Bijlage 2. Bijlagenboek BOPA - Monseigneur Bekkersplein 2 te Haaren
Tekst van het document
Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
5
Figuur 3: Ontwerp voorstel plangebied 1, Gemeentehuis Haaren
Figuur 4: ontwerp voorstel plangebied 2, gemeenschapshuis ‘Den Domp’
Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
6
Figuur 5: Noordaanzicht gebied 1 vanuit de Kerkstraat
Figuur 6: Noordwesten van het gemeentehuis
Figuur 7: Zuidwest aanzicht van het gemeentehuis vanuit de kerstraat
Figuur 8: Oostaanzicht vanuit de Driehoeven
Figuur 9: Bakstenen gevel het gemeentehuis
Figuur 10:
Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
Tuin noord aanzicht het gemeentehuis
7
Figuur 11: Zuidoost aanzicht Gemeenschapshuis Den Domp vanuit de kerkstraat
Figuur 12:
Oost aanzicht Gemeenschapshuis Den Domp
Figuur 13:
Figuur 14: Achterzijde gebouw aan de westkant Gemeenschapshuis Den Domp
Figuur 15:
Gevel en dak gebouw Gemeenschapshuis Den Domp
Figuur 16: Gevel en dak gebouw Gemeenschapshuis Den Domp
Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
Bijgebouw Gemeenschapshuis Den Domp
8
3
Toetsing gebiedsbescherming
3.2
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
3.1
Wettelijke gebiedsbescherming
Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding
Conform artikel 7.8 lid 2 Bkl van de Omgevingswet dragen Gedeputeerde
De Omgevingswet heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking
van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuur-
op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en
netwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die
Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura
tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een sa-
2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten en acti-
menhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden.
viteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf
De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnet-
in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een voortoets. Pro-
werk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en
jecten en activiteiten die een significant negatief effect hebben op de be-
verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit
schermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig (Na-
het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones
tura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te verwachten zijn, welke niet
(EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig be-
significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In dat geval moeten nadelige
schermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikke-
gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt, of ongedaan gemaakt wor-
lingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebie-
den.
den beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen ne-
Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat
gatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als
aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura
deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.
2000-gebied, “Kampina & Oisterwijkse Vennen”, bevindt zich op circa 1,7 kilometer afstand ten zuiden van het projectgebied (zie figuur 9). Indien er
Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtst-
sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van
bijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 100 meter ten oosten van
storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof.
het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen en het feit
Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg
dat er meerdere woningen tussen het plangebied en het NNB aanwezig
van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.
zijn, zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast.
Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied en de voorgenomen werk-
Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzake-
zaamheden is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-ge-
lijk geacht.
bied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten. Volledige zekerheid omtrent het aspect stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS Calculator.
Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
9
4
Toetsing beschermde houtopstanden
De bescherming van houtopstanden, conform Omgevingswet, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom (bebouwingscontour houtkap). Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 11.111, lid 2 Bal, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 11.126 Bal). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 11.129 Bal om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Onder de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht voor houtopstanden (artikel 11.116 Bal). Indien natuurbescherming, instandhouding bosareaal of bescherming landschappelijke waarden in het geding komt, geldt een verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken, of achterwege te laten. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwingscontour houtkap bevindt is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Omgevingswet bij dit plan niet aan de orde.
Figuur 9: Ligging NNB (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
10
5
Toetsing soortenbescherming
Conform de Omgevingswet is een flora- en fauna-activiteit een ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Dit heeft betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten, en hiervoor
De Ow regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te bescher-
Bal) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees be-
men soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbe-
schermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies
scherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden
zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling
voor alle drie de categorieën de activiteiten met schadelijke gevolgen. Een
bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een
ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 11.54
aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.
geldt de specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal). Er geldt een vergunningsplicht wanneer schadelijke handelingen worden uitgevoerd zoals beschre-
Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
ven in paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal. In tabel 1 staan de belangrijkste schadelijke handelingen uitgewerkt.
