Bijlage 15 Reactie BMF en anderen extra ontsluiting
Tekst van het document
brabantse Vmilieufederatie Tilburg, 15 oktober 2025
Aan
Brabantse Milieufederatie Heuvelring 92 5038 CL Tilburg
Gemeente Oisterwijk
College van Burgemeester & Wethouders Postbus 10101 5060 GA Oisterwijk
bmf@brabantsemilieufederatie.nl www.brabantsemilieufederatie.nl 013-535 62 25 NL22 TRIO 0212 4972 51 KvK 41095498
Kenmerk Betreft
Ow 04-2482-fd Reactie op plan voor nieuwe ontsluitingsroute Moergestel
Geacht College, Op 21 oktober bespreekt u het plan voor een nieuwe ontsluitingsroute in Moergestel in uw college. Graag geven wij als gezamenlijke natuurorganisaties hierbij alvast onze reactie op dit plan. We hebben die reactie
ook al mondeling gedeeld met het projectteam tijdens een overleg op 22 september jl. Helaas was de provincie niet vertegenwoordigd bij dat overleg; daarom ontvangt zij een kopie van deze brief. Wij verzoeken u om onze reactie op het plan in uw beraadslaging mee te nemen. Er liggen zes varianten op tafel die allemaal in meer of mindere mate het Natuur Netwerk Brabant (NNB)
doorsnijden. Op grond van de provinciale Omgevingsverordening zijn nieuwe ontwikkelingen binnen het NNB in beginsel niet mogelijk. Het doel van het NNB-beleid is immers 'het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Het gaat hierbij niet alleen om de
bescherming en ontwikkeling van flora en fauna, maar ook om andere ecologische waarden en kenmerken zoals geomorfologische processen, waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, mate van stilte, donkerte, openheid, landschapsstructuur en belevingswaarde. '1
Om populaties gezond te houden en de genetische uitwisseling te bevorderen, moeten gebieden groot genoeg zijn en de mogelijkheid bieden voor migratie tussen de gebieden. Om het NNB als zo'n netwerk te laten functioneren, worden ecologische verbindingszones aangelegd en faunaknelpunten in de wegen structuur aangepakt, aldus de provinciale regels. De voorliggende zes varianten staan haaks op deze uitgangspunten, omdat ze leefgebieden verkleinen, de mogelijkheden voor migratie aantasten én faunaknelpunten veroorzaken. Bijvoorbeeld omdat ze de barrièrewerking van de A58 vergroten of het beekdal van de Reusel doorkruisen. Dit vraagt dan weer om impactvolle mitigerende én compenserende maatregelen, die anders niet nodig zouden zijn. Kortom, alle zes de varianten leiden wat ons betreft tot
onaanvaardbare aantasting van het NNB.
Artikel 5.34 van de Omgevingsverordening maakt een uitzondering op de principeregel mogelijk, maar daarbij gelden dan wel strenge onderbouwingsvereisten. Wij zijn van mening dat geen enkele van de
voorliggende varianten de toets van het zogenaamde 'nee, tenzij-principe' uit dit artikel kan doorstaan. Graag lichten we die stelling in deze brief nader toe aan de hand van de onderbouwingsvereisten.
1 Paragraaf 5.2.5 Natuur Netwerk Brabant, Omgevingsverordening Noord-Brabant
CBF/G P-
Erkend ") Goed Doel
T 7
INATIONALEI
POSTCODE
biILOTERIJB
'Als een omgevingsplan een ontwikkeling mogelijk maakt binnen het Natuur Netwerk Brabant en daarbij toepassing geeft aan het nee, tenzij-principe, bevat het omgevingsplan een onderbouwing dat: a. er sprake is van een groot openbaar belang; b.
c. d. e.
f.
uit onderzoek blijkt dat voor de ontwikkeling geen alternatieve locatie voorhanden is buiten het Natuur Netwerk Brabant; uit onderzoek blijkt dat geen andere oplossingen voorhanden zijn die de aantasting van het Natuur Netwerk Brabant voorkomen;
de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt; bij het verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan artikel 5.37 Compensatie; en de uitvoering en monitoring zijn verzekerd.'2
Ad a) Er kan mogelijk sprake zijn van een groot openbaar belang (het oplossen van verkeersproblematiek in de dorpskern van Moergestel), maar omdat nieuw asfalt altijd nieuw verkeer aantrekt, zal de verkeers
problematiek rondom de dorpskern juist toenemen. De verkeersdrukte wordt dan dus niet opgelost, maar verplaatst van de dorpskern naar (nieuwe) wegen buiten de bebouwde kom. Het verplaatsen van verkeersproblematiek kan wat ons betreft nooit worden gezien als een groot openbaar belang.
