wijze de beoogde landschappelijke inpassing passend is binnen de karakteristieken van het gebied. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 2. Een voorwaardelijke verplichting in de planregels ontbreekt voor de sloop van overtollige bebouwing (bouwwerken), zoals vereist op grond van artikel 3.9 IOV. Beantwoording: Naar aanleiding hiervan zijn de planregels aangevuld met een voorwaardelijke verplichting voor wat betreft de sloop van overtollige bebouwing. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.

Ten aanzien van de planregels verzoeken wij in de doeleindeomschrijving van artikel 3.1 en in tabel 3.7 de bedrijfsactiviteiten meer specifiek te benoemen, inclusief de milieucategorie, zodat geborgd blijft dat het hier gaat om een agrarische verwant of

Nota zienswijzen bestemmingsplan Holleneind 1, Haaren

4

agrarisch technisch bedrijf welke passend is in de omgeving in de zin van artikel 3.6, lid 1 IOV. Beantwoording: Naar aanleiding hiervan zijn de planregels aangevuld, waarbij de bedrijfsactiviteiten meer specifiek zijn benoemd en de milieucategorie is benoemd. In de tabel bedrijven is onder meer aangegeven dat het een agrarisch technisch hulpbedrijf betreft in combinatie met de milieucategorie 3.1. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

2.2

Een omwonende

Een omwonende vraagt aandacht voor de volgende punten: 1. Een omwonende geeft aan het op eerste hand niet oneens met het ontwerpbesluit, maar verbaasd te zijn over de aannames die in het akoestisch onderzoek zijn gedaan. Echter, niet is in te schatten of de, naar mening van de omwonende, optimistische aannames invloed hebben op het resultaat. Vanuit de verbazing is besloten deze kenbaar te maken. De volgende zaken zijn opgevallen: -

-

Akoestisch onderzoek: er wordt door het bedrijf ook gebruik gemaakt van een machine die naar mijn weten zand filtert. Als deze machine wordt gebruikt staat deze meerdere uren per dag aan en is dit goed hoorbaar van grote afstand. Ik zie dit niet terugkomen in het akoestisch onderzoek. Met de transitie naar grondwerkbedrijf en opslag van grond is de verwachting dat deze vaker gebruikt zal worden. Verder is ten aanzien van de voertuigpassages op het terrein van de inrichting opgenomen dat er tussen 22:00 en 06:00 uur geen passages zijn. Echter, dit is een optimistische invulling en komt niet overeen met de werkelijkheid. Afgelopen jaar is het bijvoorbeeld meerdere keren voorgekomen dat tractoren na 22:00 uur terugkomen. Ook vraag ik me af of de bewegingen van de mobiele bronnen waarheidsgetrouw is. In de beschrijving wordt uitgegaan van 1x vertrekken en 1 x terugkomen. Echter, gedurende de dag vertrekken en komen er continue voertuigen. Daarnaast heeft het bedrijf ook verschillende mobiele machines/aanhangers die verhuurd worden aan andere bedrijven. Het lijkt erop dat deze niet zijn meegenomen. AERIUS-berekening/akoestisch onderzoek: In de toelichting op de AERIUSberekening wordt gesproken over 616 verkeersbewegingen per etmaal. Echter, dit is niet consistent met de gebruikte verkeersbewegingen in het akoestisch onderzoek.

De verkeersbewegingen in het akoestisch onderzoek lijken aan de lage kant. Verder heeft het akoestisch onderzoek enerzijds het over 70% verkeer richting het zuidwesten en 30% richting de dorpskern Haaren. De inschatting van 30% richting het dorp Haaren lijkt aan de lage kant. Anderzijds gaat de AERIUSberekening uit van 50% verkeer in westelijke richting en 50% in oostelijke richting.