Vogels (Art. 11.37 Bal)
Europees beschermde soorten
Nationaal beschermde soorten
(Art. 11.46 Bal)
(Art. 11.54 Bal)
De Ow heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in
Art. 11.37 lid 1 onderdeel a Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel a Bal
Art. 11.54 lid 1 onderdeel a Bal
Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en
Het is verboden in het wild levende vogels op-
Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of
amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en
zettelijk te doden of te vangen
spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-
te vangen
min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
gen Art. 11.37 lid 1 onderdeel b Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel d Bal
Art. 11.54 lid 1 onderdeel b Bal
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen
en eieren van vogels te vernielen of te bescha-
rustplaatsen van dieren te beschadigen of te
of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-
digen, of nesten van vogels weg te nemen
vernielen
digen of te vernielen
Art. 11.37 lid 1 onderdeel c Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel c Bal
-
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage
Het is verboden eieren te rapen en deze onder
Het is verboden eieren van dieren in de natuur
A en B’ van de Ow (Bijlage IX onder A en B Bal). Beschermde soorten
zich te hebben
opzettelijk te vernielen of te rapen
vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitat-
Art. 11.37 lid 1 onderdeel d en lid 3 Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel b Bal
richtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Ver-
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
drag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie
zij de storing niet van wezenlijke invloed is op
beschermingsregimes kennen elk hun eigen vergunningsplichtige activitei-
de staat van instandhouding van de desbetref-
ten. De regels voor vogels en overige Europese soorten zijn letterlijk over-
fende vogelsoort
Vogels (artikel 11.37 Bal)
Europees beschermde soorten (artikel 11.46 Bal)
Nationaal beschermde soorten (artikel 11.54 Bal)
-
genomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten gelden regels die geïnspireerd
-
zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de vergunningsplichtige activiteiten per regime weergegeven.
Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
Art. 11.46 lid 1 onderdeel e Bal
Art. 11.54 lid 1 onderdeel c Bal
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
of te vernielen
of te vernielen
11
Onder de Omgevingswet is een specifieke zorgplicht opgenomen voor alle
De bebouwing van Gemeentehuis Haaren heeft een plat bitumen dak met
Bij de werkzaamheden kunnen daarnaast nesten verloren gaan die niet
‘flora- en fauna-activiteiten’ (11.27 Bal). Hierin wordt gesteld dat nadelige
zonnepanelen. Ruimten onder het dak ontbreken. Daarnaast sluit de dak-
jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, in-
gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen, beperkt of ongedaan ge-
rand goed aan op de gevels, en zijn er geen kieren en andere openingen
dien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen
maakt. Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten van de
naar achterliggende ruimtes aanwezig. Hierdoor kunnen broedlocaties van
wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden
rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke ha-
soorten als huismus en gierzwaluw worden uitgesloten. In de opgaande
met betrekking tot broedvogels. In de wetteksten wordt geen vaste periode
bitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige gevolgen kunnen
beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaar-
gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de
worden uitgesloten. Is dit niet mogelijk, dan dienen preventieve maatrege-
rond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer, havik en rans-
periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter
len te worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen.
uil. Wel kunnen mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heg-
de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij
genmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen in het op-
twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval
gaand groen en/of op en binnen bebouwing binnen het plangebied.
(bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de
bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel
beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-
De bebouwing van het Gemeenschapshuis Den Domp heeft een spits dak
broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige
den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te
bestaande uit dakpannen en nokpannen, waardoor er kieren en andere
staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.
werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-
openingen naar ruimtes onder het dak kunnen zijn. Hierdoor kunnen
tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-
broedlocaties van soorten als huismus en gierzwaluw voor plangebied 2
5.2
den. Indien dit niet mogelijk is, zal een omgevingsvergunning voor een
niet worden uitgesloten. In de opgaande beplanting binnen en rond het
Volgens de NDFF en verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is
flora- en fauna-activiteit met schadelijke handelingen aangevraagd moeten
plangebied bevinden zich geen jaarrond beschermde nesten van vogels
het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende
worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat
als buizerd, sperwer, havik en ransuil. Wel kunnen mogelijk “algemene”
vleermuissoorten kunnen voorkomen: bosvleermuis, gewone dwergvleer-
van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De
soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en hout-
muis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone groot-
vergunning kan dan onder voorwaarden worden verleend.
duif tot broeden komen in het opgaand groen en/of op en binnen bebou-
oorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis.
5.1
Vleermuizen
wing binnen het plangebied.