Ad b) In de loop van de tijd zijn er verschillende tracévarianten de revue gepasseerd; zowel varianten ten zuiden als ten noorden van de Oirschotseweg; binnen en buiten het NNB. Om voor ons onduidelijke redenen liggen nu alleen nog deze zes varianten voor. Er is ons geen deugdelijk onderzoek bekend waaruit zou blijken dat er geen alternatieve locaties voorhanden zouden zijn buiten het NNB. Er is overigens sprake van een alternatieve locatie als die overwegend dezelfde functie kan vervullen als de beoogde locatie, waarbij
tijdverlies of meerkosten geen redenen zijn om een alternatief af te wijzen. Er zijn in de omgeving wat ons betreft meerdere wegen die mogelijk geschikt kunnen zijn om te dienen als ontsluitingswegen. Ad c) Er is ons geen onderzoek bekend waaruit zou blijken dat er geen andere oplossingen voorhanden zijn
die de aantasting van het NNB kunnen voorkomen. Sterker nog, om de verkeersdrukte in de dorpskern te verminderen, zou kunnen worden gedacht aan de volgende (deel)oplossingen: het afsluiten van de dorps kern voor sluipverkeer vanaf de A58 (vooral tijdens de spits), landbouwverkeer, vrachtverkeer en ander zwaar verkeer (onder andere defensievoertuigen), het ombouwen van bestaande straten in de dorpskern naar éénrichtings-verkeer straten etc. Al deze (deel)oplossingen voorkomen aantasting van het NNB. Daarnaast hebben ze minder negatieve effecten (zie onder d) en zijn ze veel goedkoper. Ad d) Het aanleggen en in gebruik hebben van een nieuwe ontsluitingsweg in het buitengebied heeft een
grote impact op de aanwezige natuurwaarden, het landschep, watersysteem en leefmilieu. De nieuwe weg vormt een barrière voor planten en dieren die in het als NNB aangewezen gebied leven. De aanwezige natuur- en landschapswaarden zullen naar verwachting ernstig worden aangetast en mogelijk in hun voortbestaan worden bedreigd. Goed ecologisch onderzoek naar deze aanwezige waarden ontbreekt echter
tot op heden. Dat geldt overigens ook voor de hydrologische effecten van de verschillende varianten; er worden waterbergingsgebieden en beekdalen aangetast en daarmee ook het watersysteem van de Reusel of Rosep.
De milieueffecten betreffen niet alleen de uitstoot van schadelijke stoffen, maar ook de toename van lichtvervuiling, geluidoverlast en trillingen in de directe omgeving van de weg. Er is op dit moment nog geen enkel inzicht gegeven in hoe de negatieve effecten van een nieuwe ontsluitingsroute voor de natuur, het landschep, watersysteem en leefmilieu kunnen worden beperkt.
2
Artikel 5.34 Toepassing van het Nee, tenzij-principe, Omgevingsverordening Noord-Brabant
brabantse F milieufederatie
Samen voor een mooi en duurzaam Brabant
CBF Erkend 5.1.2.e
I NATIONALE!
POSTCODE
ILOTERIJ!
Ad e) Wanneer er een nieuwe ontsluitingsroute wordt aangelegd die het NNB doorsnijdt, is het niet langer
mogelijk om de natuurdoelen op die locatie te realiseren. Als de omstandigheden in een bepaald deel van het NNB verslechteren, dan kan een soort niet zomaar uitwijken naar een ander deel van het NNB. 'De compensatieplicht bestaat in zo'n geval niet alleen uit het aanwijzen van een vervangende locatie voor de realisatie van nieuwe natuur, maar ook uit het feitelijk inrichten van die locatie met het natuurdoeltype dat wordt aangetast, respectievelijk waarvoor de beoogde compensatielocatie is aangewezen.'3 Er is op dit moment nog geen enkel inzicht gegeven in een mogelijk vervangende locatie waar aan de compensatie plicht kan worden voldaan.
Ad f) Voor ons is onduidelijk in hoeverre de uitvoering en monitoring zijn verzekerd.
We concluderen dat er bij de keuze voor de zes varianten vooral is gekeken naar het oplossend vermogen
vanuit verkeersperspectief en nauwelijks naar technische haalbaarheid, compensatiemogelijkheden, de uitgangspunten 'bundeling van infrastructuur', 'water en bodem sturend' en 'zorgvuldig ruimtegebruik', kosten, kansrijke alternatieven, effecten op natuur, landschep, watersysteem en de leefomgeving, etc. Er worden wel enkele aspecten in het plan genoemd, maar niets is onderzocht noch doorgerekend. Ook is op dit moment onvoldoende duidelijk welke eisen Rijkswaterstaat en de provincie stellen aan de zes varianten. We adviseren het College van B&W om niet op basis van de huidige, beperkte verkeerskundige insteek een keuze te maken voor een voorkeurstracé. Eerst is nader onderzoek nodig naar de planologische
haalbaarheid, de ruimtelijke impact en de ecologische en landschappelijke effecten van de verschillende varianten. Pas wanneer deze aspecten volledig in beeld zijn gebracht en alternatieven gelijkwaardig zijn onderzocht, kan een zorgvuldige afweging worden gemaakt. Wij pleiten ervoor om vervolgens alleen juridisch houdbare en technisch uitvoerbare varianten aan het gemeentebestuur voor te leggen. Een dergelijke zorgvuldige aanpak past bij de duurzaamheidsambities van de gemeente Oisterwijk en bij de verantwoordelijkheid die de gemeente heeft richting huidige en toekomstige generaties. Deze reactie wordt ingediend door de Brabantse Milieufederatie, mede namens Vereniging
Natuurmonumenten, Brabants Landschep en Biodiversiteitsteam Oisterwijk. NAetNilr7N 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
At
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e
directeur-bestuurder Brabantse Milieufederatie
cc: Provincie Noord-Brabant
3
Artikel 5.37 Compensatie (Toelichting), Omgevingsverordening Noord-Brabant
brabantse F milieufederatie
Samen voor een mooi en duurzaam Brabant
CBF Erkend 5.1.2.e
I NATIONALE!
POSTCODE ILOTERIJ!