Beantwoording:

Nota zienswijzen bestemmingsplan Holleneind 1, Haaren

5

-

Het zeven van zand is enkel sporadisch binnen de planlocatie aan de orde. Ondanks de omstandigheid dat een en ander slechts sporadisch aan de orde is, is het akoestisch onderzoek hierop aangevuld. Ook is het akoestisch onderzoek aangevuld voor wat betreft eventuele verkeersbewegingen tussen 22:00 en 6:00. Hierbij is uitgegaan van 3 stuks zware motorvoertuigbewegingen in de nachtperiode. De conclusie luidt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Binnen de woning zal sprake zijn van een aanvaardbaar binnenniveau. Verder wordt de normstelling uit het Activiteitenbesluit milieubeheer met ten hoogste 2 dB overschreden in de nachtperiode. Het treffen van bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen blijkt niet mogelijk te zijn. Daarom worden voor wat betreft de zware verkeersbewegingen in de nachtperiode maatwerkvoorschriften opgenomen. Dit gezien het feit dat sprake is van een aanvaardbaar binnenniveau en de activiteiten slechts enkele keren per jaar aan de orde zijn wanneer sprake is van een uitloop van werkzaamheden.

-

In de AERIUS-berekening is uitgegaan van het standaard aantal verkeersbewegingen op basis van de CROW-normeringen. Hierbij wordt het aantal verkeersbewegingen bepaald aan de hand van de aanwezige functie en de oppervlakte van bedrijfsgebouwen. Dit betreft een worst-case scenario. Aangezien met dit worst-case scenario is aangetoond dat de beoogde ontwikkeling geen noemenswaardige stikstofdepositie tot gevolg heeft, is hierin geen maatwerk toegepast rekening houdende met het akoestisch onderzoek. Echter, het akoestisch onderzoek is voor wat betreft het feitelijk aantal verkeersbewegingen leidend en de invoer in de AERIUS-berekening betreft dus enkel een worst-case scenario die niet geheel overeenkomt met het daadwerkelijk aantal verkeersbewegingen.

Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

2.3

Een omwonende

Een omwonende vraagt aandacht voor de volgende punten: 1. De omwonende maakt zich grote zorgen over de negatieve effecten van de voorgenomen bestemmingswijziging naar loon- en grondwerkbedrijf en akkerbouw. De ontwikkeling heeft namelijk zowel een negatieve invloed op het woongenot als op de waarde van de woning. Er wordt sinds geruime tijd namelijk al overlast ervaren vanwege het loon- en grondwerkbedrijf, waaronder op het gebied van geluid, verkeer, de vele activiteiten, maar ook lichthinder. Wat er met de realisatie van de voorgestelde plannen nog bij komt, is een sterke vermindering van het vrije uitzicht vanuit de woning in zuid/westelijke richting (richting Oisterwijk), als gevolg van extra bebouwing en de opslag van stortgoederen. Beantwoording: In de toelichting van het bestemmingsplan is middels een uitvoerige beschrijving onderbouwd om welke reden met de beoogde ontwikkeling sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Hierin is onder meer ingegaan op alle relevante omgevingsaspecten,

Nota zienswijzen bestemmingsplan Holleneind 1, Haaren

6

waaronder geluid, verkeer en geldende richtafstanden. De conclusie luidt onder meer dat voldaan wordt aan de geldende richtafstanden en dat als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen belemmeringen ontstaan ten aanzien van de normale afwikkeling van het verkeer. Ook is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, waaruit blijkt dat met de beoogde ontwikkeling sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Ten aanzien van een eventueel negatief effect van het plan op het woongenot en de waarde van de woning als gevolg van een afname van het uitzicht dient opgemerkt te worden dat het vigerende bestemmingsplan ter plaatse reeds bedrijfsgebouwen toestaat van een vergelijkbare bouwhoogte als het beoogde planologische regime. Gelet hierop kunnen er in de huidige situatie reeds bedrijfsgebouwen worden opgericht met een vergelijkbare negatieve impact op het uitzicht vanuit de woning in zuid/westelijke richting. Verder dient met betrekking tot een eventueel negatief effect van het beoogde planologische regime op de woningwaarde opgemerkt dat de mogelijkheid bestaat om een verzoek om nadeelcompensatie in te dienen. In dat geval zal een onafhankelijke adviescommissie beoordelen of de beoogde wijziging daadwerkelijk een waardedaling van de woning tot gevolg heeft. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 2.