Vogels
Zowel het Gemeentehuis Haaren als het Gemeenschapshuis Den Domp
Conform de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt onderscheid
5.1.1
gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogel-
Bij de sloop van Gemeentehuis Haaren gaan geen nestlocaties van soor-
ruimten in de spouw of onder het dak. Hierdoor kan de aanwezigheid van
soorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de
een rust- of verblijfplaats van een gebouwbewonende vleermuissoort niet
broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks
ten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij herinrichting van Gemeenschapshuis Den Domp bestaat de kans dat er één of meerdere
nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, kolo-
nesten van huismus en gierzwaluw verloren gaan. Nesten van huismus en
ten, kieren of loshangede stukken schors, waardoor de aanwezigheid van
niebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’)
gierzwaluw zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonderzoek dient
een rust-of verblijfplaats van een boombewonende vleermuissoort kan
zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten
duidelijk te worden of zich onder de dakpannen van het gebouwen nesten
worden uitgesloten. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foera-
slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak te-
van huismus of gierzwaluw bevinden. Op basis van het vervolgonderzoek
geergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als grote
rugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar
wordt bepaald of er bij uitvoering van de sloop sprake is van overtreding,
hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige land-
die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren
en of het treffen van maatregelen en een omgevingsvergunning aan de
schapselementen.
is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).
orde is alvorens er mag worden gesloopt.
Toetsing
Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
hebben in meerdere gevels open stootvoegen of ander openingen naar
worden uitgesloten. De bomen binnen het plangebied bevatten geen hol-
12
5.2.1
Toetsing
schuil- of nestplaats voor deze soorten. Van de steenmarter zijn geen spo-
begroeide oevers. Dit habitat is binnen het plangebied eveneens niet aan-
Bij zowel de sloop van Gemeentehuis Haaren als het herinrichten Ge-
ren, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op de aan-
wezig waardoor het geen geschikt leefgebied vormt voor deze soort. Door
meenschapshuis Den Domp bestaat de kans dat er één of meerdere ver-
wezigheid van deze soort binnen het plangebied. Binnen het plangebied
het ontbreken van oppervlaktewater biedt het plangebied ook geen ge-
blijfplaatsen van een vleermuissoort verloren gaan. Verblijfplaatsen van
zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel
schikt leefgebied voor de bever. De aanwezigheid van andere strenger be-
vleermuizen zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonderzoek dient
burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwe-
schermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de versprei-
duidelijk te worden of zich in de te slopen bebouwing verblijfplaatsen van
zigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. De waterspits-
dingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelij-
een vleermuissoort bevinden. Op basis van het vervolgonderzoek wordt
muis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend
kerwijs uitgesloten.
bepaald of er bij uitvoering van werkzaamheden sprake is van een scha-
tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig
delijke handeling, en of het treffen van maatregelen en een omgevingsvergunning aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt. Zie tabel 2 voor een samenvatting van de beoordeling per vleermuissoort.
Tabel 2: Beoordeling van verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied voor verschillende vleermuissoorten binnen het plangebied
5.3
Vleermuissoort
Potentie
Type verblijfplaats
Onderbouwing
Bosvleermuis
Nee
-
Geen geschikt habitat in de directe omgeving van het plangebied, dichtstbijzijnde waarnemingen zijn rond Udenhout en Loonse en Drunense Duinen.
Gewone dwergvleermuis
Ja
Zomer-, kraam- en paarverblijfplaats (Gemeentehuis Haaren kan als massawinter dienen)
Geschikte openingen in bebouwing in de vorm van open stootvoegen, kieren en andere openingen naar achterliggende ruimten
Ruige dwergvleermuis
Ja
Zomer- en paarverblijfplaats
Geschikte openingen in bebouwing in de vorm van open stootvoegen, kieren en andere openingen naar achterliggende ruimten
kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te
Rosse vleermuis
Nee
-
Enkel in boomholtes
worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de ge-
Laatvlieger
Ja
Zomer-, kraam- en paarverblijfplaats
Geschikte openingen in bebouwing in de vorm van open stootvoegen, kieren en andere openingen naar achterliggende ruimten
Gewone grootoorvleermuis
Nee
-
Bebouwing bevat geen geschikte verblijfplaatsen voor deze soort
Meervleermuis
Ja
Zomer-, kraam- en paarverblijfplaats
Geschikte openingen in bebouwing in de vorm van open stootvoegen, kieren en andere openingen naar achterliggende ruimten
Watervleermuis
Nee
-
Enkel in boomholtes
Grondgebonden zoogdieren
Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen
legenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de NDFF komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten bunzing, wezel, steenmarter, eekhoorn, das, bever en waterspitsmuis voor. Gezien de binnenstedelijke ligging, de beperkte om-
Algemeen
vang en het relatief stenige habitat, betreft het hier geen essentieel habitat
Vliegroutes
Nee
-
-
voor de betreffende kleine marterachtigen. Er zijn geen holen of nesten in
Foerageergebied
Nee
-
-
de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als
Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
13
5.3.1
Toetsing
5.5.1
Toetsing
5.8
Vaatplanten
Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van
De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel ha-
In de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de NDFF be-
niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefge-
bitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat
schermde soorten bekend als drijvende waterweegbree, kruipen moeras-
bied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gun-
van instandhouding van populaties en potentiële schadelijke handelingen
scherm en kruiptijm. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan
stige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en po-
zijn dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het
hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop en binnenstedelijke lig-
tentiële schadelijke handelingen zijn niet aan de orde. In het kader van de
wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende
ging van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde
zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen
individuen.
vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten.
voor (incidenteel) aanwezige individuen.
5.4
Reptielen
Volgens de NDFF en verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omge-
5.6
Vissen
Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.
5.8.1
Toetsing
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
ving van het plangebied waarnemingen bekend van de hazelworm en de levendbarende hagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de na-
5.6.1
tuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
Behalve de genoemde soorten geldt een bescherming onder de specifieke
biedt geen geschikt habitat voor deze soort. Het voorkomen ervan binnen
schermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.
zorgplicht voor soorten van de rode lijst. Dit zijn circa 4.300 soorten. In de
het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. 5.4.1
5.7
Toetsing
Ongewervelde diersoorten
Volgens de NDFF zijn in de ruime omgeving van het plangebied waarne-
Toetsing
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van reptielen
mingen bekend van bruine eikenpage, grote vos, grote weerschijnvlinder,
zijn op voorhand uitgesloten.
kleine ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart, beekrombout, bosbeekjuffer, gevlekte witsnuitlibel, Kempense heidelibel en de sierlijke witsnuitlibel. Al
5.5
Amfibieën
deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in
5.9
Specifieke zorgplicht
NDFF zijn geen waarnemingen bekend van rode lijst-soorten binnen het plangebied. Het plangebied is nagenoeg volledig verhard. De kans op aanwezigheid van / negatieve effecten op soorten van de rode lijst is daarmee zeer laag. Een overtreding met betrekking tot de specifieke zorgplicht is daarmee niet aan de orde, mits algemene zorgplichtmaatregelen worden genomen
In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als
het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige be-
bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.
schermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig
Volgens de NDFF zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemin-
habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde
5.10
gen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, vroedmeesterpad, boomkikker,
libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezig-
Enkele soorten binnen Nederland mogen niet worden verhandeld of ver-
poelkikker, heikikker, Alpenwatersalamander, kamsalamander en vin-
heid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend
voerd, of moeten actief worden geweerd. Voor soorten op de zogenoemde
pootsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlakte-
hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten.
Unielijst (EU-exotenverordening) geldt een verbod op bezit, handel,
water of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste
Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat
kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten
van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met
aanwezig.
en dieren. Voor lidstaten geldt de plicht om in de natuur aanwezige popu-
betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.
om het doden en verwonden van individuen te voorkomen.
Invasieve exoten
laties op te sporen en te verwijderen. Per soort zijn doelen en acties om5.7.1
Toetsing
schreven (Onderbouwing strategie Unielijstsoorten). Daarnaast geldt voor
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
enkele soorten een nationaal handelsverbod, waaronder drie soorten Azi-
schermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten.
atische duizendknopen. Deze mogen niet worden verhandeld of vervoerd.
Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
14
Dit geldt ook voor grond waarin resten of zaden van duizendknoop in aanwezig zijn. Er geldt enkel een uitzondering ten behoeve van het uitroeien, bestrijden of beheersen van de duizendknopen. In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de reuzenberenklauw, Japanse duizendknoop en de grote waternavel. Binnen het plangebied zijn echter geen waarnemingen van deze soorten gedaan tijdens het veldbezoek. Vervolgstappen zijn dan ook niet aan de orde.
Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
15
6
Conclusie
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden onderstaande in acht wordt genomen:
Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op
Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden te berekenen; Met betrekking tot de sloop van Gemeentehuis Haaren zijn schadelijke handelingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van verblijfplaatsen van een vleermuissoort op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hierom-
trent uitsluitsel te geven; Met betrekking tot de werkzaamheden aan Gemeenschapshuis Den Domp zijn schadelijke handelingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen nesten van huismus en gierzwaluw en verblijfplaatsen van een vleermuissoort op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven;
Ten aanzien van broedvogels dient, om schadelijke handelingen op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;
In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
6.1.1
Vervolgtraject en advies
soortgericht vervolgonderzoek eerst inzichtelijk moeten worden of in de
AERIUS-berekening
huidige situatie nest- of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de betreffende
Om op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege
soort(groep)en. Een vervolgonderzoek naar vleermuizen loopt van half
stikstofdepositie uit te sluiten kan een AERIUS-berekening uitgevoerd wor-
mei tot en met eind september. Een vervolgonderzoek naar gierzwaluwen
den. Als uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanleg- en gebruiksfase
valt binnen de onderzoeksperiode van vleermuizen. Een onderzoek naar
niet meer dan 0,00 mol/ha/j aan depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige
de huismus begint echter al eerder en loopt van april tot half mei.
habitatten, kunnen negatieve effecten uitgesloten worden en is voor het aspect stikstofdepositie geen aparte vergunning benodigd. Als uit de bere-
Bij de daadwerkelijke aanwezigheid van een of meerdere huismus- en/of
kening een resultaat komt boven 0,00 dienen vervolgstappen ondernomen
gierzwaluwnesten zal door het treffen van maatregelen; zoals het aanbie-
te worden.
den van tijdelijke nestkasten, werken buiten de gevoelige periode en het geschikt maken van de nieuwe situatie, de functionaliteit van de nesten
Om een AERIUS-berekening uit te voeren zijn verschillende gegevens no-
behouden moeten blijven en schade aan individuen moeten worden voor-
dig voor de aanlegfase en gebruiksfase. Voor de aanlegfase is het van be-
komen. Bij de aanwezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats van een
lang dat in beeld wordt gebracht welke (mobiele) werktuigen (hijskraan,
vleermuizensoort is één van de onderdelen van de noodzakelijke maatre-
graafmachine etc.) er gebruikt gaan worden, want bij de verbranding van
gelen het tijdig aanbieden van temporele alternatieve verblijfsmogelijkhe-
fossiele brandstoffen komt stikstof vrij, de totale gebruiksduur van deze
den (bijvoorbeeld vleermuiskasten). Afhankelijk van de aanwezige ver-
werktuigen, het bouwjaar van de werktuigen is en het vermogen (kW).
blijfsfunctie(s), dienen meerdere geschikte alternatieve verblijfsmogelijkhe-
Daarnaast dienen het aantal verwachte verkeersbewegingen in de aanleg-
den te worden aangeboden die de te verstoren/verwijderen verblijfplaat-
fase (vrachtwagens die materiaal aan- en afvoeren, busjes, personen-
sen (tijdelijk) kunnen opvangen. Daarbij geldt voor de vervanging van ver-
auto’s, enz.) ook meegenomen te worden.
blijfplaatsen, afhankelijk van de aangetroffen verblijfsfunctie, een gewenningsperiode van minimaal 3 à 6 maanden waarin vleermuizen actief zijn,
Als het gebouw gasgestookt wordt, is informatie nodig over de stikstofe-
alvorens met de sloopwerkzaamheden ter plaatse van de verblijfplaats
missie die jaarlijks vrijkomt vanwege de verwarming en het overige gas-
mag worden gestart. De wintermaanden mogen hierbij dus niet worden
verbruik tijdens de gebruiksfase. Als het gebouw gasloos is hoeft alleen
meegerekend. Bij de aanwezigheid van een kraamverblijf dienen alterna-
gekeken te worden naar de verkeersgeneratie. Dat zijn alle vervoersbewe-
tieve kraamverblijven zelfs minimaal een volledig kraamseizoen (mei – juli)
gingen die samenhangen met het gebruik van het nieuwe gebouw. Er
aanwezig te zijn geweest tegelijkertijd met de huidige verblijfplaats. Dit kan
dient aangegeven te worden of het gaat om lichte voertuigen (personen-
tot gevolg hebben dat bij het aantreffen van een verblijfplaats pas in het
auto’s en kleine busjes), middelzware vervoersbewegingen (kleine vracht-
seizoen na het verlenen van de omgevingsvergunning voor het verstoren
wagens) of zware vervoersbewegingen (grote vrachtwagens).