Er wordt aangegeven dat niet alleen de huidige illegale activiteiten worden gelegaliseerd, maar dat ook de deur wordt geopend voor een verdere uitbreiding en daarmee dus een verdere toename van overlast. Dit zowel op het gebied van loonen grondwerken als voor nieuwe activiteiten en extra uitbreidingsmogelijkheden. Beantwoording: Dat met de beoogde ontwikkeling de deur wordt geopend voor een verdere uitbreiding kan niet direct worden gevolgd. Zoals in de toelichting van het bestemmingsplan is omschreven wordt het melkveebedrijf binnen de planlocatie met de beoogde ontwikkeling beëindigd. De huidige akerbouwactiviteiten worden voortgezet en het bestaande en vergunde loonwerkgrondwerkbedrijf wordt in enigermate uitgebreid. Voor de uitbreiding van het loonwerkgrondwerkbedrijf wordt er een loods gesloopt die op een andere locatie wordt teruggebouwd. Verder worden enkele overige bouwwerken gesloopt en wordt binnen de planlocatie een garage en kantoor gerealiseerd binnen bestaande bebouwing. Waar de huidige bebouwing binnen de planlocatie een omvang kent van circa 3.312 m 2, kent de bebouwing in de beoogde situatie een omvang van circa 3.200 m 2. Gelet hierop heeft de beoogde ontwikkeling enige afname van bebouwing tot gevolg. Daarnaast is in de planregels expliciet vastgelegd dat binnen de planlocatie enkel een loon- en grondwerkbedrijf / akkerbouwbedrijf is toegestaan.

Ook is hierbij de maximale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen expliciet vastgelegd op 3.200 m2. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het beoogde planologische regime een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid bevat waarmee onder voorwaarden afgeweken kan worden van de maximale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen. Een dergelijke binnenplanse afwijkingsmogelijkheid om te kunnen voorzien in een geringe uitbreiding aan bedrijfsgebouwen is gebruikelijk voor een bedrijfsbestemming waarin de maximaal toegestane oppervlakte aan bedrijfsgebouwen expliciet is vastgelegd in de planregels.

Nota zienswijzen bestemmingsplan Holleneind 1, Haaren

7

Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3. Benoemd wordt dat alles eraan gedaan lijkt te zijn om de bestemmingsplanwijziging er doorheen te krijgen. Zo wordt onder meer benoemd dat het Holleneind een ontsluitingsroute voor de N65 zou zijn. Dit kan niet worden gevolgd. De beoogde ontwikkeling heeft daardoor dus wel degelijk een grote negatieve invloed op de verkeersbewegingen en de verkeersveiligheid. Ook wordt er aangegeven dat er in de huidige bestemming al sprake zou zijn van een kleinschalig loonwerkbedrijf en statische opslag. De vraag wordt gesteld of dit wel klopt en passend was binnen de huidige bestemming. Beantwoording: De opmerking dat er alles aan gedaan is om de bestemmingsplanwijziging erdoor te krijgen, kan nadrukkelijk niet worden gevolgd. Zoals hiervoor reeds is aangegeven, is in de toelichting van het bestemmingsplan middels een uitvoerige beschrijving onderbouwd om welke reden met de beoogde ontwikkeling sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Hierbij is onder meer ingegaan op het aspect verkeer. Bij de beoordeling van het aspect verkeer is tot de conclusie gekomen dat de beoogde ontwikkeling per saldo een geringe toename van het aantal transportbewegingen tot gevolg heeft. Deze geringe toename wordt in hoofdzaak veroorzaakt door werknemers die naar klanten rijden.

Echter, ook is er sprake van een afname van zware verkeersbewegingen vanwege de beëindiging van het rundveebedrijf. Verder is aangegeven dat het Holleneind een verharde weg betreft die in hoofdzaak wordt gebruikt voor bestemmingsverkeer tussen Haaren en Oisterwijk en die wordt ontsloten door de Kerkhovensestraat en de Heusdensebaan. Alles in resumering nemende is geconcludeerd dat de ontsluitingsroutes voldoende capaciteit hebben voor de afwikkeling van de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen. De opmerking dat er alles aan gedaan is om de bestemmingsplanwijziging erdoor te krijgen en dat ten onrechte is benoemd dat het Holleneind een ontsluitingsroute voor de N65 zou zijn, kan niet worden gevolgd. Bij de beoordeling van het aspect verkeer is namelijk aangegeven dat het Holleneind een verharde weg is die in hoofdzaak gebruikt wordt door bestemmingsverkeer tussen Haaren en Oisterwijk. Niet is aangegeven dat het Holleneind een ontsluitingsroute voor de N65 is en gebruikt wordt door doorgaand verkeer richting de N65. Enkel is geconcludeerd dat de ontsluitingsroutes voldoende capaciteit hebben om de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen op te vangen. Dat de beoogde ontwikkeling daardoor een grote negatieve invloed zou hebben op de verkeersbewegingen en verkeersveiligheid kan dan ook niet worden onderstreept.

Verder dient ten aanzien van de beschrijving van de bestaande situatie opgemerkt te worden dat het huidige planologische regime ter plaatse grondgebonden agrarische bedrijven, een veehouderij, een intensieve veehouderij en bestaande en legaal tot stand gekomen nevenfuncties toestaat. Nevenfuncties waren, gelet hierop, enkel toegestaan wanneer deze bestaand waren en legaal tot stand waren gekomen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat ten aanzien van het loonwerk-grondwerkbedrijf sprake is van een bestaande en vergunde nevenfunctie. Conclusie:

Nota zienswijzen bestemmingsplan Holleneind 1, Haaren

8

De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 4. Tot slot wordt een opmerking geplaatst over de omgevingsdialoog. Deze dialoog is gehouden is bijna twee jaar geleden gehouden. Tijdens de dialoog is een aanwezigheidsformulier rondgegaan ter ondertekening. Het verslag is nimmer gedeeld. Dit verslag kwam pas bij de terinzagelegging naar voren. Er is dus niet getekend voor de inhoud van het verslag, enkel voor de aanwezigheid. Twee jaar na dato is het moeilijk deze verslaglegging op juistheid te beoordelen en te accorderen. Beantwoording: Leidend bij het voeren van een omgevingsdialoog is of directe omwonenden zijn geïnformeerd over het planvoornemen en in de gelegenheid zijn gesteld om hun bezwaren hiertegen kenbaar te maken. Verder dient te worden aangegeven wat met de gedane bezwaren is gedaan en in hoeverre een en ander tot aanpassing van de plannen heeft geleid. In dit geval is op 22 februari 2022 een omgevingsdialoog gehouden in de hoedanigheid van een informatieavond. Tijdens deze omgevingsdialoog zijn directe omwonenden geïnformeerd over het planvoornemen, waarna de gelegenheid is gesteld om vragen te stellen en/of opmerkingen te plaatsen. Deze vragen zijn vervolgens beantwoord en opmerkingen zijn, indien nodig, van een reactie voorzien.

Van deze informatieavond is een verslag gemaakt die geanonimiseerd als bijlage aan de toelichting is gevoegd. Aan de hand van deze stukken is geconcludeerd dat een uitvoerige omgevingsdialoog is gehouden waarbij directe omwonenden in voldoende mate zijn geïnformeerd over het planvoornemen. Dat de omgevingsdialoog inmiddels twee jaar is geleden, doet hier geen afbreuk aan. Daar komt bij dat op aangeven van de initiatiefnemer met de omwonende na de omgevingsdialoog nog meermaals is gesproken over de aspecten zicht en overlast als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Naar aanleiding hiervan zijn onder meer de bunkers binnen de planlocatie op grotere afstand van de omwonende gesitueerd en is een maximale hoogte opgenomen voor de beplanting rondom de bunkers. Gelet hierop is het planvoornemen reeds in enigermate aangepast aan de hand van de gevoerde omgevingsdialoog en opgehaalde bezwaren. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Nota zienswijzen bestemmingsplan Holleneind 1, Haaren

9

3.

Ambtshalve aanpassingen

In hoofdstuk 2 is aangegeven of (en zo ja, hoe) de zienswijzen aanleiding hebben gegeven tot aanpassingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. In sommige gevallen is er tevens aanleiding tot aanvullende aanpassingen zonder dat daar een zienswijze aan ten grondslag ligt. Dit betreffen de zogenaamde ambtshalve wijzigingen. Het bestemmingsplan is hierbij op de onderstaande onderdelen aangepast: 1. In de toelichting wordt hoofdstuk 6 (paragraaf 6.2.3) aangevuld met de beschrijving van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; 2. De nota zienswijzen wordt als bijlage toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan; 3. De zuidwestelijke plangrens is dusdanig aangepast zodat een en ander in overeenstemming is met de kadastrale grens.

Nota zienswijzen bestemmingsplan Holleneind 1, Haaren

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13982344/2