ervan kan worden gesloopt. Voor een initiatiefnemer is dat vaak een extra jaar tijdverlies. Indien de projectplanning van essentieel belang is, advi-
6.1.2
Soortgericht onderzoek
seert BRO om vooraf aan het vleermuizenonderzoek al alternatieve ver-
De sloop van de bebouwing binnen het plangebied kan negatieve gevol-
blijfplaatsen te plaatsen, conform hetgeen is gesteld in het kennisdocu-
gen hebben voor vleermuizen, gierzwaluw en/of huismus, wat een flora-
ment van de te verwachten soorten en verblijffuncties. Hiermee kan even-
en fauna-activiteit met schadelijke handeling betreft. Daarom zal middels
tuele vertraging van de planning worden beperkt. Voor het verwijderen van
Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
16
aanwezige verblijfplaatsen dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd bij de betreffende provincie of omgevingsdienst, in dit geval de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Een aanvraag dient te worden onderbouwd met een activiteitenplan waar juridische en ecologische aspecten als de specifieke maatregelen en werkzaamheden, de gunstige staat van instandhouding, het wettelijk belang, een alternatievenafweging en de planning in zijn opgenomen. Na het verkrijgen van de vergunning kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de aangetroffen verblijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden uit de vergunning wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien. De ODBN neemt normaliter binnen 8 weken een besluit over de aanvraag. Indien nodig kan dit termijn met 6 weken worden verlengd.
Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
17
7
Tabel 3: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
Samenvatting
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 1,7 km
Mogelijk
AERIUS-berekening
Uitvoering mogelijk indien
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek
uitkomst onder 0,00
of een omgevingsvergunning. In de tabel is tevens weergegeven of maat-
mol/ha/j
regelen noodzakelijk zijn om flora- en fauna-activiteiten met schadelijke
Natuurnetwerk Nederland
Ca. 100 m
Nee
-
Ecologische waarde en
handeling voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
kenmerken blijven gelijk Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Tabel 4: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep Broedvogels
Algemeen
Jaarrond be-
Potentieel aanwezig
Sprake van schadelijke handeling
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp
Globale broedseizoen loopt van maart tot
maken of controle vooraf
half augustus
Vervolgonderzoek naar huismus en gierzwaluw bij Gemeenschapshuis Den Domp
Bij aanwezigheid is voor de werkzaamhe-
Vervolgonderzoek naar vleermuizen bij Gemeentehuis Haaren en Gemeenschaps-
Bij aanwezigheid is voor de werkzaamhe-
Ja
Mogelijk
schermd Vleermuizen
Verblijfplaatsen
Ja
Mogelijk
den een omgevingsvergunning nodig
den een omgevingsvergunning nodig
huis Den Domp Foerageerhabitat
Nee
Nee
-
-
Vliegroutes
Nee
Nee
-
-
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de egel
Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
18
8
Geraadpleegde bronnen
Algemene Literatuur Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk, KNNV Uitgeverij Zeist. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Van Hoof, P & R, Creemers, 2023. Fotoveldgids amfibieën. alle soorten en stadia in beeld.1e Druk, Stichting RAVON, Nijmegen. https://www.ndff.nl/, Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Geraadpleegd op 7 oktober 2024
https://www.zoogdiervereniging.nl/ (soortgegevens zoogdieren)
Provinciale bronnen Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant https://www.brabant.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/natuurnetwerk-brabant-(nnb) (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant) https://www.dassenwerkgroepbrabant.nl/ (gegevens das in Noord-Brabant) https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=b6414403ef5e4e9aa8875a7c366209c6 (grenzen beschermde gebieden)
Algemene websites https://www.bij12.nl/ (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproductennatuur/informatiekaart-natuur/ (informatiekaart natuur (IKN)) https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproductennatuur/beschermde-soortenindicator-besi/ (beschermde soortenindicator (BeSI) https://www.eis-nederland.nl/ (soortgegevens ongewervelden) https://www.floron.nl/ (soortgegevens planten) https://www.ravon.nl/ (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) https://sovon.nl/ (soortgegevens vogels) https://www.natura2000.nl/gebieden (Natura 2000-gebieden) https://www.verspreidingsatlas.nl/vaatplanten (verspreidingsgegevens planten) https://www.vlinderstichting.nl/ (soortgegevens vlinders en libellen) https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/geconsolideerde-teksten-omgevingswet/ (wettekst Omgevingswet)
Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
19
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
’s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK 's-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna Gemeentehuis Haaren en Gemeenschapshuis Den Domp
20